Vlees eten

We hebben deze week allemaal kunnen lezen en soms zelfs gezien wat voor gruwelen er kunnen gebeuren in slachthuizen. Ik heb zelf de beelden die afgelopen dagen naar buiten kwamen over wat er gebeurt in het inmiddels gesloten varkensslachthuis Debra niet durven bekijken. De omschrijvingen waren al zodanig dat ik er wakker van lag de nacht erop volgend. Ik snap niet hoe dit kan gebeuren. Of nou ja, ik snap het wel, dit is het gevolg van het feit dat het merendeel van de mensen elke dag een stuk vlees wil eten tegen een bodemprijs. Dus worden in Nederland elk dag 1 miljoen dieren geslacht, 1000 per minuut, dat is pittig doorwerken voor de slachtindustrie en wij vinden het normaal. Nou ja, ik niet..

Dat betekent dat er regelmatig vrachtwagens vol dieren opgepropt in een te kleine ruimte of gestapeld in kratten uren staan te wachten voordat ze naar binnen worden gebracht voor de slacht. Er kleven grote bezwaren aan die massaproductie: het transport van de dieren, het ruimtegebrek én het lange wachten is zeer stressvol en ondanks gemaakte afspraken worden veel dieren niet of niet goed verdoofd voordat ze geslacht worden en niet met voldoende respect en mededogen behandeld. Het lijkt mij noodzaak dat er in elk slachthuis camera’s komen te hangen die medewerkers controleren bij het doen van hun werk. Doen we dat niet dan heeft dit blijkbaar nadelige gevolgen voor het dierenwelzijn. Natuurlijk is slachten nooit prettig, voor geen enkel dier, maar de manier moet echt anders.

Het eerder gebruikte argument dat camera’s de privacy aantasten van de medewerkers is gewoon bullshit. We geven massaal en vrijwillig onze privacy op met Facebook, Google en Whatsapp. Op straat en in winkels hangen overal camera’s. In verpleeghuizen worden demente bejaarden die bij elkaar in bed willen kruipen, toegesproken alsof het kleuters zijn (echt waar, dit overkwam onlangs een oude kennis van mijn moeder die ook nu nog terwijl hij dement is, nog steeds een enorme vrouwenverslinder is en binnen de kortste keren bij een andere demente dame in bed kroop – die zich niet meer kon herinneren dat ze getrouwd is – waarop de dochter van de man werd gebeld en het een enorme rel werd). Als demente bejaarden al geen privacy wordt gegund waarom dan wel medewerkers van een slachthuis?  De tijden zijn veranderd. Als we vanwege terroristendreiging onze privacy kunnen opgeven, dan kan dat ook vanwege dierenwelzijn.

Keer op keer komen er schandalen naar buiten over voedselveiligheid en dierenmishandeling gerelateerd aan de bio-industrie. Niet heel vreemd, de bio-industrie is te groot en oncontroleerbaar geworden. Natuurlijk kun je zeggen: zo is het nu eenmaal. Laat de politiek de regels maar aanpassen. Dat is onder meer een reden dat ik Partij voor de Dieren stem. Als het aan mij lag werd er alleen nog maar biologisch vlees verkocht. Of werd vlees uit de bio-industrie véél duurder, om zo duidelijk te maken aan de consument dát er een prijskaartje aan hangt, niet alleen op het gebied van dierenwelzijn en voedselveiligheid maar ook vanuit klimaatoogpunt.

Als consument kun je niet alleen een verschil maken door op partijen te stemmen die het belang van dieren of de planeet in zijn geheel voorop stellen. Ook je gedrag in de supermarkt maakt verschil. Elke keer dat je vlees uit de bio-industrie laat liggen of vlees eten überhaupt een dag overslaat, maakt verschil. Zo lang er namelijk vraag naar is, wordt er vlees uit de bio-industrie aangeboden. U vraagt, wij draaien en desnoods voeren we het tempo zo op dat de varkens aan hun oren uit wagens worden gesleept, worden geschopt en geslagen, want daar maken we wel tijd voor, dat dan weer wel.

Veel mensen eten uit het oogpunt van dierenwelzijn biologisch vlees. Met dierenwelzijn bedoel ik dieren een goed leven bieden in een voor hen natuurlijke omgeving en vol compassie en respect begeleiden als ze worden geslacht. Maar een groot deel van het biologische vlees of vlees met 1 of 2 sterren dat in de winkels ligt, is afkomstig uit dezelfde slachthuizen van de bio-industrie. Een alternatief om te voorkomen dat jouw stukje vlees zo’n gruwelijk einde heeft gehad, is zoeken naar lokale en kleinschalige initiatieven.

Los van de discussie of je wel of niet vlees moet eten, vind ik het belangrijk dat áls je besluit vlees te eten je dit bewust doet. Dus niet te vaak, liefst biologisch vlees van dieren die een goed leven hebben gehad. Slachten is nooit leuk maar het kan ook op een andere manier dan met gruwel en martelen. Ik stelde naar aanleiding van het nieuws deze week een gerichte vraag aan één van de slagers waar ik vlees koop:

Natuurlijk hebben jullie ook de horrorverhalen gelezen en wellicht gezien over het slachthuis Debra. Nu heb ik toevallig net weer een bestelling bij jullie geplaatst, in de overtuiging/hoop dat het bij jullie wel goed zit. Maar toch even een concrete vraag: waar worden de dieren die jullie tot vlees verwerken geslacht en hoe waarborgen jullie dat dit op een respectvolle manier gebeurt? Dit omdat ik nu op diverse plekken in de media lees dat het dus blijkbaar niet uitmaakt om biologisch of scharrelvlees te eten, aangezien de beesten allemaal in hetzelfde slachthuis op ellendige wijze eindigen.

Hij reageerde heel snel met het volgende antwoord:

Ja, ik ben op de hoogte van dit verschrikkelijke verhaal. Juist hierom (onder andere) heb ik gekozen voor mijn eigen formule Waterlant’s Weelde. Mag ik je verwijzen naar een blog dat ik vorig jaar heb geschreven? Ik denk dat veel van je vragen beantwoord worden. En anders hoor ik het nog graag, want wat wij doen heeft niets te maken met hetgeen je gezien hebt“.

Het stukje waarnaar hij verwijst is dit: Vlees eten en een dier slachten.

Deze slager (Natuurvlees.nl) werkt lokaal, met kleine bedrijven die vooral in het Waterland liggen. Het vlees wordt niet overal geleverd (alleen in Noord-Holland), maar lokale initiatieven van biologisch liefst antibioticavrij vlees met respect voor het dier, vind je inmiddels op meerdere plekken in Nederlands (zie onderaan voor wat tips).  Natuurlijk is de prijs iets hoger dan vlees uit de bio-industrie, al vind ik dat op zich reuze meevallen. Om die iets hogere prijs te compenseren eten wij hooguit 2 tot drie keer in de week vlees, kip of vis. Meer hebben wij ook helemaal niet nodig. Echt niet. Wij eten in vergelijking met 50 jaar geleden bijna twee keer zoveel vlees. Dit is niet goed langer vol te houden. Niet qua dierenwelzijn, maar ook zeker niet qua belasting voor het milieu. De bevolking blijft groeien en de uitstoot van de vleesindustrie is enorm.  Met onze huidige vleesconsumptie hebben we 10 miljoen hectare grond nodig (onder meer om de beesten te voeden). Dat is drie keer Nederland mensen! (bron: de correspondent). Alleen al daarom lijkt het me zinnig om te zorgen dat we kleinschaliger gaan produceren en minder consumeren.

