Het moederhart en loslaten

Puber wil geen puber meer genoemd worden maar jong volwassene. Want dat is hij, zegt hij. Nu vind ik hem zelf ook meer een jong volwassene dan een puber als je het bekijkt in termen van onrust, opstand en experimenteren. Ons kind is bedachtzamer en serieuzer dan wij waren op die leeftijd. Er zijn hier (nog?) geen ruzies of slaande deuren, op wat (wederzijds, moet ik er eerlijk bij zeggen) gerol met de ogen na. Nou is hij een jongen en heb ik het idee dat meiden wat sneller zijn op die leeftijd qua opstand en pubergedrag.

Soms knijp ik mezelf even in de armen. ‘Waar blijft de tijd‘ denk ik regelmatig. Als moeder blijf je soms steken in het beeld dat je van je kind had toen hij 5 was, 10 was. En ben je geneigd daar naar te handelen. Maar als ik iets heb geleerd inmiddels dan is het dat je als ouder in deze jaren een flinke stap terug moet doen. In de zin van het hem zelf laten uitzoeken. Soms gaat hij dan onderuit. Maar meestal gaat het goed.

Vorige maand gingen M. en S. naar de open dag van de Vrije Universiteit Amsterdam. Afgelopen zaterdag was de Universiteit van Amsterdam aan de beurt. Aan de eettafel volgde een geanimeerd gesprek over alle indrukken, de voors en tegens van de bezochte studierichtingen. Met verbazing hoor ik mijn eigen kind aan. Hij kan zo goed verwoorden wat hij vindt, wat hij zoekt, wat hem aantrekt. Prachtig vind ik dat.

Hij hoeft nog niet te kiezen, zit nu in de vierde van het gymnasium en dit jaar werd hij vanuit school aangemoedigd open dagen te bezoeken. Dan is het 5e jaar voor een echte studiedag en het volgen van lessen of hoorcolleges om een betere indruk te krijgen. Je kunt zelfs een hele dag meelopen met een student. In het 6e jaar zou de keus duidelijk moeten zijn.

De voorkeuren zijn duidelijk maar er is veel wat lonkt. Medische informatiekunde, future planet studies, aardwetenschappen en computer sciences. Het lijkt hem allemaal prachtig. Al ziet hij heel goed dat het enthousiasme voor de ene studie ook heel erg wordt aangewakkerd doordat de voorlichter op die dag een begenadigd spreker was met een geweldig talent zijn studierichting te verkopen.

School bood ook speeddaten aan. Ook dat maakte indruk. De meeste sprekers vond hij niet heel boeiend. Maar die ene sprong eruit. Een man met een chemische opleiding die zijn hart achterna ging en van restafval – letterlijk het afval wat na verbranding overblijft – toch nog iets weet te maken en daar ongehoord succes mee heeft. Maar wel zichzelf blijft en ervoor kiest om zijn bedrijf niet groter te laten worden dan de 12 mensen die hij in dienst heeft.

En ook daar praten we over. Ga je werken om veel geld te verdienen of is dat niet zo belangrijk? Kun je dat combineren? Een sloot geld binnenhalen door keihard te werken om daarna dingen te gaan doen voor de lol is aantrekkelijk natuurlijk. Maar kun je niet beter ervoor zorgen dat je het werken zelf ook als prettig ervaart? Voor je het weet ga je leven naar je inkomen en werk je niet meer om zo snel mogelijk te stoppen maar om de hypotheek te betalen.

En zo komt alles aan bod. Hij denkt en vertelt en wij zeggen soms iets vanuit onze visie of ervaring. Hij lijkt ineens zo groot. Zo volwassen. Zegt dat hij zich nu alvast gaat inschrijven voor een studentenkamer, want dat kan vanaf je 16e jaar. ‘Misschien wil ik na mijn bachelor wel op kamers mama. Dat ik dan mijn masters doe terwijl ik in Amsterdam woon. Als ik dat dan wil dan kan het, dan heb ik voldoende inschrijvingsjaren. Maar misschien ook niet hoor, gewoon voor de zekerheid inschrijven.’

Ik slik wat. De tijd dat hij bij ons woont kan me niet lang genoeg duren. Maar ik zeg dat niet. ‘Natuurlijk kind, schrijf je maar in, moet je doen, goed idee.’ Loslaten is pijnlijk en tegelijkertijd vind ik het prachtig om te zien hoe hij zich ontwikkelt. Zo veel potentie en zo’n prachtig karakter. Mijn kleine mannetje. Pardon, jong volwassene.

Advertenties

Over gewichtige zaken

gewicht

Als kind was ik te dik. Typisch gevalletje van babyvet dat niet snel genoeg verdween. Mijn moeder benoemde mijn gewicht niet maar liet wel bij de bakker de sneetjes van het brood extra dun snijden. Want ik had altijd honger en nam graag nog een broodje en nog een en nog een.

Altijd honger hebben en heel goed door hebben dat er iets te veel van mij was. In de puberteit ging ik lijnen. Ik ben bekend met elk hongerdieet dat er bestond en mijn gewicht schommelde jaren lang tussen de 60 en 80 kilo. Met extremere uitschieters van 50 en van 90 kilo. Voor de beeldvorming: ik ben 1,67. Niet groot dus, wel een grote mond maar dát is een ander verhaal.

