Angst voor gebrek

Opruimen en minimalisme, daar vinden héél veel mensen iets van. Dát weten we inmiddels. Gisteren kreeg ik een paar prachtige reacties over de generatie van opa’s en oma’s van lezers. Lies schreef over haar grootouders: ‘Het waren zuinige mensen die hun hele leven deden met die spullen en ze goed onderhielden. Maar het waren er dus wel veel en weggooien was zonde, want je weet maar nooit. Mijn ouders zijn ook zo: zuinig op hun spullen en veel dingen bewaren die ‘misschien nog wel eens handig kunnen zijn‘.

Dat kan ik me ook nog goed herinneren van mijn opa en oma. Gefascineerd werd ik door de voorraadkast in de gang waar honderden blikken met eten stonden opgestapeld. Maar niet alleen eten was er in overvloed.  ‘Heb je het koud? Wil je een deken? Twee dekens?‘ Als ik daar logeerde lag ik onder 4 lagen dekens omdat het daar boven altijd ijskoud was. De kast in de kamer waar ik en mijn zus lagen tijdens de logeerpartijen bevatte onvoorstelbaar veel lakens en toch al snel 100 washandjes, hemdjes, nachtponnetjes van sterk ontvlambaar materiaal (voor oma om onverklaarbare redenen geen degelijk katoen maar kriebelend nylon). Van alles toverde ze tevoorschijn indien ze je betrapte op een behoefte, niets werd weggegooid.

Zij kwam dan natuurlijk ook uit een andere tijd waarin spullen werden gekocht om een leven lang mee te gaan en de meeste spullen bovendien ook werden gemaakt om een leven lang mee te gaan. Maar had mijn oma een paar honderd boeken? 15 paar laarzen? 3 warmhoudplaatjes? Nee, dat dan weer niet.

Veel spullen die wij nu dagelijks gebruiken, bestonden niet in grootmoeders tijd. De spullen die ze wel had, werden bewaard óók als ze niet meer dagelijks werden gebruikt, voor ‘als, dan, je weet maar nooit’. Om later misschien te worden gebruikt, misschien niet in zijn geheel dan tenminste wel een onderdeel, een stukje, een lapje. Of er werd geruild.

Iemand anders schreef: ‘Het is idd iets van onze tijd dat we bedenken dat die spullen ons in de weg zitten. Wij denken kennelijk niet dat er nog wel eens een periode van gebrek zou kunnen komen?

Is dat zo dat we niet verwachten dat we ooit een periode van gebrek gaan meemaken? Ten eerste wat is gebrek? Ik denk dat veel mensen in deze tijd al midden in het gebrek leven, maar dat terzijde. De vraag is of angst om gebrek het verzamelen van spullen rechtvaardigt. En zouden we bij het opruimen onderscheid moeten maken tussen dat wat echt onzinnig is en dat wat we ooit nog kunnen gebruiken?

Ik twijfel. Ik denk trouwens dat het niet zozeer gebrek is wat me ooit zal nekken, maar kennis en vaardigheden. Zo bezien heeft het misschien meer zin me te bekwamen in het oplappen van oude sokken, het inmaken van eten, het villen en plukken van kippen of wat je er ook mee doet als je het in je mond wilt stoppen. Ik denk dat als de nood aan de man is, ik meer heb aan oplossingsgericht vermogen dan aan spullen. Want hoe weet ik nu wat voor spullen ik straks nodig heb? Niet toch?

Handelen uit angst is trouwens nooit een goede motivatie, vind ik. Angst als motivatie zorgt naar mijn ervaring voor blokkades, voor stoppen en vertragen, niet meer stromen. Je doet iets niet, uit angst voor de gevolgen. Maar die angst kan steeds groter worden. Het is een emotie gericht op de toekomst, op iets in de toekomst dat wellicht nooit zal gebeuren. Net als spijt is angst niet iets wat me verder heeft gebracht in het leven. Het is mij in ieder geval nooit goed bekomen.

