De week

Niet dat ik me meteen zo voel, maar toch, in gedachten toch zeker en dat telt ook, vind ik.

Sinds kort gaat het eigenlijk best goed met mij. Ik voel me bij vlagen iets energieker. Niet dat ik nu ineens veel meer doe, het is het verschil tussen volledig uitgeput opstaan en me met lood in de schoenen aankleden, of redelijk opstaan en me aankleden, waarna ik niet meteen weer een uur plat moet om bij te komen.

Dit om even duidelijk te maken dat als ik zeg dat ik mij goed voel, dat waarschijnlijk iets anders is dan wat de meeste (gezonde) mensen zich daarbij voorstellen. Ik heb ook gemerkt dat mensen nogal eens denken dat alles meteen helemaal goed is (miraculeus genezen!) als ik meld dat het goed of iets beter gaat.

Dat komt wellicht ook door mijn gedrag. Ik kan nogal enthousiast en uitbundig reageren en verbaal nogal krachtig uit de hoek komen. Dus als ik lyrisch zeg dat ik een paar topdagen had, dan heb ik het over dagen dat ik niet eind van de middag met pijn en totaal uitgeput op de bank lig en dat het lukt om tijdens het avondeten aan tafel te blijven zitten, in plaats van halverwege de maaltijd naar de bank te verhuizen omdat zitten niet meer lukt. Dit om alles even in perspectief te plaatsen. Een topdag is in mijn wereld een dag met weinig pijn en waarop ik de dagelijkse dingen zonder al te veel moeite kan doen.

Dat gezegd hebbende, had ik afgelopen week een topweek! Want ik heb dus bij vlagen iets meer energie. En dat voelt zo goed! Ik denk dat mijn tactiek om meer te monitoren op de ochtendhartslag in rust, effect heeft. Het helpt me beter te pacen. Dat én de behandeling bij de orthomoleculair therapeut. Ik zal er binnenkort weer wat meer over schrijven.

Ik vouwde een was op (dat was me al weken niet gelukt), we kregen de scooter weer aan de praat met behulp van de tips van de brommerwinkel waar ik hem kocht. Vriendin I. kwam een uurtje langs voor een kop koffie. Dat was fijn want ik had haar bijna een jaar niet gezien! En ik ging weer naar de fysio, na een pauze van bijna 6 weken.

Daarna was het even minder. Ik had een fysieke terugslag van het aantrappen van de scooter met de kickstart. Ik wilde perse dat dit mij zonder hulp van M. zou lukken. Dat geeft me een veiliger gevoel. Als ik dan ergens strand, kan ik het zelf oplossen. Het is een kwestie van oefenen. Net als dat ik de scooter in het begin nauwelijks op de standaard kreeg, zo zwaar vond ik hem, en nu doe ik dat vrij makkelijk. Niet op een slechte dag, dan lukt het niet, maar dat maakt niet uit want dan blijf ik toch in bed liggen.

Afijn, topweek dus met daarna twee dagen fysieke terugslag. En tóch gingen we naar de film zondag. De teleurstelling van vorig weekend indachtig, toen ‘The Favourite’ was uitverkocht, kocht ik zaterdagochtend vroeg al kaarten voor zondagmiddag. En merkte daarna pas dat ik een terugslag had. Zal je altijd zien. Maar ik moest en zou naar de film, dus lag ik veel plat om dat mogelijk te maken. En het lukte! Het was niet het slimste wat ik kon doen maar wel het fijnste. En dat is soms ook nodig.

Vroeger was ik altijd op zoek naar GELUK, naar MEER en BETER. Een van de voordelen van zolang weinig tot niets kunnen doen is, dat ik tegenwoordig waanzinnig blij en lyrisch kan worden van hele kleine dingen: buiten kunnen zijn, een fijn gesprek met mijn vriendin, douchen zonder daarna in te storten, een wandeling van 5 minuten. Alles voelt prettiger als het gewone dagelijkse leven niet een permanente fysieke strijd is. En het is top als er buiten het dagelijkse riedeltje van douchen en koken ook nog iets extra’s kan. Dus van die film genoot ik. Heel erg. Heb ik al gezegd dat ik genoot. Ik genoot!

