Wat blabla over koopkracht

Na Prinsjesdag konden we op veel plekken lezen over de beoogde koopkrachtvergroting van zo’n beetje iedereen in het land. Ik geloof dat we er allemaal iets op vooruit gaan behalve als je bijna bejaard bent en recent met vervroegd pensioen bent gegaan, zoiets.

Je kunt ook op diverse sites uitrekenen wat de plannen betekenen in jouw situatie. Omdat onze situatie van één inkomen uit werk en één inkomen uit een wia-uitkering nooit in de rekenmodules voorkomt, blijft dat voor ons nog even een verrassing.

Veel mensen gaan er iets op vooruit. De koopkracht gaat volgend jaar iets stijgen door verschillende maatregelen. Zorg- en huurtoeslagen voor mensen met een lager inkomen gaan iets omhoog, zo ook het kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag. Volgens het Nibud gaan sommigen er €40 per maand op vooruit. Hoewel het absoluut niet niks is (zo’n bedrag is voor mij al voldoende om van verzekeraar te wisselen), zijn dit op zich bedragen die je zelf heel snel kunt ‘verdienen’ door wat slimmer met je geld om te gaan in de ruimte die er is.

Het boeit me ook niet heel erg. Natuurlijk zeg ik dit vanuit een luxe positie met onze mooie inkomens. Als je niets hebt, valt er weinig te besparen maar ik ben eerlijk gezegd nog nooit iemand tegen gekomen die nergens meer bespaarruimte heeft. Meestal omdat iedereen (ik ook) blinde vlekken heeft en toch geld laat weglekken.

Ik vraag me af of iemand ooit wel eens meet of het echt klopt, die beloftes van een koopkrachtverhoging. Is er serieus iemand die achteraf gaat kijken, ‘dit werd er beloofd en dit had ik te besteden, en de inflatie is zoveel, klopt de belofte met de werkelijkheid?’ Zelf denk ik dat de belofte van een koopkrachtstijging vooral een psychologisch effect heeft. En moet je dus uitkijken dat je het geld niet al uitgeeft voordat je het hebt of dat je het niet dubbel uitgeeft. Wie kent niet de situatie dat je weet dat er een meevaller van € 100 aankomt en dat je dat bedrag soms wel drie keer al hebt uitgegeven ‘omdat we nu net wat ruimer zitten‘. Jullie als verstokte consuminderaars overkomt dat natuurlijk nooit maar ik als kneusje van de klas ben daar heel bekend mee ;-).

Koopkracht is een relatief begrip. In de kranten wordt het altijd gebruikt om aan te geven dat de koopkrachtstijging een hopelijk positief effect heeft op de economie. Mensen gebruiken de stijging in het ideale geval om goederen en diensten te kopen. Mensen hebben meer te besteden. Op papier. Want aan de andere kant is er in de afgelopen jaren zó veel bezuinigd dat mensen meer zelf moeten betalen. Wat ze linksom meer te besteden hebben, geven ze rechtsom meer uit aan dingen waar ze niet onderuit kunnen. Denk aan medische kosten bij chronisch ziekten. er wordt beduidend minder dan voorheen vergoed.

Wij hebben het heel erg goed, vind ik dan toch. Onze situatie is enorm verbeterd door onze leefstijl aan te passen en onze hypotheek af te lossen met wat er overblijft. De koopkrachtstijging die daar het gevolg van is (door de dalende hypotheeklast), wordt weer gebruikt om nog meer af te lossen. Ik ben gelukkig niet afhankelijk van die € 20 of € 30 die ons nu wordt voorgehouden. Koopkracht is wat mij betreft vooral een spier die je traint om kopen te weerstaan zodat je voorbereid bent op dat wat echt nodig is. Zeg ik vanuit een riante positie met een dak boven mijn hoofd en zonder grote geldzorgen.

Het blijft verwonderlijk hoe we met geld en toeslagen omgaan in dit land. We worden aan alle kanten uitgemolken en uitgeknepen maar ik krijg wel weer deze maand de UWV-bonus voor medische kosten zomaar op mijn rekening gestort. Zonder dat iemand mij vraagt welke medische kosten ik heb gemaakt, óf ik überhaupt kosten heb gemaakt en of ik die kan dragen. Laten wel wel wezen, ik ben blij met dit bedrag van €212 ook al dekt het bij lange na niet de kosten die ik maak. Maar heb ik het echt nodig? Nee, eigenlijk niet. Ik ben uitstekend in staat om daarvoor geld opzij te zetten.

Het blijft me verbazen dat enerzijds van alles aan papierzooi moet worden ingevuld om toeslagen te krijgen en anderzijds nog steeds met geld wordt gestrooid. Het is vreemd dat mijn moeder een nieuw medicijn krijgt voorgeschreven van de huisarts voor een aandoening waarvan ze niet wist dat ze het had en dat ze van de apotheek meteen maar voor drie maanden meekreeg. Na drie keer slikken en nog eens bellen bleek dat ze het toch niet nodig had en de medicijnen werden weer ingeleverd bij de apotheek. Die ze vervolgens doet verdwijnen in de grote medicijnenvernietiger want aan medicijnenrecycling doen we niet.

