In de steek gelaten

Elk jaar in het voorjaar
word ik in de steek gelaten.
En het went nooit.
Lig ik normaal elke nacht
met vier katten om mij heen,
in het voorjaar
gaan ze de hort op.
Wat ik daarvan vind
vragen ze mij niet,
de ontrouwe haarballen.

De hele winter ongemak.
Vechten om een plek.
Dibbes tegen mijn buik.
Gerrie naast mijn hoofd.
Moos in mijn knieholte
en Smoes op het voeteneind.
Zo gaat het.
Zo hoort het.
Vind ik dan toch.

En dan ineens
als de nachten korter worden
en de temperatuur stijgt
voldoe ik niet meer.
Mijn opoffering van
altijd klem liggen
wordt niet meer gewaardeerd.
Ze gaan op stap,
met zijn vieren.
Avontuurtjes beleven.
Zonder mij.

En ik?
Ik lig in bed
in een zee van ruimte
waarin ik verdwaal
en niet kan slapen.
Geen Dibbes tegen mijn buik.
Ik kan mijn benen strekken,
niezen zonder dat Gerrie schrikt.
Dat kan toch niet.
Dat hoort toch niet.

En dan straks weer
mooie sier maken
als het kouder wordt.
Ik trap er niet meer in.
Ik kijk niet meer
in die zeegroene ogen.
Ik negeer de zachte geluidjes.
Ik laat me niet meer versieren.
Hoor je me?
Nee is nee.
Dit bed is van mij.
Van de man en mij.
Mensen, geen katten.
Humans only.

Nou vooruit.
Even dan.
Voor deze ene keer.
Dit schept geen precedent.
En niet doorvertellen.
Anders neemt niemand
mij nog serieus.





Advertenties

#MeToo in het dierenrijk

afbeelding Pixabay

Het is mooi weer en we zitten in de tuin, vier katten en ik. Op wat omgevingsgeluiden na is het heel rustig, heerlijk. Af en toe vliegen er wat eenden over wat dan meteen gevolgd wordt door kabaal. Als ik ze voor de derde keer zie overvliegen, besteed ik er wat meer aandacht aan. Het zijn drie hitsige woerden die achter een vrouwtje aanvliegen.

Ze scheren telkens vrij laag over de tuin heen, maken dan een bocht en belanden met zijn allen in de sloot. Wie ooit eenden met elkaar heeft zien paren, weet dat dit niet zachtzinnig gaat. Het gebeurt met veel agressie en de vrouwtjeseend wordt tijdens de daad half verzopen. Zo ziet het er wel uit tenminste. Niet zo vreemd dat die vrouwtjes daar weinig trek in hebben. In het voorjaar zien we dan ook vaak vrouwtjes die ervandoor gaan, met een schare geile woerden er achteraan.

Als ze voor de zoveelste keer over de tuin vliegen, besluit de dame in kwestie tot een verrassende afleidingsmanoeuvre. Ze laat zich ineens pal uit de lucht vallen en landt in de tuin. De kerels hebben niets door en vliegen in volle vaart verder. Ze zit midden in de tuin.

Kat Smoes was net met een poetsbeurt begonnen, zijn achterpoot steekt in de lucht alsof hij een yogales volgt. Hij kijkt verbaasd naar de eend voor hem. Zo verbaasd, dat zijn achterpoot gewoon in de lucht blijft hangen. Dan kijkt hij naar mij. Het gesprek dat wij hadden ging als volgt:

“Zie je dat? Is dat wat ik denk dat het is? Een eend! Ik zie een eend!”
Hij kijkt verbijsterd om zich heen, die poot wil maar niet zakken.
“En nu? Ik wil er wel achteraan rennen als ze vliegen of zwemmen, maar deze zit op een halve meter afstand! En ze is best wel groot.”
Kijkt naar mij. “Wat verwacht je nu van mij?”

