Eindelijk weer een aflossing

Deze week deden we na ontvangst van salaris en uitkering eindelijk weer eens een hypotheekaflossing. We hadden het afgelopen half jaar lang andere prioriteiten maar nu pakken we de draad weer op. Dit keer maakten we €500 over naar de hypotheekverstrekker. Sinds we in de zomer van 2012 begonnen met aflossen, losten we iets meer dan € 60.000 af, dat is inclusief annuïteitenaflossingen.

Een klein overzicht:
In  de zomer van 2012 hebben we onze beleggingshypotheek omgezet naar een annuïteitenhypotheek en het vrijgekomen geld van onze woekerpolis gebruikt voor een storting in de hypotheek. Dat was een bedrag van € 11.697,50. Sindsdien hebben we ook regelmatig extra aflossingen gedaan op het aflossingsvrije deel van onze hypotheek:

  • 2012: € 7.175,-
  • 2013:  € 5000, –  (doel €5000)
  • 2014: € 2329 (doel €5000- doel niet gehaald)
  • 2015: € 10.000 (doel €10.000)
  • 2016: €2000 (doel van €6000 niet gehaald, aangezien we halverwege het jaar andere prioriteiten kregen)

Ons aflosdoel voor dit jaar is €3500.

Aflossen is een kwestie van de lange adem. We zullen nog jaren bezig zijn. Dat vind ik prima We proberen immers een balans te vinden tussen aflossen, noodzakelijk onderhoud aan het huis en ook een beetje genieten. Maar het is wel noodzaak om te blijven aflossen. In 2033 loopt onze hypotheek af en zouden we nu niets meer doen dan zitten we dan met een schuld van iets meer dan €120.000. Na de ervaring met het onder water staan van ons huis en het woekerpolisdrama ga ik er niet meer van uit dat we ons huis in 2033 heel goed kunnen verkopen, om van de schuld af te komen. En zou dat wel kunnen, dan nog. We moeten toch ergens wonen. Huren is duur. In ieder geval duurder dan wonen in een afgelost huis.

Liever beschouw ik onze aflossingsvrije hypotheken als een annuïteitenhypotheek, met dat verschil dat we zelf per maand bepalen wat we kunnen missen. Dat geeft veel vrijheid. Nu maar ook straks aan het eind van de looptijd. En het voelt goed dat we nu de draad van het aflossen weer hebben opgepakt. De totale openstaande schuld is nog €201.852,05 waarvan € 120.000 aflossingsvrij. Daar gaan we dus een flink gat in slaan.
Hoe staat het met jullie aflosschema’s?

Over de drempel

In het voorjaar van 2013 zagen we twee onbekende katten door de buurt zwerven. Mijn kattenradar is meer dan ontwikkeld en deze twee deden het alarm afgaan.  Vaste lezers van het blog kennen dit verhaal natuurlijk maar voor die mensen die nog niet zo lang geleden zijn aangehaakt, volgt hier een korte samenvatting:

Deze vreemde katten zaten ook regelmatig bij ons in de tuin, iets wat onze eigen katten curieus genoeg goed vonden. Normaal worden onbekende katten meteen de tuin uitgejaagd. Maar deze scharminkels waren dan ook nauwelijks een bedreiging te noemen. Mager, schuw, volledig lam geslagen, maar wel op zoek naar contact. Concurrenten van elkaar, ondanks de overeenkomsten in uiterlijk waardoor het familie leek. Waarschijnlijk wel uit één nest maar honger maakte ze tot concurrenten.

We richtten ons op de kat die er het slechtst aan toe was, Dibbes. Gerrie bleek  het hart te hebben gestolen van mensen van drie huizen verderop en die wilden hem graag adopteren. Uiteindelijk lukte dat niet en kwam Gerrie alsnog bij ons wonen, maar dát is een ander verhaal.  Terug naar Dibbes: Hij had overduidelijk gezondheidsproblemen en leek blind, het pus droop uit zijn ogen die hij niet goed open leek te kunnen houden. Maar hij was wel redelijk goed te benaderen. Na een half jaar gescharrel op afstand en lokken met lekker eten, mocht ik hem in oktober 2013 voor het eerst aaien en toen ging het razendsnel.  We brachten hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken en meteen te laten chippen en castreren.

