Chef kopstoot

Hoi,
Ik ben het,
Gerrie.
Ik wil graag
iets vertellen
over mezelf.

Vroeger was ik
een zwerfkat.
Dat weten jullie wel.
Nu niet meer.
Ik woon nu
bij mijn mensen,
samen met
drie andere katten.

In dit huis
heeft iedereen
een eigen taak.
De vrouw bijvoorbeeld
is het voedseluitgiftepunt
en dient als
kussen/ondergrond,
schuilplek en verzamelplaats.

Mijn broer Dibbes
is de clown.
Smoes doet alsof hij een hond is
en kauwt op pennen en vingers
(of een mobiele telefoon).
Moos speelt de baas.
Doet alsof hij de Chef is.

Maar ik heb ook een taak.
Ik ben óók een chef.
Ik ben  Chef Kopstoot.
Ja, je leest het goed.
Dát word je niet zomaar.

Ik heb er veel aanleg voor.
Eerst maak ik
lokkende geluidjes.
Prrr prrr.
Dan weet de vrouw
dat het tijd is.
Dan komt ze
bij mij zitten.
Ik neem een aanloop
en gooi me
tegen haar aan.
Mijn kop
tegen haar hoofd.
En dat minuten lang.
Teruglopen en een kopstoot.
En weer een,
en wéér een.

Soms ga ik voor variatie.
Dan kop ik
tegen haar neus aan,
of tegen haar mond.
Als ik dat goed doe,
dan peutert ze soms
haar lip los van die
ijzeren dingen
op haar tanden.
Echt gaaf.
Knap hè.

Ik weet dat ik het
héél goed doe
want dan zegt ze
dingen als
o Gerrie toch,
wat doe je dat goed,
en dat voor een kat
die geen
menselijk contact
gewend was.

Omdat het tijd
voor promotie was
mag ik
de andere mensen
in dit huis
ook kopstootjes geven.
Dat vinden ze
hartstikke leuk,
al vind ik het
nog een beetje eng.
Veel oefenen dus.
Als ik het
niet meer eng vind
ga ik harder koppen.
Zodat zij ook
AU kunnen roepen.
Dat is hard werken hoor!
Maar veel fijner
dan op straat
mijn eten bij elkaar
moeten scharrelen.

Nou dat was het weer,

Kopjes van mij,
Gerrie
Chefkopstoot@minofmeer.wordpress.com

 

 

Advertenties

Wangmassages en overgewicht

Sinds een jaar masseer ik dagelijks de wangen van alle vier de katten. Dit stimuleert de doorbloeding van het tandvlees en kan zo ontstekingen voorkomen. Daarnaast geef ik ze extra grote droge brokken en over het nat voer dat ze krijgen strooi ik dagelijks een tandpoeder dat goed is voor het gebit.

Dit masseren doe ik vanaf de buitenkant. Ideaal zou zijn om echt te poetsen. Ik heb ooit daarvoor een speciale vingertandenborstel aangeschaft, maar dat lukt me met geen enkele kat hier. Masseren gaat wel. Door de massage wordt ook de speekselproductie getriggerd waardoor het zelfreinigende vermogen van de mondholte wordt bevorderd. Het masseren vonden ze eerst niet leuk maar nu zijn ze er aan gewend. Ze moeten bijna allemaal niezen als ik het doe. Blijkbaar bevordert het ook een niesreflex. 😉

Toen Moos gisteren voor zijn enting naar de dierenarts moest, bleek dan ook dat zijn tandvlees keurig in orde was. Alleen, hij heeft op een plekje helaas een gaatje in een tand. Dat zag er heel pijnlijk uit. Hier merk ik niets van als ik hem eten geef, hij werkt alles naar binnen (iets te veel) maar katten hebben dan ook een hoge pijngrens. Over twee weken brengen we hem weer naar de dierenarts en dan wordt de tand onder narcose getrokken.

Op zich is dit niet vreemd voor een oudere kat. Moos is nu 11 jaar en gebitsproblemen komen helaas vaak voor bij oudere katten. Of bij katten met een verleden.  De staat van het gebit van exzwerfkatten Dibbes en Gerrie is vergelijkbaar met dat van een oude kat hoewel ze nog best jong zijn.

