Wijs op woensdag: Maximaal lezen

Was ik toch vergeten op publiceren te drukken, sorry Pennie!
Een bijdrage van onze vaste gastblogger Pennie Wijs….

(vervolg op maximaal leven en maximaal wonen)

Zit je nou weer een weblogje te lezen? Waarvoor is dat? Heb je niks beters te doen dan? Moet je niet een kast leegruimen of je complete garderobe aan de stoeprand zetten? O, dat heb je al gedaan. En ook nog eens al je boeken de deur uit gewerkt? Ja, dan heb je nu niks serieus meer te lezen en zit je een beetje armoedig naar een schermpje te staren. Kijk nou eens hoe je daar zit. Wat vind je daar zelf eigenlijk van?

Maar ik snap wel hoe het zover gekomen is. Je dacht: wat moet ik nog met het Margriet Kookboek van 1972? Of met de 49-delige Winkler Prins encyclopedie? Of met de taaie geschiedenis van die Franse familie die zich generaties lang te pletter tobt tegen de achtergrond van reformatie, contrareformatie en humanisme. Of het verhaal over dat ketterse dorp in de Pyreneeën? Eerlijk bekennen: gekocht wegens serieuze aanbevelingen, maar nooit uitgelezen zeker? Nou, dan is het maar beter ook dat al dat muffe spul de deur uit is.

Ondertussen is het wel zaak om je weer eens los te weken van je scherm en terug te keren naar het echte leeswerk. Want van weblogjes doorsnuffelen is nog nooit iemand wijzer geworden, dat is wetenschappelijk aangetoond. Je wilt je tijd natuurlijk best aan iets zinnigs besteden en lekker echte, mooie boeken gaan lezen, maar je weet niet welke dan. Omdat ik even niks anders te doen heb zal ik je op weg helpen.

Tip 1: Koop geen zelfhulpboeken. Want voor het geval je het nog niet zelf ontdekt hebt: ze helpen niet. Ben je op zoek naar de zin van ziek zijn, de zin van je pijn, de zin van je verdriet, oftewel de zin van het leven? Die kan ik je in één zin verklappen: is er niet. Klinkt hard, maar zo simpel is het. Niet getreurd, daartegenover staat een groot voordeel: je hoeft er nu niet meer naar te zoeken. De kunst is om zelf zin aan je leven te geven. Of er zin in te hebben. En als je geen zin hebt, dan máák je maar zin, zei mijn moeder altijd.

Nou is het leuke dat je heel veel over het leven kan leren door goede boeken te lezen. En als je van die dagen (of maanden, of jaren) hebt dat je nergens zin in hebt en al helemaal niet in je eigen leven, dan ga je gewoon lekker zitten lezen over dat van anderen.

Tip 2: Voor jongeren die voor een studiekeuze staan: kies Nederlands. De taal spreek je al, dus daar ben je geen tijd mee kwijt en je gaat gewoon lekker boeken zitten lezen, terwijl je iedereen inclusief jezelf wijsmaakt dat je hard aan het studeren bent. Velen gingen je voor, je krijgt er geen spijt van. Of wel, maar dan is het te laat.

Tip 3: Lees goede boeken. Dus niet die flufferige niemendalletjes die geschreven worden door types die toevallig eens met hun neus op de buis zijn geweest, of uitweidingen over een heleboel tinten van een saaie kleur, of voedingsadviezen van iemand die toevallig een zus heeft die er leuk uitziet en denkt dat vogelzaad eten effect heeft op je levensgeluk. Onzin natuurlijk. Dus gauw aan het echte werk. Begin gewoon bij de klassieken. Die hebben hun kwaliteit bewezen.

Tip 4: Begin (weer) eens bij de meesterwerken die je laten zien hoe je slechts een speelbal bent van het noodlot, overgeleverd aan de gramschap van de goden, de invloed van je milieu en je karakter. Lees de Ilias en Odyssee; er is een prachtige vertaling. Heb je niet zo’n zin om terug te keren naar de oude Grieken, dan kun je de kracht van het noodlot ook vinden bij allerlei dames van later tijd: Anna Karenina, Madame Bovary, Eline Vere. Of Effi Briest. Of La Regenta. Of toch liever nog een Française? Thérèse Desqueyroux!