Het #MeToo slachtoffer is zich van geen kwaad bewust. Ze ligt na te hijgen, uitgeput. De eend ziet Smoes niet, die twijfelt of hij nu wel of niet iets moet doen. Een lekker koolmeesje is tot daar aan toe, een spreeuw wellicht ook, maar een eend? Instinct en ontzag vormen in het brein van Smoes een strijd, hij is immers geen grote kat. Ze ziet Smoes niet, maar ook de andere katten niet die verspreid over de tuin dutjes liggen te doen. Zij zien haar trouwens ook niet, dus van die kant van het front is geen gevaar te vrezen.

Ik kom in beweging voordat Smoes dat besluit te doen en jaag haar zo vriendelijk en meelevend mogelijk weg. Daar gaat ze weer en onmiddellijk duiken de woerden ook weer op. De natuur gaat zijn gang. Behalve Smoes, die poot blijft in de lucht en de blik blijft peinzend. Tot hij ineens moe wordt en een dutje moet doen.

De kapsoneslijer van verderop

Andere kat maar het had hem kunnen zijn….(afbeelding Pixabay)

Als ik door het keukenraam kijk, zie ik een prachtige kat met lange haren en een weelderig wuivende staart, statig en met zichzelf pronkend de tuin in komen lopen. Hij lijkt dik maar dat is denk ik schijn, zijn vacht is extreem dik. Alhoewel, dan heeft hij wel héél veel vacht zo rond zijn kont en buik. Laten we het erop houden dat het een goed geportioneerde Maine Coon is.

Aan zijn gedrag zie ik dat hij weet dat dit vijandelijk gebied is. Hij kijkt goed om zich heen. Ik weet dat onze theemutsen in diverse stadia van niets doen en diepe slaap boven op ons bed liggen, maar hij weet dat niet. Goed opletten dus.

Buiten wat vogels die krijsend over hem heen vliegen, is er geen ander gevaar en ik zie hem ontspannen. Er wordt zelfs wat gesproeid. Zodat die van ons later als het ware kunnen lezen dat die dikke harige kapsoneslijer van drie huizen verderop hier was.

Hij waant zich onbespied en voelt zich steeds zekerder. Totdat hij mij ineens ziet, zo achter het keukenraam. Ieuw! Hij kijkt paniekerig om zich heen. Ziet de pergola in het midden van de tuin en gaat achter een pergolapaal zitten. Hij zit doodstil en zijn kont steekt links en rechts aan de zijkant van de paal uit. Ik zie een beetje paal en veel kat. Hij denkt dat ik hem niet zie.

Natuurlijk speel ik het spel mee, het is wel zo beleefd om hem de kans te geven een aftocht zonder al te groot gezichtsverlies te organiseren. Dus kijk ik even weg. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hem een meter naar achter schuifelen. Als ik weer voor hem zichtbaar opkijk, zit hij opnieuw doodstil, in de lijn van de paal. Ik maak een eind aan de marteling door weg te lopen. En zie hem in een slip de tuin uitrennen.

Veel poeha maar weinig lef noemen wij dat. 😉 .

De wereld redden

afbeelding Pixabay/ Jolanda Coervers

Tijd voor een bekentenis: ik heb vier eigen katten maar daarnaast heel veel andere katten (en honden) die ik via Instagram in de gaten houd en financieel steun. Toen ik een paar jaar geleden Villa Vacht ging steunen met een maandelijkse donatie, kwam ik op een glijdende schaal terecht. Want de stroom zielige beesten die gered moet worden, is groot. En ik zie ze allemaal via Instagram dagelijks voorbij komen.

Hoewel veel mensen klagen over social media en ik ook wel snap waarom, vind ik Instagram een hele fijne uitzondering op de regel. Misschien omdat ik alleen zie wat ik zelf selecteer? Ik zie daar veel onderlinge steun, mensen die elkaar helpen. Voor mij is het een manier om in contact te komen met de internationale ME-community maar daarnaast volg ik ook tags als ‘cats’, ‘rescuecats’, ‘fostercats’ en kom zo terecht in een wereld van mensen die zorgen voor katten die de weg kwijt zijn geraakt, gedumpt, gevonden, ziek, verwaarloosd en die dan met veel liefde en toewijding worden opgelapt. Door mensen die soms aan een organisatie zijn verbonden zoals een lokale dierenbescherming of zelf iets zijn gestart.

