De begroting volgend jaar

Sorry, Sint is nog niet eens in het land en ik zit met mijn hoofd al weer bij de begroting van volgend jaar. Zo ben ik. Aan het begin van een nieuw jaar, maak ik altijd een kopie van de begroting en geef die dan de naam van het volgende jaar. Tijdens het jaar fröbel ik regelmatig in zo’n sheet. Ik verander hier en daar eens wat, werk bedragen bij als ze niet meer kloppen en probeer eens wat uit. En zo in het laatste kwartaal ga ik er eens goed voor zitten.

Dit jaar ben ik wat makkelijker en minder precies geworden. We hebben vaste en variabele lasten. En de variabele lasten vallen onder elke maand terugkerende lasten en periodieke uitgaven. Er is nu meer ruimte voor flexgeld. Want de ene keer heb je hogere benzinekosten, een volgende keer moet je naar de dierenarts met een kat met een abces (eergisteren nog) of krijgt de auto een onderhoudsbeurt (ook deze maand). Voorheen had ik voor elk soort pech of periodieke betaling een potje ‘voor het geval dat’ en werd daar stapelgek van.

Dit jaar is het de bedoeling meer los te laten. Dat lukt heel aardig. In plaats van tot de nul de budgetteren, lossen we nu na storting van het salaris wat extra af, we betalen wat er zich aandient en wat overblijft gaat aan het eind van de maand naar de buffer.

Omdat er nu eenmaal onverwachte dingen gebeuren, haal ik soms toch iets van de buffer af. En dat voelt gewoon niet prettig. Ook merk ik dat achteraf sparen niet mijn ding is. Hoewel ik me redelijk weet in te houden, voel ik me snel rijker dan ik ben als ik pas aan het eind van de maand bedragen overboek naar de spaarrekening. Er lekt toch iets meer geld weg zo. Voor een deel vind ik dat oké, iets minder streng mag wel maar ik zit wel snel op een glijdende schaal (ik weet waar ik vandaan kom hè, ik ben van nature geen consuminderaar of minimalist). Daarom wil ik wat veranderen.

Ik vind het fijn om te werken met vaste spaarbedragen en wil ook weer het ‘pay yourself first’ principe aanhouden.  Wat zetten we opzij en betalen we af. Het plan voor 2017 is:

  • 150 naar de buffer
  • 200 naar de studiespaarrekening van kind
  • 60 naar de schoolgeldrekening 
  • 150 naar de autospaarrekening
  • 500 hypotheekaflossing per maand 
Dit zijn bedragen die we alle maanden opzij kunnen zetten. Bovendien houden we dan in 9 van de 12 maanden op papier nog over. Wat overblijft aan het eind van de maand gaat naar een flexpot. Die is bedoeld voor kleinere pech en om dingen als onverwacht dierenartsbezoek op te vangen. Zo hoop ik dat de buffer zelf onaangetast blijft en alleen gebruikt wordt voor de echte grote dingen als huisonderhoud en vervanging apparaten en grote pech. Op deze manier sparen we wat minder voor de buffer maar wordt die ook hopelijk minder vaak geplunderd.
Dat is het plan. De maandbedragen van sommige potten zijn iets verhoogd. Het schoolgeld van S. verschilt per jaar, dit jaar was het bijvoorbeeld €500 maar volgend jaar moeten we €725 ophoesten. Hij zit volgt tweetalig gymnasiumonderwijs en het schoolgeld is best pittig.
Het bedrag dat we opzij zetten voor zijn eventuele studie heb ik met €50 verhoogd. Er zit nu een kleine €12.000 in de studiepot. Als S. wil gaan studeren dan zal dat rond het jaar 2020 zijn. Best snel al en ik wil vanaf nu iets meer gaan storten. Mochten we tegen die tijd toch tekort komen dan kunnen we tijdelijk stoppen met extra aflossen. De opzet is hem te laten studeren zonder studieschuld. Aan de andere kant verwachten we wel van hem dat hij – indien mogelijk – zelf ook iets bijdraagt aan de kosten. Dat is zeker afhankelijk van de studiekeuze, want niet elke studie combineert met een bijbaan. Als we nu het maandbedrag iets verhogen hebben we in ieder geval bij aanvang ruim €20.000 klaar staan.
Verder is het nog even afwachten op de ontwikkeling rond de zorgverzekering voor de begroting definitief wordt. Wellicht dat ik het boodschappenbudget iets aanpas. Maar dat heeft voor nu allemaal geen haast, eerst maar eens het jaar uitrollen.

Omgaan met geld komt bij mij toch altijd neer op zoeken naar de manier waarop ik het meest gemoedsrust heb. Want aan het eind van de rit maakt het waarschijnlijk geen donder uit, behalve in mijn hoofd.
Denk jij al na over volgend jaar?

Klaar, over en uit, basta, niet meer doen….

Na een paar weken vakantie vieren in den vreemde en meteen bij thuiskomst nieuwe matrassen kopen en dus weer hop, honderden euro’s uitgeven, merk ik dat in mijn brein de koopknop AAN staat. Lekker geld uitgeven! Want hoewel ik zo vaak lees dat het snel went om met minder uit te komen of hoe lyrisch mensen worden van zelf gesmeerde bammetjes opeten aan de waterkant, ik vind geld uitgeven gewoon fijn. Niet het geld uitgeven an sich, maar wat ik er mee koop: gemak, pret, genot, slaapcomfort (jeej, lekker joh nieuwe matrassen!). En natuurlijk bestaat er ook gratis pret en gratis gemak maar daar heb ik het nu even niet over. Ik heb het over de glijdende schaal waarop je ineens terecht komt als je het een paar weken flink wat breder laat hangen.

Op zich is er niets aan de hand. De vakantie kostte niets meer dan dat wat er vooraf precies begroot was en ook de matrassen waren een geplande uitgave. Maar, ik weet dat het meestal fout gaat in de periode vlak erna, na een aantal geplande uitgaven. Blijkbaar blijft er een deur openstaan in het brein na een paar keer geld over de balk smijten. In ons leeft een geldwolf die houdt van groots en meeslepend.