Geniet ervan! En als je ze allemaal uitgelezen hebt en dan nóg durft te beweren dat je liever een kast leegruimt, ja, dan weet ik het ook niet meer, dan geef ik het op.

Wijs op woensdag: maximaal wonen


Een bijdrage van vaste gastblogger Pennie Wijs:
(vervolg op maximaal leven)
Als je je qua woongenot hebt laten intimideren door die gekke opruimMarie, ja dan zit je nu mooi met de gebakken peren. Zeg niet dat ik niet gewaarschuwd heb. Eigen schuld, dikke bult. Zit je nu te luisteren naar het geluid van klepperende kindervoetstapjes dat ketst tegen de kale muren? Kun je niet meer met goed fatsoen telefoneren omdat het wel lijkt of je in een echoput woont sinds je al je vloerkleden de deur uit deed? Krijg je koude rillingen van die witte wanden om je heen? Verveel je je ’s avonds te pletter omdat je zowel je tv als je boekenkast naar de kringloop bracht? Geen nood, er is nog hoop.
Ja maar Pennie, roepen jullie nu paniekerig, het mag allemaal niet teveel gaan kosten hoor! Nee, natuurlijk niet, jullie kennen me toch. We gaan op heel eenvoudige wijze je huis weer leefbaar maken. En mijn adviezen zijn nog gratis ook, je hoeft er niet eens een boek voor te kopen. Let op, daar gaan we.
Punt 1
Hang schilderijen op. Helemaal niet moeilijk, want je kunt gewoon kiezen wat je zelf leuk vindt. Kijk bij de kringloop. Koop gerust reproducties. Vraag of opa en oma nog iets leuks voor je hebben. Of maak desnoods iets zelf. Hoe moeilijk kan het wezen? Zoek op internet een leuke Karel Appel of Van Gogh op, koop een paar potten verf in de aanbieding en laat je inspireren. Of maak foto’s en laat die groot afdrukken op canvas.
Punt 2
Zorg voordat je aan punt 1 begint dat minstens één muur een fijn kleurtje heeft. Woon je klein, neem dan een lichte tint. Heb je de ruimte, durf dan eens gek te doen. Moeilijk kiezen? Onzin. Je weet best waar je vrolijk van wordt. Valt het toch tegen, dan probeer je gewoon weer wat anders.
Punt 3
Een huis is geen huis zonder kaarsen en kussens. Vraag kaarsen voor je verjaardag en maak zoveel kussens als je maar wilt. Breien, haken, quilten, een mens doet wonderen met restjes wol en stof. Heb je het zelf niet in je, vraag het dan aan een Creabea uit je omgeving, echt, die doen niets liever.
Punt 4
Planten. Een mens kan pas echt ademen met levend groen om zich heen. Heb je geen groene vingers? Denk aan de goede, oude studentenplant die alles en iedereen overleeft: de sanseveria. Of de kat er nu in plast of je kleuter er een glas ranja in kiepert: niet kapot te krijgen.
Punt 5
Frutsels en dingetjes. Ja, je leest het goed. Want die geven de persoonlijke tutsj aan je interieur. Niks ingewikkelds, gewoon knutselarijtjes van de (klein)kinderen of van jezelf. Of souvenirs van je verre reizen. Of gewoon vaasjes van het drielandenpunt of een kop-en-schotel uit Zandvoort aan de Zee. Bang voor rommeligheid? Dan moet je groeperen. Knal alles bij elkaar op een dienblad of aan een prikbord. Succes verzekerd.
Nu zijn er vast weer types die gaan zitten miepen dat je al die gezelligheid moet soppen en afstoffen. Maar dat is helemaal niet waar! Je kunt volstaan met er 1 x per week krachtig overheen blazen. Doe ik zelf ook. En als je eens geen puf hebt, dan doe je het niet. Daar is hier in huis nog nooit iemand van dood gegaan. ’t Is tenslotte geen gezondheidszorg. Niet van dat benauwde; een beetje stof is broodnodig om gezonde weerstand op te bouwen.
Zo. En nu wil ik helemaal nooit meer iets horen over minimalisme of die gekke opruimMarie. Jullie hebben nu de grondbeginselen van het maximalisme te pakken en kunnen hier lekker op doorborduren. Of moet ik soms ook nog gaan uitleggen hoe je weer fijne gevulde boekenkasten krijgt en mooie complete garderobes? Nee toch zeker hè? Want al die tips in die weblogs, daar word je toch simpel van? Je kunt toch best eens wat zelf bedenken? Nou. Hup dan!

