Wat was, is niet meer. Een nieuwe werkelijkheid.

De laatste tijd zijn er wat mensen in mijn omgeving in inkomen naar beneden gedonderd. Ontslagen, gescheiden, wat pech gehad, het komt allemaal voor. En ook nu valt me weer op dat de grootste stress soms komt van uitgaven die niet maandelijks terugkomen.

Wie ontslagen wordt, gaat er eens even goed voor zitten. De vaste lasten worden bekeken en indien mogelijk naar beneden bijgesteld. Boodschappen worden wat soberder of in andere winkels gedaan en grote uitgaven worden uitgesteld. En dan is er een kind jarig of wordt oma 80 of gaat je beste vriendin trouwen. Je voelt je wat ongemakkelijk want jij kunt niet meer als andere jaren zo makkelijk je portemonnee trekken. Doe dat dus dan ook niet. Maar hoe pak je dat aan? Je kind heeft misschien verwachtingen, en je familie ook

De snelste en makkelijkste manier is je omgeving duidelijk maken dat wat was, niet meer is. Gewoon zo snel mogelijk eerlijk zijn. Wij waren dat ook toen ik een paar jaar geleden mijn baan verloor en het verbaasde me hoe makkelijk iedereen reageerde. Niemand, werkelijk niemand deed moeilijk. En laten we wel zijn, als het gezellig is op een verjaardag heeft echt heus niemand door of jij hebt bezuinigd op de hapjes. Zijn mensen gewend dat iedereen kan blijven eten als er bij jou thuis een verjaardag wordt gevierd? Doe dat nu ook, maar haal nu geen Chinees/patat of dure hapjes in huis. Gewoon een grote pan pasta met bolognese saus of een grote pan soep met wat stokbrood erbij, scheelt hartstikke veel geld. Bak zelf een taart in plaats van duur gebak te kopen. En durf te vragen. Ben jij geen bakwonder? Vraag dan aan je vriendin die dat wel is, om in plaats van een cadeau een lekker taartje te bakken.

Verwachtingen van anderen zijn vaak gebaseerd op eerder gedrag van jou. Verander je gedrag en de verwachtingen worden bijgesteld. Wat was, is niet meer. Nu is het minder. Maar minder is niet erg. Minder is gewoon anders dan voorheen. Daar wen je snel genoeg aan en anderen ook.

Advertenties

Crisis en armoe

Deze week konden we het in de krant lezen: 1 op de 10 kinderen leeft in armoede, dat zijn 384.000 kinderen. 1,2 miljoen mensen ‘heeft het arm’ Het CBS heeft het armoedesignalement gepubliceerd en daar komen deze onthutsende cijfers in voor. Los van het feit dat het schrijnend is dat mensen in armoe moeten leven, is het helemaal schrijnend dat het voor 30 % niet een tijdelijke maar een blijvende situatie is. Bovendien neemt de armoede toe. 1,329 miljoen mensen moest in 2012 rondkomen van een heel laag inkomen.

Een laag inkomen hoeft niet gelijk te staan aan armoede. Wat voor de één armoe is, is voor de ander ruim voldoende. Om toch ergens een grens te trekken is er een officiële inkomensgrens. Een inkomen rond en onder die grens verhoogt de kans op armoede. Een alleenstaande die moet rondkomen van €1040 leeft bijvoorbeeld op de niet-veel-maar-toereikend-grens. Wie een inkomen op dit niveau heeft, kan de basisbehoeften (wonen, voeding) betalen en daarnaast een klein bedrag besteden aan recreatie en sociale deelname.  

Toch kunnen veel mensen uitstekend rondkomen met heel weinig inkomen. Mensen met lasten die in verhouding staan tot hun inkomsten, kunnen goed klappen opvangen. Omdat er ruimte is om wat geld opzij te zetten. Dat geldt voor alle inkomens. Iedereen – of je nu een hoog of laag inkomen hebt – kan beter uitkomen als die balans aanwezig is. Het gaat dus niet eens zozeer om inkomen maar om dat wat er over blijft na aftrek van de lasten. Wat er binnenkomt, zegt niet alles over wat je kunt besteden.

Mensen worden ziek en maken hoge kosten. Tja, daar gaat die balans. Mensen worden ontslagen. Ook al heb je een buffer, na een paar jaar WW dreigt de bijstand. Ook al is je buffer hoog, als jij boven de 50 bent en geen andere baan meer vindt, dan is de bijstand niet genoeg om je lasten te betalen, ook al heb je misschien geen tophypotheek. Mensen gaan scheiden en blijven achter met een hoge schuld. Dan kun je nog zo verantwoord bezig zijn geweest met je financiën, als jij je huis moet verkopen op het moment dat het onder water staat, verzuip je evengoed. Door een opeenstapeling van pech, ontslag en een kapotte wasmachine, kun je zomaar ineens in de schulden zitten. En daaruit komen als je weinig zicht hebt op verbetering van je economische omstandigheden, is moeilijk.

Jammer genoeg verschijnen er prompt in de media verhalen die armoede nuanceren of juist heel erg benadrukken of belachelijk maken. Mensen die uitstekend rondkomen van een inkomen dat op de armoedegrens ligt, wordt bijna aangepraat dat ze arm zijn. Of er wordt net zo lang gezocht tot er weer een sukkel is gevonden die alleen maar opwarmmaaltijden eet en dus niet uitkomt met haar geld. Het zijn altijd de uitersten die worden aangedragen om een beeld te scheppen, jammer genoeg.

Maar armoede is veel genuanceerder. Het is de uitkomst van pech, van factoren van buitenaf die je niet kunt beïnvloeden én van keuzes die je maakt. Pech kunnen we niet voorkomen. Hoewel je misschien heel gezond leeft, is dat geen garantie dat je gezond blijft. Goed je werk doen, is geen garantie meer dat je dit werk houdt. Factoren van buitenaf, zoals een haperende economie, daar kun jij in je eentje ook weinig aan doen. Blijft over de keuzes die je maakt. Hoe leef je? Wat heb jij nodig om rond te komen? Wat is het minimum voor jou, heb je dat wel eens onderzocht? En hoever staat dat af van je huidige leefstijl?

