Hergebruik

Een beetje hamster ben ik nog steeds wel. Hoewel ik al heel veel wegdeed het afgelopen jaar (of liever gezegd: gewoon eens ging opruimen en uitzocht wat weg kan) kost dat soms toch nog heel veel moeite. Het hele schattige kattenhol bijvoorbeeld, wat ik van mijn bonuspunten bij de dierenwebshop in huis haalde en echt categorisch werd genegeerd door alle 4 de katten, ondanks inspuiten met feliway, kattenkruid en andere drugs, verhuisde van de woonkamer naar de kleine kamer boven. Want wegdoen, nee dat doen we niet. Ze gaan vast en zeker boven wel in dat ding liggen.

kijk dit, maar dan crème met schattige poezenpootjes erop

Maar nee, in plaats daarvan doen de lege wijnkistjes het hier echt enorm goed. Na nog minimaal 3 keer het kattenhol te hebben verplaatst waarbij ik een twijfelachtig succes haalde doordat Smoes er 1 keer 5 minuten in ging liggen, heb ik nu met mezelf een compromis bereikt: de tent gaat weg maar het zachte kussentje dat erin hoort, mag blijven. En dát ligt nu in een leeg wijnkistje. Het kattenhol zelf zit inmiddels in een vuilniszak en gaat naar de kringloop op de eerste vrije dag van M. Tenminste, ik denk dat het gaat lukken hem weg te doen. Tenzij één van de katten er in gaat liggen voor die tijd,want zo zijn ze dan ook weer wel. Wat geschikt is, is niet interessant en wat weg gaat of waar een andere kat op ligt, wordt een fel begeerd object

niet weg gooien hoor, deze lege wijnkist ligt echt véél fijner!

We gaan het zien. Het zit nu eenmaal in mij (en in heel veel mensen) om te denken dat iets nog altijd ergens anders voor gaat worden gebruikt.
Dus bewaren we het voor ‘als dan en ooit’. En dat mag niet, weten we nu na de Marie Kondo rage. Zelden of nooit ga je namelijk iets toch nog wel gebruiken. Maar mij is het gelukt! Waarbij andere op te ruimen en te verwijderen zooi ineens weer anders wordt bekeken, helaas ;-).

bewijs van de kluslust, wel heel mooi toch?

Want wat is het geval? Het is jullie vast niet ontgaan dat mijn kluslustige man mij bevestigde in mijn angst dat een thuisblijfvakantie zou ontaarden in een klusvakantie door een wijnrek te bouwen. Wijnrek 1 en 2 waren niet meer goed. Het waren er namelijk 2 en dat kon niet. Want dat was rommelig (ik praat nu even de kluslustige man na, ik heb zelf geen mening over wijnrekken) en bovendien was er niet voldoende ruimte voor de als maar uitdijende wijnverzameling. Mijn oplossing van minder wijn kopen en drinken werd weggelachen, er moest dus een über wijnrek komen. Het resultaat zien jullie hiernaast —>

Afijn, 1 wijnrek erbij betekent 2 wijnrekken wegdoen. Maar toen zei de hamster in mij toch heel hard HO! Want kunnen we er niet iets mee met zo’n wijnrek? Handdoeken oprollen en erin leggen. Mwah. Katten parkeren die vervelend doen? Neuh. Maar wel: koekenpannen erin doen! Die stonden gestapeld en ik had natuurlijk dan altijd de onderste pan nodig en dan moest ik de andere zware pannen optillen, ach en wee, wat was dat erg.

Dus ik presenteer met trots mijn pannenkast/rek/ding:

Het gaat natuurlijk helemaal nergens over – sorry voor de non-blogpost maar ik ben er wél heel erg blij mee. Het rek staat naast het fornuis, ik hoeft niet meer de bukken (moest ik wel op de oude plek) en het is beter te hanteren voor mij omdat ik niet meer 3 pannen op hoef te tillen om een pan te pakken. Dat is nu een win-winsituatie (hergebruik/niets weggooien) en dat betekent dat er misschien voor het kattenhol ook nog hoop is, misschien wel een fijn schuilplekje voor het egeltje in de tuin….ik ga het hol nu maar uit de zak halen…

Advertenties

Tweedehands woensdag

Vandaag aandacht voor een bed. Het bed waar Zoon nu in slaapt, maar daar voor Neef en volgens mij ook Opa (die is gaan hemelen) en Zus toen ze nog niet uit huis was. Jullie begrijpen het al, dit is echt een familiebed. Ik weet niet eens meer wie er wanneer in sliep, zo lang is het al in de familie. Maar het ligt wel super en Zoon is er zeer content mee.