Ik las boeken over eten, schrapte vetten, eiwitten, koolhydraten, deed beweeg- en afvalcursussen bij de sportschool, volgde een workshop om het verschil tussen buikhonger en lekkere trek te leren en ben na dat laatste traject ongeveer 10 jaar geleden gestopt met calorieën tellen. Ik eet als ik honger heb en ik ga mezelf niet meer uithongeren. Meteen was het klaar met de vreetbuien die ik sinds mijn puberteit had en waarvan ik dacht dat het een psychische kwestie was. Niks geen emotie-eter, je lijf schreeuwt om goede voeding als je het uithongert!

Toen ik niet lang daarna ziek werd had ik net een periode van intensief sporten en bewegen achter de rug. Ik woog rond de 75 kilo en was niet heel ver meer verwijderd van mijn ideale gewicht van 72 kilo. Waarom specifiek 72? Omdat ik dan een gezond BMI zou hebben, want dat bleef ik erg belangrijk vinden. Maar goed, ik kwam van de ene op de andere dag tot stilstand en toen ik na een paar maanden continu platliggen weer eens op de weegschaal ging staan woog ik 90 kilo. Dat was wel even schrikken. Ik was wel gestopt met bewegen maar niet met eten. De uitspraak dat je niet veel honger hebt als je weinig doet, gaat overduidelijk niet op voor mij. Bovendien zou het ook zo kunnen zijn dat ziek zijn veel energie vreet. In ieder geval de trek was uitstekend ;-).

Toch was er iets veranderd. Ik had eigenlijk wel andere zaken om me druk over te maken dan het bereiken van een ideaal gewicht. Daarmee bedoel ik niet dat gezond eten niet belangrijk is en het was zeker geen vrijbrief om te snoepen en te vreten. Maar ik liet het denken over een ideaal gewicht los.

Sindsdien is mijn gewicht gaan dalen. Na een traject bij een orthomoluculair voedingstherapeut ben ik gestopt met het eten van gluten en lactose. Mijn darmen kwamen tot rust en ik viel ineens kilo’s af.

Sindsdien schommel ik tussen de 77 en 80. Het wordt niet minder maar ook niet meer. Ik geniet van eten en het is geen issue meer. Ik voel me ook lekker in mijn lijf zitten, schaam me niet voor de vetrollen die er zijn. Het is goed zo. Ik laat me niet meer gek maken, eet gezond en gevarieerd en mijn lijf reageert daar op eigen wijze op. Wellicht als ik straks weer meer kan bewegen dat er weer wat van afgaat. Maar voor nu vind ik het eigenlijk al een prestatie dat ik stabiel blijf, zonder de enorme uitschieters die ik vroeger had.

Loslaten van het beeld van mezelf als een slanke dame, geeft rust. Ik ben niet een etherische verschijning die aan een fee doet denken. Ik ben een fee met een maatje meer en dat is ook goed.

Is jouw gewicht een issue voor jou?

 

(bron afbeelding: Pixabay)

 

Positivisme voor pessimisten

Vroeger had ik een beetje moeite met mensen die altijd positief in het leven staan en dat heel erg etaleren. Alles is gewéééldig! Super! Of daar dan weer de overtreffende trap van. Ik werd daar altijd een beetje nerveus van. Ik was namelijk best een zwartkijker – met een altijd half leeg glas en me overal druk om makend –  en wist nooit zo goed wat ik met positivo’s aan moest. Ook was mijn ervaring dat sommige mensen zeggen dat ze positief in het leven staan maar op mij kwam het soms over als manisch ontkennen dat niet alles leuk of fijn is. Laat staan dat je gewoon eerlijk mag benoemen wat niet prettig voelt.

Ook had ik – nu ik toch begin met biechten – een hekel aan mensen die overal een les in zien. Je bent ziek, dat is klote en dan moet je daar lering uit trekken. Ik snap dat best in sommige gevallen, bijvoorbeeld als je overspannen bent geraakt en je grenzen niet goed hebt aangegeven, maar zo denken is wel een glijdende schaal. Wat is de les van kanker? Parkinson? Of van andere nare aandoeningen? Dat je ook iets niet goed deed?

Inmiddels ben ik geen zwartkijker meer. Mentaal voel ik me stabieler en fijner dan vroeger en ook mijn depressieve buien zijn vrijwel verdwenen. Ik sta tegenwoordig eigenlijk wel heel positief in het leven maar heb nog steeds moeite met mensen die hard roeptoeteren dat je gewoon positief moeten denken, dan ziet de wereld er een stuk beter uit, krijg je makkelijker voor elkaar wat je wilt. Gewoon niet zo sippen maar gaan met die banaan! Positieve mensen hebben meer leuke ervaringen en leven langer, schijnt. Ja leuk, maar  ‘gewoon positief denken’, hoe moet dat dan?  Mijn ervaring is dat als je tegen iemand zegt “je mag niet negatief denken”, dat het dan niet lukt. Zoals de beroemde “denk niet aan een olifant met roze stippen”meteen op je netvlies staat gebrand, zo  druk je ook niet zomaar negatieve gedachten weg.

Het leven bestaat nu eenmaal uit fijne en moeilijke momenten en soms overheerst het moeilijke. Toen ik ziek werd, was ik heel erg bang dat mensen mij negatief zouden vinden. Ik gaf dan ook vaak een sociaal wenselijk antwoord als ze vroegen hoe het ging. Ik uitte vrijwel niet wat er in mij omging en was dwangmatig op zoek naar verbetering van de situatie. Want accepteren dat dit het was, an me nooit niet! Het duurde best lang om te zien dat erkennen en accepteren van mijn situatie niet betekent dat ik bij de pakken neerzit of het koppie laat hangen. Juist door acceptatie komt er ruimte voor andere dingen, voor fijne dingen.

