Kat in de mand

Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.

Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.

Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.

Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.

Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.

Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.

Laat die brokken maar doorkomen!

 

Over de drempel

In het voorjaar van 2013 zagen we twee onbekende katten door de buurt zwerven. Mijn kattenradar is meer dan ontwikkeld en deze twee deden het alarm afgaan.  Vaste lezers van het blog kennen dit verhaal natuurlijk maar voor die mensen die nog niet zo lang geleden zijn aangehaakt, volgt hier een korte samenvatting:

Deze vreemde katten zaten ook regelmatig bij ons in de tuin, iets wat onze eigen katten curieus genoeg goed vonden. Normaal worden onbekende katten meteen de tuin uitgejaagd. Maar deze scharminkels waren dan ook nauwelijks een bedreiging te noemen. Mager, schuw, volledig lam geslagen, maar wel op zoek naar contact. Concurrenten van elkaar, ondanks de overeenkomsten in uiterlijk waardoor het familie leek. Waarschijnlijk wel uit één nest maar honger maakte ze tot concurrenten.

We richtten ons op de kat die er het slechtst aan toe was, Dibbes. Gerrie bleek  het hart te hebben gestolen van mensen van drie huizen verderop en die wilden hem graag adopteren. Uiteindelijk lukte dat niet en kwam Gerrie alsnog bij ons wonen, maar dát is een ander verhaal.  Terug naar Dibbes: Hij had overduidelijk gezondheidsproblemen en leek blind, het pus droop uit zijn ogen die hij niet goed open leek te kunnen houden. Maar hij was wel redelijk goed te benaderen. Na een half jaar gescharrel op afstand en lokken met lekker eten, mocht ik hem in oktober 2013 voor het eerst aaien en toen ging het razendsnel.  We brachten hem naar de dierenarts om hem te laten onderzoeken en meteen te laten chippen en castreren.

Dibbes bleek entropion te hebben. Een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Heel pijnlijk. Gelukkig was dit met een operatie op te lossen en we kregen een kat mee naar huis die 10 dagen binnen moest blijven en intensief verzorgd. Dat was nog wel een dingetje. Dit was een straatkat die tot nu toe alleen slechte ervaringen met mensen had opgedaan. Hem aaien was één ding, maar hem in huis houden, pijnstillers toedien en oogzalf opsmeren was iets totaal anders en behoorlijk heftig.

10 dagen na de operatie, hij bleek prachtige groene ogen te hebben

We hielden hem in overleg met de dierenarts in een apart kamertje en met een flinke dosis kalmeringsmiddelen. Twee keer per dag gaf ik hem medicijnen en zalf en elk uur glipte ik even naar binnen om te kijken hoe het met hem ging en met hem te knuffelen. Na 10 dagen mocht hij de kamer uit. De hechtingen bij zijn ogen waren verwijderd en hij mocht voor het eerst naar buiten. Het leven als gewone huiskat kon beginnen, argwanend bekeken door de twee die we al hadden. Een beetje coulance met een zielige zwerver in de tuin was oké, maar nu zat het beest ineens binnen! De blikken vlogen door de lucht die zwaar was van verontwaardiging. Dibbes gedroeg zich gepast nederig. Voor zo lang het duurde.

Elke avond als ik naar bed ging, was dat voor hem het sein ook naar bed te gaan. Hij rende met mij mee naar boven en ging dan in het kleine kamertje liggen. Dat was voor zijn gevoel zijn kamer. En lag dan keurig op een kussen. Braaf. Maar ook wel wat eenzaam. Want wij lagen in bed met de andere twee katten. Dat merkte hij wel. Dat wilde hij ook. Dus duurde het niet lang voor hij kwam kijken.

Een paar dagen lang bleef hij op de drempel van de slaapkamer zitten als wij op bed lagen. Moos en Smoes stikten zowat. Zag je dat! Wat ie nou deed! Echt! Dus zat Dibbes daar en de eenzaamheid droop er vanaf. Hij was dan geen straatkat meer maar een echte huiskat ook nog niet. Want die lagen op bed bij het kattenmens.

Dus stapte hij over de drempel en liep een rondje door de kamer. En ging daarna snel in zijn eigen kamer liggen. Dat gaf moed, er waren geen dooien gevallen dus de volgende ronde in de slaapkamer was snel gemaakt. Alleen hoe kwam hij nou op het bed? Dát was toch wel weer een hele grote stap. Moos en Smoes zaten alert overeind en gaven een heleboel signalen af met nog nét geen spandoek in de lucht: ‘vreemdelingen niet welkom, eigen volk eerst‘.

Dus sprong Dibbes op de plank naast het bed, aan mijn kant. Daar zat hij. Bekeken door ons. Pootje voorzichtig op het bed. Pootje er weer af.  Zal ik wel, zal ik niet? Weet je wat, ik doe het gewoon! En daar stapte hij op bed. Ging keurig op de uiterste rand liggen. Kijk eens, eigenlijk lig ik hier niet, het lijkt wel alsof ik op bed lig maar mijn kont ligt helemaal over de rand. Verwaarloosbaar dit!