Soms kost dat oplappen duizenden euro’s, omdat kitten Tigger iets heeft dat tibial hemimelia heet, kitten Charlie tegen een muur is gesmeten waardoor er iets naars met zijn ruggengraat is gebeurd maar hij nu ook onverklaarbare hoge koorts heeft dat waarschijnlijk wordt veroorzaakt door een enge bacterie en had zwerfkat Tygurr vorig jaar een enorm levensbedreigend abces.

M. houdt ook van beesten. Dus geven we maandelijks aan een paar goede doelen die met dieren te maken hebben. Maar omdat de goede doelen die ik wil steunen zich razendsnel vermeerderen (dat krijg je ervan als mensen hun katten niet castreren/steriliseren) en M. begrijpelijk genoeg niet al zijn geld daaraan uit wil geven, betaal ik het meeste van mijn eigen geld.

Elke maand als ik mijn zakgeld op mijn eigen rekening gestort krijg, verdeel ik het. Want zonder mij red Charlie of Tigger het niet. Zo voelt het, ik voel me betrokken. Het is hetzelfde gevoel van waaruit ik Dibbes en Gerrie van straat plukte en honderden euro’s uitgaf om ze op te lappen. Als ik niet ziek zou zijn, zou ik de Nederlandse ‘Hope for Paws’ worden. Wat zeg ik, ik zou de ‘Vrolijke West-Friese Pootjes’ oprichten waar alle zielige katten terecht kunnen. En dan zou ik ook foto’s op Instagram plaatsen van alle beesten die ik gered heb. Tot die tijd plaats ik maar tot vervelens aan toe op mijn Instagram foto’s van Dibbes en Gerrie die ik daadwerkelijk heb kunnen redden en steun ik financieel anderen waar ik kan. Want meer katten komen er niet in hier. Er schijnt een bordje op de deur te hangen met ‘vol, wachttijd ca. 10 jaar’.

Dat ik langzaam afglijd naar een financieel zorgwekkende toestand, besef ik. Ik volg nu ook zielige geredde eekhoorntjes. Waarvan er bij eentje zijn voorpootjes moesten worden geamputeerd. Misschien moet ik een zakgeldverhoging gaan regelen.

Vier katten en een muis

afb. Pixabay/Robert Owen-Wahl

Het is avond.
We zitten op de bank.
Kijk een muis!
Waar?
Daar!

Best bijzonder.
Een muis in een huis met vier katten.
Tijd voor een goed gesprek.

‘Moos, we hebben een muis!’
‘Ja,en?’
‘Nou, euh, wat dacht je van doe-je-ding?’
‘Wel wat beledigend hè, de aanname dat ik zoiets op commando doe.’

Ik druip af.
Misschien heb ik meer succes bij Smoes.

‘Smoes, we hebben een muis!’
‘Ja en? Ik ga nu eerst een dutje doen.’
En meteen reageert hij nergens meer op.
Smoes! Die vogels uit de lucht plukte en muisjes ving.
Maar dát was in zijn jonge jaren.

Dibbes dan maar!

‘Dibbes, we hebben een muis!’
‘Een muis? Wat wil je dat ik daar mee doe? Weet je zeker dat het geen roerei is? Dáár heb ik trek in. Roerei, heb je roerei?’

Gerrie! Mijn rots in de branding. Mijn laatste hoop.

‘Gerrie, we hebben een muis!’
Gerrie kijk me verschrikt aan.
‘Een muis! Wat moet ik daar mee? Vangen? Wil jij dat ik een muis vang? Nu? Dát had je niet verteld toen je me adopteerde, dat muizen vangen erbij hoort! Dan was ik namelijk helemaal niet-nooit-niet hier komen wonen. Echt niet! Ik ben weg!’

Pas na veel suswerk kan ik Gerrie ervan weerhouden zijn knapzakje te pakken.

Een muis!
We hebben een muis in huis.
En geen kat die er wat aan doet.

Kattentaal

Gerrie vindt het ook een interessant boek

Als ik de overloop oploop, zie ik de buurkat ongegeneerd gapend uit de werkkamer lopen. Dát was een fijne dut. Het mislukt om hem het huis uit te werken want hij gaat net buiten mijn bereik onder het bed zitten. Later rennen we rondjes om de eettafel en om de gitaar van M. heen en dan, nadat ik het heb opgegeven, verlaat hij het strijdtoneel met opgeheven hoofd op een door hem gewenst moment.