Het is trouwens ook niet toevallig dat we precies altijd dat uitgeven tijdens de vakantie, wat vooraf begroot is. Wij behoren duidelijk niet tot die categorie mensen die ineens véél minder geld uitgeeft dan gepland. Wij geven uit tot wat we vooraf bedachten. Ik houd dat ook op vakantie netjes bij. Bedenken we niet vooraf een maximum, dan blijven we uitgeven. Daarom gooien wij ons spaargeld ook niet op één rekening want met een berg geld op een plek voelen we ons ineens héél rijk en geven we het meteen uit aan dingen die ineens opduiken als acuut verlangen. Heel stom, maar zo zitten wij in elkaar. Gelukkig kennen we die neiging inmiddels en is er op zich niets aan de hand. We staan niet in het rood en hebben een buffer. We veroorloven ons geen ervaringen of spullen die niet matchen met wat er binnenkomt. Maar toch.

Geld uitgeven went snel en doet verlangens aanwakkeren. Niets gedoseerd uitgeven! Geld moet rollen! Gisteren heb ik de hele dag gedacht aan die leuke kuipstoel in de zaak waar we onze matrassen kochten. Een stoel die we helemaal niet nodig hebben, geen flauw idee waar dat ding dan moet komen te staan. En toch hè, willen hebben.

Dus, dicht die deur, klaar, het was fijn, over en uit. Om mijn brein in de juiste gemoedstoestand te brengen heb ik net even naar mijn excelletje gekeken en berekend wat we nog kunnen verwachten aan uitgaven dit jaar (er komen nog wat klusrondes aan in huis) en wat we mogelijkerwijs nog kunnen aflossen (dat schiet niet zo op dit jaar). Dus ik weet weer hoe onze wereld in elkaar steekt, wat kan en niet kan en ga mijn gedrag weer aanpassen en die koopknop uitzetten.

Herkenbaar? Of ben ik het kneusje van de klas en beschikken jullie allemaal over een enorme zelfbeheersing?

Budgetzaken: loslaten, de volgende stap

Vorige week schreef ik over de stappen die ik heb gezet om iets meer ruimte in mijn hoofd te scheppen met betrekking tot budgetteren. Ben jij iemand die nooit een overzicht maakt, nooit weet waar je geld naar toe gaat en altijd tekort komt? Dan begrijp je vast niets van mijn ‘probleem’. En raad ik je van harte aan eerdere blogposten over budgetteren te lezen want daar staat tot op de millimeter en cent uitgelegd hoe je meer grip krijgt.

Mijn probleem? Ik weet té goed waar het geld naar toe gaat. Ik bedenk veel te veel en veel te ver vooruit wat ik met het beschikbare geld wil gaan doen. Ik stel onrealistische doelen en hoewel ik ze soms wel haal (€10.000 afgelost vorig jaar!) levert dat ook stress op.Natuurlijk leef ik niet in mijn eentje op een eiland maar in een gezin. Wat M.  betreft vind hij alles wel best zo lang er ruimte is voor dingen waar we van genieten of die hij fijn vindt. Dat én dat alle vaste lasten betaald kunnen worden natuurlijk. Maar hoe dat allemaal gebudgetteerd wordt of bijgehouden wordt, dan interesseert hem weinig. Dus bespreken wij wel wat we willen op financieel gebied maar is de daadwerkelijke uitvoering en het bijhouden er van, mijn taak in dit gezin. En mag het van mij dus allemaal wel wat losser. Dat is goed voor mijn oververhitte manische brein. Dus stelde ik mezelf (toch weer!) een aantal doelen, maar dan met betrekking tot loslaten:

  1. Wel de uitgaven blijven bijhouden
  2. Wel doelen blijven stellen op aflosgebied
  3. De spaarpotten drastisch terugbrengen, van 14 naar 4 (Grote buffer, kleine buffer, sparen auto, studie kind)
  4. Niet meer werken met reserveringen voor periodieke betalingen maar deze uitgaven gewoon van de lopende rekening betalen
  5. De vaste lasten nog wel budgetteren maar de variabele lasten zijn vager. Ik ga het meer zien als een besteedbaar bedrag dat niet vooraf volledig opgesplitst moet worden in verschillende posten

Punten 1 t/m 4 zijn de afgelopen maand met succes afgehandeld. Nummer 5 ook maar ik durfde niet alles meteen helemaal los te laten. Dus experimenteerde ik met wat budgetten cdie wat minder specifiek waren, niet elke post werd gebudgetteerd of in week uitgesplitst. Dat beviel me heel goed.

Vanmorgen werd de betaalrekening weer gevuld en begon er een nieuwe boekhoudkundige maand. Ik sloot de maand €125 in de plus af, heel bemoedigend. Minder controle en dan juist meer overhouden! Of hier nu een bepaalde logica achter zit ga ik binnenkort natuurlijk eens lekker uitpluizen. Is mijn gedrag veranderd? Werkt niet alles tot op elke cent budgetteren juist als een rem bij mij? Ik ga er vast over schrijven binnenkort!

Wat mij betreft is het tijd voor de volgende stap. Voor wat betreft de variabele lasten heb ik geen opsplitsing meer verdeeld over verschillende categorieën zoals boodschappen, zakgeld of uitgaan. Ik heb nu gewoon één totaal bedrag voor alle variabele uitgaven, klaar, huppakee. Nou als dat niet met mijn ogen dicht in het ijskoude water springen is, dan weet ik het niet.

Of dit gaat bevallen, geen flauw idee. Ik werd er wel al meteen wat giechelig van, dat is in ieder geval een vrolijk begin!

