Orde in de chaos

Net als ieder mens, barst ik van de tegenstrijdigheden. Hoewel een chaoot van nature, heb ik wel een enorme voorkeur voor lijstjes en overzichten om de ‘boel onder controle te houden’. Maar omdat lijstjes te prikkelend werken op mijn manische brein, heb ik ze afgeschaft. En dus doe ik meestal maar wat, overigens meestal naar volle tevredenheid. Ik houd van een opgeruimd huis maar niet van opruimen. Ik ben meer een verplaatser dan een opruimer maar wind me tegelijk op over de verzamelwoede van kind die als een hamster alles wenst te bewaren, tot de papieren zak waar ijs in wordt vervoerd van zijn favoriete ijssalon aan toe.

Afgelopen jaar hebben we beetje bij beetje opgeruimd in dit huis. Dat werd bespoedigd doordat het ernaar uitzag dat we tijdelijke huisgenoten zouden krijgen (mensen, geen katten). Dat ging niet door omdat er gelukkig een prachtig huis voor ze werd gevonden, maar het positieve effect was wel dat er flinke opruimslagen zijn gemaakt. Het staat nog steeds behoorlijk vol maar vooral met dingen die we echt wel gebruiken.

Nu is het tijd voor een volgende ronde en dat is digitaal opruimen. Ik ga beginnen met de foto’s. Digitale camera’s zijn leuk maar het nadeel is dat je zo 50 foto’s achter elkaar neemt en die vervolgens allemaal overzet op de laptop. Waar er niets mee gebeurt behalve ruimte innemen. En als die ruimte te groot wordt, dan worden ze overgezet naar een externe schijf. Maar dat is dan toch enigszins vergelijkbaar met fysieke spullen verplaatsen naar het rommelkamertje. Doe ik dat, dan weet ik vrijwel zeker dat ik er nooit meer naar omkijk.

Heb ik de foto’s uitgezocht, dan ga ik onze administratie op de computer eens goed aanpakken. Het is heus geen verschrikkelijk zooitje maar het is wel zo dat ik soms erg lang moet zoeken voordat ik het juiste bestand heb gevonden. Dat kan vast beter. Bovendien heb ik mezelf aangewend om de meeste contracten en polissen en zo, in een mapje in onze mail te gooien. Dat is niet slim want onze laptops zijn meerdere malen gecrasht en natuurlijk kun je dan nergens meer bij. Na aanschaf van een nieuwe laptop bleek de veronderstelling dat er niets aan de mail zou zijn veranderd onjuist want we waren alles vanaf een bepaalde datum kwijt. Omdat me dat niet een keer gebeurde maar meerdere malen, moet ik dat toch echt anders gaan doen. Want we hebben ook al jaren een externe schijf. Waar ik braaf elke maand (nou ja, twee keer per jaar toch zeker) braaf alle computerbestanden naar kopieer. Dus, ik heb iets te doen!

Beginnen met de foto’s dus! Uitzoeken, ordenen en dan fysieke fotoboeken maken per jaar. Zodat we die dan nog eens af en toe uit de kast kunnen halen en bekijken. Is het plan. Wish me luck, want het zijn echt duizenden foto’s en ik ben er inmiddels achter dat ik de foto’s van twee vakanties kwijt ben….

Advertenties

Hergebruik

Hoewel wij ons huis aardig ontrommeld hebben, staat er nog steeds best veel in. En dat vinden we prima zo. Veel bewaren we voor ‘als ooit en wellicht handig voor‘. En hoewel een beetje minimalist dan natuurlijk zegt dat dit zich nooit voordoet en dat je dus die meuk weg moet doen, ben ik het daar niet mee eens. Ik heb best vaak iets weg gedaan waar ik later tóch spijt van had. Niet die 20 handdoeken die ik teveel had, of die kampeerzooi die lag te beschimmelen. Maar wel de boeken die ik soms te rigoureus weg deed. Of die ene trui die ik weliswaar niet heel vaak droeg maar soms toch wel. Misschien voel ik niet goed aan wat weg kan. Of misschien ben ik te impulsief, dat kan ook.

Ik ben dus geen minimalist en zoek mijn gemoedsrust op andere vlakken. Ik ben meer een hamsteraar die al te erge excessen weet te voorkomen. Je kunt dus gewoon lopen in ons huis, het is redelijk georganiseerd, er valt niets uit kasten als je ze opendoet, maar we hebben wel veel. Veel schoenen (word ik blij van!) veel jassen (word ik ook blij van!) Veel katten (die blijven maar aanlopen en word ik ook blij van!) enzovoort enzoverder. Op zich zou je kunnen concluderen dat wij gewoon van heel veel blij worden en dat er niet zo snel iets in de weg staat.

We bewaren dus best veel. Voor als ooit en dan. Bijvoorbeeld hout. En echt waar, M. maakt daar dan dingen van die handig zijn. Of mooi zijn. Of allebei, zoals een wijnrek van resten hout waarvan ik al 2 jaar dacht ‘pleur het toch weg’. Of dan maakt hij van hele kleine latjes afkomstig van de oude louvredeurtjes van een kast die al 10 jaar geleden instortte, ineens met engelengeduld een zijkant van een CD-kast.

