Zaterdag

Deze week was behoorlijk heftig. Op maandag kreeg ik mijn gehoorapparaten en dat slokte veel energie en tijd op. Niet alleen qua wennen aan geluiden maar ook omdat ik een aantal malen terug moest naar de audicien omdat het rechter apparaat niet goed zat. Omdat links zo goed en comfortabel zit en helemaal geen pijnklachten oplevert, was het verschil met rechts enorm waar telkens na een uur dragen enorme pijn ontstond op de contactpunten tussen oor en apparaat. Het duurde even voor de oorzaak was ontdekt en dat betekende voor mijn doen heel wat heen en weer fietsen naar de audicien. Volgens mij is het nu opgelost. Zeker weten doe ik het nog niet want mijn rechteroor is nog wat geïrriteerd en pijnlijk en dat moet eerst even wegtrekken. Maar volgens mij komt het wel goed.

Buiten dat ben ik heel blij! Na de eerste twee letterlijk helse dagen waarbij mijn zenuwstelsel voortdurend op hol sloeg vanwege de nogal overweldigende geluiden van alledaagse dingen zoals de wind, het doortrekken van de wc, mijn eigen klaterende plas op diezelfde wc en de man die nog even moest afleren dat hij niet meer tegen mij hoefde te schreeuwen, kwam al er snel een gewenning en hoorde ik ook andere dingen. Zoals het gespin van Dibbes! Dat ontroerde me enorm. Het vogelconcert in het park tegenover ons huis. Het gesprek aan tafel bij het avondeten dat ik nu zonder moeite kan volgen. Voor de mannen zal het ook veel irritatie schelen. Want tv kijken doen we nu op 1/3 van het geluid van voordat ik ingeplugd werd.

Wel is het natuurlijk nog flink wennen. Ik heb van de week me rot gezocht naar waar het vreemde zoemende geluid toch vandaan kwam dat ik ineens hoorde. Nu weet ik dat de oven geluid maakt als deze aanstaat. Mijn referentiekader was altijd het lampje dat aangaat maar de oven zoemt dus ook ;-).

Door alle indrukken val ik in de avond als een blok in slaap. Ik, die altijd uren wakker lig omdat ik meestal zo overprikkeld ben. Maar de moeheid is nu sterker dan de overprikkeling. Heerlijk vind ik dat. Want ik slaap geweldig.

Zondag en maandag gaan M. en G. de laatste grote keukenklus doen, betegelen. Daarna zal het nog hier en daar wat uurtjes afwerken zijn maar het meeste is nu klaar. De afgelopen week is M. vooral bezig geweest met de bar. Die is afgeschuurd en afgeschuurd en dat duurde maar en dat duurde maar want de bar zat helemaal onder de mahoniebeits en lak, heel veel lagen. Maar daaronder kwam het oorspronkelijke hout tevoorschijn, meranti! Waar ook onze aanrechtbladen van zijn gemaakt. Dus is dat nu in de lijnolie gezet en wordt het eventueel later nog kleurloos afgelakt.

links de bar, rechts deel van het aanrecht

Dan is het na dit weekend hopelijk klaar met klussen. Dat is ook nodig want nu moet ik echt gaan bijtrekken. Zoals ik nu ben kan ik niet mee naar Frankrijk. Ik ben wel héél blij met de B12 injecties want zonder dat was de hele verbouwing überhaupt niet mogelijk geweest denk ik zomaar.

Ga ik nu lekker verder lezen. Fijn weekend allemaal!

 

Hypotheek mijlpaal!

 

Zojuist maakte ik € 500 over naar de hypotheekverstrekker. Omdat we dit sinds een paar jaar heel regelmatig doen, bereikten we met deze aflossing van vandaag een mijlpaal. We zijn onder de twee ton gezakt met de hypotheekschuld! Van €262.500,- naar €199.861,11! De maandlasten zakten in deze periode van €1250 naar €974,33. En met het dalen van de lasten stijgt de gemoedsrust. We merken nu al dat er zo veel meer ruimte is. Tijd om het te vieren, ik denk dat we onszelf gaan trakteren op iets lekkers! Pizza of toko? Of misschien zelfs wel uit eten?

Kat in de mand

Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.

Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.

Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.

Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.

Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.

Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.

Laat die brokken maar doorkomen!

 

De stille wereld: geluidsexplosie

Ik liep naar binnen in stilte.
En kwam naar buiten
ín een explosie van geluid.
Alles kraakt en piept
en zoemt
rammelt
gilt
scheurt
snerpt
fluit
schraapt
en
en
en.