Zo goed als nieuw

Vorige week schreef ik een recensie over Echt eten. Een handleiding van Michal Pollan. Een geweldig boek. Natuurlijk wilde ik ook heel graag zijn andere boek lezen (Een pleidooi voor echt eten) maar daar moest ik aardig wat geduld voor hebben. Ik heb het aangevraagd in de bibliotheek, al bijna 3 maanden geleden en nog steeds kreeg ik geen oproep om het te halen, wel 2 keer een mail dat er een enorme wachtrij voor het boek is. Het andere boek van Pollan, haalde ik ook uit de bibliotheek en daar hoefde ik niet zo lang op te wachten.


Het punt is dat ik dit boek (Echt eten. Een handleiding) eigenlijk wil hebben, zelden zo’n praktisch zinnig boek over eten gelezen. En ik denk dat Een pleidooi voor echt eten ook aan mijn verwachtingen gaat voldoen. Dus kocht ik het. Maar wel op de zuinige manier: tweedehands, via internet, ik betaalde er € 6,50 voor, het boek ziet er nieuw uit en is duidelijk niet gelezen. Binnen een dag had ik het in huis. Nu ben ik blij en ga ik het lezen. En als het uit is, ga ik het andere boek van Pollan ook tweedehands aanschaffen, lukt vast.

Tweedehands woensdag

Vandaag op Tweedehands Woensdag een

In Memoriam:
MAGIMIX,
gaf de geest in april 2011
na 2 jaar trouwe dienst
van dagelijks hakken en raspen
en daarvoor zeker 30 jaar trouwe dienst bij mevrouw De H.
Nu moet ik weer handmatig hakken en raspen
Dat valt tegen!

Tweedehands woensdag

Op deze plek zet ik elke woensdag een gratis tweedehands gekregen voorwerp en de gulle gever in het zonnetje.



Deze stoel stond vroeger bij mijn opa en oma, in een hoek van de kamer. Tijdens de vele logeerpartijen mocht ik ’s avonds in dit stoeltje televisie kijken. Soms kreeg ik daar zelf een glaasje shandy bij! Ik heb veel herinneringen aan mijn opa en oma, we kwamen daar vaak en het was altijd leuk. Ze woonden in Zandvoort en daar was natuurlijk van alles: duinen, zee, strand en eindeloos veel aandacht van opa en oma. Opa was een verhalenverteller en nam mij mee uit wandelen en oma was nogal gesloten, type diepe wateren en uitte zich vooral via de aardappelsalade die ze altijd maakte met een lading mayonaise waar je cholesterol spontaan de verkeerde kant van op schoot. Zei je één keer tegen oma dat je iets lekker vond, dan kreeg je het alle keren dat je kwam, tot het je strot uitkwam….maar de bedoeling was goed!

Het stoeltje stond in hun huis, zolang ik me kan herinneren. Navraag bij Oma (mijn moeder) leverde op dat het stoeltje er ook al zo lang zij zich kan herinneren stond. Ik kreeg het stoeltje toen mijn opa overleed, mijn oma was al jaren daarvoor gaan hemelen.

Het stoeltje zit perfect, is gebouwd op een niet zo groot persoon, precies mijn maat (1,69). We hebben er een tijd een schapenvacht over gedrapeerd, toen zat het helemaal super, maar de vacht leed onder een vlooienplaag van de katten en moest het huis uit, de stoel niet. De stoel ziet er niet mooi meer uit, vooral de zitting is lelijk, deze is van riet en moet nodig opnieuw worden beriet (als dat een woord is). Schatje probeert de stoel al jaren de deur uit te werken maar dat gaat hem niet lukken. Mijn stoel, afblijven! De stoel is ook van Moos, zoals jullie zien, de kat voor wie wij een moestuin-omheining hebben gemaakt. Meestal ligt hij in de stoel, als hij de planten in de tuin niet sloopt.