Wijs op woensdag: Maximaal leven, volop genieten

Een bijdrage van vaste gastblogger Pennie Wijs…

Heb je ook zo genoeg van dit jaar? Heb je zin in frisse ideeën, een ander interieur, een nieuwe levensstijl? Baal je ook van die minimalistische trend? Kortom, ben je er ook zo aan toe om eindelijk eens uit je saaie schulp te kruipen en je enige echte exuberante zelf lekker losjes door het dagelijks leven te laten dansen? Durf je het aan? Kom op dan en weg met dat benauwde en benepene. We gaan ons verdiepen in het maximalisme. De levensstijl waar je vrolijk lachend oud mee kunt worden. En nee, dat hoeft je geen cent extra te kosten. Geen angst, ik reik je de helpende hand.

Begin waar alle verbetering moet beginnen: bij jezelf. Kijk in de spiegel. Zie je er wat bleekjes en afgemat uit? Logisch na zo’n lang minimalistisch jaar van alleen maar spullen opruimen en dingen de deur uitdoen. Je bent jezelf compleet voorbijgelopen! Maar eigenlijk weet je best wat jou ontbreekt: kleur! Dus pak je make-uptas en tast toe. Begin met de ogen. Tussen wenkbrauw en wimpers bevinden zich drie zones. En die mogen gerust alle drie een aparte kleur hebben. Je hebt nog maar één kleur ogenschaduw in voorraad als gevolg van de minimalistische hype die de afgelopen periode woedde? Ja, ik heb nog zo gewaarschuwd. Maar geen nood, dan zet je alles in een en dezelfde tint, liefst een overtuigende. Beetje eng, al lang niet meer gedaan? Google even een foto van prinses Beatrix en je ziet hoe geweldig deze vrouw het populistische minimalisme heeft weerstaan door altijd vast te houden aan haar koninklijke, fleurige oogopslag. Mocht je toch nog zin hebben om weer eens wat op te ruimen: wég dan met al die aardetinten en zogenaamd natuurlijk ogende beige smeersels. Voor je het weet word je depressief van die pleisterkleurige rommel.

Dan komen we aan bij de mond. Ga nou niet voorzichtig zitten doen met onzichtbare lipgloss of roze voor kleine meisjes. Getverderrie. Je bent een volwassen vrouw die niet op haar mondje gevallen is, dus kom maar door met die dieprode of knalroze lippenstift. Lekker vet aanbrengen. En smeer meteen een likje op je wangen – nog even uitvagen – dan heb je gelijk een blosje in de juiste kleur. Ja, nou voel je je al heel wat beter hè? Doe nog effe wat met je haar. Niet te ingewikkeld, lekker losjes. Ik voorspel de terugkeer van ‘big hair’, dus touperen mág weer.

Nu je kleding. Je bent natuurlijk allang uitgekeken op die ene wintertrui of dat brave bloesje. Moet je nu naar de winkel hollen om nieuwe voorraad in te slaan? Absoluut onnodig. Bij de maximalistische levensstijl hoort een maximaal gevulde portemonnee, dus we gooien geen geld over de balk. Er is altijd genoeg in huis om goed mee voor de dag te komen. Denk aan combinaties. Trek eens drie bloezen over elkaar aan. Verrassend, of niet soms? Knoop eens een aantal sjaaltjes tegelijk over die trui en gooi er nog wat halskettingen overheen. Zie je wel? Het klinkt simpel, maar het is werkelijk waar: More is More!