Bijna de helft van werkend Nederland weet niet wat de hoogte van de uitkering is na ontslag. Dat is de eerste 2 maanden 75% van het laatstverdiende loon, daarna is het 70 %. Maar daar geldt wel een maximumbedrag van € 36.000 bruto per jaar voor. 83 % (!!) weet niet hoe lang je maximaal een WW-uitkering kunt krijgen. Dat is maximaal 38 maanden, maar dat is alleen als je voldoende aaneengesloten hebt gewerkt. Op berekenhet kun je uitrekenen wat op jou van toepassing zou zijn. Is de uitkomst voldoende om je vaste lasten te betalen? Maak voor de gein eens een crisisbegroting en kijk wat je zou moeten schrappen.

Als je werkloos wordt door ontslag of ziekte kan dit er enorm inhakken. Toen ik ziek werd, was ik nergens op voorbereid. Niet op ziekzijn, niet op de stress die het inkomensverlies meebracht en niet op de aanpassingen die we moesten doorvoeren in de financiën. Ik heb geleerd dat je zomaar ziek kunt worden en er zomaar er in inkomen op achteruit kunt gaan. Sommige stress had voorkomen kunnen worden, door bijvoorbeeld een crisisbegroting klaar te hebben liggen. Niet alleen ik vind dat, ook het UWV vindt dat. Die start deze maand een voorlichtingscampagne.

Voorbereid zijn zal niet alles uitmaken, maar het maakt wel veel uit als het leven aan je deur klopt. En het is in ieder geval iets wat je zelf in de hand hebt. Goede keuzes maken kunnen niet voorkomen dat je ontslagen wordt of problemen krijgt. Maar ze kunnen misschien wel voorkomen dat in jouw geval bij ontslag het dubbeltje de verkeerde kant opvalt. Goede keuzes maken betekent niet alleen zorgen dat je een balans hebt tussen wat erin komt en wat er uit gaat maar ook dat je weet hoe je de balans houdt als je inkomen wegvalt. Het zal jullie niet verbazen dat ik meerdere crisisbegrotingen heb: één voor als mijn uikering wegvalt, één voor als M. zijn baan verliest.

Anticiperen op de crisis

De tijden veranderen. Ik las onlangs ergens dat bij veel veel banken tegenwoordig vooral één afdeling explosief is gegroeid: daar waar schuldenaren worden begeleid. Steeds meer mensen komen steeds dieper in de problemen en banken worden daar dus ook steeds vaker mee geconfronteerd.

Mijn bank stuurde deze week een mail met de titel: Een restschuld. En dan? De mail bevatte voor mij geen nieuwe informatie. Als je nu je huis verkoopt voor een lager bedrag dan waarvoor je het kocht en je hebt in de tussentijd niets of te weinig afgelost, dan heb je een probleem. Dat kan je ook bedenken zonder dat je een mail van de bank moet lezen. Maar het geeft wel wat aan. Een restschuld zie je vaak van te voren aankomen. Hoe eerder je contact opneemt met je bank of hypotheekverstrekker, hoe beter jij én de bank kunnen anticiperen op wat gaat komen. Veel mensen blijven maar wat aanmodderen en doen niets tot het zover is. Eerder contact opnemen, kan veel ellende schelen. Zo kunnen er misschien al voor de verkoop van het huis andere keuzes gemaakt worden. In je eentje is het moeilijker al die keuzes te overzien. De bank kan je daar bij helpen.

Niet dat de bank een moeder Theresa is, verre van. Banken hebben natuurlijk een groot eigen belang bij verkochte huizen met weinig restschuld. Dat is begrijpelijk. Maar dat betekent wel dat je dat goed voor ogen moet houden als je aan de bel trekt bij je bank omdat je een restschuld verwacht. Jouw belang is niet hetzelfde als het belang van de bank. Ga goed voorbereid een gesprek in, neem iemand mee en teken niets zonder dat je alles van A tot Z thuis 2 keer hebt doorgelezen en besproken hebt met iemand anders.

Niet alleen de banken springen in het gat dat de crisis achterlaat. Het Nibud gaat financiële coaches opleiden die bedrijven helpen werknemers met schulden te steunen. Een werknemer met schulden kost een bedrijf veel geld. Je kunt denken aan verzuim omdat er vaak door de schulden ook veel andere problemen gaan spelen. Maar ook bijvoorbeeld een loonbeslag kost veel tijd en geld. Bovendien heeft een bedrijf niet altijd de kennis in huis om een werknemer met deze problemen te helpen.

Zelf oplossingen bedenken kan natuurlijk ook. Verdiep je goed in je hypotheek, los af waar mogelijk als je huis onder water staat en maak realistische plannen voor de toekomst. Merk je dat dit niet voldoende is, steek dan niet je kop in het zand maar ga praten met de bank en je werkgever om samen naar oplossingen te zoeken.

Geschuif en gepruts

Als ik de krant lees dan groeit met de dag mijn weerzin tegen deze regering. Sinds 2006 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de bijstand. Omdat veel mensen in de bijstand in aanmerking bleken te komen voor een wajonguitkering (want van jongs af aan duurzaam arbeidsongeschikt of gehandicapt), is het aantal Wajongers explosief gestegen.  Dat was voor de personen in kwestie een vooruitgang, want een Wajonkuitkering pakt financieel iets prettiger uit dan de bijstand. Dat vindt de overheid natuurlijk op haar beurt weer niet prettig want die is verantwoordelijk voor de uitbetaling van de Wajonguitkeringen. En omdat er natuurlijk toch weer ergens geld vandaan moet worden gehaald, is het plan gelanceerd om alle Wajongers te herkeuren . Van de 230.000 Wajongers zouden er maar 40.000 echt een Wajonger zijn. De rest mag weer ‘opzouten’ naar de bijstand. (bron: Volkskrant 28 juni jl.)

Alle Wajongers zijn sinds dit bericht ongetwijfeld in een regelrechte kramp geschoten die hun gezondheid nog eens nadelig beïnvloed. Bovendien moet je als Wajonger maar afwachten aan welke kant van de weegschaal je zit. Persoonlijk vind ik dit een misselijkmakend geschuif met mensen en verantwoordelijkheden. Bovendien is het weer eens ouderwets toewerken naar een conclusie die gebaseerd is op een diep gevoelde wens (minder kosten) en een zielige ontkenning van de realiteit. Zo veel Wajongers, daar zitten vast boefjes tussen denken ze in Den Haag. Wajonger klinkt al bijna als kwajongen en het zijn er sowieso teveel. Dus ontkennen we dat het er zoveel kunnen zijn, want dat is niet wenselijk. Wat klopt er niet in deze manier van denken? Gaan we straks ook alle bejaarden aan een keuring onderwerpen, of ze echt wel bejaard zijn? Wat zou dat trouwens kosten, zo’n herkeuringsoperatie?

