Hè hè

Hoewel ik hoopte op een hele rustige week, ging ik deze week uiteindelijk toch nog twee keer naar de dierenarts. Dinsdag voelde ik dat de poot van Moos weer iets verdikt was en zijn voet was ook nog best dik. De zaterdag ervoor had de dierenarts een ontstoken nagelbed geconstateerd en hij kreeg sindsdien pijnstilling en antibiotica.

Zus was afgelopen dinsdag weer in Hoorn, om een high tea te maken ter ere van de 80ste verjaardag van onze moeder. Maar ze was bereid tussen de voorbereidingen door met mij naar de dierenarts te rijden. ’s Middags sprong ze weer in de auto om de kat van  vriendin D. op te halen, waar het even niet zo lekker mee ging en die de nacht bij een dierenkliniek had moeten doorbrengen. Zus staat dus nu met stip op nummer 1 van de top 10 van  lieve mensen die super zijn in noodsituaties.

Afijn, Moos weer in de mand en het gejammer begon weer. Want als er iets erg en onjuist is, dan is het als Moos in de mand moet. Katonwaardig! En dat laat hij merken.

De dierenarts constateerde dat het voetbed inderdaad nog wel erg dik was. Er zat ook weer wat vuil in de wond en dat is schoongemaakt. De verdikking in zijn poot die ik voelde was echt minimaal. Gelukkig geen ontsteking of een abces maar waarschijnlijk het gevolg van anders gebruiken van zijn spieren om zijn voet te ontzien. Spieren reageren heel snel op dat soort dingen.

Zaterdag terugkomen en tot die tijd hem nog steeds binnenhouden en zijn voetje regelmatig weken in een ontsmettend spulletje was het advies.

Moos binnen houden was niet eenvoudig want hij was afwisselend depressief en razend en heeft ons goed wakker gehouden omdat hij uit pisnijd en bij uitbraakpogingen letterlijk in de gordijnen hing.

De lijst met katten die zaterdag mee moesten werd dus steeds langer en gisteren gingen we uiteindelijk met Moos, Smoes en Droppie, de kat van vriendin D. wiens poot tien dagen geleden is geamputeerd,  op controle.  De poot van Moos zag er weer prima uit en we kregen groen licht. Meneer stapte meteen na het dierenartsbezoek dol gelukkig door de deur de tuin in en is sindsdien weer geheel zichzelf.

Smoes gaat ook goed. Het was de laatste controle na de schildklieroperatie van 3 weken geleden. Zijn ontlasting is goed, hartslag is normaal en hij valt niet meer af. Sterker nog, hij is aangekomen. Hij heeft de groeicurve van een kitten vertelde de dierenarts en dat is nu net niet de bedoeling willen we niet met een tientonner Smoes eindigen.

Want meneer vraagt nog steeds heel vaak om eten. Hoewel hij absoluut niet meer zo veel eet als tijdens het hoogtepunt van de schildklierellende – toen at hij zo 600 tot 800 gram nat voer per dag én daarnaast droge brokken – eet hij nog steeds wel twee keer meer dan de andere katten.

Dat is dus een gewoonte volgens de dierenarts. Eten is altijd wel een ding geweest voor Smoes – als kitten en jong katje heeft hij honger geleden – maar hij krijgt nu meer binnen dan hij nodig heeft. Dus moet ik streng zijn en echt overgaan tot normale porties. Smoes kan nogal dwingend kijken dus krijg ik nu het merendeel van de dag dé blik:

Kat Droppie werd verlost van het merendeel van zijn hechtingen en mag nu gaan wennen aan lopen op drie poten. Natuurlijk niet mijn kat maar omdat wij hem haalden en brachten de afgelopen tijd en D. bijstonden met toedienen van medicatie en zo, was het ook voor ons fijn nieuws dat zijn wond goed is genezen. Het wordt nog wel een lang traject want hij ervaart nog pijn – waarschijnlijk fantoompijn, de zenuwen moeten wennen aan een nieuwe situatie – maar voor ons (vooral voor M. ) zit het er op wat heen en weer rijden betreft.