En dat alleen nog maar
op dag 1
van het ingeplugde leven.

Wennen aan geluiden
die ik nooit hoorde.
het rammelen van de toetsen
van mijn toetsenbord.
Katten die brokjes knabbelen.
De trap die kraakt.
De houten vloer die kraakt.
Kind dat thuis komt
en heel hard gilt
dat hij weer thuis is
en ontdekt dat
HEEL HARD GILLEN
niet meer hoeft.

Even wennen hoor,
dat ingeplugde bestaan ;-).

Keuteldagen, een crematie en angsten

Deze week ben ik wat aan het keutelen en lanterfanten. Er werd wat minder geklust en dat gaf mooi de gelegenheid om wat bij te tanken. Ik lees, hang veel en kijk hier en daar een Netflixserie. Ik ben momenteel bezig met The Good Wife, weer eens wat anders dan moord en doodslag in het hoge Noorden.

Gisteren kwam er twee samples binnen van tegels voor de keuken. Vandaag ben ik in afwachting van een derde sample en dan kunnen we hopelijk een keus gaan maken. Vriendin I. heeft aangeboden onze keuken te betegelen en ook G. kan ons ermee helpen. Hulp komt blijkbaar van alle kanten! M. denkt dat als iemand hem leert hoe het moet, hij het zelf ook wel kan. Dat denk ik ook want hij heeft zich de afgelopen tijd ontwikkeld tot een geweldige klusser.

Verder loop ik nu nog in pyjama wegens energie sparen voor de namiddag. We hebben een crematie. Mijn oom is overleden. Of eigenlijk achteroom, hij was de neef van mijn vader. Veel familie heb ik niet en we zijn ook niet echt opgevoed met veel familiebezoek en zo, maar deze oom en de bij hem horende tante waren wel favoriet bij mij. Niet in de laatste plaats vanwege de twee reuze interessante want veel oudere zonen die zij hadden. Ik heb daar hele goede herinneringen aan.

Nadat ik het huis uitging heb ik ze niet heel veel meer gezien maar door toeval van het lot of wat dan ook, zijn deze oom en tante jaren geleden ook naar Hoorn verhuisd en zag ik ze nog wel eens. Nadat ik ziek werd en zij ouder, bejaarder en wat krakkemikkiger werd dat weer minder. Een paar jaar geleden zijn ze weer vertrokken uit Hoorn richting hun oude woonplaats, maar de goede herinneringen zijn zeer zeker aanwezig.

Mijn moeder heeft deze neef van mijn vader heel lang gekend. Als 15-jarig meisje leerde zij immers mijn vader kennen en dus zijn familie. Voor haar is het een afscheid van een levenslange hechte vriendschap. Omdat zij geen lange afstanden met de auto meer rijdt, gaan M. en ik met haar mee naar de crematie. Ik zal eerlijk zeggen dat ik dit vooral voor mijn moeder doe. Want een crematie hakt er qua energie heel erg in bij mij.

Verder gaat het hier zijn gangetje. Kind ging en kwam al weer terug van zijn 6-daagse reis naar Chester. Toch wel spannend, zo vlak na de aanslag in Manchester. Het programma is hier en daar wat aangepast en sommige activiteiten in Manchester zelf zijn niet doorgegaan.  Hij kwam zaterdag terug en zondag was al weer de volgende aanslag in Engeland. We leven in een vreemde wereld. Toch las ik laatst een interessant stuk in NRC Next over het gevoel dat we nu in een wereld leven gedicteerd door terroristen maar dat de feiten dit tegenspreken. Jaren terug hadden we ook al de IRA, ETA en de RAF. Sinds de jaren 70 is het zelfs beduidend rustiger in Europa en zijn er minder doden door terrorisme te betreuren. Wel is er weer een toename sinds eind jaren 90. Ik kon het artikel zelf niet meer vinden maar hier wordt er ook wat over gezegd: http://focus.ntr.nl/artikel/7542/is-er-meer-terrorisme

Natuurlijk is elke dode er één te veel. Maar de beleving is dus blijkbaar anders dan de werkelijkheid. Die beleving wordt denk ik ook zeker gevoed door de alles omvattende media-aandacht. We kunnen zo intens vanaf de zijlijn meeleven. We worden tot in den treure geïnformeerd maar soms is het daardoor wel moeilijk om kalm te blijven.