Inmiddels zie ik nu dat situaties weliswaar soms ongewenst of naar zijn en niet zomaar te veranderen, maar dat ik wel een keus heb in hoe ik daarmee omga. Ik kan kiezen om er op een andere manier, positievere manier, mee om te gaan. Ik weet ook nog heel precies het moment dat dit besef kwam: ik lag op de bank met pijn en was volledig uitgeput. Voor me lag wéér een dag dat ik niet kon doen wat ik wilde doen en dat was de dag ervoor en ervoor en ervoor ook al zo. Ik zag op tegen wat voor me lag.  “Is dit nou mijn leven? Blijft het nu altijd zo? Dit houd ik niet vol.” Maar omdat niet volhouden geen optie is – je kunt nu eenmaal niet naar de winkel met een kassabon en zeggen “doet u mij maar een ander lijf, dit doet het niet meer” –  kon ik twee dingen doen, zo liggend op de bank. Meegaan in mijn overweldigend boze zielige gevoel of kijken wat er nog wel goed was in mijn leven. Het zal je niet verbazen dat ik voor het tweede koos en dat de lijst van fijne dingen best heel lang was.  Net als dat ik ook leerde dat ik soms best wel eens eerlijk tegen iemand kan zeggen: “vandaag heb ik geen goede dag maar wat leuk dat je er bent.” Het maakt het contact alleen maar waarachtiger.

Voeg iets toe werkt wel.  Iets toevoegen werkt soms beter dan iets weglaten of wegdrukken. Dus in plaats van te focussen op negatieve gedachten en te proberen die te stoppen, richt je de aandacht op wat wél positief is. In mijn situatie betekende dat ik bijvoorbeeld benoemde wat wél fijn was op een dag dat ik pijn had, niets kon en plat op de bank lag. Soms waren dat hele kleine dingen, zoals dat ik vanaf de bank door het raam een koolmeesje zag zitten op het stuur van de fiets van S. en dat ik merkte dat ik daar blij van werd.  Of dat kat Smoes die altijd heel schuw was, ineens veel socialer werd door mijn altijd thuis zijn. Eenmaal begonnen zag ik steeds meer positiefs. Ik kan dan weliswaar niet meer werken…. maar heb ook geen last meer van sommige vervelende collega’s of treinen met eindeloos veel vertraging of de ratrace in het algemeen/ kan wel altijd kind aanhoren en luisteren wat er speelt/ ben toch in staat om sommige dingen die ik heel graag doe in etappes te blijven doen zoals koken, lezen, schrijven/ blabla.

Als je merkt dat sommige negatieve gedachten omhoog blijven ploppen dan vraagt er ook vaak iets gewoon om aandacht. Het kan helpen om dan naar de situatie te kijken. Is die te veranderen? Nee? Plopt de negatieve gedachte omhoog uit gewoonte? Is het een oordeel over jezelf? Gedachten zijn niet de waarheid en we hoeven er niet in mee te gaan. Gaan we er wel in mee dan roepen ze vaak emoties op. Emoties zijn ook niet de waarheid. Het zijn gewoon maar emoties.

Omdenken werkt goed in heel veel situaties is mijn ervaring. En dan niet het flauwe “denk in kansen en niet in problemen” want een beetje onzeker mens is dan meteen lam geslagen.  Maar denken wat wel kan in een situatie die voelt alsof er niets kan, lukt het best als ik de situatie in stukjes hak. Denk ik dat iets niet lukt op een dag? Ik bedenk dan wat ik wel kan. Ik kan niet koken want ik ben te moe voor de hele handeling van het koken. Maar, ik kan nu wel het eerste stapje zetten, bijvoorbeeld alles klaarleggen. En dan een uur later een ui snijden. En weer een uur later een courgette in blokjes snijden. In plaats van dat ik mezelf commentaar geef op weer een dag dat het niet lukt om te koken, juich ik mezelf toe dat het wel lukt om het eerste stapje te zetten. “Daar gaat ze mensen, Min of Meer staat op de van de bank en snijdt een ui. Echt, ze doet het gewoon, geweldig wat een prestatie!” Moet je eens kijken wat dát doet voor je humeur ;-).

Verleg je focus naar de juiste dingen. Soms worden we zo gegrepen door het leven van alledag, door wat moet en door het gevoel dat we klem zitten dat we helemaal vergeten die dingen te doen waar we blij van worden. In de tijd of ruimte die er is meer doen van wat je oplaadt, blij maakt of goed voor je is, doet ook wonderen voor je humeur.

Positief denken kan een gewoonte worden, net als negatief denken. En het denken ombuigen gaat niet vanzelf. Het is een pad dat je aanlegt in je brein. De eerste paar keer gaat dat moeizaam, met kapmes baan je je een weg door jaren niet gecorrigeerde negatieve shit (sorry, mijn fantasie slaat nu eenmaal makkelijk op hol), maar ben je eenmaal begonnen met hakken, dan gaat het steeds makkelijker.

Positief denken met daarbij in staat zijn tot eerlijkheid, zelfonderzoek, dingen durven benoemen en relativeren mét een beetje humor erbij, dan heb je iets waar veel mensen jaren naar zoeken:balans. En zoeken we dat niet allemaal?