Wat dacht ik toch, ik zou beter moeten weten, van een kat verlies je altijd.

Omdat de buurkat ons zo frequent terroriseert, denken onze katten dat het normaal is. Het huis is schijnbaar een doorgangsstation van ongewenste vreemdelingen. Als je als tactiek altijd de andere kant opkijkt, heb je er bijna geen last van. Bijna. Naast deze kat komen er ook twee andere katten af en toe buurten. Echt leuk vinden ze het niet. Maar om nu in beweging te komen en het vreemde volk te verjagen?

Over katten gesproken, ik lees een interessant boek nu: I love happy Cats. Handleiding voor een gelukkige kat, van kattengedragstherapeut Anneleen Bru. Het boek werd me aangeraden door onze dierenartsassistente die ook kattengedragstherapeut is, toen we het hadden over het gedrag van Dibbes en Gerrie. Je kunt weinig verwachten van katten die zo lang op straat hebben geleefd. En vooral Gerrie begrijp ik soms niet. Hij laat zich nog steeds moeilijk benaderen en is regelmatig gestrest en ongelukkig. Ik zou graag willen weten hoe ik hem zich veiliger kan laten voelen.

De huiskat van tegenwoordig stamt af van de Noord-Afrikaanse wilde kat, een solitaire jager. Deze wilde kat ontwikkelde een heel scala aan gedragingen en manieren van communiceren om te overleven in verschillende omstandigheden. De huiskat beschikt nog steeds over ditzelfde pakket aan gedragingen en overlevingsmogelijkheden en daar heb je dus meteen het probleem. De van oorsprong alleen levende kat, leeft tegenwoordig op een oppervlak dat veel kleiner is dan wat zijn voorouder tot zijn beschikking had én vaak in een groep, omdat baasjes denken dat het gezellig is voor Flip als hij een vriendje krijgt. Dat levert dus stress op.

Katten zijn sowieso stressgevoelig. Ze zijn klein, kwetsbaar en daarom meestal conflictvermijdend. Sociaal contact anders dan paren zit niet echt in het genenkoffertje. Een kat voelt zich snel bedreigd en veel van hun gedrag komt daaruit voort. Uit voorkomen dat ze ontdekt worden, denk aan het begraven van de poep, zodat een vijand die niet ruikt. Denk aan het schrapen rond de etensbak, dat een verwijzing is naar het begraven van eten, om dezelfde reden. Katten zijn om dezelfde reden enorme routinedieren: elke dag of zelfs meerdere malen per dag hetzelfde loopje doen, om te scannen of alles nog wel klopt. Om die reden zijn ze ook snel gestrest als iets afwijkt of verandert, want dat betekent vanuit hun genenpakket bedreiging. En dat laatste is natuurlijk nogal eens het geval in een huishouden met mensen en meerdere katten want daar verandert regelmatig iets.

Om zich veilig te voelen moet een kat zoveel mogelijk keuzes hebben. Keuze waar hij slaapt, eet, jaagt, speelt. Meerdere verstopplekken in een huis. Er moet veel keus zijn want de plekken wisselen voortdurend, afhankelijk van de gevoelde bedreigingen. Zeker als er andere katten in huis zijn. Door middel van geursporen communiceren ze met elkaar, verdelen ze de plekken om de harmonie te bewaren. Zo zie je hier vaak dat ze om en om in hetzelfde kistje liggen te slapen, dan ligt Dibbes er in de ochtend in en Smoes in de middag. En zeggen ze met hun achtergelaten geuren als het ware ‘ik was hier vanmorgen, doe jij dan nu je ding, dan kom ik vanavond weer terug’.

Er staan veel leuke feitjes in het boek. Dat bijvoorbeeld kont aan kont liggen niet betekent dat ze elkaars gezelschap opzoeken, maar dat ze beiden op dezelfde plek willen liggen en elkaar dus om wille van de plek tolereren. Liggen ze met de koppen naar elkaar toe, dan hebben ze elkaar wel opgezocht. Dan gaat het niet om de plek maar om het gezelschap.