Soms zijn we te laat met echt iets te gebruiken voor als ooit. En dat is dan meestal mijn schuld. Zo sleepte ik tijdens een aanval van opruimwoede 2 oude deuren die opgeknapt moeten worden uit de schuur. En dan heb ik het over echt heel erg opknappen wil het ooit nog wat worden. Maar wel paneeldeuren, dat dan weer wel. Die al 8 jaar vreselijk in de weg stonden in de toch al veel te kleine schuur. De té kleine schuur waar ik dit najaar onze tuintafel in wilde zetten. De tafel kan worden ingeklapt en past dan net in de schuur, als die klote deuren daar dan niet verschrikkelijk in de weg zouden staan, al 8 jaar dus. Even denken: links op de weegschaal van het geweten rot deuren die al 8 jaar wachten op een opknapbeurt en verschrikkelijk in de weg staan (al 8 jaar, ik zeg het nog maar eens) óf  rechts onze mooie tuintafel netjes opbergen zodat deze niet weg rot en we die kunnen blijven gebruiken.

Dus deuren eruit, tafel erin. Die deuren lagen de hele winter in de tuin. Want ik sleepte ze weliswaar uit de schuur maar meer zat er niet in, wegens energie. En M. besloot natuurlijk dat hij toch iets met de deuren wilde gaan doen, dus een ritje vuilstort zat er niet in.

Afijn, na een winter in de tuin, zijn ze dan nu wél rijp voor de vuilstort. M. deed een paar weken geleden nog een reanimatiepoging maar helaas. Tot grote opluchting concludeerde M. dat er met de deuren boven die door deze paneeldeuren zouden worden vervangen, op zich niets mis is, dus die crisis is mooi afgewend. De klusbehoefte moest natuurlijk wel ergens anders op afgekoeld worden. Gelukkig had hij wijn besteld. En soms wordt de wijn in een kistje afgeleverd. Daar maakte hij al eerder deze prachtige kattenbakkies van door ze helemaal op te schuren zodat de heren zich niet verwonden aan uitstekende splinters:

En van de laatste vorige week geleverde wijnkist maakte hij deze mooie administratiebak voor kind, zodat hij voortaan zijn schoolspullen goed kan opbergen:

Nu wil ik natuurlijk ook zo’n bakje. Want ik kan er ook best een zooitje van maken:

Dus is M. naarstig op zoek naar nieuwe wijn – in een kist -, u begrijpt gevalletje overmacht, want zijn vrouw heeft een administratiebak nodig. Ach ja, zo houden we elkaar lekker bezig in dit huis….

Opruimen

Sinds geruime tijd zijn wij bij vlagen aan het opruimen. Niet à la Kondo en ook niet heel slim maar er is wel een tactiek: wat in de weg ligt en van discutabele (gevoels)waarde of niet meer gebruikt wordt, gaat richting het kleine kamertje. Daar wordt nog meer (emotioneel) afstand van genomen van het toch al geruime tijd verwaarloosde voorwerp/boek/kledingstuk en als de tijd rijp is gaat het richting kringloop/iemand anders/vuilstort. Verkopen doen we niet of nauwelijks. Meestal is hetgeen weg gaat nog weinig waard of zien we (ik) tegen de moeite op van het bieden en onderhandelen via Marktplaats. Of vinden we het gewoon leuker er iemand anders zomaar blij mee te maken.

Omdat we deze ongecoördineerde tactiek wel al een flinke tijd volgen, wordt het leger in huis. Er verdween enorm veel en door ook de voorraadkasten niet meer tot in het belachelijke aan te vullen, komt er steeds meer ruimte. Ook in het kleine kamertje.

Eigenlijk was dat kamertje bedoeld voor mij. Mijn schrijf- en mediteerkamer. M. maakte een paar jaar geleden zelfs een bureau zodat ik daar kon schrijven maar de praktijk leert dat ik dat veel liever beneden doe. En mediteren doe ik daar niet omdat het er te rommelig is. Weliswaar minder rommel dan voorheen maar toch qua indeling van de kamer en los zwervende spullen zoveel dat het erg onrustig is. Dát is natuurlijk juist een mooie meditatieoefening, maar wel een voor gevorderden.

Door een situatie in onze omgeving bedacht ik dat het wel fijn zou zijn als wij een goed logeerbed hebben. Op zich hebben we wel een logeermatras en daar hebben al heel wat vriendjes van S. op geslapen. Maar wil je een volwassene ook op een matras op de grond leggen? Voor even kan dat wel natuurlijk. Maar als het voor langer is? Of als de volwassene een bejaarde is? Stel dat mijn moeder een paar dagen verzorging nodig heeft, dan zou ik ons eigen bed moeten afstaan. Of mijn moeder op de grond gooien en af en toe weer omhoog takelen. Bovendien komen Schoonouders hier ook af en toe logeren en nemen dan altijd een 2persoonsopblaasluchtbed mee omdat er hier een logeerbed ontbreekt. Eigenlijk best vreemd want we wonen met zijn 3tjes in een huis met 4 slaapkamers. Daar moet toch voldoende ruimte zijn, dacht ik zo.

Dus kochten we een slaapbank, die voor 1 persoon is maar ook kan worden uitgetrokken/uitgeklapt en dan een 2-persoonsbed wordt. Om de bank in het kleine kamertje te laten passen moest er toch wel weer wat worden ontrommeld en haalden we weer 4 dozen met zooi uit de kamer. Daarna werd de bank afgeleverd en met veel gevloek en getier in elkaar gezet op een moment dat ik er helemaal doorheen zat maar M. dat ding wel per se op dat moment in elkaar wilde zetten om het maar gedaan te hebben (ga jij maar zitten, je hoeft niets te doen). Maar waarbij hij dan wel af en toe dingen riep als we hebben een probleem! (waarbij het jullie vast opvalt dat jij hoeft niets te doen blijkbaar niet uitsluit dat wij een probleem hebben). Mijn toch al snel hysterische overprikkelde brein merkte dat ook op en wel zodanig dat er een krijspartij nodig was om de boel te ontluchten.