Nog even over de prijs. Het probleem is natuurlijk niet zozeer dat vlees van kleinschalige diervriendelijke initiatieven te duur is. Het probleem is dat het merendeel van de mensen beroerd of verdrietig wordt van het zien van de beelden van afgelopen week en toch vlees uit de bio-industrie blijft kopen omdat dit zo goedkoop is en ze er niet meer voor over hebben of zeggen dat ze zich geen diervriendelijk alternatief kunnen veroorloven. Maar wel op vakantie gaan, roken of een dure dagcrème kopen. Wat ik maar wil zeggen: dat zijn keuzes, net zoals ik een keuze maak om niet mee te doen aan de bio-industrie.

Natuurlijk heb ik makkelijk praten met ons bovenmodaal inkomen kun je zeggen. Alleen, ik at ook biologisch toen we niet over dat inkomen beschikten en dat kon door zorgvuldige keuzes te maken. Zodra ik financieel klem kom te zitten en het me niet meer kan veroorloven, word ik vegetariër. Iets wat ik eerder al eens 10 jaar was. Ik vind vlees lekker en vanwege intoleranties eet ik geen gluten en lactose en verdraag ik peulvruchten niet goed.  Dat is mijn motivatie om toch vlees te blijven eten, maar dan wel op een manier dat ik mezelf in de spiegel kan aankijken zonder misselijk te worden.

Ik heb wel besloten om geen varkensvlees meer te eten. Het enige van een varken dát ik wel eens at was spek maar ik kan goed zonder. De mannen willen dit wel blijven eten dus zorg ik voor mezelf dan wel voor een alternatief als het op het menu staat. Ik voel bij een varken een emotie die maakt dat ik het dier niet meer wil eten.  Waarmee maar weer is bewezen dat het eten van vlees meer is dan alleen letten op de productie ervan, emoties spelen ook een grote rol.

Onderstaand vind je de adressen waar ik sinds een aantal jaren mijn vlees koop. Vaak is het zo dat je best forse verzendkosten betaalt onder een bepaald bestelbedrag. Om die reden koop ik het vlees meestal samen met mijn moeder in, zodat we op een hoger totaal bedrag uitkomen en scheelt dat weer zo aan gemiddeld € 8 tot € 9 aan verzendkosten:
Natuurvlees.nl
Okvlees.nl
Schotse hooglanders.nl

Heb jij nog tips voor goede adressen waar we vlees kunnen kopen dat wel voldoet aan de normen van dierenwelzijn en voedselveiligheid? Geef een link door dan plaats ik het hieronder:
Samen een koe kopen
Samen een kip kopen
Samen een varken kopen
Friesveenweidevlees
Koop een koe
Koop een kip
Koop een varken
De stoerderij
Buitengewone varkens
Veldvarkens
Freenature

 

 

Gebruikte bronnen:
de correspondent
Esther Ouwehand, PvdD

(bron afbeeldingen: Pixabay)

 

Zaterdag

Terwijl ik op de stoep zit te lezen, heb ik gezelschap van Moos die ook geniet van de zon

Deze week had ik een voor mijn doen heel redelijke week. Ik moest er drie keer vroeg uit, twee keer voor de B12-injecties en één keer voor een mammogram in het kader van het bevolkingsonderzoek.  Ik ging naar de bibliotheek om gereserveerde boeken op te halen en een keer naar het postkantoor om een pakje weg te brengen. Ik zat uren buiten te lezen en genoot met volle teugen. Vrijdagmiddag werden er hier ook al wat voorbereidingen gedaan voor de keukenrenovatie en vanavond hoop ik uit eten te gaan met de mannen, oma, mijn zus en nichtje.

Ex-zwerfkat Gerrie vindt het erg spannend buiten dus blijft hij dicht bij mij in de buurt.

Veel drukte dus voor mijn doen. Buiten dat maakte ik ook een keer ruzie. Huh, ruzie? Ja ruzie! Als in op niet mis te verstane wijze duidelijk maken dat ik mij onheus behandeld voelde. Ik liep aan het eind zelfs boos weg. De personen in kwestie stonden binnen een half uur hier op de stoep, geschrokken maar wel met de intentie om het uit te praten omdat ze zich realiseerden dat ik zeker wel een puntje had. De volgende dag kreeg ik zelfs een bos bloemen en inmiddels is het weer pais en vree.

Waar het omging doet er niet zo toe. Waarom ik het wel benoem is omdat ik trots op mezelf ben dat ik me uitsprak. Ik heb namelijk ondanks mijn grote mond en humor namelijk de neiging niet goed voor mezelf op te komen. Hoewel ik wel regelmatig opkom voor mensen en dieren die niet over veel vechtlust of woorden beschikken, vind ik het verdomd moeilijk om mijn eigen grenzen aan te geven. Laat staan om tegen iemand te zeggen dat ik gedrag niet prettig vind.

Dat is werkelijk waar jarenlang een terugkerend onderdeel in therapie voor mij geweest. Want keer op keer kwam ik hierdoor in de problemen. Vooral op het werk vertaalde dit zich in het afwerken van andermans agenda. Toen ik ziek thuis kwam te zitten, kreeg ik eerst de diagnose burn out en ging ik in therapie. Daar leerde ik dat je best af en toe nee mag zeggen als iemand je iets vraagt. Want mensen proberen je vaak met werk of karweitjes op te zadelen omdat ze daar zelf geen zin in hebben. En verbloemen dat door je eerst complimenten te geven – “jij bent zo goed in schrijven” – en dan slaan ze toe – “wil jij alsjeblieft deze brief/dit stuk/deze instructies schrijven?”. Zo gebeurde het me regelmatig dat ik dan een weekend zat door te werken terwijl de persoon wiens taak het feitelijk was, in de kroeg zat maar wel op maandag met de eer ging strijken.

In therapie leerde ik dat te doorzien en ernaar te handelen. Nu ben ik helaas nooit meer aan het werk gegaan maar ik zeg wel tegenwoordig soms nee tegen mensen als ze hulp vragen. Mijn antwoord hangt af van hoe ik mij voel en hoe het met mijn energie gesteld is, natuurlijk met uitzondering van noodsituaties. Ik help graag maar niet als dit ertoe leidt dat ik bepaalde dingen niet meer kan doen. De marge is bij mij heel klein, er is ruimte voor douchen, koken en nog een andere activiteit, en ik ben er dus heel zuinig op. Ik zie inmiddels dat andermans problemen niet perse mijn problemen zijn of wollig gezegd, ik begrijp beter wie de eigenaar van een probleem is. Ik heb ook geleerd dat nee zeggen geen drama is. Wat ik namelijk nooit doorhad is dat als iemand je een vraag stelt je twee antwoorden kunt geven. Het voelde alsof er maar een antwoord mogelijk was. Maar bij een “nee” draaien mensen zich gewoon om en zoeken een andere oplossing.

Wat ook kan is ja zeggen en aangeven dat het nu niet uitkomt en een ander moment voorstellen. Dus wel helpen maar op een tijdstip dat het mij uitkomt omdat ik dan vooraf rekening kan houden met de activiteit. Dat geef al veel ruimte.