Zorgrekeningen betalen

Vorige week schreef ik dat ik altijd te krap begroot. Hoewel we prima met geld omgaan, sparen en aflossen en genieten, ben ik vooral veel aan het schuiven met geld. De combinatie van ‘pay yourself first’ en altijd tot de €0 begroten betekent dat er weinig ruimte overblijft. Op zich is er niets mis met eerst onszelf uitbetalen alleen de manier waarop, kan anders. Niet een vaste overschrijving zodra het salaris en de uitkering zijn gestort, maar afhankelijk van wat we verwachten die maand een overschrijving die per keer dus kan verschillen. En meer ruimte inbouwen voor tegenvallers en onverwachte uitgaven.

Want deze maand kreeg ik bijvoorbeeld een rekening van de Buteykotherapeut, € 130. Ook een tandartsrekening voor M. voor het vervangen van een vulling, € 120 en een rekening voor de orthodontist van € 39. Allemaal niet vergoed door de zorgverzekeraar. Op zich zijn het geen onverwachte rekeningen, die van de orthodontist kwam maandelijks sinds juni, maar soms weet je vooraf niet hoe het loopt. Zoals met het vervangen van een vulling. Of met de Buteyobehandeling. Daarmee begon ik vrij onverwacht en dus niet financieel gepland in september en mijn vergoeding voor alternatieve therapie was al opgemaakt aan de acupuncturist.

Zorgkosten kunnen enorm oplopen. Het afgelopen jaar alleen al gaven we €4899,85 uit aan onvergoede zorgkosten. Een deel daarvan (iets minder dan de helft) komt door mijn slotjesbeugel. Gelukkig krijg ik met ingang van 1 januari wel tot €500 vergoed en hoef ik het komende jaar hopelijk niet zelf te betalen. Dat scheelt. En kan ik de Buteykobehandelaar nu voorlopig tot een bedrag van € 600 uit het potje alternatieve zorg van de zorgverzekeraar betalen. Dat scheelt.

Andere periodieke kosten die wel met vaste bedragen werken en gepland zijn, leveren geen problemen op omdat we elke maand voor deze uitgaven een vast bedrag opzij leggen. Dat kan natuurlijk ook met hier boven beschreven kosten en dat deed ik afgelopen jaren. Alleen je kunt niet alles voorzien en ik probeer juist het aantal potjes en spaarrekeningen wat te verminderen. En alles op één hoop gooien kan ik niet. Dan voel ik me rijker en erger nog, dan ga ik me gedragen alsof ik rijker ben. Dat is niet logisch maar zo zit mijn hoofd in elkaar. 

Omdat we dit jaar wel met doelen werken maar niet met vaststaande maandbedragen, zie ik nu makkelijker hoeveel ruimte er is voor rekeningen zoals hierboven. Dus bekeek ik de begroting van februari, reserveerde het geld voor de zorgverleners en zie wat er dan daadwerkelijk overblijft om af te lossen en te sparen. Dat is € 1150, behoorlijk veel dus. Dit komt deels doordat M. een aantal overgebleven vakantiedagen laat uitbetalen. We storten een deel (€ 539) op de buffer, die dan meteen de gewenste hoogte heeft en de rest wordt gebruikt om de hypotheek af te lossen en op de autospaarrekening gezet.

Ik merk nu al dat op deze manier begroten en het geld reserveren me gevoelsmatig meer ruimte geeft. Want minder sparen pakt in mijn hoofd beter uit dan meer sparen en weer van de buffer afhalen. Herkenbaar?

Geld en gevoel

Kijkend naar onze begroting van komend jaar, bekruipt me een gevoel van onvrede. Ik doe het al jaren op dezelfde manier en eigenlijk bevalt dat niet zo. We sparen voor pech en vervanging van apparaten, we lossen af, we hebben buiten de hypotheek geen schulden en we smijten bepaald niet met geld en toch heb ik altijd het gevoel dat we het niet goed doen. We hebben de afgelopen jaren jaardoelen vertaald naar maanddoelen. Volgend jaar willen we bijvoorbeeld:

  • de buffer aanvullen tot €7000 (op €500 na al gehaald)
  • €3600 opzij zetten voor een andere auto (beginnen we nu mee, duurt dus nog wel een paar jaar voordat de andere auto er is, de huidige voldoet nog)
  • €1200 opzij zetten voor een te bouwen dakkapel (geschatte totaalkosten uit de losse pols € 4000)
  • €6000 aflossen op onze hypotheek

Het plan was deze jaardoelen te verdelen over maanddoelen en elke maand alles over de potjes te verdelen. Dus zou er 500 naar de aflossing moeten gaan, 100 naar de dakkapel, enzovoortenzoverder… Zo werk ik al jaren.

Maar, ik heb ook al jaren dat ik te krap begroot. Ik begroot altijd tot de nul. Dat is een tik van mij. Dat betekent dat ik elke kleine tegenvaller de rest van de maand moet compenseren op andere posten, maar die ruimte is er nauwelijks omdat ik te krap begroot. Dus plunderen we dan de buffer. Daar moet je je niets dramatisch bij voorstellen, het gaat om €50 hier en €100 daar. Maar, dat voelt niet prettig. Want geld van de spaarrekening halen om uit te komen, voelt als falen. En als je iets minder geld per maand opzij zet en meer ruimte inbouwt voor kleinere tegenvallers, zodat je wél uitkomt, voelt prettiger. Zo werkt die mentale boekhouder in het hoofd.

Want het is toch verschrikkelijk dat ik het gevoel heb dat we het niet goed doen? Als ik kijk naar de begroting dan zetten we volgend jaar 21 % van ons inkomen opzij om af te lossen en te sparen! Hoezo doen we het niet goed!

Dus, wat gaan we doen? Per maand bekijken wat we met het ‘overtollige’ geld doen en meer ruimte inbouwen voor tegenvallers. Het geld dat voortaan aan het eind van de maand overblijft zetten we niet meer zoals voorheen meteen op de buffer maar op een andere rekening die bedoeld is voor kleinere tegenvallers. De jaardoelen hebben we ook iets aangepast.