Dus. Nu gaan we hopelijk weer over op normaal want ik ben er goed klaar mee. Ik hoop ook dat ik snel uit de zorgmodus kan stappen want vooral Smoes heeft mij flink beziggehouden en ik vind het moeilijk loslaten. Ik blijf tobben en ben bang dat het toch weer misgaat en vind het ook moeilijk om op vakantie te gaan. Volgens de dierenarts is er geen enkele aanleiding om thuis te blijven en kan ik met een gerust hart gaan. Dat ga ik dus ook maar proberen.

Over dierenartsbezoek gesproken, deze reactie kreeg ik onlangs:

Waarover ik mij dan verbaas (zonder te oordelen) hoe kun je bv wel tig keer per week naar de dierenarts hollen en ben je niet in staat om ‘eén keer naar de bibliotheek te gaan. Snap je dat dat raar is, voor een blog-lezer?
Dat wil niet zeggen dat ik je veroordeel, maar het rijmt niet.

Ik snap dat zeker wel en ben blij met die vraag want het geeft me de gelegenheid dit uit te leggen. Mijn antwoord aan haar was dit:

Dat snap ik wel dat dit verwarrend is. Dat komt deels doordat naar de dierenarts gaan moet omdat er dan een noodsituatie is, zoals de afgelopen weken. Met de auto, terwijl de man rijdt. Dus zeker niet hollend. 😉 Dierenartsbezoek gebeurt meestal op energie die er niet is. En zorgt vrijwel altijd voor een terugslag. Ik weet dat het slimmer zou zijn om M. alleen te laten gaan. Aan de andere kant ben ik degene die de katten het meeste verzorgt en dingen signaleert als het niet goed gaat. Dus vind ik het prettiger als ik dan meega.
En naar de bieb ga ik als er energie voor is. Wat dus de laatst tijd helaas niet voorkomt.
Het gaat dus om keuzes maken. Vanwege de vele dierenartsbezoeken heb ik douchen bijvoorbeeld vele malen over geslagen en vrijwel niet gekookt. Het is nog steeds het één of het ander hier.

Onverwacht dierenartsbezoek gebeurt dus op energie die er niet is en zorgt ervoor dat ik ‘in het rood’ kom te staan en veroorzaakt dan een terugslag. Gepland dierenartsbezoek (zoals een jaarlijkse controle en enting) is anders omdat ik dan in mijn planning daar rekening mee houd, al een paar dagen voordat ik ga. Hetzelfde geldt voor een trip naar de bieb. Dat kan ik doen op een dag dat ik voel dat er ruimte voor is.

De reden dat een trip naar de bieb de laatste tijd dus zo weinig voorkwam, is simpelweg omdat er dus steeds iets tussen kwam wat meer urgentie had. Ik ben de afgelopen weken uiteindelijk letterlijk van terugslag naar terugslag gegaan en hoop van harte dat het nu klaar is en ik weer wat kan herstellen. Het zou fijn zijn als ik op vakantie iets meer kan doen dan voor pampus op een ligbed liggen. Aan de andere kant, dat ligbed staat aan de rand van een privézwembad, boek binnen handbereik, dat is ook helemaal niet verkeerd.

Ik snap best dat het soms onbegrijpelijk is wat ik nu wel en niet kan doen. Zelf begrijp ik het trouwens ook vaak niet omdat de grenzen nogal eens opschuiven. Soms lukt iets wat normaal buiten mijn bereik ligt. En soms ga ik onderuit van iets simpels als een telefoongesprek.

Nou ja, dat was het wel. Ga ik nu ontbijten en kijken of er iemand al wakker genoeg is om een verjaardagsliedje voor me te zingen want ik ben jarig vandaag. 😉

Advertenties

Kattenleed

Moos. Hier heel tevreden maar inmiddels niet meer. Wegens leed en pijn en een slechte behandeling door zijn mensen. Naar de dierenarts!

Nadat kat Smoes werd geopereerd op 16 juli, vertrokken wij afgelopen dinsdag weer naar de dierenarts voor het verwijderen van de hechtingen. Mijn zus was die dag in Hoorn omdat zij met mijn moeder naar het ziekenhuis ging, voor een laatste controle van haar gebroken arm. Ik had aan Zus gevraagd of zij dan in de middag mij naar de dierenarts wilde brengen. Dat is nét wat relaxter voor mij dan het avondspreekuur omdat ik meestal om 19 uur helemaal klaar met de dag ben qua energie.

