7 jaar Dibbes 🎶🎉

Vandaag vieren we de magische transformatie van Dibbes van zwerfkat naar huiskat.

Na maandenlange voorbereidingen en veel ups en downs wisten we Dibbes op 15 oktober 2013 eindelijk in een reismand te stoppen, brachten hem naar de dierenarts, waar hij werd gecastreerd, gechipt en geopereerd aan een zeer ernstige vorm van entropion, een aandoening waarbij de wimpers naar binnen groeien.

Het voorbereiden en de operatie was nog maar het begin. Want deze kat moest op nul beginnen. Maar al snel kwam zijn stralende koddige opdringerige overweldigende grappige en dramatische karakter naar boven drijven. Dit dames en heren is een meesterversierder.

Ons Dibbesbeertje is uniek, in alle opzichten.

❤️

Toen ik jou voor het eerst zag
wist ik vrijwel meteen
dat jij bij mij hoort te zijn.

Jij begreep dat nog niet,
was druk bezig met overleven
en dagelijks je buik vullen.

Toen ik jou dagelijks eten gaf,
zag ik je langzaam ontspannen.
Je zag er steeds wat beter uit.

Toen bleek dat ik er elke dag was
besloot je regelmatig langs te komen
en begluurde mij vanuit de struiken.

Omdat je bijna niets zag,
praatte ik met je, zoveel mogelijk
en jij luisterde heel aandachtig.

Toen het in het najaar kouder werd,
gaven wij je een buitenhok
en je sliep, dagen achter elkaar.

Ik instrueerde de postbode
om op zijn tenen de tuin in te lopen,
wat de brave man nog deed ook.

Elke dag legde ik een spoor neer
van niet te versmaden lekkere brokjes,
langzaam lokte ik jou zo naar binnen.

Elke dag schoten we centimeters op.
Je zat uren binnen bij de open deur,
klaar om weg te rennen bij onraad.

Je zat steeds langer binnen,
deed stiekem dutjes in ons huis
en overwon langzaam iets van je angsten.

Op een dag mocht ik je aaien
en de overgave was compleet.
Jij uitbundig rollend en ik huilend.

Ik haalde jou van de straat
maar ik zie helaas dat de straat
nooit helemaal uit jou verdwijnt.

Soms reageer je nog vanuit je trauma’s
en ren je in blinde paniek weg.
Je komt gelukkig altijd weer terug.

Toen ik jou voor het eerst zag,
wist ik dat jij bij mij hoorde
En jij, jij weet dat nu ook. ❤️

De mooiste bloem


Hoi, ik ben het, Gerrie.
De vrouw zegt dat ze trots is.
Dus vertel ik even waarom ze trots is.
Misschien willen jullie dat wel horen.

Ooit leefde ik op straat.
Wist niet wat liefde was.
Nu wel!
Ik ben opengeklapt als een bloem.
Ik! Die overal bang voor was!
Ik durf nu zóveel!
Geaaid worden vind ik heerlijk.
Soms laat ik me optillen!
Ik knuffel de vrouw heel vaak en lig naast haar hoofd.
Dat is mijn taak in dit huis.
Maar ik knuffel ook de mannen in dit huis.
Ik durf zelfs in de knuffeltunnel te komen!
Dan lig ik tussen de vrouw en de man in en dan aaien ze me en zeggen ze lieve woordjes.
Dat is zó fijn! En ik kan het heel goed!


Elke ochtend heb ik een speeluurtje.
Lekker rennen en kreetjes slaken.
Met de andere katten speel ik dan verstoppertje.
Of we gaan knuffelknokken.
Dat is een beetje meppen naar elkaar, maar wel doen alsof.

Eén ding durf ik nog niet.
Spelen met mensen.
Wát ze ook proberen, het blijft eng.
Voor de zekerheid heb ik dan mijn nagels uit.
Dat vinden zij dan weer eng.
De mensen hebben van alles geprobeerd.
Een veertjeshengel, propjes papier, stuiterballetjes.
Ik ren gewoon hard weg.

