Kat in de mand

Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.

Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.

Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.

Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.

Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.

Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.

Laat die brokken maar doorkomen!

 

Veilig

Het is avond.
Ik lig in bed.
Ineens hoor ik een plof.
Een kat op het bed.
Hij springt over mij heen.
Ik voel een neus.

En dan een kopstoot.
En nog een.
Dat is Gerrie.
Die geeft geen kusjes,
maar kopstoten.
Vol liefde
maar wel zo hard
dat ik regelmatig
mijn tandvlees
uit mijn slotjesbeugel peuter.

De kopstoot betekent
“Aai mij, nu!”
Afgericht als ik ben,
aai ik Gerrie.
Hij leunt zwaar
tegen mijn buik aan.
Ik voel de stress
uit zijn lijf glijden.
Langzaam,
heel langzaam,
zakt hij door zijn poten.
Hij biedt zelfs
zijn buik aan.

Even,
heel even,
is alles goed
voor deze kat.
Hij voelt zich
veilig.

Dat duurt meestal
maar heel even.
De buitenwereld
dringt zich altijd
weer op.

Een geluid,
een kuchje van mij,
een andere kat
die op bed springt,
al snel is het teveel.

Maar toch
is er progressie.
Hij vlucht
en binnen
5 minuten
staat hij weer
om aandacht
te vragen.
“Aai mij, nu!”

Het leven
van Gerrie
bestaat uit
heel veel minuutjes
van schrik en herstel,
van vluchten en knuffelen.
Van observeren
en conclusies trekken.
En die conclusies
vallen steeds vaker
in ons voordeel uit.

 

Steeds minder zwerfkat en steeds meer Gerrie

De eerste foto van Gerrie, mei 2013

Nog niet zo lang geleden
was Gerrie een zwerfkat.
Dat hij nu een geliefd vachtje is,
weet hij soms wel en soms niet.
Het verleden laat zich niet
zomaar uitgummen.

De reflexen van vluchten,
niet kunnen vertrouwen
en wegduiken voor klappen
zitten nog pal
onder het oppervlak.
Hij lijkt heel wat
maar zeg je één keer “boeh!”
dan verandert onze Gerrie
in een hoopje ellende.

Dus hebben we met hem
een inmiddels vertrouwde cyclus
van genieten,
schrikken,
hard weg rennen
ALLES IS ENG!!
dagen in sluipgang
door huis en tuin lopen
en zich vaak verstoppen,
naar “o ja, maar jij bent niet eng!
Nou vooruit, ik geef je een kopje.
weet je wat, ik ga voor je liggen rollen
en ach, dan kruip ik ook
gelijk maar bij je in bed”.

Gerrie is vaak erg ongelukkig.
Bang en schrikkerig.
En zijn ‘normale’ staat
is gematigd en voorzichtig
in het leven staan.
Zijn verleden vormde hem
tot wat hij nu is:
een voorzichtige angstige kat
met weinig zelfvertrouwen.
Hoe hij echt is,
zagen we nog nauwelijks.

Het duurde even
voordat deze kat begreep
dat  niet iedereen
‘he-jij-daar-vieze-zwerver-ksst-ga-weg”
tegen hem zegt.

Net zoals het even duurde
tot de klitten en teken
uit zijn vacht verdwenen
en de wondjes heelden.

Langzaam aan
valt bij hem het kwartje
dat hij Gerrie is
en dat hij mag zijn
wie hij is.

In de ochtend heeft hij
een ren- en speeluurtje.
Doet lekker gek en maf,
rent trappen op en af,
speelt verstoppertje
en kiekeboe
met de andere katten.

En met knuffelen,
vergeet hij soms
zichzelf en zijn angsten
en laat zich gaan.
Soms zelfs bij een ander mens
dan de kattenvrouw.

En héél soms zijn er momenten
dat hij zich echt veilig voelt.
alles is goed zoals het is.
Die momenten
komen steeds vaker voor.
En dat ontroert,
steeds weer.