Dát was het goede nieuws.

Het slechte nieuws is dat mijn scooter toch weer in alle talen zweeg toen ik na de film weg wilde rijden. Kickstart lukte niet, ook M. kreeg het niet voor elkaar. Dan maar lopen naar huis. M. duwde de scooter, ik liep met zijn fiets in de hand. Dat was pittig, heel pittig. Maar die film was leuk.

Als jullie me dan nu willen excuseren, dan ga ik even instorten en weer opladen.

Advertenties

Aangenaam verrast

Deze week kreeg ik via een mail een melding dat er een bericht voor me klaar stond op de site van het UW.V., waarschijnlijk mijn uitkerinspecificatie. Meestal laat ik dat gaan, maar nu logde ik in. Ik was benieuwd of er iets zou zijn veranderd, zo in het nieuwe jaar.

Elk jaar krijg ik een minimale verhoging in januari. Ik heb het even teruggekeken, dat is meestal een bedrag tussen de €8 en €15.

De verrassing was dus best groot dat ik er vanaf deze maand €30 bij krijg. Dat is €360 per jaar! We kunnen dat bovendien goed gebruiken. Veel zorgkosten gehad en nog veel op dat gebied te verwachten. Ik ga die €30 dan ook standaard op de spaarrekening zetten, anders verdwijnt het op de grote hoop.

Ik las dat de meeste mensen deze maand een verhoging kunnen verwachting van het salaris of de uitkering omdat de inkomstenbelasting is verlaagd. Wat M. erbij krijgt weten we nog niet. Hij laat deze maand ook niet opgenomen vakantiedagen uitbetalen, dus dat is nog wat ondoorzichtig.

Is er bij jullie ook een verandering in het inkomen?

Review: De onschuld

Tracy Chevalier is een voor mij tot nu toe onbekende auteur. De hype rond ‘Meisje met de parel’ is mij niet ontgaan en ik wist ook wel dat ze historische romans schrijft maar op de één of andere manier kwam het er maar niet van. Volgens mij was het Ogma’s Mirjam die een tijd geleden iets schreef over ‘De onschuld’, ook van Tracy Chevalier en toen ik bij haar de woorden circus, Londen en 18e eeuw in één zin las, rende ik als het ware meteen naar de bieb toe. Dat moest ik lezen! Dus las ik het en nu wil ik alles van Chevalier lezen.

De familie van Jem Kellaway laadt na een groot verlies in het gezin hun boedel op een kar en vertrekt naar Londen. De vader van Jem kan daar aan de slag als stoelenmaker en timmerman voor Philip Astley, de eigenaar van een groot circus. De overgang van het rustige dorpje waar ze woonden naar het grote Londen is groot. Al snel leert Jem Maggie kennen, in alles zijn tegenpool, ze is wereldwijs, brutaal, heel ondernemend en de twee kinderen, bijna pubers, raken bevriend met elkaar én met de buurman van Jem, de dichter William Blake.

De familie Kellaway vindt langzaam haar weg in de nieuwe leefomgeving maar de revolutie in Frankrijk laat ook zijn sporen na in Engeland. Verhoudingen worden op scherp gezet en mensen worden gedwongen loyaliteitsverklaringen aan de koning te tekenen. De stemming wordt steeds grimmiger en grijpt in op het dagelijks leven van Jem en Maggie.

Wat grote indruk maakte was de geweldige sfeerbeschrijving van het dagelijks leven en de leefomgeving van de mensen. Maggie werkt in de mosterdfabriek en is na een dag werken geel van de mosterd en snuit bloed. De straten van Londen zijn op koude dagen altijd mistig, niet zozeer door het weer maar door de walm van de kolen die verstookt worden en de ogen van de mensen zijn om die reden rood en betraand. De wereld is grauw en ellendig en het circus van Philip Astley biedt mensen de broodnodige afleiding.

Mooi, heel mooi.

Tracy Chevalier
De onschuld

382 pagina’s

Het is niet persoonlijk bedoeld

Afbeelding Pixabay/Isabel García

Dat ik me goed voelde, was verbazingwekkend want ik had behoorlijk slecht geslapen. Voor de zekerheid bleef ik heel lang in bed liggen maar zo rond 11 uur concludeerde ik dat het lijf zich echt redelijk gedroeg. Sterker nog, ik voelde me eigenlijk wel heel aardig! De vraag drong zich op: wát ga ik met die energie doen?