Laatst probeerde ze het met een veter.
En even, héél even, vergat ik mezelf.
Tot ik merkte wat ik deed en er vandoor ging.
Ik zeg altijd maar “zekerheid voor alles!”

Zij zegt dat het niet uitmaakt.
Dat ze geduld heeft.
Dat ik goed genoeg ben.
Misschien durf ik het ooit wel.
Want ik wil wel. 
Maar zo niet dan vind ze me ook een bloem zegt ze.
De mooiste opengeklapte bloem.
Dat klinkt goed, vinden jullie ook niet?

Dat wilde ik even zeggen.

Doei!

🐾 Gerrie

“once you’re in there is no way out.”

Precies 7 jaar geleden wandelde Dibbes onze tuin in. Hij wandelde ook zo mijn hart in. Daar woont hij sindsdien.

Geen kat werd ooit zo gekoesterd en verwend door mij.

Op de foto’s de eerste foto ooit die ik van hem nam en de tweede foto is gisteravond genomen. Het verschil zegt alles ❤️.

Veel mensen zeggen dat Dibbes maar boft. Dat we zoveel geld uitgaven en moeite deden om een zwerfkat te redden. Maar, het klopt echt wat ze zeggen: “once you’re in there is no way out.” Niets is zo overweldigend mooi als een verwaarloosd dier te zien ontspannen en merken dat hij zijn vertrouwen durft te geven. Geen grotere liefde dan van een dier dat nooit eerder liefde kreeg.

Happy Dibbes Day

Gisteren ontdekte ik halverwege de dag dat het op een dag na 6 jaar geleden was dat Dibbes officieel door ons werd geadopteerd. De overgang van zieke zwerfkat naar gelukkige huiskat ging niet zonder slag of stoot en kende veel diepte- en hoogtepunten die ik hier op het blog beschreef. Je kunt een getraumatiseerde kat wel van de straat halen, de stress en de trauma’s van het straatleven blijven tot op zekere hoogte altijd aanwezig in de kat.

Hier is een repost, van wat ik vorig jaar schreef naar aanleiding van zijn 5-jarig jubileum:

Ik ben Dibbes
Mijn hoofd is leeg
Ik heb geen zorgen
Mijn buik is vol
Het bed is zacht
Mijn bak is gevuld

Ik heb een huis
Gevuld met mensen
Die mij knuffelen
En aaien
Die mij zien
Die mij zagen
Toen niemand mij zag

Ik heb nu een naam
Ik ben Dibbes
Ik ben thuis

Vertrouwen

Wie hier nog niet zo lang geleden is aangehaakt, heeft inmiddels vast wel meegekregen dat ik vier katten heb, maar het verhaal erachter zal onbekend zijn. Vier katten met elk hun eigen heftige verhaal. De oudste twee waren nog heel jong dat ze bij ons kwamen en hebben relatief weinig overgehouden aan hun slechte start in het leven. Maar de jongste twee katten, Dibbes en Gerrie, waren naar schatting een jaar of drie, vier toen ze in onze tuin opdoken en hadden overduidelijk ellendige tijden achter de rug.

Ik heb ze van de straat geplukt. Letterlijk gelokt met lekker eten. Ik heb ze maanden bewerkt met lieve toespraken vol beloften over volle buikjes en veiligheid. Dibbes ging in 2013 overstag en Gerrie in 2014.

Na het in huis nemen volgde een intensieve socialisatie, Gerrie was bijvoorbeeld helemaal geen menselijk contact gewend en fysiek moesten ze behoorlijk opgelapt worden. Dibbes was bijna blind door een oogaandoening en een operatie was noodzakelijk. Bij beide heren werkte het immuunsysteem niet goed door jaren van weinig eten of troep eten en de stress van het straatleven. Ze zaten continu onder de teken en vlooien, ondanks dat ik ze daar wel voor behandelde. Gerrie had oude onbehandelde botbreuken. En bij beide heren was de motoriek onderontwikkeld. Even op een schutting springen of op een tafel, dat lukte ze niet.