Dit is Gerrie.
Gerrie miauwt en kletst,
knuffelt en geniet.
Slaapt en rolt en spint.
Geeft kopstoten, likjes,
achtervolgt me overal
en poept op de bak,
elke avond precies
om kwart voor 7.
Alle dagen.
Een kat van
de klok en regelmaat
en niet meer van de straat.

Gerrie heeft een muis

Het is nacht.
Nou ja, bijna dag.
5 uur in de ochtend.
Ik wil nog slapen.
Gerrie denkt daar anders over.
Prrt prrt doet hij.
En kruipt naast me.
Hij is heel beweeglijk.
Kan niet stil liggen.
En gaat weer weg,
al geluidjes makend.
We horen hem scharrelen.
Hij speelt met iets.
Gerrie heeft een muis!
Ik doe het licht aan.
Jawel, daar ligt een muis.
Gerrie wijst ernaar met zijn poot.
Knappe Gerrie.
Een muis!
Dat is voor het eerst.
Hij is heel trots.
Dat merken we wel.
Al is er wat twijfel
of Gerrie de muis zelf ving.
Dat hij hem nu heeft
is geen overtuigend bewijs.
Behaalde resultaten 
uit het verleden
zijn bij hem meestal
wél een goede voorspelling 
voor de toekomst.
Maakt niet uit.
Gerrie is het mannetje.
Voelt zich heel wat.
Voelt zich zó veel
dat de heerlijke kattenmand
die Moos geconfisceerd heeft,
die dag van Gerrie is.
De hele dag.
Sorry muis! 

Gerrie, van buiten naar binnen

Gerrie woont nu precies 1 jaar bij ons binnen als huiskat. Nog even zien hoe het was?

Twee jaar geleden:
mei 2013 1e blik op Gerrie
Hij is te schuw om iets mee aan te vangen
niet gewend aan menselijk contact
maar blijft wel in de buurt
en wordt gevoerd door buren verderop
Ruim een jaar later:
juni 2014 – zwerft nog steeds in de buurt
en zit ineens steeds vaker bij ons in de tuin
zomer 2014 – wordt wat nieuwsgieriger naar ons,
dat hij af en toe wat lekkers krijgt, helpt natuurlijk ook mee
 augustus 2014: 
start wederzijdse grondige verkenningen.
Hij krijgt eten van ons 
en ik probeer hem te socialiseren 
en te aaien,
in het begin doe ik dat 
door met een afwasborstel
voorzichtig over zijn rug aaien.
Ik zit maanden lang
onder de krassen,
meneer heeft scherpe nagels.
Maar de aanhouder wint!
Gluren door het keukenraam
September 2014: voorwerk afgerond, Gerrie ligt in de avond
in de keuken, zo lang de deur maar openblijft. 
Steeds verder in huis
en boven op bed

of in een eigen mandje!
Steeds meer ontspanning
rondhangen met de andere katten
Steeds gelukkiger worden…

en uiteindelijk: 
totale overgave
(van 2 kanten)


De kat in de mand

Gerrie laten wennen aan de mand gaat heel goed tot nu toe. Ik heb niet eerder met de katten iets zó gericht aangepakt omdat ik ervan uitging dat een kat toch zijn eigen goddelijke gang gaat. Nu leer ik echter dat je ook een kat kunt conditioneren. Als ik tegenwoordig de kattensticks pak, rent Gerrie al naar de mand. Hij neemt een hap buiten boord en gaat er dan in staan en neemt daar het lekkers in ontvangst. Na het uitdelen blijft hij tegenwoordig in de mand liggen. Soms 5 minuten, soms een half uur. De mand is nu duidelijk een fijne plek.

Ik ga ergens deze week over tot de volgende stap: het deurtje aan de mand bevestigen. Verder doe ik niets anders en het deurtje blijft gewoon openstaan. Ik wil dat hij went aan de aanwezigheid van het deurtje zonder dat er nog iets mee gebeurt.

Dit zo aanpakken is niet alleen goed voor Gerrie, ook voor mij. Met zijn vol vertrouwen in de mand stappen, leer ik dat ik veel kan bereiken met mijn zwervers. Ik hobbel niet achter hun trauma’s en kuren aan, ik kan ze gericht iets leren.