Zus wilde dat wel en dus gingen we. De hechtingen zijn verwijderd, de wond ziet er prachtig uit. En belangrijker, zijn gewicht was stabiel en zijn hartslag klonk beduidend minder dreunend en is minder snel. Een teken dat de stofwisseling tot rust is gekomen. Nu nog één nacontrole volgend weekend en dan zijn we klaar met dit traject.

Die dinsdagmiddag hadden we onverwacht nog een kat bij ons. Droppie. Niet mijn kat maar van vriendin D. Droppie was de week ervoor met een gebroken achterpoot thuisgekomen,  waarschijnlijk heeft hij ergens klem gezeten. De poot was gebroken en de knie uit de kom. Omdat D. geen eigen vervoer heeft, is ze aangewezen op anderen met een auto.

Vóór die dinsdag was ze al drie keer bij de dierenarts geweest. Twee keer met haar buren en één keer met M. Alle keren is de poot gezet en gespalkt. Maar de knie schoot telkens weer uit de kom en bij die laatste controle is toen afgesproken dat het nog één keer gespalkt zou worden, maar zou het dan wéér losgaan dan werd het tijd om te gaan praten over amputatie.

Dus dinsdag was een spannende dag voor haar. Helaas bleek amputatie toch de beste oplossing te zijn en we spraken af dat dit donderdag zou gaan gebeuren. M. reed heen en weer en we leverden een kat met vier poten af en haalden een 3-potige kat weer op. Echt heel sneu. Gelukkig kunnen katten zich echt heel goed redden met 3 poten en het gaat naar omstandigheden nu heel goed met Droppie.

Ik was mee hem ophalen donderdag. Niet heel slim gezien mijn energiepeil maar ik was er nu al zo bij betrokken en wilde graag wat mentale steun verlenen. Ik was daarvoor heerlijk gemasseerd bij de fysio en kon daarna gelijk door met M. en D. haar kat ophalen. Zaterdag 4 augustus moeten de hechtingen worden verwijderd bij Droppie en dan nemen we meteen Smoes maar mee voor zijn laatste controle. Zo slaan we twee vliegen in één klap.

Ik had de hoop dan nu even klaar te zijn bij de dierenarts maar vrijdagochtend wilde kat Moos niet komen in de ochtend om te eten. Hij lag onder de appelboom en verroerde zich niet. Maar gezien de hitte vond ik dat niet heel raar. Ze hebben allemaal minder trek nu en liggen de hele dag voor pampus.

’s Avonds wilde hij weer niet komen en toen heb ik hem gepakt en naar binnen gehaald. Bij het neerzetten viel op dat hij niet op zijn rechter voorpoot wilde staan. Hij liep wel naar zijn bak maar dat ging niet soepel.

Nu kan ik ook wel behoorlijke pijn in mijn lijf hebben – zeker nu met die hitte – en stijf en stram lopen dus keken we het even aan. Na een uurtje gaf ik hem pijnstilling die ik nog had van Smoes zijn operatie en binnen no time liep Moos weer normaal. Hij had dus overduidelijk pijn. Misschien gestoken door een bij of wesp? Controle van het voetbed leverde niets op.

Vanmorgen was zijn pootje helaas veel dikker en hij likte er veel aan. Dus hop in de mand. Waarna ik zag dat hij bloedde. Dat was denk ik niet opgevallen omdat hij continu zat te likken.  Op naar de dierenarts. Alleen nu hadden wij een vervoersprobleem aangezien de auto voor onderhoud bij de garage stond. Vriendin M. sprong in haar auto en haalde ons op. Ik had de dierenarts al gebeld. Zij hebben op zaterdag spreekuur op afspraak tot 13 uur. Eigenlijk hadden ze geen plek meer maar we mochten tóch komen. De afgelopen weken zijn we er in totaal geloof ik al 6 of 7 keer geweest dus blijkbaar denkt de dierenarts inmiddels dat wij daar tot het meubilair behoren ;-).

Moos bleek koorts te hebben en een ontstoken nagelbed. Hij is waarschijnlijk ergens ingestapt. Er zit een wond tussen zijn nagels maar het lukte niet om te zien of er nog iets inzit. De dierenarts stelde twee opties voor:
a) hem een roesje geven en hetgeen erin zit verwijderen
b) het even aankijken met sterke antibiotica en pijnstilling

Al aan de wond voelend adviseerde zij het laatste. De ontsteking was nog niet ingekapseld zoals ze dat noemt en dus is de kans groot dat het met antibiotica verdwijnt. Grote kans dat als er nog iets in de wond zit, dat vanzelf wordt uitgestoten.