Ja, wat wil ik eigenlijk zeggen? Nou niet veel, behalve dat we het helemaal niet zo slecht hebben in dit land en dat ze van mij de gouden koets mogen omsmelten en de opbrengst verdelen onder mensen die het echt nodig hebben. Hoeft die belachelijke opknapbeurt van 1,2 miljoen euro ook niet door te gaan. Want dat geld kan beter besteed worden. Vind ik. Dus.

Advertenties

De economie van de bijgestelde verwachtingen

Een half jaar geleden las ik regelmatig in de krant berichten over voorzichtig economisch herstel. Het ging niet zo hard, maar het werd al wat beter. Toen kwamen de berichten dat de cijfers van de Duitse economie beduidend beter afstaken tegenover die van de Nederlandse economie. En ineens stond er in de weken erna het nieuwe woord: lage-groei-economie. Ik kom het nu bijna dagelijks tegen in de krant.
Lage groei economie is onze nieuwe werkelijkheid: een economie die niet meer op het niveau kan komen waar ze zou zijn terecht gekomen als er geen crisis was geweest. Met andere woorden: economisch herstel is niet meer hetzelfde als economische groei. Een economie kan aantrekken in de vorm van meer werkgelegenheid maar dat garandeert niet meer automatisch de groei waar we zo gewend aan zijn geraakt. En dat heeft dus gevolgen voor de koopkracht.
De redenen zijn eigenlijk heel simpel als je erover nadenkt. Niet dat ik het zelf bedacht hoor! Ik heb het ook maar gewoon gelezen. Hoewel er straks meer werkgelegenheid is moeten we toch met een stuk minder handen de economie draaiende houden. Door de vergrijzing zijn er nu eenmaal minder handen beschikbaar. Groei zal vooral moeten komen uit verhoging van de arbeidsproductiviteit. Nou heb ik jarenlang bij een groot commercieel bedrijf gewerkt en geloof me, meer kun je niet uit mensen halen tenzij je bereid bent ze in een sinaasappelpers te stoppen om er nóg meer uit te persen, overgaat op een 6-daagse werkweek en pauzes gaat verbieden.
Koopkrachtverlaging dus. Eigenlijk is de naam lage groei economie niet oké. We zouden het beter bijgestelde verwachtingen economie kunnen noemen. Want daar gaat het om: niet om de vermindering van koopkracht maar hoe je daarmee omgaat. Zijn wij in staat met minder genoegen te nemen, wij die opgroeiden in een samenleving die jaar in jaar uit groei kende en met een voortdurende uitbreiding van frutsels die we eerst niet kenden (mobiel, dvd, espressoapparaat, routeplanner….) en die later een ‘behoefte’ werden. Kunnen wij onze kinderen leren op een andere manier met wensen om te gaan, behoeften uit te stellen. Er niet meer automatisch van uitgaan dat het wel goed komt, maar beginnen met sparen. De vraag is helaas niet of we het kunnen maar hoe we dat gaan doen! We zullen wel moeten!
Wij kunnen dat wel. Wij maakten hier de afgelopen jaren al onze eigen drastische koopkrachtverlaging mee doordat ik ziek werd. Dus wij zijn een stuk soberder gaan leven. Maar wat doe je als je door de koopkrachtenverlaging ernstig in de problemen komt? Als je niet meer in staat bent een buffer op te bouwen en weet dat deze lage groei economie nog jaren duurt? Wat als je wasmachine stuk gaat en je geen nieuwe kunt kopen? Als het je niet meer lukt om geld opzij te zetten voor de latere studie van je kind, zodat hij of zij zijn werkende bestaan met een forse schuld zal gaan beginnen?
Zojuist kreeg ik een mail van een vrouw die dezelfde aandoening heeft als ik. Zij woont alleen en haar ouders zijn overleden. Zij heeft niemand op wie zij terug kan vallen. Ze woont prachtig, op een afgelegen plek. Vanwege haar slechte gezondheid is zij afhankelijk van een auto, want fietsen is geen optie. Zij houdt nu al net haar hoofd boven het water, maar sparen lukt niet meer. En nu is haar auto kapot, heeft volledig de geest gegeven. En dus gaat ze geld lenen, van een vriend. Ik kan wel zeggen doe dat niet, maar de andere optie is haar huis verkopen (met verlies want slechte tijd) en centraler gaan wonen.
Nou is haar financiële positie – net als die van ons – niet verslechterd door een slechte economie maar door ziekte. Maar waar het wel om gaat is dat er een kwetsbare groep mensen in de samenleving is, die kan verzuipen op het moment dat er langdurig minder geld in het laatje komt. Die afhankelijk zijn van een uitkering, of van speciaal onderwijs en minder gelegenheid hebben hun kansen te keren.
Het is wrang dat het woord koopkrachtenverlaging voor iedereen iets anders betekent: voor de één betekent het de verkoop van het huis, voor de ander leidt het tot een soberder bestaan en weer een ander baalt omdat dit betekent dat de bonus van het verder riante inkomen misschien iets minder uitpakt. Wat kan je eraan doen? Wel iets! Natuurlijk consuminderen, maar dat doen we al. En vooral toch gaan stemmen morgen, ook al lijken de verkiezingen een ver van je bed show. Want het is de politiek die de potjes beheert en aan de touwtjes trekt. Die bepaalt of jouw kind dat op school achterloopt een rugzakje krijgt of juist geen begeleiding. Die bepaalt of jouw bibliotheek open kan blijven of niet. Die bepaalt wat een eerlijke verdeling van geld is.