Met de blamage van vorige keer in gedachten, besloot ik de was te negeren die klaar lag om te worden opgevouwen. Het was bovendien heel zonnig buiten dus leek een uitstapje me een beter idee.

Dus appte ik mijn moeder en die zag het wel zitten als ik even langs kwam. Ik had haar twee weken niet gezien. Ze is sinds ze geen auto meer heeft minder mobiel. Maar ik heb een scooter en voelde me goed, dus daar ging ik!

Alleen wilde de scooter niet starten. Er kwam alleen maar een raar hees geluid uit. Paar keer geprobeerd maar zelfs deze nitwit heeft wel iets gehoord van een startmotor die kan verzuipen dus echt lang durfde ik dat niet te proberen.

Wat nu? Ik heb geen kracht om het met de kickstart te doen, ontdekte ik na twee pogingen. Dan maar de gegevens van mijn dealer opgezocht. Die is dicht op maandag. En om nu een alarmcentrale te bellen omdat mijn scooter niet wil starten leek me wat ver gaan. Niet als de reden van op weg gaan een kopje thee elders was. Ik stond immers niet met pech op de dijk in de regen.

Dus moedertje weer geappt dat het feest niet doorging. Zij stelde voor naar mij te komen met de fiets. Maar inmiddels zat ik er al doorheen. Een beetje stress, wat dingen proberen en uitzoeken en weg energie.


Het universum is echt niet tegen mij. Maar soms voelt het wel zo.

En dan, dán kost het me wel eens heel veel moeite om het niet persoonlijk op te vatten. Er is zó weinig beweegruimte, 9 van de 10 keer gaat een plan dat ik verzin mis. Is het niet vanwege gebrek aan energie of pijn in het lijf, dan is het wel door uitverkochte bioscoopkaarten omdat ik pas kort voor een voorstelling kan besluiten of ik echt weg kan gaan of een klote scooter die niet doet wat hij moet doen. En zit ik een half uur nadat ik bedacht om naar mijn moeder te gaan, uitgeput en met pijn op de bank zonder überhaupt de tuin uit te zijn geweest, me een domme uitgebluste muts voelend die van elke scheet fysiek zo van de rel raakt dat het gewoonweg gênant is.

Nu had ik drie problemen: ik had energie maar die was verdwenen, mijn scooter wilde niet starten en ik gaf die irritante roeptoeter in mijn hoofd heel veel ruimte om mezelf genadeloos af te fakkelen. Natuurlijk weet ik dat het geen zin heeft me zo op te winden, het brengt me nergens om zo te denken, het is allemaal niet persoonlijk bedoeld, bekijk het positief, er zijn geen dooien gevallen, morgen weer een dag en kop op. Alleen nu even niet. Het universum is echt niet tegen mij. Maar soms voelt het wel zo.

Als jullie me nu even willen verontschuldigen, dan wentel ik me lekker in zelfmedelijden tot ook dat te gênant wordt en dan doe ik morgen weer alsof er niets aan de hand is. Beloofd!

De week

Afgelopen week was heel erg oké. Buiten een stressdag en een bijkomdag door het dierenartsbezoek, hield ik me heel erg rustig en voelde ik me redelijk.

Ik las een prachtig boek (binnenkort review want aanrader) en begon met een volgend boek. Op woensdag ben ik naar buiten geweest en heb ik even gewandeld. Het was toevallig ook net op dat moment stralend zonnig en lekker koud, zalig. Het voordeel van de rollator is dat ik kan gaan zitten wanneer ik voel dat dit nodig is en dat ik dan niet nog even 30 meter moet doorlopen op zoek naar een bank.

Dus zat ik tussendoor drie keer en voelde me intens tevreden. Grappig genoeg voel ik me na zo’n wandeling van hooguit 1000 stappen hetzelfde als ik me vroeger kon voelen na een uur flink doorstappen: je komt van buiten in de kou binnen in een warm huis en je begint helemaal te gloeien. Heerlijk.

