Wijs op woensdag: Maximaal lezen

Was ik toch vergeten op publiceren te drukken, sorry Pennie!
Een bijdrage van onze vaste gastblogger Pennie Wijs….

(vervolg op maximaal leven en maximaal wonen)

Zit je nou weer een weblogje te lezen? Waarvoor is dat? Heb je niks beters te doen dan? Moet je niet een kast leegruimen of je complete garderobe aan de stoeprand zetten? O, dat heb je al gedaan. En ook nog eens al je boeken de deur uit gewerkt? Ja, dan heb je nu niks serieus meer te lezen en zit je een beetje armoedig naar een schermpje te staren. Kijk nou eens hoe je daar zit. Wat vind je daar zelf eigenlijk van?

Maar ik snap wel hoe het zover gekomen is. Je dacht: wat moet ik nog met het Margriet Kookboek van 1972? Of met de 49-delige Winkler Prins encyclopedie? Of met de taaie geschiedenis van die Franse familie die zich generaties lang te pletter tobt tegen de achtergrond van reformatie, contrareformatie en humanisme. Of het verhaal over dat ketterse dorp in de Pyreneeën? Eerlijk bekennen: gekocht wegens serieuze aanbevelingen, maar nooit uitgelezen zeker? Nou, dan is het maar beter ook dat al dat muffe spul de deur uit is.

Ondertussen is het wel zaak om je weer eens los te weken van je scherm en terug te keren naar het echte leeswerk. Want van weblogjes doorsnuffelen is nog nooit iemand wijzer geworden, dat is wetenschappelijk aangetoond. Je wilt je tijd natuurlijk best aan iets zinnigs besteden en lekker echte, mooie boeken gaan lezen, maar je weet niet welke dan. Omdat ik even niks anders te doen heb zal ik je op weg helpen.

Tip 1: Koop geen zelfhulpboeken. Want voor het geval je het nog niet zelf ontdekt hebt: ze helpen niet. Ben je op zoek naar de zin van ziek zijn, de zin van je pijn, de zin van je verdriet, oftewel de zin van het leven? Die kan ik je in één zin verklappen: is er niet. Klinkt hard, maar zo simpel is het. Niet getreurd, daartegenover staat een groot voordeel: je hoeft er nu niet meer naar te zoeken. De kunst is om zelf zin aan je leven te geven. Of er zin in te hebben. En als je geen zin hebt, dan máák je maar zin, zei mijn moeder altijd.

Nou is het leuke dat je heel veel over het leven kan leren door goede boeken te lezen. En als je van die dagen (of maanden, of jaren) hebt dat je nergens zin in hebt en al helemaal niet in je eigen leven, dan ga je gewoon lekker zitten lezen over dat van anderen.

Tip 2: Voor jongeren die voor een studiekeuze staan: kies Nederlands. De taal spreek je al, dus daar ben je geen tijd mee kwijt en je gaat gewoon lekker boeken zitten lezen, terwijl je iedereen inclusief jezelf wijsmaakt dat je hard aan het studeren bent. Velen gingen je voor, je krijgt er geen spijt van. Of wel, maar dan is het te laat.

Tip 3: Lees goede boeken. Dus niet die flufferige niemendalletjes die geschreven worden door types die toevallig eens met hun neus op de buis zijn geweest, of uitweidingen over een heleboel tinten van een saaie kleur, of voedingsadviezen van iemand die toevallig een zus heeft die er leuk uitziet en denkt dat vogelzaad eten effect heeft op je levensgeluk. Onzin natuurlijk. Dus gauw aan het echte werk. Begin gewoon bij de klassieken. Die hebben hun kwaliteit bewezen.

Tip 4: Begin (weer) eens bij de meesterwerken die je laten zien hoe je slechts een speelbal bent van het noodlot, overgeleverd aan de gramschap van de goden, de invloed van je milieu en je karakter. Lees de Ilias en Odyssee; er is een prachtige vertaling. Heb je niet zo’n zin om terug te keren naar de oude Grieken, dan kun je de kracht van het noodlot ook vinden bij allerlei dames van later tijd: Anna Karenina, Madame Bovary, Eline Vere. Of Effi Briest. Of La Regenta. Of toch liever nog een Française? Thérèse Desqueyroux!

Geniet ervan! En als je ze allemaal uitgelezen hebt en dan nóg durft te beweren dat je liever een kast leegruimt, ja, dan weet ik het ook niet meer, dan geef ik het op.