Fysiek knapten ze redelijk snel op maar voordat ze hun verleden ook mentaal achter zich konden laten, dát duurde veel langer. Je kan de kat wel van de straat halen maar je haalt daarmee niet meteen het straatleven met alle ellende, uit de kat. Ze waren overduidelijk getraumatiseerd en het duurde behoorlijk lang voor ik de heren in normale katten zag veranderen die spelen, knuffelen en eten eisen.

Inmiddels gaat het heel goed met ze. De enige terugkerende bron van stress is eigenlijk als er hier wel eens geklust wordt. Sinds ze hier wonen is de keuken gerenoveerd, de wc vervangen, het raam op zolder vervangen en zo nog wat dingen. En elke keer is het een enorm drama met katten die in paniek wegrennen. Vooral Dibbes komt dan pas na uren weer terug, met ogen als zwarte schoteltjes, volledig over de zeik. En ook al is het klusvolk al lang weer vertrokken, hij vertrouwt het niet. Dat heeft elke keer weer dagen hersteltijd nodig. Gerrie is net zo schrikkerig maar herstelt zich gelukkig altijd wat sneller.

Als er hier geklust moet worden heb ik dus altijd dubbele stress. Ik trek het zelf namelijk nauwelijks en maak me ook zorgen om de katten omdat ik weet wat de impact is en ze altijd weer terugvallen in oud angstig gedrag.

Deze week hadden we een megadoorbraak. Het lekt bij ons in de badkamer en wat een snelle reparatieklus had moeten worden is uitgegroeid tot een drama in vier delen waarbij de loodgieter er af en toe voor zorgt dat ik de man wil aanvliegen, omdat hij de aandachtspanne van een kleuter heeft en zonder overleg dingen doet met grote gevolgen, zoals een deel van het plafond slopen omdat anders de douchedeuren niet passen. Maar dáár gaat dit stukje niet over. Dit gaat over twee stralende stoere katten die hooguit geirriteerd reageren, ‘is die vervelende man er al weer!’, voor de zekerheid wel naar buiten gaan maar wel op de gewone eettijd brokjes eisen.

Nadat de loodgieter voor de deur achter zich dicht trekt, stappen de heren achter weer naar binnen, staart in de lucht, het huis weer opeisend. Wat zijn die twee gegroeid en wat een vertrouwen hebben ze inmiddels. In zichzelf en in ons. Dat vind ik ontroerend en mooi om mee te maken.

In de avond even de verloren tijd aan knuffels inhalen …

De kat-in-de-mand-training en de onderlinge verhoudingen

Zoals jullie weten vierden we onlangs de verjaardag van S.  Vooraf was ik benieuwd hoe dat zou gaan, Gerrie en een huis vol visite. Nou, boven verwachting! Voordat het bezoek kwam had ik hem boven geïnstalleerd met lekkers en water. Ik wilde voorkomen dat hij naar buiten zou rennen als er ineens continu werd aangebeld. Dat doet hij wel vaak als hij beneden is. Hij bleef nu keurig boven en ging na een paar uur bovenop de trap alles eens goed bekijken. Rond etenstijd liep hij naar beneden – het is een kat van de klok – en ging bij zijn bakje zitten wachten. Na het eten vertrok hij naar buiten voor de avondronde.
Het ging dus helemaal super. Dibbes was wel erg geagiteerd. In tegenstelling tot vorig jaar, toen hing hij de clown uit. Maar toen konden we wegens onverwacht stralend weer buiten zitten. Een huis vol mensen is duidelijk wat bedreigender voor Dibbes. Natuurlijk had ik ook hem boven geïnstalleerd, maar Dibbes doet nooit wat je wil dat hij doet en trekt altijd zijn eigen hysterische plan.
De krijg-Gerrie-in-de-mand-training gaat goed. 1,5 week geleden plaatste ik het deurtje in de mand en negeerde dat vervolgens een dag of wat. Daarna deed ik af en toe voorzichtig de deur dicht en meteen weer open. De eerste paar keer vond hij dat best eng en stapte hij snel de mand uit. Maar het wende vrij snel. Nu ben ik zover dat ik, als hij in de mand zoekt naar lekkere hapjes, de deur echt dicht doe en hem soms het lekkers door de tralies aangeef. Hij raakt niet in paniek maar stapt wel zodra het dan kan, uit de mand.
Zodra ik merk dat hij in de mand blijft liggen als ik het deurtje weer opendoe, ga ik de mand een keer met dichte deur optillen en weer neerzetten. Zoals het nu gaat heb ik er wel vertrouwen in dat we hem deze maand kunnen laten castreren.
Tussen de heren ex-zwervers gaat het de laatste tijd een stuk meer ontspannen. Ik zie soms zelfs een voorzichtige poging tot neuzen. Fijne plekken bij elkaar in de buurt maken bevordert de sfeer, dus maakte ik er ook eentje boven en bespoot dat met kattenkruidspray. Gerrie ligt vaak op deze stoel. Binnen 5 minuten nadat ik een lekker kleedje in het witte mandje had gelegd, kroop Dibbes erin. Dibbes is wel iets te groot de mand is weliswaar iets te klein, maar Dibbes kan zich heel goed oprollen. Als Gerrie boven slaapt, ligt Dibbes daar ook. Gaat Gerrie naar beneden, dan hobbelt Dibbes er meestal achteraan. Of dat nu nieuwsgierigheid is, of houd-de-vijand-in-de-gaten weet ik niet, maar het ziet er voor een buitenstaander momenteel vrij relaxt uit.