Buiten de tand is er ook een ander probleem. Moos is te zwaar. Het is een grote kater maar met zijn 5,93 kilo toch echt te zwaar. Een paar jaar terug was hij nog 4,9 zag ik in zijn dierenpaspoort. Hij is dus op dieet gezet. Samen met Gerrie die ook veel te zwaar is. We werken nu toe naar een gewicht van 5,3 kilo voor Moos en 5 kilo voor Gerrie.

Met vier katten is het best moeilijk in de gaten te houden wie wat eet en hoeveel. Het is hier af en toe net een kleuterklas. Ook omdat er regelmatig buurkatten hier bakken komen leegeten en de katten hier onderling ook bij voorkeur eerst de bak van een ander leeg vreten, is het moeilijk zicht te houden.

Daarnaast heb ik het afgelopen jaar Dibbes en Gerrie getraind om in de reismand te stappen en dat gebeurde met kattensoepjes. Hoe voorzichtig ik die snoeppakjes ook openmaak en hoe diep de slaap ook is, iedereen komt altijd aanstormen, ook de katten die niet getraind hoeven te worden, zoals Moos. Die dan beloond werd zonder dat hij wat dan ook trainde. Want Moos stapt altijd zonder problemen in de mand, mits je hem beleefd uitnodigt.

oude foto van toen het gewicht nog acceptabel was

Maar goed, dat moet dus veranderen. Overgewicht is nooit goed. En kan ook een risico zijn. Gerrie heeft (net als Dibbes) een hartruis wat een mogelijke indicatie is voor hartproblemen in de toekomst en dan is een goed gewicht heel belangrijk.
Dibbes was ook best lang iets te zwaar wegens een overfixatie op eten, maar inmiddels is hij wat relaxter geworden, minder met eten bezig en erg speels. Zijn gewicht is inmiddels passend bij zijn grootte.

We zijn met voeren dus over gegaan op afgepaste hoeveelheden. Het nat voer is gehalveerd voor alle katten. En de droge brokken worden gewogen. Gerrie en Moos krijgen voorlopig 50 gram per dag (in overleg met de dierenarts). Dibbes en Smoes krijgen meer en gewoon naar behoefte aangezien zij een goed gewicht hebben. Maar wat ik dus niet meer doe is een paar keer per dag de bakken vol gooien als ik zie dat ze leeg zijn.

Dus heb ik een nieuwe hobby. Brokjes uitdelen. Verbijsterde blikken negeren. Brokjes terugdoen in de juist voorraadbakje van de betreffende kat als ze niet meteen worden opgegeten omdat anders een andere kat het opvreet. 2 minuten later toch maar weer geven omdat de kat in kwestie zich heeft bedacht. Wellicht moet ik wat strenger worden. Maar ik ben een watje, dat wisten jullie al.

Bericht van Gerrie

Hoi,

Nu eens een bericht
van mij, Gerrie.
Want ik heb
ook wat te vertellen.
Dat zit zo.

Er stond al heel lang
een reismand
in de huiskamer.
En dan zei de vrouw
dingen als
stap er maar in.
Echt niet!
Wat denkt ze wel!

Dus veranderde
ze van plan.
Lokte me met brokjes
en lekkere hapjes.
Daar ben ik dol op
maar niet als ze
in de mand liggen.

Dat ging maanden door.
Heel soms
toonde ik
mijn goede wil.
Maar alleen
zonder mijn broers
in de buurt
en als het lekkers
precies
op de juiste plek lag
en ik er zin in had.

En toen
(het is te grof
voor woorden
maar ik zal proberen
te omschrijven
wat mij is aangedaan)
lag  ik een dut te doen
en probeerde zij me
in de mand te stoppen!
Dus ging ik ervandoor.
Met de rest van de troep
verstopte ik me
onder het bed.

Ze kreeg me toch
te pakken.
En zei dingen als
ach schatje,
dit moet even,
sorry,
ik blijf bij je.

(*&%(&T^(&
Wat vind je daar nu van!

En toen
(ja, het wordt nóg erger)
gingen we
met de auto
naar een enge plek
met allemaal geurtjes
en vreemde mensen.
Ik kreeg een prik!
En werd gewogen.
Er werd gepraat
over mijn hartruis.
Die schijn ik te hebben
maar ik heb er
geen last van.
Wél van een gebroken hart.
Door dit gedoe.
Dat begrijpen jullie wel.