Advertenties

Wijs op woensdag: maximaal wonen


Een bijdrage van vaste gastblogger Pennie Wijs:
(vervolg op maximaal leven)
Als je je qua woongenot hebt laten intimideren door die gekke opruimMarie, ja dan zit je nu mooi met de gebakken peren. Zeg niet dat ik niet gewaarschuwd heb. Eigen schuld, dikke bult. Zit je nu te luisteren naar het geluid van klepperende kindervoetstapjes dat ketst tegen de kale muren? Kun je niet meer met goed fatsoen telefoneren omdat het wel lijkt of je in een echoput woont sinds je al je vloerkleden de deur uit deed? Krijg je koude rillingen van die witte wanden om je heen? Verveel je je ’s avonds te pletter omdat je zowel je tv als je boekenkast naar de kringloop bracht? Geen nood, er is nog hoop.
Ja maar Pennie, roepen jullie nu paniekerig, het mag allemaal niet teveel gaan kosten hoor! Nee, natuurlijk niet, jullie kennen me toch. We gaan op heel eenvoudige wijze je huis weer leefbaar maken. En mijn adviezen zijn nog gratis ook, je hoeft er niet eens een boek voor te kopen. Let op, daar gaan we.
Punt 1
Hang schilderijen op. Helemaal niet moeilijk, want je kunt gewoon kiezen wat je zelf leuk vindt. Kijk bij de kringloop. Koop gerust reproducties. Vraag of opa en oma nog iets leuks voor je hebben. Of maak desnoods iets zelf. Hoe moeilijk kan het wezen? Zoek op internet een leuke Karel Appel of Van Gogh op, koop een paar potten verf in de aanbieding en laat je inspireren. Of maak foto’s en laat die groot afdrukken op canvas.
Punt 2
Zorg voordat je aan punt 1 begint dat minstens één muur een fijn kleurtje heeft. Woon je klein, neem dan een lichte tint. Heb je de ruimte, durf dan eens gek te doen. Moeilijk kiezen? Onzin. Je weet best waar je vrolijk van wordt. Valt het toch tegen, dan probeer je gewoon weer wat anders.
Punt 3
Een huis is geen huis zonder kaarsen en kussens. Vraag kaarsen voor je verjaardag en maak zoveel kussens als je maar wilt. Breien, haken, quilten, een mens doet wonderen met restjes wol en stof. Heb je het zelf niet in je, vraag het dan aan een Creabea uit je omgeving, echt, die doen niets liever.
Punt 4
Planten. Een mens kan pas echt ademen met levend groen om zich heen. Heb je geen groene vingers? Denk aan de goede, oude studentenplant die alles en iedereen overleeft: de sanseveria. Of de kat er nu in plast of je kleuter er een glas ranja in kiepert: niet kapot te krijgen.
Punt 5
Frutsels en dingetjes. Ja, je leest het goed. Want die geven de persoonlijke tutsj aan je interieur. Niks ingewikkelds, gewoon knutselarijtjes van de (klein)kinderen of van jezelf. Of souvenirs van je verre reizen. Of gewoon vaasjes van het drielandenpunt of een kop-en-schotel uit Zandvoort aan de Zee. Bang voor rommeligheid? Dan moet je groeperen. Knal alles bij elkaar op een dienblad of aan een prikbord. Succes verzekerd.
Nu zijn er vast weer types die gaan zitten miepen dat je al die gezelligheid moet soppen en afstoffen. Maar dat is helemaal niet waar! Je kunt volstaan met er 1 x per week krachtig overheen blazen. Doe ik zelf ook. En als je eens geen puf hebt, dan doe je het niet. Daar is hier in huis nog nooit iemand van dood gegaan. ’t Is tenslotte geen gezondheidszorg. Niet van dat benauwde; een beetje stof is broodnodig om gezonde weerstand op te bouwen.
Zo. En nu wil ik helemaal nooit meer iets horen over minimalisme of die gekke opruimMarie. Jullie hebben nu de grondbeginselen van het maximalisme te pakken en kunnen hier lekker op doorborduren. Of moet ik soms ook nog gaan uitleggen hoe je weer fijne gevulde boekenkasten krijgt en mooie complete garderobes? Nee toch zeker hè? Want al die tips in die weblogs, daar word je toch simpel van? Je kunt toch best eens wat zelf bedenken? Nou. Hup dan!

Wijs op woensdag: Maximaal leven, volop genieten

Een bijdrage van vaste gastblogger Pennie Wijs…

Heb je ook zo genoeg van dit jaar? Heb je zin in frisse ideeën, een ander interieur, een nieuwe levensstijl? Baal je ook van die minimalistische trend? Kortom, ben je er ook zo aan toe om eindelijk eens uit je saaie schulp te kruipen en je enige echte exuberante zelf lekker losjes door het dagelijks leven te laten dansen? Durf je het aan? Kom op dan en weg met dat benauwde en benepene. We gaan ons verdiepen in het maximalisme. De levensstijl waar je vrolijk lachend oud mee kunt worden. En nee, dat hoeft je geen cent extra te kosten. Geen angst, ik reik je de helpende hand.