Je schoenen kun je opfleuren door je hakken in een knallende kleur te verven. Of je plakt een oude broche of wat grote kralen op de neus (gebruik montagekit). En je gaat toch zeker niet meer in een effen jas rondlopen? Borduur er een mooie rand bloemen op. Of bomen of dieren, net waar je zin in hebt. Trek je sjaals en stola’s uit de kas en knoop er iets exotisch van. Kijk in je knopendoos en vul het rijtje al bestaande knopen op je jas aan met een paar vrolijke buren. Complimenten gegarandeerd. Als het goed is krijg je nu al een gevoel voor de juiste, maximalistische aanpak. Ga zo verder en leef je zo maximaal mogelijk uit.

Kijk tot besluit nog eens in de spiegel. Zet een vrolijk muziekje op. Nee, niet dat minimale gemurmel van Steve Reich of Philip Glass. De bedoeling is dat je wat enthousiaste danspassen gaat maken. Niet dat voorzichtige geschuifel, gooi die heupen maar eens los. Kies een bossanova of een samba. Of voor mijn part het Zwanenmeer van Tsjaikowski. Als de beentjes maar van de vloer gaan en de borsten en billen maar lekker schudden.

Zo, als het goed is voel je je nu al heel wat beter. Maar we zijn er nog niet. Volgende keer je interieur. Kijk nog maar eens goed naar die eenzame bloemenvaas en die sneue magere kandelaar. Want die zijn binnenkort volledig passé! Tot die tijd: volg je hart, want dat klopt.

Wijs op woensdag: Does it spark joy?

Een bijdrage van gastblogger Pennie Wijs:

De Japanse Marie krijgt steeds meer grip op mijn leven, of ik wil of niet. Haar levensles is gebaseerd op een vreemde mix van punt 1 gezond verstand en punt 2 nepspiritualiteit. Punt 1 zou iedereen op eigen kracht moeten kunnen hanteren, punt 2 is klinkklare nonsens, dat is mijn idee. Maar ondertussen. Hoeveel tegengas ik ook geef, ik krijg die dame steeds onverhoeds op mijn nek.

Zo zie ik net in mijn mailbox een berichtje van een vriendin die ‘Marie Kondo gedaan heeft aan haar schoenen’. Dat klinkt heel vies, maar Nederlands is niet haar moedertaal, dus dat is haar vergeven. Maar jongens. Het idee dat deze intelligente vrouw aan haar schoenen staat te snuffelen en zich afvraagt ‘does it spark joy?’, daar word ik gewoon een beetje zenuwachtig van. Tot overmaat van joy voegt ze nog een paar foto’s bij van haar actie. Ze heeft haar schoenenvoorraad uitgestald op haar eettafel. En aangezien haar collectie Imelda-Marcosachtige afmetingen heeft, is die tafel drie maal nodig om de nodige overzichtsfoto’s te maken. En ja, toen was het dus mijn beurt om eens lekker joy te sparkelen.

Want ik mail natuurlijk terug dat er niets weg kan. Mijns inziens. Waarom zou je? Het heeft aandacht, tijd en geld gekost om die voorraad op te bouwen. En het past in haar huis toch, want anders had ze er niet zoveel? Dus niks aan veranderen! Deed Imelda ook niet. Mijn advies: ga dansen met de dansschoenen, wandelen met de wandelschoenen, trek je laarzen aan in de regen en je sandalen als de zon schijnt. Kijk ondertussen goed of de kleur van de schoen matcht met de rest van je outfit en joy verzekerd.

Ondertussen komt er een mail binnen dat ze nu haar tassen gaat Mariekondoën. Echt waar! Met een foto. Het zijn er maar tien. Tien! Ik vind dat krap. Mijn advies: daar kan gerust wat bij. Krijg je ook leukere combi’s met de schoenen. Nu maar hopen dat ze mij uitnodigt om mee te gaan shoppen. Dan zal ik haar eens flink op stang jagen. Goed voor de tassenontwerpers. En de tassenfabrikanten. En de tassentussenhandel. En de economie in zijn algemeenheid. En vooral: goed voor onze gezamenlijke joy!