Mijn eerste reactie op de aanslag in Manchester was, dat ik kind nergens meer naar toe zou laten gaan, nooit. Dat is vast het overbeschermende moederinstinct. Ik wil dan als een kloek op het ei gaan zitten en er nooit meer vanaf gaan wegens de enge boze buitenwereld. De waarheid is denk ik dat er in de dagen na de aanslag in Manchester meer aandacht voor veiligheid was op juist deze plek dan waar dan ook.

Het blijft bovendien altijd wel eng en moeilijk om je kind los te laten in de wereld. Ook de eerste keer dat S. in zijn eentje met de trein reisde, vond ik heel spannend. Komt hij onderweg geen gekken of pestkoppen tegen, is zijn beoordelingsvermogen wel oké, gaat het allemaal wel lukken (wat dan ook, want angsten zijn vaak abstract). En toch lieten we hem gaan. Omdat het zover was en hij eraan toe was. En zwaaiden we hem vorige week ook uit in de volle overtuiging dat de schoolreis vast top zou worden en dat was het ook. Denk ik want de puber zei niet veel na terugkomst wegens moe en nou ja, pubers zeggen niet zoveel, deze in ieder geval niet ;-).

Ga ik me nu maar eens aankleden!

Op zoek naar Pippi: ook wanneer er weinig kan

Wat vooraf ging:
Op zoek naar Pippi, wat houdt dat in?  Meer spontaniteit, minder moeten. Meer doen waar ik blij van word en me minder druk maken om de consequenties van het uitgeven van energie die er niet is. Mezelf de juiste vragen stellen – waar heb ik zin in vandaag – en handelen naar het antwoord. Doen alsof elke dag een vakantiedag is. Als de zon schijnt alles uit mijn handen laten vallen en erin gaan zitten. Schijt hebben aan wat anderen van mij denken zolang ik mezelf maar in de spiegel aan kan kijken.

In april schreef ik dat ik in tijden van minder energie me erg focus op dat waar ik erg van geniet en wat ook lukt in ‘slechtere’ tijden. Lezen en bloggen dus. Ik heb redelijk voor ogen waar ik blij van word en mijn tijd is heel kostbaar. Niet omdat ik er te weinig van heb – eerder te veel – maar omdat de accu heel snel leeg is. Na jaren van frustraties omdat ik merkte dat ik het weinige dát ik had veel te makkelijk uitgaf aan anderen of aan activiteiten die moeten, heb ik inmiddels geleerd prioriteiten te stellen. Wil ik energie uitgeven aan boodschappen doen? Nee, dus wordt alles eens per week aan huis bezorgd. Heb ik puf om veel contacten live te onderhouden? Nee, dus heb ik een schifting gemaakt. Veel houd ik af. Deelnemen aan feesten en partijen? Nee, ook dat doe ik vrijwel niet, een enkel uitzondering daargelaten.

Dat geeft veel duidelijkheid en rust. Daardoor blijft er ruimte over voor wat voor mij belangrijk is. Natuurlijk klinkt het misschien wat verwend. Er zijn weinig mensen die alleen dat kunnen doen wat ze willen doen. Maar ik moet nu eenmaal enorm uitkijken. Spontaan over de schutting ouwehoeren met de buurvrouw kan er al voor zorgen dat het in de namiddag niet meer lukt om te koken.

De marges zijn nog wat nauwer geworden sinds er hier geklust wordt. Natuurlijk niet permanent maar het kwam er toch wel op neer dat sinds eind april bijna elk vrij moment van de man er hier werd geklust, dan wel gepraat over klussen. Want klussen is ook keuzes maken. En hoewel ik hem een verbod heb opgelegd om nog na 8 uur in de avond mij vragen te stellen als “zullen we deze tegels doen of deze” waar hij zich meestal aan houdt, komt het in de praktijk natuurlijk neer op heel veel onrust.

Dus bloggen werd het ook niet meer. En lezen lukte ook niet meer goed. Elk boek dat ik oppakte vond ik stom en langdradig. Totdat ik me realiseerde dat ik een hele slechte aandachtsspanne had. Geen minuut aandacht voor hetzelfde kunnen hebben wegens zwaar overprikkeld zijn.

Waar is Pippi dan, in tijden zoals nu, wanneer ik het gevoel heb dat er niets kan? Nog minder kan dan eerst. Ze is er toch wel merk ik.  De vraag ‘waar heb ik zin in vandaag’ helpt natuurlijk niet als het antwoord ‘rust’ is en ik continu zaag- en boorgeluiden hoor. Maar mezelf verplaatsen (letterlijk het huis uit), verwachtingen bijstellen, de boel nóg meer de boel laten,  helpt wel. Schijt hebben aan wat anderen van mij denken, zoals hier boven te lezen is, kan ook één op één worden vervangen door schijt hebben aan mezelf of liever gezegd de enorme verwachtingen die ik heb over hoe ik moet leven.

