Wijs op woensdag: Het Nieuwe en het Oude niks


Gastblog van Pennie Wijs: Het Nieuwe en het Oude Niks

Consuminderen gaat gepaard met een andere hype: het Nieuwe Niks. Minder kopen is stap één. Dan volgt stap twee: minder bezitten. Want leven met minder bezit geeft ruimte in huis en rust in het hoofd. Alle overbodigheden moeten de deur uit: kleding, boeken, meubels, alles. Verkopen, weggeven, maakt niet uit hoe. Als je er maar vanaf komt. Dan kun je verder leven in de ban van de Cult of Less ofwel: het Nieuwe Niks. Ik las er pas een artikel over en moest onwillekeurig terugdenken aan het Oude Niks.
Mijn grootouders werden geboren rond de vorige eeuwwisseling, allebei in arme gezinnen. Ze leerden elkaar kennen in het jaar dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. In de staart van die oorlog werd mijn opa opgeroepen voor de mobilisatie. Dat betekende geen werk en dus geen inkomen. Begin jaren twintig hadden ze wat spulletjes bij elkaar verzameld en konden ze trouwen. Toen de wereldwijde crisis van de jaren dertig uitbrak, hadden ze twee kleine kinderen en opa zat weer zonder werk. Op allerlei manieren probeerden ze hun kostje bij elkaar te scharrelen.
In de Tweede Wereldoorlog werd de situatie weer moeilijk qua werk en qua voedselvoorziening. In februari 1944 moesten ze hun huis verlaten omdat hun dorp en de wijde omtrek onder water werd gezet door de Duitsers. Tot het voorjaar van 1945 woonden ze bij familie, die ook onderdak bood aan andere evacués en onderduikers. Het zal duidelijk zijn dat het daar geen vetpot was. Toen het gezin weer terug kon keren had hun huis meer dan een jaar in het water gestaan. Het huisraad was onbruikbaar geworden en het was een hele klus om alle modder buiten de deur te krijgen. De muren waren doortrokken van vocht en heel langzaam, jaar na jaar, werd het huisje weer drooggestookt. In 1952 was al het vocht uit de muren weggetrokken en opa plakte er blij een behangetje op.
In de vroege ochtend van 1 februari 1953 werd er op de deur gebonsd. De dijken waren doorgebroken en het water stroomde inmiddels ook de polder binnen waar mijn grootouders woonden. Samen met buurtgenoten vluchtten ze weg voor het water. In mijn familie bleef iedereen gespaard, maar zesenvijftig dorpsgenoten verdronken die nacht. Toen opa en oma maanden later het gebied weer in mochten, was hun woonomgeving een grote ravage, de akkers waren overspoeld met zout water en hun huis bleek onbewoonbaar.
Hulporganisaties deelden dekens en andere goederen uit. Via de werkgever van opa kregen ze een woning toegewezen in een andere gemeente. En daar begonnen ze opnieuw. Weer met Niks. Vanaf toen ging het gelukkig beter. De kinderen gingen het huis uit. Opa had vast werk. In 1957 werd de AOW ingesteld. Er kwam een wasmachine in huis. In de jaren zestig kochten ze een koelkast. Ik was nog maar een klein kind, maar kan me goed herinneren hoezeer mijn oma hiermee in haar nopjes was. Van jongs af aan hoorde ik hoe goed ze het hadden. Hun AOW-tje, het heerlijke droge (huur)huisje, de mooie wollen dekens van de Zweden, het handige wasmachientje, de luxueuse koelkast en als klap op de vuurpijl: een kleurentelevisie.
Ik zie de indeling van het huisje nog zo voor me. Een eettafel met vier stoelen eromheen. Daarnaast het dressoir. Twee makkelijke stoelen met een laag tafeltje. De kolenkachel met het kledingrekje. De tv en een plankje boeken. En verder Niks.
Als ze over ‘vroeger’ vertelden ging het altijd over hoeveel geluk ze hadden gehad. Hoe goed ze de oorlog waren doorgekomen. Dat mijn oom gezond en wel was teruggekomen uit de Arbeitseinsatz. Dat mijn vader niet geraakt was tijden die beschieting toen hij naar school fietste. Dat die ene Duitser uiteindelijk toch niet schoot, toen opa weigerde zijn net geoogste fruit af te geven. Dat ze zo goed opgevangen waren tijdens de evacuaties. Dat ze niets, niets érgs hadden meegemaakt tijdens de Ramp.
Hun verhalen werden gekenmerkt door periode-aanduidingen als: voor de oorlog, in de oorlog, na de bevrijding, voor de Ramp en na de Ramp. Een familiegewoonte. Zo was ik een kind van ná de Ramp en van ná de oorlog. Als klein kind heb ik wel de naweeën van die grote gebeurtenissen in de geschiedenis meegemaakt. Een sober leven met alleen het hoognodige. We hadden Niks. Maar ook geen honger. En al snel werd alles beter en beter en beter. Mijn vader kocht een auto, bij mijn moeder in de keuken brak de culinaire revolutie van de jaren zestig uit. We gingen met vakantie naar de Veluwe of Drenthe. Daar waren opa en oma nog nóóit geweest.
Je zou zeggen dat mijn leven als consument tot nu toe één onderbroken opgaande lijn is geweest. Toch is dat niet zo. In 1972 werden wij als scholieren opgeschrikt door het rapport van de Club van Rome. Er zouden grenzen aan de groei komen! In 1973 brak de eerste oliecrisis uit. Mijn man en ik kochten in 1978 een huis en nog voor we de sleutel in het slot staken stortte de huizenmarkt in en dook ons huis diep onder water. Alleen was die uitdrukking in die periode nog niet in gebruik en ik zou hem ook nooit hebben dúrven gebruiken in gezelschap van al die mensen die weten hoe het is als je huis écht onder water staat. Begin jaren tachtig was er grote werkloosheid onder jongeren. Als je een schoolvriend tegenkwam was de eerste vraag: heb je werk? Begin deze eeuw kregen we een aantal malen geen loonsverhoging vanwege de recessie die volgde op de internetzeepbel. Sinds 2008 daalde de waarde van onze woning weer, daarna ook van ons pensioen. Op dit moment daalt zelfs de waarde van ons spaargeld en leef ik in de wetenschap dat ik pas AOW zal ontvangen na mijn zevenenzestigste verjaardag. Dát had mijn opa nog eens moeten horen.
En toch. Toch leef ik nu in een tijd waarin men zich bezighoudt met het Nieuwe Niks. We hebben zoveel spullen dat we de behoefte krijgen ze de deur uit te doen. Het geeft status als je niet meer tussen al die burgerlijke rimram bivakkeert. Woon je in een leeg huis, dan woon je chic. Ons wordt zelfs in alle ernst voorgesteld om eens een maand lang niets te kopen. Nou ja, niks niéuws. Om eens te kijken of je zo’n uitdaging kunt volbrengen. Dát had mijn oma nog eens moeten horen.
Ik weet niet zo goed wat ik van dat Nieuwe Niks moet denken. Ik voel me er nogal ongemakkelijk bij. Eerlijk gezegd vind ik het een beetje potsierlijk, dat Nieuwe Niks. Misschien omdat ik nog nét het staartje van het Oude Niks gekend heb. Maar ons collectieve geheugen is kort. Pas zei ik voor de grap tegen iemand die zich in mijn leeftijd vergiste: ‘Nee joh, ik ben van na de Ramp’. Niet begrijpend werd ik aangekeken. ‘Ramp? Welke ramp dan?’
Advertenties