Tweedehands woensdag

Op deze plek zet ik elke woensdag een gratis tweedehands gekregen voorwerp en de gulle gever in het zonnetje.

Deze week de wereldbollamp van mevrouw De H.:

Mevrouw De H. gaan we wel vaker tegen komen de komende tijd hier, want het huis staat vol met spulletjes die we van haar kregen, het meest voor de keuken maar ook deze lamp. Het is de nachtlamp van Zoon, al bijna 1,5 jaar en de lamp is ook bijzonder geschikt voor uitleggen over werelddelen en plekken die aangewezen moet worden. Natuurlijk kunnen we in het kader van energie besparen de lamp beter uitdoen, maar daar is Zoon nog niet aan toe (er zit wel een spaarlamp in hoor….)

Tweedehands woensdag

 

Op deze plek zet ik elke woensdag een gratis tweedehands gekregen voorwerp en de gulle gever in het zonnetje.

Maak kennis met mijn Kenwood. Of eigenlijk die van mevrouw de H. Ik kreeg deze supermachine 2 jaar geleden toen mevrouw de H. naar een verzorgingshuis ging. Ze heeft haar leven lang gebakken, gekookt en kookboeken verzameld tot het niet meer ging vanwege haar toenemende gezondheidsklachten. Voor de dochter van mevrouw de H. is koken een blik bonen opwarmen, vandaar dat ik werd benaderd met de vraag of ik blij zou zijn met wat kookspulletjes.

Ik gebruik de Kenwood bijna dagelijks om deeg te mengen en beslag te maken. Zonder zou ik lang zo veel niet kunnen bakken aangezien ik niet over voldoende spierkracht beschik. Ik overdrijf niet als ik schrijf dat ik inmiddels totaal onthand zou zijn zonder.

Mevrouw de H. overleed een  kleine 2 maanden geleden. Maar ik denk nog dagelijks aan haar!

Tweedehands woensdag

Op deze plek zet ik elke woensdag een gratis tweedehands gekregen voorwerp en de gulle gever in het zonnetje.

Tijdens mijn studietijd had ik een geweldig baantje. Samen met vriendin M. kookte ik voor een oude heer van stand, Meneer B. Geboren op de Prinsengracht in Amsterdam en toen ik hem leerde kennen was hij 85 en woonde hij op de Reguliersgracht. Meneer B was oud-notaris en zocht “lieve dames die bij hem thuis wilden koken”. Nu, wie mij kent, weet dat ik dat wel wil!

Toen ik daar begon te koken lustte hij vrijwel niets, alleen bloemkool met eens sausje en via ons maakte hij kennis met andere gerechten, het kluiven van kippenpoten met je handen en chinees eten. Elke keer dat ik daar kwam zag de middag er hetzelfde uit. Ik kwam om half 4, we bespraken de dag, het nieuws in het groot en het klein en het menu (altijd hoofdgerecht en toet, soms ook voorgerecht). Dan ging ik boodschappen doen en daarna namen wij een portje. Opgekikkerd dook ik dan de keuken in en maakte het eten klaar, tussendoor onderbroken door het half 7 journaal, dat hij altijd wou zien. Daarna eten en afwassen en weer naar huis of soms nog even luisteren naar zijn pianospel.

Ik kookte daar om de dag en at dan ook mee, het hele jaar rond. De andere dagen nam mijn vriendin voor haar rekening. Vaak aten we met zijn drietjes, dat vond hij helemaal reuze gezellig. Ook met Kerstmis en oudejaarsavond aten we bij Meneer B. Hij had vrijwel geen familie, geen kinderen en zo had hij toch altijd aanspraak. Het was een man van vaste gewoonten, hij ging jaar in jaar uit naar het concertgebouw en zat daar altijd op dezelfde stoel, een paar keer per week ging hij naar Artis en één keer in de week musiceerde hij met een aantal dames. Hij had in zijn leven nooit hoofdpijn gehad en was altijd goedgehumeurd.