Dibbes bleek entropion te hebben. Een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Heel pijnlijk. Gelukkig was dit met een operatie op te lossen en we kregen een kat mee naar huis die 10 dagen binnen moest blijven en intensief verzorgd. Dat was nog wel een dingetje. Dit was een straatkat die tot nu toe alleen slechte ervaringen met mensen had opgedaan. Hem aaien was één ding, maar hem in huis houden, pijnstillers toedien en oogzalf opsmeren was iets totaal anders en behoorlijk heftig.

10 dagen na de operatie, hij bleek prachtige groene ogen te hebben

We hielden hem in overleg met de dierenarts in een apart kamertje en met een flinke dosis kalmeringsmiddelen. Twee keer per dag gaf ik hem medicijnen en zalf en elk uur glipte ik even naar binnen om te kijken hoe het met hem ging en met hem te knuffelen. Na 10 dagen mocht hij de kamer uit. De hechtingen bij zijn ogen waren verwijderd en hij mocht voor het eerst naar buiten. Het leven als gewone huiskat kon beginnen, argwanend bekeken door de twee die we al hadden. Een beetje coulance met een zielige zwerver in de tuin was oké, maar nu zat het beest ineens binnen! De blikken vlogen door de lucht die zwaar was van verontwaardiging. Dibbes gedroeg zich gepast nederig. Voor zo lang het duurde.

Elke avond als ik naar bed ging, was dat voor hem het sein ook naar bed te gaan. Hij rende met mij mee naar boven en ging dan in het kleine kamertje liggen. Dat was voor zijn gevoel zijn kamer. En lag dan keurig op een kussen. Braaf. Maar ook wel wat eenzaam. Want wij lagen in bed met de andere twee katten. Dat merkte hij wel. Dat wilde hij ook. Dus duurde het niet lang voor hij kwam kijken.

Een paar dagen lang bleef hij op de drempel van de slaapkamer zitten als wij op bed lagen. Moos en Smoes stikten zowat. Zag je dat! Wat ie nou deed! Echt! Dus zat Dibbes daar en de eenzaamheid droop er vanaf. Hij was dan geen straatkat meer maar een echte huiskat ook nog niet. Want die lagen op bed bij het kattenmens.

Dus stapte hij over de drempel en liep een rondje door de kamer. En ging daarna snel in zijn eigen kamer liggen. Dat gaf moed, er waren geen dooien gevallen dus de volgende ronde in de slaapkamer was snel gemaakt. Alleen hoe kwam hij nou op het bed? Dát was toch wel weer een hele grote stap. Moos en Smoes zaten alert overeind en gaven een heleboel signalen af met nog nét geen spandoek in de lucht: ‘vreemdelingen niet welkom, eigen volk eerst‘.

Dus sprong Dibbes op de plank naast het bed, aan mijn kant. Daar zat hij. Bekeken door ons. Pootje voorzichtig op het bed. Pootje er weer af.  Zal ik wel, zal ik niet? Weet je wat, ik doe het gewoon! En daar stapte hij op bed. Ging keurig op de uiterste rand liggen. Kijk eens, eigenlijk lig ik hier niet, het lijkt wel alsof ik op bed lig maar mijn kont ligt helemaal over de rand. Verwaarloosbaar dit!

Daar denk ik nog wel eens aan. Aan die onzekere kat van toen als ik in bed lig met Dibbes tegen me aan en geen ruimte heb om me te bewegen. Hij ligt altijd op de beste plek. De beste plek, dat is tegen mij aan. Wat hij ook aantreft als hij binnenkomt, hij weet het altijd zo te versieren dat hij binnen de kortste keren daar ligt waar hij wil zijn. Een beetje onhebbelijk is hij wel. Maar ook een beertje dat té aandoenlijk is en een onverzadigbare behoefte aan liefde. Wat we hem graag geven.

Financiën en klussen

We hebben het er maar druk mee, met geld uitgeven. Door de keukenrenovatie vliegt het er uit. Al blijven we tot nu toe wel binnen budget. Vorig najaar besloten we tot een tijdelijke hypotheek-aflos-stop om eerst het geld bij elkaar te sparen voor een zeer noodzakelijke keukenrenovatie en het plaatsen van een dakkapel op zolder. Dat laatste is vooral luxe.  Met de keukenrenovatie zijn we nu een flink eind onderweg en de pot voor een dakkapel is ook al redelijk gevuld. We zijn er nog niet maar wel al een heel eind.