29 gedachtes over “Wijs op woensdag: Het Nieuwe en het Oude niks

  1. Het huis van mijn oma was ook leeg, met een zak witte en bruine bonen op zolder. Het huis van mijn ouders is daarentegen erg vol (60 plussers). Of het een voortkomt uit het ander weet ik niet.

    Hier de wens naar een leger huis MET luxe, want de koelkast of wasmachine gaat toch echt niet weg.

    Wat een verhaal van je ouders zeg… Mijn grootouders komen van Flakkee. De ramp zit in het collectief geheugen van de familie, ook al zijn er bij hen geen slachtoffers gevallen. Ik vraag me overigens af of de rest van Nederland de impact en de verhalen wel kent. Manlief wist de eerste keer dat de ramp genoemd werd echt niet waar het over ging, terwijl het voor mij een reden is om de voorkeur te geven aan een huis naast een dijk.

    Like

  2. Het nieuwe niks, ik heb er niks mee, een nieuwe moederne term ?
    ik ben ook niet van het oude niks, (te jong ) maar ik weet wel wat tevreden en sober leven is, waardering en respect hebben is. Wij wonen erg klein met weinig spullen, gewoon 1 houten lepel in de keuken en niet 6 , om maar een voorbeeld te noemen. koelkast staat op dit moment uit, we zetten de spulletjes op t koude toilet, gewoon omdat ik geen zin heb om voor energie te betalen als het ook op een andere manier kan, heet water komt bij ons op het moment uit de ketel op t houtfornuis , gewoon omdat het zo ook kan. We hebben geen zorgen en dat is het verschil met het oude niks, respect voor je opa en oma en al die mensen van die tijd. respect voor het oude !! geniet ervan , liefs marion

    Like

  3. wat goed dat je dit verhaal hier neerzet. We (97% van nederland) zijn ook niet arm, we hebben alles! en we willen meer dan goed voor ons is, omdat we denken dat het normaal is.

