Voorbereiding bezoek dierenarts

Hoi!
Gerrie hier.
Ik maak weer zó veel mee!
Ik ga naar school.
Een paar keer per dag.

De vrouw gaat aan tafel zitten.
En roept me.
Ja, doei!
Ik kom niet zomaar!
Eerst 5 minuten lokgeluidjes laten maken.
En dán spring ik op tafel.
Of niet.
Ik vertrouw het voor geen meter.

Maar omdat ik een watje ben
en heel veel van haar hou
en dól ben op kusjes 
en aaitjes
en lieve woordjes
in mijn oren,
spring ik tóch op tafel.

En dan,
als ik helemaal
week en zacht ben,
tilt ze me op.
Dát is niet de bedoeling!
Ga weg, eng mens!

Blijkbaar doe ik het goed.
Ze zegt dat ik
haar lekkere Gerrieknoedel ben,
haar slimme schetepoeperd,
haar harige knuffelbal.
Dát hoor ik graag.
En ik krijg lekkers!
Telkens als ik me laat optillen
en niet tegenstribbel
krijg ik een hapje.

Dus laat ik me nu
goed slap hangen
als ze me optilt.
Ik vind het inmiddels
ook iets minder eng.

Ze zei laatst dat ik door mocht
naar de volgende groep!
Optillen en lopen.
Nou dát is weer spannend.
Maar ook dat lukt goed.

Waarom het moet?
Ik weet het niet.
Ik wil het niet weten.
Zeker niet waarom
die mand daar staat.
Want dáár ga ik niet in.
Echt niet!

Doei!


Advertenties

Het grote voordeel van een najaarsdepressie

Wat schrijft Min of Meer veel, hoor ik jullie denken 😉 . Hoe dát zo? Nou, dat is de schuld van de daglichtlamp en mijn najaarsdepressie.

Tegelijk met het korter worden van de dagen en de vallende blaadjes, daalt mijn gemoed. Dat is al jaren zo en geen groot ding verder voor mij. Ik kan – ondanks dat ik dol ben op grapjes maken – nogal zwaar op de hand zijn en me erg down voelen. Dat hoort bij mij en dat wordt flink versterkt in het najaar. Daar is ook een vrij simpele verklaring voor, minder daglicht doet iets met ons bioritme. Ik ben dan meer somber, voel me meer uitgeput en ben meer geneigd in mijn hol te kruipen.

Alles kost nét wat meer moeite in de herfst. Vroeger was dit mijn  favoriete jaargetijde maar zo kijk ik er nu helaas niet meer tegen aan. Het is denk ik niet toevallig dat ik hier last van heb sinds ik ME kreeg. Voorheen was de herfst voor mij de tijd van veel buiten wandelen en genieten van alle kleuren. Nu is dat fysiek gewoon niet mogelijk en zit ik soms dagen binnen.

Ik heb in de loop der jaren wel wat tactieken ontwikkeld om hiermee om te gaan:

  • op donkere dagen veel waxinelichtjes  aansteken
  • toch alle dagen even naar buiten gaan, al is het maar even in de tuin op een stoel zitten
  • in de ochtend achter de daglichtlamp gaan zitten. Zeker een uur. Die lamp is nu mijn beste vriend en helpt echt
  • extra vitamine D slikken

De regelmaat van alle dagen aan tafel achter die lamp zitten doet wonderen voor mijn schrijfproductie. Want de krant lees ik ’s ochtends al in bed en een gewoon boek lezen aan tafel vind ik niet prettig. Dus is het in deze tijd van het jaar een dagelijks terugkerend ritueel om dan maar in de ochtend even te gaan schrijven. En eigenlijk geniet ik daar wel van. Is die najaarsdepressie toch nog ergens goed voor!

60 koffiecups voor ‘maar’ €12,95

Op FB verschijnt er regelmatig een bericht van de ‘Koffiejongens’ in mijn tijdlijn. Ze verkondigen vol trots dat ze 60 koffiecups voor maar €12,95 verkopen.  Dat wekte wat irritatie op bij mij. Zoveel geld voor koffie! En die naam, nou zeg, ik zie ze in gedachten zitten met de jongens van het duur betaalde reclamebureau. Lekker brainstormen. Doen we De Koffiejongens? Bekt dat lekker? Klinkt alsof het de buurjongens zijn die je een bakkie komen brengen, klinkt goed en gezellig toch! Gaaf kerel!

Bleh, jak!

60 cups voor €12,95! Alsof dát voordelig is. Je betaalt dan 22 cent per kopje koffie! Ben je met 2 koffiedrinkers in huis en drink je allebei 2 bakken per dag dan ben je per maand €26,19 kwijt aan koffiedrinken. Waarschijnlijk iets meer want je krijgt vast af en toe bezoek.