Dus haalden we zo vaak eten afgelopen maand dat ik het maar niet meer heb bijgehouden. Niet heel gezond, jammer dan. Ik denk dat mezelf forceren om zonder energie toch te koken uiteindelijk ook niet gezond is. En ik vertrok een paar keer naar mijn moeder op de klusdagen hier. Dan maar geen catering spelen voor de klussers, (wat ik de eerste paar keer wel deed) onder het motto “zoek het maar uit, ik probeer hier gewoon zo goed mogelijk doorheen te komen, hier is een pak koek, tot straks, bel maar als je geen herrie meer maakt en het water weer is aangesloten.”

Het geeft aan dat ik best veranderd ben. Ik kan makkelijker switchen. Als de omstandigheden veranderen, hoeft niet alles door te lopen. Het gaat om de insteek, de mentaliteit. Niet om wat ik doe of kan doen maar de manier waarop ik iets beleef. Iets is pas een feit als ik me daarnaar gedraag. En gedrag kan ik aanpassen. Die insteek geeft ruimte.

En de keuken? Nog een paar klussen te gaan. Nog één laatje, de frontjes moeten nog wat beter worden afgesteld, de afzuigkap wordt vandaag geleverd en binnenkort opgehangen en de tegels worden vervangen, zodra we erover uit zijn welke tegels we kiezen. Maar, we zijn al een heel eind. En tot die tijd blijft het hier gewoon nog steeds wat stiller dan jullie van mij gewend zijn.

Van dit

Naar dit. Het wordt al wat!

De stille wereld: het schiet allemaal niet zo op

Wat vooraf ging: in december werd ik verwezen naar de KNO-arts. Ik was altijd al behoorlijk doof maar na diverse oorontstekingen in het najaar van 2016 was dit verergerd. In het verleden heb ik een apparaatje gehad maar dit was geen succes. Omdat de doofheid zoveel erger is geworden, wil ik het nu toch weer proberen. In januari was ik bij de KNO-arts, die verwees me naar de audicien. Die verwees me in maart naar de audioloog. Daar was ik eind april maar die raakte mijn dossier kwijt en toen lag het even stil. Tot ze het weer vonden en ik weer verder kon.

In mei kreeg ik dan het advies voor de gehoorapparaten van het audiologisch instituut in Alkmaar. Daarmee kon ik terug naar naar de audicien. Pas vorige week maandag kon ik daar terecht. De bedoeling van dat gesprek was dat ik werd voorgelicht over de apparaatjes die me zijn geadviseerd én dat er een afdruk van mijn oren werd gemaakt.

Het liep iets anders. De eerste keer dat ik bij deze audicien was, bleek dat hij goed op de hoogte is van ME. Dat is fijn, want de kans dat ik overprikkeld als ik beter hoor, is behoorlijk aanwezig en het is prettig als ik kan afstemmen met iemand die weet van de hoed en de rand.

Tijdens dit tweede gesprek viel me vooral op hoe druk en nerveus de man was en hoe vreemd zijn gedrag. We begonnen al niet fijn toen ik in de wachtkamer zat en hij me kwam halen, luidkeels roepend: “is deze  dame voor mij?”. Tja, dan gaan mijn stekels meteen overeind staan. Hij deed bovendien erg negatief over de mogelijkheden die er zijn voor mij en benadrukte een paar keer hoe moeilijk het voor hem wel niet zou zijn mijn apparaat af te stellen. Het leek bovendien wel of hij ons eerste gesprek volledig uit zijn brein had gewist en stelde vragen die al eerder waren gesteld. Alleen luisterde hij niet naar de antwoorden, onderbrak me voortdurend en vulde een vragenlijst in op grond van allerlei aannames, Dingen die ik belangrijk vind – bijvoorbeeld kunnen telefoneren zonder een koptelefoon – moest ik wel drie keer herhalen en volgens mij staat het nu nog niet genoteerd.  Vijf minuten na binnenkomst voelde ik de energie die ik had zó van me afglijden.

Toen het tijd was voor het maken van de afdruk vertelde hij na in mijn oren te hebben gekeken, dat dit niet kon wegens teveel oorsmeer. De kans dat door het maken van de afdruk het oorsmeer verder het oor wordt ingeduwd, is te groot. Hij adviseerde eerst de oren te laten uitspuiten. Alleen dát doe ik niet meer. Want ik heb telkens na het uitspuiten van de oren een oorontsteking en met een beetje pech dan weer meer gehoorverlies. Dus moest ik maar naar de KNO-arts vertelde hij.

