Dierenarts

Nou daar gingen we, naar de dierenarts voor de jaarlijkse enting van Gerrie en Moos. Of wacht, daar ging nog wat aan vooraf.

Om Gerrie in de mand te krijgen moet je goed beslagen ten ijs komen. Deze ex-zwerfkat kwam vier jaar geleden in ons leven en was geen menselijke aanraking gewend. Ik heb hem de eerste periode met een afwasborstel heel zacht over zijn rug geaaid als hij kwam eten. De eerste paar keer vond hij dat doodeng maar de honger was groter dan de angst. Heel langzaam wende hij zo aan aanraking en menselijk contact en leerde hij ons vertrouwen. Alleen dat laagje vertrouwen is heel dun en er hoeft maar iets te gebeuren en er blijft pure angst over.

De eerste paar jaar was het vreemd genoeg nog wel mogelijk om hem – toen hij eenmaal wat gewend was – op te tillen om bijvoorbeeld een pilletje te geven. Maar blijkbaar is hij dat gaan associëren met vervelende dingen, dus dat lukt niet meer. Het vreemde is dat hij wel heel aanhalig is. Ligt in bed tegen mij aan, vraagt aandacht op het opdringerige af, geeft kopjes en kusjes en zit soms minuten lang neus aan neus met mij. Maar dat is allemaal op zijn initiatief. Benader ik hem, dan blijft hij schrikkerig.

Toch zullen we wel een keer per jaar met hem naar de dierenarts moeten gaan, voor een enting en controle. Met zijn verleden van slecht en onregelmatig eten is het denk ik goed om hem regelmatig te laten onderzoeken. Ook omdat hij een hartruis heeft, iets wat helemaal niet erg hoeft te zijn maar wat wel goed is om te monitoren.

Leuk is anders. Elk jaar levert het bezoek aan de dierenarts veel stress op, bij hem en bij mij. Want ik ben de boeman die hem in de mand propt. Dit jaar dacht ik toen de oproep van de dierenarts kwam, slim te zijn. Ik ging eerst oefenen met optillen, besloot ik. Het optillen belonen met lekkers. En van daaruit zouden we gaan oefenen met de mand.

Dat probeerde ik al eerder en dat was toen een grote faal, en nu helaas weer. Met Dibbes lukt dit wel (ook een ex-zwerfkat) maar Gerrie wil het niet, doet het niet, verdomt het. Hij werkt een paar keer mee en dan rent hij keihard weg. Dus besloot ik dan maar weer over te gaan op alprazolam, een kalmeringsmiddel. Is hij eenmaal wat rustiger dan krijg ik hem wel in de mand.

Alprazolam krijg hij ook altijd op oudejaarsavond. De eerste pil diende ik afgelopen keer toe toen hij lag te slapen. Dat was dus een groot verrassingseffect. Heel vals van mij maar wel effectief. Bij de tweede pil later op die dag ontdekte ik dat hij het prima vindt om een stukje jonge kaas met daarin een pil verstopt, te eten. Vorig jaar lukte het op die manier met wat gerookte zalm.

Dus stapte ik afgelopen vrijdag vol zelfvertrouwen op Gerrie af met een stukje kaas met pil. Hij pakte het gretig aan, harkte het naar binnen met zijn tong en werkte het met dezelfde snelheid weer naar buiten. Dát moest hij niet! Dan maar op goed geluk. Gewoon eten gegeven en hem snel opgetild. Binnen een seconde was Gerrie aan de andere kant van het huis, droop er bij mij bloed uit diverse wonden en was mijn hartslag 130.

Afijn, eerst maar eens kalmeren. De man verzorgde mijn hand, dat was een lelijke jaap, en ik probeerde me te ontfermen over mijn hysterische brein. Ik had nog twee uur en een kwartier voordat we bij de dierenarts moesten zijn en zo’n pil heeft twee uur nodig om te gaan werken. Zonder pil, geen mand en geen dierenarts.

Ik had nog wat easypill. Dat is een kneedbare pasta die smaakt naar kattenbrokjes waar je een pil in kunt verstoppen. In het verleden was dit één keer een daverend succes maar werd het de volgende keer vol walging uitgespuugd.