Daar denk ik nog wel eens aan. Aan die onzekere kat van toen als ik in bed lig met Dibbes tegen me aan en geen ruimte heb om me te bewegen. Hij ligt altijd op de beste plek. De beste plek, dat is tegen mij aan. Wat hij ook aantreft als hij binnenkomt, hij weet het altijd zo te versieren dat hij binnen de kortste keren daar ligt waar hij wil zijn. Een beetje onhebbelijk is hij wel. Maar ook een beertje dat té aandoenlijk is en een onverzadigbare behoefte aan liefde. Wat we hem graag geven.

Veilig

Het is avond.
Ik lig in bed.
Ineens hoor ik een plof.
Een kat op het bed.
Hij springt over mij heen.
Ik voel een neus.

En dan een kopstoot.
En nog een.
Dat is Gerrie.
Die geeft geen kusjes,
maar kopstoten.
Vol liefde
maar wel zo hard
dat ik regelmatig
mijn tandvlees
uit mijn slotjesbeugel peuter.

De kopstoot betekent
“Aai mij, nu!”
Afgericht als ik ben,
aai ik Gerrie.
Hij leunt zwaar
tegen mijn buik aan.
Ik voel de stress
uit zijn lijf glijden.
Langzaam,
heel langzaam,
zakt hij door zijn poten.
Hij biedt zelfs
zijn buik aan.

Even,
heel even,
is alles goed
voor deze kat.
Hij voelt zich
veilig.

Dat duurt meestal
maar heel even.
De buitenwereld
dringt zich altijd
weer op.

Een geluid,
een kuchje van mij,
een andere kat
die op bed springt,
al snel is het teveel.

Maar toch
is er progressie.
Hij vlucht
en binnen
5 minuten
staat hij weer
om aandacht
te vragen.
“Aai mij, nu!”

Het leven
van Gerrie
bestaat uit
heel veel minuutjes
van schrik en herstel,
van vluchten en knuffelen.
Van observeren
en conclusies trekken.
En die conclusies
vallen steeds vaker
in ons voordeel uit.

 

Het avontuur van Dibbes en de kunst van het buitensporig reageren

Hoewel ik altijd een zeer goed ontwikkeld gevoel voor drama heb gehad, ben ik ook kampioen relativeren en alles van twee kanten bekijken. Legt iemand mij een probleem voor of zoek ik zelf een oplossing voor iets, dan bekijk ik het tot in den treure. Maar gebeurt er iets onverwachts, dan stap ik over op het volgende zeer goed ontwikkelde onderdeel: ik schiet in de stress.

Sinds ik ME heb, neig ik naar het laatste. ME is in mijn ogen (en die van behandelaar Ashok Gupta) een ge-escaleerde stressthermometer, waarbij door het voortdurend slaan van alarm – ook als er niets aan de hand is – bepaalde processen in het lichaam spaak lopen. Stel je zelf maar voor in een vecht-of-vlucht-reactie: je ademhaling slaat op hol, je staat op scherp, grote kans dat je spijsvertering het even niet doet. Als je lichaam continu in zo’n staat verkeert, dan vallen er wel meer dingen uit.

Gelukkig heb ik in de loop der tijd wel geleerd (met hulp) hoe ik hiermee om kan gaan. Vooral van belang is dat ik het brein zo kalm mogelijk houd, dat ik kleine signalen leer herkennen die me erop wijzen dat ik overprikkeld raak en dat ik prikkels zeer gedoseerd tot me neem. Hoe meer in balans ik ben, hoe beter ik prikkels kan opvangen en weer laten afvloeien. Voor mij geen cooling down na het sporten maar een calming down na te veel prikkels.

Natuurlijk geldt dat voor veel mensen in meer of mindere mate. Alleen is het verschil dat ik mensen vaak hoor zeggen dat ze uitgeput zijn na een gebeurtenis maar ze kunnen de volgende dag wel weer aan het werk – weliswaar wat meer moe – en hun activiteiten rustig aan weer oppakken. Bij mij toeteren dingen wat langer na. En dat heeft tot gevolg dat ik soms dagen niets kan doen omdat het brein niet begrijpt dat de gebeurtenis al over is. Mijn brein is net zo’n sneeuwbol, alleen de sneeuw zakt niet maar blijft dwarrelen, nog uren en dagen nadat het schudden is gestopt. Mijn lijf houdt er dan gewoon even mee op. Dat geeft niet, het is zoals het is. Waarom ik het benoem is niet omdat ik zielig ben, maar omdat ik hoop mensen duidelijk te maken hoe het is om met ME te leven.

Hoe dat bij mij werkt maakte ik afgelopen week weer eens mee. Dibbes was zoek. Zoek als in weg, niet te vinden. Hij vertrok om half 5 in de middag en verdween even van de radar. Om half 6 krijgen de katten altijd eten en ik werd aangestaard door 6 verwachtingsvolle ogen, maar niet die van Dibbes. Dat was al vreemd. Want Dibbes is zeer op eten gesteld en een kat van de klok.