  • Geen €10.000 buffer zoals de afgelopen jaren maar €7000. Dat is voor ons ruim voldoende om klappen op te vangen en tv/wasmachines/ketels/etc. te vervangen. Niet alles zal tegelijk kapot gaan en in geval van inkomensverlies passen we onze leefstijl aan, die ruimte is er. Ik ga daar niet met een buffer rekening mee houden.
  • De dakkapel komt er wel wanneer de pot vol is. Eerst had ik bedacht eind 2017 klaar te willen zijn. Maar door wie laat ik me zo opjagen? Het is nogal een bedrag en bovendien niet eens verschrikkelijk urgent! 

Dus het plan is nu:

  • eerst de buffer weer volgooien
  • dan aflossen tot €6000
  • dan de autospaarrekening vullen
  • en wat dan nog overblijft gaat naar de dakkapel….

Ik ben heel benieuwd hoe dit in de praktijk uitpakt. Op papier maakt het niets uit, maar in het hoofd wel. Herkenbaar voor jullie?

Percentages of getallen?

Deze week plaatste ik een uitleg over hoe ik een begroting maak. Een begroting is gewoon een manier van diverse posten optellen en aftrekken om te kijken hoe je het binnenkomende geld verdeelt en gaat uitgeven.

Een begroting kan op heel veel manieren worden gemaakt en ingedeeld. Je kunt werken met vaste en variabele lasten en periodieke/reserveringsuitgaven, zoals ik liet zien in het voorbeeld. Je kunt ook werken met categorieën als ‘verzekeren’, ‘wonen’, ‘vervoer’. Het ligt er een beetje aan wat je wil met de begroting. Toen ik begon met begroten was dat vooral omdat we vaak tekorten hadden. Die tekorten werden vaak veroorzaakt door de periodieke en variabele lasten. Dus was het voor mij zinvol de begroting zo in te delen dat juist die lasten goed zichtbaar werden. Later hadden we geen tekorten meer en ging ik de uitgaven zelf meer indelen op soort bij soort en niet op moment van betaling en keuze-uitgave dan wel moeten-uitgave.

Ik kreeg de volgende reactie op dit stuk:
Leuk! Zou je ook hier ook nog percentages aan kunnen verbinden? Bv voor een gezin van 4 personen het inkomen verdelen over vaste percentages? Dus vaste lasten een bepaald percentage en reserveren een bepaald percentage? 

Kruidig Meisje reageerde daar weer op met:
De bedragen zijn erg afhankelijk van keuzes die je zelf maakt. Veel films kijken=duur internet abo, bijv. En als je een percentage berekend, maak je denken erg afhankelijk van het bedrag onder de deelstreep (de inkomsten), terwijl Martine juist erg goed nadenkt over de kosten zelf en wat ze daaraan kan doen. Dus ik denk dat percentages voor Martine niet werken, maar ook voor anderen niet erg helpen. Is er een reden dat je percentages zoekt?

Inderdaad, ik denk liever na over de kosten zelf en of ik het kan betalen en wil betalen. Hoeveel procent de betreffende uitgave vervolgens is, boeit me niet zo heel erg. En bovendien, hoe bereken je de gewenste percentages? Wie bepaalt daar een norm voor? Het is onder meer afhankelijk van wat je belangrijk vindt en welke keuzes je maakt? 

Natuurlijk kan het interessant zijn om eens te kijken wat je procentueel gezien uitgeeft aan bijvoorbeeld wonen. Stel, je geeft daar 35 % aan uit. Wat zegt dat percentage? Niet zo heel veel. Pas als je het afzet tegen iets anders. Een ander huishouden met vergelijkbare samenstelling. Maar dat gezin kiest misschien voor een heel andere woning. Die mensen kopen misschien geen eengezinswoning met tuin buiten Amsterdam maar een appartement met balkon in Amsterdam. En die geven misschien meer uit aan wonen (het is Amsterdam) maar minder aan vervoer (doen alles op de fiets). Bovendien kunnen percentages veranderen zonder dat je de uitgaven an sich verandert. Bijvoorbeeld als je een inkomstendaling meemaakt. Wij geven procentueel gezien meer uit aan wonen dan vroeger doordat er minder binnenkomt.

Je kunt op de site van het Nibud kijken wat anderen met een inkomen vergelijkbaar met dat van jou uitgeven aan verschillende posten. Ik deed dat een paar keer. Wat leerde ik er van? Dat wij verhoudingsgewijs veel uitgeven aan wonen en eten maar niet zo veel aan kleding en uitgaan. Motiveert mij dat om dan de uitgaven voor wonen en boodschappen aan te pakken. Nee, pas als ik zelf ervaar dat een uitgave te zwaar drukt op de begroting. In het geval van wonen was dat zeker het geval. Minder inkomsten, een huis onder water en een woekerpolis motiveerden om af te lossen. Om de woonlasten in de nabije toekomst zo te drukken. Maar de uitgaven voor eten zijn een keuze, een gevolg van idealen als gezond en duurzaam willen eten. Daar betalen we een prijs voor.

Een begroting is zo bezien vooral een blauwdruk van hoe je leeft en zou willen leven. De kunst is om uitgaven die je niet zo belangrijk vindt, te schrappen zodat je het geld kunt uitgeven aan dat wat je wel belangrijk vindt en waar je blij van wordt (vooropgesteld dat er nog iets uit te geven valt na aftrek van alle vaste laten en reserveringsuitgaven).

Neemt niet weg dat voor jou misschien wel werkt wat voor mij niet werkt. Procenten zeggen mij gewoon niet zoveel. Een getal is voor mij concreter. Maar misschien is het bij jou wel andersom. Je kunt natuurlijk een begroting maken en zelf uitrekenen welke percentages aan welke posten hangen. En zo nodig bijsturen. Want dat doe je met een begroting: inzicht vergaren en bijsturen indien nodig, of dat nu met procenten of met getallen is.

Werk jij met percentages in je begroting?