Nee zeggen of een ja onder voorbehoud lukt dus tegenwoordig. Maar iemand vertellen dat ik teleurgesteld ben, of dat ik iemands gedrag niet acceptabel vind, dát was heel lang een brug te ver. Want ik wil wel aardig gevonden worden. En toch zei ik dat ineens zomaar deze week, het kwam uit mijn tenen. Wat ik ervan leerde is dat als ik tegen iemand zeg iets niet prettig te vinden, het plafond niet omlaag komt en dat er iets uitgepraat kan worden. Blijkbaar heb ik nu  weer een volgende stap gezet onderweg naar betere zelfzorg en grenzen aangeven. Nu nog leren om het op een iets nettere manier te verwoorden, maar oefening baart vast en zeker kunst ;-).

Zeg jij het makkelijk als je boos bent?

 

 

Over gewichtige zaken

gewicht

Als kind was ik te dik. Typisch gevalletje van babyvet dat niet snel genoeg verdween. Mijn moeder benoemde mijn gewicht niet maar liet wel bij de bakker de sneetjes van het brood extra dun snijden. Want ik had altijd honger en nam graag nog een broodje en nog een en nog een.

Altijd honger hebben en heel goed door hebben dat er iets te veel van mij was. In de puberteit ging ik lijnen. Ik ben bekend met elk hongerdieet dat er bestond en mijn gewicht schommelde jaren lang tussen de 60 en 80 kilo. Met extremere uitschieters van 50 en van 90 kilo. Voor de beeldvorming: ik ben 1,67. Niet groot dus, wel een grote mond maar dát is een ander verhaal.

Ik las boeken over eten, schrapte vetten, eiwitten, koolhydraten, deed beweeg- en afvalcursussen bij de sportschool, volgde een workshop om het verschil tussen buikhonger en lekkere trek te leren en ben na dat laatste traject ongeveer 10 jaar geleden gestopt met calorieën tellen. Ik eet als ik honger heb en ik ga mezelf niet meer uithongeren. Meteen was het klaar met de vreetbuien die ik sinds mijn puberteit had en waarvan ik dacht dat het een psychische kwestie was. Niks geen emotie-eter, je lijf schreeuwt om goede voeding als je het uithongert!

Toen ik niet lang daarna ziek werd had ik net een periode van intensief sporten en bewegen achter de rug. Ik woog rond de 75 kilo en was niet heel ver meer verwijderd van mijn ideale gewicht van 72 kilo. Waarom specifiek 72? Omdat ik dan een gezond BMI zou hebben, want dat bleef ik erg belangrijk vinden. Maar goed, ik kwam van de ene op de andere dag tot stilstand en toen ik na een paar maanden continu platliggen weer eens op de weegschaal ging staan woog ik 90 kilo. Dat was wel even schrikken. Ik was wel gestopt met bewegen maar niet met eten. De uitspraak dat je niet veel honger hebt als je weinig doet, gaat overduidelijk niet op voor mij. Bovendien zou het ook zo kunnen zijn dat ziek zijn veel energie vreet. In ieder geval de trek was uitstekend ;-).

Toch was er iets veranderd. Ik had eigenlijk wel andere zaken om me druk over te maken dan het bereiken van een ideaal gewicht. Daarmee bedoel ik niet dat gezond eten niet belangrijk is en het was zeker geen vrijbrief om te snoepen en te vreten. Maar ik liet het denken over een ideaal gewicht los.

Sindsdien is mijn gewicht gaan dalen. Na een traject bij een orthomoluculair voedingstherapeut ben ik gestopt met het eten van gluten en lactose. Mijn darmen kwamen tot rust en ik viel ineens kilo’s af.

Sindsdien schommel ik tussen de 77 en 80. Het wordt niet minder maar ook niet meer. Ik geniet van eten en het is geen issue meer. Ik voel me ook lekker in mijn lijf zitten, schaam me niet voor de vetrollen die er zijn. Het is goed zo. Ik laat me niet meer gek maken, eet gezond en gevarieerd en mijn lijf reageert daar op eigen wijze op. Wellicht als ik straks weer meer kan bewegen dat er weer wat van afgaat. Maar voor nu vind ik het eigenlijk al een prestatie dat ik stabiel blijf, zonder de enorme uitschieters die ik vroeger had.

Loslaten van het beeld van mezelf als een slanke dame, geeft rust. Ik ben niet een etherische verschijning die aan een fee doet denken. Ik ben een fee met een maatje meer en dat is ook goed.

Is jouw gewicht een issue voor jou?

 

(bron afbeelding: Pixabay)

 

Kattige toestanden – operatie pil toedienen

Wie katten heeft, ontkomt niet aan het aspect verzorging. Ze moeten ontvlooid worden, je vindt soms teken in een hals of oksel, het gebit vraagt aandacht – vooral als ze wat  ouder worden – en soms is er ook iets anders. Een abces of zo en moeten er medicijnen worden toegediend.

Na jaren met katten samenleven ben ik hier natuurlijk wel aan gewend geraakt. Pillen toedienen bij een kat – zeker de vier die ik nu heb – blijft helaas vaak neerkomen op veel gedoe, al reageren ze allemaal op geheel eigen wijze.  Ze krijgen allemaal minimaal 4 keer per jaar een pil, omdat ik er elk kwartaal een wormenpil in gooi. Daarnaast krijgen twee van de vier katten antivlooienpillen, omdat ze hysterisch worden van een pipetje en de pipetjes ook niet voldoende werken. Die vlooienpillen werken vier weken. Ze krijgen natuurlijk alleen in het vlooienseizoen maar de eerste antivlooienpil heb ik nu al weer moeten geven. Het immuunsysteem van de ex-zwervers werkt niet optimaal en vlooien hebben dat heel goed door.

Elke kat hier thuis heeft zijn eigenaardigheden en dat heeft ook gevolgen voor het toedienen van pillen. Ze reageren allemaal anders. Wat ik niet meer doe, is ze allemaal op dezelfde dag een wormenpil te geven. Dat werkt niet met vier katten. Tegen de tijd dat ik één pil in iemands strot heb weten te mikken, zijn de andere drie spoorloos verdwenen. Dus doe ik een pil per dag.

Wil ik een pil geven dan leg ik de pil klaar op het aanrecht en een injectiespuit gevuld met water. Dat water is bedoeld om meteen in de bek te spuiten zodra ik de pil naar binnen heb weten te krijgen. Ze moeten dan wel slikken, zeker omdat ik dan tegelijkertijd ook over hun keel wrijf.

Ik dien de pil meestal toe als ze eten. Ik zet een bak natvoer voor de neus, het slachtoffer gaat lekker eten, ziet me niet aankomen,  wordt opgetild en op het aanrecht gezet. Snel handelen levert het beste resultaat op.

Moos en Smoes vormen de grootste uitdaging. Til ik Moos op dan weet hij meteen wat er gaat gebeuren en past  een hele slimme tactiek toe. Hij gaat op zijn achterpoten staan, strekt zich helemaal uit en steekt zijn voorpoten zo ver mogelijk in de lucht, onderwijl naar het plafond turend, nadenkend over deze verschrikkelijke onheuse bejegening. Sta ik daar met mijn 1 meter 67 en een uitgestrekte boze kat op het aanrecht. Probeer er dán maar eens een pil in te gooien. Dat eindigt dus met een potje vrij worstelen en dat heeft gevolgen voor de goede band tussen mens en kat. Tot uren erna wenst hij geen contact met mij.