Omdat de keukenrenovatie enorm inhakt op mijn energie, hebben we besloten om het plaatsen van de dakkapel op te schuiven naar 2018. Het is wel even goed zo, ik trek het niet meer om nu meteen door te stomen naar een volgende klus. We hebben beide klussen wat onderschat qua hoeveelheid tijd die erin gaat zitten. Het oorspronkelijke plan was in maart de keuken en in mei de dakkapel, dat hebben we dus bij lange na niet gehaald. Dat komt ook zeker doordat we bij het plannen maken ervan uitgingen dat we een bedrijf zouden inschakelen voor de keukenrenovatie en dat het een paar dagen knallen zou worden. Maar uiteindelijk doet M het helemaal zelf met een vriend, in de vrije tijd. Dat gaat natuurlijk veel langzamer. Voordeel is wel dat het veel meer wordt zoals we het zelf willen, er is meer mogelijk omdat zelf doen nu eenmaal veel goedkoper is. Nadeel is dat het dus langzamer gaat en we veel langer in de troep en herrie zitten.

Ik heb nu grote behoefte aan rust. De optie om de dakkapel in het najaar te doen zie ik niet zitten. Het najaar en de winter zijn bij mij slechte periodes waarin de energie vaak nog minder is. Wil ik de winter goed doorkomen, dan is het beter om in het najaar niets te doen wat er te veel inhakt. Het vorige najaar met een en al ontstekingen en een immuunsysteem dat niets meer deed, ligt nog vers in het geheugen.

Dus we sparen in een wat langzamer tempo door voor de dakkapel. Ook omdat er wat bijkomende kosten zijn geweest of eraan komen. We kregen een belastingaanslag van €500. Niet heel onverwacht maar dat geld moest toch ergens vandaan komen en haalde ik van de buffer. Ik verwacht flink bij te moeten betalen voor de gehoorapparaatjes die ik krijg. Daar zet ik de komende tijd dus geld voor apart. We starten ook weer met aflossen van de hypotheek. En tegelijkertijd blijven we dus sparen voor de dakkapel. Als we uitgaan van begin 2018 gaat dat ruimschoots lukken.

Dit geeft meer rust. Want het gaat natuurlijk niet alleen om een dakkapel laten plaatsen. Die zit er in principe binnen een dag op. De zolderkamer zelf moet ook worden opgeknapt en geschilderd. Al met al toch wel weer flink wat werk. Meer dan mijn oververhitte brein nu aankan. Ook al wordt er enorm rekening met mij gehouden en hoef ik zelf niets te doen – buiten meedenken om beslissingen te nemen- , ik ben compleet lam geslagen en uit lood. Dat merk ik op alle gebieden. De concentratie is slecht, ik vergeet continu dingen, kreeg zelfs een paar keer aanmaningen omdat ik rekeningen kwijt was geraakt, ik vergeet eten uit de oven te halen of gaspitten uit te zetten. Nu eerst weer herstellen!

Je kunt natuurlijk vinden dat ik niet zo ver vooruit moet kijken, dat ik me teveel zorgen maak over wat er mogelijk kan gebeuren qua gezondheidseffecten. ‘Als ik zus doe dan gebeurt er zo’. Ik begrijp dat sommigen dat niet snappen ;-). De ervaring heeft mij geleerd om dat wel te doen. Ik heb nu eenmaal een chronische aandoening en heb geleerd dit te managen. Ik weet waar de knelpunten liggen en als ik daar rekening mee houd, dan is er gewoon uiteindelijk meer mogelijk omdat ik minder ver wegzak. Het verplaatsen van het volgende grote project is voor nu de beste keus.  Door het klussen in de keuken is er nu nul ruimte bij mij voor andere dingen. Dat is bijna klaar en nu weer herstellen. Liever ga ik ook nu het mooier weer is wat vaker naar buiten, eens een terrasje pakken of misschien zelfs een keer naar het strand of bos. Gewoon genieten van de zomer!

Binnenkort plaats ik een update over de keuken, want mensen, wat wordt het mooi!

Gelukkig zijn we al wat verder dan dit stadium!

Vreemde valuta bestellen

S. gaat binnenkort naar Engeland met school. Een reis van 6 dagen naar Chester. Ze verblijven daar bij gastgezinnen. De reis is verplicht en niet zozeer een schoolreisje maar echt in het kader van het onderwijs. Al is het natuurlijk wel heel leuk! S. doet tweetalig gymnasium en gaat jaarlijks met de klas naar een Engelstalig land. Tot nu toe was dit Engeland maar over twee jaar gaan de kinderen bijvoorbeeld naar New York.