En waar leg je de grens? Nooit ben ik mijn collega vergeten die tijdens een gezellig babygesprekje (we waren allebei zwanger) zei zeker te weten dat ze meer dan één kind wilde krijgen. ‘Want als je maar één kind hebt en dat overlijdt, dan heb je niets meer.‘ Die angst en dus die motivatie om nog een kind te willen, raakte me enorm. Ze heeft dan nu ook inmiddels twee kinderen.

Ergens ligt een grens tussen ‘gezond verstand en handig voor de heb’ en ‘ge-escaleerd bewaren want stel je voor dat de wereld vergaat’. Die grens ligt voor iedereen op een andere plek. Maar ik denk wel dat leven met angst voor gebrek óók heel veel ruimte in kan nemen. Misschien wel meer ruimte dan je hebt.

Voor mezelf is het vooral ook een onderzoek naar behoeften: wat is opgelegd van buitenaf en wat is echt noodzakelijk? En wat noodzakelijk is, kan ook weer verschillen afhankelijk van de fase waar ik in zit. Ziek op bed had ik bijvoorbeeld andere behoeften (meer sokken/joggingbroeken/warme dekens/sloffen) dan nu, nu ik actiever ben. Dus nu heb ik meer gewone kleding nodig dan voorheen. Maar geen werkkleding, want werken doe ik (nog) niet. Waarom is het dan toch zo moeilijk daar afstand van te nemen? Eén nette outfit moet toch voldoende zijn? Blijkbaar neem ik afstand van veel meer dan alleen werkkleding als ik het wegdoe. Afstand van de hoop om ooit weer te gaan werken? En de rok die ik op de begrafenis van mijn vader droeg? Een prachtige rok, maar ik draag hem nooit. Elke keer als ik hem zie, sta ik in gedachten weer die afscheidsrede te houden. Maar wegdoen lukt niet, dat voelt ongemakkelijk, ongepast naar mijn vader toe. Terwijl die waarschijnlijk zijn schouders erover op zou halen als ik het hem zou kunnen vragen. Blijkbaar plak ik op veel ongewenste ongebruikte spullen een emotioneel label, wat het moeilijker maakt om afstand te nemen.

Rommel is niet alleen rommel maar ook onze identiteit – terecht of niet –  of onze herinnering, ons verlangen of ons doel. We kopen iets omdat we willen lijken op iemand. Omdat het ons een (vals) gevoel van veiligheid of controle geeft. Of omdat de wasmand vol is en we geen tijd hebben om te wassen. Omdat het regent en we geen zin hebben om terug naar huis te gaan om de plu op te halen. En we houden het omdat het ons ergens aan doet herinneren. Of omdat we denken dat we niet zonder kunnen. Omdat we er nu eenmaal voor betaalden en dat een onterechte uitgave lijkt als we het snel weer wegdoen. We nemen blijkbaar afstand van de gedachte dat we ooit nog 10 kilo af gaan vallen als we deze ene broek wegdoen of de loopband, die verschrikkelijk in de weg staat.

Zo bezien heeft moeite met opruimen en een te vol huis niet alleen te maken met angst voor gebrek maar vooral ook met de lading die we aan spullen geven. Hoe ontdoe je zooi van hun emotionele lading zodat het weer wordt wat het is: zooi die in de weg staat en weg kan?


Advertenties

27 gedachtes over “Angst voor gebrek

  1. Je blog doet me denken aan de aladin. Ooit in de jaren'70 gekocht,toen door sneeuwstormen een deel van Duitsland en Denemarken dagenlang zonder stroom in de kou zat.We hebben hem nooit hoeven gebruiken. Die enkele stroomstoring was te kort om kou te hebben. De 24 uurs gasstoring was al in ons huis met kachels. Toen voldeed een elektrisch kacheltje. En toch doe ik die aladin niet weg.