Nu ben ik niet voor een gat te vangen, dus verstopte ik de pil in de pasta, vermaalde in de vijzel wat van zijn lievelingsbrokjes (Oral Care van Royal Canin) en rolde het stukje pasta er doorheen. Nu was het nét een normaal brokje en ook precies het formaat van zijn favoriete brokjes. Meneer zat me op de trap vol argwaan te bekijken, maar kon zijn favoriete brokjes niet weerstaan toen ik er vier aanbood, waarvan er dus eentje een wolf in schaapskleren was. Het werd gretig naar binnen gewerkt.

Nu gingen we over op fase twee van Operatie-Gerrie-in-de-mand: lekker op bed liggen en wachten tot de pil ging werken. Meestal komt hij bij me liggen als ik op bed lig en dat was nu ook het geval. Alleen bleef hij akelig alert tot het moment dat de man naar boven kwam met de mand. We hadden alles doorgesproken. Ik zou Gerrie pakken en met mijn rug naar de deuropening toe gaan staan zodat hij niet zou zien dat M. met de mand binnen kwam. Nou zag Gerrie dat sowieso niet, toen puntje bij paaltje kwam werd het een potje vrij worstelen waar kat en mens met een diepe wond in de ziel weer uit kwamen. Maar goed, hij zat in de mand. En zit hij daar eenmaal in, dán is hij zo mak als een lammetje, verstijfd van angst.

Op naar de dierenarts waar alles goed ging met Gerrie. Mooi op gewicht, gebit was goed en ‘hoppa, doei, tot volgend jaar‘. Met de dierenarts besproken welke dosis kalmeringsmiddel misschien meer effectief is voor een volgende keer. En mentaal een notitie aangemaakt dat ik een volgende keer kaas, gerookte zalm, leverworst én easypill paraat moet hebben alsmede een extra voorraad pleisters. Voor het geval dat.

Moos was ook mee. Die was niet goed op gewicht, beet de man in zijn hand toen hij zijn enting kreeg en heeft zowel op de heenreis en terugreis continu gejammerd. Maar dát is een heel ander verhaal.

Advertenties

Voorbereiding bezoek dierenarts

Hoi!
Gerrie hier.
Ik maak weer zó veel mee!
Ik ga naar school.
Een paar keer per dag.

De vrouw gaat aan tafel zitten.
En roept me.
Ja, doei!
Ik kom niet zomaar!
Eerst 5 minuten lokgeluidjes laten maken.
En dán spring ik op tafel.
Of niet.
Ik vertrouw het voor geen meter.

Maar omdat ik een watje ben
en heel veel van haar hou
en dól ben op kusjes 
en aaitjes
en lieve woordjes
in mijn oren,
spring ik tóch op tafel.

En dan,
als ik helemaal
week en zacht ben,
tilt ze me op.
Dát is niet de bedoeling!
Ga weg, eng mens!

Blijkbaar doe ik het goed.
Ze zegt dat ik
haar lekkere Gerrieknoedel ben,
haar slimme schetepoeperd,
haar harige knuffelbal.
Dát hoor ik graag.
En ik krijg lekkers!
Telkens als ik me laat optillen
en niet tegenstribbel
krijg ik een hapje.

Dus laat ik me nu
goed slap hangen
als ze me optilt.
Ik vind het inmiddels
ook iets minder eng.

Ze zei laatst dat ik door mocht
naar de volgende groep!
Optillen en lopen.
Nou dát is weer spannend.
Maar ook dat lukt goed.

Waarom het moet?
Ik weet het niet.
Ik wil het niet weten.
Zeker niet waarom
die mand daar staat.
Want dáár ga ik niet in.
Echt niet!

Doei!


Gerrie en de vlooien

Mijn aankondiging van een paar dagen geleden dat ik het blog of in ieder geval sommige artikelen achter een wachtwoord ga zetten, heeft tot een stortvloed aan mails geleid. Iets wat ik niet echt had voorzien. De meest gestelde vraag was of ik alsjeblieft niet de kattenstukjes achter slot en grendel wilde gaan zetten.

Dat ga ik inderdaad niet doen. Sterker nog, hier komt er één, vangen!

