De economie van de bijgestelde verwachtingen

Een half jaar geleden las ik regelmatig in de krant berichten over voorzichtig economisch herstel. Het ging niet zo hard, maar het werd al wat beter. Toen kwamen de berichten dat de cijfers van de Duitse economie beduidend beter afstaken tegenover die van de Nederlandse economie. En ineens stond er in de weken erna het nieuwe woord: lage-groei-economie. Ik kom het nu bijna dagelijks tegen in de krant.
Lage groei economie is onze nieuwe werkelijkheid: een economie die niet meer op het niveau kan komen waar ze zou zijn terecht gekomen als er geen crisis was geweest. Met andere woorden: economisch herstel is niet meer hetzelfde als economische groei. Een economie kan aantrekken in de vorm van meer werkgelegenheid maar dat garandeert niet meer automatisch de groei waar we zo gewend aan zijn geraakt. En dat heeft dus gevolgen voor de koopkracht.
De redenen zijn eigenlijk heel simpel als je erover nadenkt. Niet dat ik het zelf bedacht hoor! Ik heb het ook maar gewoon gelezen. Hoewel er straks meer werkgelegenheid is moeten we toch met een stuk minder handen de economie draaiende houden. Door de vergrijzing zijn er nu eenmaal minder handen beschikbaar. Groei zal vooral moeten komen uit verhoging van de arbeidsproductiviteit. Nou heb ik jarenlang bij een groot commercieel bedrijf gewerkt en geloof me, meer kun je niet uit mensen halen tenzij je bereid bent ze in een sinaasappelpers te stoppen om er nóg meer uit te persen, overgaat op een 6-daagse werkweek en pauzes gaat verbieden.
Koopkrachtverlaging dus. Eigenlijk is de naam lage groei economie niet oké. We zouden het beter bijgestelde verwachtingen economie kunnen noemen. Want daar gaat het om: niet om de vermindering van koopkracht maar hoe je daarmee omgaat. Zijn wij in staat met minder genoegen te nemen, wij die opgroeiden in een samenleving die jaar in jaar uit groei kende en met een voortdurende uitbreiding van frutsels die we eerst niet kenden (mobiel, dvd, espressoapparaat, routeplanner….) en die later een ‘behoefte’ werden. Kunnen wij onze kinderen leren op een andere manier met wensen om te gaan, behoeften uit te stellen. Er niet meer automatisch van uitgaan dat het wel goed komt, maar beginnen met sparen. De vraag is helaas niet of we het kunnen maar hoe we dat gaan doen! We zullen wel moeten!
Wij kunnen dat wel. Wij maakten hier de afgelopen jaren al onze eigen drastische koopkrachtverlaging mee doordat ik ziek werd. Dus wij zijn een stuk soberder gaan leven. Maar wat doe je als je door de koopkrachtenverlaging ernstig in de problemen komt? Als je niet meer in staat bent een buffer op te bouwen en weet dat deze lage groei economie nog jaren duurt? Wat als je wasmachine stuk gaat en je geen nieuwe kunt kopen? Als het je niet meer lukt om geld opzij te zetten voor de latere studie van je kind, zodat hij of zij zijn werkende bestaan met een forse schuld zal gaan beginnen?
Zojuist kreeg ik een mail van een vrouw die dezelfde aandoening heeft als ik. Zij woont alleen en haar ouders zijn overleden. Zij heeft niemand op wie zij terug kan vallen. Ze woont prachtig, op een afgelegen plek. Vanwege haar slechte gezondheid is zij afhankelijk van een auto, want fietsen is geen optie. Zij houdt nu al net haar hoofd boven het water, maar sparen lukt niet meer. En nu is haar auto kapot, heeft volledig de geest gegeven. En dus gaat ze geld lenen, van een vriend. Ik kan wel zeggen doe dat niet, maar de andere optie is haar huis verkopen (met verlies want slechte tijd) en centraler gaan wonen.
Nou is haar financiële positie – net als die van ons – niet verslechterd door een slechte economie maar door ziekte. Maar waar het wel om gaat is dat er een kwetsbare groep mensen in de samenleving is, die kan verzuipen op het moment dat er langdurig minder geld in het laatje komt. Die afhankelijk zijn van een uitkering, of van speciaal onderwijs en minder gelegenheid hebben hun kansen te keren.
Het is wrang dat het woord koopkrachtenverlaging voor iedereen iets anders betekent: voor de één betekent het de verkoop van het huis, voor de ander leidt het tot een soberder bestaan en weer een ander baalt omdat dit betekent dat de bonus van het verder riante inkomen misschien iets minder uitpakt. Wat kan je eraan doen? Wel iets! Natuurlijk consuminderen, maar dat doen we al. En vooral toch gaan stemmen morgen, ook al lijken de verkiezingen een ver van je bed show. Want het is de politiek die de potjes beheert en aan de touwtjes trekt. Die bepaalt of jouw kind dat op school achterloopt een rugzakje krijgt of juist geen begeleiding. Die bepaalt of jouw bibliotheek open kan blijven of niet. Die bepaalt wat een eerlijke verdeling van geld is.
Advertenties

Zeg het maar!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s