Wijs op woensdag: Koopje

Het was even stil rond onze gastblogger Pennie Wijs, maar nu laat ze weer van zich horen:

Een paar maanden lang was ik snorziek en kwam niet verder dan de route bank-bed. Afgewisseld met ritjes naar medische specialisten, dat wel. Tot er een dag aanbrak waarop ik voldoende kracht had verzameld om me weer in de buitenwereld te vertonen. Dat was hard nodig, want alle batterijen van mijn horloges waren intussen leeggeraakt en die dingen zijn onmisbaar om in wachtkamers te kunnen checken hoe lang je er al voor joker zit te wachten op geneesheren en -vrouwen.

Mijn eerste tocht ging dus – stevig ondersteund en krachtig voortgesleept door echtgenoot – richting winkelcentrum van een naburig stadje. O! Frisse buitenlucht! Zonneschijn! Vrolijke mensen op straat! Bloemenkraampjes! Een straatmuzikant! De wereld was blijkbaar gewoon door blijven draaien tijdens mijn langdurige en intensieve bestudering van het slaapkamerplafond. In de winkel waar mijn batterijen ververst zouden worden stonden vrolijke dames achter de toonbank met frisse gezichtjes, fruitige make-up, frivole kapsels en fijne kleertjes aan het lijf. Ik probeerde in opperste concentratie niét in de spiegel die vrouw met piekhaar te zien die als een grauwe dweil, gehuld in oude joggingbroek, zich vastklampte aan haar zorgzame wederhelft.

En zo – mijn blik angstvallig naar beneden gericht houdend – viel mijn oog op een rekje met armbanden. Heel mooie armbanden. Armbanden waar ik normaal gesproken niet naar kijk, omdat ze er veel te duur uitzien. Maar hier ging het om een aanbieding. Ik viste het meest opvallende exemplaar eruit en bestudeerde het prijskaartje. Gosternokkele, wat zit de wereld toch wonderlijk in elkaar. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat men voor dit dingetje meer dan tweehonderd euro neer zou te tellen! Dat zou ik natuurlijk nog in geen tweehonderd jaar doen. Maar. Zag ik dat goed? Nu vroeg men slechts vijf euro voor dit juweeltje. Hoe kon dat?

De verkoopster wist het. Het was een merk. Vandaar die absurd hoge prijs, die volgens haar trouwens volkomen normaal was. En die vijf euro? Ja, daar werd ze even zenuwachtig van. Vast een foutje. Of nee, toch niet. Die collectie ging eruit. Ja, dat was het. En ruimtegebrek hè? Ik legde het geval op mijn pols. Zomaar voor het idee. Niet dat ik als grauwe dweil de intentie had me hiermee op te gaan sieren. Ik staarde er gedachteloos naar, zonder enig serieus plan.

Maar nu had ik buiten mijn man gerekend. Die zag in opperste verwondering aan hoe ik tekenen van interesse voor uiterlijkheden begon te vertonen. Dat was nog eens andere koek dan het gekreun en gesteun dat hij de afgelopen maanden had moeten aanhoren. Hier aanschouwde hij de eerste tekenen van een wonderbaarlijke genezing en dat proces diende krachtig ondersteund te worden, dat was wel duidelijk. Resoluut trok hij het complete rekje naar zich toe en maakte een gul gebaar van ‘alles afrekenen’.

Ja, zó ziek was ik nou ook weer niet, dus ik duwde de hele stellage verschrikt weer terug, maar hield wel het eerste exemplaar angstvallig in mijn knuisten geklemd. ‘Deze maar doen dan’, vroeg de fruitige juffrouw, en toen was ie van mij. Een kóópje, zo verzekerde ze me nog. Buiten op straat kreeg ik al meteen spijt. Want waar heb dat nou voor nodig – zo’n opzichtig geval? Daar ga je toch niet mee in je bed liggen? Maar ik hield mijn kop, want ik had hem een soort van cadeau gekregen en dan ga je niet lopen miepen.

Sindsdien verliet ik steeds vaker het bed. Ik werd regelmatig in een tuinstoel geplant en kreeg weer wat kleur. Ik werd naar een kapper getransporteerd en kwam er behoorlijk gefatsoeneerd weer vandaan. Wel vloekte ik nog steeds alle duivels uit de hel omdat ik me niet goed voelde, maar het was nu een kráchtig gevloek, niet meer dat zielige gekreun en gesteun. Kortom verbetering.