Om 7 uur was hij er nog niet. Dus deed ik een rondje straat, roepen, steeg door naar een andere straat, weer roepen. Niets. Toen moest ik terug. Het was het eind van de dag en de energie was al meer dan op. Man en kind gingen een uur later ook op zoek en deden een hele grote ronde. De wijk door, het park, naar de voetbalvelden. Ook niets.

Natuurlijk is het normaal dat een kat op stap gaat. Moos en Smoes blijven dagelijks uren weg. En zeker in het voorjaar is er meer hang naar avontuurtjes beleven. In zijn jonge jaren verdween Moos bovendien regelmatig in het voorjaar een of twee dagen. Dat hij gecastreerd is, deed daar niets aan af. Hij kwam dan uitgehongerd en intens tevreden weer terug en had zijn punt weer gemaakt. Weliswaar niet gescoord bij poezen maar blijkbaar toch zijn mannelijkheid bewezen.

kijk, dit is normaal voor Dibbes: onder een struik en naar binnen gluren

Maar Dibbes doet dat niet. Hij gaat regelmatig naar buiten maar komt eigenlijk nooit verder dan de voor- en achtertuin en de steeg. Getraumatiseerd als hij is door zijn verleden, is buiten vooral eng en onveilig. Hij zit meestal in de voortuin onder een struik te gluren naar de buitenwereld voorbij de heg of naar binnen naar ons. Dát is al heel spannend en na 5 minuten is het meestal genoeg voor hem. In de zomer gaat hij wel vaak na het eten met de anderen echt buiten spelen. Maar zijn eten overslaan, dat is ondenkbaar.

Dus schoot ik in de stress. Hij is dood/gewond/geschrokken en verdwaald! (alles tegelijk natuurlijk). Mijn geest is bijzonder creatief in het bedenken van de meest gruwelijke scenario’s. Ik vind bovendien de gedachte onverteerbaar dat een kat met zijn verleden de weg kwijt raakt en opnieuw zou moeten zwerven. Als hij gewond zou zijn, zou hij zich bovendien niet laten benaderen door mensen. Hij vertrouwt vrijwel niemand. Nou ja, mij wel na veel geduld van mijn kant en dus staat hij wellicht ook open voor een ander, maar dát bedenk ik dan in de agitatie niet.

Ik schoot in de stress en draaide door. Daar kon de man niet op tegen redeneren met zijn ‘hij komt wel weer terug’. Dibbes, mijn Dibbes! Ik heb hem net zo hard nodig als hij mij. Dat blijkt maar weer. Ik ging naar bed want ik kon op dat moment niets doen. Als hij de volgende dag er nog niet zou zijn zou ik Amivedi inschakelen en posters ophangen. Tot die tijd lag ik in bed en zag met verbazing wat er met mijn lijf gebeurde. Mijn hartslag was 130 per minuut, uren lang, gewoon terwijl ik lag. Na een paar uur kwam daar de ene zweetaanval na de andere bij en lag ik letterlijk te drijven in bed.

Om 01.52 uur sprong meneer op het bed. Dibbes! Enorm geagiteerd en met grote paniekogen. Snel naar beneden met hem en hem eten gegeven. Hem gecontroleerd op wonden maar ik mocht hem overal aanraken. De andere katten snuffelden aan hem en waren ook zeer geagiteerd, hij rook overduidelijk vreemd te zien aan hun reactie. Dus ik ook snuffelen maar hij rook voor mij gewoon naar Dibbes.

Nu kon ik slapen! Dus hop, naar boven met zijn allen. Maar slapen ho maar. Mijn hartslag was wel in een keer weer normaal en het zweten was ook over. Maar hoewel ik heel opgelucht was, begreep mijn brein niet dat het klaar en voorbij was, de stress. Dat begrijpt mijn brein, nu drie dagen later terwijl ik dit schrijf, nog steeds niet. Ik sta als het ware verkeerd afgesteld ;-).

Ik slaap nauwelijks, heb overal spierpijn en ben volledig uitgeput. Mijn brein blijft hangen in de reactie. Maar weet je, dat interesseert me niet echt meer.  Ik stap over op plan B en dat is dus ‘calming down’, nóg minder dan niets doen, wat meer ademhalingsoefeningen en mezelf vertroetelen, lange warme douches, veel rusten. Vroeger zou ik boos zijn geworden op mezelf. Nu is het zoals het is. Zo reageert mijn lijf en brein. En hoe beter ik me daar bij neerleg, des te sneller ik weer op een acceptabel activiteitenniveau zit.

Dibbes!Het belangrijkste is toch wel dat ons Dibbesbeertje weer terug is. Hij is nog erg schrikkerig en erg moe. Ik denk dat hij ergens opgesloten heeft gezeten. Of hij is ergens heel erg van geschrokken en durfde niet eerder te voorschijn te komen. Het maakt niet uit, hij is er weer! Dibbes!