Begin waar alle verbetering moet beginnen: bij jezelf. Kijk in de spiegel. Zie je er wat bleekjes en afgemat uit? Logisch na zo’n lang minimalistisch jaar van alleen maar spullen opruimen en dingen de deur uitdoen. Je bent jezelf compleet voorbijgelopen! Maar eigenlijk weet je best wat jou ontbreekt: kleur! Dus pak je make-uptas en tast toe. Begin met de ogen. Tussen wenkbrauw en wimpers bevinden zich drie zones. En die mogen gerust alle drie een aparte kleur hebben. Je hebt nog maar één kleur ogenschaduw in voorraad als gevolg van de minimalistische hype die de afgelopen periode woedde? Ja, ik heb nog zo gewaarschuwd. Maar geen nood, dan zet je alles in een en dezelfde tint, liefst een overtuigende. Beetje eng, al lang niet meer gedaan? Google even een foto van prinses Beatrix en je ziet hoe geweldig deze vrouw het populistische minimalisme heeft weerstaan door altijd vast te houden aan haar koninklijke, fleurige oogopslag. Mocht je toch nog zin hebben om weer eens wat op te ruimen: wég dan met al die aardetinten en zogenaamd natuurlijk ogende beige smeersels. Voor je het weet word je depressief van die pleisterkleurige rommel.

Dan komen we aan bij de mond. Ga nou niet voorzichtig zitten doen met onzichtbare lipgloss of roze voor kleine meisjes. Getverderrie. Je bent een volwassen vrouw die niet op haar mondje gevallen is, dus kom maar door met die dieprode of knalroze lippenstift. Lekker vet aanbrengen. En smeer meteen een likje op je wangen – nog even uitvagen – dan heb je gelijk een blosje in de juiste kleur. Ja, nou voel je je al heel wat beter hè? Doe nog effe wat met je haar. Niet te ingewikkeld, lekker losjes. Ik voorspel de terugkeer van ‘big hair’, dus touperen mág weer.

Nu je kleding. Je bent natuurlijk allang uitgekeken op die ene wintertrui of dat brave bloesje. Moet je nu naar de winkel hollen om nieuwe voorraad in te slaan? Absoluut onnodig. Bij de maximalistische levensstijl hoort een maximaal gevulde portemonnee, dus we gooien geen geld over de balk. Er is altijd genoeg in huis om goed mee voor de dag te komen. Denk aan combinaties. Trek eens drie bloezen over elkaar aan. Verrassend, of niet soms? Knoop eens een aantal sjaaltjes tegelijk over die trui en gooi er nog wat halskettingen overheen. Zie je wel? Het klinkt simpel, maar het is werkelijk waar: More is More!

Je schoenen kun je opfleuren door je hakken in een knallende kleur te verven. Of je plakt een oude broche of wat grote kralen op de neus (gebruik montagekit). En je gaat toch zeker niet meer in een effen jas rondlopen? Borduur er een mooie rand bloemen op. Of bomen of dieren, net waar je zin in hebt. Trek je sjaals en stola’s uit de kas en knoop er iets exotisch van. Kijk in je knopendoos en vul het rijtje al bestaande knopen op je jas aan met een paar vrolijke buren. Complimenten gegarandeerd. Als het goed is krijg je nu al een gevoel voor de juiste, maximalistische aanpak. Ga zo verder en leef je zo maximaal mogelijk uit.

Kijk tot besluit nog eens in de spiegel. Zet een vrolijk muziekje op. Nee, niet dat minimale gemurmel van Steve Reich of Philip Glass. De bedoeling is dat je wat enthousiaste danspassen gaat maken. Niet dat voorzichtige geschuifel, gooi die heupen maar eens los. Kies een bossanova of een samba. Of voor mijn part het Zwanenmeer van Tsjaikowski. Als de beentjes maar van de vloer gaan en de borsten en billen maar lekker schudden.

Zo, als het goed is voel je je nu al heel wat beter. Maar we zijn er nog niet. Volgende keer je interieur. Kijk nog maar eens goed naar die eenzame bloemenvaas en die sneue magere kandelaar. Want die zijn binnenkort volledig passé! Tot die tijd: volg je hart, want dat klopt.

Wijs op woensdag: Does it spark joy?

Een bijdrage van gastblogger Pennie Wijs:

De Japanse Marie krijgt steeds meer grip op mijn leven, of ik wil of niet. Haar levensles is gebaseerd op een vreemde mix van punt 1 gezond verstand en punt 2 nepspiritualiteit. Punt 1 zou iedereen op eigen kracht moeten kunnen hanteren, punt 2 is klinkklare nonsens, dat is mijn idee. Maar ondertussen. Hoeveel tegengas ik ook geef, ik krijg die dame steeds onverhoeds op mijn nek.