Ik ruimde meteen wat glaswerk in het park op. Zo asociaal dat mensen dat laten liggen!

Verder had ik me zondag helemaal opgepept om naar de film te gaan: The Favourite. Een kostuumdrama/ komedie dat zich speelt in de 18e eeuw aan het hof van de Engelse Koningin Anne. Helaas bleek de voorstelling van half vijf te zijn uitverkocht. Ik dacht ruim op tijd te zijn toen ik online om 13 uur kaartjes ging kopen, helaas. De avondvoorstelling is geen optie voor mij dus nu maar hopen dat de film volgende week nog draait.

Deze week heb ik verder geen verplichtingen, buiten een fysio behandeling op vrijdag, dus kan ik me nu weer koest houden en gaan bijtrekken zodat ik bij het eerstvolgende sprankje energie iets leuks kan gaan doen!.

Fijne week allemaal!

Dierenarts

Nou daar gingen we, naar de dierenarts voor de jaarlijkse enting van Gerrie en Moos. Of wacht, daar ging nog wat aan vooraf.

Om Gerrie in de mand te krijgen moet je goed beslagen ten ijs komen. Deze ex-zwerfkat kwam vier jaar geleden in ons leven en was geen menselijke aanraking gewend. Ik heb hem de eerste periode met een afwasborstel heel zacht over zijn rug geaaid als hij kwam eten. De eerste paar keer vond hij dat doodeng maar de honger was groter dan de angst. Heel langzaam wende hij zo aan aanraking en menselijk contact en leerde hij ons vertrouwen. Alleen dat laagje vertrouwen is heel dun en er hoeft maar iets te gebeuren en er blijft pure angst over.

De eerste paar jaar was het vreemd genoeg nog wel mogelijk om hem – toen hij eenmaal wat gewend was – op te tillen om bijvoorbeeld een pilletje te geven. Maar blijkbaar is hij dat gaan associëren met vervelende dingen, dus dat lukt niet meer. Het vreemde is dat hij wel heel aanhalig is. Ligt in bed tegen mij aan, vraagt aandacht op het opdringerige af, geeft kopjes en kusjes en zit soms minuten lang neus aan neus met mij. Maar dat is allemaal op zijn initiatief. Benader ik hem, dan blijft hij schrikkerig.

Toch zullen we wel een keer per jaar met hem naar de dierenarts moeten gaan, voor een enting en controle. Met zijn verleden van slecht en onregelmatig eten is het denk ik goed om hem regelmatig te laten onderzoeken. Ook omdat hij een hartruis heeft, iets wat helemaal niet erg hoeft te zijn maar wat wel goed is om te monitoren.

Leuk is anders. Elk jaar levert het bezoek aan de dierenarts veel stress op, bij hem en bij mij. Want ik ben de boeman die hem in de mand propt. Dit jaar dacht ik toen de oproep van de dierenarts kwam, slim te zijn. Ik ging eerst oefenen met optillen, besloot ik. Het optillen belonen met lekkers. En van daaruit zouden we gaan oefenen met de mand.

Dat probeerde ik al eerder en dat was toen een grote faal, en nu helaas weer. Met Dibbes lukt dit wel (ook een ex-zwerfkat) maar Gerrie wil het niet, doet het niet, verdomt het. Hij werkt een paar keer mee en dan rent hij keihard weg. Dus besloot ik dan maar weer over te gaan op alprazolam, een kalmeringsmiddel. Is hij eenmaal wat rustiger dan krijg ik hem wel in de mand.

Alprazolam krijg hij ook altijd op oudejaarsavond. De eerste pil diende ik afgelopen keer toe toen hij lag te slapen. Dat was dus een groot verrassingseffect. Heel vals van mij maar wel effectief. Bij de tweede pil later op die dag ontdekte ik dat hij het prima vindt om een stukje jonge kaas met daarin een pil verstopt, te eten. Vorig jaar lukte het op die manier met wat gerookte zalm.