Verraad

 

Op mijn schoot
ligt een hondje
van twee weken oud.
Zó klein en zó lief.
Ik ben op kraamvisite
en ik geniet.

Als ik thuiskom
ruik ik naar hond.
Naar veel honden.
Buiten de pups
waren er zeker
6 andere honden
die ik heb gezien
en geknuffeld.

Natuurlijk doe ik net
alsof ik niet vreemdging
maar ik val meteen
door de mand.

Gerrie snuffelt aan mij,
deinst achteruit.
Wat is dit?
Wat ruik ik?
Hond!
Een blik vol verwijt.

Dibbes laat zich
gewoon helemaal niet zien.
Ruikt de geur
en trekt zijn conclusies.
Zoekt in de nacht
een andere plek.

Na het douchen
de volgende dag.
als ik de geur
van het verraad
van me heb afgespoeld,
kunnen we onderhandelen.

Maar pas nadat ik
mijn excuses aanbied
over mijn ongepaste gedrag,
biedt hij zijn buik aan.

We maken allemaal
wel eens een foutje.
Niet meer doen hè!
Honden!
Wat dacht je?
Hoe kon je?
Zand erover.

Steeds minder zwerfkat en steeds meer Gerrie

De eerste foto van Gerrie, mei 2013

Nog niet zo lang geleden
was Gerrie een zwerfkat.
Dat hij nu een geliefd vachtje is,
weet hij soms wel en soms niet.
Het verleden laat zich niet
zomaar uitgummen.

De reflexen van vluchten,
niet kunnen vertrouwen
en wegduiken voor klappen
zitten nog pal
onder het oppervlak.
Hij lijkt heel wat
maar zeg je één keer “boeh!”
dan verandert onze Gerrie
in een hoopje ellende.

Dus hebben we met hem
een inmiddels vertrouwde cyclus
van genieten,
schrikken,
hard weg rennen
ALLES IS ENG!!
dagen in sluipgang
door huis en tuin lopen
en zich vaak verstoppen,
naar “o ja, maar jij bent niet eng!
Nou vooruit, ik geef je een kopje.
weet je wat, ik ga voor je liggen rollen
en ach, dan kruip ik ook
gelijk maar bij je in bed”.

Gerrie is vaak erg ongelukkig.
Bang en schrikkerig.
En zijn ‘normale’ staat
is gematigd en voorzichtig
in het leven staan.
Zijn verleden vormde hem
tot wat hij nu is:
een voorzichtige angstige kat
met weinig zelfvertrouwen.
Hoe hij echt is,
zagen we nog nauwelijks.

Het duurde even
voordat deze kat begreep
dat  niet iedereen
‘he-jij-daar-vieze-zwerver-ksst-ga-weg”
tegen hem zegt.

Net zoals het even duurde
tot de klitten en teken
uit zijn vacht verdwenen
en de wondjes heelden.

Langzaam aan
valt bij hem het kwartje
dat hij Gerrie is
en dat hij mag zijn
wie hij is.

In de ochtend heeft hij
een ren- en speeluurtje.
Doet lekker gek en maf,
rent trappen op en af,
speelt verstoppertje
en kiekeboe
met de andere katten.

En met knuffelen,
vergeet hij soms
zichzelf en zijn angsten
en laat zich gaan.
Soms zelfs bij een ander mens
dan de kattenvrouw.

En héél soms zijn er momenten
dat hij zich echt veilig voelt.
alles is goed zoals het is.
Die momenten
komen steeds vaker voor.
En dat ontroert,
steeds weer.

Dit is Gerrie.
Gerrie miauwt en kletst,
knuffelt en geniet.
Slaapt en rolt en spint.
Geeft kopstoten, likjes,
achtervolgt me overal
en poept op de bak,
elke avond precies
om kwart voor 7.
Alle dagen.
Een kat van
de klok en regelmaat
en niet meer van de straat.

Kattige toestanden – operatie pil toedienen

Wie katten heeft, ontkomt niet aan het aspect verzorging. Ze moeten ontvlooid worden, je vindt soms teken in een hals of oksel, het gebit vraagt aandacht – vooral als ze wat  ouder worden – en soms is er ook iets anders. Een abces of zo en moeten er medicijnen worden toegediend.

Na jaren met katten samenleven ben ik hier natuurlijk wel aan gewend geraakt. Pillen toedienen bij een kat – zeker de vier die ik nu heb – blijft helaas vaak neerkomen op veel gedoe, al reageren ze allemaal op geheel eigen wijze.  Ze krijgen allemaal minimaal 4 keer per jaar een pil, omdat ik er elk kwartaal een wormenpil in gooi. Daarnaast krijgen twee van de vier katten antivlooienpillen, omdat ze hysterisch worden van een pipetje en de pipetjes ook niet voldoende werken. Die vlooienpillen werken vier weken. Ze krijgen natuurlijk alleen in het vlooienseizoen maar de eerste antivlooienpil heb ik nu al weer moeten geven. Het immuunsysteem van de ex-zwervers werkt niet optimaal en vlooien hebben dat heel goed door.