Zo zie ik net in mijn mailbox een berichtje van een vriendin die ‘Marie Kondo gedaan heeft aan haar schoenen’. Dat klinkt heel vies, maar Nederlands is niet haar moedertaal, dus dat is haar vergeven. Maar jongens. Het idee dat deze intelligente vrouw aan haar schoenen staat te snuffelen en zich afvraagt ‘does it spark joy?’, daar word ik gewoon een beetje zenuwachtig van. Tot overmaat van joy voegt ze nog een paar foto’s bij van haar actie. Ze heeft haar schoenenvoorraad uitgestald op haar eettafel. En aangezien haar collectie Imelda-Marcosachtige afmetingen heeft, is die tafel drie maal nodig om de nodige overzichtsfoto’s te maken. En ja, toen was het dus mijn beurt om eens lekker joy te sparkelen.

Want ik mail natuurlijk terug dat er niets weg kan. Mijns inziens. Waarom zou je? Het heeft aandacht, tijd en geld gekost om die voorraad op te bouwen. En het past in haar huis toch, want anders had ze er niet zoveel? Dus niks aan veranderen! Deed Imelda ook niet. Mijn advies: ga dansen met de dansschoenen, wandelen met de wandelschoenen, trek je laarzen aan in de regen en je sandalen als de zon schijnt. Kijk ondertussen goed of de kleur van de schoen matcht met de rest van je outfit en joy verzekerd.

Ondertussen komt er een mail binnen dat ze nu haar tassen gaat Mariekondoën. Echt waar! Met een foto. Het zijn er maar tien. Tien! Ik vind dat krap. Mijn advies: daar kan gerust wat bij. Krijg je ook leukere combi’s met de schoenen. Nu maar hopen dat ze mij uitnodigt om mee te gaan shoppen. Dan zal ik haar eens flink op stang jagen. Goed voor de tassenontwerpers. En de tassenfabrikanten. En de tassentussenhandel. En de economie in zijn algemeenheid. En vooral: goed voor onze gezamenlijke joy!

Wijs op woensdag: Koopje

Het was even stil rond onze gastblogger Pennie Wijs, maar nu laat ze weer van zich horen:

Een paar maanden lang was ik snorziek en kwam niet verder dan de route bank-bed. Afgewisseld met ritjes naar medische specialisten, dat wel. Tot er een dag aanbrak waarop ik voldoende kracht had verzameld om me weer in de buitenwereld te vertonen. Dat was hard nodig, want alle batterijen van mijn horloges waren intussen leeggeraakt en die dingen zijn onmisbaar om in wachtkamers te kunnen checken hoe lang je er al voor joker zit te wachten op geneesheren en -vrouwen.

Mijn eerste tocht ging dus – stevig ondersteund en krachtig voortgesleept door echtgenoot – richting winkelcentrum van een naburig stadje. O! Frisse buitenlucht! Zonneschijn! Vrolijke mensen op straat! Bloemenkraampjes! Een straatmuzikant! De wereld was blijkbaar gewoon door blijven draaien tijdens mijn langdurige en intensieve bestudering van het slaapkamerplafond. In de winkel waar mijn batterijen ververst zouden worden stonden vrolijke dames achter de toonbank met frisse gezichtjes, fruitige make-up, frivole kapsels en fijne kleertjes aan het lijf. Ik probeerde in opperste concentratie niét in de spiegel die vrouw met piekhaar te zien die als een grauwe dweil, gehuld in oude joggingbroek, zich vastklampte aan haar zorgzame wederhelft.

En zo – mijn blik angstvallig naar beneden gericht houdend – viel mijn oog op een rekje met armbanden. Heel mooie armbanden. Armbanden waar ik normaal gesproken niet naar kijk, omdat ze er veel te duur uitzien. Maar hier ging het om een aanbieding. Ik viste het meest opvallende exemplaar eruit en bestudeerde het prijskaartje. Gosternokkele, wat zit de wereld toch wonderlijk in elkaar. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat men voor dit dingetje meer dan tweehonderd euro neer zou te tellen! Dat zou ik natuurlijk nog in geen tweehonderd jaar doen. Maar. Zag ik dat goed? Nu vroeg men slechts vijf euro voor dit juweeltje. Hoe kon dat?

De verkoopster wist het. Het was een merk. Vandaar die absurd hoge prijs, die volgens haar trouwens volkomen normaal was. En die vijf euro? Ja, daar werd ze even zenuwachtig van. Vast een foutje. Of nee, toch niet. Die collectie ging eruit. Ja, dat was het. En ruimtegebrek hè? Ik legde het geval op mijn pols. Zomaar voor het idee. Niet dat ik als grauwe dweil de intentie had me hiermee op te gaan sieren. Ik staarde er gedachteloos naar, zonder enig serieus plan.

