ME en emoties

Leven met ME biedt uitdagingen op veel verschillende niveaus. Een van de uitdagingen waar ik tegenaan loop, figuurlijk dan, is het omgaan met emoties.

Voorheen toen ik nog normaal fysiek functioneerde, was mijn manier van omgaan met emoties simpel. Even goed huilen en dan de zinnen verzetten. Bij voorkeur door iets te koken of te bakken. Hoe slechter ik me mentaal voelde, hoe voller het aanrecht stond als Mischa thuis kwam.

Ooit de scène gezien uit Grey’s Anatomy waar Izzie Stevens haar rouw uit door dwangmatig muffins te bakken? Dat ben ik ten voeten uit.

Nu is een van de eerste dingen die mensen geadviseerd krijgen in geval van ernstig verdriet, om de emoties niet te onderdrukken. En vervolgens gaan we massaal uren onder de douche staan, tv kijken, dwangmatig muffins bakken, snoepen, drinken, sporten of ruzie zoeken. Alles om maar niet te voelen of de emotie op zijn minst om te zetten in iets anders.

Niet goed, ik weet het. Maar het andere uiterste waar ik mij nu bevind, is hels. Ik lig en buiten af en toe wat online kunnen zijn, is er geen ontsnappen aan emoties.

Mijn vader had longemfyseem en op mijn vraag of hij nooit eens wilde gillen, antwoordde hij nuchter dat hij daar geen lucht voor had. In die situatie bevind ik mij ook. Ik heb weliswaar lucht zat maar niet voldoende energie om mijn emoties echt te uiten op een manier die bij mij past.

Onlangs verloor ik een van mijn katten. Het verdriet is overdonderend. En ik kan er niet aan ontsnappen, liggend in het donker. Ik draai me om in bed, tast naar de lege plek en schiet vol. Ik probeer naast het voelen, af en toe afleiding te zoeken maar dat is moeilijk aangezien er weinig kan.

Met een accu die voor 5% gevuld is, betekent het bovendien kiezen tussen me wassen of huilen. Elke huilbui doet mij in PEM belanden. Maar onderdrukken maakt het nog erger. Het knalt er soms toch uit.

In mijn wereld die voor het merendeel van de dag bestond uit een bed met vier katten erop, is het overlijden van Smoes alsof ik uit bed ben verdreven en de weg terug niet meer vind. Niets voelt goed en ik kan helaas geen muffins meer bakken om uiting te geven aan die rouw. Jammer, want ik weet zeker dat ze verdomd goed zouden hebben gesmaakt.

Rouw

Smoes,

Ineens ben jij er niet meer.
Wij waren altijd samen.
Ik knuffelde alleen met jou.
Alleen jij voelde mij echt aan.

Nu zit ik met die ex-zwervers
en weet niet wat te doen,
loop met mijn ziel onder mijn poot,
moet mezelf opnieuw uitvinden.

Dus zoek ik waar jij bent
maar ik vind je niet.
Ik kruip ’s avonds in de nek
van het mens voor troost.

Vandaag kwam die dikke
ineens naast me liggen
en ik ging per ongeluk
ineens heel hard knorren.

Misschien, als hij zich gedraagt,
komt het toch nog goed.
Misschien is hij ook materiaal
om tegen aan te liggen.

Ik overweeg het, wellicht.
Het zou kunnen dat….
Het is het proberen waard.
We gaan er maar voor.

Maar het is niet hetzelfde.
Nooit meer.

Moos

Smoes

Voor degenen die ooit mijn blog lazen vanwege de kattenverhalen:

Ons bijzondere viertal werd vandaag een drietal. Niet onverwacht, wel heel pijnlijk.

Smoes, ons kleine opdondertje met zijn staart altijd omhoog is op een maand na 15 jaar geworden.

Een grote pechvogel met een traumatische start die zorgde dat hij altijd naar vreemde mensen toe op zijn hoede bleef. Maar op ons, zijn mensen, was hij hartstikke dol.

Hoe terughoudend hij ook was naar mensen, andere katten waren geweldig. Hij vond iedereen lief en speelde met elke kat uit de buurt. Hij leerde onze ex-zwervers hoe ze kat moesten zijn.

Wat een feest was het met hem. Altijd blij, altijd spelen en altijd aan komen rennen als hij de auto van oma hoorde. De laatste maanden van zijn leven had hij een grote crush op de vriendin van Sem.