De dag nadat we van vakantie terugkwamen vertelde de googlekalender mij dat onze Gerrie een vlooienpil moest. Ik gebruik weliswaar nog steeds een papieren agenda, maar dit soort dingen, vlooien- en wormenbestrijding en zo, zet ik graag in de agenda op mijn telefoon. Ik krijg op de dag zelf een reminder en zo weet ik vanzelf welke kat de bofkont van de dag is. Ik doe ze nooit allemaal tegelijk, want als ik er twee heb gedaan krijg ik de andere twee niet meer te pakken. Dus doe ik een kat per keer en is de volgende een dag of twee dagen later aan de beurt.

Nu is dat toedienen bij Gerrie niet heel makkelijk. Hij kent drie standjes:
1) bang, ik vertrouw jou niet,dit is het einde van alle fijne dingen
2) ik zit op de trap en gluur naar potentieel enge dingen
3) extreem aanhankelijk en knuffelig, ik ben nu Chef Kopstoot

Toen hij hier net woonde gaf ik hem een paar keer een vlooienpipet. Dát was geen succes. Geen enkele kat vind dat fijn maar meestal herstellen ze zich daar snel van. Het is vooral verontwaardiging dat dit ze nu wéér overkomt, die ongepaste smerige geur op hun rug.

Maar Gerrie herstelde er niet van als ik het deed. Hij bleef tot wel twee dagen erna angstig en geagiteerd, durfde ook niet meer naar binnen te komen. Na het toedienen gaat hij een soort van buikschuiven. Alsof het spul op zijn rug eraf valt als hij gaat tijgeren, echt te zielig.

Dus stapte ik na een tip van een bloglezer over op Comfortispillen. Dat zijn pillen ter grootte van een aspirientje dat zeer effectief is. Alleen de pil moet dus wel in de bek worden gepropt. Omdat de pil zo groot is, moet hij bovendien in vieren worden gesneden. Je propt er dus niet een pil in maar vier keer een kwart pil.

Dat lukte redelijk. Gerrie was in het begin zo schuw en bang dat als ik hem eenmaal vast had, hij compleet verstijfde en zich als een mak lammetje liet ‘mishandelen’. Want zo voelt het wel als je een kat iets tegen zijn zin in zijn bek moet proppen.

Nu ben ik echt een ervaren pillengever. Ik ken inmiddels alle trucjes die je kunt toepassen. Maar Gerrie is een geval apart. Hij laat zich – waarschijnlijk omdat hij gewoon wat sterker is inmiddels en meer zelfvertrouwen heeft – niet meer zomaar oppakken en een pil in zijn bek stoppem. Hij heeft een tactiek dat hij met alle vier poten de lucht in springt als je hem probeert te pakken, zo glibberig als zeep. Heb je hem eenmaal tóch vast dan lukt vast blijven houden bijna niet. Laat staan dat je dan een gevierendeelde pil in zijn bek krijgt. Een wormenpil lukt over het algemeen wel, die is veel kleiner.

De laatste paar keer was het al een drama om hem de Comfortis toe te dienen en ik vroeg daarom nu deze keer aan de man hulp. Het eindigde met opengekraste armen, gekwetste zielen, een kat die van de stress overmatig ging kwijlen en waarbij er ook iets in zijn bek was beschadigd, ik denk door het scherpe randje van die kloterige gevierendeelde pil. In ieder geval het bloed kwam er uit. Om het geheel compleet te maken had hij tot vier dagen na toediening een soort zenuwtic met zijn bek en kop, ik denk van de stress. En vond ik delen van de pil later op de grond.

Nou, mens en dier hebben hadden hier een groot trauma te verwerken. 

Dit wil ik niet meer maar ik wil natuurlijk ook geen kat met vlooien en hij laat zich niet kammen. Dus bedacht ik dat ik hem bij zijn jaarlijkse dierenartscontrole en enting, meteen een vlooieninjectie wil laten geven. Dat werkt een half jaar en bespaart me het maandelijkse worstelen met vier stukken pil.  Ik stop hem eerlijk gezegd liever twee keer per jaar in een mand en ga met hem naar tante dierenarts dan dat ik maandelijks die pil in zijn bek moet proppen. 