Het was een verbintenis gemaakt in de hemel. Ik kon doen wat ik het liefst doe: koken (en kreeg daar betaald voor) en hij zorgde voor structuur in mijn woelige studentenleven. Wat er ook gebeurde, ik moest om half 4 bij meneer B zijn. Dat gaf houvast. Hij was heel gastvrij en makkelijk, één keer zat ik zonder huis en toen kon ik al mijn meubels opslaan bij hem in de kelder. Hij aan de andere kant had er ook veel aan, hij had altijd aanspraak, genoot van het gezelschap van jonge mensen en had elke dag een lekker maaltje. Hij was bijzonder geïnteresseerd in alles, ik heb meegemaakt dat hij een studieboek van mij  over geschiedenis ging lezen om er later met mij over te kunnen praten. Sowiezo had geschiedenis zijn interesse, hij kon heel geanimeerd vertellen over de geschiedenis van Amsterdam en de grote brand bij het paleis van Volksvlijt (waar later de Nederlandsche Bank werd gebouwd) in 1929.

Ook toen ik al werkte voor het “echie”, bleef ik bij hem komen, maakte zijn huis schoon en toen hij later ziek werd deden we de dingen die normaal kinderen voor hun ouders doen: pyama’s mee naar het ziekenhuis nemen en zorgen voor iets te lezen en beetje tutten over hem. Toen hij overleed was hij 92 en ik heb hem nog jaren gemist.

Het tafeltje kreeg ik van hem, het stond op de bovenste verdieping van zijn huis, in het dienstbodekamertje. Het is een oude wastafel en er hoort eigenlijk nog een lampetkan op te staan, maar die is helaas bij een verhuizing gesneuveld.

Tweedehands woensdag

Lopend door mijn huis valt op dat veel afkomstig is uit andere huizen. Een groot deel van onze spullen heeft een voorgeschiedenis. We kregen het omdat de eigenaar er niet meer is, of het niet meer gebruikte en/of het zat was of dat het in de weg stond. Al lang voordat ik consuminderaar werd, ontdekte ik het plezier dat je hebt van gratis tweedehandsjes. Zelf weer doorgeven is overigens ook heel leuk.

Toen ik nog in Amsterdam woonde, ging ik nog een stap verder. Ik nam niet alleen graag in ontvangst, maar nam ook graag weg. Wie het eenmaal doorheeft kijkt anders naar de vuilophaaldagen, want sjonge wat kun je een leuke dingen scoren. Ik ging niet zo ver als de tweeling waarmee ik ooit een huis deelde. Zij hadden voor dat doel een bakfiets aangeschaft en op grof vuil dagen was het hard werken. In hun huis stonden fietsen in alle stadia van instorting, tafels, stoelen, wintersportuitrustingen (hoewel ze nooit op wintersport gingen).

Zelf scoorde ik ooit eens een prachtige knalgroene stoel die super lekker zat. Ik trof hem aan de op Prinsengracht ter hoogte van de Jordaan en sleepte hem mee, dwars door de stad naar de Pijp, waar ik toen woonde. Die stoel (en een koelkast en salontafel) gaf ik een jaar later weg aan een vriend toen ik ging samenwonen met Schatje.Ook vond ik ooit eens stoel bij mij in de straat, maar het bleek dat de huisraad op straat uitgestald stond vanwege een verhuizing dus die stoel heb ik met het schaamrood op mijn kaken weer terug gebracht.

Naast de spullen die ik zelf actief verkreeg, kregen we dus ook heel veel van anderen. Sommige dingen lelijk maar bruikbaar, andere spullen prachtig en voor ons onbegrijpelijk dat ze werden weggedaan. Als eerbetoon aan al die gulle gevers, fotografeerde ik de gratis tweedehandsjes. Die krijgen jullie de komende woensdagen te zien.

 

Deze woensdag aandacht voor de bureaustoel van mijn vader.
Mijn vader overleed in 2006 na een slopende ziekte die hem jarenlang aan huis bond. Zijn grote passie was de computer en vanuit deze stoel onderhield hij het contact met de buitenwereld.
Een tijd na zijn overlijden veranderde mijn moeder één en ander in het huis en zo moest de stoel ook weg. Nu schrijf ik mijn stukjes terwijl mijn kont in deze stoel zetelt. Een prettig gevoel.