Maar nu had ik buiten mijn man gerekend. Die zag in opperste verwondering aan hoe ik tekenen van interesse voor uiterlijkheden begon te vertonen. Dat was nog eens andere koek dan het gekreun en gesteun dat hij de afgelopen maanden had moeten aanhoren. Hier aanschouwde hij de eerste tekenen van een wonderbaarlijke genezing en dat proces diende krachtig ondersteund te worden, dat was wel duidelijk. Resoluut trok hij het complete rekje naar zich toe en maakte een gul gebaar van ‘alles afrekenen’.

Ja, zó ziek was ik nou ook weer niet, dus ik duwde de hele stellage verschrikt weer terug, maar hield wel het eerste exemplaar angstvallig in mijn knuisten geklemd. ‘Deze maar doen dan’, vroeg de fruitige juffrouw, en toen was ie van mij. Een kóópje, zo verzekerde ze me nog. Buiten op straat kreeg ik al meteen spijt. Want waar heb dat nou voor nodig – zo’n opzichtig geval? Daar ga je toch niet mee in je bed liggen? Maar ik hield mijn kop, want ik had hem een soort van cadeau gekregen en dan ga je niet lopen miepen.

Sindsdien verliet ik steeds vaker het bed. Ik werd regelmatig in een tuinstoel geplant en kreeg weer wat kleur. Ik werd naar een kapper getransporteerd en kwam er behoorlijk gefatsoeneerd weer vandaan. Wel vloekte ik nog steeds alle duivels uit de hel omdat ik me niet goed voelde, maar het was nu een kráchtig gevloek, niet meer dat zielige gekreun en gesteun. Kortom verbetering.

En nu viel er gisteren een uitnodiging voor een feestje in de bus. Ja, daar ga ik natuurlijk niet heen, veel te vermoeiend. Of wacht eens… zal ik misschien tóch? Het is immers een uitgelezen kans om met mijn nieuwe armband te pronken. Dan is die aankoop tóch niet zinloos. Zoals ik al zei: het is een opzichtig geval. Er zit een fel oranje lint in verwerkt. Vraag: waar staat dat eigenlijk bij, qua kleding? Héb ik wel iets in die kleur? Ik plukte mijn kledingkasten leeg. Daar vond ik een verschoten t-shirt en een oude bloes in de juiste kleur, maar nou niet dat je zegt: daar ga ik mee naar een feestje.

Op dat moment schoot me weer te binnen dat ik in mijn opperste bewaarlust eens een mooie oranje rok naar zolder had verbannen wegens veel te krap, maar je-weet-maar-nooit. Há. Zie je wel dat je nooit wat moet weggooien? Dat je niet moet luisteren naar die gekke opruim-Marie? Ik klom naar zolder en begon met mijn zwakke, vermagerde lijf te graven in de voorraad verhuisdozen. Studieboeken, zwemdiploma’s, wandeltochtmedailles, suikerzakjes, postzegelverzamelingen, poësiealbums (eerst even doorlezen natuurlijk!), slaapzakken, kampeerkooktoestellen, luchtbedden en jawel: kleding. Nu nog even doorzetten en kijk: doos met label ‘slank’. Nou, als je me nu niet slank vindt, dan word ik het nooit meer.

Ik ritste de doos open, woelde wat in de rondte, vond de oranje rok en trok hem aan. Hmmm, nu was ie op wonderbaarlijke wijze iets te groot geworden. Maar met wat plakband en veiligheidsspelden kon ik er vast iets passends van maken. Ik sleepte mezelf weer naar beneden en pakte de armband. Precies de goede kleur! Een waanzinnig aparte combinatie! Wacht, ik ging hem gelijk even omdoen. Altijd lastig, peuteren met één hand aan een slotje. Zelfs dit kreeg ik niet meer voor elkaar zonder man. Dus ik riep keihard hélp en dat ie moest komen.

Toen volgde een vreemde worsteling. Ik hield mijn pols op en mijn echtgenoot probeerde de armband erom te klikken. Maar als hij het slotje wilde sluiten werden mijn aderen afgeklemd. Of mijn huid raakte tussen het edelmetaal. Of allebei. Hij prutste en sjorde. Auw! Straks was ik niet alleen ziek, maar ook gewond. Of geamputeerd. Ik kreeg een angstig vermoeden. Dat ding was natuurlijk afgeprijsd omdat er geen vrouw bestond met slankere polsen dan ik. Onverkoopbaar. Oftewel: een miskoop. Nu werd ik echt nijdig. Ik hield mijn adem in. Spande al mijn spieren aan. Dácht mijn pols zo dun als nodig. Mijn echtgenoot wierp zich ook vol in de strijd. Plantte zijn voetzool in mijn maag. Zette af. Gaf alle kracht die hij in zich had en riep Waauw! Ik riep Aauw! Klik, zei de armband. En hij zat.

Nu durf ik hem niet meer af te doen. Hij moet om blijven tot de dag van het feest. Daar ga ik heen, hoe ik me ook voel. Ter voorbereiding ben ik allerlei armbewegingen aan het oefenen waarbij de armband goed in beeld komt. Dat het niet allemaal voor niks is geweest, dit koopje.