Een reserveringskalender

Laatst schreef ik over het maken van een begroting als een mooie manier om grip op je uitgaven te krijgen. Eén van de dingen die ik verwerk in een begroting zijn reserveringsuitgaven voor bijvoorbeeld kleding & schoenen, verjaardagen, contributies of periodieke afschrijvingen. Ik zet elke maand een bedrag apart voor deze uitgaven. Als ik dan de begroting van de volgende maand wil klaarzetten, kijk ik natuurlijk ook of er reserveringsuitgaven zijn. Zo ja, dan zorg ik dat het geld klaar staat op de betaalrekening.

Die reserveringsuitgaven die ik klaar zet op de betaalrekening, boek ik in onder Inkomsten, onder het kopje ‘op te nemen reservering’. Technisch gezien zijn het geen inkomsten maar dat wat er bij ons binnenkomt heet dus:

– Inkomsten: bla bla
– Op te nemen reserveringen bla bla
———————–
Totaal te besteden deze maand: bla!

Zo klopt het onder de streep voor mij. Moet je natuurlijk wel weten wat wanneer afgeschreven wordt. Dat is sowieso fijn om te weten. Want wij krijgen bijvoorbeeld altijd op de 23e ons salaris en uitkering en op de 15e de HRA. Alleen hadden we vaak dan zo rond de 10e een tekort. Dat tekort werd veroorzaakt doordat ik na storting van het geld op de 23e meteen alle spaar- en reseveringsrekeningen vol gooide met de maandelijkse bijdragen. Dat kan, maar dat is niet handig. Want zo hadden we dus telkens een tekort, dan ontvingen we de HRA en dan kwamen we de rest van de maand prima uit. Zo krijg je dus het fenomeen dat je op papier wel uitkomt, dat je aan het eind van de maand nog over hebt maar halverwege tekort komt.

Om te weten wat wanneer wordt afgeschreven, heb ik met de afschriften erbij alle data genoteerd. Bij ons wordt vrijwel alles via automatisch incasso betaald. Op grond van die data heb ik dus een spreiding gemaakt van wanneer ik geld weg zet naar eigen rekeningen en zijn we dus gaan schuiven met de eigen betaaldata. Ik stort nu nog steeds altijd meteen een vast bedrag naar onze spaarrekening op de 23e maar wat we bijvoorbeeld opzij zetten voor de studie van S., doen we na storting van de HRA.

Daarnaast heb ik een overzicht van alle reserveringsuitgaven gemaakt, een reserveringskalender. Dat pak ik er altijd bij als ik de begroting voor een maand klaarmaak. Ik zie dan bijvoorbeeld dat oma jarig is en dat we de pechhulp moeten gaan betalen. Ik boek dat in onder de inkomsten als op te nemen reserveringen en als het bedrag daadwerkelijk betaald is, vul ik dat onder de uitgaven in.
Het fijne is dat ik nooit meer wordt overvallen door een rekening en dat deze rekeningen ook altijd gewoon makkelijk betaald kunnen worden omdat er voor gespaard is.

Zo’n kalender stelt niets voor hoor, gewoon zoiets:

wat
jan
feb
mrt
april
mei
juni
juli
aug
sept
okt
nov
dec
bieb
pechhulp
verjaardag M
Verjaardag S
Verjaardag Oma
Enting katten
Onderhoud ketel
Contributie voetbal
Woonhuisverzekering
etc

Een kind kan de was doen zo simpel is het. Maar het helpt wel om grip op je geld te krijgen!   
Natuurlijk weten de meeste van jullie dit allemaal al lang! Dus dit is vooral bedoeld voor die lezers die niet gewend zijn om een begroting te maken en nog niet met reserveringen werken. Die zijn er ook, gezien de hoeveelheid mails die ik kreeg na mijn stukje van eergisteren ;-).

Lezersvraag: Hoe maak je een begroting?

Toen ik jullie laatst vroeg wat jullie graag willen lezen, ontving ik deze reactie:

Wat ik heel graag zou lezen is hoe jij je (jaar)begroting maakt. Ik heb moeite om alles goed op rij te krijgen. En hoe ga je wijzigingen doorvoeren.

Grip houden op je geld kan op heel verschillende manieren. Voor mij is de basis altijd mijn begroting. Ik weet van alle gebieden waarop wij geld uitgeven hoeveel het kost en wat er in totaal uitgaat aan vaste en variabele lasten. Zo was het niet altijd, er waren tijden dat we op vakantie gingen zonder vooraf te hebben bedacht of het geld er wel was. Gelukkig deden we niet echt stomme dingen maar gaandeweg bleek wel dat er noodzaak bij ons was tot het houden van een financiële opruiming. Er kwam door mijn ziekzijn minder geld binnen en het was echt nodig om alles onder de loep te nemen.

Toen ik als gevolg daarvan voor het eerst een begroting maakte, heb ik de rekeningafschriften van een heel jaar erbij gepakt. Ik noteerde braaf alle uitgaven die ik tegenkwam en verdeelde die in categorieën. Bijvoorbeeld woonlasten, dat zijn de huur of hypotheek, maar ook water en energie. Ik schreef toen gewoon alles op wat ik tegenkwam en ordende dat achteraf. Maar het kan ook andersom en dat gaat waarschijnlijk een stuk sneller.

Een begroting is niet meer dan optellen en aftrekken: je noteert wat erin komt en wat eruit gaat en kijkt of het klopt of dat je in paniek raakt van het eindresultaat. Het is natuurlijk een manier om grip te krijgen. Aan de hand van het overzicht dat je maakt kun je heel gericht gaan budgetteren. Wat blijft er na aftrek van de vaste lasten voor je over om te verdelen over de variabele uitgaven? En wellicht kun je de vaste uitgaven naar beneden brengen door te wisselen van energieleverancier (of door de verwarming een graadje lager te zetten. Bevallen de bedragen je niet, dan kun je dus in je overzicht een kolom toevoegen met andere bedragen, namelijk bedragen waar je naar toe wil werken. Net zo lang tot het cijfer onder de streep je wel bevalt. Budgetteren is niet anders dan iets een tijdje uitproberen. Je bedenkt wat je maximaal aan iets wil uitgeven en werkt dat goed, dan houd je dat bedrag erin. Lukt het niet dan kijk je waarom het niet lukt. Misschien ben je wel onrealistisch bezig. Of misschien kun je beter op een ander gebied de uitgaven naar beneden brengen.