Ik stond met een half uur dus weer buiten, licht beduusd omdat er nu wéér vertraging is – ik ben al sinds december vorig jaar bezig met dit traject – en ook ernstig overprikkeld door zijn gedrag. Bovendien had ik nog bijna ruzie gekregen ook. In het nieuwe schema dat hij nu voorstelde krijg ik de apparaatjes eind juni. De afspraak met de audioloog was dat ik die apparaten vier weken probeer in verschillende situaties om te kijken of het helpt. Denk aan buiten zijn, in de horeca, telefoneren, gesprekken voeren met meerdere mensen in verschillende situaties.  Zo kan ik ervaren in welke situaties de apparaten wel of niet voldoende ondersteuning geven. Dan ga ik opnieuw naar het audiologisch instituut om daar verder onderzocht te worden en mijn input te geven en kan de audioloog weer een nóg beter afgestemd advies geven richting audicien.

In het nieuwe schema van de audicien zou ik de apparaatjes een paar dagen kunnen proberen voordat ik de afspraak met het audiologisch instituut heb, in plaats van vier weken. En kreeg ik bijna ruzie omdat de audicien vond dat dit best kon. Dat de man in kwestie bleef benadrukken dat ik toch zo’n jonge en leuke vrouw ben en dat het toch wat was dat ik nu al aan de apparaatjes moest, kwam de sfeer wat mij betreft niet ten goede. Op zich begrijp ik hem wel, het gemiddelde publiek was rond de 80, die twee keer dat ik daar was, maar toch. Houd dat voor je dat soort praat.

Afijn, op naar de huisarts. Die ging een doorverwijzing regelen voor de KNO-arts en ik belde bij thuiskomst met het ziekenhuis. Daar bleek ik pas eind juni terecht te kunnen. Pas daarna een afdruk, dan de apparaten bestellen. Tegen de tijd dat ik ze kan uitproberen is het dan half juli, dan ga ik al bijna op vakantie! Ik durf die apparaten zolang ze niet van mij zijn niet mee te nemen op reis. Als er iets mee gebeurt in de proefperiode ben ik aansprakelijk.

Na een nacht slecht slapen en piekeren werd ik behoorlijk boos wakker. Natuurlijk kan de man niets doen aan mijn oorsmeer, maar wel aan zijn gedrag. Wat dacht hij wel! Zijn nerveuze en drukke gedrag, het niet luisteren, het me nauwelijks voorlichten en uitgaan van aannames, het zogenaamde ‘lollige en jolige’ gedrag maken dat ik er geen vertrouwen in heb dat dit gaat werken. Straks moet ik de apparaten bij hem afstellen en het is toch best belangrijk dat we normaal kunnen communiceren. Bovendien geef ik een behoorlijke smak geld uit, ik wil gewoon normaal en serieus behandeld worden.

Dus deed ik iets wat ik echt nog nooit heb gedaan. Ik belde naar de firma en heb gevraagd om een andere audicien. Bij voorkeur een vrouw. Ik heb uitgelegd dat zijn gedrag zo druk is dat ik niet denk dat dit gaat werken en dat ik me niet op mijn gemak voel. De telefoniste begreep wat ik bedoelde en ik kreeg sterk de indruk dat ik niet de enige ben die hiermee komt. Dus heb ik nu weer wat vertraging want ik kan pas half juni bij die vrouw terecht.  Maar liever dat dan doorgaan met iemand waar ik me niet prettig bij voel en die niet naar me luistert.

Toen ik dinsdag toch bij de huisartsassistente moest zijn voor de B12-injectie vroeg ik of ze even in mijn oren wilde kijken. Zij begreep niet waarom er geen afdruk is gemaakt want de hoeveelheid oorsmeer is minimaal. Ze vertelde dat ook al zou ik het willen laten uitspuiten ze dat niet zou doen want er valt vrijwel niets uit te spuiten. Dan spuit ze rechtstreeks tegen het trommelvlies, dat is niet goed. Laat staan dat een bezoek aan de KNO-arts zinvol zou zijn. Voor het kleine beetje dat er zit adviseerde ze audispray. En zie, na een paar dagen gebruik zijn mijn oren helemaal leeg en schoon bleek bij de controle afgelopen vrijdag.