En nu viel er gisteren een uitnodiging voor een feestje in de bus. Ja, daar ga ik natuurlijk niet heen, veel te vermoeiend. Of wacht eens… zal ik misschien tóch? Het is immers een uitgelezen kans om met mijn nieuwe armband te pronken. Dan is die aankoop tóch niet zinloos. Zoals ik al zei: het is een opzichtig geval. Er zit een fel oranje lint in verwerkt. Vraag: waar staat dat eigenlijk bij, qua kleding? Héb ik wel iets in die kleur? Ik plukte mijn kledingkasten leeg. Daar vond ik een verschoten t-shirt en een oude bloes in de juiste kleur, maar nou niet dat je zegt: daar ga ik mee naar een feestje.

Op dat moment schoot me weer te binnen dat ik in mijn opperste bewaarlust eens een mooie oranje rok naar zolder had verbannen wegens veel te krap, maar je-weet-maar-nooit. Há. Zie je wel dat je nooit wat moet weggooien? Dat je niet moet luisteren naar die gekke opruim-Marie? Ik klom naar zolder en begon met mijn zwakke, vermagerde lijf te graven in de voorraad verhuisdozen. Studieboeken, zwemdiploma’s, wandeltochtmedailles, suikerzakjes, postzegelverzamelingen, poësiealbums (eerst even doorlezen natuurlijk!), slaapzakken, kampeerkooktoestellen, luchtbedden en jawel: kleding. Nu nog even doorzetten en kijk: doos met label ‘slank’. Nou, als je me nu niet slank vindt, dan word ik het nooit meer.

Ik ritste de doos open, woelde wat in de rondte, vond de oranje rok en trok hem aan. Hmmm, nu was ie op wonderbaarlijke wijze iets te groot geworden. Maar met wat plakband en veiligheidsspelden kon ik er vast iets passends van maken. Ik sleepte mezelf weer naar beneden en pakte de armband. Precies de goede kleur! Een waanzinnig aparte combinatie! Wacht, ik ging hem gelijk even omdoen. Altijd lastig, peuteren met één hand aan een slotje. Zelfs dit kreeg ik niet meer voor elkaar zonder man. Dus ik riep keihard hélp en dat ie moest komen.

Toen volgde een vreemde worsteling. Ik hield mijn pols op en mijn echtgenoot probeerde de armband erom te klikken. Maar als hij het slotje wilde sluiten werden mijn aderen afgeklemd. Of mijn huid raakte tussen het edelmetaal. Of allebei. Hij prutste en sjorde. Auw! Straks was ik niet alleen ziek, maar ook gewond. Of geamputeerd. Ik kreeg een angstig vermoeden. Dat ding was natuurlijk afgeprijsd omdat er geen vrouw bestond met slankere polsen dan ik. Onverkoopbaar. Oftewel: een miskoop. Nu werd ik echt nijdig. Ik hield mijn adem in. Spande al mijn spieren aan. Dácht mijn pols zo dun als nodig. Mijn echtgenoot wierp zich ook vol in de strijd. Plantte zijn voetzool in mijn maag. Zette af. Gaf alle kracht die hij in zich had en riep Waauw! Ik riep Aauw! Klik, zei de armband. En hij zat.

Nu durf ik hem niet meer af te doen. Hij moet om blijven tot de dag van het feest. Daar ga ik heen, hoe ik me ook voel. Ter voorbereiding ben ik allerlei armbewegingen aan het oefenen waarbij de armband goed in beeld komt. Dat het niet allemaal voor niks is geweest, dit koopje.

Wijs op woensdag: Hisu

Een bijdrage van gastblogger Pennie Wijs:

Hiewatte? Nooit van gehoord zeker? Nou, ik tot voor kort ook niet. Maar nu wel.

Dat het leven niet eerlijk in elkaar zit weten we allemaal. Kijk om je heen en je ziet het. Op de tv, in de krant, in je stad en in je dorp. Zolang in je eigen leven de zon schijnt, wéét je dit allemaal wel, maar heb je er doorgaans niet zoveel last van. Het wordt anders als het noodlot ook bij jou aan de deur klopt. Of bij familie of vrienden. Dan lijkt het ineens zo immens triest en zinloos dat de buurvrouw kanker heeft, bij je schoonzus nierfalen is geconstateerd, of je zus in een psychose is geraakt.