Niet alles is logisch in mijn ogen. Bru schrijft meerdere malen dat katten het vaak niet plezierig vinden om geaaid te worden. Een kattenvacht het is extreem gevoelig en het zou pijnlijk aanvoelen. Nu heb ik in de 30 jaar dat ik katten heb blijkbaar alle uitzonderingen getroffen want ik heb aaiverslaafde katten. Mits ik het doe op een door hen gewenst moment.

Of ik Gerrie nu beter begrijp weet ik niet. Het probleem met Gerrie is dat hij zelf de onderlinge signalen ook nooit heeft leren interpreteren. Dus hij benadert de andere katten vaak op de verkeerde manieren en vangt de signalen niet op dat contact niet gewenst is.

Andersom is hij naar mij toe extreem aanhankelijk maar o wee als ik hem verkeerd aanhaal. Of nies. Of kuch. Hij blijft ook na 4 jaar nog extreem schrikkerig. En ik geloof dat het beste wat we kunnen doen, is hem accepteren zoals hij is. Binnen de mogelijkheden die hij heeft, is hij best gelukkig.

 

Ben je een kattenliefhebber dan is het boek aan te raden. Minpunten vind ik de beroerde opmaak (een absurd groot lettertype afgewisseld met blokken tekst in hele kleine iele lettertjes in lichtgroen of lichtoranje vind ik echt niet leesbaar) en het feit dat Bru uit België komt en ik wel wat moeite had met het Vlaams. Dat is natuurlijk wel jammer aangezien mijn vader in Antwerpen geboren is, maar verder dan de centrifuge een droogzwieper noemen ging de Zuid-Nederlandse taalopvoeding niet.

Zaterdag

Deze week was mijn agenda maagdelijk leeg. De dingen die ik van plan was, had ik geschrapt. Ik ben nog niet hersteld van de onverwachte wandeling die ik vorige week zondag had en heb bijna de hele week plat gelegen. Ik ben er helaas nog lang niet voel ik.

Wat deze week wél moest gebeuren en wat ik dus door liet gaan, was een bezoekje aan de dierenarts met Dibbes en Smoes voor hun enting en controle. Ik had het kunnen verplaatsen maar er staan ook wat andere dingen op stapel de komende tijd zoals de verjaardag van puber, een bezoek aan de orthomoleculaire therapeut en de laatste controle bij de orthodontist, dus leek het me toch beter de dierenarts deze week te doen.

De dierenarts dus. Dat ging heel goed. Dibbes smikkelde verrukt zijn stukje kaas met daarin verstopt een kalmeringspil naar binnen en ik kreeg hem 2 uur later heel makkelijk in de mand. Ik heb vorig jaar het in de mand stoppen heel intensief met hem geoefend, dus ik dacht ook niet daar grote problemen mee te krijgen. Dat pilletje is vooral voor wat er daarna gebeurt: de reis ernaar toe en de controle zelf. Hij kan onderweg nogal eens in paniek raken en helemaal uit zijn plaat gaan. Nu met dat pilletje viel dat reuze mee. Al liet hij wel het zieligste miauwconcert ooit horen. Het voordeel van die pil is dat hij achteraf geen herinnering aan de gebeurtenis zelf overhoudt. Dat dit echt klopt bleek wel toen hij thuis uit de mand stapte en gewoon uitgebreid ging liggen rollen en knuffelen.

Beide heren waren in top conditie, gewicht was goed, gebit was goed. Bij Smoes werd er nog even uitgebreid aan de schildklier gevoeld maar ook daar is alles na de operatie van afgelopen juli helemaal goed. Dus konden we weer naar huis. Ik was enorm opgelucht want het was voor het eerst sinds we Dibbes hebben dat de jaarlijkse controle niet de aanzet was tot vervelende dingen als onderzoeken in het dierenziekenhuis in Amsterdam (hartruis) of kiezen trekken (maar liefst drie keer gedaan dus er valt ook niet veel meer te trekken).