Ee geweldige ervaring die natuurlijk veel kosten met zich meebrengt. Wij betalen ca € 600 per jaar extra aan schoolgeld voor dit soort excursies en voor het tweetalige onderwijs.  Buiten een extra bijdrage voor het gymnasium en het ‘gewone’schoolgeld voor een klassenuitje en huur van het kluisje. Vooraf wisten we wat de kosten per jaar zouden zijn dus we zetten gewoon elke maand iets opzij.

Omdat hij al over iets minder dan 1,5 week vertrekt werd het wel tijd om geld te wisselen of bestellen. Hij kan daar natuurlijk ook pinnen maar ik vind het een prettig idee als hij in ieder geval iets cash op zak heeft. In het kader van ‘regel je eigen financiën’ vertelde ik hem dat hij daar zelf voor moest zorgen. Dat kan via internetbankieren. Binnen een minuut zei hij ‘mama, ik moet naar een grenswisselkantoor in Alkmaar, de RABO doet dit niet.’ Huh! Meteen de chat geopend en nagevraagd – bazig als ik ben nam ik meteen de regie over, tot zover ‘regel je eigen financiën’- en inderdaad de Rabobank levert geen vreemde valuta meer. De ING ook niet. Bij de ABN-AMRO  kun je vreemde valuta zelf bestellen en ophalen mits je minimaal voor €1000 bestelt. Thuis bezorgen doen ze ook, maar dan betaal je € 3,25 aankoopkosten en 15,28 bezorgkosten! Op een mee te nemen bedrag ter waarde van ca. €30 is dat natuurlijk waanzin.

Echt vreemd en ronduit belachelijk is dit. Het komt erop neer dat wij hier in Hoorn dus niet aan vreemde valuta kunnen komen. Ik weet dat het niet het centrum van de wereld is, maar toch. Natuurlijk kunnen we vooraf naar een GWK gaan in Alkmaar.  Vind ik wel een gedoe. Hij reist straks vanuit Hoorn met de bus naar de boot naar Engeland. Waarschijnlijk is er ook een GWK op het vertrekpunt van de boot maar de kinderen worden niet geacht de groep te verlaten. De bus wordt uitgeladen, ingeladen op de boot en klaar.

 

Het komt vast wel goed, op de boot kun je pinbetalingen doen en in Engeland kan hij geld pinnen,  maar toch. Klantvriendelijker zijn ze er niet op geworden, de banken.

De stille wereld: onderzoek audiologisch instituut

Eind april ging ik naar Alkmaar voor een audiologisch (gehoor)onderzoek. In januari deed ik een gehoortest in het ziekenhuis en werd doorgestuurd naar een audicien omdat ik erg doof ben. Die constateerde dat de doofheid zeer aanwezig is maar wel nog meer onderzocht moet worden. Doordat ik ME heb is er voorzichtigheid geboden, de kans op overprikkeling is erg groot. Zo maar inpluggen zal waarschijnlijk meer kwaad dan goed doen. In het verleden heb ik bovendien al eens een apparaat gehad en dat was geen succes, ik had continu ontstekingen en irritaties aan de gehoorgang. Omdat mijn gehoor het afgelopen jaar erg achteruit is gegaan, wilde ik het nu toch weer gaan proberen. Tussen mijn eerste apparaat en nu zit bijna 17 jaar en de techniek is enorm verbeterd.

Het audiologisch instituut had een wachtlijst maar eind april mocht ik dan komen. Een deel van het onderzoek was bekend, dat was gelijk aan het onderzoek in het ziekenhuis. Alleen nu werd er wel meer onderzocht en en vooral doorgevraagd. Op welke momenten ervaar ik problemen, in welke situaties, wat versta ik wel en niet. Ik verbaasde me over het geduld en de interesse waarmee ik werd benaderd. Na jaren van behandelaars ben ik wat gefrustreerd geraakt, maar zowel bij de audioloog als de audicien namen ze echt alle tijd voor me en werden mijn problemen met bijvoorbeeld overprikkeling niet weggelachen maar heel serieus genomen. Dat alleen al is een verademing.

Hoewel ik flink doof ben, hoor ik bepaalde geluiden heel goed. Mijn doofheid valt vooral in het gebied van spraak. Maar hoge en lage tonen komen heel hard binnen en doen soms bijna pijn aan mijn oren. Ik heb aan een kant flink last van tinnitus.