Mijn ‘cunning plan’ om een niet te weerstane slaapplek voor Dibbes te maken, vlak naast de vaste plek van Gerrie pakt ook positief uit. Er is minder spanning tussen de heren. Laatst lag Gerrie bij ons op bed en Dibbes ging pal naast hem liggen. Eens in de zoveel tijd moesten ze elkaar even bekijken maar er werd ook veel met oogjes geknepen, voor een kat een signaal dat hij afgeeft om te vertellen dat hij geen kwaad in de zin heeft.

Zo rommelen we lekker door, de katten en ik….

Kat in de mand

Het plan was om Gerrie deze maand te laten castreren. Of dat ook echt deze maand nog gaat lukken, vraag ik me af. We zijn wel flink bezig met de voorbereidingen. Gepokt en gemazeld als ik inmiddels ben met getraumatiseerde katten, ga ik er niet meer van uit dat ik op dag A en uur U de kat zomaar in de mand weet te stoppen. Dat deden we met Dibbes wel, gezien het feit dat hij echt doodziek was maar daar was wel een aanzienlijke hoeveelheid drugs voor nodig, voor kat en toekomstig baasje. Het had tot gevolg dat we hem nu echt de mand niet meer in krijgen. Met Gerrie moeten we dat dus anders aanpakken. Met beleid en geduld. Ik ben nooit de reactie van Vlasje vergeten die schreef dat ze heeft gewacht tot de kater die bij haar was aankomen lopen, zelf in de mand stapte, vol vertrouwen. Zo wil ik het ook graag!

Heel langzaam laat ik Gerrie aan de mand wennen. We hebben een plastic mand die bestaat uit twee delen, de bovenkant kan van de onderkant af. Eerst heb ik alleen de onderkant in de huiskamer neergezet, met een kleedje erin waarop Gerrie veel heeft gelegen de afgelopen maanden.

De mand werd vakkundig genegeerd. Ook als ik er lekkere snoepjes in verstopte. Die werden gevonden door Moos en Smoes die geen mand-trauma hebben en er erg van genoten. De snoepjes geven terwijl ik op de grond zit vóór de mand bleek een beter idee te zijn. Dus dat deed ik een paar weken, snoepjes uitdelen op de grond voor de mand.

Inmiddels heb ik de bovenkant op de mand gezet en deel ik nog steeds snoepjes uit. Eerst legde ik een snoepje op de rand en een enkele keer een snoepje helemaal in de mand. Tegenwoordig leg ik de eerste paar snoepjes buiten de mand, één voor één en de rest één voor één in de mand. Zo verleggen we heel langzaam de grenzen van wat Gerrie bereid is te doen. Laatst kroop hij uiteindelijk gewoon maar helemaal in de mand, om daar de snoepjes in ontvangst te nemen. Ook toen ik al klaar was bleef hij in de buurt van de mand en stapte er nog een paar keer in, want ‘je weet maar nooit’. In een paar weken tijd heeft de mand dus promotie gemaakt van ‘enge te negeren plek’ naar ‘daar waar lekkers wordt uitgedeeld’. De volgende stap zal zijn het deurtje in de mand te zetten en open te laten staan. Maar dat doe ik pas als ik merk dat hij er langer in blijft liggen.

De stappen die je kunt nemen om je kat te laten wennen aan de mand, kun je ook hier vinden. Inmiddels heb ik wel door dat een kat zijn eigen tijd neemt om aan iets te wennen en dat je met veel tijd, geduld en herhaling een eind kan komen.  Dus lukt het deze maand niet en volgende maand wel, ook prima. Al zou het wel fijn zijn als het voor half maart lukt omdat onze dierenarts van 15 februari tot 15 maart flink korting geeft op castraties van katten….