Maar goed het bed staat, er is wéér een kast leeg, die is beloofd aan iemand die nog even wacht op haar droomhuisje en het kamertje is nu dan eindelijk van mij. Want zo vaak hebben we niet logerende gasten. En wat een lief, fijn, zonnig en rustig kamertje is dat eigenlijk zeg. Dé ideale meditatieplek.

Ontrommelen – Het werkt echt

Een tijdje geleden ging ik door mijn kledingkast heen en haalde er zakken vol uit. Die vertrokken richting kringloop. Wat overbleef werd netjes opgevouwen dan wel opgehangen. Ook de twijfelgevallen. Wat te doen met de twijfelgevallen? Ik gaf ze een maandje respijt.

En zie, een maand later had ik de twijfelgevallen niet aangehad. Dus weg ermee. Ik heb aan een paar truien genoeg. En met de meeste twijfelgevallen is iets. Die prachtige bruine merktrui die ik voor € 2,50 bij de kringloop kocht is me minstens 2 maten te groot. Dat wist ik toen ook al en ik had niet de verwachting dat ik ineens 2 maten groter zou worden. Maar ik had wel de verwachting dat ik die te grote trui in huis zou dragen. Niet dus. In huis draag ik dan een vest over een trui die wél past. En onder een jas past die hele dikke veels te grote trui niet. En toch twijfelen hè, want-t-is-een-hele-mooie-trui-die-maar-2,50-kostte. Nou, weg ermee!

Zo moet ook de leuke trui in wel 100 kleurtjes weg. Die is niet te groot, die is te kort en te strak, 2 maten te klein dus. Daar loop ik dan de hele tijd aan te plukken als ik hem draag. Wat is het toch een leuke trui, jammer dat ie zo kort is, denk ik dan, een paar uur achter elkaar en doe hem vervolgens uit. Want in een té korte trui komt mijn volumineuze kont iets te goed uit.

En toen raakte ik in een opruimroes en kon ik die kleding die ik vorige maand nog niet weg kon doen, nu wel zo in een zak smijten. Het gaat trouwens in bijna alle gevallen om kleding die ik kreeg en waarvan ik toen al dacht: zonde om nee te zeggen, het is gratis.  Wat leren we hiervan: alleen kleding bewaren

  • waarvoor ik in de winkel ook echt zelf geld wil betalen 
  • die past

Zo doe ik dan ook eindelijk de oude snowboots van kind weg die al een jaar in mijn kast verschrikkelijk in de weg staan. Maar ja, wel mijn maat hè. Niet dat ik ze ooit zal dragen want:
a) ze lopen niet lekker
b) er is geen sneeuw
c) als er wel sneeuw is draag ik mijn gevoerde laarzen die ik ook zonder sneeuw regelmatig draag

Dát schiet lekker op!

Ontrommelen – papieren herinneringen…

Laatst keek ik achter de schotten op zolder en wat ik daar aantrof kon ik zo, zonder met mijn ogen te knipperen, verwijderen. Ik weet nu dat de tactiek is dat ik niet te goed moet kijken. Want o wee, als je kijkt, dan ga je twijfelen en raak je uit je opruimroes en voor je het weet denk je niet zonder iets te kunnen, wat je daarvoor al in geen tien jaar een blik waardig gunde.

Dát gebeurde toen ik op een groot blik met papieren stuitte. Ik zag kaarten, veel kaarten met allemaal teksten als ‘Veel beterschap‘ en ‘Een goed 1984‘. De ondertekenaars waren mensen van wie ik me meen te herinneren dat ze bij mij in de klas op de middelbare school zaten. Maar ik zag ook veel brieven. Om dat nu allemaal weg te gooien?

Dus sleepte ik het blik naar beneden en op een suffe zaterdag dook ik in het verleden. Ik vond niet alleen brieven, maar ook krabbeltjes van oude huisgenoten, achtergelaten op tafel om te melden dat zij (ik woonde eind jaren ’80 bij een mannelijke tweeling in huis) naar de Elfstedentocht zijn gegaan (ja, die winter) en of ik kans zag om een cake te bakken. Maar het blik bevatte ook al mijn oude tentamenbriefjes van de universiteit, oude foto’s en een jarenlange correspondentie met ene Jos die ik op mijn 18e ontmoette in de bus naar Parijs en met wie ik zeker 5 jaar lang brieven heb uitgewisseld, diploma’s, foto’s….

vol blik, begin van de ontrommeldag
aankoopbewijs van mijn eerste kat
getekend contract tussen de gezusters
Mijn koksdiploma
huwelijksuitnodiging van lieve vrienden die nu al jaren gescheiden zijn
mijn studentenkaart, wát een jong koppie!
dit gaat weg, de fik erin! Ik stak de volgende dag de BBQ aan.
Dit mag blijven

Uiteindelijk blijf ik zitten met een stapel brieven van mensen die echt een grote rol in mijn leven hebben gespeeld. Ik vond een brief terug van mijn vader, ben ik blij mee want ik heb niet veel meer van hem. De jarenlange correspondentie met mijn eerste liefde S. Zijn brieven herlezen brengt ook de Martine van toen terug, de puber die ik was, voor mij waardevol. Ook de brieven van jeugdvriendin M. bewaar ik, we begonnen elkaar te schrijven na haar verhuizing, toen waren we een jaar of 8, 9, denk ik. Later deden we dezelfde studie en woonden een tijdje in hetzelfde huis. Ik bewaarde niet alle brieven maar wel een aantal geschreven in verschillende levensfasen. En zo zijn er meer dingen waar ik geen afstand van wil doen. Maar alles past met gemak nu in een kleine bewaardoos waar ook andere herinneringen als de eerste rammelaar van S. in zijn opgeslagen.