    Like

  4. Ik ben van '46 en heb ook die tijd van steeds meer luxe krijgen meegemaakt. Voor mij is het logisch, dat de slinger nu de andere kant op begint te gaan. Als “het nieuwe niks” samen gaat met het inzicht, dat het ultieme geluk niet voortkomt uit veel kopen en bezitten, lijkt me dat plezieriger leven. Een beter voor onze voorraad grondstoffen en de vervuiling van de aarde.

    Like

  5. Een goed stuk en om in te haken op het commentaar van Izerina hierboven (ik ben van '81 om mijn commentaar meer in context te plaatsen) Het oude Niks en het nieuwe Niks vergelijken is zoiets als appels met peren vergelijken. Het oude Niks is ontstaan uit een crisis of rampsituatie en daar staat overleven centraal (helaas is het oude Niks voor heel veel mensen op deze wereld nog realiteit door de oorlogen en natuurrampen), Het nieuwe Niks heeft in mijn ogen meer te maken met het besef dat men niet gelukkiger wordt van bezit en dat het zelfs afleidt van waar het in het echte leven om gaat. Juist omdat we het zo goed hebben zoeken mensen naar een manier om zin te geven aan hun leven en bewuste keuzes te maken daarin. Bovendien staat ook het besef dat het blijven kopen en bezitten van spullen uiteindelijk niet houdbaar is voor onze planeet en men spaarzamer zal moeten omgaan met de resources van de planeet als we deze willen behouden voor toekomstige generaties. Groet, Noor.

    Like

  6. Wat een mooi stukje, het geeft toch maar aan dat het niet gaat om welvaart maar om welzijn. En zoals de Engelsen zo mooi zeggen: 'count your blessings'. Jouw grootouders prijsden zich gelukkig dat ze alles zonder al te veel kleerscheuren hadden overleefd, en wij leven in een tijd dat we kunnen kiezen.

    Like

  7. Och wat een prachtig verhaal, maar zo prachtig was het natuurlijk helemaal niet. Ik ken ook het sobere leven van mijn opa en oma waar ik naast woonde.
    Ik merk wel dat ik de neiging krijg om dit te romantiseren, het beeld van dat ik s 'morgens om zes uur bij opa in de keuken sloop, op divan een bord broodpap (oud wit brood, suiker en melk) kreeg lekker warm bij het houtvuur.
    Maar toch geloof ik dat ze echt wel gelukkig waren.

    Een generatie verder bij mijn ouders, het basic interieur van salontafel, vier stoelen en een klein bloemetje uit eigen tuin en dat er geen geld voor elke dag vlees was gaf niet verteld mijn moeder mij nog wel eens, ze bakte een eitje. Hoe snel veranderde dit door de grote welvaart die volgde, het heeft ze niets geen goeds gebracht, te dik, een alcoholverslaafde vader, helemaal toen de crisis in de jaren 80 volgde, wat een ruzies heb ik gehoord om geld.

    Het nieuwe niks is prima als het word gedaan vanuit eenvoud, spaarzaam en bewust leven. Het nieuwe niks vanuit niks gedaan, is leeg, koud en trendy (uiteraard 🙂

    Mooi en goed onderwerp om zo tijdens mijn werk over na te denken, dank je wel!

    Groet, Johanna

    Like

  8. Dat niet weten van de ramp heeft ook te maken met waar je woonde vroeger. Ik heb er herinneringen aan,bij ons brak de dijk net niet. Maar bv mijn man komt uit het oosten. Daar bereikten alleen de nieuwsberichten via radio de mensen. En werden waarschijnlijk geen inzamelingen gehouden voor de mensen,die alles kwijt waren. Ook had je niet ineens nieuwe kinderen op school,die ergens in jouw dorp onderdak hadden gekregen. Het spreekt dan minder lijkt me.

    Like

  9. hoi, ik heb een hele tijd met niks verbleven in een ziekenhuis ver weg met mijn zoontje (ineens werd mijn zoontje overgeplaatst van het ene naar het andere ziekenhuis en ik had geen tijd om spullen in te pakken, ik had geeneens een lenzendoosje of tandenborstel mee. ik vond het traumatisch) ik had ook geen tijd om de stad in te gaan, ze lieten hem namelijk huilen wanneer ik er niet was, en hij had een littekenbreuk die erger werd wanneer hij ging huilen)
    Hierdoor ben ik in de periode hierna als een gek verzorgingsspullen gaan verzamelen/ heel erg alles willen hebben en houden. Het sloeg nergens op. Ik kan me voorstellen dat je vader alles is gaan bewaren, want je wilt dat het nooit weer gebeurd.