Zijn poot zou vanavond al aanzienlijk minder dik moeten zijn. Gebeurt dat niet dan mogen we morgen even mailen voor advies. Wat tof is want de dierenarts heeft morgen vrij. Echte service vind ik dat. Eventueel zouden we dan morgen naar een dierenarts moeten gaan die weekenddienst heeft om alsnog stap A te zetten. Onze dierenarts gokt er echter op dat dit niet hoeft.

Dus dat was wéér een rit en weer wat stress. En Moos is boos. Hij moet voorlopig binnen blijven. Ik baal ook wel. Want nu moeten we weer alles dicht houden. Niks lekker luchten. En ik vind het natuurlijk zielig voor hem.

Even afwachten maar weer.  Hopen dat alles nu tot rust gaat komen in Huize Min of Meer.

Eindelijk

Waar ik ook kom, daar heb ik binnen de kortste keren contact met katten. Stuur mij op vakantie en ik word vriendjes met de plaatselijke zwerfkatten. Laat mij los op straat en ik struikel over katten die aandacht willen.

Katten vinden mij snel leuk. Ze zoeken toenadering. In kattentermen word ik door veel katten geschikt bevonden voor ‘de dienst’. Iets in mij maakt dat ik jaar in jaar uit goed scoor tijdens de beoordelingsgesprekken, al blijven er natuurlijk altijd aandachtspunten.

Van onze eigen kattentroep scoren Dibbes en Gerrie denk ik het hoogst op de schaal van mogelijkheden om van een mens, en dan specifiek van mij, te houden. Dat heeft denk ik vooral met bezitsdrang te maken. Met hun achtergrond – een zwervend bestaan vol ellende en honger – promoveerde ik vrij snel van ‘eng maar wel oké’ naar ‘dit mens is van mij’ . In de praktijk vertaalt dit zich in onhebbelijk gedrag naar anderen toe. Loopt Gerrie op mij af, dan gooit Dibbes zich snel tegen mij aan. Van mij!

Echte liefde dus. Of wat daar bij een kat voor door gaat. Behalve Moos. Moos en ik hebben een ietwat getroebleerde relatie. Hoe dat komt? Geen flauw idee. Ook hij komt van de straat. In 2006 kwam hij als klein katertje van hooguit vier maanden aanlopen met een forse navelbreuk. Hij bleef. Zo gaat dat hier.

druk aan het werk als plantenpletter

Ik werd op zijn hoogst getolereerd. Maar Moos en ik begrepen elkaar niet. Ik ben best geduldig. Maar jaar in jaar uit liep Moos regelmatig beledigd weg als ik hem aanhaalde. Ik mocht hem eten geven. Op zijn tijd en alleen als hij in een héél goed humeur was, aaien. Maar daar hield het ook op.

‘Mama, je moet zo kriebelen bij Moos’. S. heeft het me wel 1000 x voor gedaan. Want Moos vertoonde zijn mood swings vooral bij mij. Op S. en M. is hij altijd al dol geweest.

Moos gaf mij altijd het idee dat ik het verkeerd deed. De kriebel op de verkeerde manier, op het verkeerde moment, te hard, te zacht, met te weinig respect. Best frustrerend voor iemand die zich een echte kattenmoeder voelt.

Maar ouder worden doet ook milder worden. Moos heeft zijn eisen bijgesteld en mij in dienst genomen. Ik ben eindelijk goed bevonden om tegenaan te liggen. Hij biedt zijn buik regelmatig aan mij aan. Hij loopt niet meer beledigd weg als ik hem benader. Hij geeft mij kopjes en aandacht. Moos heeft ontdekt dat ik eigenlijk best wel oké ben. Na 12 jaar.

Wangmassages en overgewicht

Sinds een jaar masseer ik dagelijks de wangen van alle vier de katten. Dit stimuleert de doorbloeding van het tandvlees en kan zo ontstekingen voorkomen. Daarnaast geef ik ze extra grote droge brokken en over het nat voer dat ze krijgen strooi ik dagelijks een tandpoeder dat goed is voor het gebit.