Mensen worden gepakt, gekort, geraakt in hun bestaan en tegelijkertijd roept Samsom op om meer geld uit te geven. Mensen met een gouden handdruk die na jaren dienstverband worden uitgekotst door hun bedrijf zijn ineens halve criminelen omdat ze voorzichtig met hun geld omgaan. Kan iemand mij uitleggen hoe een lid van de Partij van de Arbeid dit soort uitspraken kan doen zonder een vervelend gevoel te krijgen.

Ga je mond spoelen Samsom en Rutte. Ga je diep, heel diep schamen. Kom eens met een echt plan in plaats van mensen te pakken die kwetsbaar zijn omdat ze of een handicap hebben of uitgepoept zijn door hun werkgever. Draai die bestelling van  JSF terug, luister naar Wientjes en hou eens uitverkoop in je eigen toko in plaats van je rijk te rekenen met ‘kapitaal’ van mensen die niets tot weinig hebben. Ik heb mijn eigen boeken verkocht het afgelopen jaar, jullie hebben vast ook nog wel wat spulletjes staan. Toe maar, dat kunnen jullie wel, heus.

Waar gaat het mis?

In deze tijd kan het zomaar zijn dat je leest dat de zorgverzekeraars 1,4 miljard (!) euro winst maken én dat er massa’s ontslagen in de zorg dreigen. De voorspellingen van DNB zijn enorm negatief: het begrotingstekort loopt volgend jaar op tot 3,9% en om dit op te lossen moet er 8 miljard extra bezuinigd worden (bron: Volkskrant 11 juni jl). Het kabinet roept dat het zo’n vaart niet loopt en wacht de voorspellingen van het CBS af, om die te negeren als het zo uitkomt.  Roept de Rabobank dat de bodem van de huizenmarkt in zicht is, DNB ontkracht dit weer door te voorspellen dat de huizenprijzen nog twee jaar zullen dalen.

Denk je als huizenbezitter met een NHG goed te zitten in geval van een eventuele restschuld, worden de regels eenzijdig verscherpt. Want stel je voor dat té veel mensen het vangnet waar ze ooit voor tekenden gaan claimen. En het eerder gemelde getal van één miljoen huizen die onder water staan, is ook al weer ingehaald door de werkelijkheid: het zijn er inmiddels 1,3 miljoen….Niet vreemd dus dat steeds meer huizenbezitters aankloppen bij schuldhulpverleners. Die zagen de vraag naar hun expertise in het afgelopen jaar maar liefst met 50% doen toenemen (bron: Trouw, 8 juni jl.).

De Nederlandse economie staat er verschrikkelijk slecht voor en daar zijn de zuinige consumenten op dit moment de oorzaak van volgens DNB. Wij gaven met zijn allen dit jaar 2% minder uit dan vorig jaar. Vreemd is dat niet. Mensen die keer op keer getroffen worden door het stapeleffect van bezuiniging op bezuiniging, dreigende werkloosheid en huizen die onder water staan, houden de hand op de knip. Ik noem dat gezond verstand. Waarop de overheid als antwoord waarschijnlijk weer meer bezuinigingen inzet. Alsof dat de consumenten gaat aanzetten tot meer uitgaven.

Terug naar de zorg. Het kan niemand zijn ontgaan dat de zorg anders ingericht gaat worden. Alleen de zwaarste gevallen blijven in de AWBZ onder verantwoordelijkheid van de overheid. Lees: zorg in instellingen. De overige gevallen komen onder de hoede van de gemeenten. Ondanks dat het onder de paraplu van de overheid bepaald niet op rolletjes liep, is nu dan besloten dat de gemeenten het zelf mogen uitzoeken en als het even kan met een veel kleiner budget, er wordt namelijk 3 miljard bezuinigd. Hoe dat kan? Door de kwaliteit te verbeteren.

Wat dit in de praktijk betekent lees ik al hier en daar. Óf mensen krijgen een veel zwaardere zorgindicatie, om ze toch de zorg te bieden die ze nodig hebben, omdat er nu eenmaal niet familieleden op afroep beschikbaar zijn om de billen van tante Kaatje te wassen. Óf mensen worden in de steek gelaten. In plaats van 4 uur huishoudelijke hulp, komen ze ineens nog maar in aanmerking voor de helft van die tijd. Dat betekent concreet dat óf een zorgvraag niet meer correct kan worden beantwoord, wat leidt tot vuile billen van tante Kaatje of dementerende bejaarden die tien keer per dag iemand van de thuiszorg laten uitrukken omdat ze hun huissleutels kwijt zijn. Een andere mogelijkheid is dat de zorgverlener hetzelfde werk nu in 2 uur gaat doen, waar voorheen 4 uur voor stond. Het is toch niet zo dat de zorgverlener en tante Kaatje die tijd lekker vol kletsten. Een zorgbehoefte verdwijnt niet zomaar op basis van financiële prikkels.

Het brein achter de reorganisatie in de zorg is onze staatssecretaris Martin van Rijn. In de Volkskrant van 10 juni jl. wordt deze man nogal bejubeld. Hij heeft verstand van zaken, een geweldig netwerk in de zorg. “Luisteren en achterhalen wat de drijfveren zijn’, worden genoemd als zijn belangrijkste kwaliteitenMaar wat ik ook lees is dat Van Rijn er vol ingaat: ” Als ik hem om half 1 ’s nachts een sms of mail stuur, komt er direct een antwoord terug. (…) Werk is voor hem geen zwarigheid maar een levensvervulling. Hij heeft een tuin maar bekommert er zich niet om, al gaat hij wel met zijn vader naar diens volkstuintje. Een uurtje golf op zaterdag – daar blijft het bij. Een boek is voor vakantie, de enige pauze in het werk.”

Wat een armoe. Te bedenken dat deze man kan opleggen hoe anderen hun werk moeten gaan uitoefenen. Wordt terug mailen in de nacht de norm? Misschien dat het verandert als Van Rijn een burn out krijgt, niet in aanmerking komt voor een afvloeiingsregeling, zijn hypotheek niet meer kan betalen en dan pas voelt hoe het is om kwetsbaar te zijn in deze samenleving.  Workalholics zijn toch bij uitstek de mensen die op een gegeven moment aanspraak gaan maken op zorg. Misschien kunnen al die artsen uit het netwerk van Van Rijn hem eens voorlichten over een gezonde verhouding tussen werk en privé. Als we niet uitkijken wordt té hard werken de norm. Dan weten we zeker dat de zorgkosten de pan uit rijzen.