Bij de dierenarts vond meneer het niet leuk maar daarna was het leed snel vergeten

Komende week wordt op dinsdag eindelijk mijn scooter gehaald en hopelijk gerepareerd. Vrijdag moet ik naar de fysio maar ik heb al een lift geregeld voor als de scooter dan nog niet terug is. En verder houd ik me rustig, heel rustig. Van die sprankjes energie waar ik laatst over schreef, is niets over gebleven. Dus ik ga weer plat de komende tijd tot ik voel dat ik weer op een acceptabel niveau zit. Ik ben meer dan anders gemotiveerd om dit te doen omdat ik vorige keer merkte dat die energie kwam na een periode van heel veel rust, weinig stappen zetten op een dag en monitoren op mijn ochtendhartslag in rust.

Dat rustig aan doen lukt goed want ik kijk nu Prison Break op Netflix. Vijf seizoenen! Ik ben geloof ik de enige die dat nog nooit had gezien, maar wat is het spannend. En soort Orange is the New Black maar dan met mannen en wat minder humor.

Fijn weekend allemaal!

Dierenarts

Nou daar gingen we, naar de dierenarts voor de jaarlijkse enting van Gerrie en Moos. Of wacht, daar ging nog wat aan vooraf.

Om Gerrie in de mand te krijgen moet je goed beslagen ten ijs komen. Deze ex-zwerfkat kwam vier jaar geleden in ons leven en was geen menselijke aanraking gewend. Ik heb hem de eerste periode met een afwasborstel heel zacht over zijn rug geaaid als hij kwam eten. De eerste paar keer vond hij dat doodeng maar de honger was groter dan de angst. Heel langzaam wende hij zo aan aanraking en menselijk contact en leerde hij ons vertrouwen. Alleen dat laagje vertrouwen is heel dun en er hoeft maar iets te gebeuren en er blijft pure angst over.

De eerste paar jaar was het vreemd genoeg nog wel mogelijk om hem – toen hij eenmaal wat gewend was – op te tillen om bijvoorbeeld een pilletje te geven. Maar blijkbaar is hij dat gaan associëren met vervelende dingen, dus dat lukt niet meer. Het vreemde is dat hij wel heel aanhalig is. Ligt in bed tegen mij aan, vraagt aandacht op het opdringerige af, geeft kopjes en kusjes en zit soms minuten lang neus aan neus met mij. Maar dat is allemaal op zijn initiatief. Benader ik hem, dan blijft hij schrikkerig.

Toch zullen we wel een keer per jaar met hem naar de dierenarts moeten gaan, voor een enting en controle. Met zijn verleden van slecht en onregelmatig eten is het denk ik goed om hem regelmatig te laten onderzoeken. Ook omdat hij een hartruis heeft, iets wat helemaal niet erg hoeft te zijn maar wat wel goed is om te monitoren.

Leuk is anders. Elk jaar levert het bezoek aan de dierenarts veel stress op, bij hem en bij mij. Want ik ben de boeman die hem in de mand propt. Dit jaar dacht ik toen de oproep van de dierenarts kwam, slim te zijn. Ik ging eerst oefenen met optillen, besloot ik. Het optillen belonen met lekkers. En van daaruit zouden we gaan oefenen met de mand.

Dat probeerde ik al eerder en dat was toen een grote faal, en nu helaas weer. Met Dibbes lukt dit wel (ook een ex-zwerfkat) maar Gerrie wil het niet, doet het niet, verdomt het. Hij werkt een paar keer mee en dan rent hij keihard weg. Dus besloot ik dan maar weer over te gaan op alprazolam, een kalmeringsmiddel. Is hij eenmaal wat rustiger dan krijg ik hem wel in de mand.

Alprazolam krijg hij ook altijd op oudejaarsavond. De eerste pil diende ik afgelopen keer toe toen hij lag te slapen. Dat was dus een groot verrassingseffect. Heel vals van mij maar wel effectief. Bij de tweede pil later op die dag ontdekte ik dat hij het prima vindt om een stukje jonge kaas met daarin een pil verstopt, te eten. Vorig jaar lukte het op die manier met wat gerookte zalm.