Dit masseren doe ik vanaf de buitenkant. Ideaal zou zijn om echt te poetsen. Ik heb ooit daarvoor een speciale vingertandenborstel aangeschaft, maar dat lukt me met geen enkele kat hier. Masseren gaat wel. Door de massage wordt ook de speekselproductie getriggerd waardoor het zelfreinigende vermogen van de mondholte wordt bevorderd. Het masseren vonden ze eerst niet leuk maar nu zijn ze er aan gewend. Ze moeten bijna allemaal niezen als ik het doe. Blijkbaar bevordert het ook een niesreflex. 😉

Toen Moos gisteren voor zijn enting naar de dierenarts moest, bleek dan ook dat zijn tandvlees keurig in orde was. Alleen, hij heeft op een plekje helaas een gaatje in een tand. Dat zag er heel pijnlijk uit. Hier merk ik niets van als ik hem eten geef, hij werkt alles naar binnen (iets te veel) maar katten hebben dan ook een hoge pijngrens. Over twee weken brengen we hem weer naar de dierenarts en dan wordt de tand onder narcose getrokken.

Op zich is dit niet vreemd voor een oudere kat. Moos is nu 11 jaar en gebitsproblemen komen helaas vaak voor bij oudere katten. Of bij katten met een verleden.  De staat van het gebit van exzwerfkatten Dibbes en Gerrie is vergelijkbaar met dat van een oude kat hoewel ze nog best jong zijn.

Buiten de tand is er ook een ander probleem. Moos is te zwaar. Het is een grote kater maar met zijn 5,93 kilo toch echt te zwaar. Een paar jaar terug was hij nog 4,9 zag ik in zijn dierenpaspoort. Hij is dus op dieet gezet. Samen met Gerrie die ook veel te zwaar is. We werken nu toe naar een gewicht van 5,3 kilo voor Moos en 5 kilo voor Gerrie.

Met vier katten is het best moeilijk in de gaten te houden wie wat eet en hoeveel. Het is hier af en toe net een kleuterklas. Ook omdat er regelmatig buurkatten hier bakken komen leegeten en de katten hier onderling ook bij voorkeur eerst de bak van een ander leeg vreten, is het moeilijk zicht te houden.

Daarnaast heb ik het afgelopen jaar Dibbes en Gerrie getraind om in de reismand te stappen en dat gebeurde met kattensoepjes. Hoe voorzichtig ik die snoeppakjes ook openmaak en hoe diep de slaap ook is, iedereen komt altijd aanstormen, ook de katten die niet getraind hoeven te worden, zoals Moos. Die dan beloond werd zonder dat hij wat dan ook trainde. Want Moos stapt altijd zonder problemen in de mand, mits je hem beleefd uitnodigt.

oude foto van toen het gewicht nog acceptabel was

Maar goed, dat moet dus veranderen. Overgewicht is nooit goed. En kan ook een risico zijn. Gerrie heeft (net als Dibbes) een hartruis wat een mogelijke indicatie is voor hartproblemen in de toekomst en dan is een goed gewicht heel belangrijk.
Dibbes was ook best lang iets te zwaar wegens een overfixatie op eten, maar inmiddels is hij wat relaxter geworden, minder met eten bezig en erg speels. Zijn gewicht is inmiddels passend bij zijn grootte.

We zijn met voeren dus over gegaan op afgepaste hoeveelheden. Het nat voer is gehalveerd voor alle katten. En de droge brokken worden gewogen. Gerrie en Moos krijgen voorlopig 50 gram per dag (in overleg met de dierenarts). Dibbes en Smoes krijgen meer en gewoon naar behoefte aangezien zij een goed gewicht hebben. Maar wat ik dus niet meer doe is een paar keer per dag de bakken vol gooien als ik zie dat ze leeg zijn.

Dus heb ik een nieuwe hobby. Brokjes uitdelen. Verbijsterde blikken negeren. Brokjes terugdoen in de juist voorraadbakje van de betreffende kat als ze niet meteen worden opgegeten omdat anders een andere kat het opvreet. 2 minuten later toch maar weer geven omdat de kat in kwestie zich heeft bedacht. Wellicht moet ik wat strenger worden. Maar ik ben een watje, dat wisten jullie al.

Ongepast en niet goed behandeld

Goedemorgen,
u allen tezamen.
Ik spreek tot u.
Na de ongepaste aandacht
op dit blog
voor ex-zwerfkatten
en zelfs een buurkat,
die zijn zegje mocht doen,
wordt het hoog tijd,
dat de leider van de troep
eens een boekje open doet.