Elke kat hier thuis heeft zijn eigenaardigheden en dat heeft ook gevolgen voor het toedienen van pillen. Ze reageren allemaal anders. Wat ik niet meer doe, is ze allemaal op dezelfde dag een wormenpil te geven. Dat werkt niet met vier katten. Tegen de tijd dat ik één pil in iemands strot heb weten te mikken, zijn de andere drie spoorloos verdwenen. Dus doe ik een pil per dag.

Wil ik een pil geven dan leg ik de pil klaar op het aanrecht en een injectiespuit gevuld met water. Dat water is bedoeld om meteen in de bek te spuiten zodra ik de pil naar binnen heb weten te krijgen. Ze moeten dan wel slikken, zeker omdat ik dan tegelijkertijd ook over hun keel wrijf.

Ik dien de pil meestal toe als ze eten. Ik zet een bak natvoer voor de neus, het slachtoffer gaat lekker eten, ziet me niet aankomen,  wordt opgetild en op het aanrecht gezet. Snel handelen levert het beste resultaat op.

Moos en Smoes vormen de grootste uitdaging. Til ik Moos op dan weet hij meteen wat er gaat gebeuren en past  een hele slimme tactiek toe. Hij gaat op zijn achterpoten staan, strekt zich helemaal uit en steekt zijn voorpoten zo ver mogelijk in de lucht, onderwijl naar het plafond turend, nadenkend over deze verschrikkelijke onheuse bejegening. Sta ik daar met mijn 1 meter 67 en een uitgestrekte boze kat op het aanrecht. Probeer er dán maar eens een pil in te gooien. Dat eindigt dus met een potje vrij worstelen en dat heeft gevolgen voor de goede band tussen mens en kat. Tot uren erna wenst hij geen contact met mij.

Dibbes is redelijk makkelijk met pillen. Het is ook de kat die van de huidige vier het meest pillen kreeg toegediend, dus enige gewenning is er wel. Hij eet, ik til hem op, knijp in zijn kaak, die klapt open, ik mieter de pil naar binnen, water erbij, keeltje wrijven en klaar. Het is dan zaak hem meteen weer op de grond bij zijn bak te zetten en dan is het “oh eten! Lekker!” en gaat hij verder waar hij gebleven was. Helaas zijn de antivlooienpillen zó groot dat ik die door vieren moet snijden en is er na het toedienen van de eerste kwart voldoende agitatie om ook dit te laten eindigen in een potje vrij worstelen. Maar een wormenpil is meestal geen probleem.

Gerrie vindt alles eng dus ook het toedienen van pillen maar laat zich toch heel goed benaderen en oppakken. Hij stribbelt wel wat tegen maar is meer onder de indruk dan dat hij echt tegenwerkt. En ook hij is het snel vergeten als ik hem weer snel bij zijn volle bak voer neerzet. Hij blijft juist in de uren erna vaak bij mij in de buurt, alsof hij denkt dat hij iets met mij moet goed maken, de schat.

En dan Smoes, ja Smoes. Als ik heel zacht denk “nu is Smoes aan de beurt” dan vangt hij dat op en gaat er vandoor, meestal zo door het kattenluik naar buiten. Geen kat is zó snel als Smoes dus die krijg ik dan echt niet meer te pakken. Behoedzaam op hem aflopen terwijl hij eet, fluitend, lieve woordjes uitsprekend, allemaal zinloos, weg is ie! Dus is de enige optie hem grijpen als hij slaapt, hem klem zetten tussen mijn knieën, pil erin duwen en klaar. Dat werkt redelijk al heeft het wel tot gevolg dat hij de eerste dagen na het toedienen alleen nog maar slaapt op voor mij onbereikbare plekken.

Je hoeft natuurlijk niet een pil in de bek te proppen, er zijn andere manieren. Wat ik ook wel eens doe is de pil helemaal fijnmalen, mengen met water, dat opzuigen in een injectiespuit en spuiten in de bek. Wordt niet gewaardeerd maar het werkt meestal wel. Pillen in eten verstoppen is kansloos hier, de eerste keer lukte dat – “hmm lekker leverworst”. De tweede keer is het al “Dat ruik raar. Getver wat is dat, denk je dat ik gek ben!” en de derde keer komen ze niet eens meer in de buurt van de bak, diep beledigd over mijn doorzichtige gedrag. Het doorslaande succes van de easypill – een vouwbare pasta met de smaak van kattenbrokjes en waar je pillen in kunt verstoppen – was dus ook eenmalig.

Gelukkig wordt het tandpoeder dat ik dagelijks over het eten strooi wél zonder morren naar binnen gewerkt. Maar alleen als ik ze het alle vier geef. Iets wat afwijkt, wordt niet getolereerd. Dus krijgen hier vier katten tandpoeder over het eten omdat één kat dat nodig heeft. Maar, het is ook goed om te voorkomen dat ze tandklachten krijgen dus zeker geen weggegooid geld.