Maar hem optillen is ook een ‘ding’. Dus oefen ik nu met optillen. Tijdens onze knuffelsessies pak ik hem af en toe op en zet hem dan meteen weer neer. Zodat de weerstand wat minder wordt. De reismand staat al weer klaar en hij krijgt lekker hapjes in de buurt van die mand.

Een echte kat-in-de-mand-training wordt het niet. Dat heb ik wel geprobeerd vorig jaar maar is met hem – in tegenstelling tot Dibbes – geen succes. Hij stapt niet uiteindelijk zelf de mand in, hoeveel lekkere brokjes ik er ook in leg. Het valt hem gewoon niet aan te leren.  Ook niet als ik de bovenkant van de reismand eraf haal, zodat het wennen in etappes gaat. Dibbes had ik na 5 maanden zover dat hij in de mand zet met deksel dicht en dat ik de mand al kon optillen. Gerrie zat toen na 5 maanden nog steeds op een meter afstand naar het lekkers in de mand te kijken. Lekkers vóór de mand wordt wel gepakt, maar lekkers in de mand is ‘de vijand’.

Ik weet uit ervaring dat als ik hem eenmaal in de mand heb, hij wel rustig blijft. Dus ligt de nadruk nu vooral op hem op kunnen pakken.

Je kunt de kat wel uit het trauma halen – zoals het leven op straat bij Gerrie heeft veroorzaakt –  maar je haalt het trauma helaas nooit meer uit de kat. Honden kunnen volgens mij makkelijker een verleden achter zich laten. Bij Gerrie is toch wel het hoogst haalbare dat hij tevreden is en zich veilig voelt en geen vlooien heeft. En dat is goed zo.

Sociaal vaardig

Onze Gerrie is een beetje een kneusje. De combinatie van een ingetogen karakter met jarenlange slechte ervaringen maken hem wat kwetsbaar. Hij had een slechte start in het leven en zwierf jaren op straat. Omdat zijn angsten groter waren dan zijn vertrouwen, lukte het hem niet om kansen die hij kreeg, te grijpen. Onze buren van een paar huizen verderop wilden hem heel graag adopteren, maar het lukte niet om een band met hem op te bouwen. Hij sloop in de nacht het huis in via het kattenluik en sliep daar op de bank, dat zagen ze aan de witte haren die achterbleven. Hij at het aangeboden voer maar verder ging het niet. Laat staan dat hij zich liet verzorgen.

Bij ons lukte het wel. Om een paar redenen denk ik.

  • Wij zijn heel rustig en krijgen niet vaak bezoek. Er zijn weinig harde geluiden in dit huis. We bewegen ons langzaam met bange katten in de buurt. Het voelt denk ik daarom wat sneller veilig.
  • Onze katten Moos en Smoes zijn heel sociaal en stellen zich behoorlijk relaxt op ten aanzien van kwetsbare kneusjes. Ze behandelen deze zoals veel oudere katten kittens behandelen: het is klein, dom en irritant maar vooruit, ook onwetend, dus laat maar gaan. Zo veel mogelijk negeren en als het echt niet anders kan mag hij achter me aan lopen. Af en toe een corrigerende tik doet wonderen.’
  • Ex-zwerfkat Dibbes is ook door ons geadopteerd. Hoewel ze op straat elkaars concurrenten waren wat voedsel betreft, trokken ze toch tegen wil en dank regelmatig met elkaar op. Ze waren allebei verzwakt en extreem angstig. Ik denk dat Gerrie het feit dat Dibbes hier woonde, interpreteerde als een goed teken. Zo van ‘als hij het durft, durf ik het ook!

Toch gaf het best veel voeten in de aarde om Gerrie te socialiseren. Dibbes was bang en getraumatiseerd maar wel menselijke aanraking gewend, gezien zijn reacties. En Dibbes heeft een heel uitbundig karakter. Gerrie niet. Kende geen aanrakingen, was getraumatiseerd en snapte niets van de sociale interactie tussen mens en dier. En is heel introvert.