 

Zuinig leven

Deze week werd ik benaderd door een hele aardige mevrouw van de tv. Ze deed research voor een nog te ontwikkelen programma over zuinig leven. Ze had mijn blog gelezen, of ze met me mocht praten mailde ze. Dat mocht, dus belde ze en vroeg me de hemd van mijn lijf. Waarom zijn we zuinig gaan leven, hoe doen we dat dan, wat is zuinig leven, waar ben ik het meest trots op?

Mijn verhaal over zuinig leven is niet hét verhaal over zuinig leven. Dat probeerde ik haar dan ook duidelijk te maken. De situatie waarin je zit bepaalt hoe zuinig zuinig is. De één doet dat omdat hij in de schuldsanering zit, de ander doet het uit ideële motieven en weer een ander doet het vanwege minder inkomen en lasten die niet ineens zomaar verdwijnen. In die laatste categorie zit ik.

Zuinig is niet hetzelfde als een vrek zijn of vrekkig leven. Zuinig zijn betekent voor mij een besef hebben dat iets op of kapot kan gaan. Dus ga je zorgvuldig om met je voorraad, geld, spullen, je lichaam. Zuinig betekent niet dat ik altijd voor de goedkoopste oplossing ga. Ik betaal liever wat meer dat goed en degelijk is gemaakt en om die reden lang mee kan gaan. Zuinig betekent voor mij dus niet meer in China gemaakte plastic troep kopen. Zuinig betekent voor mij weinig vlees eten, maar wát we eten is biologisch.

Voor mij is de kern van zuinig zijn vooral niet meer ondoordacht of impulsief uitgeven, sparen voor iets wat gewenst is en leren uit te komen met wat er te besteden is. Zuinig zijn levert veel op. Vooral gemoedsrust, omdat ik me niet meer zorgen maak om dingen die kapot kunnen gaan. Ik heb immers een buffer waarmee ik dat opvang.

Het gevolg van zuinig zijn is dat je ook zuiniger wordt met iets anders: met je tijd en met jezelf. Ik geniet intens van wat kan en sta niet te veel stil bij wat niet kan. Ik beschik nu over veel tijd en heb nu door mijn situatie als WIA-uitkeringstrekker noodgedwongen de arbeidsmarkt van een afstand kunnen bekijken. En wat ik zie bevalt me niet. Ik wil niet terug naar de ratrace van hard werken, reorganisaties en voortdurende kans op burn out. Ik wil niet het melodietje van een ander zingen, maar dat van mij en wat bij mij past. Ik ben zuinig op mezelf geworden. Mijn lichaam en geest zijn mijn grootste bezit en dat komt beter tot zijn recht als ik er goed voor zorg. Ik wil straks niet meer in de cirkel stappen van hard werken en daardoor een levensstijl krijgen die duur is (voorgesneden groenten in een pan gooien met een kruidenmix want geen tijd). Ik wil niet langer een duur sportabonnement moeten betalen omdat ik die drie keer in de week sporten nodig heb om de stress uit mijn lijf te krijgen. In plaats daarvan wil ik mijn leven zo organiseren dat ik regelmatig buiten kan zijn, wandelen, of lekker lanterfanten.

Het gevolg van zuinig zijn is dat ik anders tegen luxe, tijd en mezelf ben gaan aankijken. Mijn zuinige leven bevalt goed, er is namelijk meer ruimte voor mezelf in dit leven. Dat ik ziek ben geworden heeft me de kans gegeven om anders te kijken naar zaken die voor mij vanzelfsprekend waren. De crisis in mijn micro-economie was louterend. Dat er tegelijkertijd op een groter niveau ook een crisis gaande is, sterkt me in mijn gevoelens. Niet alleen ik doe er goed aan om soberder te leven, we worden nu met zijn allen gedwongen een stap terug te doen. Is dat erg? Wel voor mensen die tussen het wal en de schip vallen en verzuipen door de vele bezuinigingen. Maar voor veel mensen is het ook een kans om na te denken. Willen we wel zo hard werken dat we continue allerlei lichamelijke vage klachten hebben totdat het ineens té veel wordt. Willen wel wel 24 uur per dag beschikbaar zijn voor de buitenwereld, onze baas. Hoe erg is het als je niet elke 2 jaar een nieuwe mobiele telefoon kan kopen waar internet op zit? Waar heb je dat voor nodig als je tegelijkertijd ook een laptop hebt en daarop ook bereikbaar bent? Wil je wel werken voor spullen waar je eigenlijk heel goed zonder blijkt te kunnen? Wat heb je nu echt nodig in het leven en wat moet je daarvoor laten?

Dat is de essentie van zuinig zijn voor mij: een groeiend besef van wat ik echt nodig heb.Wat betekent het voor jou?

Ontslagen. En nu?

Het kan altijd, zeker in deze tijd. Toch zien veel mensen een ontslag niet aankomen. Onlangs nog hoorde ik het verhaal van mijn oude baas die ontslagen werd net nadat hij een ander huis had gekocht, terwijl zijn oude huis nog niet was verkocht. Voor deze man kwam zijn ontslag als een verrassing. Toch waren er al signalen die hij blijkbaar niet zag. Bijvoorbeeld dat hij op een dag te horen kreeg dat hij voortaan niet meer directeur was, maar manager. Of dat om hem heen andere mensen er ook continue uit vlogen.

En zo zijn er meer mensen die een ontslag niet zien aankomen en totaal niet voorbereid zijn. Wat nu als jij gewend bent laarzen te kopen van € 200,- omdat je daar zin in hebt en sparen een vies woord is? Je verdient zo veel, dat een eventuele roodstand zo weer is opgelost. Tot nu toe dan. Een buffer heb je niet, wel een creditcard. Voor inmiddels doorgewinterde consuminderaars is dit misschien moeilijk voor te stellen, maar dit komt echt voor. Ik heb het afgelopen jaar meerdere malen in mijn omgeving meegemaakt dat mensen met een heel goed salaris werden ontslagen, zonder iets van een reserve te hebben en een bestedingspatroon dat geen rekening houdt met pech.

Het kan gebeuren dat ook jij volledig door je ontslag overvallen wordt. Wat doe je dan? Natuurlijk ga je meteen op zoek naar ander werk, maar ondertussen moet je zien rond te komen met 70 % van je oude inkomen. In sommige gevallen zelfs minder omdat een WW-uitkering uitgaat van een maximumdagloon, dat is momenteel € 194,85 bruto per dag. Je uitkering kan dus nooit hoger zijn dan 70 % van dit maximum dagloon.