Als Gerrie succesvol is afgeleverd bij de dierenarts en gecastreerd, gaan we over op het volgende plan: Dibbes aan die mand laten wennen. Dat is een klus met nog meer uitdaging maar ook dat gaat vast lukken. Zodat we Dibbes wel gewoon kunnen laten enten en onderzoeken. Sommige mensen vragen zich af of jaarlijkse entingen nodig zijn. Ik vind van wel, ik ben bijna een kat verloren omdat ik ooit meende van niet. Kattenziekte is een heel snel verspreidend virus met vaak dodelijk resultaat. Dat risico wil ik niet meer nemen. Bovendien vind ik een jaarlijkse controle een goed idee. Zeker bij ex-zwervers met een immuunsysteem dat niet optimaal werkt.

Iedereen maakt voor zichzelf een keuze die past bij de situatie, de kat en de ervaring. Ik houd het betaalbaar door elke maand wat geld opzij te zetten voor entingen, vlooien- en wormenbestrijding en dierenartskosten. Echt grote pech – zoals de darmoperatie van € 500 van kat Smoes drie jaar geleden – betalen we van de buffer.

Krijg jij je kat makkelijk mee naar de dierenarts?

De kat in de mand

Al 20 jaar deel ik mijn huis met katten. De meesten kwamen aanlopen, twee kwamen er uit het asiel, eentje werd gescoord in de supermarkt alwaar ze in de jaszak hing van een man, die maar al te graag afstand van haar deed. Die katten die mijn leven verrijken zijn heel divers, van karakter en van uiterlijk. Toch hebben alle katten iets gemeen met elkaar: ze gaan nooit daar liggen waar ze mogen liggen maar daar waar ze liever niet gewenst zijn. Hoe minder de plek voor hen is bedoeld, hoe aantrekkelijker deze wordt gevonden.

Dus trof ik de afgelopen jaren katten aan in bed, in de kast, op het tafelkleed, in een mosselpan, in een rugzak waarmee ik binnen enkele uren op vakantie zou gaan, in weekendtassen, in wasmanden, in truien, op stapels vuil beddengoed, op stapels schoon beddengoed, op de keurig opgevouwen tent, achter de schotten op zolder, in de kruipruimte onder de kelderkast, in schoenenbakken, in doosjes die net uitgepakt zijn, op het aanrecht, in de voorraadkast, in een bak met legoblokjes, in de LP-kast, in de fototas, in mijn breimand of net op de plek waar ik wil neerploffen….maar nooit, echt nooit in het schattige kattenmandje dat ik speciaal voor alle katten neerzette, stuk voor stuk, gewoon om het elke keer weer te proberen. Nooit had ik een kat die braaf ging liggen op de daartoe bestemde plek.

Behalve ons laatste aanwinst Gerrie. Dolgelukkig met zijn eigen mand.

Fijn weekend allemaal!

Zaterdag, natuurlijk huishouden en Gerrie

Kind was gisteren uit logeren en wij keken samen naar een eerder opgenomen film van Tarantino,
Inglourious Basterds, een best vreemde film over de Tweede Wereldoorlog die bij vlagen walgelijk bloederig is maar dat wordt net in evenwicht gehouden door de absurde dialogen en verhaalwendingen. Daarna sliepen we lekker uit, floepte ik snel mijn schoenen aan om de buurkatten te eten te geven (mijn taak voor drie weken) en kroop ik daarna weer in bed om te ontbijten. Dat doen we trouwens altijd in het weekend, ontbijt in bed, met kranten, boeken, katten en wie en wat er verder nog meer in de buurt is.

Daarna vertrokken de mannen (S. was intussen thuis gekomen om vergeten voetbalkousen op te halen) richting voetbalwedstrijd en had ik het rijk alleen. Tijdens een ernstige aanval van schoonmaakwoede (zal wel door het weer komen of zo) stofzoog en sopte ik de zolder en bovenverdieping. Alles ruikt weer engeltjesfris.

Over engeltjesfris gesproken, op mijn stukje laatst over E.cover kreeg ik nog een leuke reactie van de biologische toko, waar ik dit normaal gesproken kocht. Volgens deze webshop is het zeker niet zo dat E.cover eerder niet goed was, maar ze zetten vraagtekens bij de grondstoffen die sinds kort door E.cover in hun schoonmaakmiddelen worden gestopt. Nu is het volgens de normen die zij stellen niet meer groen genoeg (even kort door de bocht uitgelegd). Ze stuurden nog een link mee naar de volledige motivatie van hun leverancier die zij hierin volgen. Best netjes toch dat ze de moeite nemen om even te reageren op mijn stukje?