Nou schijnt dit een goedkoop alternatief te zijn voor Nespressocups. Die zijn nóg duurder, gemiddeld 43 cent per cup en dan tik je per maand zo €51,17 aan.

Dat moet dan echt wel héél erg lekker zijn maar ik begrijp het niet. Ik begrijp dat je speciaal bier koopt of een bijzondere wijn. Maar zóveel geld uitgeven aan koffiecups, terwijl je met een simpele percolator en een gaspit een echte espresso maakt?

Het zal vast pisnijd zijn van mij dat getier op de Koffiejongens. Want ik drink helemaal geen koffie meer. Mag ik niet van de orthomoleculair therapeut. Zielig hè? Ik drink nu cichorei koffie. Lekker hoor! (nou ja, soort van)

Cichorei is ook bitter en zwart maar dan met allerlei gezondheidsbevorderende effecten. Althans dat schijnt zo. En cichorei is ook duur. Ik betaal voor mijn ‘Chikko Not Coffee’ €5,99 per bus en doe ongeveer 2 weken met een verpakking. Ik drink twee kopjes per dag en omgerekend betaal ik dus 21 cent per kopje, reken ik net met het schaamrood op mijn kaken uit.

Zo zeg, sta ik even voor paal met mijn zelfingenomen mening dat het belachelijk is dat je zoveel geld uitgeeft aan koffiecups. Zo blijkt maar weer dat veel gewoonten verbonden zijn aan emoties en gedrag. Ik mag geen koffie meer maar wil wel vasthouden aan iets drinken dat er op lijkt qua kleur, geur en smaak en daar betaal ik grof voor. Ik zie hier een forse mogelijke besparing.

Ik zie ook een mogelijkheid tot geld verdienen, ik ga denk ik ook koffie verkopen! Ik ben straks het ‘Not Koffie Chai Chicorei Kurkuma Latte” Vrouwtje en ga je dan lekker lastig vallen op FB op jouw tijdlijn. Want ik hoor een kassa rinkelen! Zeker als ik die chicorei in een cup weet te proppen, dan kan ik vast het dubbele gaan vragen. Denken jullie ook niet?

De week

Hoe was de week? Nou, daar kan ik kort over zijn: ik deed niets. Buiten een bezoek van Oma en Zus op de dinsdag was mijn agenda maagdelijk leeg omdat ik wát er verder nog te doen was, had geschrapt. Ik heb dagen op bed gelegen, de series ‘Sisters’ en ‘Atypical’ gekeken op Netflix en verder alleen gekookt wanneer het echt nodig was.

Mijn lijf en hoofd gaven ook echt aan dat ik rust nodig had. Alles deed pijn, tot mijn voeten aan toe. Ik ben nog niet goed bijgekomen van een sessie bij de fysio van 1,5 week geleden. Ik heb al een paar maanden last van mijn voeten als ik loop. Hierdoor loop ik regelmatig moeizaam, ik ben net een eend. De fysio zag me naar binnen waggelen en bood aan mijn voeten te behandelen.

Hoewel zij goed op de hoogte is van hoe mijn lijf kan reageren, mij al iets van 6 jaar heel goed begeleid en meestal alles heel voorzichtig aanpakt, is dit helemaal fout gevallen bij mij. De behandeling zelf was prima te doen maar onderweg naar huis begonnen mijn voeten flink pijn te doen en nu, ruim 1,5 week later is dat nog steeds zo.

Mijn lijf kan echt buitensporig reageren en ook blijven hangen in een reactie en dat gebeurt nu dus. Het wordt nu heel langzaam aan iets minder. Maar voorlopig komt er niemand meer aan mijn voeten, behalve om er zachte kusjes op te geven ;-0 .

De man was aan het klussen de afgelopen dagen. De zolderkamer van de puber wordt opgeknapt: zijn kledingkast wordt vervangen omdat de oude in elkaar stort en er wordt een cd-en gamekast onder de schuine wanden geplaatst. Omdat alles schuin is en er dus weinig ruimte is, is het makkelijker alles zelf op maat te maken.

Gelukkig werd al het zaagwerk buiten gedaan. Evengoed zat ik veel met mijn gehoorapparaten uit. Dat is toch wel het grote voordeel van die dingen, dat ze uit kunnen! Ben wel blij dat het weekend voorbij is en M. weer aan het werk is gegaan. Even geen klusgedoe meer tot komend weekend, jeej!