Nou lang verhaal dus en ik heb best de pest in. Nog meer omdat ik per post wel al een offerte kreeg van de audicien voor de apparaten. Waarbij er allemaal dingen op staan die helemaal niet besproken zijn. Tot nu toe loopt dit traject bepaald niet op rozen. Overstappen naar een andere firma gaat helaas niet omdat mijn zorgverzekeraar dat niet vergoed. En ik heb die apparaatjes echt wel nodig want ik heb er sinds de laatste oorontsteking vorig najaar echt last van dat ik zo weinig hoor. En mijn huisgenoten ook. Ik had gewoon niet verwacht dat dit alles zoveel tijd in beslag zou nemen en mijn geduld wordt best op de proef gesteld.

Heb jij wel eens om een andere behandelaar gevraagd omdat je je niet prettig behandeld voelt?

Eindelijk weer een aflossing

Deze week deden we na ontvangst van salaris en uitkering eindelijk weer eens een hypotheekaflossing. We hadden het afgelopen half jaar lang andere prioriteiten maar nu pakken we de draad weer op. Dit keer maakten we €500 over naar de hypotheekverstrekker. Sinds we in de zomer van 2012 begonnen met aflossen, losten we iets meer dan € 60.000 af, dat is inclusief annuïteitenaflossingen.

Een klein overzicht:
In  de zomer van 2012 hebben we onze beleggingshypotheek omgezet naar een annuïteitenhypotheek en het vrijgekomen geld van onze woekerpolis gebruikt voor een storting in de hypotheek. Dat was een bedrag van € 11.697,50. Sindsdien hebben we ook regelmatig extra aflossingen gedaan op het aflossingsvrije deel van onze hypotheek:

  • 2012: € 7.175,-
  • 2013:  € 5000, –  (doel €5000)
  • 2014: € 2329 (doel €5000- doel niet gehaald)
  • 2015: € 10.000 (doel €10.000)
  • 2016: €2000 (doel van €6000 niet gehaald, aangezien we halverwege het jaar andere prioriteiten kregen)

Ons aflosdoel voor dit jaar is €3500.

Aflossen is een kwestie van de lange adem. We zullen nog jaren bezig zijn. Dat vind ik prima We proberen immers een balans te vinden tussen aflossen, noodzakelijk onderhoud aan het huis en ook een beetje genieten. Maar het is wel noodzaak om te blijven aflossen. In 2033 loopt onze hypotheek af en zouden we nu niets meer doen dan zitten we dan met een schuld van iets meer dan €120.000. Na de ervaring met het onder water staan van ons huis en het woekerpolisdrama ga ik er niet meer van uit dat we ons huis in 2033 heel goed kunnen verkopen, om van de schuld af te komen. En zou dat wel kunnen, dan nog. We moeten toch ergens wonen. Huren is duur. In ieder geval duurder dan wonen in een afgelost huis.

Liever beschouw ik onze aflossingsvrije hypotheken als een annuïteitenhypotheek, met dat verschil dat we zelf per maand bepalen wat we kunnen missen. Dat geeft veel vrijheid. Nu maar ook straks aan het eind van de looptijd. En het voelt goed dat we nu de draad van het aflossen weer hebben opgepakt. De totale openstaande schuld is nog €201.852,05 waarvan € 120.000 aflossingsvrij. Daar gaan we dus een flink gat in slaan.
Hoe staat het met jullie aflosschema’s?

Over de drempel

In het voorjaar van 2013 zagen we twee onbekende katten door de buurt zwerven. Mijn kattenradar is meer dan ontwikkeld en deze twee deden het alarm afgaan.  Vaste lezers van het blog kennen dit verhaal natuurlijk maar voor die mensen die nog niet zo lang geleden zijn aangehaakt, volgt hier een korte samenvatting:

Deze vreemde katten zaten ook regelmatig bij ons in de tuin, iets wat onze eigen katten curieus genoeg goed vonden. Normaal worden onbekende katten meteen de tuin uitgejaagd. Maar deze scharminkels waren dan ook nauwelijks een bedreiging te noemen. Mager, schuw, volledig lam geslagen, maar wel op zoek naar contact. Concurrenten van elkaar, ondanks de overeenkomsten in uiterlijk waardoor het familie leek. Waarschijnlijk wel uit één nest maar honger maakte ze tot concurrenten.