Gelukkig
mocht ik gewoon
weer mee naar huis.
Ik liet even zien
hoe erg het is
wat mij is aangedaan
door in paniek het huis
uit te stormen,
tot wel een meter
buiten het huis,
me meteen
om te draaien
en naar binnen te staren.
Met een diep ongelukkige blik.

Toen de vrouw
me riep
rende ik jammerend
naar binnen.
Ik denk
dat ik mijn punt
wel voldoende
heb gemaakt.

Nu houden we weer
van elkaar,
de vrouw en ik.
Alleen de man
vind ik nu wat eng.
Niet dat hij me
in de mand stopte
of me iets aandeed.
Of ook maar iets
deed wat ik erg vond.
Maar toch.
Ik moet toch iemand
straffen voor dit gedrag.

Groetjes,

Gerrie

Kat in de mand

Trouwe lezers weten dat het nogal een gedoe is om de exzwerfkatten in de reismand te krijgen, daar schreef ik al vaker over. Dibbes wordt eerst zwaar gedrogeerd en dan nog is het hel, voor hem en ons. De laatste keer heeft hij al zijn nagels kapot gekrabd en was hij dagen erna onbenaderbaar. Gerrie stapte de eerste keer na weken trainen wel braaf in de mand. Na weken van trainen met lekkere hapjes lukte dat. Tot het eindigde in een reis naar de dierenarts waar hij werd gecastreerd en ge-ent en toen was het uit met de pret.

Het is nu weer tijd voor de jaarlijkse controle van Gerrie maar wat ik ook deed vorige week, ik kreeg hem niet in de mand. Beetje doorduwen doe ik niet zoals ik wel met Moos en Smoes doe. Ik pak Smoes meestal vast, rol hem in een handdoek en duw hem dan de mand in. Met Gerrie durf ik dat niet aangezien hij ooit zijn heupen heeft gebroken. Zijn onderlijf is daardoor nog steeds een kwetsbare plek. Bovendien is Gerrie weliswaar heel timide van karakter, op dat soort momenten is hij een tijger die je niet kunt hanteren, net als Dibbes. Niet zo vreemd gezien hun traumatische verleden.

Nu wil ik het nu toch weer gaan trainen, zowel met Dibbes als met Gerrie. Ik moet toch iets. Dan maar wat later naar de dierenarts, nu eerst dit op orde krijgen. Van een lieve lezeres kreeg ik een reismand die een bovenlader is, dus met deksel aan de bovenkant. Daar kan je veel makkelijker een kat in zetten. Dus daarmee begon ik te oefenen.

Dat is voor Gerrie geen succes. Want als ik hem lok met snoepjes en die in de mand gooi, dan snapt hij het niet. Ik gooi het erin en dan kijkt hij me aan. Weg! Waar is het nou? Dat hij in de mand moet springen dringt niet tot hem door. Of wel en dan denkt hij waarschijnlijk ‘bekijk het maar’. Als ik hem erin til wordt hij hysterisch.

Dus oefen ik met hem met een gewone reismand, met zo’n traliehekje aan de voorkant. Alleen heb ik nu even de hele bovenkant eraf gehaald. Hij is nu zover dat hij tot wel halverwege in de mand durft te staan. Dat is een grote overwinning want de eerste dagen rende hij alleen maar hard weg.

Nee, dan Dibbes. Die heeft onvermoede talenten. Door zijn speelse karakter zou hij het uitstekend doen als circusartiest want hij vindt het leuk om stuntjes uit te halen, in dozen te springen en zich te verstoppen. Dus die springt nu braaf in alle manden waar ik iets in verstop. Hij vindt het zo leuk dat hij nu regelmatig alvast klaar gaat liggen. Over conditionering gesproken. Nu heel voorzichtig leren dat het ook nog leuk is als het deksel dicht gaat.

Laat die brokken maar doorkomen!

 

Veilig

Het is avond.
Ik lig in bed.
Ineens hoor ik een plof.
Een kat op het bed.
Hij springt over mij heen.
Ik voel een neus.