Dus stapte ik afgelopen vrijdag vol zelfvertrouwen op Gerrie af met een stukje kaas met pil. Hij pakte het gretig aan, harkte het naar binnen met zijn tong en werkte het met dezelfde snelheid weer naar buiten. Dát moest hij niet! Dan maar op goed geluk. Gewoon eten gegeven en hem snel opgetild. Binnen een seconde was Gerrie aan de andere kant van het huis, droop er bij mij bloed uit diverse wonden en was mijn hartslag 130.

Afijn, eerst maar eens kalmeren. De man verzorgde mijn hand, dat was een lelijke jaap, en ik probeerde me te ontfermen over mijn hysterische brein. Ik had nog twee uur en een kwartier voordat we bij de dierenarts moesten zijn en zo’n pil heeft twee uur nodig om te gaan werken. Zonder pil, geen mand en geen dierenarts.

Ik had nog wat easypill. Dat is een kneedbare pasta die smaakt naar kattenbrokjes waar je een pil in kunt verstoppen. In het verleden was dit één keer een daverend succes maar werd het de volgende keer vol walging uitgespuugd.

Nu ben ik niet voor een gat te vangen, dus verstopte ik de pil in de pasta, vermaalde in de vijzel wat van zijn lievelingsbrokjes (Oral Care van Royal Canin) en rolde het stukje pasta er doorheen. Nu was het nét een normaal brokje en ook precies het formaat van zijn favoriete brokjes. Meneer zat me op de trap vol argwaan te bekijken, maar kon zijn favoriete brokjes niet weerstaan toen ik er vier aanbood, waarvan er dus eentje een wolf in schaapskleren was. Het werd gretig naar binnen gewerkt.

Nu gingen we over op fase twee van Operatie-Gerrie-in-de-mand: lekker op bed liggen en wachten tot de pil ging werken. Meestal komt hij bij me liggen als ik op bed lig en dat was nu ook het geval. Alleen bleef hij akelig alert tot het moment dat de man naar boven kwam met de mand. We hadden alles doorgesproken. Ik zou Gerrie pakken en met mijn rug naar de deuropening toe gaan staan zodat hij niet zou zien dat M. met de mand binnen kwam. Nou zag Gerrie dat sowieso niet, toen puntje bij paaltje kwam werd het een potje vrij worstelen waar kat en mens met een diepe wond in de ziel weer uit kwamen. Maar goed, hij zat in de mand. En zit hij daar eenmaal in, dán is hij zo mak als een lammetje, verstijfd van angst.

Op naar de dierenarts waar alles goed ging met Gerrie. Mooi op gewicht, gebit was goed en ‘hoppa, doei, tot volgend jaar‘. Met de dierenarts besproken welke dosis kalmeringsmiddel misschien meer effectief is voor een volgende keer. En mentaal een notitie aangemaakt dat ik een volgende keer kaas, gerookte zalm, leverworst én easypill paraat moet hebben alsmede een extra voorraad pleisters. Voor het geval dat.

Moos was ook mee. Die was niet goed op gewicht, beet de man in zijn hand toen hij zijn enting kreeg en heeft zowel op de heenreis en terugreis continu gejammerd. Maar dát is een heel ander verhaal.

Zieke Dibbes

Onderstaand verhaal is niet geschikt voor mensen die niet snappen hoe belangrijk huisdieren kunnen zijn in het leven. Dus behoor je tot die categorie, volgende keer beter! 😊

Vrijdagmiddag viel het op dat Dibbes niet naar beneden kwam voor brokjes. De katten krijgen verdeeld over de dag kleine porties en door hun ingebouwde klok waarvan het alarm staat afgesteld op een uur voor het daadwerkelijke eten, zaten er drie katten te wachten maar de vierde ontbrak.

Nu blijft er wel eens eentje langer een middagdut doen, zeker met koud grauw weer, maar een beetje vreemd was het wel. Pas in de namiddag kwam hij naar beneden, begon ineens enorm te blazen en toen te kotsen. Zo, dat was er maar uit. Hij wilde naar buiten gelaten worden maar stond een minuut later al weer binnen en rende naar boven.

Na een half uurtje ging ik even bij hem kijken. Toen hij me zag verstopte hij zich onder het bed. Dát was geen goed teken natuurlijk. Na een uurtje moest hij weer overgeven en daarna kroop hij weer onder het bed. Hij moest niets van me weten.