Afdankertjes…

Van de week lag Gerrie op een stoel en toen hij me zag, bood hij zijn buik aan voor wat kriebelwerk. Hij maakte zachte pruttelgeluidjes en ik mocht zelfs onder zijn kin aaien. Wat heeft deze kat ontzettend veel geleerd!

De buren van 2 huizen verderop hebben bijna 2 jaar geprobeerd hem te laten wennen aan mensen. Ze gaven hem eten, hij sliep in de nacht in hun huis. Dat wisten ze omdat ze witte kattenharen op de bank zagen als ze in de ochtend beneden kwamen. Hij kwam af en toe naar binnen als zij ook binnen waren maar bleef heel schuw. Ik weet zeker dat ze het heel goed met hem voor hadden, het zijn mensen die dol zijn op katten maar ze kwamen niet verder met hem, het lukte gewoon niet en waar dat nou aan lag? Katten zijn eigenwijze wezens.

op de bak buiten naar binnen gluren

Toen wij Gerrie ‘overnamen’ was hij overal bang voor. Overnemen is misschien niet het goede woord, volgens mij koos hij ons uit. Hij dook zo ergens in augustus ineens op in ons huis. We hadden hem in de twee jaar ervoor al vaker gezien maar vooral op afstand. Wij waren immers druk bezig met Dibbes te redden. Maar in ieder geval, ineens zagen we Gerrie veel bij ons in de tuin en alles was eng. Hij zat veel naar binnen te gluren op de bak buiten, het verkennende voorwerk zeg maar.  Dat maakten we ook met Dibbes mee. Uren werden we bestudeerd om uiteindelijk voor ons gunstige conclusies te trekken.

Toen hij wat vaker in huis kwam, gingen we allemaal heel rustig en zacht lopen. Want hij sprong snel een meter in de lucht van schrik. Als je in een kamer het licht aandeed of uitdeed, was er paniek en vluchtte hij weg. Als je bij hem in de buurt kwam haalde hij uit. Ik heb van oktober – het moment dat hij hier echt kwam wonen – tot half december continu met krassen en wonden op mijn armen gelopen. Geen kat heeft me zó vaak aangevallen als Gerrie. Al is aanvallen niet de juiste omschrijving, hij dacht zichzelf te moeten verdedigen.