10 tips voor mensen die ontslagen zijn, geen buffer hebben en geen flauw idee hebben waar te beginnen.

1) Maak een overzicht van je nieuwe situatie
En dan heb ik het over een gewone optelsom van wat er binnenkomt en uitgaat. Inkomsten zijn dan je uitkering, de kinderbijslag, eventuele renteaftrek of huursubsidie, alimentatie, zorgtoeslag, etc. Uitgaven verdeel je onder in vaste lasten, reserveringsuitgaven en variabele uitgaven. Vaste lasten is alles wat regelmatig terugkomt en waar je niet onder uit komt. Denk aan huur of hypotheek, gas/water/licht, gemeentebelastingen maar ook verzekeringen.
Reserveringsuitgaven zijn uitgaven voor kleding en persoonlijke verzorging, vakantie, onderhoud van je huis en/of auto maar ook periodieke uitgaven. Dit zijn uitgaven die niet maandelijks terugkomen maar bijvoorbeeld per kwartaal of eens per jaar.
Tot slot heb je de huishoudelijke uitgaven. Al die uitgaven die je in en om het dagelijkse leven maakt om je te voeden, te wassen, jezelf te verzorgen. Maar ook zakgeld of de werkster kunnen hier onder vallen.

Wat is het tekort waarmee je geconfronteerd wordt?  Niet, stop met lezen, je hebt dit artikel helemaal niet nodig. Zo ja, ga naar punt 2.

2) Leg je nieuwe overzicht naast je oude uitgavenpatroon
Misschien werkte je al met een begroting. De kans is groot dat je dan geen hulp nodig hebt. Deed je dit niet, pak dan de afschriften van het afgelopen jaar erbij. Je hebt al een overzicht gemaakt van al je lasten, dus daar hoef je nu niets mee te doen. Noteer nu eens de rest. De rest is alles wat valt onder overig/onvoorzien/impulsuitgaven. Dus al die geldopnames waarvan je niet goed weet waarom je ze deed, alle boeken/laarzen/tassen die je in een impuls kocht, gewoon opschrijven. En ook al je etentjes, uitjes en al die andere uitgaven waarvan je nu al niet meer weet welk nut ze hadden.

3) Noteer de aandachtspunten
Je weet als het goed is nu meteen wat je pijnpunten zijn. Het kan heel goed zijn dat besparen voor jou betekent dat je alleen maar moet stoppen met impulsuitgaven. Misschien kom jij namelijk op papier prima uit en moet je jezelf leren om niet meer ondoordacht of impulsief geld uit te geven. Dit zal voor heel veel mensen gelden, maar misschien is het voor jou niet zo eenvoudig en moet je echt gaan schrappen.

Je hebt al opgeschreven wat opviel. Maar misschien heb je geen flauw idee of jij veel te veel uitgeeft aan een bepaalde post. Vul dan eens het persoonlijk budgetadvies van het Nibud in. Hier zie je wat bij jouw inkomen minimale en maximale bedragen zijn die je uit kunt geven. Geef jij bijvoorbeeld normaal € 200 per maand uit aan kleding, dan zie je misschien nu dat bij jouw nieuwe inkomen een heel ander kledingbudget past.

4) Maak keuzes
Als je van de ene op de andere dag minder inkomen hebt, kies dan voor besparingen die meteen effect hebben. Natuurlijk kun je op zoek gaan naar een andere energieaanbieder, nog maar 2 minuten per dag onder de douche staan of al je verzekeringen naar goedkopere varianten omzetten. Toch hebben dit soort besparingen vaak pas effect op de langere termijn. Richt je daarom voor nu vooral op de reserveringsuitgaven en de huishoudelijke uitgaven.

Pak je eerder gemaakte overzicht er weer bij. Afhankelijk van de nood, ga je die uitgaven markeren waar je eventueel op kunt besparen. Bijvoorbeeld: vakantie, uitjes, abonnementen, kleding, roken, boodschappen, boeken/CD’s, verjaardagen, voeding, hobby, sport, de werkster

Nu kun je kiezen uit 3 dingen:

  • over de gehele linie ga je iets zuiniger aan doen. Dus je maakt haalbare budgetten voor al deze uitgaven en je houdt je daar aan. 
  • je maakt een prioriteitenlijst. Zo zet je op nummer 1 waar je absoluut niet op wilt besparen en onderaan wat je minder belangrijk vindt. Je gaat bijvoorbeeld besparen op de nummers 6 tot en met 11. En besparen is echt besparen in de zin van niet meer doen. Dus je zegt de werkster op, stopt met roken en in plaats van je dure sportschoolabonnement ga je elke dag een uur wandelen…maar als juist die dingen bij jou op 1 staan, dan stop je met iets anders….
  • je doet de auto weg. Voor veel mensen zal gelden dat het tekort in de begroting in één klap hiermee is opgelost. Natuurlijk is dit afhankelijk van je situatie, maar toch.

5) Maak met de gemaakte keuzes een nieuwe begroting.
Puzzel en reken tot je uitkomt. Zorg er wel voor dat er ruimte is om te sparen voor onvoorziene gebeurtenissen. En dan heb ik het niet over een onverwachte vakantie, maar over een wasmachine die kapot gaat. Ideaal is als je 10 % van je inkomen opzij kunt zetten om te sparen.

6) Houd vanaf nu je uitgaven bij
Nu je begroting op papier klopt, ga je alle uitgaven bijhouden in dezelfde categorieën als van je begroting. Aan het eind van de maand kijk je of je vooraf gemaakte begroting erg afwijkt van wat je uitgaf. Je ziet nu meteen wat je aandachtspunten zijn. Dat hoeft niet te betekenen dat je te veel over de schreef bent gegaan. Het kan ook zijn dat je begroting niet voldoende realistisch is. Misschien is je boodschappenbudget wel te laag. Dan zal je dat moeten verhogen en ergens anders op moeten bezuinigen.

7) Wees eerlijk en duidelijk over je situatie
Zorg er voor dat iedereen in je omgeving weet van je veranderde situatie. Wees duidelijk en vertel dat je niet meer altijd mee uit eten kunt gaan en dat je ook niet meer € 100,- aan een vrijgezellenavond van een kennis kunt besteden. Stel in plaats daarvan andere uitjes voor. Niet alles hoeft geld te kosten. Met een vriendin een lekkere wandeling maken is ook fijn. Krijg je vervelende opmerkingen of ontmoet je veel onbegrip? Jammer voor die ander, het probleem ligt niet bij jou! Een vriendschap die alleen maar leuk is als er dingen worden gedaan die geld kosten, heeft niet jouw eerste prioriteit nu.