En dan een kopstoot.
En nog een.
Dat is Gerrie.
Die geeft geen kusjes,
maar kopstoten.
Vol liefde
maar wel zo hard
dat ik regelmatig
mijn tandvlees
uit mijn slotjesbeugel peuter.

De kopstoot betekent
“Aai mij, nu!”
Afgericht als ik ben,
aai ik Gerrie.
Hij leunt zwaar
tegen mijn buik aan.
Ik voel de stress
uit zijn lijf glijden.
Langzaam,
heel langzaam,
zakt hij door zijn poten.
Hij biedt zelfs
zijn buik aan.

Even,
heel even,
is alles goed
voor deze kat.
Hij voelt zich
veilig.

Dat duurt meestal
maar heel even.
De buitenwereld
dringt zich altijd
weer op.

Een geluid,
een kuchje van mij,
een andere kat
die op bed springt,
al snel is het teveel.

Maar toch
is er progressie.
Hij vlucht
en binnen
5 minuten
staat hij weer
om aandacht
te vragen.
“Aai mij, nu!”

Het leven
van Gerrie
bestaat uit
heel veel minuutjes
van schrik en herstel,
van vluchten en knuffelen.
Van observeren
en conclusies trekken.
En die conclusies
vallen steeds vaker
in ons voordeel uit.

 

Steeds minder zwerfkat en steeds meer Gerrie

De eerste foto van Gerrie, mei 2013

Nog niet zo lang geleden
was Gerrie een zwerfkat.
Dat hij nu een geliefd vachtje is,
weet hij soms wel en soms niet.
Het verleden laat zich niet
zomaar uitgummen.

De reflexen van vluchten,
niet kunnen vertrouwen
en wegduiken voor klappen
zitten nog pal
onder het oppervlak.
Hij lijkt heel wat
maar zeg je één keer “boeh!”
dan verandert onze Gerrie
in een hoopje ellende.

Dus hebben we met hem
een inmiddels vertrouwde cyclus
van genieten,
schrikken,
hard weg rennen
ALLES IS ENG!!
dagen in sluipgang
door huis en tuin lopen
en zich vaak verstoppen,
naar “o ja, maar jij bent niet eng!
Nou vooruit, ik geef je een kopje.
weet je wat, ik ga voor je liggen rollen
en ach, dan kruip ik ook
gelijk maar bij je in bed”.

Gerrie is vaak erg ongelukkig.
Bang en schrikkerig.
En zijn ‘normale’ staat
is gematigd en voorzichtig
in het leven staan.
Zijn verleden vormde hem
tot wat hij nu is:
een voorzichtige angstige kat
met weinig zelfvertrouwen.
Hoe hij echt is,
zagen we nog nauwelijks.

Het duurde even
voordat deze kat begreep
dat  niet iedereen
‘he-jij-daar-vieze-zwerver-ksst-ga-weg”
tegen hem zegt.

Net zoals het even duurde
tot de klitten en teken
uit zijn vacht verdwenen
en de wondjes heelden.

Langzaam aan
valt bij hem het kwartje
dat hij Gerrie is
en dat hij mag zijn
wie hij is.

In de ochtend heeft hij
een ren- en speeluurtje.
Doet lekker gek en maf,
rent trappen op en af,
speelt verstoppertje
en kiekeboe
met de andere katten.

En met knuffelen,
vergeet hij soms
zichzelf en zijn angsten
en laat zich gaan.
Soms zelfs bij een ander mens
dan de kattenvrouw.

En héél soms zijn er momenten
dat hij zich echt veilig voelt.
alles is goed zoals het is.
Die momenten
komen steeds vaker voor.
En dat ontroert,
steeds weer.

Dit is Gerrie.
Gerrie miauwt en kletst,
knuffelt en geniet.
Slaapt en rolt en spint.
Geeft kopstoten, likjes,
achtervolgt me overal
en poept op de bak,
elke avond precies
om kwart voor 7.
Alle dagen.
Een kat van
de klok en regelmaat
en niet meer van de straat.