Veel, héél veel ging er weg. Ik had brieven bewaard waarvan ik me nu afvraag waarom. 30 boze brieven van een voormalige vriendin met wie ik de vriendschap had opgezegd en die dat niet accepteerde. Brieven vol met in kapitalen geschreven zinnen dat ze ging vechten voor onze vriendschap. Wat bezielde me dat 25 jaar te bewaren? Of de brieven van mijn 2e vriend J. aan wie ik zo veel nachtmerries overhield. En dan toch bewaren hè, maar nu niet meer, ik ben er klaar mee!

Een dag later stak ik in het heerlijke zonnetje de BBQ aan en daar ging het verleden, hop, de fik erin. Lekker joh! Weer wat ruimte gewonnen en weer wat ballast eruit!

Rommel verkopen

Soms begrijp ik er niets van. Ik lees zó vaak jubelberichten van mensen die hun huis opruimen en alles via MP kunnen verkopen. Ik vraag me dan serieus af wat ze hebben staan. De dingen die ik via MP zou kunnen verkopen zijn de dingen die we dagelijks gebruiken, een bank, een stoel, een eettafel. Of is dan dat witte rieten mandje dat zo in de weg staat en wat ik naar de kringloop doe, ook iets wat een ander op MP verkoopt?

Ik heb geen verleden van dure merkkleding kopen en ook geen sieraden/ kastjes/serviezen die geld opbrengen. Toch staat er veel in mijn huis. Vandaag haalde ik ook toch weer een glazen schaal en een mengvorm (onder het motto 1 is genoeg) uit de keuken en stopte dit in de tas voor de kringloop. Is dit nu dan wat een ander op MP te koop aanbied?

Buiten dat vind ik verkopen op MP niet zo fijn. In het verleden hebben we er wel eens iets verkocht (bijvoorbeeld zo’n fietsdrager voor de auto) maar ik werd echt niet goed van bieden en nooit meer iets laten horen. Om die reden verkoop ik mijn boeken ook via B.ol en niet via MP.

Laatst schreef ik voor de grap bij Nieuwe ronde, nieuwe kansen of ze een keer bij mij thuis de rommel die ik kan verkopen wil aanwijzen, want ik zie het niet. Ik lees bij haar bedragen dat ik denk: wil ik ook! Maar hoe dan? Met wat? Wat hebben mensen dan staan in huis, vraag ik me af.

Daarom pleit ik ervoor dat mensen voortaan foto’s plaatsen bij jubelstukjes over wat ze verkocht hebben, zodat de minder ervaren verkopers daar lering uit kunnen trekken ;-). Gelukkig deed ze dat, dank je wel dat je gedachten kunt lezen lieve Mariah C: Wat is rommel en wat is verkoopbaar?

Ontrommelen – verschuiven en reorganiseren

Op mijn dooie akkertje ga ik door met ontrommelen. Ik heb zowaar iets geleerd van mijn iets te voortvarende start en pak het nu allemaal wat rustiger aan. Ik heb me de laatste tijd vooral op 1 kamer gericht, mijn kamer. Dat is een verzamelruimte voor boeken, een naaimachine, wasmanden en zooi in alle verschijningsvormen. Het is de kamer waar kat Gerrie zich regelmatig terugtrekt. En het is mijn kamer omdat er ook een bureau is gemaakt een paar jaar geleden. Dit is in opgeruimde toestand mijn schrijfkamertje. Soms als het maagdelijk leeg en opgeruimd is, is het ook een plek waar ik heerlijk kan mediteren. En o ja, er staat ook een kattenbak voor katten met hoge nood waarvoor de weg naar het kattenluik te ver is. Vooral Dibbes poept graag binnen, ex-zwervers zitten blijkbaar graag warm.

Lekker zonnig plekje voor Gerrie

Ongeveer de helft van de boeken die in de boekenwand stonden, is verdwenen, naar de kringloop en verkocht. Inmiddels zijn boeken uit andere kamers hier naar toe verhuisd, dus de boekenwand is evengoed weer vol. Ik wist twee hoge wasmanden de kamer uit te werken, dit ten voordele van 3 lage manden die nu onder de boekenwand staan en waar de vuile was in kan, gesorteerd op bont, wit en beddengoed/handdoeken. Dit scheelt loopruimte in de kamer. Omdat ik nog zocht naar een plek waar ik alle rondslingerende tape, papier, pennen en andere schrijfwarenzooi in kan opbergen, offerde ik daarvoor een klein kastje op dat bij ons in de slaapkamer stond.

Dus kleine kastje naar het kleine kamertje verplaatst en dat kastje heeft toevallig nét het formaat van de wasmand en past net niet zoals ik hoopte onder het bureaublad. Zucht, dus nu is het voordeel van de loopruimte verplaatst naar de slaapkamer, ook fijn. In het kleine kastje zat mijn ondergoed, sokken en BH’s maar door de opruiming van een paar weken geleden past dit ook met gemak in mijn gewone kledingkast. Daar ben ik dan wel weer heel erg tevreden over.

Zo bezien is ontrommelen bij mij vooral nog heen en weer schuiven en verplaatsen. Reorganiseren en de opengevallen plekken proberen efficiënter in te delen. Toch begin ik er wel de lol van in te zien. Ons bijna lege aanrecht is nog steeds bijna leeg, al weken. Schoonmaken is zo gedaan. En dat vind ik toch echt wel heel erg fijn.