Met weemoed denk ik nog wel eens aan Poes Dorrit. Die moest ik 5 jaar lang alle dagen een schildklierpil geven.  De eerste maand was het een drama en daarna deed ze braaf haar bek open, slikte de pil door en klaar. Maar dat was een vrouw, dat zal vast schelen ;-).

 

De beste plek

Het is zondagochtend, nog héél vroeg.
Ik voel een pootje tegen mijn wang tikken.
Als ik niet meteen reageer,
voel ik een likje op mijn neus.
Dibbes is wakker.
Dus ik ook.
Tijd om te kroelen.
Zo doen we dat elke ochtend,
Dibbes en ik.

Hij installeert zich naast mij.
Ronkend en knorrend.
Ik word vol aanbidding aangekeken
en ik kijk net zo verliefd terug.
Voor Dibbes is het leven perfect.
Van zielige zwerfkat schuilend onder de struiken
nu liggend in de arm van een kattenmens.
Dibbes heeft de beste plek
op deze zondagmorgen.
Wat wil je nog meer?

Ineens horen we een geluid.
Smoes springt op de plank naast het bed.
Loopt naar mijn glas water dat daar altijd staat.
Water! Lekker!
Steekt zijn kop in het glas en drinkt.
Even ben ik bang dat hij klem komt te zitten.
Hij ook, dus gaat hij verder met zijn poot.
Lekker water hengelen.
Ondertussen kijkend naar Dibbes.
Zie jij wel wat ik doe?

Nou dat ziet Dibbes zeker!
Weg geluk. Weg rust.
Smoes heeft water!
Dat wil ik ook!
Dat er in huis overal bakken water staan,
wordt voor het gemak even vergeten.
Het gaat om dit water in dit glas!

Smoes is klaar met drinken.
Maar denk niet dat hij wegloopt.
Ben je gek, nee, hij gaat liggen naast het glas.
Zodat Dibbes hem goed kan zien.
Die wordt nu overmand door jaloezie.
Ik wil dit ook! Hoe kom ik daar?
Ja, dát is de vraag.
Smoes gaat niet opzij.

Dibbes staat op, loopt heen en weer.
Kijkt zeer dwingend naar Smoes.
Die doet of zijn neus bloedt.
Dibbes kan het niet meer aan.
Weg fijn gevoel,
weg genieten van de beste plek.
De beste plek is nu die plek
die net buiten bereik is.
Stomme Smoes!

Dibbes verlaat de plek
die een minuut geleden
nog zó aantrekkelijk was.
Loopt gedesillusioneerd weg.
Installeert zich op de hoek van het bed.
Met zijn rug naar alles toe.

Smoes knalt zowat uit elkaar.
Plan geslaagd, doel bereikt!
En gaat weer verder met de dag.
Want dat water,
daar was hij toch al klaar mee.
Nu kan hij weer op zoek
naar een nieuwe beste plek.

Dibbesdingen

img_20170220_082854

Na het drama in december duurde het even voor Dibbes weer het mannetje was. Met drama bedoel ik het dierenartsbezoek  voor een gebitscontrole met een grote emotionele nasleep. In november bleek tijdens de reguliere jaarlijkse controle dat zijn gebit in slechte staat was. Dat was het jaar ervoor ook al het geval en er zijn toen onder narcose twee kiezen getrokken. Nu wéér kiezen eruit halen terwijl het beest nog niet eens 7 is, vond ik geen fijn idee. Op zich is de slechte toestand van zijn gebit natuurlijk helemaal niet vreemd met zijn verleden.

Voor de zekerheid werd een ingreep gepland voor in december. En in de tussenliggende tijd mocht ik proberen de staat van zijn gebit te verbeteren. Dat deed ik vol overgave met tandpoeder, massage van zijn wangen en speciale brokken en groot was de opluchting dat de geplande ingreep niet door hoefde te gaan.

Dibbes in een mand krijgen is een drama. Dat lukt alleen met drugs. Voorheen was het dan zo dat eenmaal in de mand, alles wel redelijk soepel liep maar nu was het in de auto de hel. Hij werd volledig hysterisch. Na thuiskomst herstelde hij niet echt en toen de volgende dag de schilder op de stoep stond en de voorkant van ons huis ging schilderen was het drama compleet. Een drama met veel dieptepunten en veel gejammer van Dibbes en mij. Hij verliet het huis in overspannen toestand, denk aan volledig doordraaien en zwalkend de tuin uitrennen, overal tegenaan botsend. En ik had het natuurlijk allemaal gedaan!

img_20170224_145459

kijk, hier is de liefde weer opgebloeid

Natuurlijk kwam het toch weer goed maar het duurde wel een paar weken voor de band tussen mens en kat weer helemaal hersteld was. Zeker ook vanwege het vuurwerkgeknal in december dat weliswaar best meeviel dit keer, maar toch teveel was voor het toch al getraumatiseerde overgevoelige beest.