 Het was in het begin ook zeker moeilijk om hem te ‘lezen’. Ik kan wel goed een kat aflezen door zijn lichaamstaal maar Gerrie beschikte helemaal niet over verschillende tekens. Hij snapte er niets van en wist niet dat je als kat verschillende signalen kunt uitzenden om te waarschuwen dat iets te veel is, eng is of juist prettig. Voor hem dus geen gezwiep met de staart als het eng of te veel werd. Gewoon meteen grijpen dat mens! Na een paar maanden werd dat iets beter. En kon ik heel langzaam het contact en aanrakingen uitbreiden.

Ook signalen als knipogen geven, begreep hij niet. Katten zenden naar elkaar en mensen signalen dat alles oké is door te knipogen. ‘Alles goed hier, ik doe geen kwaad’, betekent datIn plaats daarvan bleef hij mij of de katten aanstaren, minutenlang, zonder te knipperen. Wat juist dreiging en agressie betekent. Iets wat hij niet bewust durfde uit te zenden want daar is hij echt te schijterig voor.  Maar na weken als een idioot met mijn ogen te knipogen, kreeg ik ineens een knipoog terug. Zag ik het goed, ben ik in de war? Krijg nou wat, daar komt weer een knipoog!

Zo heel langzaam, leert hij nu meer signalen kennen en durft hij ook meer interactie aan te gaan. Hij speelt met een propje, of met mijn vingers. Een speelhengel is nog te eng. Hij rent soms achter de andere katten aan en daagt ze soms uit. Al gaat het allemaal nog wat onhandig. Hij is vaak te abrupt in zijn benadering en vooral Moos kan zich dodelijk beledigd voelen of in zijn privacy aangetast. Maar vooruit, dat is ook wel een ‘Moosdingetje’.

Miauwen, nog zo iets. Deed hij niet. Nu zo vaak mogelijk. Gillen!En dan ook echt zo hard dat je denkt ‘ho maar weer, iets minder mag ook‘. Rollen, buik aanbieden, spinnen. Het komt nu allemaal op gang bij hem.

Het bij elkaar liggen op bed gaat ook steeds makkelijker maar ook daar doet hij soms onhandig. Eergisteren lagen er drie katten op bed en hij sprong er tussen. Heel behoedzaam schoof hij langs Dibbes en Moos want een mogelijke dreiging komt van die twee. Althans, zo voelt hij dat. Smoes is blijkbaar veilig en hoeft niet zo in de gaten gehouden te worden. Dus Gerrie draait en draait en parkeert in op een mooie plek. Houdt Dibbes en Moos zo in de gaten dat hij helemaal geen oog heeft voor Smoes. Hij gaat boven op Smoes liggen en het laatste wat ik zie zijn de paniekogen van Smoes. Wat ie nou doet, zie je dat! Dit gebeurt toch niet? Ja echt, ik verdwijn onder Gerrie! Nou ligt ie bovenop mij. Mam, doe wat!

Gerrie gaat liggen en valt meteen in slaap en Smoes ligt verstijfd onder Gerrie. En staat dan toch maar op, best voorzichtig. Waarop Gerrie zich het apelazarus schrikt en weg rent. Echt sociaal vaardig is hij nog niet. Maar hij komt er wel, ooit, binnen de mogelijkheden die hij heeft, zeggen we dan 😉 .

Partytime

Hebben jullie wel eens meegemaakt dat je met een groep vrienden gaat stappen en dat er wat gedronken wordt en dat die hele rustige vriend of vriendin die echt nooit raar doet of grapjes maakt, na twee wijntjes ineens op de bar klimt en de polonaise gaat staan dansen, onder het slaken van keiharde gilletjes? En dat het feest al uren is afgelopen maar de persoon in kwestie nog volop aan het hossen is, niet van plan om naar huis te gaan?

Herkenbaar? Nou, dan heb je gelijk een beeld hoe onze kat Gerrie zich gedroeg nadat hij Alprazolam kreeg om zijn vuurwerkangst wat te beteugelen.