Wat ze nu deden was onder meer onderzoeken waar de acceptatiegrens (of liever gezegd: irritatiegrens) voor hoge en lage tonen ligt bij mij.  De eventuele versterking via een apparaatje zal daaronder moeten blijven. Ook is er rekening gehouden met het feit dat het vorige apparaat voor continu ontstekingen in het oor zorgde. Het apparaat zal van hypo-allergeen materiaal worden gemaakt en niet meer mijn hele gehoorgang afsluiten. Ik mag een resound apparaat uitproberen. Die heeft ook geluidtherapie, zoals ze dat noemen, oftewel ruisonderdrukking. Ik ben heel benieuwd.

Nu eerst weer naar de audicien. Die bestelt het toestel en helpt me op weg. Eind juni moet ik dan weer bij het audiologisch instituut langs om te kijken of de instellingen goed zijn en of ik er baat bij heb.

Qua kosten is het nog niet helemaal duidelijk. Dat is natuurlijk vooral afhankelijk van welk apparaat ik uiteindelijk krijg. Zou ik na uitproberen van apparaten ervan afzien, dan maak ik geen kosten. Dat is heel sympathiek, ik kan echt uitgebreid gaan testen of ik er wel baat bij heb. Omdat mijn doofheid ruimschoots binnen het te vergoeden gebied valt, wordt als ik tot aanschaf overga, 75 % van de kosten vergoed. Het apparaat dat ik ga uitproberen kent dan een eigen bijdrage van €595 per apparaatje (van wat ik zag op internet). Dat is best een heel bedrag. Omdat ik dat al zag aankomen, heb ik de afgelopen periode al wat geld opzij gezet.

Het duurt wel allemaal erg lang vind ik. Ik werd eind december vorig jaar verwezen naar de KNO-arts en nu is het inmiddels mei en ik heb nog niets. Zowel de audicien als de audioloog werkt met flinke wachttijden. En ik had wat pech. Toen ik eind april bij de audioloog langs was geweest, vertelden ze het recept voor de audicien per post te sturen. Dat kwam maar niet en na 2 weken wachten heb ik maar eens gebeld en bleek het dossier kwijt. Dat werd weer gevonden en nu heb ik het recept binnen en kan ik eind mei terecht bij de audicien. Dus ik moet mezelf even oefenen in geduld. Ik hoop echt dat het gaat lukken want er zijn heel wat misverstanden en irritaties momenteel door het feit dat ik zo slecht hoor. Voor mij vervelend maar ook zeker voor mijn huisgenoten.

Lezen: Olivia Rönning & Tom Stilton

Voor het Netflixtijdperk kocht ik de dvd-serie ‘Springvloed‘ en was verkocht. Een serie van 10 afleveringen over een oude moord op een jonge hoogzwangere vrouw op een klein eiland voor de Zweedse kust. Politieacademie studente Olivia Rönning krijgt als als zomeropdracht om te kijken naar deze nooit opgeloste moord. Hebben de toenmalige rechercheurs wellicht iets over het hoofd gezien? Olivia ontdekt al snel dat haar vader één van de rechercheurs was die zich met deze moord bezighielden. Omdat hij inmiddels is overleden spoort ze een oud-collega van hem op, de aan lager wal geraakte Tom Stilton, die bepaald niet op haar zit te wachten.

Mooie serie, spannend en een goede verhaallijn. Gebaseerd op het eerste boek uit een serie van het Zweedse schrijversduo Cilla & Rolf Börjlind. Dat ging ik natuurlijk ook lezen.

Ik ben dol op thrillerseries met dezelfde hoofdpersonen, vooral vanwege de ontwikkeling die ze doormaken. In deze serie komen Olivia en Tom telkens terug in wisselende verhoudingen tot elkaar. Is er in eerste instantie sprake van achterdocht en een enigszins scheve verhouding (die van wijsneuzige studente tegenover mentaal getroebleerde dakloze) later komen ze meer nader tot elkaar en gaan ze steeds meer samenwerken.

Inmiddels zijn er vier delen verschenen en ik heb ze allemaal verslonden. Voor mij bijna gelijkwaardig aan de Wallander-serie van Henning Mankell en dát wil wat zeggen.

Geen echt recensie dus, maar meer dat ik jullie hierop wil attenderen.

         

Veilig

Het is avond.
Ik lig in bed.
Ineens hoor ik een plof.
Een kat op het bed.
Hij springt over mij heen.
Ik voel een neus.

En dan een kopstoot.
En nog een.
Dat is Gerrie.
Die geeft geen kusjes,
maar kopstoten.
Vol liefde
maar wel zo hard
dat ik regelmatig
mijn tandvlees
uit mijn slotjesbeugel peuter.