Wijs op woensdag: Hisu

Een bijdrage van gastblogger Pennie Wijs:

Hiewatte? Nooit van gehoord zeker? Nou, ik tot voor kort ook niet. Maar nu wel.

Dat het leven niet eerlijk in elkaar zit weten we allemaal. Kijk om je heen en je ziet het. Op de tv, in de krant, in je stad en in je dorp. Zolang in je eigen leven de zon schijnt, wéét je dit allemaal wel, maar heb je er doorgaans niet zoveel last van. Het wordt anders als het noodlot ook bij jou aan de deur klopt. Of bij familie of vrienden. Dan lijkt het ineens zo immens triest en zinloos dat de buurvrouw kanker heeft, bij je schoonzus nierfalen is geconstateerd, of je zus in een psychose is geraakt.

Iedereen komt aan de beurt. De een vroeg, de ander later. En sommigen krijgen héél vaak een beurt. Oneerlijk! denk je dan. En je vraagt je af: hoe doen ze het toch? Al die mensen met ziektes en kwalen, hoe functioneren ze in hun dagelijks leven, hoe houden ze de moed erin? Iedere dag weer trekken ze ten strijde, voor mij zijn het helden!

Martine heeft hier veel geschreven over ME en hoe deze ziekte haar leven bepaalt. Wat alle lezers steeds opvalt is hoe positief ze er mee om gaat, hoe creatief ze steeds naar nieuwe mogelijkheden zoekt, en hoe ze nooit de moed verliest. Of nou ja, soms wel even natuurlijk, maar altijd krabbelt ze weer op en gaat ze weer door. Inspirerend om te lezen voor iedereen die moet leven met pijn en beperkingen. En vooral ook heel informatief. Met haar blog heeft Martine een grote bijdrage geleverd aan de bekendheid van en het begrip voor ME.

Daar moest ik aan denken toen ik hoorde over iemand die ook te kampen heeft met een nare, onbekende ziekte. Ook zij wil – net als Martine – laten zien hoe je ondanks alle problemen tóch een goed leven kunt hebben. Maar bovenal vindt ze het van belang dat er meer informatie beschikbaar komt over deze aandoening, zodat mensen die er mee te maken krijgen zich niet zo hopeloos alleen voelen en wat makkelijker de weg vinden naar de juiste behandeling.

Daarom is ze onlangs een blog gestart. Maak kennis met Esther, een positieve, jonge vrouw, en hoe ze het leven tegemoet treedt met deze moeilijke ziekte. Het gaat om Hidradenitis Suppurativa, kortweg Hisu genaamd. Haar blog: happyhisu.com. Misschien ken je mensen in je omgeving die je kunt helpen met deze informatie. Ik wens Esther veel lezers, veel succes met haar blog en veel levensgeluk!

Wijs op woensdag: O Marie!

Pennie Wijs is in shock dat ook door haar zeer hoog gewaardeerde columnisten vallen voor Marie Kondo. Tot ze ontdekt dat Marie geen malloot is maar juist heel slim. Dát biedt perspectieven.

O Marie! Dat zei mijn oma altijd met een diepe zucht als ze iets verbazingwekkends hoorde. Dezer dagen moest ik veel aan mijn oma denken. Wat komt haar verzuchting nu goed van pas! Er is namelijk een zekere Marie – geen oerhollands type, maar een Japanse versie, niet dat dit er overigens in dit verband toe doet – die een ware hype aan het ontketenen is. En Marie is zo maf als een deur. Niet alleen moet je van haar zoveel mogelijk spullen de deur uit bonjouren, maar met wat er dan nog over blijft dien je op een nogal aparte manier om te gaan. Je bedankt je schoenen als je ze uittrekt voor geleverde diensten en sokken moet je niet oprollen als ze in het laatje gaan, want daar krijgen ze maar stress van.

Nou heb ik helemaal niks tegen malloten – ik heb pittige malloten onder mijn beste vrienden en zelf kan ik er ook wat van – maar ik vind het wel een beetje eng worden als mensen ze als wijze raadgevers gaan beschouwen. Iedere goeroe in spe vindt allicht wat volgelingen, mensen die de weg kwijt zijn en dringend behoefte hebben aan houvast in hun leven. Maar Marie hoeft zich niet te behelpen met een handjevol mafketels, die heeft al een wereldwijde aanhang opgebouwd. Best griezelig.

Onlangs schrok ik me dienaangaande onverhoeds een hoedje. Ik zat in een serieus dagblad een column te lezen van een verstandige vrouw. Aaf heet ze. Hoog opgeleid, schrijfster, helder denkend en formulerend, best wel een intellectueel zeg maar. Een echte boekenvrouw. En laat zij nou óók al in de ban zijn van die gekke Marie. Dat geloof je toch niet? Dat zo’n verstandige meid ook met spulletjes door haar huis loopt te klunzen omdat ze ruimte in haar hoofd wil? Ze had er nog foto’s bij gezet ook. Van de spulletjes die weg moesten.