De eerste paar weken aaide ik hem met een afwasborstel zacht over zijn rug. Later deed ik dat met mijn hand maar dat liep vaak fout af, voor mij. Aan zijn reacties merkte ik al snel dat er wat zwakke punten zijn in zijn lijf. Hij heeft een pijnlijke plek bij zijn linkerschouder en bij zijn heup. Daar is hij duidelijk gewond geweest. Wat die heup betreft, die is gebroken geweest. Vorig voorjaar werd hij gezien terwijl hij zich voortbewoog met zijn voorpoten, zijn achterpoten sleepten achter hem aan. De mensen die toen voor hem zorgden maakte zich enorme zorgen, maar kregen hem ook toen niet te pakken. Gelukkig kan een heup soms ook herstellen zonder dokter en dat is bij hem het geval. Maar je ziet aan zijn manier van lopen dat het niet soepel gaat en bij het aaien moet ik uitkijken dat ik het daar heel zacht doe.

Heel langzaam leert deze kat dat mensen oké zijn. Dat handen kunnen aaien in plaats van slaan. Dat er niets moet, behalve in het zonnetje liggen op een lekkere stoel. Ik zie hem regelmatig in een steeds diepere slaap wegzakken. De tijd van hazenslaapjes is voorbij. Hij hoeft niet meer continu alert te zijn, dus slaapt hij dieper en langer.

Hij geeft zijn vertrouwen. Als ik hem optil, laat hij zich helemaal slap hangen tot ik hem weer neerzet. Als ik aan tafel zit, komt hij bij me zitten en zitten we soms minutenlang neus aan neus. Als ik hem wil laten wennen aan de kattenmand, begrijpt hij heel snel wat de bedoeling is en stapt de mand in om het lekkers te pakken dat ik er in leg. Elke keer ga ik een stapje verder, deurtje in de mand, deur even dicht doen, hij vindt het oké.

Gerrie is mijn 7e kat. Al mijn katten zijn afdankertjes van anderen. Ik weet van geen van mijn katten waar ze vandaan komen of wat ze hebben meegemaakt. Dát ze het één en ander hebben meegemaakt merk ik aan het gedrag. Bij alle katten duurde het maanden tot soms jaren voor ze socialiseerden en vertrouwen kregen. Soms komt dat vertrouwen nooit meer. Kat Smoes voelt zich inmiddels heel wat maar ritsel met een plastic zak bij hem in de buurt en hij vliegt tegen het plafond. Dibbes is idolaat van me maar als ik hem in een mand probeer te stoppen dan krabt hij me helemaal open. Moos was zo geflipt toen hij bij ons kwam dat hij op geen enkel geluid reageerde. Maanden deed hij alsof hij doof was. We vonden hem op straat terwijl hij zo’n enorme navelbreuk had dat zijn darmen naar buiten floepten. Hij was een maand of 4. Gezien zijn reacties op een autoritje is hij uit een auto gegooid. Ik kan er niet bij wat mensen hun beesten aandoen.

Gerrie is nog vrij jong, ik schat hem op een jaar of 4,5 en hier kunnen we nog jaren van genieten. Ook nu weer – bij de 7e kat – ontroert het me dat een kat met zo’n heftig verleden zijn vertrouwen geeft, het durft te geven. Dat we mogen meemaken dat hij opbloeit en zien wat een pracht exemplaar hij is. En dat we hopelijk weer jaren gaan genieten van andermans afdankertje.

De kat in de mand

Gerrie laten wennen aan de mand gaat heel goed tot nu toe. Ik heb niet eerder met de katten iets zó gericht aangepakt omdat ik ervan uitging dat een kat toch zijn eigen goddelijke gang gaat. Nu leer ik echter dat je ook een kat kunt conditioneren. Als ik tegenwoordig de kattensticks pak, rent Gerrie al naar de mand. Hij neemt een hap buiten boord en gaat er dan in staan en neemt daar het lekkers in ontvangst. Na het uitdelen blijft hij tegenwoordig in de mand liggen. Soms 5 minuten, soms een half uur. De mand is nu duidelijk een fijne plek.

Ik ga ergens deze week over tot de volgende stap: het deurtje aan de mand bevestigen. Verder doe ik niets anders en het deurtje blijft gewoon openstaan. Ik wil dat hij went aan de aanwezigheid van het deurtje zonder dat er nog iets mee gebeurt.