Inmiddels is hij weer helemaal het mannetje en vooral zichzelf. Dat betekent: klonterig onhandig gedrag, buitensporig knuffelig en gericht op mij, speels naar de andere katten toe en een haat-liefde verhouding met Gerrie.

Toen Gerrie erbij kwam nu twee jaar geleden, was dat behoorlijk slikken voor Dibbes. Hoewel waarschijnlijk afkomstig uit hetzelfde nest (gezien overeenkomsten in gedrag, geschatte leeftijd, uiterlijk en het feit dat ze rond dezelfde tijd ineens opdoken) waren ze overduidelijk vijanden van elkaar. Het straatleven had ze tot concurrenten gemaakt. Daarbij kwam dat ze in de begintijd allebei erg onzeker waren en erg op mij gericht. Zag de één dat er met de ander geknuffeld werd, dan was het tijd voor actie. Dibbes deed dat door met veel drama en gegil de aandacht te trekken of zich zo voor mij te werpen dat Gerrie letterlijk opzij werd geduwd.

Inmiddels tolereren ze iets meer van elkaar. Soms wordt er samen gespeeld en ik heb ze nu al vrij vaak betrapt terwijl ze vlak bij elkaar liggen te pitten.

img_20170218_161932

De nieuwste ontwikkeling is samen op stap gaan. Dibbes is de baas en loopt voorop. Dat gaat zo. Hij gaat bij de voordeur zitten om aan te geven dat die open moet. Want het altijd open kattenluikje bij de achterdeur, ja, dat is ook weer zo flauw als iets zo makkelijk gaat. Doe ik de deur open dan stapt Dibbes over de drempel, kijkt over zijn schouder en begint te miauwen. En dat is voor Gerrie het sein om op te staan en onmiddellijk erachter aan te stormen. Zo lopen ze dan samen de tuin uit, het avontuur tegemoet. Ze slaan linksaf de steeg in, nog twee keer links en dan door de achtertuin richting kattenluik. Bij binnenkomst miauwt Gerrie. Die moet altijd even vertellen dat hij terug is, mocht ik hem gemist hebben die 5 minuten dat dit hele avontuur duurde. En dat dus een paar keer per dag, ze hebben het druk ;-).

Ik ga wel op zoek naar een andere reismand voor katten. Ik zag ergens manden die aan de bovenkant opengaan en die meer afgesloten zijn, dat lijkt me beter. De manden die wij nu hebben, hebben een deurtje met tralies aan de voorkant maar daar kan hij zijn poten doorheen steken en vorige keer zat hij helemaal klem aan de onderkant en zat zijn poot vast. Wat bepaald niet bijdroeg aan de sfeer in de auto. Alleen de mand die ik bedoel zag ik ooit op een foto maar ik kan ze niet vinden in dierenwinkels, ook niet online. Als iemand een tip heeft waar je dit soort manden kan kopen, graag.

Update, bedankt voor het meedenken! Ik kreeg reacties, ook per mail, van lezers met tips. Adriana vond precies wat ik bedoelde en via FB kreeg ik een reactie van iemand met een kattenopvang die uit mijn omschrijving ook begreep dat het om de Pet Caddy ging.

Deze mand dus: stevig, kan tegen een stootje en een zware of grote hysterische kat en heeft een deksel van boven, het is de Pet Caddy transport box:

Voor nu eerst even rust en het gezapige leven, altijd goed voor mens en dier.

 

 

 

Weten wat goed voor je is – lactosevrije yoghurt (met recept)

img_20170221_081316

Verhaal over yoghurt met daarin verstopt kattenspam. Ben je daar niet van gediend maar wel geïnteresseerd in een recept voor lactosevrije yoghurt, sla het kattengeleuter over en scroll naar beneden…

Veel mensen geven melk of yoghurt aan katten. Maar die kunnen daar niet goed tegen. Net als 70 % van de menselijke wereldbevolking maken ze geen lactase aan en zijn ze dus lactose-intolerant. Dat neemt niet weg dat de meeste katten zich daar niets van aantrekken. De meeste katten hier in huis slobberen graag wat melk en soms wat yoghurt naar binnen, als ze de kans krijgen. Om het even later net zo vrolijk weer uit te kotsen.

Zo niet Moos. Die weet wat goed voor hem is. Hij haalt zijn neus op voor yoghurt. Dus toen ik in augustus voor mijn verjaardag een yoghurtmaker kreeg, waarmee ik lactosevrije yoghurt maak, voorzag ik niet wat dit met hem zou doen. Ik maak gemiddeld twee keer in de week yoghurt en inmiddels heeft hij door dat mijn yoghurt voor hem een lekkernij is.

img_20170301_091728Als ik soms twee dagen achter elkaar met yoghurt heb ontbeten, staat hij mij de derde ochtend verliefd op te wachten bij de trap. Kom ik van de trap af, dan voert hij een show op met verliefde blikken, zachte prrtt geluiden en met een overtuigingskracht waar je U tegen zegt. Dus mag hij het schaaltje leeg likken als ik klaar ben, want ik ben een watje.