De kopstoot betekent
“Aai mij, nu!”
Afgericht als ik ben,
aai ik Gerrie.
Hij leunt zwaar
tegen mijn buik aan.
Ik voel de stress
uit zijn lijf glijden.
Langzaam,
heel langzaam,
zakt hij door zijn poten.
Hij biedt zelfs
zijn buik aan.

Even,
heel even,
is alles goed
voor deze kat.
Hij voelt zich
veilig.

Dat duurt meestal
maar heel even.
De buitenwereld
dringt zich altijd
weer op.

Een geluid,
een kuchje van mij,
een andere kat
die op bed springt,
al snel is het teveel.

Maar toch
is er progressie.
Hij vlucht
en binnen
5 minuten
staat hij weer
om aandacht
te vragen.
“Aai mij, nu!”

Het leven
van Gerrie
bestaat uit
heel veel minuutjes
van schrik en herstel,
van vluchten en knuffelen.
Van observeren
en conclusies trekken.
En die conclusies
vallen steeds vaker
in ons voordeel uit.

 

Kleding kopen – geld aan mezelf uitgeven

Zo lang als ik me kan herinneren heb ik wat moeite om kleding te kopen voor mezelf. Laarzen en schoenen zou ik alle dagen kunnen kopen, maar kleding niet. Ik zie zelden iets wat ik leuk of mooi vind en ik ben ook niet echt modebewust. Ik heb weinig gevoel voor wat me staat of wat goed combineert. Mijn kleedstijl is te omschrijven als t-shirt en spijkerbroek en dat alle dagen. Ik voel me snel overdressed. En ik vind veel dingen echt te duur.

Dus kocht ik de afgelopen jaren de meeste kleding bij de kringloop. Dat heeft voordelen en nadelen. Het nadeel was dat ik dan meestal kocht waar ik toevallig op stuitte. Wellicht als je goed voor ogen hebt wat je nodig hebt en dan regelmatig tweedehands zaken aandoet, dat je dan vindt wat je nodig hebt. Maar de energie daarvoor ontbreekt. Dus als we al eens in een kringloop waren, dan moest ik dan mijn slag slaan.

Veel van wat ik kocht was net te groot, het net niet, heel leuk maar iets te kort. Zo dus. Toen mijn spijkerbroek waar ik de afgelopen jaren in woonde, een half jaar geleden ging hemelen en vervangen moest worden, ontdekte ik dat ze bij de kringloop de broeken niet meer op maat hangen. Alles hangt door elkaar, rekken vol. Dat gaan we dus niet doen!

Ik kocht online gewoon hop 3 spijkerbroeken in de uitverkoop. Ik had er meerdere besteld omdat ik verwachtte dat ik niet alles zou passen en dus wat zou terugsturen. Maar alles paste en ik dacht ach, houden maar.

En ik kocht meer. Ik heb een paar weken geleden gewoon eens heel georganiseerd mijn kast leeg gehaald en gekeken wat op was (gaten), te klein of te groot (veel), nooit gedragen wegens weet ik veel waarom (heel veel) en stopte veel in de zak voor de kringloop.

Toen ben ik gaan kijken wat ik nodig heb. En wat ik niet draag omdat ik er niets passend bij heb. En zo kwam ik tot een lijstje van shirts in bepaalde kleuren. Ik kocht vier shirts die met bijna alle zomerbroeken combineren. Die shirts zijn allemaal van merken die ik in het verleden al eens kocht en waarvan ik weet dat ze redelijk lang mee gaan.

Omdat ik de smaak te pakken had, kocht ik ook een nieuwe bikini en bh’s. Misschien kunnen jullie je het nog herinneren: vorig jaar kreeg ik pijn aan de zijkant van mijn borsten. Daar zaten verdikkingen waar ik wat van schrok en die een behoorlijke uitstralingspijn veroorzaakten, tot in de borsten zelf. Omdat de plek wat verontrustend was, werd ik juni vorig jaar door verwezen naar het ziekenhuis voor een mammogram en een echo. Gelukkig werd er niets gevonden. De conclusie was dat het waarschijnlijk mastopathie is. Dat kan duiden op cystes (die zijn niet gevonden) of bindweefselknobbels. Er is in dat geval niet zoveel aan te doen werd me verteld.