8) Leer anders te denken en sta open voor nieuwe dingen
Je leven houdt niet op met minder inkomen, het is alleen anders. Het zal je verbazen hoeveel er nog kan, als je creatief bent. Ook met minder inkomen, kun je mooie kleding kopen. Doe aan ruilmiddagen, loop bij de kringloop naar binnen of zoek op marktplaats. Denk na voor je iets vervangt en leer te vragen. Misschien was je gewend iets meteen te vervangen als het kapot ging. Probeer hier anders mee om te gaan. Kun je het maken? Zo niet jij, iemand anders dan? Heb je het eigenlijk wel nodig? En moet dat altijd nieuw zijn? Misschien ligt het wel bij je buren op zolder. Als jij mensen regelmatig spullen aanbiedt die jezelf niet meer gebruikt of nodig hebt, gaan anderen dat ook bij jou doen.

9) Ga voor lange termijn acties
Dit zijn de meer tijdrovende uitzoekklussen, maar hiermee ga je veel geld besparen! Nu je de meest in het oog springende problemen hebt opgelost, is het tijd voor langere termijn acties. Dit is natuurlijk afhankelijk van je situatie. Misschien heb je al weer een andere baan gevonden, dat kan.  Maar misschien is je salaris minder dan voorheen en ben je blij dat je überhaupt een baan hebt. Of besef je dat je op jouw leeftijd misschien geen baan meer vindt.

  • Duik in je verzekeringen, je energieverbruik, je pensioen, je hypotheek, je woekerpolis.
  • Zoek uit welke langer lopende financiële verplichtingen je hebt en noteer per welke datum je deze kunt opzeggen. Ga uitzoeken wat het eerst vervalt en zoek daar een goedkopere optie voor (of misschien zeg je het wel op).
  • Neem geen enkele uitgave nog voor lief. Veel uitgaven zijn gebaseerd op gewoonten. Als jij gewend was om een paar keer per jaar op vakantie te gaan, dan heb je waarschijnlijk een doorlopende reisverzekering. Maar misschien kun jij in de nieuwe situatie ‘maar’ een keer per jaar op vakantie of helemaal niet. Schrappen dan, die doorlopende reisverzekering! 
     

10) Houd je zelf gemotiveerd
Verandering kost tijd. Besparen gaat met vallen en opstaan. Zorg dat je jezelf beloont als het goed gaat, gun jezelf af en toe iets kleins, zo houd je de moed erin. Geef jezelf zakgeld, al is het maar een klein bedrag per week en beloon jezelf af en toe met iets waar je blij van wordt, een boek, ergens wat drinken, een bos bloemen…Zoek mensen op die in hetzelfde schuitje zitten, lees consuminderblogs en bespaarboeken. Probeer het als een spel te zien waarbij veel valt te winnen.

Hopelijk kom ook jij erachter dat leven met een kleiner budget dan voorheen heel goed mogelijk blijkt te zijn. Voor veel mensen blijkt het verrassend positief uit te pakken om bewuster geld uit te geven aan die zaken die ze belangrijk vinden. De dingen die moeten worden opgegeven, worden vaak niet eens gemist omdat ze toch al onderaan de prioriteitenlijst stonden.

Aanvulling met praktische tips nav binnengekomen reacties:

  • een uitkering bedraagt 2 maanden 75 % van het laatst verdiende loon en daarna 70 %. Maar let op er geldt een grens van een maximaal dagloon van € 195. Verdien je meer dan dat, dan ontvang je maximaal 70% van € 195, bij een werkweek van 40 uur is dat iets meer dan € 2700 bruto per 4 weken (uwv keert ww per 4 weken uit). Je ontvangt dus 13 keer per jaar een salaris. Bij de berekening van wat je overhoudt moet je ook rekening houden met vakantiegeld dat van de bruto uitkering wordt afgetrokken (-8%).
  • Verdiende je minder dan het maximum dagloon, ga dan uit van 70% van je laatst verdiende salaris.
  • Let ook op de Belastingaangifte. Wie werkt krijgt arbeidskorting. Wie WW ontvangt niet. In het jaar na je ontslag kan dit voor een vervelende naheffing van de Belastingdienst zorgen. Geef dus zodra je weet wat je uitkering wordt, door aan de Belastingdienst wat je nieuwe inkomen is, zodat je voorlopige teruggave direct wordt aangepast. Hier vind je meer informatie.
  • De lengte van een WW uitkering varieert van 3 maanden tot 38 maanden en is afhankelijk van je arbeidsverleden. Je moet dan wel in de 36 weken voordat je werkloos werd minimaal 26 weken aaneengesloten hebben gewerkt.
  • Als ondernemer kom je niet in aanmerking voor een WW uitkering, tenzij je je daar vrijwillig voor hebt verzekerd, zie hier voor meer informatie. Tegenwoordig zijn er initiatieven van ondernemers om elkaar te steunen bij arbeidsongeschiktheid in de vorm van broodfondsen

Heb jij nog aanvullende tips voor mensen zonder buffer, die ineens hun baan kwijt zijn en zuiniger moeten gaan leven?

Onder water staan maar niet verzuipen

Als ik door ons buurtje fiets, dan zie ik hier en daar borden met ‘Te Koop’ in tuinen staan en op ramen geplakt. Wat me opvalt, is dat er meer wordt verkocht de laatste tijd. En dat is niet alleen wat ik denk te zien, maar ook echt wat er is gebeurd in het laatste kwartaal van 2012 volgens de NVM.

Vorig jaar zijn er 115.000 woningen verkocht, en een aanzienlijk deel daarvan werd in de laatste drie maanden van het jaar verkocht. Niet vreemd natuurlijk, de invoering van de nieuwe hypotheekregels in 2013 heeft waarschijnlijk veel potentiële kopers over de streep gehaald om snel nog ‘even’ een huis te kopen. Vooral voor starters zal het straks moeilijker worden om een huis te kopen. Mensen kunnen niet meer zomaar aflossingsvrije hypotheken afsluiten en hebben straks de verplichting binnen 30 jaar af te lossen. Hypotheken waarbij je aflost, zoals een annuïteitenhypotheek of een lineaire hypotheek hebben hogere maandlasten.