Dibbes is redelijk makkelijk met pillen. Het is ook de kat die van de huidige vier het meest pillen kreeg toegediend, dus enige gewenning is er wel. Hij eet, ik til hem op, knijp in zijn kaak, die klapt open, ik mieter de pil naar binnen, water erbij, keeltje wrijven en klaar. Het is dan zaak hem meteen weer op de grond bij zijn bak te zetten en dan is het “oh eten! Lekker!” en gaat hij verder waar hij gebleven was. Helaas zijn de antivlooienpillen zó groot dat ik die door vieren moet snijden en is er na het toedienen van de eerste kwart voldoende agitatie om ook dit te laten eindigen in een potje vrij worstelen. Maar een wormenpil is meestal geen probleem.

Gerrie vindt alles eng dus ook het toedienen van pillen maar laat zich toch heel goed benaderen en oppakken. Hij stribbelt wel wat tegen maar is meer onder de indruk dan dat hij echt tegenwerkt. En ook hij is het snel vergeten als ik hem weer snel bij zijn volle bak voer neerzet. Hij blijft juist in de uren erna vaak bij mij in de buurt, alsof hij denkt dat hij iets met mij moet goed maken, de schat.

En dan Smoes, ja Smoes. Als ik heel zacht denk “nu is Smoes aan de beurt” dan vangt hij dat op en gaat er vandoor, meestal zo door het kattenluik naar buiten. Geen kat is zó snel als Smoes dus die krijg ik dan echt niet meer te pakken. Behoedzaam op hem aflopen terwijl hij eet, fluitend, lieve woordjes uitsprekend, allemaal zinloos, weg is ie! Dus is de enige optie hem grijpen als hij slaapt, hem klem zetten tussen mijn knieën, pil erin duwen en klaar. Dat werkt redelijk al heeft het wel tot gevolg dat hij de eerste dagen na het toedienen alleen nog maar slaapt op voor mij onbereikbare plekken.

Je hoeft natuurlijk niet een pil in de bek te proppen, er zijn andere manieren. Wat ik ook wel eens doe is de pil helemaal fijnmalen, mengen met water, dat opzuigen in een injectiespuit en spuiten in de bek. Wordt niet gewaardeerd maar het werkt meestal wel. Pillen in eten verstoppen is kansloos hier, de eerste keer lukte dat – “hmm lekker leverworst”. De tweede keer is het al “Dat ruik raar. Getver wat is dat, denk je dat ik gek ben!” en de derde keer komen ze niet eens meer in de buurt van de bak, diep beledigd over mijn doorzichtige gedrag. Het doorslaande succes van de easypill – een vouwbare pasta met de smaak van kattenbrokjes en waar je pillen in kunt verstoppen – was dus ook eenmalig.

Gelukkig wordt het tandpoeder dat ik dagelijks over het eten strooi wél zonder morren naar binnen gewerkt. Maar alleen als ik ze het alle vier geef. Iets wat afwijkt, wordt niet getolereerd. Dus krijgen hier vier katten tandpoeder over het eten omdat één kat dat nodig heeft. Maar, het is ook goed om te voorkomen dat ze tandklachten krijgen dus zeker geen weggegooid geld.

Met weemoed denk ik nog wel eens aan Poes Dorrit. Die moest ik 5 jaar lang alle dagen een schildklierpil geven.  De eerste maand was het een drama en daarna deed ze braaf haar bek open, slikte de pil door en klaar. Maar dat was een vrouw, dat zal vast schelen ;-).

 

Opvoeden kan op zoveel manieren.

Kop uit Nrc Next, maandag 20 maart 2017

Sinds kort hebben wij een abonnement op  Nrc Next. Een abonnement aangegaan uit pure vrekkigheid want deze krant is de helft goedkoper dan De Volkskrant, die we hiervoor hadden. Ik las met veel plezier De Volkskrant en met bijna evenveel plezier Nrc Next. Ik zeg bijna want ik ben nog niet heel erg gecharmeerd van de columnisten van mijn nieuwe krant. Het mag van mij allemaal wel wat scherper en ik mis de scherpzinnige stukjes van Grunberg en de venijnige humor van  Witteman. Nrc columnist Youp van het Hek vind ik een kwal en zijn stukjes  zijn wel vaak venijnig maar zonder humor of kwinkslag en dat spreekt mij niet echt aan. Ach, ieder zijn ding.

Een regelmatig terugkerende rubriek in Nrc Next is ‘verdienen en uitgeven’. Dit biedt een kijkje in het uitgavenpatroon van mensen die je niet kent maar die daar wel over willen praten. Ze delen wat ze willen delen en het biedt zeker geen compleet overzicht maar ik vind het wel interessant leesvoer, niet in de laatste plaats omdat ik me vaak verbaas over wat ik lees.

Dan blijkt maar weer dat wij hier in Blogland regelmatig in onze eigen bubbel leven. Als blogger van een blog dat voorheen vooral over besparen en geld ging word ik ook nog steeds bezocht door mensen die dit ook belangrijk vinden. En ik lees ook nog steeds heel veel blogs over dit onderwerp. Je zou bijna gaan denken dat de hele wereld inmiddels wel bewust met geld omgaat. Maar net als dat in je Facebooktijdlijn vooral berichten verschijnen die je wereldbeeld bevestigen, is het ook zo met de blogwereld. Het is helemaal niet zo normaal om heel spaarzaam te leven ook al vind ik van wel. En de gedachte dat spaarzaamheid normaal is, getuigt ook van een enorme vooringenomenheid van mijn kant.

Deze week werd een dame geïnterviewd die aangaf niets te sparen en alles voor haar dochter te betalen. “Ik verwen mijn dochter enorm” was dan ook de kop boven het artikel. De dame in kwestie is een zzp-er die sinds 2012 haar eigen bedrijf heeft. Ze komt op mij over als een echte levensgenieter en een bevlogen mens.  Ze helpt graag mensen, deed vrijwilligerswerk in Ghana, heeft vervolgens via crowdfunding geld ingezameld om ook in  Ghana spullen te kopen voor een ziekenhuis.

Toen ik het interview de eerste keer las, vielen mij vooral de stukken op waarin ze aan geeft haar dochter te verwennen.  “Ik verwen mijn dochter enorm, maar dat vind ik normaal. Zo heb ik een nieuwe scooter voor haar gekocht en betaal het onderhoud, ik betaal haar telefoonrekening, haar kleren en haar studie. Voor dat soort zaken zet ik altijd geld opzij, zodat ik het heb wanneer het nodig is. Dat geeft wel een luxe gevoel, dat we daardoor dingen kunnen doen die we graag willen.” (nNrc Next, 2o maart j.l.)

Dat, samen met de kop en het infoblokje over inkomsten/uitgaven wekt een bepaalde suggestie: de vrouw spaart niets (volgens het infoblokje), geeft alles aan haar kind. Het overzicht roept meer vragen op dan dat het duidelijkheid verschaft. Er zit een gat tussen wat ze zegt uit te geven aan uitjes, studie kind en wat erin het overzicht staat.

De reacties op Facebook onder het artikel logen er  niet om. Ze zou haar kind niet tot zelfredzaamheid opvoeden.