Op aanraden van de dierenarts zijn we twee dagen voor Oud & Nieuw begonnen met de Alprazolam. Twee keer per dag een halve pil. Waar Dibbes vooral relaxt en rustig wordt van de Alprazolam, kruipt Gerrie volledig uit zijn schulp. We hebben met verbazing gekeken hoe alle remmen verdwenen. Door bijvoorbeeld heel wild te spelen met de veertjeshengel. Waar hij het normaal op een rennen zet als we alleen maar proberen hem over halen ermee te spelen, werd het ding nu belaagd en bijkans uit elkaar gerukt. Bang? Gerrie? Ech nie! Hij liep met de veertjes in zijn bek alsof het een prooi was. Sprong op de andere katten en rende hard achter ze aan. Gilde uren achter elkaar om te vertellen hoeveel hij van me hield. Knuffelde zo hard en zo veel en met zoveel overgave dat ik werkelijk de haren uit mijn mond kon plukken. Lag volledig in katzwijm in mijn armen en op schoot.

Dát was even een totaal nieuwe kant die we zagen van onze normaal zo ingetogen kat. Ik vond het iets te veel van het goede, ook al was het best vermakelijk. Maar er bekroop me hetzelfde gevoel als wat je kunt hebben als je een goede vriend of vriendin heel dronken ziet en zich volslagen belachelijk ziet maken. De dagen erop gaf ik hem daarom per keer een 1/4 pilletje. Dat was beter. Al moet ik eerlijk zeggen dat hij tijdens het vuurwerk zelf toch wel wegkroop onder ons bed, terwijl Dibbes gewoon lekker in de kerstboom klom om te spelen, zich niets aantrekkend van het geknal of het feit dat hij twee dagen ervoor geopereerd was. Wellicht moet ik een volgende keer over mijn gêne heen stappen en Gerrie toch gewoon uit zijn dak laten gaan op een halve pil 😉 .

 

Chef kopstoot

Hoi,
Ik ben het,
Gerrie.
Ik wil graag
iets vertellen
over mezelf.

Vroeger was ik
een zwerfkat.
Dat weten jullie wel.
Nu niet meer.
Ik woon nu
bij mijn mensen,
samen met
drie andere katten.

In dit huis
heeft iedereen
een eigen taak.
De vrouw bijvoorbeeld
is het voedseluitgiftepunt
en dient als
kussen/ondergrond,
schuilplek en verzamelplaats.

Mijn broer Dibbes
is de clown.
Smoes doet alsof hij een hond is
en kauwt op pennen en vingers
(of een mobiele telefoon).
Moos speelt de baas.
Doet alsof hij de Chef is.

Maar ik heb ook een taak.
Ik ben óók een chef.
Ik ben  Chef Kopstoot.
Ja, je leest het goed.
Dát word je niet zomaar.

Ik heb er veel aanleg voor.
Eerst maak ik
lokkende geluidjes.
Prrr prrr.
Dan weet de vrouw
dat het tijd is.
Dan komt ze
bij mij zitten.
Ik neem een aanloop
en gooi me
tegen haar aan.
Mijn kop
tegen haar hoofd.
En dat minuten lang.
Teruglopen en een kopstoot.
En weer een,
en wéér een.

Soms ga ik voor variatie.
Dan kop ik
tegen haar neus aan,
of tegen haar mond.
Als ik dat goed doe,
dan peutert ze soms
haar lip los van die
ijzeren dingen
op haar tanden.
Echt gaaf.
Knap hè.

Ik weet dat ik het
héél goed doe
want dan zegt ze
dingen als
o Gerrie toch,
wat doe je dat goed,
en dat voor een kat
die geen
menselijk contact
gewend was.

Omdat het tijd
voor promotie was
mag ik
de andere mensen
in dit huis
ook kopstootjes geven.
Dat vinden ze
hartstikke leuk,
al vind ik het
nog een beetje eng.
Veel oefenen dus.
Als ik het
niet meer eng vind
ga ik harder koppen.
Zodat zij ook
AU kunnen roepen.
Dat is hard werken hoor!
Maar veel fijner
dan op straat
mijn eten bij elkaar
moeten scharrelen.

Nou dat was het weer,

Kopjes van mij,
Gerrie
Chefkopstoot@minofmeer.wordpress.com

 

 

Wangmassages en overgewicht

Sinds een jaar masseer ik dagelijks de wangen van alle vier de katten. Dit stimuleert de doorbloeding van het tandvlees en kan zo ontstekingen voorkomen. Daarnaast geef ik ze extra grote droge brokken en over het nat voer dat ze krijgen strooi ik dagelijks een tandpoeder dat goed is voor het gebit.