Afijn, voor mij verandert er niets. Ik ga het voortaan wel zelf maken. Ik heb nog stapels Marseillezeep liggen en daarvan maakte ik met wat lavendelolie en water een heerlijke allesreiniger en is nu alles blinkend schoon. Diverse lezers namen deze week de moeite mij te mailen om te vertellen dat Green Evelien ook diverse schoonmaaktips heeft, waarvoor dank. Zelf ben ik niet dol op haar site en dat komt zeker niet door Evelien maar door het feit dat mijn laptop telkens stilvalt als ik op haar site zit. Dan klik ik ergens op en dan loopt alles weer muurvast voor zeker 30 seconden. En hoewel ik verder niet zo veel te doen heb in mijn leven, vind ik dat toch best irritant. Om die reden gaat mijn voorkeur uit naar de site van Aromatherapie waar ik gisteren op stuitte, waar veel tips over natuurlijk huishouden gegeven worden.

Ook dan moet je wel op blijven letten waar je wat koopt. Het veel geprezen zuiveringszout kun je bijvoorbeeld bij een drogist kopen, maar dan betaal je zo € 3,50 voor 125 gram. Dat maakte me niet uit omdat ik er eigenlijk toch niets meedeed (ik kocht het ooit om te bakken maar ik gebruik liever wijnsteenzuur bakpoeder) maar als je het gaat gebruiken om schoon te maken is die prijs niet oké. Want dan wordt een kopje zuiveringszout in de plee gooien met wat azijn niet alleen een bruisende bedoening maar ook een buikpijn veroorzakende toestand. Even zoeken op internet levert op dat het ook te koop is bij bijvoorbeeld pit en pit waar de prijs dramatisch daalt als je er meer van inkoopt. Dus koop je 4 x 2,5 kilo, dan betaal je nog maar € 2,40 per kilo. Maar goed, eerst maar eens 2,5 kilo bestellen want ik heb geen flauw idee hoe lang ik daarmee ga doen. En dat bestel ik pas als ik weer van mezelf mag bestellen.

Wat nou dan? Ik heb mezelf een bestelverbod opgelegd. Eerst de koelkast en de vriezer leeg eten en ook qua andere dingen eerst het maar eens doen met wat er nog in huis te vinden is. En dat is best veel, zo blijkt. Dus schreef ik alles op wat we aan eetbare dingen in huis hebben en maakte ik een weekmenu voor drie weken vooruit waar ik het aangetroffene in verwerkte. Zou ik dan deze maand wel uitkomen met ons budget?

Gerrie is nog wel verliefd op me (sorry, maar we krijgen nu ineens een vrij abrupte overgang naar kattenpraat) maar ik viel deze week wel een beetje van mijn voetstuk af. Ik vond het tijd voor vlooienbestrijding. Dus diende ik hem een pipetje met antivlooienmeuk toe. Op zich ging dat goed maar daarna kwam de klap. Zijn geur klopte niet meer. Hij rook en snuffelde en was danig ontstemd. Zo erg dat hij wegdook als we hem wilden aaien en even (zeker een hele nacht) niet benaderbaar was.

Maar dat was de volgende dag weer over en alle gemiste knuffels werden ingehaald. Hij zat vanmorgen naast me op de stoelleuning kopjes te geven terwijl ik hem aaide en begon zo erg tegen me aan te leunen dat hij op schoot viel. En dat lag eigenlijk ook wel lekker, na de eerste schrik. Zo zetten we nog steeds elke dag grote stappen.

Nu ga ik maar eens lunchen want dat kwam er nog niet van. Voor de rest van de dag heb ik mezelf een poetsverbod opgelegd want voor iemand die de hele week plat lag wegens totaal gebrek aan energie heb ik me volslagen debiel en onverantwoord gedragen vandaag. Dus hooguit nog een lekker taartje bakken of zo (die 5 kilo kokosmeel moet toch ook eens op) dan hebben we wat lekkers straks bij de thee als de mannen weer thuis zijn.