Dit zo aanpakken is niet alleen goed voor Gerrie, ook voor mij. Met zijn vol vertrouwen in de mand stappen, leer ik dat ik veel kan bereiken met mijn zwervers. Ik hobbel niet achter hun trauma’s en kuren aan, ik kan ze gericht iets leren.

Mijn ‘cunning plan’ om een niet te weerstane slaapplek voor Dibbes te maken, vlak naast de vaste plek van Gerrie pakt ook positief uit. Er is minder spanning tussen de heren. Laatst lag Gerrie bij ons op bed en Dibbes ging pal naast hem liggen. Eens in de zoveel tijd moesten ze elkaar even bekijken maar er werd ook veel met oogjes geknepen, voor een kat een signaal dat hij afgeeft om te vertellen dat hij geen kwaad in de zin heeft.

Zo rommelen we lekker door, de katten en ik.

Over boeken en katten…

Vorige week schreef ik een review van het in december verschenen Paleo Lifestyle Magazine op mijn kookblog. Trouwe lezers hier hebben ook vast wel mee gekregen dat ik al geruime tijd paleo eet. Sinds ik dat doe (en sinds ik de gluten uit mijn eetpatroon schrapte) zijn mijn darmen aanzienlijk opgeknapt. Het eetpatroon bevalt me goed, wel ‘kak’ ik af en toe in en eet te veel pure chocola om vervolgens te veel van het pad af te wijken. Het tijdschrift gaf me weer veel inspiratie en ik ging meteen weer strakker in paleostyle eten. Grappig genoeg merkte ik meteen een toename in energie dit keer, wat misschien ook te maken heeft met dat ik eens niet over mijn grenzen ging in de week ervoor, maar toch.

Medeblogger Marga las mijn review en bood mij een aantal paleoboeken aan die ze weg wilde doen. Lief! Twee dagen later kwam haar pakje binnen. Drie hartstikke mooie en als nieuw uitziende boeken vol informatie en inspiratie. Vooral het boek van Robb Wolf stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. Helaas is onze bieb zeer behoudend en de meeste paleoboeken worden niet aangeschaft. Het boek ‘Oergondisch genieten’ bijvoorbeeld werd dan onlangs wel aangeschaft door de bieb en nu sta ik al weken op een wachtlijst. Dat schiet dus niet op. Als ik erover wil lezen, moet ik dus op andere manieren aan de boeken zien te komen. Ik was dus heel erg blij met het gulle gebaar van Marga.

De katten waren ook blij met het pakje. Marga heeft twee honden en die geuren werden duidelijk opgepikt, héél interessant vonden ze dat.

Over katten gesproken (kijk nou toch eens hoe vloeiend ik van het ene naar het andere onderwerp ga). ‘I have a cunning plan‘ – zoals Baldrick in mijn favoriete TV-serie Blackadder altijd zegt – om Dibbes en Gerrie meer aan elkaar te laten wennen. Gerrie is een gewoontekat en ligt vaak op dezelfde stoel aan tafel. Nu heb ik daar vlak bij twee kleine krukjes gezet, met een kleedje erover heen. Dat plekje is bovendien heerlijk warm want het staat bij een luchtrooster van onze hete luchtverwarming. Mijn inschatting was dat Dibbes gezien zijn egocentrische aard – nieuw plekje dus van mij, van MIJ! – niet zou kunnen weerstaan. En jawel, wat heerlijk toch als beesten zo voorspelbaar zijn:

Dus slapen de heren sindsdien uren vlak bij elkaar in de buurt, naar volle tevredenheid. Ik hoop dat dit ook gaat schelen op de moeilijke momenten, als ze elkaar bijvoorbeeld passeren in de keuken, op de trap of in de deuropening. Dat leidt nu nog vaak tot gemep maar wordt misschien zo wel minder.

Fijn weekend allemaal!