Loslaten: prestatiedrang

perfectionist

De laatste tijd is loslaten een terugkerend thema voor mij. Loslaten kan op alle gebieden.  Ik ga bijvoorbeeld tegenwoordig veel losser met financiën om (voor een ander zal ik nog heel dwangmatig zijn maar ik vind mezelf nu super relaxed). Maar ook op andere gebieden laat ik los. Het één versterkt het ander, merk ik. Eenmaal begonnen met loslaten, ontdek ik steeds meer dat het toch nooit loopt zoals je vooraf denkt en dat heel strak plannen dus meestal zinloos is. Bovendien is het nadeel van strak plannen en de touwtjes in handen willen houden dat er ook torenhoge verwachtingen zijn. Inmiddels durf ik wel te beweren dat ik kampioen verwachtingen bijstellen ben en dat levert me best veel op. Bijvoorbeeld meevallers. Als je weinig verwacht, valt er heel veel mee ;-).

Het loslaten heeft ook gevolgen voor mijn blog. Toen ik begon in december 2010 was dat omdat ik merkte dat schrijven -iets wat me altijd redelijk makkelijk afging –  een moeizaam proces was geworden. Door het ziek zijn had ik concentratieproblemen en maakte ik veel fouten. Dat mijn ziekte ook op dit gebied impact had, hakte er best in. Schrijven was immers altijd ‘mijn ding’ geweest.

Dus ging ik zonder enig echt vooropgezet plan bloggen onder het motto  ‘wie schrijft, die blijft’ en dan specifiek om mijn stem te laten horen vanaf de bank en tegelijk mijn vaardigheden te blijven oefenen voordat ze helemaal wegzakten. Dat een beetje onderhouden zou vast schelen als ik na herstel weer de wereld zou in stappen.

Ik ben helaas nog niet de wereld ingestapt maar wel blijven schrijven. Omdat ik snel doorhad dat het goed is om te bloggen  vanuit een bepaalde invalshoek als je überhaupt gelezen wil worden,  stortte ik me vol overgave op dat wat mij toen het meeste bezig hield: geld. Of liever gezegd: ‘minder geld maar wel meer lasten, hoe ga je daarmee om?’

Dat dit onderwerp leeft bij zo veel mensen had ik helemaal niet verwacht en ik was stomverbaasd toen mijn blog echt regelmatig bezoekers begon te trekken. Op het moment dat dát gebeurde werd de oude streber in mij wakker en zou ik wel eens even de beste blogger op het gebied van besparen en consuminderen worden. Ik schreef de blaren op mijn vingers met de beperkte energie die er was, ook op dagen dat ik me slecht voelde en eigenlijk helemaal geen inspiratie had. Een dag niet bloggen, leverde een dip in de lezersstatistieken op. Ik wilde juist meer, meer, meer! En dat lukte, de pageviews stegen van 20.000 naar 50.000 per maand naar 80.000 per maand.

Dat ik er door anderen op werd gewezen dat er potentie in mijn blog zat, hielp niet echt om die streber de mond te snoeren. “Zit er geen boek in jou?”. “Wil je samenwerken”, dat soort vragen triggerde mij enorm.Ik ging nergens op in want ik was nog niet beter en zat immers niet vanwege mijn zweetvoeten thuis. Maar ik verzon wel veel om meer bezoek te trekken. Schreef een serie over ontwoekeren, interviewde schuldenaars, vroeg mensen naar de inhoud van hun portemonnee, naar hun aflosverhalen en zag de pageviews stijgen naar 100.000 en meer per maand. Wauw! Maar met het stijgen van de bezoekersaantallen kreeg ik ook meer stress.

Stress vanwege mijn eigen gedoe. Om de drukte die ik zelf genereerde. Wat was ik toch aan het doen? Ik was toch begonnen met bloggen omdat ik schrijven zo leuk vond? In de begintijd dacht ik vaak:  “dit blog is van mij, ik doe dit puur voor mezelf, ik hoef er niets mee en niemand pakt dit van me af”. Maar ik pakte zelf mijn eigen blog af door er iets van te maken waarmee ik wilde presteren.

Het is sommige lezers wellicht opgevallen dat ik de afgelopen jaren veel minder blogde. Van alle dagen naar twee, hooguit drie keer in de week. Ik heb alle lopende interviews afgestoten, mezelf verboden alle dagen te bloggen en alleen maar op die dagen dat ik echt inspiratie en zin had. En die was vaak ver te zoeken.

machine-writing-1035292_1920 (1)

(bron afbeelding Pixabay)

Maar misschien is het ook opgevallen dat ik sinds de overstap van Blogger naar WordPress veel frequenter blog. Gewoon omdat ik weer zin heb en ik het leuk vind. Maar vooral omdat ik me vrijer voel.  De overstap van Blogger naar WordPress greep ik aan om naar buiten te brengen dat ik niet meer specifiek over één onderwerp wil bloggen. Er is geen bindend thema meer en dat zal vast impact hebben op de bezoekersaantallen maar ik merk dat dit eigenlijk helemaal niet meer relevant is voor mij.

Natuurlijk vind ik het prettig als lezers me wel weer kunnen vinden en heb ik vermeldingen op de social media aangepast. Maar ik ga geen wedstrijdjes meer houden met die streber in mij, die stuurde ik al een tijdje terug de laan uit. Ook lees ik geen boeken over ‘zo krijg je meer lezers op je blog’, laat staan dat ik een cursus ‘succesvol bloggen’ ga doen. Ik hoef er niets meer mee te bereiken, het schrijven ‘an sich’, de reacties van lezers en de interactie die er is, geeft voldoening genoeg.  En ook dat is weer een grote stap voor iemand die altijd de beste wilde zijn. Ik blog dus gewoon over wat me te binnen schiet en mij bezig houd, om de lol van het schrijven zelf en het bindende thema,  nou dat ben ik ;-).