Fijn weekend allemaal!

Gerrie

 De afgelopen week werd steeds meer duidelijk dat Gerrie gewoon mee hobbelt met de andere katten en zo zijn plek en ritme vindt. Is het tijd om te dutten boven? Hij rent er achteraan en gaat er tussen liggen. Als na een paar uur slaap de boel buiten moet worden gerekt en gestrekt, doet hij ook mee. Soms is er een aanvaring, vooral Dibbes kan nog wel eens jaloers reageren, maar dat blijft erg beperkt. Smoes vindt Gerrie wel lief en oké, gaat ook vaak vlak bij hem liggen – al ging het wel weer wat ver toen Gerrie laatst op hem ging liggen. En Moos, ja ach Moos, die gaat zijn eigen goddelijke gang en zo lang Gerrie hem niet stoort bij de voor Moos belangrijke zaken, zoals eten en met rust gelaten worden, is er niet veel aan de hand.

Dibbes en Gerrie kunnen erg onhebbelijk zijn naar elkaar toe. Ik kan alle katten aaien maar als ik Dibbes aai, komt Gerrie er aan stormen. ‘Hier ben ik hoor, hier, je moet mij hebben, niet hem!‘ En andersom ook. Dibbes is duidelijk nog niet helemaal zeker van zijn plek en heeft last van verlatingsangst en Gerrie is nog zó druk bezig om zich een plek te veroveren, dat hij daar gebruik van maakt. Toch is het niet echt storend. Er wordt hoogstens één keer per dag even een poot geheven maar verder niet. Vreemd genoeg lijkt Dibbes bang voor Gerrie in de keuken – hij schrikt vaak als hij hem daar tegenkomt alsof ie elk moment een mep kan krijgen – maar daarbuiten is Dibbes het mannetje.  Mijn tafel zie je wel, wie ligt hier?, juist Dibbes!, D I B B E S, nog een keer herhalen dan maar voor Gerrie: hier ligt Dibbes – en niet Gerrie’. Ik hoor het hem denken.

Nu Gerrie steeds meer ontspant, kan ik hem ook socialer maken. Om hem te verzorgen moet ik hem kunnen vastpakken en optillen. Ik werk ernaar toe dat ik hem bijvoorbeeld een vlooienpipetje kan toedienen of een teek kan weghalen. Bij Dibbes was de overgave in een klap vorig jaar en bij Gerrie moet ik het opbouwen. Dus ben ik begonnen met hem te corrigeren als hij uit de verkeerde bak eet. Ik til hem op en zet hem voor de juiste bak. Dat gaat goed. Hij laat zich optillen en weer neerzetten zonder dat er met nagels een reactie volgt. Ik kan hem nu altijd aanhalen als ik wil, wel blijft het oppassen. Als er een onverwachte beweging in de buurt is, kan hij nog steeds heftig schrikken. Elke verandering is eng. Ligt hij op bed en doe ik het licht aan? Eng! Zelfde situatie en licht uitdoen? Ook eng. Dan springt hij van bed af en loopt weg. Meestal komt hij er dan na een paar minuten achter dat het misschien toch niet zo eng was en kruipt hij weer terug.

Nu hij een paar weken binnen leeft, wordt zijn vacht steeds zachter. De eerste keren dat ik hem aaide voelde hij vettig aan. Hij zag er redelijk verzorgd uit – ik zag hem ook voordat hij hier woonde zich regelmatig poetsen – maar de vacht was harder. Nu voelt zijn vacht heel zacht en het wit wordt steeds witter. Niet alleen de buitenkant wordt zachter, ook de binnenkant. Hij straalt heel veel tevredenheid uit, diepe zuchten stijgen er soms op, pootjes worden gestrekt, soms gaat hij liggen rollen op het kleed of het bed, helemaal verliefd.  Die komt er wel, nu nog even leren dat hij ons moet delen.