Omdat ik toch al in de slaapkamer stond, haalde ik nog meer dingen daar weg die weinig nut hadden en alleen maar voor onrust zorgen. Nu is én de slaapkamer én het kleine kamertje redelijk op orde. Al moet ik wel zeggen dat mijn definitie van ‘op orde’ met de dag verschilt. Wat de ene dag nog kan, moet de volgende dag anders of weg, merk ik.

kijk toch eens wat een organisatie, ik ga er bijna van huilen…

Iets later in de week waagde ik me zelfs achter de schotten op zolder en wist toch weer 2 vuilniszakken met oude troep te verwijderen. Ook vond ik achter de schotten een enorme bak met deksel die ik al met me meesleep sinds ik het ouderlijk huis verliet en waar ik – zag ik na een snelle blik erin – kaarten ga aantreffen met teksten als ‘hoop dat je snel weer opknapt‘. Ik heb een donkerbruin vermoeden dat dit slaat op de periode in mijn puberteit dat ik een paar keer voor knie-operaties in het ziekenhuis lag. Zou het me lukken om 30 jaar bewaarde kaarten van me af te schudden? We gaan t zien!

Nu het overal wat leger begint te worden, merk ik echt dat het gewone opruimen – als in de dagelijkse opruimrondes – iets sneller gaat. Ik hoef niet meer te proppen en er vallen geen stapels meer om.

Wel maakte ik even een mentale notitie: de volgende keer niet ontrommelen in de avond, ik ben in mijn slaap de hele nacht doorgegaan….als ik dat nu daar naar toe doe, dan kan dat weg en dan heb ik plek voor….

En dan houd ik het ontrommelen voor deze week verder voor gezien. Ik spaar mijn energie om vrijdagavond uit eten te kunnen gaan met Zus, mijn moeder en M. en S. Zus woont in Assen en komt een weekend ‘over’ – Assen is het buitenland hè 😉Om in de avond iets te kunnen doen, moet ik echt een paar dagen van te voren niets doen, als in: opstaan en elk plan onderdrukken dat er in mijn brein omhoog komt. Gelukkig is het stralend weer en kan ik met een beetje geluk in de tuin lezen, omwikkeld met dekens en met een kopje thee. Kleine kink in de kabel van een feestavond kán zijn dat kind niet snel genoeg beter is. Hij had dinsdag 40 graden koorts, woensdag zakte dat iets en ik hoop dat hij vandaag voldoende is opgeknapt om even naar buiten te gaan en wat frisse lucht te snuiven.

Opgeschoond en opgeruimd

Pas geleden was ik bezig met de jaarlijkse opschoning in de administratie. Elk jaar ga ik door de mappen heen en verwijder ik wat niet meer van toepassing is, zoals

  • garantiebewijzen van apparaten die we niet meer hebben
  • afschriften die niet meer van toepassing zijn (5 jaar bewaren is genoeg)
  • oude polisbladen van verzekeringen
  • en zo nog wat zooi die alleen maar ruimte inneemt

Dat was alles bij elkaar toch weer zoveel dat ik nu in plaats van 5 mappen 4 mappen heb staan, toch weer wat ruimte gewonnen! Nog steeds best veel maar bij ons heft kind een eigen map en mijn moeder ook.

Wat ik ook meteen heb gedaan is een nieuw digitaal mapje belastingaangifte 2014 aanmaken en daar alvast de digitale jaaroverzichten in gezet die ik van de ASN en de Rabobank kreeg. Zodra Moneyou ook komt met een overzicht, maak ik printjes en dat stop ik dan in het mapje 2014 dat we gebruiken. Daar doe ik ook de jaaropgave van loon en uitkering, overzicht zorguitgaven, gegevens van de hypotheekschuld en de WOZ waarde van het huis in. Alles zit dan in een fysieke map als we aangifte doen en dan vliegen we er zo doorheen. We handelen sinds vorig jaar ook de aangifte van mijn  moeder af dus die heeft tegenwoordig hier ook fysieke en digitale mapjes staan.

Omdat de administratie tegenwoordig voor een groot deel digitaal is, heb ik een paar jaar geleden wat tijd geïnvesteerd in het aanmaken van een administratie op de laptop met verschillende mappen voor bijvoorbeeld polisbladen van de zorgverzekering en bankafschriften. Ik moet eerlijk zeggen dat ik vaak vergeet die bankafschriften te downloaden en op te slaan maar één keer in de zoveel tijd word ik wakker en werk ik de achterstand bij. Die digitale administratie loopt ook snel vol en moet ik ook hoognodig weer eens doorwerken. Maar dat komt dan wel weer een andere keer, alles op zijn tijd!

Hier nog wat tips uit de oude doos:

Wat bewaar je?

  • je arbeidscontract en uitdraaien van functioneringsgesprekken
  • loonstrookjes of uitkeringsgegevens
  • bonnen, rekeningen en garantiebewijzen van apparaten die je nog wel hebt of van werkzaamheden die je hebt laten uitvoeren
  • belastingpapieren (waaronder overzichten en bonnetjes van eventuele zorgkosten die je kunt aftrekken)
  • alle papieren die met je huis te maken hebben zoals hypotheek/koopakte/huurcontract/kadastrale gegevens
  • verzekeringspolissen
  • aangifte geboorte van je kinderen/erkenning vaderschap/trouwpapieren/gegevens burgerservicenummer
  • financiële gegevens: aandelen, beleggingen, waardepapieren
  • testament, gegevens erfenis ouders
  • contracten van abonnementen (telefoon, leningen)
  • bankafschriften (die je overigens ook digitaal kunt ontvangen, papier hoeft niet)
  • brieven en overzichten waar nog actie van je wordt verwacht (bijv. doorgeven meterstanden)
  • diploma’s
  • overzicht schulden (hypotheek, studie….)