Twee maanden geleden werd er bij hem ernstig hartfalen geconstateerd en sindsdien hebben we het per dag aangekeken.

Sinds woensdag ging hij ineens razendsnel achteruit en vandaag hebben we hem laten gaan.

Dag Smoeske, dag lieverdje ❤️💔.

Zomaar een verhaaltje

Gedeelde eerste plek

Jaren was ik het licht in het leven van Dibbes. Hij hield onvoorwaardelijk van mij en vrat me op van liefde. Geheel wederzijds natuurlijk want niemand kan een Dibbesbeer weerstaan.

Aan deze idylle is een eind gekomen. Ik ben tussen 7 en 9 niet meer zijn favoriete persoon. Ik word in die uren hoogstens gebruikt om zijn favoriete persoon wakker te maken.

Sinds ruim een jaar geeft Mischa de katten eten. Hoewel er elke ochtend gewoon weer een volle bak wordt gegeven, dringt dat tot geen enkele kat door.

Dus zitten ze ’s ochtend uitgehongerd en gefocust te wachten. Ik ben meestal het eerste wakker dus ik word dan besprongen. Dibbes geeft me kopjes en kijkt na elk kopje op. Is HIJ al wakker?

Zodra Mischa wakker is, besta ik niet meer. Dibbes maakt het zelfs zo bont dat hij áls ik hem aai, buiten aaibereik gaat staan.

Mischa krijgt elke ochtend de volledige behandeling. Dibbes is een kat van rituelen en die moeten allemaal worden uitgevoerd. Omrollen, miauwen, kopjes, likken.

Nadat Dibbbes zijn buik gevuld heeft, rent hij naar boven. Gaat weer buiten aaibereik zitten, gespannen wachtend op de yoghurtman. Die deelt elke ochtend nadat hij heeft ontbeten, aan elke kat een minuscuul beetje yoghurt uit.

Daarna doet Dibbes zijn ochtendronde. En dáárna dringt het ineens weer tot hem door dat ik het licht van zijn leven ben en word ik de rest van de dag als onderlegger en kussen gebruikt.

Ontrouw kreng.

Pillen toedienen (kattig verhaal)

Na jaren van samenleven met katten, ben ik gepokt en gemazeld als het gaat op het gebied van verzorging. Ik ken alle trucjes en toen ik nog rechtop kon staan, werd ik regelmatig door een wanhopige buurtgenoot ingeschakeld om pillen toe te dienen, teken te verwijderen of gedrag te beoordelen. Bij de kat, niet de buurtgenoot.

Mijn exzwervers drijven me echter regelmatig tot wanhoop. En toen ik er eindelijk handigheid in kreeg om ze kalmeringsmiddelen toe te dienen om ze bijvoorbeeld naar de dierenarts te brengen (zonder krijgen we ze echt de mand niet in), werd ik te ziek en moest ik de verzorging aan Mischa overlaten.

Veel aspecten van het niet zelfredzaam zijn vind ik lastig. Maar dit, het moeten loslaten van hun verzorging terwijl ik er jaren over deed hun vertrouwen te winnen, vind ik heel pijnlijk. Het is bijvoorbeeld sinds ik zo ziek ben niet meer gelukt ze te laten enten, iets wat me erg dwars zit.

De laatste maanden ging het maandelijkse toedienen van de vlooienpillen heel soepel. Verstopt in een stukje leverworst werd dat smakkend naar binnen gewerkt. Ik durfde dus stiekem te hopen dat Mischa ze binnenkort naar de dierenarts kon brengen voor enting en controle.

Afijn, zondag was het uur U en Mischa kwam met vlooienpillen en leverworst naar de slaapkamer waar de geur bij de heren enorme vreugde opwekte. Gerrie vrat meteen zijn portie op en Dibbes werkte de leverworst ook gretig naar binnen. En gooide het er walgend weer uit.

Nog een keer proberen dan maar. Dat mislukte. In een vlaag van verstandsverbijstering pakte ik hem op en probeerde net als vroeger de pil toe te dienen. Maar toen had ik nog geen ernstige ME, nu wel. Ik heb totaal geen spierkracht meer.