Zelf denk ik dat deze vrouw slachtoffer is geworden van een vooringenomen redactie die graag iemand op een bepaalde manier neerzet. Ze eet graag sushi, verwent haar dochter, nou,nou, poeh, poeh…. Maar het ligt wel wat genuanceerder vind ik. In het infoblokje staat weliswaar dat ze niet spaart maar zelf geeft ze in de tekst aan wél  geld opzij te zetten. Dat moet ook wel, anders kan zij niet met het aangegeven inkomen een studie voor haar kind betalen.  Dat wordt niet duidelijk omdat er niet is doorgevraagd.

Natuurlijk heb ik na jaren over geld schrijven een uitgesproken mening over hoe je een kind financieel kunt opvoeden of zelfredzaam maken. Ik denk dat het belangrijk is kinderen de waarde van geld te leren kennen. Maar dat kan op zoveel manieren. Deze vrouw nam haar dochter mee naar Ghana om vrijwilligerswerk te doen, hoe gaaf is dat. Wat voor geweldige les geef je dan wel niet mee.  Ze kookt een keer in de week voor haar zieke zus en geeft aan dat ze niet op de kosten van dat koken let. Maar ze is wel zelfredzaam, inventief, heeft een eigen bedrijf, leert haar kind hun kennis en tijd te delen en daarmee geeft ze haar kind ook veel waardevols mee.

Een goede financiële opvoeding biedt geen garanties. Mijn vader was zeer spaarzaam. Ik kreeg nooit zomaar iets en moest als puber werken voor de racefiets die ik zo graag wilde hebben (wat ik overigens niet vreemd vond/vind). Ik spaarde daar twee jaar voor en toen ik het geld bij elkaar had gesprokkeld kreeg mijn toenmalige beste vriendin zomaar een racefiets van haar ouders. Ja, dat gebeurt. Dat heeft haar niet gemaakt tot een uitzuiger die zichzelf niet kan redden (ze bedruipt zichzelf heel goed).   Ik kreeg zakgeld van mijn ouders en het was mij duidelijk wat ik daarvan moest bekostigen. Heeft dat ervoor gezorgd dat ik financieel héél bewust was toen ik voor mezelf ging zorgen? Nee, niet echt. Slim met geld omgaan ben ik pas gaan doen toen de nood aan de man kwam. Ligt dit aan mij? Aan de financiële opvoeding van mijn vader? Hij legde nooit uit waarom hij iets deed of hoe hij iets deed. Zou ik anders met geld zijn omgegaan als hij dat wel had uitgelegd? Ik betwijfel het. Ben ik er slechter van geworden? Nee, niet bepaald. Ik leer blijkbaar beter als ik val en zelf moet opstaan.

Terug naar het stuk in de Nrc Next. Natuurlijk zou het geen kwaad kunnen de dochter in kwestie aan te moedigen bepaalde uitgaven zelf te bekostigen maar wie weet gebeurt dit al wel? Ik vind het jammer dat deze rubriek vooral een portret maakt en niet doorvraagt. Een oordeel over iemand vellen is zo makkelijk, de werkelijkheid is vaak heel anders. Mij lijkt het een leuke gulle vrouw met het hart op de juiste plek. Iemand die haar dochter laat zien dat je tijd en aandacht kunt geven aan anderen door het doen van vrijwilligerswerk of te koken voor zieke mensen. Dat is weer eens wat anders dan zakgeldcontracten ;-).

Wat vind jij hiervan?

Op zoek naar een draak: Jamrach’s menagerie

 Op  boekenblog Ogma werd onlangs ‘Scapegallows’ van Carol Birch de hemel in geprezen. Carol Birch? Nooit van gehoord! De recensie wekte leeslust op.  Ik lees wel vrij makkelijk kortere teksten in het Engels maar een heel boek in het Engels kan mijn mistige hoofd niet meer aan. Helaas kon ik niet de hand leggen op een vertaling van Scapegallows maar wel op een ander boek van haar, ‘Jamrach’s menagerie’. Gaan we dat gewoon proberen!

En ik was om, wat een auteur en wat een schrijfstijl! Het boek is één grote avonturenroman over de belevenissen van Jaffy Brown, een jochie van 8 dat op een dag letterlijk in botsing met een tijger komt. De tijger in kwestie is van meneer Jamrach, een handelaar in exotische dieren in het Londen van rond 1850, en die probeert deze toch wellicht wat traumatische ervaring goed te maken door Jaffy de volgende dag een rondleiding te geven. Voor Jaffy valt er niet veel goed te maken. Arm als hij is en met weinig vooruitzichten, is de dierenverzameling van Jamrach een waar paradijs voor hem en hij hoeft niet lang na te denken als Jamrach hem vraagt daar te komen werken.

Na jaren van dieren verzorgen, poep scheppen en de goede zorgen van Jamrach, vertrekt Jaffy op een dag samen met zijn vriend Tim en  zeeman Dan naar zee. Op verzoek van een rijke klant van Jamrach gaan ze op zoek naar een draak in de Indische archipel. Ze varen mee op een walvisvaarder en zo worden er naast een draak ook hier en daar wat walvissen gevangen.

De reis is een groot en meeslepend avontuur. De stukken over de walvisjacht vond ik erg heftig om te lezen, de omschrijving van de stank en de slachtpartij stonden wel heel erg op mijn netvlies. Maar buiten dat vond ik het een prachtig verhaal over volwassen worden, dromen, vriendschap, keuzes maken en moed en de drang uit die tijd om onbekende natuur en dieren te ontdekken.  Het verhaal begint wat ongeloofwaardig met de ontmoeting van de tijger, maar de rest ging erin als koek bij mij. Ik heb letterlijk op het puntje van mijn stoel zitten lezen en toen ik het boek dichtklapte was de wereld niet meer hetzelfde. Dus Tineke, wat let je om Scapegallows te vertalen ;-).

Jamrach’s menagerie:

  • auteur: Carol Birch
  • uitgeverij: Prometheus
  • 9789044621075
  • 352 pagina’s
  • ook verkrijgbaar als e-boek

Puberpartijtje

De tijd van kinderpartijtjes ligt ver achter ons. Goddank. Het gevoel dat ik altijd kreeg vlak voor de start van het feestje lag zeer dicht bij paniek. Ik ben geen natuurtalent met kinderen en dan zeker niet met 7 of 8 doorgedraaide jongens. Dat ze doordraaien is volstrekt begrijpelijk natuurlijk. En dat dit bij mij een reactie opwekt, ook. Vind ik dan toch.

Natuurlijk vierden we hier wel jaar in jaar uit de verjaardagen van kind en kreeg hij elk jaar een partijtje waar hij met volle teugen van genoot. Maar het zal jullie dus niet verbazen dat er na groep 8 bij mij weinig heimwee was naar die tijd. Want op de middelbare school is het klaar met de partijtjes. Althans, wel op die van onze puber.

Ik was dan ook best verbaasd toen hij ineens aangaf toch iets te willen doen buiten het vieren van zijn verjaardag voor familie en het vaste clubje. Wat dat iets moest zijn wist hij niet zo goed. Omdat vage plannen heel goed kunnen eindigen in een middag gamen hier in huis met gillende pubers (prima, maar dat gebeurt al regelmatig en is weinig feestelijk) stelde ik voor dat hij buiten de deur iets zou gaan doen met een paar vrienden. Had hij geen zin om naar de film te gaan en daarna een patatje en hamburger eten?

Ja, dat had hij wel. Hij nodigde drie vrienden uit waarvan er eentje niet kwam omdat die nooit komt als er sprake is van een vooraf geplande activiteit in het bijzijn van meer dan een persoon. En dat is prima natuurlijk, niet iedereen is op zijn gemak in groepen. De andere twee reageerden wel heel enthousiast en dus gingen de heren op een zondagmiddag naar Kong: Skull Island.