In principe zoek je dus uit wat er in totaal in- en uitgaat en of je wel leeft naar je inkomen. Omdat elke maand van de andere maand verschilt, is het niet voldoende om bij het noteren uit te gaan van een willekeurige maand. Je kunt het beste zo veel noteren dat je alle uitgaven en inkomsten van het hele jaar een keer ziet voorbij komen. Zo vallen je zaken op die afwijken en weet je welke periodieke uitgaven er zijn.

Je kunt het qua categorieën en omschrijvingen zo gedetailleerd mogelijk aanpakken als je wilt of het wat vager houden. Ik ben een Pietje Precies en voel me daar goed bij. Het maakt op zich niet zoveel uit hoe je alles noteert, als het maar duidelijk is wat onder welke categorie valt.

Voor de duidelijkheid: Vaste lasten zijn bijvoorbeeld de uitgaven voor huur, energie, alle heffingen, contributies, auto- en openbaar vervoer, etc. Gewoon alle lasten die elke maand terugkomen door middel van een rekening of een afschrijving en die min of meer vast liggen al dan niet met een contract, meestal voor een afgesproken periode.

Variabele lasten zijn de dagelijkse kosten van bijvoorbeeld huishouden en persoonlijke verzorging, zakgeld, cadeaus, etc. Het is vaak wat makkelijker om hier op te bezuinigen omdat je zelf de hoogte van de uitgaven bepaalt.

Reserveringsuitgaven zijn uitgaven die je maandelijks reserveert om te zorgen dat je bijvoorbeeld kleding en schoenen kunt kopen als je dat nodig hebt, of je auto een onderhoudsbeurt moet of het huis onderhouden. Een onderdeel van reserveringsuitgaven zijn periodieke uitgaven, niet-maandelijkse uitgaven die wel met regelmaat voorbijkomen. Bijvoorbeeld het lidmaatschap voor de ANWB, of het onderhoud aan de ketel dat per 3 maanden wordt betaald of de TV-gids….

Onderstaand overzicht kun je als basis gebruiken en uitbreiden. In het overzicht waar ik zelf mee werk, staat zo’n beetje elk denkbare uitgave die ik kon verzinnen maar die heb ik voor hier en nu even vereenvoudigd ;-).


A
B
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
INKOMSTEN
jaar
gem
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Salaris 1
0
Salaris 2
0
vakantiegeld
0
kinderbijslag
0
zorgtoeslag
0
kindgebonden budget
0
overig
0
totaal
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
UITGAVEN
Vaste Lasten
Huur/Hypotheek
0
Energie en water
0
Heffingen/belastingen
0
Verzekeringen
0
Telefoon/tv/wifi
0
Contributies en abonnementen
0
Vervoer
0
totaal
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Variabele uitgaven
Boodschappen
0
Pers. Verzorging
0
Dieren
0
Benzine/Reizen
0
Zakgeld
0
Uitgaan
0
Overig
0
totaal
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Reserveringsuitgaven
Kleding/Schoenen
0
Onderhoud huis en tuin
0
Vakantie/uitgaan
0
Contributies/lidmaatschap/huisdieren
0
Zorgkosten
0
totaal
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Sparen/Reserveringen
Buffer
0
Reserveringen
0
Nieuwe auto/studie/etc
0
totaal
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aflossen
Schulden
0
Hypotheek
0
totaal
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
INKOMSTEN TOTAAL
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
VASTE LASTEN
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
VARIABELE LASTEN
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
RESERVERINGSUITG.
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
SPAREN&RESERVEREN
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
AFLOSSEN
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
OVER
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0

Wat je doet is in kolom A alle totaalbedragen noteren van de categorieën die je tegenkomt van het afgelopen jaar. Soms zal je dat even op een apart overzichtje moeten optellen. Bijvoorbeeld om tot een totaalbedrag aan verzekeringen te komen. Je hoeft natuurlijk niet per se elk afschrift helemaal uit te pluizen, je salaris kun je bijvoorbeeld gewoon vermenigvuldigen met 12 en je huur/hypotheek ook. Maar het gaat ook om afwijkende bedragen of bedragen die niet zo vaak langskomen, dus die uitgaven moet je wel zoeken. Je zal zien dat je (als je niet eerder hiermee hebt gewerkt) heel veel uitgaven tegenkomt die niet echt in een categorie passen of die op huishoudelijk gebied zijn of waarvan je je afvraagt waar het voor was. Ik schrok me toentertijd bijvoorbeeld een ongeluk van alle gepinde bedragen bij een geldautomaat ( tientje hier, vijftig daar) die schijnbaar in het niets verdwenen zijn

In de kolom B reken je alles om naar een gemiddeld maandbedrag. Je krijg bijvoorbeeld per 3 maanden kinderbijslag uitbetaald, dat reken je nu om naar een gemiddeld maandbedrag. In deze kolom zie je straks de cijfers van je basisbegroting. Je ziet dan in een oogopslag of je uitkomt of niet. Kom je hier al tekort dan heb je duidelijk een probleem en zul je moeten schrappen en bezuinigen.

In kolom 1 t/m 12 noteer je alle bedragen indien van toepassing. Dus de kinderbijslag wordt bijvoorbeeld in kolom 1 en 4 genoteerd. En het totale bedrag dat je ontvangt aan vakantiegeld in kolom 5. Maar je huur of hypotheek moet je alle maanden betalen en die zie je dus in alle kolommen terug.