Maar niet alleen starters krijgen het moeilijk. Bestaande huizenbezitters kunnen ook in de problemen komen. Naar schatting ca. 800.000 huizen staan onder water. Dat betekent dat je huis inmiddels minder waard is dan de prijs waarvoor je het kocht en de lening die je afsloot. Is dat erg? Wel als je niets aflost. Dan heb je na 30 jaar een probleem. Of eerder, als je door echtscheiding of verlies van inkomen gedwongen bent om te verkopen.

In onze straat staan nu twee huizen te koop. Eén huis is net verkocht, binnen 6 maanden. Dat valt mee, vind ik. Natuurlijk was ik benieuwd naar de verkoopprijs, want ook ons huis staat onder water. Wij kochten ons huis eind 2007, vlak voordat de crisis losbarstte. Jaar na jaar lees ik in de krant dat de waarde van mijn huis fors is gedaald. Toen ik de bewoonster van het net verkochte huis op straat tegen kwam, vroeg ik haar dan ook meteen voor welke prijs ze haar huis had verkocht. Haar huis is identiek aan ons huis, het staat in een blok van gelijke huizen. De verkoopprijs viel me mee. Ons huis staat weliswaar onder water, maar we zijn niet aan het verzuipen. Als we door vette pech ons huis zouden moeten verkopen, dan lukt het ook wel om de restschuld af te lossen met de buffer. Dan schrapen we wel alles bij elkaar, inclusief het studiegeld van S., maar toch. Ik had erger verwacht.

Nu maar hopen dat dit niet gebeurt en dat we hier nog jaren kunnen blijven wonen!

Staat jouw huis onder water? Doe je daar iets aan?

Gastblog Gerhard Hormann


Een half jaar geleden schreef ik een recensie van het boek Hypotheekvrij van Gerhard Hormann. Dat dit boek een enorm succes is kan bijna niemand ontgaan zijn. Als je de tv aanzet, dan zie je regelmatig Hormann in zijn inmiddels beroemde trui voorbijkomen in diverse programma’s waarin aandacht is voor het aflossen van de hypotheek. Van luis in de pels die iets heel eigenaardigs deed (namelijk aflossen), is hij inmiddels een voortrekker geworden. Toen Gerhard een half jaar geleden een gastblog voor Spaarcentje schreef, introduceerde ik hem als ‘Chef Aflossen’. Dat die benaming kloppend is, blijkt wel uit het feit dat van zijn boek inmiddels 10.000 exemplaren zijn verkocht.

Aflossen is in. Maar aflossen is ook vooral voor heel veel mensen bittere noodzaak. Niet iedereen ziet dat of wil dat zien.  Daarom, ‘ter leering ende vermaeck’ opnieuw een gastblog van Hormann:
~
Ik schrijf nooit meer zo’n boek

Eindelijk weet ik hoe het is om als artiest op je 20ste een wereldhit te scoren en dat succes daarna nooit meer te evenaren. Toen ik ruim een jaar geleden begon aan mijn boek Hypotheekvrij! moest ik me nog tegenover alles en iedereen verdedigen voor het feit dat ik – tegen alle adviezen in – versneld mijn hypotheek aan het aflossen was. Als je me toen had verteld dat ik op 13 december 2012 in de krant zou lezen dat “extra aflossen huis de nieuwe trend is” (en dat ik op dezelfde dag te gast zou zijn in het RTL4-programma Koffietijd), dan zou ik je waarschijnlijk voor gek hebben verklaard.

Boeken hebben tegenwoordig ongeveer dezelfde omloopsnelheid als maandbladen. Wanneer een nieuwe titel niet meteen wordt opgepikt, verdwijnt hij na zes weken uit de winkel en ligt hij een halfjaar later in de uitverkoopbakken. Bij mijn boek Hypotheekvrij! gebeurde precies het omgekeerde: hoe langer hij uit was, hoe meer aandacht ik kreeg. Ik word nog net niet elke dag gebeld door weer een andere journalist (of door zomaar iemand die een vraag heeft over zijn hypotheek), maar nu ben ik opeens in tien dagen tijd drie keer op televisie te zien. In de media gaat het de hele tijd over de huizenmarkt en ook banken zelf hebben het opeens over “aflossen”.

Het sentiment verandert snel en eerlijk gezegd beangstigt me dat een beetje. Het lijkt net alsof alle economische en maatschappelijk ontwikkelingen die ik in mijn boek noem in een soort stroomversnelling terecht zijn gekomen. Natuurlijk heb ik in het verleden zelf regelmatig geschreven dat de huizenmarkt op instorten stond en andere mensen geïnterviewd die dat eveneens dachten (zoals Eric Mecking en Elmer Hogervorst), maar als het dan écht gebeurt is dat toch even schrikken. Bijna alsof je als fan van de Rolling Stones ineens achter Mick Jagger in de rij staat van de plaatselijke McDonald’s .

Inmiddels ben ik bezig aan een vervolg op Hypotheekvrij! (dat over aflossen zal gaan en méér) en daarvoor probeer ik een beeld te vormen van de situatie waarin ons land verkeert als er vanaf nu nog eens 25% van de gemiddelde huizenprijs afgaat. Gaan we dan terug tot het welvaartsniveau van midden jaren negentig? Of komt ook die “verarming” in een soort stroomversnelling en maken we straks mee hoe een kwart eeuw welvaartsgroei in een paar jaar tijd compleet verdampt?

Eén ding weet ik zeker: ik schrijf nooit meer zo’n boek. Hypotheekvrij! wordt met de dag actueler en dat kan ik hierna nooit meer evenaren. Al heeft het natuurlijk ook iets van een self fulfilling prophecy. Want hoeveel mensen zijn versneld gaan aflossen nadat ze mijn boek hebben gelezen? Als alle 10.000 kopers inmiddels 10.000 euro spaargeld naar hun bank hebben overgemaakt, praat je al over een duizelingwekkende 100 miljoen en daarmee zou dan meteen de stijging zijn verklaard van het aantal extra aflossingen waarover ING deze week berichtte.

Zou het zo werken? Ik weet wel dat ik, vlak voordat mijn boek uitkwam, een pdf van Hypotheekvrij! naar De Volkskrant stuurde. In mijn boek voorspel ik zonder enige terughoudendheid dat het eerstvolgende kabinet de hypotheekrenteaftrek voor bestaande gevallen zou gaan beperken. En wat las ik een paar dagen later in dezelfde krant? Precies: een verhaal over wat er zou gebeuren als de HRA zou worden afgeschaft voor bestaande gevallen. En kort nadat ik een exemplaar boek had gestuurd naar een verslaggeefster van het AD, deed diezelfde journaliste een interview met directeur Joanne Kellermann van DNB dat voor een belangrijk deel over “aflossen” ging.