Maandboodschappen

Omdat de man uitgeschakeld was door een zweepslag en we de afgelopen weken al vaker klem zaten, bestelde ik de boodschappen via internet bij Albert Heijn. Nu bestel ik wel vaker via internet, meestal vlees of kattenvoer of biologische spullen bij Pit en Pit, maar voor de ‘gewone’ boodschappen zoals koffie, thee, bier, kattengrit, etc,  gaan we naar de supermarkt, afwisselend de Deen of de Lidl. Althans tot nu toe.

Het is me gewoon net iets te vaak gebeurd dat er wel echt iets moet komen, maar dat het dan een raadsel is door wie dat dan gehaald moet worden (ik: nee geen energie, de man: zweepslag, kind: huiswerk & voetbaltraining). En als bovendien blijkt dat het enorme hoognodige dan natuurlijk net vaak iets zwaars en onhandigs is zoals een zware zak kattengrit, besloot ik dat het anders moest.

Ik vind boodschappen doen helemaal niet erg, mits het niet zwaar is. Want ik doe boodschappen op de fiets. Wat ik koop moet dus in de fietstassen passen. De zwaardere boodschappen haalden man en ik meestal één keer in de week samen met de auto. Maar daar kwam de laatste tijd vaak iets tussen.

Dus ging ik aan de slag met een voorraadlijst van wat ik denk dat er hier in een maand doorheen gaat. Ook maakte ik flink wat ruimte in de kasten. Vervolgens plaatste ik een bestelling bij de Deen online. Alleen toen ik op betalen klikte, liep alles vast. Dus nog maar eens geprobeerd maar een uur later was het nog steeds niet gelukt en ben ik vloeken en tierend (ik ben nogal ongeduldig van aard) dezelfde bestelling gaan invoeren op de site van Albert Heijn.

Dat was onbekend terrein voor mij want wij doen daar echt nooit boodschappen, de winkel ligt totaal niet op onze route. Het was dus even wat uitvogelwerk omdat de mij bekende merken die ik bij de Deen haal niet allemaal bij de AH verkrijgbaar zijn en het was soms even zoeken naar alternatieven. Voor mij betekent dat vooral ingrediëntenlijsten van producten bekijken aangezien ik geen gluten en lactose verdraag. Best een tijdrovend klusje en terwijl ik dit tik bedenk ik me dat ik beter een lijst met voor mij veilige producten had kunnen opvragen bij de klantenservice want die is er vast.

Ik zag dat sommige producten veel duurder zijn maar andere juist weer veel goedkoper. Uiteindelijk kwam onderaan de streep in eerste instantie het bedrag van de AH-bestelling ongeveer net zo hoog uit als de Deen-bestelling, met dat verschil dat Deen gratis levert en AH niet en je ook statiegeld betaalt voor de kratten. Maar ja, gemak mag ook best wat kosten vind ik. Uiteindelijk was ik wel iets meer kwijt want ik zag dat de AH ook producten heeft die de Deen en Lidl niet hebben en waarvoor ik dan naar de Turkse winkel moet, zoals Haloumikaas en tempeh bijvoorbeeld en dingen die ik normaal alleen in de Ekolaza kan vinden zoals lactosevrij ijs (joepie) en afbakbrood van Schar (altijd in huis voor nood).

De bestelling kwam en – eerlijk is eerlijk – het was best even een werk om alles uit te pakken, de lijst te controleren en de zooi op zijn plek te zetten. Maar ik kreeg hulp van een bereidwillige puber die heel vrolijk werd van de aanblik van frisdrank en chips voor een hele maand.

Ik denk eigenlijk dat ik dit maar blijf doen. In het kader van loslaten en gemak, is dit wel heel erg oké. Volgens mij scheelt het ook geld want je wordt gedwongen meer vooruit te denken. Uiteindelijk kom ik zo 6 keer per maand minder in een winkel (4 keer de weekboodschappen en een keer per maand naar de Ekoplaza en de Turkse winkel). Zes keer minder boodschappenmomenten betekent meer energie voor iets anders! Bovendien ook zes momenten minder kans op impulsinkopen (mijn zwakke punt, ik heb de ruggengraat van een weekdier). Denk ik. Ik ga het eens een paar maanden uit proberen en dan horen jullie vanzelf wel of het inderdaad geld scheelt of dat ik gierend uit de bocht ben gevlogen met uitgeven. Met daarbij wel de opmerking dat het leuk is om te weten maar dat het gemak voorop staat en niet het eventuele voordeel.

Nu hoef ik tussendoor alleen nog maar af en toe wat vers spul te halen zoals fruit, groenten en zuivel. Dat is prima te doen!

Sla jij regelmatig groot in? Haal je dat zelf of laat je dat thuis bezorgen?