Want het lijkt hier wel oké.
Dat is het niet.
Niet iedereen begrijpt
hoe een kat van stand
behandeld moet worden.

Eerst was ik alleen
met Smoes, de neuroot.
Dat was goed te doen.
Hij gedroeg zich
met gepaste eerbied
en was altijd in
voor een potje
broertjes knokken.

Toen kwamen die scharminkels.
Sukkels zijn het.
Snapten in het begin niets.
Totaal geen besef
van sociale interactie
of wat een goede
kattenknipoog betekent.
Aangezien ware grootsheid
bestaat uit het tolereren
van de minder bedeelden,
streek ik over mijn hart
en gaf toestemming
aan het personeel
dit straatvolk binnen te laten.

Veel tijd
en kostbare energie
ging  zitten
in het onderricht
van normen en waarden.
Een complete heropvoeding
en die energie
had ik ook
aan iets anders
kunnen besteden.
Maar deed ik dat?
Nee.

Dáár heb ik
wel eens spijt van.
Niet altijd meer
is de beste plek
op bed
voor mij.
Ik probeer
uit beleefdheid
conflicten te vermijden
maar omdat die sukkels
niet begrijpen
wat beleefdheid is,
loopt dat toch vaak
verkeerd af.

En omdat die sukkels
zich bovendien
niet in weten
te houden
met eten
zitten we nu
op een dagrantsoen.

Nu vraag ik je!
Op rantsoen!
Ik ben perfect!
Niets mis met mij!
Al zegt de vrouw
dat er iets te veel
van mij is.

Dat bestaat niet.
Meer Moos
is Altijd Goed.

Wat zal ik doen?
Wat raadt u mij aan?
Kotsen tijden het avondeten?
Iets kapot krabben?
Niet langer toestaan
dat ze me aanraken?
De buurkat in elkaar meppen?
De mogelijkheden
tot straffen
zijn legio
en dienen zorgvuldig
overwogen te worden.

Ik trek me terug,
ga me bezinnen
en laat t.z.t.
mijn beslissing weten.
Tot die tijd
lijd ik in stilte.
En doe ik een dut.
Of twee dutjes.
Iemand moet het doen.

Hoogachtend,

Moos

Weten wat goed voor je is – lactosevrije yoghurt (met recept)

img_20170221_081316

Verhaal over yoghurt met daarin verstopt kattenspam. Ben je daar niet van gediend maar wel geïnteresseerd in een recept voor lactosevrije yoghurt, sla het kattengeleuter over en scroll naar beneden…

Veel mensen geven melk of yoghurt aan katten. Maar die kunnen daar niet goed tegen. Net als 70 % van de menselijke wereldbevolking maken ze geen lactase aan en zijn ze dus lactose-intolerant. Dat neemt niet weg dat de meeste katten zich daar niets van aantrekken. De meeste katten hier in huis slobberen graag wat melk en soms wat yoghurt naar binnen, als ze de kans krijgen. Om het even later net zo vrolijk weer uit te kotsen.

Zo niet Moos. Die weet wat goed voor hem is. Hij haalt zijn neus op voor yoghurt. Dus toen ik in augustus voor mijn verjaardag een yoghurtmaker kreeg, waarmee ik lactosevrije yoghurt maak, voorzag ik niet wat dit met hem zou doen. Ik maak gemiddeld twee keer in de week yoghurt en inmiddels heeft hij door dat mijn yoghurt voor hem een lekkernij is.

img_20170301_091728Als ik soms twee dagen achter elkaar met yoghurt heb ontbeten, staat hij mij de derde ochtend verliefd op te wachten bij de trap. Kom ik van de trap af, dan voert hij een show op met verliefde blikken, zachte prrtt geluiden en met een overtuigingskracht waar je U tegen zegt. Dus mag hij het schaaltje leeg likken als ik klaar ben, want ik ben een watje.

Ik vind het wel frappant dat hij niet taalt naar de yoghurt die M. elke ochtend eet, maar wel naar de lactosevrije yoghurt van mij. Het zal vast anders ruiken hoewel ik geen verschil proef met de gewone yoghurt die ik vroeger wel at en waar ik zo’n last van kreeg. Ik vind het wel mooi, dat een beest precies weet wat goed voor hem is.