Toen M. thuis kwam, wilde meneer wel te voorschijn komen en installeerde zich op de bank tegen M. aan. Daar lag hij als een dood vogeltje, zich overduidelijk helemaal niet lekker voelend.

In de loop van de avond knapte hij iets op zodat we redelijk gerustgesteld naar bed gingen. Maar natuurlijk was ik er niet echt gerust op dus ging ik om één uur bij hem kijken. Hij was nog steeds flink beroerd zo te zien, zijn hele houding straalde misère uit. Even bij hem gezeten maar weer wilde hij absoluut geen contact met mij, dus ging ik maar terug naar bed. Maar ja, een beetje stresskonijn ben ik wel, zeker als het om mijn katten gaat, dus zat ik om drie uur al weer beneden. Slapen lukte toch niet dus ging ik Dibbes maar gezelschap houden.

Hoewel er tegen de ochtend wel iets verbetering was, hij zat overeind en keek wat meer geïnteresseerd om zich heen, belde ik onze dierenarts of we mochten komen. De praktijk is op zaterdagochtend alleen geopend voor afspraken maar soms mogen we wel eens tussendoor. En zou dat niet schikken, dan maar naar de dierenarts die weekenddienst had.

Hij at namelijk nog steeds niet. In tegenstelling tot een mens of hond die prima tegen een dag vasten kunnen, kan een kat dat niet. Een kat die niet eet – omdat hij bijvoorbeeld misselijk is – heeft kans op leververvetting. En door die leververvetting wordt een kat weer heel erg misselijk en is de kans nog kleiner dat hij weer gaat eten. Het is dus zaak altijd goed in de gaten te houden of je kat wel eet. Dibbes had nu 24 uur niets gegeten.

We mochten gelukkig dezelfde ochtend nog langskomen. Ik had hem voor de zekerheid in de vroege ochtend alprazolam gegeven, een kalmeringsmiddel, anders krijg ik hem niet in de mand.(*) Een half uur na toediening at meneer 3 brokjes, speelde even en viel toen in slaap.

We zijn toch gegaan. Want dat hij zich iets beter voelde lag waarschijnlijk aan de alprazolam, dat beaamde de dierenarts ook. Hij had geen koorts, er voelde niets vreemd aan in zijn buik, zijn gebit was ook goed (tandvleesontsteking kan ook voor eetproblemen zorgen). Maar dat hij niet at was wel zorgelijk. Dus kreeg hij een injectie met iets dat misselijkheid opheft.

Zou hij na de injectie eten en toch blijven overgeven, dan was er meer aan de hand en moesten we meteen naar de spoedarts gaan die dienst heeft dit weekend. Zou hij na de injectie niet binnen het uur willen eten, dan moesten we beginnen met dwangvoeren, we kregen daar de spullen voor mee.

Voor de zekerheid hebben we ook bloedonderzoek laten doen. Als we dat eventueel later op de dag, in geval van aanhoudend braken, bij de spoedarts moesten laten doen, dan betaalden we dubbel tarief. En dat bloedonderzoek was urgent als hij bleef braken.

Afijn, na €138 te hebben afgetikt stapte een doelgerichte Dibbes thuis de mand uit en verzocht luidkeels om eten. De dierenarts belde twee uur later op met het bericht dat alle bloeduitslagen goed waren. De kat van zes miljoen doet het weer! Nou ja, zo goed als. We merken wel aan hem dat hij zich nog niet helemaal jofel voelt. Dat kost nog wat tijd.

Wat het nu was? Waarschijnlijk toch een virusje of zo. En nu gaan mens en dier weer bijkomen, want het heeft er best ingehakt.

(*) voor nieuwe lezers: Dibbes is een getraumatiseerde exzwerfkat die we met veel moeite (en geld) hebben opgelapt en gesocialiseerd. Maar sommige dingen zijn nog te hoog gegrepen, zoals zelf in een mand stappen als hij ziek is.

Ben je kattenliefhebber? Alle verhalen over de katten, en het hele socialisatieproces van Dibbes en later Gerrie, staan op de kattenpagina.