Terug naar wat ik keek. De serie ‘Sisters’ vond ik echt een aanrader. Eerst was er wat bevreemding omdat één van de hoofdpersonen op Maxima lijkt en een ander op Femke Halsema, maar dat wende snel. Het is een Australische serie over een man die op zijn ziekbed bekend dat hij in zijn vruchtbaarheidskliniek de succescijfers jarenlang heeft opgekrikt door regelmatig zijn eigen sperma te gebruiken. Dochter Julia “Femke Halsema” komt erachter dat zij honderden broers en zussen kan hebben.

‘Sisters’ gaat over de impact die deze ontdekking heeft op haar leven en op dat van haar nieuwe familieleden. Ik vond het een mooie serie. De eerste aflevering met de eerste massa-ontmoeting tussen de paar honderd mogelijke broers en zussen was me iets te hilarisch en jolig, maar wat daarna volgde was vermakelijk en bij vlagen ontroerend. Op zoek naar informatie over een vervolg las ik dat er waarschijnlijk geen tweede seizoen komt. Onbegrijpelijk.

De serie ‘Atypical’ is ook al zo’n aanrader. Hoofdpersoon is de 18-jarige autistische Sam Gardner en de impact – positief én negatief – die zijn aandoening heeft op de wereld om hem heen. Soms hilarisch, soms ontroerend maar altijd zeer onderhoudend. Nu weet ik natuurlijk niet of het een echt adequaat beeld van autisme geeft maar het lijkt mij – leek als ik ben – integer van opzet. Indruk maakte op mij vooral de behoefte aan structuur en vaste regels om te voorkomen dat Sam vast loopt en het feit dat hij alles letterlijk neemt. Juist dat maakt dat hij vaak goed in contact is met anderen, omdat hij uitspreekt wat hij niet begrijpt en doorvraagt tot het naadje. Dat geeft vaak verrassende wendingen.

Mooi uitgewerkt zijn de relaties binnen het gezin onderling. De moeder van Sam is degene die hem het meest heeft begeleid al die jaren en die behoorlijk perfectionistisch is. Alles moet gaan zoals zij het heeft bedacht omdat dát goed voor Sam is. Dat Sam ondertussen vaak veel meer kan dan zij denkt of verwacht en dromen heeft over meisjes, een baan of een studie is wat ze niet snel begrijpt. Dat levert veel stof tot conflicten op, onder meer met de sportieve zus van Sam, die haar eigen problemen heeft maar wat ondergesneeuwd raakt doordat het eigenlijk altijd over Sam gaat binnen het gezin. Denk er nog een huwelijkscrisis bij en het plaatje is compleet.

Er zijn twee seizoenen beschikbaar op Netflix. Onbekend is of er een 3e seizoen volgt.

Lees ik dan niets? Nee, eigenlijk niet. Ik kan me nergens op concentreren, ben al weken in hetzelfde boek bezig (the Hobbit) dat ik bovendien al eerder las maar toch moet ik elke pagina drie keer lezen omdat ik niet snap wat er staat. Een van de kenmerken van ME is cognitieve problemen zoals moeite met concentratie of informatie verwerken en ik zit overduidelijk in een periode dat ik daar veel last van heb. Vreemd genoeg heb ik dat niet met schrijven. Dat lukt (bijna) altijd.


Dat was de week. Weinig tot niets gedaan dus en hopelijk komende week ook niets 😉 . Ik zal daar deze week wat meer over schrijven, over dat niets doen.


Gedragsregels

img_20170221_0813161453727193.jpg

Zijn we er allemaal? Iedereen aanwezig? Ik leg het nog één keer uit. En nu graag opletten!

Komen ze!

  1. Eten uit andermans bak heeft de voorkeur.
  2. Opgestaan is plaats vergaan.
  3. Slapen is onze belangrijkste activiteit.
  4. Wij vinden eten lekker tot we zien dat het in ’t groot wordt ingekocht.
  5. Wij kruipen pas op schoot als het voedseluitgiftepunt nét wil opstaan.
  6. De dag begint om 6 uur ’s ochtends.  
  7. Het mens dient te worden aangemoedigd met corrigerende tikjes van de poot om op te staan. Werkt dat niet ga dan over tot niezen in het gezicht, succes verzekerd.
  8. Kots deponeer je naast het bed, nét uit het zicht maar wel in de loop.
  9. Deze is voor jou Gerrie, even opletten graag: poepen doe je tijdens het avondeten van de slaven bij voorkeur op de bak, zodat ze kunnen genieten van het aroma.
  10. Schone was dient als plek waar je overtollige haren kunt achterlaten.
  11. Twee uur vóór etenstijd gaan we klaar zitten. We bevorderen het krijgen van eten met dé blik: langdurig staren zonder knipperen. Smoes kan desgewenst even laten zien hoe het moet.
  12. Aandacht vragen wij op verschillende manieren. Zigzaggend voor het mens uitlopen, die dan nét niet struikelt is bijzonder effectief. Werkt dat niet, ga dán over op dramatisch miauwen.
  13. Het toilet is de plek waar het mens gaat zitten zodat jij op schoot kunt springen, maak daar goed gebruik van. Accepteer het niet als ze de deur sluit. Ga dan over op gillen.
  14. We tolereren geen andere katten in huis. Tenzij ze toch binnendringen, dan negeren we ze.
  15. Het is altijd de schuld van de buurkat, wát er ook gebeurt.