 Nu heb je een basisbegroting. Je ziet in één oogopslag hoe je ervoor staat en in welke maanden er speciale uitgaven of inkomsten zijn. Na aftrek van de vaste lasten kun je het geld gaan gebruiken voor de variabele lasten. Maar ho, wacht effe! Je moet natuurlijk ook elke maand iets opzij zetten voor de reserveringen en periodieke uitgaven. En sparen is misschien ook een goed idee.

Kijk eens wat je hebt genoteerd bijvoorbeeld op het gebied van kleding, zorgkosten, contributies, etc. Tel al die bedragen eens op. Op wat voor gemiddeld maandbedrag kom je dan uit? Dát zou je elke maand opzij moeten zetten om je huidige leefstijl te bekostigen. Je moet dus keuzes maken maar je hebt natuurlijk ook geld nodig voor nood of een buffer. Om je wasmachine of laptop te vervangen als dat nodig is. Dus daar ga je ook budgetten voor bepalen.

Zo ga je spelen en schuiven. Mijn volgorde is meestal:

  • eerst kijken wat moet (vaste lasten)
  • dan wat overblijft verdelen over reserveringen en sparen
  • dan bepalen hoeveel we gaan aflossen (hypotheek)
  • en wat er dan nog overblijft is voor de boodschappen, zakgeld, huishouden en zo…..

Je kunt het ook omdraaien,  dit jaar besloten we heel veel geld af te lossen en was de verdeling:

  • eerst kijken wat moet (vaste lasten)
  • dan bepalen hoeveel we gaan aflossen (hypotheek)
  • dan wat overblijft verdelen over reserveringen en sparen
  • en wat er dan nog overblijft is voor de boodschappen, zakgeld, huishouden en zo…..

Die volgorde kon zo worden omgedraaid omdat er tegenwoordig een goede buffer is.

Hoewel het noodzakelijk is dat je eerst kijkt naar wat moet voordat je kijkt naar wat je wilt is het goed je te realiseren dat veel vaste uitgaven het gevolg zijn van een eerder gemaakte keuze die niet in beton is gegoten (nou ja, je hypotheek zo goed als) en veranderd kan worden.

Bij ons bleek toen ik mijn begroting jaren geleden voor het eerst maakte dat we onze huidige levenstijl niet konden handhaven. We zaten met een enorm tekort. We zijn gaan schrappen en bezuinigen op alle gebieden. Dus alle abonnementen opgezegd, minder lang onder de douche staan, letten op de boodschappen….Maar de grootste besparing werd eigenlijk bereikt doordat we met budgetten gingen werken en de uitgaven gingen noteren. Door wat je vooraf bedenkt te vergelijken met wat de genoteerde realiteit kom je erachter dat het boodschappenbudget bijvoorbeeld niet realistisch is als je overwegend biologisch wilt eten maar dat er op het kledingbudget nog wel wat beknibbeld kan worden.

Voor mij is het een puzzel die ik gewoon een paar keer per jaar maak. Veranderen er zaken op inkomensgebied of door daling van de lasten (door het aflossen!) dan ga ik weer even zitten. Ik maak meestal een keer per jaar een jaarbegroting zoals hierboven. En per maand verfijn ik dat. Dus halverwege de ene maand, kijk ik alvast naar de begroting voor de volgende maand en die pas ik dan aan. Omdat je sommige dingen pas kort van tevoren weet, zoals de extra zorgkosten die ik nu maak bij mijn nieuwe behandelaar en die S. maakt vanwege een knie- en liesblessure. Of omdat het paspoort van M. verlengd moet gaan worden. Maar omdat de basis duidelijk is voor ons en klopt, is dat meestal zo aangepast.

Omdat het leven niet maakbaar is, heb je ook nog de categorie overig of onvoorzien. Elke maand kent wel een kleine tegenslag die betaald moet worden en waar je even vooraf niet aan dacht. Inktcatridges die vervangen moeten worden, een bijdrage voor een evenement op school. Als je zorgt dat je altijd een vast bedrag per maand reserveert om dat soort zaken op te vangen, hoef je niet telkens je spaarrekening te plunderen.

Wat voor mij werkt, hoeft niet natuurlijk voor jou te werken. Ik werk met excel, maar je kunt ook gewoon met pen en papier werken. Of de Geldplanner van de Vrekkenpagina downloaden of deze van Spaarblog. Ik kan ook mijn bestandje naar jou sturen, mail me dan even op aanminofmeer at gmail punt com. Het kan dus op allerlei manieren, maar de basis van elke begroting is wel een duidelijk overzicht van IN en UIT en begint met een duidelijk besef van ‘moeten’ en ‘willen’.

Boodschappenbudget

Onlangs schreef ik dat ik ons boodschappenbudget naar beneden wil brengen. Dat is best een uitdaging want het afgelopen jaar lukte het me vaker niet dan wel om me eraan te houden. Dat dan omlaag willen gooien lijkt een zeer ambitieuze opgave. Misschien iets te ambitieus als ik er nog eens over nadenk.

Na eens een blik op de begroting te hebben geworpen en mijn prijzenlijst te hebben bijgewerkt, heb ik mijn voornemen aangepast. De prijzen van boodschappen zijn enorm gestegen. Laat ik eerst maar eens proberen uit te komen, in plaats van dat ik het omlaag breng. Bovendien kost een puber eerder meer dan minder natuurlijk. Die voeten worden niet voor niets zo groot 😉

De redenen van de budgetoverschrijdingen tot nu toe zijn wel makkelijk op te sporen. Mijn veranderde eetpatroon (paleo) maakt dat ik in het begin onwennig was ten opzichte van te hanteren voorraden die ik moest aanhouden. Ik heb toen ingeslagen alsof ik een hongerwinter verwachtte. Niet slim om 10 kilo kokosmeel in te kopen, weet ik nu. Dus nam ik twee weken geleden 2,5 kilo mee naar de fysiotherapeute die er ook graag mee bakt (en kreeg in ruil heerlijke pit & pitkruiden terug).