Wat me wel duidelijk werd is dat het veel uitmaakt wat voor BH je draagt. Het lullige is dat ik juist klachten kreeg nadat ik het jaar daarvoor eens had geïnvesteerd in twee loeidure BH’s die me door een zeer kordate dame in een ondergoedwinkel waren aangemeten. Mét beugels. Nooit meer beugels mensen!

Wat ik deed is zoveel mogelijk bh-loos door het leven gaan. Op dagen dat ik thuis ben en niet de deur uit hoef (dat is bij mij 90% van de tijd) loop ik rond met niet ondersteunde wiebelborsten. Ik heb geen cup D dus dat gaat prima. Die momenten dat ik wel de deur uit moet draag ik sport-topjes van de Hema. Die kocht ik vorig jaar.

Dit jaar besloot ik tot een extra investering en kocht ik duurdere bh-topjes met een dun schouderbandje, dat staat net iets beter onder een t-shirt en hemdje in de zomer. Omdat ook mijn bikini nog een beugel had, verving ik die ook meteen voor ‘non padded bandeau’-achtige bikinitops (ja ja voordat ik wist hoe het heet wat ik zocht was ik een paar uur verder).

Buiten dat heb ik het afgelopen jaar telkens als ik onder de douche stond massagebewegingen gemaakt van de zijkant van de borst naar de oksel toe. Dit werd aangeraden op een site die ik vond.

Het gevolg van de aangepaste bh’s en de massages is dat ik geen last meer heb. Toen dacht ik wel weer eens mijn super dure beugel-bh aan te kunnen en binnen een uur was de pijn niet te harden. Dus weg ermee!

Veel uitgaven voor mijn doen aan kleding dus. Maakt niet uit, ik ben er blij mee. Alleen jammer dat die broeken waar ik al die t-shirts die er zo goed bij passen voor kocht, ineens allemaal veel te wijd zitten omdat ik na jaren stilstand, ineens aan het afvallen ben door mijn grotendeels plantaardige dieet. Ik hoop het uit te zingen tot na de zomer en dan ga ik wel weer nieuwe kopen, als dit zo doorzet.

Hoe het gaat – klussen

Onze keuken wordt gerenoveerd. Om de overlast zo veel mogelijk te beperken wordt er veel geklust en voorbereid in de klusschuur van G., de man die ons helpt. Waar het op neer komt is dat M. nu zoveel mogelijk zelf doet, samen met G. die heel veel ervaring heeft met houtbewerking. Voor M. is dit wel een droom, zelf een keuken bouwen, blijer kun je hem niet maken.  De aanrechtbladen zijn klaar en een groot deel van de keukenfrontjes ook. Geschuurd en gelakt.  Er zijn ook wat kasten in de maak.

Het klussen en installeren hier gebeurt in etappes. Zoveel mogelijk dingen tegelijk en zo min mogelijk zaagwerk hier, zodat ik weinig overlast heb. Helemaal super dus. Vorige week vrijdag werden hier de eerste dingen geplaatst. Dat betekende dat eerst de oude dingen eruit gesloopt werden. Ik heb me boven op bed geïnstalleerd met een koptelefoon op en vier katten op bed. Die trokken het prima, behalve Gerrie. Die vond er dit van:

M. neemt zoveel mogelijk vrij van zijn werk en besteedt elke vrij uurtje aan de keuken. Zo ook vandaag en morgen. Eerst in de schuur verder afwerken en later afmaken/ophangen. Wanneer het andere aanrechtblad wordt geïnstalleerd is nu nog even onduidelijk. Eerst moet een kastje dat er onder geplaatst wordt, af zijn. En G. moet tijd hebben, hij werkt in de zorg, heeft onregelmatige diensten en doet dit in zijn vrije tijd. M. kan wel gewoon in de schuur werken als G. er niet is, dat is super.

De kosten vallen tot nu toe mee. Het scheelt aanzienlijk natuurlijk dat we zelf hout kochten en daar bladen en frontjes van maken. Dat is veel goedkoper dan dit op maat bij een keukenboer laten maken. G. heeft bovendien aangegeven niets te willen voor zijn tijd. Dat vinden wij wel moeilijk. Zijn motivatie – ‘ik ben blij als jullie blij zijn’ – ontroert maar het voelt ook wat ongemakkelijk. Kun je zomaar zoiets van iemand aannemen terwijl je hem helemaal niet zo goed kent?  We hebben hem verzekerd dat we niet zielig zijn en niet blut zijn (misschien was dat de motivatie dachten we) maar daar gaat het hem niet om. Hij helpt gewoon graag mensen.

Het resultaat tot nu toe. Frontjes boven zijn klaar, aanrechtblad ook.