Hoe lang moet je papieren bewaren?

  • salarisoverzichten moet je 2 jaar bewaren
  • jaaropgaven moet je 5 jaar bewaren
  • jaarafrekeningen van gas, water en licht bewaar je 3 jaar (en ik noteer het gebruik in een apart bestandje, zo krijg je een mooi jaren overzicht)
  • bankafschriften moet je 5 jaar bewaren. Je kan dat ook digitaal doen door je afschriften te downloaden en op te slaan
  • correspondentie van je huidige verzekeraar bewaar je, polisbladen kun je vervangen zodra je een nieuwe ontvangt
  • kopieën van declaraties van zorg bewaar je tot dit door de verzekeraar is afgehandeld
  • zorgrekeningen die je declareert bij de Belastingdienst dien je 5 jaar te bewaren.
  • contracten bewaar je voor de termijn van het contract
  • In geval van twijfel: bewaren. Door voortschrijdend inzicht leer je vanzelf wat weg kan en wat niet
  • Gebruik voor tijdelijke projecten (verhuizing, regelen van een bruiloft, etc.) een aparte map 
  • In geval van langdurige ziekte/arbeidsongeschiktheid: vraag kopieën van onderzoeken en verslagen op en bewaar dit bij elkaar. Dat komt van pas bij een evt. UWV traject of als je moet procederen 

Heb jij nog aanvullingen?

Hoe staat het met ontrommelen?

Na een vliegende start zakte het ontrommelen even in. Een combinatie van zelfoverschatting, acute overmoed en uitgeputte energievoorraden maakte dat het even stagneerde. En dát terwijl ik net zo lekker had gelezen dat een opgeruimd huis alle energieblokkades opheft.

Maar na een week platliggen en het plafond bestuderen, pakte ik het dan toch weer voorzichtig op. Ik weet dat Pennie Wijs denkt dat we massaal gek zijn geworden maar ik zet toch door. Een minimalist zal ik nooit worden, daarom heb ik het bewust over ontrommelen.

Ik ga door tot ik het gevoel heb dat de zooi mij weer dient in plaats van ik de zooi. Totdat ik weer zaken bij elkaar heb liggen in een kast en dat dit dan past, zonder dat ik het hele huis door moet om alles bij elkaar te zoeken.  Dus nu passen het beddengoed en de handdoeken met gemak in een kast. Kan al mijn kleding inclusief mijn slaapgoed in de ene helft van de kledingkast die voor mij bedoeld is, in plaats van dat ik de ernaast gelegen kast ook nog gebruik. Nu staan mijn zomerschoenen netjes op één plank naast elkaar en kan ik in één oogopslag zien wat ik heb. Best prettig.

Ik deed een paar bikini’s weg die ik al zeker 10 jaar echt niet meer pas, ook niet als ik met een kaasschaaf overtollig vet van mijn heupen schaaf. De erkenning dat ik mijn zelfbeeld aan moet passen aan de realiteit zorgt ook wel voor opluchting. Dat maakte trouwens dat ik meteen ook die badmutsen weg kon doen, die we ooit aanschaften voor een vakantie in Italië. Daar kwamen we terecht op een camping waar je alleen het zwembad mocht betreden met hoofdbedekking. Om te zorgen dat één en ander correct verliep marcheerde er de godganse dag een Italiaanse fascist in het zwembad rond die om zich heen keek om mensen te betrappen:

  • zonder hoofdbedekking
  • die eruit zagen alsof ze in het zwembad wilden springen
  • die pret hadden

De man wist zo’n unheimische sfeer te scheppen dat we drie dagen eerder dan gepland van de camping vluchten. Thuisgekomen mikte ik de onder dwang aangeschafte badmutsen in een bak en ik heb me nu dan – bijna 8 jaar later – losgeweekt van deze nare ervaring. Je krijgt mij nooit meer een zwembad in waar ik een badmuts op moet zetten. Nooit.

Opruimen kan trouwens echt louterend werken. Ooit raakte ik verwikkeld in een nare rechtszaak tegen de eigenaar van het restaurant waar ik werkte. Daar was ik de kok. Ik zal jullie de details besparen maar deze rechtszaak en die tijd zijn een dieptepunt in mijn leven. Echt? Ja echt! Nu heeft een gang naar een rechter een bijkomend effect, misschien weten jullie dat wel: er verzamelt zich in een mum van tijd een enorme stapel papieren. Die stapel verdriet/ellende/dieptepunt van mijn leven zat al bijna 15 jaar in een paar mappen, inclusief de uitspraak van de rechter. Heel soms sloeg ik die mappen open en werd verdrietig van wat ik las. Ik zag mezelf weer zitten in de rechtszaal, met mijn netste bloes aan en een geleende broek van vriendin Iris. Heel vaak nog droomde ik over die rechtszaak. Nachtmerries waarbij de uitkomst (dat ik won) steevast veranderde in dat ik niet won en weer moest komen werken in het restaurant. Badend in het zweet werd ik dan wakker. Een paar jaar geleden geleden liep ik naar boven en heb ik al die papieren in duizenden stukjes versnipperd. Weg ermee! En nooit meer een nare droom gehad over de rechtszaak of die tijd.