Loslaten & gemak en de Universiteit van de Open Deur

Wie hier vaker leest, weet dat ik dit jaar erg aan het experimenteren ben met loslaten. Dat gebeurt op financieel gebied onder meer door niet meer tot de nul te begroten, niet meer voor elke denkbare uitgave een reserveringspotje te maken maar gewoon betalen wat er op ons pad komt. Wat overblijft gaat naar de spaarrekening en naar de hypotheekaflossingen. Jaren van consuminderen hebben ons koop- en wensgedrag behoorlijk beïnvloed en we zijn niet ineens met geld gaan smijten. We zijn wel iets meer gaan uitgeven maar dat is prima. Iets meer uitgeven aan pret en ijsjes is oké als het er is, het gaat immers om een fijne balans tussen sparen, aflossen en genieten.

Ook op andere gebieden probeer ik minder krampachtig te zijn. Ik kan nogal manisch en streng voor mezelf zijn maar steeds meer lukt het mij om los te laten. Ik word vaak gedicteerd door een MOETEN-drang: dingen die gedaan moeten worden kunnen zeer urgent aanvoelen, maar de helft van de tijd ben ik natuurlijk zélf degene die bepaalt dat iets blijkbaar moet. En al dat moeten is op alle gebieden voelbaar, van perfect willen eten, tot conditie-opbouw, tot lijsten maken van boeken die ik wil lezen. Natuurlijk zit daar een enorme controlebehoefte achter en zegt dat enorm veel over mij. Bovendien maakt al dat ‘gemoet’ me natuurlijk helemaal niet gelukkig. Sterker nog, het schaadt mijn gezondheid. Want mijn manische brein leidt snel tot een heel erg overprikkeld brein. Die amygdala van mij maakt overuren en hoe erger ik in de manie schiet, hoe meer ik daar een paar dagen later de fysieke gevolgen van voel (dat is hoe ME/CVS werkt).

Loslaten dus. Wat mij goed helpt is alles omdraaien. Als ik voel dat iets moet, draai ik het tegenwoordig om en vraag: Is dat zo? (volgens mij zette Vlasje mij op het spoor van deze alles bevrijdende vraag). Moet dit echt? Van wie? Meestal van mezelf dus, en door het omdraaien verdwijnt de urgentie 9 van de 10 keer en kan ik relaxter doen.

Maar die tiende keer hè, verdwijnt de urgentie niet. Omdat er nu eenmaal soms wél iets moet. Wat doe ik dan? Mijn aloude oplossing alles dan snel afwerken wat er dan blijkbaar toch moet gebeuren, is niet fijn. Wat dan wel kan is verder gaan met vragen stellen. Dat gaat dus zo:

Is dat zo?
– Ja dat is zo, dit moet echt!
– Hoe kan dit eenvoudiger?

De vraag ‘Hoe kan dit eenvoudiger?‘ is net als ‘Is dat zo?’ toepasbaar op alles wat zich voordoet. En na wat analyseerwerk weet ik dat het eenvoudigste voor mij die oplossing is die het minste energieverlies oplevert. Dus hanteer ik tegenwoordig het principe: 1 erin? 1 eruit! Een motto dat niet alleen bruikbaar is voor mensen die de chaos in hun huis onder controle willen houden met minimalistische opruimtrucs, maar dus toepasbaar op alle gebieden in het leven is ;-).

Dat betekent heel concreet dat ik bij zaken die zich onverwacht aandienen en die echt gedaan moeten worden, ik mijn dag bekijk en een activiteit schrap. Aangezien ik niet heel veel kan doen op een dag is dat meestal of koken of douchen. Mijn 8-minutenloopje dat ik sinds een week elke ochtend doe, probeer ik er wel echt in te houden want alle dagen even buiten zijn vind ik het belangrijkste. Wassen kan ook even aan de wastafel en koken kan makkelijk worden vervangen door iets uit de vriezer te plukken.

Dit werkt echt goed voor mij. En zo kon ik deze week meezwemmen met de stroom toen bleek dat alle broeken van kind ‘ineens’ te klein waren. Na een zomervakantie van altijd in korte broek, zwembroek of joggingbroek lopen, viel het pas nu op dat zijn spijkerbroeken allemaal hoog water zijn. Dat is al de derde keer dit jaar, hij heeft een enorme groeispurt gemaakt. M. is hier thuis degene die normaal met S, de stad in gaat om kleding te kopen. Maar aangezien M. woensdagavond huppelend weg ging om voetbaltraining te geven (hij is coach/trainer van het voetbalteam van S.) en hinkend terugkwam met een zweepslag, werd de schone taak van kleding kopen aan mij overgedragen,

Moet dit echt? Ja dat moet? Hoe kan dit makkelijker? 1 erin? 1 eruit! Gewoon alles in één kledingwinkel halen, douchen overslaan en eten uit de vriezer rukken. Dus hop op vrijdagmiddag naar de stad gegaan, 6 spijkerbroeken en meteen wat shirts en een sweater gekocht.

De zweepslag verstoorde ook het wekelijkse de zwaardere boodschappen doen met de auto van  M. en mij. Oma haalde snel even wat noodvoorraad aangezien ik de dag na het kledingshoppen nog niet daarvan voldoende hersteld was om dat zelf te doen en de rest bestelde ik via internet bij Albert Heijn. Gewoon maar meteen voor een maand zware dingen vooruit. Hoef ik niet te sjouwen met kattengrit, pakken melk en flessen olijfolie. De rest van de maand hoef ik alleen nog wat vers spul te halen en dat kan heel makkelijk bij de Lidl op 5 minuten hier vandaan.