Ik werd overvallen door een intense somberte. Dit is duidelijk geen hype meer, dit is massahysterie. Waar moet dat naar toe? En wat kan ik nog doen om de wereld te redden? Ik kan toch niet aan de gang blijven met mijn goedbedoelde waarschuwingen? En dan nog eens wat: hoe formuleer ik mijn argumenten in het Japans? Want je moet ellende altijd bij de bron aanpakken, heb ik geleerd. Natuurlijk had ik mijn schouders kunnen ophalen en weer verder kunnen gaan met mijn werk. Maar dat lukte niet meer. Want ik voelde langzaam maar zeker een inzicht opborrelen. Een pijnlijk inzicht.

Die Marie ís helemaal niet maf. Die is natuurlijk juist reteslim. Want hoe krijg je de halve wereldbevolking zo gek om vol overgave aan iets volkomen onzinnigs te beginnen? En hoe lukt het je de mensen daarbij het gevoel te geven dat ze goed bezig zijn en dat ze er ‘ruimte in hun hoofd’ van krijgen? Ik geef het je te doen. Dat hebben al héél wat psychiaters en psychologen ook geprobeerd, met heel wat minder succes. En hoe krijg je mensen zo ver dat ze je boeken over die driedubbelovergehaalde nonsens kopen en breng je ze daarbij ook nog in de overtuiging dat dit geen geldverspilling is maar een verstandige investering in hun persoonlijke ontwikkeling?

Jaja, dat was even een confronterend momentje. Wie is er in deze kwestie nou eigenlijk de slimmerik? Ik duidelijk niet. ’t Is die Marie, potverdrie! Maar kom op zeg, zoiets moet ik toch zeker óók kunnen bedenken? Iets dat in eerste instantie maf lijkt, maar stiekem toch iedereen aanspreekt en duizenden mensen in actie brengt. Duizenden volgelingen die grif geld neertellen om een boek te kopen over zo’n bedenkseltje. Het wordt tijd dat ik ook eens even creatief out of the box ga zitten denken. En laat dan de kassa hier in huis maar rinkelen. O Marie. In welke hoek zal ik het zoeken?

Vroeger had je ook al wel van die dingetjes, vooral met diëten. Je kan mensen met weinig moeite zover brengen dat ze de hele dag alleen maar appels eten of eieren. En dat ze daarbij denken dat ze gezond bezig zijn en helder in hun hoofd worden. Als je het goed aanpakt gáán ze zich nog gezonder voelen ook, dat is een mechanisme dat tussen de menselijke oren zit. Nooit zal ik al die gezellige tantes vergeten die jarenlang aan een sherrykuur zaten, tot ieders genoegen. Ze wilden dun worden, maar ze werden vrolijk. Op een dag was het ineens afgelopen met de pret, toen kregen ze plotseling het etiket ‘probleemdrinkster’. En toen werd de AA weer mode, ja die vrouwen maakten nog eens wat mee.

Maar goed. Nu ben ik dus even bezig om een conceptje te ontwikkelen. Ik ben er nog niet helemaal uit, als iemand nog een lumineus idee heeft houd ik me aanbevolen. Het moet iets zijn wat in eerste instantie een tikkie vreemd lijkt, wat toch simpel uitvoerbaar is en waar iedereen aan mee wil doen. Ik dacht te starten met een website en zodra het een beetje loopt schrijf ik er dan wat boeken bij. Daarna snel door naar tv, De Wereld draait door, Umberto Tan enzo. Vervolgens moeten er wat vertalingen gemaakt worden, te beginnen voor het Engelstalig publiek maar de Japanners zal ik zeker niet vergeten, dat beloof ik. Dus kom maar door met de ideeën.

Wijs op woensdag: Bufferen

Een gastblog van Pennie Wijs:

Pas las ik dat één op de drie Nederlanders geen financiële buffer heeft. Slechts 21 procent heeft meer dan €5000,-. Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing. Want onwillekeurig denk je – ik tenminste wel – dat de meeste mensen zijn als jijzelf. En nu las ik dat ik juist tot een kleine minderheid behoorde.
Voor mij is bufferen een levenshouding. Ik bufferde al toen ik nog maar een kleuter was. Onze buurman werkte bij een snoepfabriek, dus wij kregen wel eens wat. Soms zelfs twéé snoepjes tegelijk. Ik koos altijd voor droptoffees. Nu ik dit opschrijf, loopt het water me weer in de mond. Ik ruik ze nog, ik proef ze nog, ik voel het kleverige papiertje nog. Dól was ik op die toffees. Maar dacht je dat ik er ooit twee tegelijk zou opeten? Echt niet. Ik bewaarde er altijd eentje voor later. Als buffer. Een toffee in je mond was lekker, maar een in je zak bijna nog lekkerder. Het idee dat je die kon nemen wanneer je maar wilde. Heerlijk, dat gevoel van controle, macht, ja van veiligheid.
En zo ging het later ook met geld. Ik kan me niet heugen dat ik ooit mijn zakgeld tot de laatste cent heb gespendeerd. Dat was niet omdat ik véél kreeg, integendeel. Toen ik als puber vakantiebaantjes kreeg, zag ik bij mijn ouders wel eens verbazing over mijn buffergedrag. Wat er ook voor onverwachts gebeurde, ik had altijd wel financiële reserves.
Bij mijn eerste serieuze baan ging er eens iets mis bij de administratie, waardoor het salaris niet op tijd kon worden uitbetaald aan het personeel. Het leek wel of er een volksopstand uitbrak! Hoe kon dat nou, dit pikte men niet, hoe moesten we nu verder leven? Ik was nog piepjong en keek verbluft toe hoe volwassen meneren, met verantwoordelijke banen en complete gezinnen thuis, mannen tegen wie ik huizenhoog opkeek, benauwd werden van het idee dat hun salaris later gestort zou worden. Konden ze het echt geen paar weken langer uitzingen? Mijn chef kwam bezorgd vragen of ik het wel zou redden. Eventueel moest er iets geregeld worden met een voorschot. Ik wuifde zijn zorgen luchtig weg. Welnee, mijn salaris mochten ze best later storten als het zo eens uitkwam, hoor. Die blik in zijn ogen! Nog net op tijd kwam ik bij zinnen. ‘Uiteraard dan wel met een redelijke rente’, riep ik hem nog gauw na.
Het is geen verdienste, het gaat vanzelf, bufferen is gewoon mijn tweede natuur. Ik doe het niet alleen met geld, maar op alle gebieden. Van mijn lunchpakket bewaarde ik altijd een boterham voor eventuele honger in de namiddag. Tijdens een bergwandeling zal ik nooit mijn veldfles helemaal leegdrinken. Op het laatste stukje van de route kun je immers nog je enkel verstuiken en dan heb je mooi een slokje in voorraad voor het geval je lang op hulp moet wachten. Ook heb ik altijd een extra trui bij me, voor plotseling invallende kou.
Of ik dan niet benepen leef? Ja, die vraag wordt me wel eens gesteld, meestal op meewarige toon. Ben ik eigenlijk niet een zielige tobberd? Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. Mijn buffers bezorgen me een gevoel van vrijheid. Zo blijf ik juist vrij van tobberijen. Ik zie mezelf als de mier in de fabel van LaFontaine. En ja, in mijn leven duiken ook geregeld krekels op. Bij onvoorzien oponthoud in het openbaar vervoer… ‘Zeg, heb jij soms een boterham voor me?’ Op tuinfeestjes waar plotseling een windje van zee opsteekt. ‘Heb jij misschien een vest ofzo?’ Tijdens kampeervakanties, als iedereen weer moet lachen over dat gemuts van Pennie met haar kratjes vol spullen. ’s Avonds geritsel bij mijn tent. ‘Hé Pen, heb je een luchtbedpompje? Een extra tentharing? Een elastiekje? Een knijper? Een aspirientje? Zaklampje over? Zeg, bedankt hoor. Als we jou toch niet hadden…’
Voordat jullie allemaal gaan mailen: je kunt bij mij altijd terecht voor een boterham of een slok water. En alles mag je van me lenen (behalve mijn man, laptop, piano en een paar boeken). Maar aan geld uitlenen begin ik niet. Zelfs niet tegen een aantrekkelijke rente. Ga maar naar de bank. Die kan het goed missen. Ik niet. Ik ben uitermate gesteld op mijn buffer. Voor mijn gevoel van vrijheid.
‘Jamaar, jamaar’, sjirpen mijn vriendinnen dan, ‘waarvóór dan toch, Pennie? Een doodshemd heeft toch geen zakken?’ Ja, er zitten subtiele types tussen, maar ik ben dan niks te beroerd om een en ander toe te lichten. Het zit namelijk zo. Ik heb een voorgevoel dat ik stokoud word. En dat is niet iets om je in alle opzichten over te verheugen. Want meestal geldt: hoe ouder, hoe krakkemikkiger. Tegen de tijd dat ik een eeuweling ben, zijn alle verpleeginrichtingen gesloten en zijn de AWBZ en WMO opgeheven en al lang vergeten. En dan komt dus mijn buffer in beeld. Daarvan huur ik lieve verpleegsters in die mij in mijn eigen huisje komen vertroetelen. Heerlijk, ik kan me er nu al op verheugen. Mmm, wat een lekkere toffee in mijn zak!
Waarvoor is jouw buffer bestemd?