Dus stapte ik afgelopen vrijdag vol zelfvertrouwen op Gerrie af met een stukje kaas met pil. Hij pakte het gretig aan, harkte het naar binnen met zijn tong en werkte het met dezelfde snelheid weer naar buiten. Dát moest hij niet! Dan maar op goed geluk. Gewoon eten gegeven en hem snel opgetild. Binnen een seconde was Gerrie aan de andere kant van het huis, droop er bij mij bloed uit diverse wonden en was mijn hartslag 130.

Afijn, eerst maar eens kalmeren. De man verzorgde mijn hand, dat was een lelijke jaap, en ik probeerde me te ontfermen over mijn hysterische brein. Ik had nog twee uur en een kwartier voordat we bij de dierenarts moesten zijn en zo’n pil heeft twee uur nodig om te gaan werken. Zonder pil, geen mand en geen dierenarts.

Ik had nog wat easypill. Dat is een kneedbare pasta die smaakt naar kattenbrokjes waar je een pil in kunt verstoppen. In het verleden was dit één keer een daverend succes maar werd het de volgende keer vol walging uitgespuugd.

Nu ben ik niet voor een gat te vangen, dus verstopte ik de pil in de pasta, vermaalde in de vijzel wat van zijn lievelingsbrokjes (Oral Care van Royal Canin) en rolde het stukje pasta er doorheen. Nu was het nét een normaal brokje en ook precies het formaat van zijn favoriete brokjes. Meneer zat me op de trap vol argwaan te bekijken, maar kon zijn favoriete brokjes niet weerstaan toen ik er vier aanbood, waarvan er dus eentje een wolf in schaapskleren was. Het werd gretig naar binnen gewerkt.

Nu gingen we over op fase twee van Operatie-Gerrie-in-de-mand: lekker op bed liggen en wachten tot de pil ging werken. Meestal komt hij bij me liggen als ik op bed lig en dat was nu ook het geval. Alleen bleef hij akelig alert tot het moment dat de man naar boven kwam met de mand. We hadden alles doorgesproken. Ik zou Gerrie pakken en met mijn rug naar de deuropening toe gaan staan zodat hij niet zou zien dat M. met de mand binnen kwam. Nou zag Gerrie dat sowieso niet, toen puntje bij paaltje kwam werd het een potje vrij worstelen waar kat en mens met een diepe wond in de ziel weer uit kwamen. Maar goed, hij zat in de mand. En zit hij daar eenmaal in, dán is hij zo mak als een lammetje, verstijfd van angst.

Op naar de dierenarts waar alles goed ging met Gerrie. Mooi op gewicht, gebit was goed en ‘hoppa, doei, tot volgend jaar‘. Met de dierenarts besproken welke dosis kalmeringsmiddel misschien meer effectief is voor een volgende keer. En mentaal een notitie aangemaakt dat ik een volgende keer kaas, gerookte zalm, leverworst én easypill paraat moet hebben alsmede een extra voorraad pleisters. Voor het geval dat.

Moos was ook mee. Die was niet goed op gewicht, beet de man in zijn hand toen hij zijn enting kreeg en heeft zowel op de heenreis en terugreis continu gejammerd. Maar dát is een heel ander verhaal.

Verwachtingen

Laatst kwam M. met een oude agenda aanzetten. Het was zo’n gepersonaliseerde fotoagenda, uit 2009. Deze foto stond daar ook in. Hij dateert uit 2006. We waren net terug uit Italië. S. en ik hadden elkaar geschminkt. In de middag gingen we de stad in omdat de Karavaan er was, een reizend theatergezelschap dat jaarlijks in de zomer door Noord-Holland trekt. Een paar dagen later overleed mijn vader.

Het jaar dat volgde werd gekenmerkt door rouw, verdriet en veel stress. Ik kreeg een andere baan, ik volgde een opleiding waardoor ik weekenden van huis was en mijn lijf liet het steeds meer afweten. Toen we in oktober 2007 verhuisden was het op. Mijn lijf wilde niet meer, ik had het ene na het andere virus. In februari 2008 heb ik me ziek gemeld. Ik heb daarna nog wel geprobeerd weer aan het werk te gaan maar dat deed mijn gezondheid alleen maar aanzienlijk verslechteren.