Qua kosten voor een partijtje had ik vroeger meestal een budget van €75 à €100 en daar kwam het dit keer ook op neer. De film, daar wat drinken en even eten bij de Mac (o horror) kostte €80.  Ik wilde eigenlijk nog even vooraf plagen en vragen of ze bij de Mac wel even wilden vragen naar de herkomst van het vlees, maar liet dat maar even zitten ;-). Wij eten nooit bij de Mac of een Burger King maar ik snap best dat pubers dit wel af en toe willen doen en dat ik niet aan kinderen van die leeftijd op zo’n moment dwingend kan voorschrijven dat ze alleen maar biologisch vlees naar binnen werken of een kikkererwtenburger als alternatief voorstel.

Rond een uur of 6 werd ik gebeld door de moeder van een van de jongens met de vraag of ze al het vlees kon aanbraden. Euh, nee, de heren waren ergens wat eten. Dát wist ze niet. Pubers zijn pubers en de communicatie gaat niet altijd vloeiend. Gelukkig was het geen probleem. Voorheen communiceerden we dat als ouders vooraf, of werd het op de uitnodiging gezet. Maar nu regelen de kinderen dat onderling en vertellen ze het soms wel en soms niet en soms lopen de meningen daarover uiteen of het wel of niet gezegd is ;-). Ook dat is loslaten.

Wij zijn af en toe ook best sloom. Zo vroegen wij ons om een uur of 8 in de avond ineens af of we hem eigenlijk geen tijd hadden moeten meegeven (het was de volgende dag een gewone schooldag). De film draaide om 4 uur, daarna gingen ze even eten. Hij zou toch wel hebben begrepen dat hij niet pas om 10 uur in de avond thuis moest komen? Ook wij communiceren blijkbaar niet optimaal. Gelukkig stapte het kind in kwestie 5 minuten later stralend naar binnen. En weet ik dat ik voortaan weer in het budget rekening ga houden met een jaarlijks partijtje/feestje.

Positivisme voor pessimisten

Vroeger had ik een beetje moeite met mensen die altijd positief in het leven staan en dat heel erg etaleren. Alles is gewéééldig! Super! Of daar dan weer de overtreffende trap van. Ik werd daar altijd een beetje nerveus van. Ik was namelijk best een zwartkijker – met een altijd half leeg glas en me overal druk om makend –  en wist nooit zo goed wat ik met positivo’s aan moest. Ook was mijn ervaring dat sommige mensen zeggen dat ze positief in het leven staan maar op mij kwam het soms over als manisch ontkennen dat niet alles leuk of fijn is. Laat staan dat je gewoon eerlijk mag benoemen wat niet prettig voelt.

Ook had ik – nu ik toch begin met biechten – een hekel aan mensen die overal een les in zien. Je bent ziek, dat is klote en dan moet je daar lering uit trekken. Ik snap dat best in sommige gevallen, bijvoorbeeld als je overspannen bent geraakt en je grenzen niet goed hebt aangegeven, maar zo denken is wel een glijdende schaal. Wat is de les van kanker? Parkinson? Of van andere nare aandoeningen? Dat je ook iets niet goed deed?

Inmiddels ben ik geen zwartkijker meer. Mentaal voel ik me stabieler en fijner dan vroeger en ook mijn depressieve buien zijn vrijwel verdwenen. Ik sta tegenwoordig eigenlijk wel heel positief in het leven maar heb nog steeds moeite met mensen die hard roeptoeteren dat je gewoon positief moeten denken, dan ziet de wereld er een stuk beter uit, krijg je makkelijker voor elkaar wat je wilt. Gewoon niet zo sippen maar gaan met die banaan! Positieve mensen hebben meer leuke ervaringen en leven langer, schijnt. Ja leuk, maar  ‘gewoon positief denken’, hoe moet dat dan?  Mijn ervaring is dat als je tegen iemand zegt “je mag niet negatief denken”, dat het dan niet lukt. Zoals de beroemde “denk niet aan een olifant met roze stippen”meteen op je netvlies staat gebrand, zo  druk je ook niet zomaar negatieve gedachten weg.

Het leven bestaat nu eenmaal uit fijne en moeilijke momenten en soms overheerst het moeilijke. Toen ik ziek werd, was ik heel erg bang dat mensen mij negatief zouden vinden. Ik gaf dan ook vaak een sociaal wenselijk antwoord als ze vroegen hoe het ging. Ik uitte vrijwel niet wat er in mij omging en was dwangmatig op zoek naar verbetering van de situatie. Want accepteren dat dit het was, an me nooit niet! Het duurde best lang om te zien dat erkennen en accepteren van mijn situatie niet betekent dat ik bij de pakken neerzit of het koppie laat hangen. Juist door acceptatie komt er ruimte voor andere dingen, voor fijne dingen.

Inmiddels zie ik nu dat situaties weliswaar soms ongewenst of naar zijn en niet zomaar te veranderen, maar dat ik wel een keus heb in hoe ik daarmee omga. Ik kan kiezen om er op een andere manier, positievere manier, mee om te gaan. Ik weet ook nog heel precies het moment dat dit besef kwam: ik lag op de bank met pijn en was volledig uitgeput. Voor me lag wéér een dag dat ik niet kon doen wat ik wilde doen en dat was de dag ervoor en ervoor en ervoor ook al zo. Ik zag op tegen wat voor me lag.  “Is dit nou mijn leven? Blijft het nu altijd zo? Dit houd ik niet vol.” Maar omdat niet volhouden geen optie is – je kunt nu eenmaal niet naar de winkel met een kassabon en zeggen “doet u mij maar een ander lijf, dit doet het niet meer” –  kon ik twee dingen doen, zo liggend op de bank. Meegaan in mijn overweldigend boze zielige gevoel of kijken wat er nog wel goed was in mijn leven. Het zal je niet verbazen dat ik voor het tweede koos en dat de lijst van fijne dingen best heel lang was.  Net als dat ik ook leerde dat ik soms best wel eens eerlijk tegen iemand kan zeggen: “vandaag heb ik geen goede dag maar wat leuk dat je er bent.” Het maakt het contact alleen maar waarachtiger.

Voeg iets toe werkt wel.  Iets toevoegen werkt soms beter dan iets weglaten of wegdrukken. Dus in plaats van te focussen op negatieve gedachten en te proberen die te stoppen, richt je de aandacht op wat wél positief is. In mijn situatie betekende dat ik bijvoorbeeld benoemde wat wél fijn was op een dag dat ik pijn had, niets kon en plat op de bank lag. Soms waren dat hele kleine dingen, zoals dat ik vanaf de bank door het raam een koolmeesje zag zitten op het stuur van de fiets van S. en dat ik merkte dat ik daar blij van werd.  Of dat kat Smoes die altijd heel schuw was, ineens veel socialer werd door mijn altijd thuis zijn. Eenmaal begonnen zag ik steeds meer positiefs. Ik kan dan weliswaar niet meer werken…. maar heb ook geen last meer van sommige vervelende collega’s of treinen met eindeloos veel vertraging of de ratrace in het algemeen/ kan wel altijd kind aanhoren en luisteren wat er speelt/ ben toch in staat om sommige dingen die ik heel graag doe in etappes te blijven doen zoals koken, lezen, schrijven/ blabla.