Dat jullie dus niet denken dat het overal een geëscaleerde zooi is in dit huis. Die ene map vol verdriet was dus al weg. De mappen met administratie sinds ik het huis van mijn ouders verliet in 1987 zijn ook al lang leeggehaald. Er is echt al enige tijd sprake van een bepaalde orde in dit huis. Niet geheel toevallig viel dat samen met de tijd waarin we beter met geld begonnen om te gaan. De zooi en chaos die er nog is, manifesteert zich vooral op gebieden waar:

  • mijn passies liggen (boeken, koken) of hebberigheid zijn kans ziet (tassen, schoenen)
  • de passies van M. liggen (maar daar heb ik een oplossing voor gevonden: alles in één kamer doen, dat zijn kamer noemen en de deur dichthouden)
  • de passies van kind liggen: de Donald Duck, alle jaargangen worden bewaard sinds 2008 maar lagen door elkaar. Nu zijn ze dan onlangs gesorteerd naar jaar en in tijdschriftcassettes gestopt, dreigen met weggooien had echt een gewenst effect, ik kan het iedereen aanbevelen
  • het overzicht ontbreekt zoals zooi die wordt opgeslagen achter schotten en dat je dan echt niet meer in de verste verste kunt bedenken wat het is als je eens in een bui vol goede moed zo’n schot opzij schuift en dus meteen dat schot er weer voor flikkert…

Nu lees ik vaak verhalen van mensen die aan het opruimen zijn geslagen en dan blij vertellen dat ze al zó veel het huis hebben uitgewerkt en dat ze niets missen. Tot die categorie behoor ik helaas niet. Ik verwijderde 3 weken geleden 4 scharen uit dit huis en kwam er onlangs achter dat dit er 2 teveel waren. Daar zat namelijk de schaar uit de verbanddoos bij. In plaats van dat ik de verbanddoosschaar die ik in de keukenla aantrof terugbracht naar zijn oorspronkelijke plekje, de verbanddoos, dacht ik ‘hé, we hebben 2 verbandscharen‘ en deed hem weg. Knap onhandig als de waarheid tot je doordringt met een bloedende vinger.

Ook is het echt lastig dat we nu maar 1 schaar in huis hebben. Die ene schaar ligt in de keukenla en wordt dagelijks gebruikt. Maar de helft van de keren is dat dagelijkse gebruik boven, waar ik de door mij verkochte boeken klaarmaak voor verzending. Dat boven doen leek praktischer want de boeken en de printer staan daar ook.  Dus daar doe ik bestelbonnen printen en boeken inpakken, alles ligt daar klaar in ‘mijn kantoortje’ inclusief pakpapier en tape. Behalve een goede schaar. Het knippen van het inpakpapier doe ik dus nu met een nagelschaartje (waarvan ik er overigens twee heb, dus eentje kan er weg, vindt u ook niet). Het is dat of nóg een keer de trap aflopen naar de schaar in de keukenla en dan weer naar boven. Of met boeken en geprinte bonnen naar beneden lopen en daar inpakken omdat de schaar daar ligt. En dan weer naar boven lopen omdat ik het pakpapier vergeet. En volgende keer pak ik dan alles beneden in maar moet ik dan toch naar boven lopen om de boeken te halen. En dat is een hoop gedoe dat ik niet zou hebben als ik niet zo knieperig had besloten dat 1 schaar voldoende is in een huis met twee trappen…

En zo zijn er wel meer zaken die ik te drastisch heb verwijderd. Dat komt omdat de raad die mensen elkaar geven bij het minimaliseren – heb je iets écht nodig of niet, word je blij van iets – absoluut niet aan mij besteed is. Mijn mentale toestand varieert al jaren tussen ‘zo labiel als wat & het is vandaag een deken over het hoofd dag’ tot ‘totale euforie en zelfoverschatting’. En al die buien vereisen hun eigen gereedschap. Wat ik natuurlijk net heb weg gegooid.

ps: voor wie het leuk vindt: op mijn kookblog staat vandaag een stuk over hoe ik Paleo eten enigszins betaalbaar houd.

Angst voor gebrek

Opruimen en minimalisme, daar vinden héél veel mensen iets van. Dát weten we inmiddels. Gisteren kreeg ik een paar prachtige reacties over de generatie van opa’s en oma’s van lezers. Lies schreef over haar grootouders: ‘Het waren zuinige mensen die hun hele leven deden met die spullen en ze goed onderhielden. Maar het waren er dus wel veel en weggooien was zonde, want je weet maar nooit. Mijn ouders zijn ook zo: zuinig op hun spullen en veel dingen bewaren die ‘misschien nog wel eens handig kunnen zijn‘.

Dat kan ik me ook nog goed herinneren van mijn opa en oma. Gefascineerd werd ik door de voorraadkast in de gang waar honderden blikken met eten stonden opgestapeld. Maar niet alleen eten was er in overvloed.  ‘Heb je het koud? Wil je een deken? Twee dekens?‘ Als ik daar logeerde lag ik onder 4 lagen dekens omdat het daar boven altijd ijskoud was. De kast in de kamer waar ik en mijn zus lagen tijdens de logeerpartijen bevatte onvoorstelbaar veel lakens en toch al snel 100 washandjes, hemdjes, nachtponnetjes van sterk ontvlambaar materiaal (voor oma om onverklaarbare redenen geen degelijk katoen maar kriebelend nylon). Van alles toverde ze tevoorschijn indien ze je betrapte op een behoefte, niets werd weggegooid.

Zij kwam dan natuurlijk ook uit een andere tijd waarin spullen werden gekocht om een leven lang mee te gaan en de meeste spullen bovendien ook werden gemaakt om een leven lang mee te gaan. Maar had mijn oma een paar honderd boeken? 15 paar laarzen? 3 warmhoudplaatjes? Nee, dat dan weer niet.