Iedereen komt aan de beurt. De een vroeg, de ander later. En sommigen krijgen héél vaak een beurt. Oneerlijk! denk je dan. En je vraagt je af: hoe doen ze het toch? Al die mensen met ziektes en kwalen, hoe functioneren ze in hun dagelijks leven, hoe houden ze de moed erin? Iedere dag weer trekken ze ten strijde, voor mij zijn het helden!

Martine heeft hier veel geschreven over ME en hoe deze ziekte haar leven bepaalt. Wat alle lezers steeds opvalt is hoe positief ze er mee om gaat, hoe creatief ze steeds naar nieuwe mogelijkheden zoekt, en hoe ze nooit de moed verliest. Of nou ja, soms wel even natuurlijk, maar altijd krabbelt ze weer op en gaat ze weer door. Inspirerend om te lezen voor iedereen die moet leven met pijn en beperkingen. En vooral ook heel informatief. Met haar blog heeft Martine een grote bijdrage geleverd aan de bekendheid van en het begrip voor ME.

Daar moest ik aan denken toen ik hoorde over iemand die ook te kampen heeft met een nare, onbekende ziekte. Ook zij wil – net als Martine – laten zien hoe je ondanks alle problemen tóch een goed leven kunt hebben. Maar bovenal vindt ze het van belang dat er meer informatie beschikbaar komt over deze aandoening, zodat mensen die er mee te maken krijgen zich niet zo hopeloos alleen voelen en wat makkelijker de weg vinden naar de juiste behandeling.

Daarom is ze onlangs een blog gestart. Maak kennis met Esther, een positieve, jonge vrouw, en hoe ze het leven tegemoet treedt met deze moeilijke ziekte. Het gaat om Hidradenitis Suppurativa, kortweg Hisu genaamd. Haar blog: happyhisu.com. Misschien ken je mensen in je omgeving die je kunt helpen met deze informatie. Ik wens Esther veel lezers, veel succes met haar blog en veel levensgeluk!

Wijs op woensdag: O Marie!

Pennie Wijs is in shock dat ook door haar zeer hoog gewaardeerde columnisten vallen voor Marie Kondo. Tot ze ontdekt dat Marie geen malloot is maar juist heel slim. Dát biedt perspectieven.

O Marie! Dat zei mijn oma altijd met een diepe zucht als ze iets verbazingwekkends hoorde. Dezer dagen moest ik veel aan mijn oma denken. Wat komt haar verzuchting nu goed van pas! Er is namelijk een zekere Marie – geen oerhollands type, maar een Japanse versie, niet dat dit er overigens in dit verband toe doet – die een ware hype aan het ontketenen is. En Marie is zo maf als een deur. Niet alleen moet je van haar zoveel mogelijk spullen de deur uit bonjouren, maar met wat er dan nog over blijft dien je op een nogal aparte manier om te gaan. Je bedankt je schoenen als je ze uittrekt voor geleverde diensten en sokken moet je niet oprollen als ze in het laatje gaan, want daar krijgen ze maar stress van.

Nou heb ik helemaal niks tegen malloten – ik heb pittige malloten onder mijn beste vrienden en zelf kan ik er ook wat van – maar ik vind het wel een beetje eng worden als mensen ze als wijze raadgevers gaan beschouwen. Iedere goeroe in spe vindt allicht wat volgelingen, mensen die de weg kwijt zijn en dringend behoefte hebben aan houvast in hun leven. Maar Marie hoeft zich niet te behelpen met een handjevol mafketels, die heeft al een wereldwijde aanhang opgebouwd. Best griezelig.

Onlangs schrok ik me dienaangaande onverhoeds een hoedje. Ik zat in een serieus dagblad een column te lezen van een verstandige vrouw. Aaf heet ze. Hoog opgeleid, schrijfster, helder denkend en formulerend, best wel een intellectueel zeg maar. Een echte boekenvrouw. En laat zij nou óók al in de ban zijn van die gekke Marie. Dat geloof je toch niet? Dat zo’n verstandige meid ook met spulletjes door haar huis loopt te klunzen omdat ze ruimte in haar hoofd wil? Ze had er nog foto’s bij gezet ook. Van de spulletjes die weg moesten.