Als je merkt dat sommige negatieve gedachten omhoog blijven ploppen dan vraagt er ook vaak iets gewoon om aandacht. Het kan helpen om dan naar de situatie te kijken. Is die te veranderen? Nee? Plopt de negatieve gedachte omhoog uit gewoonte? Is het een oordeel over jezelf? Gedachten zijn niet de waarheid en we hoeven er niet in mee te gaan. Gaan we er wel in mee dan roepen ze vaak emoties op. Emoties zijn ook niet de waarheid. Het zijn gewoon maar emoties.

Omdenken werkt goed in heel veel situaties is mijn ervaring. En dan niet het flauwe “denk in kansen en niet in problemen” want een beetje onzeker mens is dan meteen lam geslagen.  Maar denken wat wel kan in een situatie die voelt alsof er niets kan, lukt het best als ik de situatie in stukjes hak. Denk ik dat iets niet lukt op een dag? Ik bedenk dan wat ik wel kan. Ik kan niet koken want ik ben te moe voor de hele handeling van het koken. Maar, ik kan nu wel het eerste stapje zetten, bijvoorbeeld alles klaarleggen. En dan een uur later een ui snijden. En weer een uur later een courgette in blokjes snijden. In plaats van dat ik mezelf commentaar geef op weer een dag dat het niet lukt om te koken, juich ik mezelf toe dat het wel lukt om het eerste stapje te zetten. “Daar gaat ze mensen, Min of Meer staat op de van de bank en snijdt een ui. Echt, ze doet het gewoon, geweldig wat een prestatie!” Moet je eens kijken wat dát doet voor je humeur ;-).

Verleg je focus naar de juiste dingen. Soms worden we zo gegrepen door het leven van alledag, door wat moet en door het gevoel dat we klem zitten dat we helemaal vergeten die dingen te doen waar we blij van worden. In de tijd of ruimte die er is meer doen van wat je oplaadt, blij maakt of goed voor je is, doet ook wonderen voor je humeur.

Positief denken kan een gewoonte worden, net als negatief denken. En het denken ombuigen gaat niet vanzelf. Het is een pad dat je aanlegt in je brein. De eerste paar keer gaat dat moeizaam, met kapmes baan je je een weg door jaren niet gecorrigeerde negatieve shit (sorry, mijn fantasie slaat nu eenmaal makkelijk op hol), maar ben je eenmaal begonnen met hakken, dan gaat het steeds makkelijker.

Positief denken met daarbij in staat zijn tot eerlijkheid, zelfonderzoek, dingen durven benoemen en relativeren mét een beetje humor erbij, dan heb je iets waar veel mensen jaren naar zoeken:balans. En zoeken we dat niet allemaal?

Zaterdag

Natuurlijk net op dat kussen gaan liggen wat het mens voor zichzelf heeft gepakt.

Deze week was super, natuurlijk vooral door het weer. Ik heb heel veel buiten gezeten, soms helemaal ingepakt in dekens, maar toch. Zon! Het voordeel van dit weer is dat ik me makkelijker kan overgeven aan de dag. Die kabbelt dan wat voort en ik lees vooral veel en hoef niets. Dat kan natuurlijk ook meestal in mijn situatie. Vaak vind ik dat nog vervelend – ik ben nog steeds geen Boeddha –  maar in deze tijd van het jaar niet :-).

glutenvrij broodje van teffmeel

Natuurlijk moest er toch af en toe wel iets, zoals een glutenvrij broodje bakken omdat ik niets meer in huis had, of naar de huisarts voor mijn injecties. En ook even naar de tandarts wegens kiespijn.

Ik had al een paar weken flinke pijn. Nu heb ik ook aan die kant – links – een telkens terugkerende oorontsteking en soms is het moeilijk te bepalen of de oorpijn een gevolg is van de kiespijn of juist andersom. Het kan een uitstralingspijn veroorzaken natuurlijk.

In ieder geval, die kies deed pijn. Eigenlijk alle kiezen, maar deze in het bijzonder. Denk aan enorme overgevoeligheid voor kou. Geen drama maar wel een paar keer per dag een intense kortdurende pijn. En dat terwijl onze favoriete ijssalon net weer is open gegaan, daar wil ik natuurlijk wel van gaan genieten!

Hoewel ik vermoedde dat de pijn kan worden veroorzaakt door de slotjesbeugel – er staat toch wel een enorme druk op die kaak – belde ik even naar de tandarts.  Liever nu weten wat er aan de hand is dan er in juni tijdens de controle achter komen dat ik toch een gaatje heb of een uit de hand gelopen ontsteking. Het weinig opwekkende verhaal van Jolanda trok me over de drempel om te bellen en ik kon gelukkig meteen de volgende dag terecht.

Gelukkig was er niets aan de hand, anders dan overgevoeligheid veroorzaakt door inderdaad de beugel. Voor de zekerheid zijn er foto’s gemaakt maar alles was prima in orde. De tandarts vond dat ze me wel heel erg hebben ingesnoerd bij de orthodontist. Ik heb aan de onderkant nu de dikste draad en ook tussen de slotjes zelf allerlei draden plus elastiekjes die ik moet dragen. Dat zorgt alles bij elkaar voor een enorme druk op de kiezen. De kies die zo’n  pijn doet, is wat omhoog gekomen en het sluit allemaal niet meer lekker aan. Bovendien wist hij zeer beeldend te vertellen dat alle wortels natuurlijk van hun plek worden gerukt door de beugel en dat hierdoor alles overgevoelig kan worden. Omdat ik de beugel al best lang heb zonder grote klachten- ruim 1,5 jaar en weinig echte last tot nu toe – was het niet raar dat ik dacht dat er iets anders aan de hand was.

Afijn, hij heeft de bovenkant wat bijgeslepen, dat zorgde meteen al voor verlichting en ik kreeg het advies om voorlopig met Sensodyne te poetsten. Dan zou ik binnen twee weken minder pijnklachten moeten hebben.

Over naar het kattenjournaal. Naar aanleiding van mijn stuk vorige week over mijn zoektocht naar een andere vervoersmand, eentje met een deksel boven, kreeg ik veel tips van mensen. Ook dé tip om welk merk het ging, de Pet Caddy. Ik had de mand namelijk ooit ergens op een foto gezien maar wist niet meer waar. Uiteindelijk bleek dat op de FB-pagina van Villa Vacht te zijn, een organisatie die verlamde katten en zorgkatten een huis geeft. Kim van Villa Vacht vertelde mij dat sinds ze deze bovenladers gebruikt – vervoersboxen met een deksel aan de bovenkant – het vervoeren van de katten makkelijker gaat met minder stress voor de katten. En minder stress willen we natuurlijk, vooral voor Dibbes.

Dus ging ik deze mand bestellen. En werkelijk waar, ik had de bestelpagina al openstaan toen ik een mail kreeg van een lezeres met de opmerking dat zij de mand heeft die ik zocht en dat ik hem mocht hebben.Echt heel tof vind ik dat! Ze woont niet al te ver van het werk van M. en dus ging hij deze week een keer na zijn werk langs om de mand op te halen. Hoewel ze aan had gegeven niets voor de mand te willen hebben – zij had hem ook weer gekregen – vond ik het wel leuk om een kleine attentie te kopen. Ze vertelde in haar mails dat ze sinds kort kleine kittens heeft en dus heb ik wat speeltjes voor ze gekocht.  M. kwam helemaal verliefd thuis. 😉 Wij zijn geen kittens gewend, hebben alleen maar aanloopkatten en kwijlen uitvoerig als we in de gelegenheid zijn om kittens eens in het echt te bewonderen.