    Like

  10. Heel mooi omschreven. Mijn familie van moeders kant is Schevenings. Opa (opa van mijn moeder dan) was schipper op een vissersboot, en voer in '53 uit in de storm om mensen in Zeeland te redden. Het schijnt dat hij zulke erge dingen heeft gezien, dat hij er nooit over heeft kunnen praten. Als we naar oma gingen (die heeft nog geleefd tot mijn 16e) kregen we altijd cadeautjes, omdat ze er zo van genoot dat ze genoeg had om haar (achter-)kleinkinderen iets toe te stoppen. Maar dan wel altijd heel bewust echt mooie dingen. Ik heb nog twee poppen staan die ik ooit van haar gehad heb.
    Hoewel ik geen minimalist ben, denk ik dat het wel goed is om bewust om te gaan met wat je hebt, en niet zomaar een hoop troep in huis te halen. Bewust te zijn van (emotionele) waarde. Die poppen die ik van oma heb gekregen zou ik nooit weg doen, want die komen nog bij haar vandaan. Naast dat ze nog erg mooi zijn, en ik hoop dat later mijn kinderen er ook mee kunnen spelen. Als ze het geld van één van die poppen uit had gegeven aan tien plastic troepjes, had ik er nu niets meer aan gehad. Ik denk dat op die manier bewust zijn wát je in huis haalt en houdt juist belangrijk is.

    Like

  11. Ja Jantine, die verhalen herinner ik me ook, over (vissers)schepen die van ver kwamen om te helpen. Veel mensen zijn getraumatiseerd geraakt, ook deelnemers aan reddingsacties. Mijn grootouders en hun lotgenoten waren erg onder de indruk van de hulp die ze kregen en zijn dat nooit vergeten (hoewel er op dat gebied ook schrijnende dingen zijn gebeurd, maar daar hebben zij niets van gemerkt).

    Pennie

    Like

  12. Wat een mooi stukje Pennie Wijs !
    En wat herkenbaar , ook hier opgegroeid met de verhalen over mijn ( zeeuwse ) grootouders, en ouders die ” het oude niks ” aan den lijve hebben ondervonden.
    Volgens mijn vader, als hij het nog wel eens over vroeger heeft 😉 hadden ze in die tijd ” niks “, maar hadden anderen dit ook niet. Vond ik vroeger mijn met ( in mijn ogen dan toch ) weinig tevreden zijnde ouders behoorlijk ouderwets, merk ik nu ik zelf ouder wordt dat ik ook steeds minder belang hecht aan materie en een hang heb naar een veel eenvoudiger leven.
    En met regelmaat terug denk aan mijn jeugd, ( en hoe die enorm verschilt met die van mijn mijn kinderen ) die zich tot ongeveer mijn puberteit ook heeft afgespeeld in het staartje van het ” oude niks” , zoals je dat zo mooi omschrijft.

    Aagje

    Like

  13. Tja, die modenaampjes… Het zal wel. Ik heb er niet zo veel mee. Leuk als een journalist weer eens iets signaleert en het een titel geeft.

    Ik zou niet helemaal willen leven als vroeger, maar ook niet zoals veel mensen tegenwoordig. Mijn oma leefde zoals ik nu ook probeer te doen. Met een paar tijdloze favoriete dingen. En een grote voorraad koffie. Er werd eigenlijk nooit iets vervangen, want alles was van goede kwaliteit en er werd voor gezorgd. Ze heeft altijd de zelfde meubels en kleding ect. gehad.

    Ik stop sokken en truien (met maaswol van mijn overgrootoma) en vind alles wat we niet nodig hebben, mooi meegenomen. Wat overblijft daar ben ik blij mee en zorg ik goed voor. En dat bevalt me prima. Goedkoop, overzichtelijk, eenvoudig.

    Like

  14. Zou het niet zo zijn dat mensen vroeger geen tijd hadden om zich constant af te vragen of ze wel of niet gelukkig waren, ze waren echt! druk met (over)leven.
    Wel heb ik persoonlijk moeite met mensen die constant roepen hoe weinig ze nodig hebben, en als ik dan kijk, zie ik nog zoveel luxe, beseffen die mensen dan niet dat hetgeen ze nog allemaal hebben aan geld, huis en spullen bij lange na niet in de buurt komt van op en met het minimum leven? Julia

    Like

  15. Bij het lezen van jouw blog kwamen er veel herinneringen boven. Ook mijn familie van moederskant kwam uit Zeeland en ik kan me nog goed de angst herinneren van de watersnood. Mijn grootouders en ouders leefden anders dan wij, maar aan de wijze woorden van mijn oma denk ik nog vaak. Ze zei: kind, je hoeft niet alles te kunnen kopen wat je hebben wilt, als je maar kan kopen wat je nodig hebt.
    Ellen.

    Like

Zeg het maar!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s