Gerrie heeft een muis

Het is nacht.
Nou ja, bijna dag.
5 uur in de ochtend.
Ik wil nog slapen.
Gerrie denkt daar anders over.
Prrt prrt doet hij.
En kruipt naast me.
Hij is heel beweeglijk.
Kan niet stil liggen.
En gaat weer weg,
al geluidjes makend.
We horen hem scharrelen.
Hij speelt met iets.
Gerrie heeft een muis!
Ik doe het licht aan.
Jawel, daar ligt een muis.
Gerrie wijst ernaar met zijn poot.
Knappe Gerrie.
Een muis!
Dat is voor het eerst.
Hij is heel trots.
Dat merken we wel.
Al is er wat twijfel
of Gerrie de muis zelf ving.
Dat hij hem nu heeft
is geen overtuigend bewijs.
Behaalde resultaten 
uit het verleden
zijn bij hem meestal
wél een goede voorspelling 
voor de toekomst.
Maakt niet uit.
Gerrie is het mannetje.
Voelt zich heel wat.
Voelt zich zó veel
dat de heerlijke kattenmand
die Moos geconfisceerd heeft,
die dag van Gerrie is.
De hele dag.
Sorry muis! 

Gerrie, van buiten naar binnen

Gerrie woont nu precies 1 jaar bij ons binnen als huiskat. Nog even zien hoe het was?

Twee jaar geleden:
mei 2013 1e blik op Gerrie
Hij is te schuw om iets mee aan te vangen
niet gewend aan menselijk contact
maar blijft wel in de buurt
en wordt gevoerd door buren verderop
Ruim een jaar later:
juni 2014 – zwerft nog steeds in de buurt
en zit ineens steeds vaker bij ons in de tuin
zomer 2014 – wordt wat nieuwsgieriger naar ons,
dat hij af en toe wat lekkers krijgt, helpt natuurlijk ook mee
 augustus 2014: 
start wederzijdse grondige verkenningen.
Hij krijgt eten van ons 
en ik probeer hem te socialiseren 
en te aaien,
in het begin doe ik dat 
door met een afwasborstel
voorzichtig over zijn rug aaien.
Ik zit maanden lang
onder de krassen,
meneer heeft scherpe nagels.
Maar de aanhouder wint!
Gluren door het keukenraam
September 2014: voorwerk afgerond, Gerrie ligt in de avond
in de keuken, zo lang de deur maar openblijft. 
Steeds verder in huis
en boven op bed

of in een eigen mandje!
Steeds meer ontspanning
rondhangen met de andere katten
Steeds gelukkiger worden…

en uiteindelijk: 
totale overgave
(van 2 kanten)


De kat in de mand

Gerrie laten wennen aan de mand gaat heel goed tot nu toe. Ik heb niet eerder met de katten iets zó gericht aangepakt omdat ik ervan uitging dat een kat toch zijn eigen goddelijke gang gaat. Nu leer ik echter dat je ook een kat kunt conditioneren. Als ik tegenwoordig de kattensticks pak, rent Gerrie al naar de mand. Hij neemt een hap buiten boord en gaat er dan in staan en neemt daar het lekkers in ontvangst. Na het uitdelen blijft hij tegenwoordig in de mand liggen. Soms 5 minuten, soms een half uur. De mand is nu duidelijk een fijne plek.

Ik ga ergens deze week over tot de volgende stap: het deurtje aan de mand bevestigen. Verder doe ik niets anders en het deurtje blijft gewoon openstaan. Ik wil dat hij went aan de aanwezigheid van het deurtje zonder dat er nog iets mee gebeurt.

Dit zo aanpakken is niet alleen goed voor Gerrie, ook voor mij. Met zijn vol vertrouwen in de mand stappen, leer ik dat ik veel kan bereiken met mijn zwervers. Ik hobbel niet achter hun trauma’s en kuren aan, ik kan ze gericht iets leren.

Mijn ‘cunning plan’ om een niet te weerstane slaapplek voor Dibbes te maken, vlak naast de vaste plek van Gerrie pakt ook positief uit. Er is minder spanning tussen de heren. Laatst lag Gerrie bij ons op bed en Dibbes ging pal naast hem liggen. Eens in de zoveel tijd moesten ze elkaar even bekijken maar er werd ook veel met oogjes geknepen, voor een kat een signaal dat hij afgeeft om te vertellen dat hij geen kwaad in de zin heeft.

Zo rommelen we lekker door, de katten en ik….