Waarom maak ik zelf lactosevrije yoghurt, het is toch gewoon te koop in de supermarkt? Nou allereerst omdat ik het leuk vind om te doen. Daarnaast is lactosevrije yoghurt behoorlijk duur, zelf maken scheelt geld. Yoghurt van het merk Lactofree kostte de laatste keer dat ik het kocht € 2,35 per liter. Zelf maken kost mij €1,53 per liter heb ik uitgerekend. Ik maak het van houdbare biologische melk met een starter van biologische yoghurt, dat vind ik fijn want ik eet graag biologisch. En tot slot: ik vind mijn eigen gemaakte lactosevrije yoghurt echt lekkerder dan die ik in de supermarkt kan kopen.

Hoe maak je het? Yoghurt wordt gemaakt van yoghurtculturen of probioticacapsules  die je mengt met lauwwarme melk. Je kunt ook wat yoghurt zelf als starter gebruiken en dat met de melk mengen. Als je dat 24 uur laat staan (en zorgt dat de temperatuur constant blijft) dan verdwijnt de lactose volledig. Normale yoghurt is na een paar uur al klaar.

Ik heb een stroomloze yoghurtmaker van het merk Easiyo. De eerste paar keer maakte ik de yoghurt met de yoghurtculturen die ik kocht maar ik vond eerlijk gezegd het resultaat heel wisselend. Dus toen ging ik yoghurt zelf als basis gebruiken. Na wat experimenten met hoeveelheden en soort yoghurt heb ik nu een recept dat altijd lukt.

Wat heb je nodig:

  • gekookt water
  • 5 el yoghurt (ik gebruik zelf biologische yoghurt van Pur Natur)
  • ca. 750 ml melk
  • een grote pot of mengbeker die in de yoghurtmaker kan (wordt bij de Easiyo meegeleverd)
  • een kom om alles te mengen

Breng water aan de kook. Verwarm de melk in een pannetje tot deze lauw is. Doe de yoghurt in de kom en klop deze los met een garde. Giet langzaam de lauwe melk erbij en roer met de garde alles door. Als alles gemend is, giet je het mengsel over in de mengbeker die je afsluit met het deksel. Giet het kokende water in de yoghurtmaker tot de aangegeven rand. Zet de mengbeker in de yoghurtmaker en sluit af met het deksel.

Na 12 uur breng je opnieuw water aan de kook. Haal de mengbeker uit de yoghurtmaker. Giet het koud geworden water uit en vul opnieuw met kokend water. Beker er weer in, deksel erop en weer 12 uur laten staan. Na in totaal 24 uur haal je de beker eruit. Ik roer het dan even door met een lepel en zet het in de koelast, daar dikt de yoghurt verder in. Na 6 uur is het goed eetbaar.

Het duurt even voordat het dus klaar is en het vergt wat planning, want eetbare yoghurt maken neemt dus zo 1,5 dag in beslag die het nodig heeft om de lactose te laten verdwijnen en in te dikken. Maar qua energie is het zo gebeurd. Alles even mengen en klaar, een kind kan de was doen.

ps. Via Facebook kreeg ik een reactie van een lezeres die vertelt dat dit geen lactosevrije yghurt is, maar lactosearme yoghurt. Volgens haar wordt yoghurt alleen lactosevrij door toevoeging van lactase. Zij schrijft dat zij last zou krijgen van de yoghurt zoals ik die maak. Dat kan, ieder lijf is anders. Ik heb hier geen enkele last van. Terwijl ik na het eten van gewone yoghurt binnen een kwartier op het toilet zit.

Mijn mening dat deze yoghurt lactosevrij is, is gebaseerd op informatie die ik op verschillende plekken heb gevonden, zoals bijvoorbeeld op deze site waar staat:
“Je kan zelf lactosevrije yoghurt maken. Je hebt een zogenaamde yoghurt-maker met een aantal kleine containers nodig. Een yoghurt-maker is een box die de inhoud op een constante temperatuur kan houden van 35 tot 40 graden Celsius. Dit is namelijk de ideale temperatuur voor de goede bacteriën die de lactose in de melk omzetten in melkzuren.”

Daarbij wordt tevens aangegeven dat het hier om 24-uurs yoghurt gaat. Dit is namelijk de tijd de nodig is lactose om te zetten in melkzuren.