    Like

  2. Mooi gezegd weer. Het gaat eigenlijk helemaal iet om ont-rommelen, maar om onthechten. Als je dan uiteindelijk beslist iets weg te doen, wil je wel dat je dierbare spullen terecht konen bij iemand die er blij mee is.
    Het besef dat de ervaring opgesloten zit in de spullen en het zoeken naar andere manieren om de ervaring te bewaren, kan misschien helpen om het los te koppelen.

    Juist wat je vandaag beschrijft, maakt opruimen zo vermoeiend en maakt waarschijnlijk ook dat je vaak leest dat het stapsgewijs over jaren verspreid gaat.

    Succes ermee, in ieder geval.

    Groetjes,Lies

    Like

  3. Daar heb je weer helemaal gelijk in, het is net wat je wilt, een beetje vechten tegen de bijpassende gevoelens als je toch afstand neemt.
    Voor mezelf merk ik dat het steeds makkelijker gaat, afstand nemen van…. en ik sleep manlief er in mee, terwijl dat een absolute 'hoarder' was! Een opgeruimd huis geeft ons beiden blijkbaar rust en daar is nu dus de tijd voor gekomen. Dus ik ga er weer voor vandaag 🙂
    Succes meis!

    Like

  4. Mooi gezegd en o zo herkenbaar! En het gaat inderdaad zoals Lies zegt gedeeltelijk om onthechten. Dus ga ik gewoon maar gestaag door met ont-rommelen én onthechten. En mag er ook 'meuk' blijven, gewoon omdat ik er teveel aan gehecht ben, het erg leuk vind of toch wel praktisch.

    Like

  5. Het vreemde is dat de meeste van die 'je-weet-maar-nooit'-types niets in huis hebben van het pakket dat de overheid je adviseert voor calamiteiten. Altijd leuk onderwerp voor verjaardagen en recepties. Dan is de stemming ineens 'joh het loopt vast wel los'.

    Like

  6. Onthechten, dat is inderdaad het juiste woord (tenminste, voor mij). Een aantal spullen van mijn overleden ouders, die eigenlijk liggen te verstoffen op zolder, maar waar ik geen afstand van kan doen… De herinnering en emotie zit absoluut niet in die spullen, maar in mijn hart, maar toch kan ik het niet wegdoen.
    Als iemand hier goede tips voor heeft, houd ik me aanbevolen!
    Verder kan het ontrommelen van ons huis ook zeker geen kwaad 🙂 Jouw blog helpt me daarbij, tevens met het extra aflossen van onze hypotheek. Dank daarvoor!
    Groet, MB.

    Like

  7. Even een voorzichtige vraag: moet een vol huis altijd een probleem voor je zijn? Of spullen waar je geen afstand van wil/kan doen? Het is natuurlijk reuze interessant om zo'n onderwerp als opruimen en zo helemaal te analyseren en te ontleden. Maar kan het ook niet zo zijn dat het hebben van (veel) spullen -al zijn ze niet (meer) nuttig of noodzakelijk- gèèn probleem voor je hoeft te zijn? Wordt er misschien niet hier en daar een beetje teveel een probleem van gemaakt? Het is maar een voorzichtige vraag hoor. Maar ik denk weleens dat er een beetje teveel psychologie aan dat hele opruimen en dergelijke wordt opgehangen. Of zeg ik nu iets heel verkeerds en krijg ik nou iedereen over mij heen? 😉

    Like

  8. Bewaar sentimentele dingen gewoon voor het laatst en begin met de dingen waar je niets mee hebt of doet.
    Maakt het een stuk makkelijker. Geef het een paar maanden, laat het met rust, ruim ondertussen wat andere dingen op en kijk daarna nog eens naar het ding… vind je het nog steeds moeilijk, verzin dan iets voor zulke spullen. Allemaal in een grote doos ofzo. Niet direct in het zicht in je kast. Er is toch ook niets mis met dingen wél houden?