Vragen? Iemand? Nou daar gaan we dan. Jullie kunnen het! Wij zijn geweldig! Glorieus is de weg naar succes! 

De wachtkamer

Hoewel ik tegenwoordig als een kluizenaar leef, leg ik nog steeds heel makkelijk contact met mensen. Vaak tegen wil en dank, omdat ik er helemaal niet op zit te wachten. Leefde ik vroeger voor sociale contacten, nu heb ik dat niet meer. Ik ben gewend geraakt aan alleen zijn en vind het nu ook prettig.

Toch heb ik nog steeds een hoog aanspreekgehalte. Was altijd al zo. Toen ik nog rookte en studeerde zat ik vaak op de trappen van het Bungehuis in de Spuistraat een peuk te roken, omdat dat binnen niet meer mocht. Het viel een vriend van mij op dat ik vaker dan anderen werd aangesproken door voorbijgangers om een vuurtje of de weg of om geld. Dus deden we een test. Ik ging telkens op een andere plek zitten. Driekwart van de tijd werd ik aangesproken terwijl er toch zeker zo’n 20 man ook op die trappen zat, aanspreekbaar te zijn. Dát kostte me heel wat sigaretten.

Waar dat aan ligt? Het zal vast met uitstraling te maken hebben. Blijkbaar straal ik uit dat ik een watje ben en geen nee zal zeggen of dat ik makkelijk benaderbaar ben. Dat is nog steeds zo. Zet mij in een wachtkamer en ik ben de vrouw aan wie mensen vertellen dat hun grote teen pijn doet, hun vrouw is weggelopen en hun kinderen in het buitenland studeren.

Dat vind ik niet altijd fijn. Mijn houding straalt blijkbaar uit ; ‘deponeer uw problemen en kletspraatjes hier‘. Mijn hoofd denkt meestal ‘donder op en laat me met rust‘. Dat klinkt chagrijnig en dat is het wellicht ook. Maar kletspraatjes kosten mij vaak meer energie dan ik heb. Als ik ergens naar toe ga is dat vaak een aanslag op de energievoorraad en onverwacht praten is dan vaak nét de druppel die maakt dat ik onderuit ga.

Niet dat ik mensen makkelijk zal afkappen. Ik ben namelijk HEEL AARDIG. Ik zeg niet snel nee en ik zal ook niet snel wegkijken als iemand tegen me praat. Ik ga vaak ook nog geïnteresseerde vragen stellen in reactie op het gesprek en dan weet ik aan het eind toch maar mooi dat begrafenisondernemer een machtig interessant beroep is.

Laatst zat ik in de wachtkamer bij de huisarts en toen maakte ik iets nieuws mee. Ik wekte duidelijk de woede van een man op. Het wachten duurde lang, er waren wat spoedgevallen en de assistente had haar excuses aangeboden dat het ‘allemaal wat, nou ja zeg maar soort van heel erg uitliep, echt heel vervelend en sorry daarvoor.’

Nu ben ik heel goed in stoïcijns wachten. Ik maak me niet snel druk om afspraken die uitlopen. Als je iets als patiënt leert, dan is het wachten. Wachten op medicijnen die er niet zijn, onderzoek dat niet wordt gedaan en ook wachten tot je aan de beurt bent, tot je een ons weegt.

De mededeling van de assistente had op een mede-wachtende een groot effect. De man begon te snuiven en te zuchten en wild om zich heen te kijken. Ik dacht ‘nu komt het, hij gaat me vertellen waarom hij hier zit. Straks ken ik de naam van zijn parkiet en weet ik wat hij vanavond gaat eten.’

Niets van dat alles. Hij was boos. Op mij. Zo leek het. Elke paar seconden keek hij mij doordringend en boos aan en keek dan weer weg. Veegde continu zijn handen aan zijn broek af en keek dan weer razend op, alsof ik groene zeep op zijn handen gesmeerd had, of nog erger, lijm die verschrikkelijk jeukt.