Omdat de schade en het leed toch al was geschied bij kat en mens, hield ik toch vol en Mischa sprong te hulp. Na 5 minuten proberen gaven we het op, waarna bij mij de PEM die na 1,5 week eindelijk wat wegtrok, weer in volle hevigheid losbarstte en Dibbes zich onder het bed verstopte.

Omdat die vlooienpillen geloof ik € 9 per stuk zijn, bedacht ik plan B, terwijl ik al schuddend in bed lag. Want de adrenaline tierde welig en de pijn had vrij spel.

Net toen dat plan volledig was uitgedacht, appte Mischa dat Dibbes de pil had opgegeten, gewoon terwijl de pil in zijn bakje met eten lag. Iets wat echt nog nooit is gelukt. Het kreng. En zeker weten als we dát de volgende keer weer proberen, hij keihard wegrent. Leer mij een kat kennen.

Het duurde trouwens een paar uur voordat Dibbes mij weer wilde benaderen, terwijl Mischa hem meteen weer mocht aaien. Net als in de mensenwereld hebben moeders het altijd gedaan 🙄.

Tip van Dibbes

Tip van Dibbes

Mijn mens en ik
zijn altijd samen,
ik bij haar
en zij bij mij.
Wij horen bij elkaar.

Niet iedereen snapt dat.
Ik noem geen namen
maar t is hard werken,
om te behouden
wat mij toekomt.

Dus lig ik naast haar,
op haar en bij haar,
deel meppen uit
en miauw onvriendelijk
naar het klootjesvolk.

Om goed duidelijk te maken
hoe de situatie is,
markeer ik haar
met mijn heerlijke geur.
Ik lebber haar af,
lik haar wangen,
bij voorkeur ’s nachts.
Hoe meer ze protesteert
hoe langer ik doorga.

Ik vind een vlooienpil
ook bepaald niet fijn
om in mijn gevoelige bek
gepropt te krijgen,
ook al zit dat verstopt
in heerlijke biologische leverworst.

Dus dat aflebberen
heeft twee voordelen:
weet zij ook eens
hoe verschrikkelijk het is,
ongewenste intimiteiten.

En verder laat ik
mijn heerlijke geur
achter op haar,
zodat iedereen weet
dat zij van mij is.

Het is maar een tip,
belangeloos gegeven
door een voormalige zwerver
die hard moet werken
om te behouden
waar hij recht op heeft.

Wintertijd


Met mijn laatste krachten
schrijf ik dit bericht,
iemand moet het doen.

De jaarlijkse kolder is begonnen,
ook bekend als De Grote Uithongering.
Om redenen die niemand begrijpt,
krijgen wij katten later eten.

Ik ben een kat van de klok.
Het eten wordt geserveerd
om 08:00 en 17:30 uur.
Dus schuif ik een uur vooraf aan
om het voedseluitgiftepunt
met zachte dwang aan te moedigen.
Zonder dat gebeurt er niets.

De klok ineens terugzetten
en beweren dat het eten
nog steeds wordt geserveerd
om 8 uur en 17:30 uur
klopt misschien voor mensen.
Maar ik ben een kat
en herken bullshit van verre.

Ik word hier ernstig benadeeld
en moet nu een half jaar lang
twee uur van te voren klaarzitten,
alsof ik niets beter te doen heb.

En dan, nét als ik me mentaal overgeef,
krijg ik ineens eerder eten.
Snap jij het, snap ik het?

Dit is dus een noodoproep,
help mij de winter door.
Maak een eind aan deze onzin.
Speel niet met tijd,
het kost kattenlevens.

Met uitgehongerde groet,

Smoes

7 jaar Dibbes 🎶🎉

Vandaag vieren we de magische transformatie van Dibbes van zwerfkat naar huiskat.

Na maandenlange voorbereidingen en veel ups en downs wisten we Dibbes op 15 oktober 2013 eindelijk in een reismand te stoppen, brachten hem naar de dierenarts, waar hij werd gecastreerd, gechipt en geopereerd aan een zeer ernstige vorm van entropion, een aandoening waarbij de wimpers naar binnen groeien.

Het voorbereiden en de operatie was nog maar het begin. Want deze kat moest op nul beginnen. Maar al snel kwam zijn stralende koddige opdringerige overweldigende grappige en dramatische karakter naar boven drijven. Dit dames en heren is een meesterversierder.

Ons Dibbesbeertje is uniek, in alle opzichten.

❤️

Toen ik jou voor het eerst zag
wist ik vrijwel meteen
dat jij bij mij hoort te zijn.