Andere redenen zijn dus de eerder genoemde gestegen prijzen, de komst van een vierde kater in dit gezin en wat makkelijker boodschappen doen wegens gebrek aan energie. En ook zeker tegenstrijdig gedrag: via internet in het groot inkopen wegens staffelkorting, aan de andere kant dan bij een bezoek aan de biologische winkel ‘ineens’ van alles nodig blijken te hebben dat niet op mijn lijstje stond en dat nader bezien helemaal niet had hoeven te worden ingeslagen. Nou ben ik al zo lang aan het consuminderen en dan toch nog steeds impulsief zwichten voor onnodige spullen. 

Wat is eigenlijk de huidige Nibudnorm voor uitgaven aan eten? Voor ons gezin van drie personen is dat:

kind 12 jaar
4,13
man
5,3
vrouw
4,85
totaal per dag
14,28
totaal per week
99,96
totaal per maand
433,16
totaal per jaar
5197,92

Zou het mij lukken om met een budget van € 435 te gaan werken? Plus kattenvoer € 60 en zeg non food €20? Dus € 515 in totaal? Ik zou het best willen maar weet ook dat als ik het afgelopen jaar vaker wel dan niet mijn budget van € 550 haalde, ik niet ineens kan verwachten wel € 515 te halen (tenzij er een noodsituatie is, dan stoppen we met dozen rode wijn kopen, worden we vegetariër en krijgen de katten goedkoper voer, dan ben ik er meteen).

Wat kan ik wél doen? Om meer zicht te krijgen wat waar aan wordt uitgegeven splitste ik de afgelopen tijd al het noteren van de boodschappenuitgaven op in de categorieën eten, kattenvoer en non food. Dit om (weer meer) te leren van mijn koopgedrag en eens te kijken of het in de toekomst eventueel wel zou lukken om met een kleiner budget te gaan werken. Eerst maar eens weten wat de pijnpunten zijn. In het verleden noteerde ik bijvoorbeeld ook wat we aan snoep uitgaven maar dat heeft nu weinig zin, aangezien we al jaren een vrijwel suikervrij huishouden zijn. Die zak snoep die hier per ongeluk wel het huis binnenkomt, draait ons de nek niet om.

Ik ging ook weer echt opletten. Dus noteerde ik weer alle prijzen in een prijzenboek, zocht ik uit wat waar het goedkoopste is, bedacht een nieuwe boodschappentactiek (nog maar 1 winkel per week voor de grote boodschappen) en merkte zo dat de uitgaven al vrij makkelijk behoorlijk naar beneden gingen.

Wel merk ik dat ik ben veranderd. Toen ik begon met besparen nu een jaar of 6 geleden was ik meer bereid tot het naadje te gaan. Ik wilde weten waar de grens lag, tot hoever kon ik besparen. Inmiddels heb we al veel consuminderjaren achter de rug en weet ik dat we liever besparen op andere zaken dan boodschappen (zo lang die ruimte er is natuurlijk). Niet dat we met geld smijten maar we kiezen bewust voor biologisch vlees en soms ook andere biologische producten. Aan de andere kant geven we in vergelijking met anderen wellicht weinig uit aan uitstapjes, gadgets of hobby’s. Ik schreef het al vaker: besparen is bij ons geen doel op zich maar een manier om voor ons belangrijke zaken door te laten gaan. En eten is voor mij geloof ik het meest belangrijke dat er is. Zó belangrijk dat vroeger potentiële liefdeskandidaten onmiddellijk van de lijst werden geschrapt als bleek dat ze ongevoelig waren voor a) lekker eten b) katten.

Dus mijn eerste doel wordt uitkomen met het huidige budget. Ondertussen wil ik door de prijzen op te splitsen meer inzicht krijgen in food, non-food en kattenuitgaven. Dan als dat duidelijk is en uitkomen met het budget lukt,  wil ik bepalen wat het nieuwe budget wordt. Maar misschien is een verlaging geen noodzaak als M. ook dit jaar weer wat salaris erbij gaat krijgen.

Heb jij je boodschappenbudget voor volgend jaar aangepast?

    Begroting 2015

    Inmiddels ben ik zo goed als klaar met onze begroting voor volgend jaar. Er staan wat grote dingen op stapel, zoals de keuken renoveren, schilderwerk buiten, leidingen in de tuin vervangen en beugels voor 2 van de 3 leden in dit gezin en dat geld moet ergens vandaan komen. Ik schreef er al eerder over, we kiezen ervoor een tijdje niet af te lossen maar te sparen. Na de verbouwing kunnen we dan weer gaan aflossen.

    Dit jaar lossen we minder af dan we oorspronkelijk van plan waren, volgend jaar is dat waarschijnlijk ook zo. Een keukenrenovatie hakt er nu eenmaal in. Daarna willen we de buffer ook eerst weer op een goed niveau hebben. Ik verwacht wel dit jaar een hogere teruggaaf van de Belastingdienst (we hebben het bedrag van onze HRA sinds april naar beneden laten bijstellen, rekening houdend met een salarisstijging en aflossingen. Dit omdat we over 2013 best veel terug moesten betalen. Nu verwacht ik dat we terug krijgen in plaats van bijbetalen, maar hoeveel dat zal zijn weet ik niet).

    Hoewel ik afgelopen jaren alles op alles heb gezet om in de zomer twee weken weg te kunnen, gaan we dat dit jaar waarschijnlijk niet doen.  Pas als duidelijk is hoe we financieel door de verbouwing zijn gekomen, hoe het zit met de teruggaaf en het zelf bijbetalen aan de beugels, kunnen we besluiten of we wel of niet op vakantie gaan. Dat wordt dus als het financieel allemaal toch meevalt eventueel een last-minute boeking. Vind ik best heftig want dat gaat natuurlijk totaal tegen mijn control freakerige natuur in en de neiging de mooiste plek te zoeken waarvan er maar eentje is, dus die in oktober geboekt had moeten worden. Ook dat is loslaten.

    Fijne sinterklaasavond voor wie het viert!