Natuurlijk rook ik even onder mijn oksels. Maar dat rook heel plezierig, vond ik zelf dan toch. Er zat geen poep onder mijn schoenen. Ik meende ook zeker te weten dat ik mijn tanden had gepoetst dus aan mijn geur kon het niet liggen. Toch maakte iets in mij de man boos.

Gelukkig kwam er op dat moment net een allerschattigst baby’tje binnen met zijn ouders. Nu ben ik geen babyliefhebber, ik heb weinig met baby’s. Die van ons vond ik heel leuk maar de rest wekt niet heel veel in mij op. Zet me in een kamer met kittens en ik smelt. Zet me in een kamer vol baby’s en ik wil in paniek weg rennen.

Maar dit exemplaar was bijzonder goed gelukt. Stralend lachen, veel tatatata!! en gerammel met een speeltje, verrukt zwaaiend naar wat hij zag en nét voldoende kwijl in de mondhoek om het compleet te maken.

Dus negeerde ik de boze man en richtte mijn aandacht op de baby. Zwaaide naar hem, ging gekke bekken trekken en de ouders groeiden van trots en liefde dat hun jochie – denk ik, dat was even een gok aangezien elke baby een bol hoofd heeft en kleuren van babykleding geen definitief uitsluitsel gaven over het geslacht-  dat in een ander wist op te roepen.

Nét op het moment dat ik wilde aanbieden petemoei te worden, riep de huisarts mij. Gelukkig.

Hoffelijkheid

Soms vraag ik me wel eens af of we zoveel beter zijn geworden van internet. Het lijkt erop dat veel grenzen weg zijn gevallen en dat we daardoor heel makkelijk met elkaar in contact kunnen komen. Maar soms lijkt het tegenovergestelde te gebeuren. Mensen lezen iets, ontsteken in woede en typen zonder al te veel nadenken een reactie waar het venijn van afdruipt. Dat je het niet altijd met elkaar eens bent snap ik, maar waarom moeten we elkaar dan ook maar meteen verbaal compleet afmaken?

Vroeger schreven we brieven die voldeden aan de beleefde omgangsvormen die algemeen geaccepteerd werden. Etiquette maakte dat de omgang met elkaar voldeed aan bepaalde beleefdheidsregels. Mensen werden opgevoed in het plezierig en correct benaderen van de medemens. Dat gaf houvast, je wist hoe iemand te benaderen in verschillende sociale situaties. Het gaf vast ook veel benauwdheid. Niet voor niets zijn de omgangsvormen versoepeld.

Maar of dat echt fijn is betwijfel ik. Ook ik stuur wel eens appjes zonder interpunctie naar iemand die ik goed ken. Maar ik probeer meestal toch wel een volledige zin te typen. En ik probeer zeker altijd mijn woorden zorgvuldig te kiezen.

Daarom schrik ik toch ook altijd weer zo als mensen hier of elders ineens voor mij vanuit het niets de aanval openen. In de FB-groep voor ME-patiënten waarin ik zit en waar meestal een heel fijne sfeer hangt, begon recent iemand ineens gif te spuien tegen iedereen die het niet eens was met haar. Pure verbale agressie.

De aanleiding was blijkbaar een vraag of wij ons laten vaccineren tegen griep. Geen vreemde vraag. Veel mensen reageerden dat ze dat niet (meer) doen. Veel ME-patiënten reageren nu eenmaal buitensporig op alles, dus ook op een griepvaccin. Bovendien heerst er een vermoeden – ook in de medische wereld – dat ME zou kunnen samenhangen met vaccinaties. Of dat zo is, weet ik niet.

Maar goed, blijkbaar is de discussie die volgde ontspoord omdat één persoon, die zich naar ik begreep stoorde aan sommige antwoorden, werd aangesproken door anderen over haar toon en zij daarop een post plaatste vol haat en venijn. Het kwam erop neer dat iedereen de rambam kon krijgen.

Wat bezielt iemand? Ik weet het niet. Vaak laat ik iets gaan maar nu plaatste ik toch ook wel een reactie waarbij ik schreef dat het de toon is die de muziek maakt en dat die van haar nu wel heel erg vals klonk.

Het is normaal dat mensen het niet met elkaar eens zijn. Maar tegenwoordig – zeker met onderwerpen als Zwarte Piet en vaccineren – komt er een venijn bij kijken wat heel diep zit. We zijn verleerd om het met elkaar oneens te zijn en op een hoffelijke manier daarover te discussiëren.

Wat mij betreft mogen ze op elke school debatteren op de agenda zetten. En mag elke volwassene die op internet zit daar bijlessen gaan volgen.