Het voordeel is dat ik mezelf veel minder forceer en dat is een enorme stap! Ik accepteer tegenwoordig minder de gedachte ‘zo ben ik nu eenmaal’ als blijkt dat ik gewoon zelf echt last heb van mijn eigen gedrag. Ik vind het echt fijn om te merken dat kleine stappen op één gebied gevolgen kunnen hebben voor alle andere gebieden.

In mijn stuk van vorige week over mijn dagelijkse loopje van 8 minuten schreef ik over het zelf je ergste vijand zijn door jezelf negatief te becommentariëren. Ik luister tegenwoordig niet meer naar die stemmen omdat ik weet dat het onzin is. Een bloglezer maakte daar de – goed bedoelde – opmerking over dat dit kennis is van het niveau van de Universiteit van de Open Deur. De rest van de reactie was heel positief in de zin van ‘je bent de moeite waard en ga lief en begripvol met jezelf om’.

Deze lezer heeft natuurlijk helemaal gelijk. En misschien zijn de manieren die ik hierboven omschrijf ook wel onderdeel van de Universiteit van de Open Deur. Eigenlijk vind ik het een geweldige omschrijving. Want er zijn dingen die we allemaal wel weten (goed voor jezelf zorgen, jezelf ruimte geven, etc) maar niet doen. Gedrag aanpassen is soms gekmakend moeilijk. Wat je weet (die negatieve stemmen in mijn hoofd verkondigen onzin) correspondeert vaak niet met wat je voelt (ik ben niets waard). Gedrag volgt vaak denkpatronen en die zijn moeilijk te doorbreken. Dus de les van deze week van de universiteit van de Open Deur is:

– Is dat zo?
– Ja dat is zo, dit moet echt!
– Hoe kan dit eenvoudiger?
– 1 erin? 1 eruit!

Pas jij makkelijk gedrag aan waar je last van hebt?

Loslaten: meer gemak

Niet alleen op budgetgebied probeer ik wat losser te worden, ook op andere gebieden. Dat is goed voor mij. Ik deed de afgelopen 8 jaar heel veel om mijn gezondheid te verbeteren, ik probeerde zowat elke beschikbare behandeling, slikte me suf aan voedingssupplementen en paste mijn leefstijl noodgedwongen aan. Betere voeding, rust pakken tussen activiteiten door, vermijden van stress, leren nee zeggen, vermijden van prikkels en over het algemeen een leefstijl hanteren waar een bejaarde van in slaap valt, is het beste voor mij.

Zo bezien ben ik een heel eind. Maar het kan altijd beter. Want ook in het aanpassen van de leefstijl kan ik wat rigoureus zijn. Alles altijd helemaal verantwoord, biologisch, suikervrij, alles altijd vers en zelf snijden. Dus snijd ik in etappes een rode kool als die op het menu staat. Want voorgesneden kopen doen we niet, dat is duurder en minder vers.

Zojuist kreeg ik een mail van mijn lieve mailmaatje uit Zandvoort die me vertelde dat ze het idee heeft dat ik aan zelfkastijding leid, dit vanwege het ontbreken van een wasdroger in dit huis. Ik kan het alleen maar helemaal eens met haar zijn, jammer genoeg, het klopt helemaal. En van altijd maar de beste en meest verantwoorde keuze maken, kun je ook heel veel stress krijgen. Dát heb zelfs ik eindelijk ontdekt. Dus besloot ik de prioriteiten eens om te draaien, de oplettende bloglezer heeft deze nieuwe rode draad in mijn leven natuurlijk al lang opgemerkt. Niet langer het beste of het meest verantwoorde, maar dat wat voor mij het meeste gemak op het moment zelf oplevert, zou de juiste keuze moeten zijn.

Tijd voor verandering, dus:

  • namen we een glazenwasser (dat is oud nieuws want dit vertelde ik al eerder maar ik ben er blijkbaar heel trots op)
  • kocht ik vorige week niet één, maar twee zakjes voorgesneden soepgroenten voor in de tomaten-pompoensoep mensen! (en nu niet allemaal mailen dat ik op goede momenten groenten kan fijnsnijden en in de vriezer flikkeren om die er op de slechte momenten weer uit te halen want dat kan ik ook zelf bedenken en dat deed ik dus niet omdat ik mezelf probeer af te leren altijd vooruit te denken…)
  • kocht ik glassex toen ik net toch bij de HEMA was. U weet wel dat spul voor luie huisvrouwen. Ik maakte geen sopje met soda en azijn om in mijn hervulbare spuitflacon te doen maar kocht gewoon zomaar een fles voorgefabriceerd spul. En glanzen dat die ramen doen!
  • haalden we de afgelopen maanden bijna eens per 2 weken patat, gewoon wegens lekkere trek en omdat het zo uitkwam Ik genoot daar volop van en grappig genoeg is mijn gewicht 5 kilo minder dan vorig jaar om deze tijd….
  • maak ik tegenwoordig geen dagplanning meer. Leidend is wat voor energie ik op het moment voel en wat voor weer het is. Dus, wil ik oefeningen gaan doen maar begint de zon te schijnen? Schijt aan die oefeningen, die komen later wel, nu eerst in het zonnetje zitten!

Alleen de wasdroger is er nog niet. Nu is het feit dat er hier geen wasdroger is, niet zozeer te wijten aan vrekkigheid van mijn kant maar wordt meer veroorzaakt door een ruimtegebrek. Waar moet dat ding staan? In de schuur is er alleen plek voor als we voortaan een fiets buiten laten staan. In de keuken is geen plek. Boven is er wel een plek in onze slaapkamer achter een wand met louvredeurtjes, maar daar staat nu de vriezer. We kunnen een droger er bovenop zetten maar dan moet er eerst in die hoek een stopcontact worden geplaatst. Want de vriezer staat daar met een verlengsnoer. Twee grote apparaten en een verlengsnoer is vragen om moeilijkheden.