Dat wist ik natuurlijk allemaal nog niet, toen ik voor deze foto de camera inkeek. Ik dacht alle tijd van de wereld te hebben. En ik dacht te weten wat voor leven ik ging leiden. Alle opties lagen open. Ik was vol verwachting. Ook al zag ik dat toen misschien helemaal niet zo. Want ik vond het zo vanzelfsprekend dat ik alle kanten op kon gaan, zelf mijn pad kon kiezen.

Het was de vanzelfsprekendheid van een gezond mens dat zich niet kan voorstellen dat ze ‘ineens’ geen keus meer heeft. Een gezond mens heeft wel 1000 wensen, een ziek mens maar een.

Liefde

De afgelopen dagen heb ik me, net als velen met mij, nogal opgewonden over de Nashville verklaring. Ik heb geen woorden voor de hypocrisie en achterbaksheid van mensen die menen dat liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht zondig zou zijn. Ik heb er geen woorden voor maar toch gebruik ik ze.

Er zijn zóveel onderwerpen waar politici en geestelijk leiders zich druk over kunnen maken, hard voor kunnen maken, en wat doen ze? Een trap geven richting stapels mensen wiens enige wens het waarschijnlijk is om gewoon een fijne relatie of gezinsleven te mogen hebben. En dat wordt ze misgund omdat anderen niet kunnen omgaan met liefde tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

Iedereen zou vrij de liefde moeten mogen beleven, ongeacht hun geaardheid. Dat dit niet kan is zorgwekkend. Dat homoseksualiteit in ons land ook minder geaccepteerd lijkt dan 20 jaar geleden vind ik nog zorgwekkender.

Laat mensen toch gewoon hun leven leiden. Op de manier zoals zij willen. Zonder met de bijbel in de hand mensen om hun oren te slaan dat liefde blijkbaar aan regels moet voldoen die staan in een boek van duizenden jaren oud.

Zoals Frans Timmermans op zijn FB pagina schreef: ‘Maar in de bijbel staat ook dat slavernij is toegestaan en dat je je dochter mag verkopen’. Zeker weten dat niemand dát nog wil naleven, ook die christenen niet die nu wel de bijbel als argument gebruiken om homoseksualiteit af te wijzen.

Alles wat anders is, wat afwijkt, is blijkbaar eng en moet worden weggezet als niet gewenst, als zondig en worden onderdrukt. Maar teruggrijpen op dogma’s uit een ver verleden helpt ons nu niet vooruit. Het werkt alleen maar als een splijtzwam. Kom jij nog maar maar eens uit de kast als christelijke homo in een gemeente waar de Nashville verklaring wordt gezien als een mooi statement. Maar niet uit de kast komen betekent niet dat je geen homo bent. Het betekent alleen maar dat je bestaan wordt ontkend.

Liefde is al ingewikkeld genoeg. Ook zonder die haat opwekkende roeptoeters hebben duizenden mensen het moeilijk om uit de kast te komen. Omdat het spannend is als wat jij voelt, niet is wat het merendeel van de mensen om je heen voelt.

Ooit hadden wij op de de middelbare school een theatergezelschap met een toneelstuk over homoseksualiteit. Daarna konden wij, leerlingen en ouders, discussiëren met de toneelspelers. Die vertelden dat 1 op de 10 mensen homoseksueel is. Dus grote kans dat er in je klas twee zouden zitten. Waarop de moeder van een van mijn klasgenoten zei, ‘maar niet op deze school hoor, dit is een katholieke school’.

En dát geeft denk ik precies aan waar het hier om gaat. Denken dat iets wat aangeboren is, ontkend kan worden.

Niemand is 100% hetero denk ik, of 100% homo. Dat zijn hokjes waar we anderen in stoppen. Ik heb ook het bed gedeeld met vrouwen, uit nieuwsgierigheid maar ook omdat ik geraakt kan worden door vrouwen. Wat maakt mij dat dan? Bi? Een hetero met lesbische neigingen? Wat maakt het uit mensen!

Liefde en hoe dat geuit wordt is altijd goed, mits beide betrokken partijen instemmen en gelijkwaardig zijn aan elkaar.

Leef en laat leven en heb lief, met respect en verwondering.