 

prachtig boek, zie komende dinsdag recensie

Meer avonturen waren er niet deze week. Dit weekend heb ik geen andere plannen dan lekker lezen en een kippetje in de oven gooien.  Ik heb bij de man een klein klusverzoek ingediend (een plank in een keukenkast maken), dus ga ik hem aanmoedigen. Wellicht dat we weer verder gaan kijken en denken over de keuken. Meestal zijn wij wel snelle en ook wel impulsieve beslissers maar op dit gebied zijn we echt té sloom (en ook wel lamgeslagen door alle opties denk ik). Ga ik nu weer in de zon zitten, die schijnt terwijl ik dit schrijf (donderdag) nog zeer uitbundig.

Fijn weekend allemaal! Wat zijn jullie plannen?

Schrijven en taalgevoel

 

machine-writing-1035292_1920

Onlangs kreeg ik een mail van een bloglezeres met feedback. Ze leest mijn blog al geruime tijd en wilde persoonlijk reageren op een tekst van mij. Buiten dat wilde zij ook even haar ei kwijt. Het viel haar op dat ik in een door haar net gelezen stuk een taalkundige fout maak die zij al vaker heeft gezien bij mij. Ondanks mijn ‘bijna perfecte Nederlands’ (haar woorden, maar ik beschouw dat als een groot compliment) wilde ze mij hier toch even op wijzen.

Heel attent vind ik dat. De fout die ze benoemde is inderdaad één van mijn blinde vlekken. Prettig leesbaar schrijven, een correcte grammatica & spelling en soepel lopende zinnen vind ik belangrijk. Ik vind het tof dat iemand dit aanvoelt, de moeite neemt me te wijzen op een foutje en dat ook nog eens heel plezierig brengt.

Schrijven is één ding, correct taalgebruik is een ander ding. Natuurlijk heeft iemand die goed kan schrijven meestal een goed ontwikkeld taalgevoel. Maar dat is niet hetzelfde als alle regels kennen en weten toe te passen. Dat weet ik sinds ik een tijdje meedraaide op de redactieafdeling van een uitgeverij en gedesillusioneerd raakte over de teksten die door de auteurs werden ingeleverd. Zoveel fouten! Achter een goede schrijver staat een goede redacteur weet ik nu en redigeren is een vak apart.

Andermans teksten redigeren gaat mij redelijk af, misschien omdat er meer afstand is. Met mijn eigen teksten vind ik dat moeilijker. Ze zeggen wel eens dat schrijven vooral bestaat uit het kritisch schrappen – ‘kill your darlings’ – van je tekst. Dat is best moeilijk maar ik probeer het toch toe te passen op mijn eigen teksten. Hoewel ik blog voor mijn plezier en ik niet vind dat elke tekst hier van journalistiek niveau hoeft te zijn, bekijk ik wel bijna alles wat ik schrijf met een bepaalde blik. Is het een logisch geheel? Heeft elke alinea nut? (verbazingwekkend hoe vaak ik soms een hele alinea kan schrappen). Heeft de tekst een begin, middenstuk en eind? Zijn er woorden die te vaak worden gebruikt? (dan zoek ik even naar synoniemen) en zeer belangrijk: maak ik geen stomme fouten qua spelling en grammatica.

Dat laatste is altijd mijn angst geweest. Toen ik op de middelbare school kwam, had ik nog nooit van het kofschip gehoord! “Fokschaap dan?” probeerde de docent Nederlands nog even. Maar ik – en met mij alle pubers die op de Faunaschool in Wormer hadden gezeten – keken hem glazig aan. Kofschip? Nee, nooit van gehoord. We gingen wel altijd met de hele school leuk stoepkrijten als het mooi weer was. En we hadden een volière in de klas. Ook wisten wij buitensporig veel van motoren, de hobby van onze meester. Maar het onderdeel grammatica en spelling had wat minder aandacht gekregen.

Dat is altijd een gebrek gebleven. Ik heb mezelf veel aangeleerd door er over te lezen en vaak iets op te zoeken. Gelukkig heb ik van nature wel taalgevoel en zijn de d’s en de t’s bij mij meestal wel goed. Maar, ik ben wel kampioen ‘zin omgooien’ geworden. Bij twijfel (ook over een d of t) gooi ik de zin altijd om en hop, het probleem  is meestal opgelost. En dan nog maak ik fouten. Gewoon omdat ik het soms niet zie, soms te lui ben, soms een slechte dag heb en me niet kan concentreren en soms ook echt niet weet dat iets fout is.

Vreemd genoeg werd tijdens mijn universitaire opleiding Publicistiek nauwelijks aandacht besteed aan grammatica en spelling. Ik stroomde na het propedeusejaar Geschiedenis door naar Culturele Studies en dan specifiek Publicistiek. Een opleiding waarbij wij getraind werden onze kennis – in mijn geval was dat cultuurgeschiedenis – te gieten in goed leesbare verschillende soorten teksten. Denk aan artikelen voor een tijdschrift of krant. Onze teksten werden door journalisten en auteurs zoals bijvoorbeeld Arnold Heumakers, Willem van Toorn, Michaël Zeeman en Pauline Slot, regelmatig volledig met de grond gelijk gemaakt (in mijn geval zeker, ik was een matige student). Maar al te vaak diende ik een tekst vijf keer opnieuw in – allemaal op een ouderwetse typemachine geschreven – voordat het enigszins acceptabel was volgens de schrijfgoden. We kregen overal kritiek op, denk aan het ritme van de zinnen, hoe we de boodschap brachten, het onderwerp zelf, gebruik van stijl, citaten. Ik heb er enorm veel van geleerd. Maar zelden of nooit was er voor mij bruikbare kritiek op mijn spelling en grammatica. Dat werd bekend verondersteld. Je werd geacht het Groene Boekje in je bezit te hebben en verder zocht je het maar uit.

Schrijven via internet is weer een vak apart. Toen ik studeerde in de oertijd, was internet nog helemaal niet aan de orde en ook nog niet tijdens mijn latere baan bij een uitgeverij. Publiceren was een langzaam proces met veel correctielagen en nam veel tijd in beslag. Het voordeel van internet is de snelheid. Het nadeel van internet is natuurlijk ook de snelheid. Als blogger kun je zó iets publiceren en snelheid maakt maar al te vaak slordig.

correcting-1870721_1920Gelukkig kun je tegenwoordig alles heel snel opzoeken en ook je kennis opfrissen op sites als die van Onze Taal, wat ik dan ook regelmatig doe. Maar dat kan alleen wanneer ik door heb dat ik iets niet weet. Ik twijfel wel vaak – schrijf je ‘hierop wijzen’ of ‘hier op wijzen’? Hé, nu staat er iets heel anders!- wat nu correct is.  En zo ontdekte ik pas een paar jaar geleden dat het ‘onmiddellijk’ is en niet ‘onmiddelijk’, ondanks regelmatig gebruik van spellingcontroles. Ik ben dan zo’n gek die ondanks mijn onzekerheid dan tóch denkt dat de spellingscontrole het fout heeft ;-). Blinde vlekken zullen er altijd zijn.

Wat is jouw blinde vlek?

 

(bron afbeeldingen Pixabay)