Zoals gezegd, ieder lijf is anders. Dit werkt voor mij. Maar blijkbaar niet voor iedereen. Net als dat veel van de merken lactasepillen weer niet werken bij mij en wel bij een ander. Uitproberen en je gezonde verstand gebruiken op basis van hoe je lichaam reageert, is het beste.

 

 

Wandelmaatje

Katten zijn enorme gewoontedieren. Als ik twee avonden achter elkaar rond een uur of 8 wat lekkers geef, is mijn uitzicht op de derde avond vier katten op een rij die me aanstaren met een spandoek waarop staat: ‘lekkers, nu!’

Zo hebben ze ook vaak vaste slaapplekken en een verdeling op het bed,  ‘jij hier en ik daar en jullie twee in het midden’. Dat wordt dan weken nageleefd tot er iets gebeurt en er een andere orde wordt opgezocht en nageleefd.

Nu ik dagelijks een klein loopje doe en dat bovendien telkens op ongeveer dezelfde tijd, had kat Moos dat snel door. Op dag 1 zag hij me bij terugkomst en begroette me luid miauwend. Op dag 2 kwam hij me gillend tegemoet rennen. En op dag 3 zat hij bij de voordeur klaar voor vertrek en begeleidde me tijdens mijn loopje, miauwend en gillend.

In het park is het wel erg spannend voor hem, maar ach voor mij ook ;-). Hij klimt af en toe in een boom als er een hond te dichtbij komt en is overduidelijk opgelucht als ik me weer omdraai. Dus nu heb ik een wandelmaatje. Dat overigens veel bekijks trekt want veel mensen willen weten of de kat bij mij hoort, waarom hij achter me aanloopt en waarom hij zo gilt.

Het is niet voor het eerst dat een kat me achterna loopt. In mijn jeugd liep onze rode kater Floris regelmatig met me mee naar school. Hij zat me soms ook op te wachten op de stenen muur van school, wachtend tot ik weer tevoorschijn kwam. Kater Job achtervolgde me naar de peuterspeelzaal waar ik S. naar toe bracht. Daar ging hij (de kat, niet het kind) op zijn achterpoten staan en tikte met zijn voorpoten tegen de ramen, onder luid gegil. Ook liep hij wel met me mee naar de binnenstad, een keer zelfs tot de deuren van de Hema waar ik naar toe ging voor een boodschap. Ik durfde hem daar niet achter te laten dus keerde ik zonder spullen weer om.

Veel mensen zijn ervan overtuigd dat katten geen roedeldieren zijn en zich meer aan een plek hechten dan aan het baasje, maar die katten moet ik blijkbaar nog tegenkomen.


10 jaar Moos

Vandaag 10 jaar geleden koos Moos ons huis uit om aan te lopen. En wat was het een schot in de roos. Twee dagen daarvoor was mijn vader overleden en wat bracht dit kleine katertje een pret in ons huis vol verdriet. Net als al onze katten, kwam Moos ook met wat bagage. Dit keer in de vorm van een zeer ernstige navelbreuk. Natuurlijk hingen we in de buurt overal foto’s van hem op en meldden hem bij Amivedi aan en maar niemand belde op of aan om deze kleine zwarte kat met een overduidelijk probleem op te eisen..

Op de dag van de crematie van mijn vader brachten we hem voor de plechtigheid naar de dierenarts en erna haalden wij hem geopereerd, gechipt en gecastreerd weer op en kon zijn leven als huiskat beginnen. Was hij in het begin nogal dominant en had hij last van mood swings, de laatste jaren is hij steeds liever en zachter geworden, ook naar andere katten toe. De zwervers werden getolereerd en opgenomen. Zolang hij lekker eten en een aai op zijn tijd krijgt is het goed voor Moos.

Mindfullness volgens Moos

Kunnen ontspannen is een gave. Dat komt niet iedereen aanwaaien. En daar wordt veel geld tegenaan gegooid. Therapie, zelfhulpboeken, yoga, massage, pilletjes…..ik weet nu inmiddels de oplossing. Gewoon naar mijn eigen kat kijken en de Moos-methode volgen. Neerploffen en je uren niet bewegen en het contact voelen van je lichaam tegen het kussen, zodat de geest vanzelf leeg wordt. En dan vlak voor etenstijd begint alles het weer te doen. Lijkt heerlijk, toch?