    Like

  9. En als je dan spullen wil bewaren voor 'wat als' en mindere tijden, tijden van gesprek of dichtgedraaide gaskranen, dan heb je meer aan een oliestel (hoewel jij daar niet zo van houdt toch?), een goeie fluitketel of kelly kettle, kennis van het repareren van kleding, vissen, eten zoeken in de natuur, fijne dekens, een voorraadje brandhout, wat ruilmiddelen en eten dat je ook daadwerkelijk opeet dan aan kasten vol te kleine kleding, fitnessapparaten, drie kapotte waterkokers, zes oude horloges en 20 blikken ingeblikt fruit t.h.t. 08-2009. Denk ik dan.

    Like

  10. Inhoudelijk ga in niet reageren, maar wel lekker lezen straks.
    Wel weet ik (denk ik) waarom je om nylon nachtponnen had. Die drogen namelijk sneller dan katoen, en dat is handig als je in de winter de was binnen moet drogen bij een gaskacheltje of zo 😉 In Engeland heb ik wel onder nylon lakens geslapen. Ik vond ze zweterig, maar de gastvrouw zwoer er bij – zo makkelijk in de was! En gaf ze ook kado bij huwelijken etc.
    Loonlijstmama

    Like

  11. Nee natuurlijk niet! Zoals ik gisteren schreef: is je huis vol en is dat geen probleem: houden zo! Bovendien: wat is vol. Wat voor de een vol is, is voor de ander wat kaal en leeg, ook heel persoonlijk dus.
    Het wordt pas een probleem als het vol is en het je aanvliegt en je bij het opruimen merkt dat je nergens afstand van kunt doen.

    Like

  12. Oh maar je bent niet de enige die dat doet hoor. Half blogland heeft er last van. Inclusief ikzelf. Hahaha. 😉 Maar het is fascinerend hoe mensen zich op dat opruimen kunnen storten en daar dan het hele handboek voor psychologie bijhalen. Dat opruimen is dan haast geen weg meer ergens naar toe, maar een doel op zich. Dat opruimen wordt dan zowat een obsessie.

    Like

  13. Je slaat de spijker op z'n kop,opruimen wordt een obsessie ,op een verjaardag zat ik naast iemand met een superfoodobsessie,net een langspeelplaat die bleef hangen.

    Like

  14. Hear, hear. Idd, het opruimen kan een obsessie (of: 'geloof') worden (of er op lijken natuurlijk, woorden op blogs worden vaak letterlijker genomen dan gesproken taal).
    Met mijn reactie van gisteren die boven werd aangehaald (over het niet meer nadenken over een eventuele periode van gebrek) bedoel ik natuurlijk niet het verzamelen van 80 kapotte wekkers, 40 nagelknippers of 60 kapotte fietsen (hoewel het je zal verbazen hoeveel knappe 'plak'fietsen je nog van die laatste kunt maken). En nee, het heeft ook niets te maken met angst. Maar het idee dat er nooit meer oorlog of honger zal komen is kennelijk toch behoorlijk ingebakken bij de gemiddelde burger, er is immers al bijna 70 jaar geen oorlog meer in ons land geweest. Niet dat je bang moet zijn, integendeel, maar naïviteit a la 'het universum zorgt voor je' leidt evenmin ergens toe. Bewaren wat nuttig kan zijn, is helemaal niet verkeerd. Nu is er nog een voedselbank die 'mensen die nu al in het gebrek leven' in kunnen roepen en bestaat er nog een steeds kleiner wordend vangnet aan sociale voorzieningen, maar dat hoeft niet zo te blijven.

    Maar goed, ik heb gewoon niets met zweverigheid, da's dan weer mijn makke. Voor de duidelijkheid nogmaals: ik heb het niet over mensen die 4000 versleten postbode-elastieken, 600 roestige scharen, 42 te kleine onderbroeken, 30 navelbandjes en 330 oude kranten uit 1967 bewaren. Die mensen zouden wellicht wel moeten overwegen te gaan opruimen:-)

    Like

  15. Met die laatste soort rommel heb ik te maken gehad toen ik het huis van mijn moeder opruimde. Veel kapotte spullen, kleding die sinds 40 jaar niet meer gedragen was, oud papier in een hoeveelheid waardoor ik ruim 100 dozen nodig had om ze af te voeren. Ik had graag gezien dat ze dat alles opgeruimd had voordat ze dat zelf lichamelijk niet meer kon.