Als het inderdaad zo werkt, dan ben ik dik tevreden want het ging mij bij het schrijven van Hypotheekvrij! vooral om bewustwording. Mensen moeten niet alleen heel anders gaan denken over hun hypotheekschuld, maar ook over de definitie van welvaart. Uiteindelijk zullen we met z’n allen zelfs heel anders moeten gaan leven, tenzij je denkt dat de huidige crisis zomaar een korte, vervelende onderbreking is van eeuwige groei. Al zie ik het nog niet zo snel gebeuren dat mijn naam ooit net zo spreekwoordelijk wordt als die van Sonja Bakker. Want “gerhardhormannen”is misschien goed voor je portemonnee, het klinkt tegelijk alsof de Duitsers opnieuw met veel geweld ons land zijn binnengetrokken.

Is armoe minder erg als je het al langer gewend bent??

Gisteren publiceerde Marieke Henselmans haar reactie op het boek van Sascha Meyer: ‘De nieuwe arme, blijven lachen in tijden van nood‘. Deze dame was voor mij een tijdje geleden ook aanleiding van een stukje. Zij verwoordt namelijk een verontwaardiging over terugval in inkomen die mij raakt. En blijkbaar meer mensen. In een klein twittergesprekje met Marieke kwam van mijn kant uit het woord verwend voor en van Marieke’s kant uit de opmerking dat ‘ze (Sascha Meyer) ook zegt over mensen die langdurig op een minimum zitten: ‘dat is anders, die zijn het gewend’.

Met andere woorden: armoe is blijkbaar minder erg als je er al aan gewend bent. Deze opvatting raakt me enorm, keer op keer en ik kom dit momenteel vaak tegen, op straat, in de krant, op blogs. Als je al langere tijd weinig geld tot je beschikking hebt, dan weet je blijkbaar niet beter en is het minder erg. Maar als je altijd hard hebt gewerkt, dan is het oneerlijk dat je moet inleveren. Want je bent iets anders gewend.

Natuurlijk wil ik mensen hun geld niet ontzeggen. Zeker geen hardwerkende mensen. Maar ook niet mensen die niet hard werken omdat ze ziek zijn of ontslagen zijn. Wanneer dringt het eens door dat het leven net een dubbeltje op zijn kant is? Hard werken is geen garantie voor succes. Succes is niet altijd het gevolg van je eigen verdienste. Hard werken betekent niet dat de zoveelste reorganisatie aan jou voorbij zal gaan. En hard werken betekent zeker niet dat je niet ziek gaat worden. Want hoe harder je werkt, hoe groter de stress, hoe vatbaarder je wordt voor enge vervelende aandoeningen die niet opstappen als je dat vriendelijk vraagt.

Van de collega’s waarmee ik werkte voordat ik ziek werd, zijn er hooguit nog twee over. De rest is wegbezuinigd. Vaak op een manier waar je buikpijn van krijgt. Goed opgeleide mensen die tot hun stomme verbazing boventallig werden verklaard. Of ze weer aan het werk komen is meestal geen kwestie van opleiding of netwerk, maar van leeftijd. Boven de 45? Dan heb je toevallig net even verschrikkelijk pech, ook al verwachten we tegenwoordig wel dat je tot je 67e inzetbaar bent. Alleen niemand die nog van je diensten gebruik wenst te maken.

De kloof wordt steeds groter. De kloof tussen mensen met de wind mee en mensen met de wind tegen. Maar wind is grillig mensen! Denk toch niet dat je het recht en geluk aan je zijde hebt, alleen om het stomme toeval dat jij je baan nog hebt.

De Volkskrant kopte vandaag op pagina 7: ‘Een botsing van opvattingen over de eigen verdienste van succes.’ Een interessant artikel dat precies over deze kloof gaat. Namelijk de tegenstelling tussen het (nu even sterk gechargeerde ) liberale idee van ‘succes is mijn verdienste en dus is het oneerlijk dat ook ik moet inleveren’ en het sociaaldemocratische idee dat ‘ook aan de onderkant van de samenleving mensen hard hun best doen er iets van te maken maar dat succes niet altijd alleen het gevolg is van talent maar vooral ook van kansen en toeval‘.

Wie iets kwijt raakt maakt verschillende stadia van rouw door: ongeloof en ontkenning, wanhoop, woede en tot slot acceptatie, loslaten en verder gaan. Wat we nu zien gebeuren in de samenleving lijkt op deze stadia. We raken allemaal iets kwijt, namelijk het geloof in de maakbaarheid van de samenleving, en moeten om zien te gaan met een nieuwe werkelijkheid die velen als oneerlijk ervaren.

Aan die stadia van rouw moet ik denken als ik de scherpe gesprekken hoor, zie en lees over nivellering en bezuinigingen.  Is armoe minder erg als je het al langer gewend bent? Welnee. Niet minder erg.  Mensen die geraakt worden door een terugval in inkomen zijn ooit iets kwijtgeraakt: hoop, een goede gezondheid, een baan, een opleiding die aansluit bij de arbeidsmarkt, goede kansen…

Laat ik het op mezelf betrekken, al wil ik mezelf niet arm noemen. Wel kun je zeggen dat ik – als uitkeringstrekker – heb geleerd om te gaan met andere verwachtingen over hoe mijn leven zich ontwikkelt. Na het ongeloof, de woede en de wanhoop, kwam de acceptatie en maakte ik er het beste van. En is dat erg? Is mijn leven nu mislukt? Wel als ik mijn eigenwaarde afmeet aan maatschappelijk of economisch succes. Maar wat is dat? Uiteindelijk zou ik het enorm triest vinden als er op mijn grafsteen zou komen te staan: ‘Hier ligt Min of Meer, een succes tot haar laatste snik, overleefde alle reorganisaties en ging niet terug in inkomen‘. Daar gaat het toch niet om! Zie de crisis – hoe klote ook (en nu niet allemaal gaan mailen dat ik een niet netjes woord gebruik) als een nieuw begin. Kijk niet achterom. Als jij altijd zo hard werkt en succesvol bent, zet dan die eigenschappen in om je met succes en creativiteit door de bezuinigingen te slaan.

Armoe is niet minder erg als je dit al langer gewend bent. Je zit alleen in een ander stadium van acceptatie.

Weet jij in welk stadium jij zit?