Kat in de mand

Het plan was om Gerrie deze maand te laten castreren. Of dat ook echt deze maand nog gaat lukken, vraag ik me af. We zijn wel flink bezig met de voorbereidingen. Gepokt en gemazeld als ik inmiddels ben met getraumatiseerde katten, ga ik er niet meer van uit dat ik op dag A en uur U de kat zomaar in de mand weet te stoppen. Dat deden we met Dibbes wel, gezien het feit dat hij echt doodziek was maar daar was wel een aanzienlijke hoeveelheid drugs voor nodig, voor kat en toekomstig baasje. Het had tot gevolg dat we hem nu echt de mand niet meer in krijgen. Met Gerrie moeten we dat dus anders aanpakken. Met beleid en geduld. Ik ben nooit de reactie van Vlasje vergeten die schreef dat ze heeft gewacht tot de kater die bij haar was aankomen lopen, zelf in de mand stapte, vol vertrouwen. Zo wil ik het ook graag!

Heel langzaam laat ik Gerrie aan de mand wennen. We hebben een plastic mand die bestaat uit twee delen, de bovenkant kan van de onderkant af. Eerst heb ik alleen de onderkant in de huiskamer neergezet, met een kleedje erin waarop Gerrie veel heeft gelegen de afgelopen maanden.

De mand werd vakkundig genegeerd. Ook als ik er lekkere snoepjes in verstopte. Die werden gevonden door Moos en Smoes die geen mand-trauma hebben en er erg van genoten. De snoepjes geven terwijl ik op de grond zit vóór de mand bleek een beter idee te zijn. Dus dat deed ik een paar weken, snoepjes uitdelen op de grond voor de mand.

Inmiddels heb ik de bovenkant op de mand gezet en deel ik nog steeds snoepjes uit. Eerst legde ik een snoepje op de rand en een enkele keer een snoepje helemaal in de mand. Tegenwoordig leg ik de eerste paar snoepjes buiten de mand, één voor één en de rest één voor één in de mand. Zo verleggen we heel langzaam de grenzen van wat Gerrie bereid is te doen. Laatst kroop hij uiteindelijk gewoon maar helemaal in de mand, om daar de snoepjes in ontvangst te nemen. Ook toen ik al klaar was bleef hij in de buurt van de mand en stapte er nog een paar keer in, want ‘je weet maar nooit’. In een paar weken tijd heeft de mand dus promotie gemaakt van ‘enge te negeren plek’ naar ‘daar waar lekkers wordt uitgedeeld’. De volgende stap zal zijn het deurtje in de mand te zetten en open te laten staan. Maar dat doe ik pas als ik merk dat hij er langer in blijft liggen.

De stappen die je kunt nemen om je kat te laten wennen aan de mand, kun je ook hier vinden. Inmiddels heb ik wel door dat een kat zijn eigen tijd neemt om aan iets te wennen en dat je met veel tijd, geduld en herhaling een eind kan komen.  Dus lukt het deze maand niet en volgende maand wel, ook prima. Al zou het wel fijn zijn als het voor half maart lukt omdat onze dierenarts van 15 februari tot 15 maart flink korting geeft op castraties van katten.

Als Gerrie succesvol is afgeleverd bij de dierenarts en gecastreerd, gaan we over op het volgende plan: Dibbes aan die mand laten wennen. Dat is een klus met nog meer uitdaging maar ook dat gaat vast lukken. Zodat we Dibbes wel gewoon kunnen laten enten en onderzoeken. Sommige mensen vragen zich af of jaarlijkse entingen nodig zijn. Ik vind van wel, ik ben bijna een kat verloren omdat ik ooit meende van niet. Kattenziekte is een heel snel verspreidend virus met vaak dodelijk resultaat. Dat risico wil ik niet meer nemen. Bovendien vind ik een jaarlijkse controle een goed idee. Zeker bij ex-zwervers met een immuunsysteem dat niet optimaal werkt.

Iedereen maakt voor zichzelf een keuze die past bij de situatie, de kat en de ervaring. Ik houd het betaalbaar door elke maand wat geld opzij te zetten voor entingen, vlooien- en wormenbestrijding en dierenartskosten. Echt grote pech – zoals de darmoperatie van € 500 van kat Smoes drie jaar geleden – betalen we van de buffer.

Krijg jij je kat makkelijk mee naar de dierenarts?