We richtten ons op de kat die er het slechtst aan toe was, Dibbes. Gerrie bleek  het hart te hebben gestolen van mensen van drie huizen verderop en die wilden hem graag adopteren. Uiteindelijk lukte dat niet en kwam Gerrie alsnog bij ons wonen, maar dát is een ander verhaal.  Terug naar Dibbes: Hij had overduidelijk gezondheidsproblemen en leek blind, het pus droop uit zijn ogen die hij niet goed open leek te kunnen houden. Maar hij was wel redelijk goed te benaderen. Na een half jaar gescharrel op afstand en lokken met lekker eten, mocht ik hem in oktober 2013 voor het eerst aaien en toen ging het razendsnel.  We brachten hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken en meteen te laten chippen en castreren.

Dibbes bleek entropion te hebben. Een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Heel pijnlijk. Gelukkig was dit met een operatie op te lossen en we kregen een kat mee naar huis die 10 dagen binnen moest blijven en intensief verzorgd. Dat was nog wel een dingetje. Dit was een straatkat die tot nu toe alleen slechte ervaringen met mensen had opgedaan. Hem aaien was één ding, maar hem in huis houden, pijnstillers toedien en oogzalf opsmeren was iets totaal anders en behoorlijk heftig.

10 dagen na de operatie, hij bleek prachtige groene ogen te hebben

We hielden hem in overleg met de dierenarts in een apart kamertje en met een flinke dosis kalmeringsmiddelen. Twee keer per dag gaf ik hem medicijnen en zalf en elk uur glipte ik even naar binnen om te kijken hoe het met hem ging en met hem te knuffelen. Na 10 dagen mocht hij de kamer uit. De hechtingen bij zijn ogen waren verwijderd en hij mocht voor het eerst naar buiten. Het leven als gewone huiskat kon beginnen, argwanend bekeken door de twee die we al hadden. Een beetje coulance met een zielige zwerver in de tuin was oké, maar nu zat het beest ineens binnen! De blikken vlogen door de lucht die zwaar was van verontwaardiging. Dibbes gedroeg zich gepast nederig. Voor zo lang het duurde.

Elke avond als ik naar bed ging, was dat voor hem het sein ook naar bed te gaan. Hij rende met mij mee naar boven en ging dan in het kleine kamertje liggen. Dat was voor zijn gevoel zijn kamer. En lag dan keurig op een kussen. Braaf. Maar ook wel wat eenzaam. Want wij lagen in bed met de andere twee katten. Dat merkte hij wel. Dat wilde hij ook. Dus duurde het niet lang voor hij kwam kijken.

Een paar dagen lang bleef hij op de drempel van de slaapkamer zitten als wij op bed lagen. Moos en Smoes stikten zowat. Zag je dat! Wat ie nou deed! Echt! Dus zat Dibbes daar en de eenzaamheid droop er vanaf. Hij was dan geen straatkat meer maar een echte huiskat ook nog niet. Want die lagen op bed bij het kattenmens.

Dus stapte hij over de drempel en liep een rondje door de kamer. En ging daarna snel in zijn eigen kamer liggen. Dat gaf moed, er waren geen dooien gevallen dus de volgende ronde in de slaapkamer was snel gemaakt. Alleen hoe kwam hij nou op het bed? Dát was toch wel weer een hele grote stap. Moos en Smoes zaten alert overeind en gaven een heleboel signalen af met nog nét geen spandoek in de lucht: ‘vreemdelingen niet welkom, eigen volk eerst‘.

Dus sprong Dibbes op de plank naast het bed, aan mijn kant. Daar zat hij. Bekeken door ons. Pootje voorzichtig op het bed. Pootje er weer af.  Zal ik wel, zal ik niet? Weet je wat, ik doe het gewoon! En daar stapte hij op bed. Ging keurig op de uiterste rand liggen. Kijk eens, eigenlijk lig ik hier niet, het lijkt wel alsof ik op bed lig maar mijn kont ligt helemaal over de rand. Verwaarloosbaar dit!

Daar denk ik nog wel eens aan. Aan die onzekere kat van toen als ik in bed lig met Dibbes tegen me aan en geen ruimte heb om me te bewegen. Hij ligt altijd op de beste plek. De beste plek, dat is tegen mij aan. Wat hij ook aantreft als hij binnenkomt, hij weet het altijd zo te versieren dat hij binnen de kortste keren daar ligt waar hij wil zijn. Een beetje onhebbelijk is hij wel. Maar ook een beertje dat té aandoenlijk is en een onverzadigbare behoefte aan liefde. Wat we hem graag geven.