Veel spullen die wij nu dagelijks gebruiken, bestonden niet in grootmoeders tijd. De spullen die ze wel had, werden bewaard óók als ze niet meer dagelijks werden gebruikt, voor ‘als, dan, je weet maar nooit’. Om later misschien te worden gebruikt, misschien niet in zijn geheel dan tenminste wel een onderdeel, een stukje, een lapje. Of er werd geruild.

Iemand anders schreef: ‘Het is idd iets van onze tijd dat we bedenken dat die spullen ons in de weg zitten. Wij denken kennelijk niet dat er nog wel eens een periode van gebrek zou kunnen komen?

Is dat zo dat we niet verwachten dat we ooit een periode van gebrek gaan meemaken? Ten eerste wat is gebrek? Ik denk dat veel mensen in deze tijd al midden in het gebrek leven, maar dat terzijde. De vraag is of angst om gebrek het verzamelen van spullen rechtvaardigt. En zouden we bij het opruimen onderscheid moeten maken tussen dat wat echt onzinnig is en dat wat we ooit nog kunnen gebruiken?

Ik twijfel. Ik denk trouwens dat het niet zozeer gebrek is wat me ooit zal nekken, maar kennis en vaardigheden. Zo bezien heeft het misschien meer zin me te bekwamen in het oplappen van oude sokken, het inmaken van eten, het villen en plukken van kippen of wat je er ook mee doet als je het in je mond wilt stoppen. Ik denk dat als de nood aan de man is, ik meer heb aan oplossingsgericht vermogen dan aan spullen. Want hoe weet ik nu wat voor spullen ik straks nodig heb? Niet toch?

Handelen uit angst is trouwens nooit een goede motivatie, vind ik. Angst als motivatie zorgt naar mijn ervaring voor blokkades, voor stoppen en vertragen, niet meer stromen. Je doet iets niet, uit angst voor de gevolgen. Maar die angst kan steeds groter worden. Het is een emotie gericht op de toekomst, op iets in de toekomst dat wellicht nooit zal gebeuren. Net als spijt is angst niet iets wat me verder heeft gebracht in het leven. Het is mij in ieder geval nooit goed bekomen.

En waar leg je de grens? Nooit ben ik mijn collega vergeten die tijdens een gezellig babygesprekje (we waren allebei zwanger) zei zeker te weten dat ze meer dan één kind wilde krijgen. ‘Want als je maar één kind hebt en dat overlijdt, dan heb je niets meer.‘ Die angst en dus die motivatie om nog een kind te willen, raakte me enorm. Ze heeft dan nu ook inmiddels twee kinderen.

Ergens ligt een grens tussen ‘gezond verstand en handig voor de heb’ en ‘ge-escaleerd bewaren want stel je voor dat de wereld vergaat’. Die grens ligt voor iedereen op een andere plek. Maar ik denk wel dat leven met angst voor gebrek óók heel veel ruimte in kan nemen. Misschien wel meer ruimte dan je hebt.

Voor mezelf is het vooral ook een onderzoek naar behoeften: wat is opgelegd van buitenaf en wat is echt noodzakelijk? En wat noodzakelijk is, kan ook weer verschillen afhankelijk van de fase waar ik in zit. Ziek op bed had ik bijvoorbeeld andere behoeften (meer sokken/joggingbroeken/warme dekens/sloffen) dan nu, nu ik actiever ben. Dus nu heb ik meer gewone kleding nodig dan voorheen. Maar geen werkkleding, want werken doe ik (nog) niet. Waarom is het dan toch zo moeilijk daar afstand van te nemen? Eén nette outfit moet toch voldoende zijn? Blijkbaar neem ik afstand van veel meer dan alleen werkkleding als ik het wegdoe. Afstand van de hoop om ooit weer te gaan werken? En de rok die ik op de begrafenis van mijn vader droeg? Een prachtige rok, maar ik draag hem nooit. Elke keer als ik hem zie, sta ik in gedachten weer die afscheidsrede te houden. Maar wegdoen lukt niet, dat voelt ongemakkelijk, ongepast naar mijn vader toe. Terwijl die waarschijnlijk zijn schouders erover op zou halen als ik het hem zou kunnen vragen. Blijkbaar plak ik op veel ongewenste ongebruikte spullen een emotioneel label, wat het moeilijker maakt om afstand te nemen.

Rommel is niet alleen rommel maar ook onze identiteit – terecht of niet –  of onze herinnering, ons verlangen of ons doel. We kopen iets omdat we willen lijken op iemand. Omdat het ons een (vals) gevoel van veiligheid of controle geeft. Of omdat de wasmand vol is en we geen tijd hebben om te wassen. Omdat het regent en we geen zin hebben om terug naar huis te gaan om de plu op te halen. En we houden het omdat het ons ergens aan doet herinneren. Of omdat we denken dat we niet zonder kunnen. Omdat we er nu eenmaal voor betaalden en dat een onterechte uitgave lijkt als we het snel weer wegdoen. We nemen blijkbaar afstand van de gedachte dat we ooit nog 10 kilo af gaan vallen als we deze ene broek wegdoen of de loopband, die verschrikkelijk in de weg staat.

Zo bezien heeft moeite met opruimen en een te vol huis niet alleen te maken met angst voor gebrek maar vooral ook met de lading die we aan spullen geven. Hoe ontdoe je zooi van hun emotionele lading zodat het weer wordt wat het is: zooi die in de weg staat en weg kan?