Er zou eventueel plek kunnen worden gemaakt in een andere ruimte maar dat wordt wel enorm proppen. We hebben een heerlijk huis maar wel met kamers die allemaal heel smal zijn. Ik kan bijvoorbeeld niet zomaar om ons bed heen lopen, ik schuifel langs de randen eromheen, meer ruimte is er niet. In onze slaapkamer staat ons bed en aan weerszijden van die bedden twee oude kleuterstoeltjes van S. voor onze boeken die we op dat moment lezen. Verder is de kamer leeg, op die ingebouwde kastenwand na. Die je niet zomaar even weghaalt want dan moeten alle muren opnieuw gestuct worden…En verder is het dus niet zo dat we ergens nog een vergeten niet gebruikte hoek hebben in het huis, dat je de hoek omslaat en ineens denkt maar natuurlijk, die droger kan hier staan! Dus zijn we nog wat aan het dubben en piekeren hierover. Maar juist dat dubben en piekeren zorgt voor onrust in mijn hoofd dus heb ik het onderwerp wasdroger even geparkeerd. Wordt vervolgd.

Maar voor de rest. Grote stappen gezet! U ziet het, er is duidelijke een glijdende schaal, ik zak helemaal af en laat behoorlijk wat punten vallen op consuminder- en milieugebied. Maar, het is wel een transformatie van manische zelfkastijder naar ontspannen levensgenieter! De punten op het gebied van ontspanning stijgen met sprongen en goed dat het voelt! Ik kan het van harte aanbevelen.

Budgetzaken: loslaten, de volgende stap

Vorige week schreef ik over de stappen die ik heb gezet om iets meer ruimte in mijn hoofd te scheppen met betrekking tot budgetteren. Ben jij iemand die nooit een overzicht maakt, nooit weet waar je geld naar toe gaat en altijd tekort komt? Dan begrijp je vast niets van mijn ‘probleem’. En raad ik je van harte aan eerdere blogposten over budgetteren te lezen want daar staat tot op de millimeter en cent uitgelegd hoe je meer grip krijgt.

Mijn probleem? Ik weet té goed waar het geld naar toe gaat. Ik bedenk veel te veel en veel te ver vooruit wat ik met het beschikbare geld wil gaan doen. Ik stel onrealistische doelen en hoewel ik ze soms wel haal (€10.000 afgelost vorig jaar!) levert dat ook stress op.Natuurlijk leef ik niet in mijn eentje op een eiland maar in een gezin. Wat M.  betreft vind hij alles wel best zo lang er ruimte is voor dingen waar we van genieten of die hij fijn vindt. Dat én dat alle vaste lasten betaald kunnen worden natuurlijk. Maar hoe dat allemaal gebudgetteerd wordt of bijgehouden wordt, dan interesseert hem weinig. Dus bespreken wij wel wat we willen op financieel gebied maar is de daadwerkelijke uitvoering en het bijhouden er van, mijn taak in dit gezin. En mag het van mij dus allemaal wel wat losser. Dat is goed voor mijn oververhitte manische brein. Dus stelde ik mezelf (toch weer!) een aantal doelen, maar dan met betrekking tot loslaten:

  1. Wel de uitgaven blijven bijhouden
  2. Wel doelen blijven stellen op aflosgebied
  3. De spaarpotten drastisch terugbrengen, van 14 naar 4 (Grote buffer, kleine buffer, sparen auto, studie kind)
  4. Niet meer werken met reserveringen voor periodieke betalingen maar deze uitgaven gewoon van de lopende rekening betalen
  5. De vaste lasten nog wel budgetteren maar de variabele lasten zijn vager. Ik ga het meer zien als een besteedbaar bedrag dat niet vooraf volledig opgesplitst moet worden in verschillende posten

Punten 1 t/m 4 zijn de afgelopen maand met succes afgehandeld. Nummer 5 ook maar ik durfde niet alles meteen helemaal los te laten. Dus experimenteerde ik met wat budgetten cdie wat minder specifiek waren, niet elke post werd gebudgetteerd of in week uitgesplitst. Dat beviel me heel goed.

Vanmorgen werd de betaalrekening weer gevuld en begon er een nieuwe boekhoudkundige maand. Ik sloot de maand €125 in de plus af, heel bemoedigend. Minder controle en dan juist meer overhouden! Of hier nu een bepaalde logica achter zit ga ik binnenkort natuurlijk eens lekker uitpluizen. Is mijn gedrag veranderd? Werkt niet alles tot op elke cent budgetteren juist als een rem bij mij? Ik ga er vast over schrijven binnenkort!

Wat mij betreft is het tijd voor de volgende stap. Voor wat betreft de variabele lasten heb ik geen opsplitsing meer verdeeld over verschillende categorieën zoals boodschappen, zakgeld of uitgaan. Ik heb nu gewoon één totaal bedrag voor alle variabele uitgaven, klaar, huppakee. Nou als dat niet met mijn ogen dicht in het ijskoude water springen is, dan weet ik het niet.

Of dit gaat bevallen, geen flauw idee. Ik werd er wel al meteen wat giechelig van, dat is in ieder geval een vrolijk begin!