Financiën en klussen

We hebben het er maar druk mee, met geld uitgeven. Door de keukenrenovatie vliegt het er uit. Al blijven we tot nu toe wel binnen budget. Vorig najaar besloten we tot een tijdelijke hypotheek-aflos-stop om eerst het geld bij elkaar te sparen voor een zeer noodzakelijke keukenrenovatie en het plaatsen van een dakkapel op zolder. Dat laatste is vooral luxe.  Met de keukenrenovatie zijn we nu een flink eind onderweg en de pot voor een dakkapel is ook al redelijk gevuld. We zijn er nog niet maar wel al een heel eind.

Omdat de keukenrenovatie enorm inhakt op mijn energie, hebben we besloten om het plaatsen van de dakkapel op te schuiven naar 2018. Het is wel even goed zo, ik trek het niet meer om nu meteen door te stomen naar een volgende klus. We hebben beide klussen wat onderschat qua hoeveelheid tijd die erin gaat zitten. Het oorspronkelijke plan was in maart de keuken en in mei de dakkapel, dat hebben we dus bij lange na niet gehaald. Dat komt ook zeker doordat we bij het plannen maken ervan uitgingen dat we een bedrijf zouden inschakelen voor de keukenrenovatie en dat het een paar dagen knallen zou worden. Maar uiteindelijk doet M het helemaal zelf met een vriend, in de vrije tijd. Dat gaat natuurlijk veel langzamer. Voordeel is wel dat het veel meer wordt zoals we het zelf willen, er is meer mogelijk omdat zelf doen nu eenmaal veel goedkoper is. Nadeel is dat het dus langzamer gaat en we veel langer in de troep en herrie zitten.

Ik heb nu grote behoefte aan rust. De optie om de dakkapel in het najaar te doen zie ik niet zitten. Het najaar en de winter zijn bij mij slechte periodes waarin de energie vaak nog minder is. Wil ik de winter goed doorkomen, dan is het beter om in het najaar niets te doen wat er te veel inhakt. Het vorige najaar met een en al ontstekingen en een immuunsysteem dat niets meer deed, ligt nog vers in het geheugen.

Dus we sparen in een wat langzamer tempo door voor de dakkapel. Ook omdat er wat bijkomende kosten zijn geweest of eraan komen. We kregen een belastingaanslag van €500. Niet heel onverwacht maar dat geld moest toch ergens vandaan komen en haalde ik van de buffer. Ik verwacht flink bij te moeten betalen voor de gehoorapparaatjes die ik krijg. Daar zet ik de komende tijd dus geld voor apart. We starten ook weer met aflossen van de hypotheek. En tegelijkertijd blijven we dus sparen voor de dakkapel. Als we uitgaan van begin 2018 gaat dat ruimschoots lukken.

Dit geeft meer rust. Want het gaat natuurlijk niet alleen om een dakkapel laten plaatsen. Die zit er in principe binnen een dag op. De zolderkamer zelf moet ook worden opgeknapt en geschilderd. Al met al toch wel weer flink wat werk. Meer dan mijn oververhitte brein nu aankan. Ook al wordt er enorm rekening met mij gehouden en hoef ik zelf niets te doen – buiten meedenken om beslissingen te nemen- , ik ben compleet lam geslagen en uit lood. Dat merk ik op alle gebieden. De concentratie is slecht, ik vergeet continu dingen, kreeg zelfs een paar keer aanmaningen omdat ik rekeningen kwijt was geraakt, ik vergeet eten uit de oven te halen of gaspitten uit te zetten. Nu eerst weer herstellen!

Je kunt natuurlijk vinden dat ik niet zo ver vooruit moet kijken, dat ik me teveel zorgen maak over wat er mogelijk kan gebeuren qua gezondheidseffecten. ‘Als ik zus doe dan gebeurt er zo’. Ik begrijp dat sommigen dat niet snappen ;-). De ervaring heeft mij geleerd om dat wel te doen. Ik heb nu eenmaal een chronische aandoening en heb geleerd dit te managen. Ik weet waar de knelpunten liggen en als ik daar rekening mee houd, dan is er gewoon uiteindelijk meer mogelijk omdat ik minder ver wegzak. Het verplaatsen van het volgende grote project is voor nu de beste keus.  Door het klussen in de keuken is er nu nul ruimte bij mij voor andere dingen. Dat is bijna klaar en nu weer herstellen. Liever ga ik ook nu het mooier weer is wat vaker naar buiten, eens een terrasje pakken of misschien zelfs een keer naar het strand of bos. Gewoon genieten van de zomer!

Binnenkort plaats ik een update over de keuken, want mensen, wat wordt het mooi!

Gelukkig zijn we al wat verder dan dit stadium!