Kat in de mand

Het plan was om Gerrie deze maand te laten castreren. Of dat ook echt deze maand nog gaat lukken, vraag ik me af. We zijn wel flink bezig met de voorbereidingen. Gepokt en gemazeld als ik inmiddels ben met getraumatiseerde katten, ga ik er niet meer van uit dat ik op dag A en uur U de kat zomaar in de mand weet te stoppen. Dat deden we met Dibbes wel, gezien het feit dat hij echt doodziek was maar daar was wel een aanzienlijke hoeveelheid drugs voor nodig, voor kat en toekomstig baasje. Het had tot gevolg dat we hem nu echt de mand niet meer in krijgen. Met Gerrie moeten we dat dus anders aanpakken. Met beleid en geduld. Ik ben nooit de reactie van Vlasje vergeten die schreef dat ze heeft gewacht tot de kater die bij haar was aankomen lopen, zelf in de mand stapte, vol vertrouwen. Zo wil ik het ook graag!

Heel langzaam laat ik Gerrie aan de mand wennen. We hebben een plastic mand die bestaat uit twee delen, de bovenkant kan van de onderkant af. Eerst heb ik alleen de onderkant in de huiskamer neergezet, met een kleedje erin waarop Gerrie veel heeft gelegen de afgelopen maanden.

De mand werd vakkundig genegeerd. Ook als ik er lekkere snoepjes in verstopte. Die werden gevonden door Moos en Smoes die geen mand-trauma hebben en er erg van genoten. De snoepjes geven terwijl ik op de grond zit vóór de mand bleek een beter idee te zijn. Dus dat deed ik een paar weken, snoepjes uitdelen op de grond voor de mand.

Inmiddels heb ik de bovenkant op de mand gezet en deel ik nog steeds snoepjes uit. Eerst legde ik een snoepje op de rand en een enkele keer een snoepje helemaal in de mand. Tegenwoordig leg ik de eerste paar snoepjes buiten de mand, één voor één en de rest één voor één in de mand. Zo verleggen we heel langzaam de grenzen van wat Gerrie bereid is te doen. Laatst kroop hij uiteindelijk gewoon maar helemaal in de mand, om daar de snoepjes in ontvangst te nemen. Ook toen ik al klaar was bleef hij in de buurt van de mand en stapte er nog een paar keer in, want ‘je weet maar nooit’. In een paar weken tijd heeft de mand dus promotie gemaakt van ‘enge te negeren plek’ naar ‘daar waar lekkers wordt uitgedeeld’. De volgende stap zal zijn het deurtje in de mand te zetten en open te laten staan. Maar dat doe ik pas als ik merk dat hij er langer in blijft liggen.

De stappen die je kunt nemen om je kat te laten wennen aan de mand, kun je ook hier vinden. Inmiddels heb ik wel door dat een kat zijn eigen tijd neemt om aan iets te wennen en dat je met veel tijd, geduld en herhaling een eind kan komen.  Dus lukt het deze maand niet en volgende maand wel, ook prima. Al zou het wel fijn zijn als het voor half maart lukt omdat onze dierenarts van 15 februari tot 15 maart flink korting geeft op castraties van katten….

Als Gerrie succesvol is afgeleverd bij de dierenarts en gecastreerd, gaan we over op het volgende plan: Dibbes aan die mand laten wennen. Dat is een klus met nog meer uitdaging maar ook dat gaat vast lukken. Zodat we Dibbes wel gewoon kunnen laten enten en onderzoeken. Sommige mensen vragen zich af of jaarlijkse entingen nodig zijn. Ik vind van wel, ik ben bijna een kat verloren omdat ik ooit meende van niet. Kattenziekte is een heel snel verspreidend virus met vaak dodelijk resultaat. Dat risico wil ik niet meer nemen. Bovendien vind ik een jaarlijkse controle een goed idee. Zeker bij ex-zwervers met een immuunsysteem dat niet optimaal werkt.

Iedereen maakt voor zichzelf een keuze die past bij de situatie, de kat en de ervaring. Ik houd het betaalbaar door elke maand wat geld opzij te zetten voor entingen, vlooien- en wormenbestrijding en dierenartskosten. Echt grote pech – zoals de darmoperatie van € 500 van kat Smoes drie jaar geleden – betalen we van de buffer.

Krijg jij je kat makkelijk mee naar de dierenarts?