    Like

  16. Onthechten, ja dat is voor mijn gevoel wat bij veel mensen het probleem is bij opruimen. Zelf heb ik er nooit veel moeite mee gehad en als je na een scheiding alle verzamelde spullen moet verdelen, dan leer je vanzelf dat er maar weinig spullen zijn die je echt nodig hebt. En zo begon ik mijn tweede leven heel minimalistisch, heerlijk vond ik het! Wat gaf dat een rust en wat heb ik mezelf leren kennen in die periode.
    Onze zolder loopt ook elk jaar vol, maar het ontrommelen is gewoon een feestje geworden. De lucht die het geeft als er weer veel weg is en het besef dat ik heel gelukkig en tevreden ben in een klein huis en met veel minder spullen, dat voelt goed, heel goed!

    Like

  17. Nou, maar als er oorlog komt, dan meestal ook hongersnood en dus ook (eindelijk) veel gewichtsverlies. Dus NIET die te kleine kleding weg doen hè? En met een fitnessapparaat kun je zelf stroom opwekken, deden mijn grootouders in WO II met een fiets (op blokken). Om de beurt trappen, bleven ze gelijk ook lekker warm…

    Like

  18. Foto's maken van spullen van overleden ouders en een mooie collage van (laten) maken voor in je huiskamer. Maar bewaren mag natuurlijk ook, hoor !
    Groetjes, Ineke

    Like

  19. Oh die Amygdalia is zo maar getrained hoor .Om de emotionele kick van het weg doen van spullen met een emotionele waarde fijn te gaan vinden..Raakt die daar weer verslaafd aan 🙂 Oppassen hoor . Zolang het spul “geen brood eet “en kostbare ruimte in beslag neemt.
    Ook flink weg gooien van spullen waar ik zo gehecht aan was (b.v. M,n eerste dure walkman die het al lang niet meer deed maar die me zo veel plezier en troost gegeven had met z.n muziekjes in de container kiepen bij voor beeld ) heb ik ooit eens aan gegrepen als poging en hoop om te genezen van de CVS. Dat verhaal dat vasthouden aan vroeger voor stagnerende energie zou zorgen . Leverde niet zo veel op denk ik ,
    Gewoon die Amygdalia weer wat leuk bezig gehouden.
    Irma

    Like

  20. Ik begin ook langzaam maar zeker meer op te ruimen. Ook al die spullen die ik eerder niet los kon laten. Zo spaarde ik als kind konijnen (niet de echte versie, maar beeldjes) Niet omdat ik die leuk vond, maar omdat mijn vader dat voor mij had bedacht (hij noemde mij ook altijd zijn konijntje) Sinds ik uit huis ben, nu bijna 20 jaar geleden, verhuisde mijn verzameling in twee dozen met me mee. Om altijd in de zolder of hok te staan. Bij mijn vorige verhuizing gooide ik een paar lelijke exemplaren weg en paste het geheel in een doos. Die doos staat opnieuw al jaren op zolder. Toen bedacht ik mij ineens dat mjjn vader mij nog steeds lief vind, ook al doe ik ze weg. En ja, houden had ook gekund. Maar ik heb behoefte aan ruimte en leegte, en dit soort spul loslaten geeft een ontzettend bevrijdend gevoel. Mijn vaders konijntje blijf ik, al ben ik tachtig, maar die beeldjes kunnen WEG!

    Like

  21. Om er nog wat psychologie in te gooien, ik ga altijd heel erg opruimen als de rest van mijn leven in de soep dreigt te lopen. Dan tenminste mijn huis en inhoud onder controle…. Als het goed met me gaat, is mijn huis dus rommeliger, positief dus eigenlijk.. Julia

    Like

Zeg het maar!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s