Dus nu proberen we wel te achterhalen hoe we hem op een andere manier toch kunnen belonen. Door een mooi cadeau wellicht en als dat ook niet lukt een schenking uit zijn naam aan een goed doel door hem uitgekozen. Daar kan hij toch nauwelijks bezwaar tegen hebben hoop ik.

Dat was even een update. Ondanks dat er zoveel mogelijk rekening met mij wordt gehouden, ben ik wel helemaal gevloerd. Dat is niet vreemd, er is weinig reserve en alles wat afwijkt komt vergroot binnen bij mij. Ik houd me nu zo rustig mogelijk en doe niets. Zelfs koken wordt tot een minimum beperkt, het is echt restjes opeten, soep opwarmen en soms eten laten komen. Meer lukt niet. Ik moest vorige week ook naar Alkmaar voor het audiologisch onderzoek en dat duurde lang en hakte er enorm in. De reserves zijn dus nu helemaal op inmiddels, ik begin verkouden te worden en heb keelpijn. Dus kruip ik nu lekker in bed.

Tot later!

Praten over modeziekten

Omdat ik me vandaag nogal opwond over een stuk van Max Pam in De Volkskrant, schreef ik onderstaande reactie op mijn Facebookpagina. Ik deel het toch ook maar hier, komt ie:

Soms bekruipt mij het gevoel dat er een scheiding is in de samenleving. Heb je een aandoening als kanker of ALS of iets anders goed zichtbaars, dan mag je daarmee naar buiten treden. Heb je een burn out, of een aandoening als Fibromyalgie, ME, of een andere ziekte die jaar in jaar uit denigrerend wordt omschreven als modeziekte, dan moet je je bek houden en je schamen. Natuurlijk is het verschrikkelijk als je kanker krijgt. Maar andere aandoeningen hebben ook veel impact en dat wordt vaak niet gezien.

Treurig genoeg lees ik keer op keer in de krant columns en artikelen van medisch niet onderlegde eikels die menen te weten dat mijn ziekte:
– een modeziekte is
– is verdwenen (ja echt, wat fijn, dat wist ik niet)
– is ingebeeld.

En dan een week later of een maand later lees ik weer in de media dat nu dan toch echt bewezen is dat ME niet ingebeeld is. Fijn, ben ik toch niet gek!

Vandaag kreeg Max Pam een podium in De Volkskrant voor zijn nergens op gebaseerde mening over ‘modeziekten’. Hoezo ziekten die verdwenen zijn? Enig idee hoeveel mensen ME hebben? En hoe lang de aandoening al erkend is als neurologische aandoening door de WHO? Wat ME überhaupt inhoudt?

Je zou Pam bijna toewensen dat hij ook een aandoening krijgt die niet serieus genomen wordt en dan alle artsen afloopt, steeds wanhopiger wordt en dat hij dan ook door een niet empathische zelf ingenomen eikel in de krant belachelijk wordt gemaakt. Bijna. Want ik weet wat het is en wens het niemand toe.

Natuurlijk is t een keus om een programma over je burn out te maken, maar Pam hoeft niet te kijken. Het is juist goed als mensen open zijn over de aandoeningen die ze treffen en zich kwetsbaar opstellen. Zeker als het om aandoeningen gaat waar meestal lacherig over wordt gedaan. Je zal het maar krijgen, dan piep je wel anders.

Waarom mag er wel een programma over kanker of euthanasie worden gemaakt en niet over depressie, burn out, ADHD, ME of wat dan ook? Ga je schamen Pam!

Zolang er gevoelloze eikels als Pam zijn, zijn er ‘narcisten’ als Hilbrand nodig. Om een discussie op gang te brengen. Want al die zogenaamde ‘modeziekten’ zijn waarschijnlijk het gevolg van een samenleving die niet in balans is en waarin mensen teveel worden opgejaagd /zich laten opjagen om te voldoen aan ongezonde eisen. Het kan anders en het moet anders. Sophie doet in ieder geval een poging iets bij te dragen. Nou jij nog Max. Al heb ik liever dat jij je mond houdt over dit onderwerp.

(Het programma zelf ken ik alleen van horen zeggen. Ik reageer puur op de aanvallende denigrerende en veroordelende toon van Max Pam.)

Het stuk van Max Pam : Ineens zijn modeziekten weer vreselijk in de mode

Ga ik nu mijn mond weer houden want dát is wat ik ging doen komende week. Dat kan ik vast wel.