Jij begreep dat nog niet,
was druk bezig met overleven
en dagelijks je buik vullen.

Toen ik jou dagelijks eten gaf,
zag ik je langzaam ontspannen.
Je zag er steeds wat beter uit.

Toen bleek dat ik er elke dag was
besloot je regelmatig langs te komen
en begluurde mij vanuit de struiken.

Omdat je bijna niets zag,
praatte ik met je, zoveel mogelijk
en jij luisterde heel aandachtig.

Toen het in het najaar kouder werd,
gaven wij je een buitenhok
en je sliep, dagen achter elkaar.

Ik instrueerde de postbode
om op zijn tenen de tuin in te lopen,
wat de brave man nog deed ook.

Elke dag legde ik een spoor neer
van niet te versmaden lekkere brokjes,
langzaam lokte ik jou zo naar binnen.

Elke dag schoten we centimeters op.
Je zat uren binnen bij de open deur,
klaar om weg te rennen bij onraad.

Je zat steeds langer binnen,
deed stiekem dutjes in ons huis
en overwon langzaam iets van je angsten.

Op een dag mocht ik je aaien
en de overgave was compleet.
Jij uitbundig rollend en ik huilend.

Ik haalde jou van de straat
maar ik zie helaas dat de straat
nooit helemaal uit jou verdwijnt.

Soms reageer je nog vanuit je trauma’s
en ren je in blinde paniek weg.
Je komt gelukkig altijd weer terug.

Toen ik jou voor het eerst zag,
wist ik dat jij bij mij hoorde
En jij, jij weet dat nu ook. ❤️

De strijd om het boekweitkussentje

Naast mij ligt een langwerpig kussen, gevuld met boekweitkorrels. Als ik op mijn zij lig, dan kan ik mijn arm erop leggen. Dat ondersteunt de spieren. Ook kan ik zo makkelijk lezen. Ik vorm de boekweitkorrels zo dat mijn hand die de ereader vasthoudt, ondersteund wordt. Heel handig al zeg ik het zelf.

Tot zover de theorie. Ik mag dan denken dat het mijn kussentje is, de katten weten beter. De afgelopen maanden sloten Gerrie en Moos een handige overeenkomst die voor alle partijen aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.

Overdag is Gerrie heer en meester van de boekweitkorrels. Moos neemt vanaf de nacht de dienst over en installeert zich erop. En ik kan af en toe mijn hand erop leggen, in ruil voor een kattenstaart in mijn gezicht.

Zowel Moos als Gerrie compenseren mij door mij uitingen van liefde te geven. Gerrie rolt zich tegen me aan en kijkt me in aanbidding aan. Moos legt ’s nachts regelmatig een poot op mijn schouder. ‘Wij liggen hier samen mens, ik wil best dit kussentje met je delen.”

Afijn, win-win voor iedereen. Waarbij ik wel wil opmerken dat ik me wel wat benadeeld voel.

Onlangs besloot Dibbes de harmonie te verstoren en ook het kussentje op te eisen. Alleen Dibbes weigert afspraken te maken, houdt zich niet aan de afgesproken tijden en hij gaat ook niet netjes en rustig liggen.

Dibbes draait en draait en wurmt zich met zijn kont zo dat hij overdwars ligt en langzaam van het kussen glijdt. Uiteindelijk eindig ik dan op de rand van het bed en ligt Dibbes op mijn plek.

Een andere variant is dat Dibbes onderweg naar het kussen ontdekt dat het al door Moos bezet is en in plaats daarvan bovenop mij gaat liggen. Dat gaat niet zonder slag of stoot want ook dan moet er gedraaid en gedraaid worden tot meneer goed ligt. En dan, nét als ik in slaap val, gaat hij wieberen.

Nu Dibbes het rooster heeft verstoord, houden Moos en Gerrie zich er ook niet meer aan. Dus bezet Moos regelmatig overdag de boekweittroon terwijl Gerrie afwisselend diep ongelukkig en verontwaardigd een meter verderop ligt of Dibbes ineens ’s nachts naast mijn hoofd ligt.

Het is nu natuurlijk wachten op Smoes, tot die óók doorheeft dat boekweitkorrels heel lekker liggen. Ik denk dat ik voor mijn volgende verjaardag maar een extra boekweitkussen en een groter bed vraag.