Ik vind het wel frappant dat hij niet taalt naar de yoghurt die M. elke ochtend eet, maar wel naar de lactosevrije yoghurt van mij. Het zal vast anders ruiken hoewel ik geen verschil proef met de gewone yoghurt die ik vroeger wel at en waar ik zo’n last van kreeg. Ik vind het wel mooi, dat een beest precies weet wat goed voor hem is.

Waarom maak ik zelf lactosevrije yoghurt, het is toch gewoon te koop in de supermarkt? Nou allereerst omdat ik het leuk vind om te doen. Daarnaast is lactosevrije yoghurt behoorlijk duur, zelf maken scheelt geld. Yoghurt van het merk Lactofree kostte de laatste keer dat ik het kocht € 2,35 per liter. Zelf maken kost mij €1,53 per liter heb ik uitgerekend. Ik maak het van houdbare biologische melk met een starter van biologische yoghurt, dat vind ik fijn want ik eet graag biologisch. En tot slot: ik vind mijn eigen gemaakte lactosevrije yoghurt echt lekkerder dan die ik in de supermarkt kan kopen.

Hoe maak je het? Yoghurt wordt gemaakt van yoghurtculturen of probioticacapsules  die je mengt met lauwwarme melk. Je kunt ook wat yoghurt zelf als starter gebruiken en dat met de melk mengen. Als je dat 24 uur laat staan (en zorgt dat de temperatuur constant blijft) dan verdwijnt de lactose volledig. Normale yoghurt is na een paar uur al klaar.

Ik heb een stroomloze yoghurtmaker van het merk Easiyo. De eerste paar keer maakte ik de yoghurt met de yoghurtculturen die ik kocht maar ik vond eerlijk gezegd het resultaat heel wisselend. Dus toen ging ik yoghurt zelf als basis gebruiken. Na wat experimenten met hoeveelheden en soort yoghurt heb ik nu een recept dat altijd lukt.

Wat heb je nodig:

  • gekookt water
  • 5 el yoghurt (ik gebruik zelf biologische yoghurt van Pur Natur)
  • ca. 750 ml melk
  • een grote pot of mengbeker die in de yoghurtmaker kan (wordt bij de Easiyo meegeleverd)
  • een kom om alles te mengen

Breng water aan de kook. Verwarm de melk in een pannetje tot deze lauw is. Doe de yoghurt in de kom en klop deze los met een garde. Giet langzaam de lauwe melk erbij en roer met de garde alles door. Als alles gemend is, giet je het mengsel over in de mengbeker die je afsluit met het deksel. Giet het kokende water in de yoghurtmaker tot de aangegeven rand. Zet de mengbeker in de yoghurtmaker en sluit af met het deksel.

Na 12 uur breng je opnieuw water aan de kook. Haal de mengbeker uit de yoghurtmaker. Giet het koud geworden water uit en vul opnieuw met kokend water. Beker er weer in, deksel erop en weer 12 uur laten staan. Na in totaal 24 uur haal je de beker eruit. Ik roer het dan even door met een lepel en zet het in de koelast, daar dikt de yoghurt verder in. Na 6 uur is het goed eetbaar.

Het duurt even voordat het dus klaar is en het vergt wat planning, want eetbare yoghurt maken neemt dus zo 1,5 dag in beslag die het nodig heeft om de lactose te laten verdwijnen en in te dikken. Maar qua energie is het zo gebeurd. Alles even mengen en klaar, een kind kan de was doen.

ps. Via Facebook kreeg ik een reactie van een lezeres die vertelt dat dit geen lactosevrije yghurt is, maar lactosearme yoghurt. Volgens haar wordt yoghurt alleen lactosevrij door toevoeging van lactase. Zij schrijft dat zij last zou krijgen van de yoghurt zoals ik die maak. Dat kan, ieder lijf is anders. Ik heb hier geen enkele last van. Terwijl ik na het eten van gewone yoghurt binnen een kwartier op het toilet zit.

Mijn mening dat deze yoghurt lactosevrij is, is gebaseerd op informatie die ik op verschillende plekken heb gevonden, zoals bijvoorbeeld op deze site waar staat:
“Je kan zelf lactosevrije yoghurt maken. Je hebt een zogenaamde yoghurt-maker met een aantal kleine containers nodig. Een yoghurt-maker is een box die de inhoud op een constante temperatuur kan houden van 35 tot 40 graden Celsius. Dit is namelijk de ideale temperatuur voor de goede bacteriën die de lactose in de melk omzetten in melkzuren.”

Daarbij wordt tevens aangegeven dat het hier om 24-uurs yoghurt gaat. Dit is namelijk de tijd de nodig is lactose om te zetten in melkzuren.

Zoals gezegd, ieder lijf is anders. Dit werkt voor mij. Maar blijkbaar niet voor iedereen. Net als dat veel van de merken lactasepillen weer niet werken bij mij en wel bij een ander. Uitproberen en je gezonde verstand gebruiken op basis van hoe je lichaam reageert, is het beste.