Dit masseren doe ik vanaf de buitenkant. Ideaal zou zijn om echt te poetsen. Ik heb ooit daarvoor een speciale vingertandenborstel aangeschaft, maar dat lukt me met geen enkele kat hier. Masseren gaat wel. Door de massage wordt ook de speekselproductie getriggerd waardoor het zelfreinigende vermogen van de mondholte wordt bevorderd. Het masseren vonden ze eerst niet leuk maar nu zijn ze er aan gewend. Ze moeten bijna allemaal niezen als ik het doe. Blijkbaar bevordert het ook een niesreflex. 😉

Toen Moos gisteren voor zijn enting naar de dierenarts moest, bleek dan ook dat zijn tandvlees keurig in orde was. Alleen, hij heeft op een plekje helaas een gaatje in een tand. Dat zag er heel pijnlijk uit. Hier merk ik niets van als ik hem eten geef, hij werkt alles naar binnen (iets te veel) maar katten hebben dan ook een hoge pijngrens. Over twee weken brengen we hem weer naar de dierenarts en dan wordt de tand onder narcose getrokken.

Op zich is dit niet vreemd voor een oudere kat. Moos is nu 11 jaar en gebitsproblemen komen helaas vaak voor bij oudere katten. Of bij katten met een verleden.  De staat van het gebit van exzwerfkatten Dibbes en Gerrie is vergelijkbaar met dat van een oude kat hoewel ze nog best jong zijn.

Buiten de tand is er ook een ander probleem. Moos is te zwaar. Het is een grote kater maar met zijn 5,93 kilo toch echt te zwaar. Een paar jaar terug was hij nog 4,9 zag ik in zijn dierenpaspoort. Hij is dus op dieet gezet. Samen met Gerrie die ook veel te zwaar is. We werken nu toe naar een gewicht van 5,3 kilo voor Moos en 5 kilo voor Gerrie.

Met vier katten is het best moeilijk in de gaten te houden wie wat eet en hoeveel. Het is hier af en toe net een kleuterklas. Ook omdat er regelmatig buurkatten hier bakken komen leegeten en de katten hier onderling ook bij voorkeur eerst de bak van een ander leeg vreten, is het moeilijk zicht te houden.

Daarnaast heb ik het afgelopen jaar Dibbes en Gerrie getraind om in de reismand te stappen en dat gebeurde met kattensoepjes. Hoe voorzichtig ik die snoeppakjes ook openmaak en hoe diep de slaap ook is, iedereen komt altijd aanstormen, ook de katten die niet getraind hoeven te worden, zoals Moos. Die dan beloond werd zonder dat hij wat dan ook trainde. Want Moos stapt altijd zonder problemen in de mand, mits je hem beleefd uitnodigt.

oude foto van toen het gewicht nog acceptabel was

Maar goed, dat moet dus veranderen. Overgewicht is nooit goed. En kan ook een risico zijn. Gerrie heeft (net als Dibbes) een hartruis wat een mogelijke indicatie is voor hartproblemen in de toekomst en dan is een goed gewicht heel belangrijk.
Dibbes was ook best lang iets te zwaar wegens een overfixatie op eten, maar inmiddels is hij wat relaxter geworden, minder met eten bezig en erg speels. Zijn gewicht is inmiddels passend bij zijn grootte.

We zijn met voeren dus over gegaan op afgepaste hoeveelheden. Het nat voer is gehalveerd voor alle katten. En de droge brokken worden gewogen. Gerrie en Moos krijgen voorlopig 50 gram per dag (in overleg met de dierenarts). Dibbes en Smoes krijgen meer en gewoon naar behoefte aangezien zij een goed gewicht hebben. Maar wat ik dus niet meer doe is een paar keer per dag de bakken vol gooien als ik zie dat ze leeg zijn.

Dus heb ik een nieuwe hobby. Brokjes uitdelen. Verbijsterde blikken negeren. Brokjes terugdoen in de juist voorraadbakje van de betreffende kat als ze niet meteen worden opgegeten omdat anders een andere kat het opvreet. 2 minuten later toch maar weer geven omdat de kat in kwestie zich heeft bedacht. Wellicht moet ik wat strenger worden. Maar ik ben een watje, dat wisten jullie al.