Aflossing

Volgens plan deden wij vorige week een aflossing op onze hypotheek waarmee de uitstaande schuld onder de €189.000 zakte. Omdat we hierdoor ook in aanmerking komen voor een andere risicoklasse, vroegen we dit aan. We betalen met ingang van 1 februari een lagere rente op twee van de drie leningdelen. Onze maandelijkse rentelast is hiermee gezakt van €962,24 naar 906,83.

En daar zijn we heel blij mee. In juli gaan we de volgende aanpassing doen. Dan mogen we overstappen op een variabele rente voor twee van de drie leningdelen. Zo’n aanpassing kun je een jaar voordat je rentevaste periode afloopt, aanvragen (mits dat in je hypotheekakte staat). Dan zakken we hopelijk onder de €900! Ooit betaalden we €1250. Al dat aflossen en alert zijn is toch ergens goed voor geweest!

Een reus in de tuin

Jaren geleden zat er ineens een konijn in de tuin. Dat was niet voor het eerst. Op 5 augustus 1999 zat er ook een konijn in mijn tuin. Die datum heb ik onthouden omdat ik dan jarig ben. De bovenbuurvrouw klopte op de deur. Zij had toen ze op haar balkon stond, een konijn in mijn tuin gezien.

Natuurlijk wilde ik dat ook zien en warempel daar zat ze, midden op het tuinpad. Een heel klein konijntje, zó klein dat ze op de palm van mijn hand paste. Dat konijn, een jonkie nog, bleek te zijn ontsnapt uit een geïmproviseerd hok een aantal tuinen verderop en was bestemd om in de pan te eindigen. Dát levensdoel heb ik acuut gewijzigd. Ik kocht een hok, haalde uit de bieb het boek ‘De verzorging van mijn konijn’, gaf haar de naam Dora en dat was dat. Ze werd heel oud, was heel tam, liep los rond door het hele huis, poepte keurig op de bak en was dol op een vriend van M. Als die bleef logeren sprong ze boven op hem. Ze was helaas ook dol op telefoonkabels, dus die hebben we vaak moeten vervangen.

Maar dát is een verhaal over een heel ander konijn. Dit konijn dat in onze tuin zat, was bovendien bepaald niet klein. Het was een Vlaamse Reus die wat onverstoorbaar zat te knabbelen op bloemblaadjes. Ik kon me niet voorstellen dat deze reus ook bedoeld was om te eindigen in de pan. Hij werd vast gemist, zoveel kilo fluffy haren en zachte snuffelneus!

De reus werd naar binnen gehaald en voor de zekerheid in een kattenmand gestopt. Sommige katten zien konijnen immers als prooi en dat risico wilde ik niet nemen. Hoewel, gezien de grootte van de reus zou ik het eerder andersom verwachten. Hij was net zo groot, zo niet groter dan onze katten.

Afijn, de vraag drong zich natuurlijk op: wat nu? Waar kwam dit beest vandaan? Dus belden we overal aan in de straat. ‘Mist u een konijn en zo ja, is dat toevallig een Vlaamse Reus?’ Een volgende stap zou aanmelden bij Amivedi zijn. Dat hoefde gelukkig niet. Aan het eind van de straat bevestigde iemand dat zijn buren een Vlaamse Reus hadden die er continu vandoor ging omdat de buurkinderen vaak het hok open lieten staan.

Die buren waren niet thuis maar we konden zo achterom lopen waar we in de tuin inderdaad een leeg hok zagen. Dus haalden we Reus op en stopten hem in het hok. Voor de zekerheid even een briefje door de bus gegooid met uitleg. Want wie weet was het toch niet het juiste konijn en dan hadden we die mensen opgezadeld met een onbegrijpelijke konijnenverwisseling.

En toen? Nooit meer iets gehoord. Natuurlijk verwacht ik niet dat iemand de rest van zijn leven dankbaarheid toont voor het feit dat we zijn konijn hebben terug gebracht, maar een telefoontje of een klein briefje terug in de brievenbus, had ik wel verwacht. Beetje vreemd vond ik het wel. En ik vraag me af hoe vaak Reus nog is weggelopen. Ik zou dat ook doen als ik geconfronteerd werd met zoveel onverschilligheid.