Bericht van Gerrie

Hoi,

Nu eens een bericht
van mij, Gerrie.
Want ik heb
ook wat te vertellen.
Dat zit zo.

Er stond al heel lang
een reismand
in de huiskamer.
En dan zei de vrouw
dingen als
stap er maar in.
Echt niet!
Wat denkt ze wel!

Dus veranderde
ze van plan.
Lokte me met brokjes
en lekkere hapjes.
Daar ben ik dol op
maar niet als ze
in de mand liggen.

Dat ging maanden door.
Heel soms
toonde ik
mijn goede wil.
Maar alleen
zonder mijn broers
in de buurt
en als het lekkers
precies
op de juiste plek lag
en ik er zin in had.

En toen
(het is te grof
voor woorden
maar ik zal proberen
te omschrijven
wat mij is aangedaan)
lag  ik een dut te doen
en probeerde zij me
in de mand te stoppen!
Dus ging ik ervandoor.
Met de rest van de troep
verstopte ik me
onder het bed.

Ze kreeg me toch
te pakken.
En zei dingen als
ach schatje,
dit moet even,
sorry,
ik blijf bij je.

(*&%(&T^(&
Wat vind je daar nu van!

En toen
(ja, het wordt nóg erger)
gingen we
met de auto
naar een enge plek
met allemaal geurtjes
en vreemde mensen.
Ik kreeg een prik!
En werd gewogen.
Er werd gepraat
over mijn hartruis.
Die schijn ik te hebben
maar ik heb er
geen last van.
Wél van een gebroken hart.
Door dit gedoe.
Dat begrijpen jullie wel.

Gelukkig
mocht ik gewoon
weer mee naar huis.
Ik liet even zien
hoe erg het is
wat mij is aangedaan
door in paniek het huis
uit te stormen,
tot wel een meter
buiten het huis,
me meteen
om te draaien
en naar binnen te staren.
Met een diep ongelukkige blik.

Toen de vrouw
me riep
rende ik jammerend
naar binnen.
Ik denk
dat ik mijn punt
wel voldoende
heb gemaakt.

Nu houden we weer
van elkaar,
de vrouw en ik.
Alleen de man
vind ik nu wat eng.
Niet dat hij me
in de mand stopte
of me iets aandeed.
Of ook maar iets
deed wat ik erg vond.
Maar toch.
Ik moet toch iemand
straffen voor dit gedrag.

Groetjes,

Gerrie

Kat in de mand

Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.

Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.

Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.

Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.

Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.

Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.

Laat die brokken maar doorkomen!

 

Veilig

Het is avond.
Ik lig in bed.
Ineens hoor ik een plof.
Een kat op het bed.
Hij springt over mij heen.
Ik voel een neus.

En dan een kopstoot.
En nog een.
Dat is Gerrie.
Die geeft geen kusjes,
maar kopstoten.
Vol liefde
maar wel zo hard
dat ik regelmatig
mijn tandvlees
uit mijn slotjesbeugel peuter.

De kopstoot betekent
“Aai mij, nu!”
Afgericht als ik ben,
aai ik Gerrie.
Hij leunt zwaar
tegen mijn buik aan.
Ik voel de stress
uit zijn lijf glijden.
Langzaam,
heel langzaam,
zakt hij door zijn poten.
Hij biedt zelfs
zijn buik aan.

Even,
heel even,
is alles goed
voor deze kat.
Hij voelt zich
veilig.

Dat duurt meestal
maar heel even.
De buitenwereld
dringt zich altijd
weer op.

Een geluid,
een kuchje van mij,
een andere kat
die op bed springt,
al snel is het teveel.

Maar toch
is er progressie.
Hij vlucht
en binnen
5 minuten
staat hij weer
om aandacht
te vragen.
“Aai mij, nu!”

Het leven
van Gerrie
bestaat uit
heel veel minuutjes
van schrik en herstel,
van vluchten en knuffelen.
Van observeren
en conclusies trekken.
En die conclusies
vallen steeds vaker
in ons voordeel uit.