Ik werd overvallen door een intense somberte. Dit is duidelijk geen hype meer, dit is massahysterie. Waar moet dat naar toe? En wat kan ik nog doen om de wereld te redden? Ik kan toch niet aan de gang blijven met mijn goedbedoelde waarschuwingen? En dan nog eens wat: hoe formuleer ik mijn argumenten in het Japans? Want je moet ellende altijd bij de bron aanpakken, heb ik geleerd. Natuurlijk had ik mijn schouders kunnen ophalen en weer verder kunnen gaan met mijn werk. Maar dat lukte niet meer. Want ik voelde langzaam maar zeker een inzicht opborrelen. Een pijnlijk inzicht.

Die Marie ís helemaal niet maf. Die is natuurlijk juist reteslim. Want hoe krijg je de halve wereldbevolking zo gek om vol overgave aan iets volkomen onzinnigs te beginnen? En hoe lukt het je de mensen daarbij het gevoel te geven dat ze goed bezig zijn en dat ze er ‘ruimte in hun hoofd’ van krijgen? Ik geef het je te doen. Dat hebben al héél wat psychiaters en psychologen ook geprobeerd, met heel wat minder succes. En hoe krijg je mensen zo ver dat ze je boeken over die driedubbelovergehaalde nonsens kopen en breng je ze daarbij ook nog in de overtuiging dat dit geen geldverspilling is maar een verstandige investering in hun persoonlijke ontwikkeling?

Jaja, dat was even een confronterend momentje. Wie is er in deze kwestie nou eigenlijk de slimmerik? Ik duidelijk niet. ’t Is die Marie, potverdrie! Maar kom op zeg, zoiets moet ik toch zeker óók kunnen bedenken? Iets dat in eerste instantie maf lijkt, maar stiekem toch iedereen aanspreekt en duizenden mensen in actie brengt. Duizenden volgelingen die grif geld neertellen om een boek te kopen over zo’n bedenkseltje. Het wordt tijd dat ik ook eens even creatief out of the box ga zitten denken. En laat dan de kassa hier in huis maar rinkelen. O Marie. In welke hoek zal ik het zoeken?

Vroeger had je ook al wel van die dingetjes, vooral met diëten. Je kan mensen met weinig moeite zover brengen dat ze de hele dag alleen maar appels eten of eieren. En dat ze daarbij denken dat ze gezond bezig zijn en helder in hun hoofd worden. Als je het goed aanpakt gáán ze zich nog gezonder voelen ook, dat is een mechanisme dat tussen de menselijke oren zit. Nooit zal ik al die gezellige tantes vergeten die jarenlang aan een sherrykuur zaten, tot ieders genoegen. Ze wilden dun worden, maar ze werden vrolijk. Op een dag was het ineens afgelopen met de pret, toen kregen ze plotseling het etiket ‘probleemdrinkster’. En toen werd de AA weer mode, ja die vrouwen maakten nog eens wat mee.

Maar goed. Nu ben ik dus even bezig om een conceptje te ontwikkelen. Ik ben er nog niet helemaal uit, als iemand nog een lumineus idee heeft houd ik me aanbevolen. Het moet iets zijn wat in eerste instantie een tikkie vreemd lijkt, wat toch simpel uitvoerbaar is en waar iedereen aan mee wil doen. Ik dacht te starten met een website en zodra het een beetje loopt schrijf ik er dan wat boeken bij. Daarna snel door naar tv, De Wereld draait door, Umberto Tan enzo. Vervolgens moeten er wat vertalingen gemaakt worden, te beginnen voor het Engelstalig publiek maar de Japanners zal ik zeker niet vergeten, dat beloof ik. Dus kom maar door met de ideeën.

Wijs op woensdag: Testcase minimalisme

Pennie Wijs snapt het niet en kan dat niet uitstaan, dus probeert ze het ook: opruimen

Van nature ben ik nieuwsgierig. Sommige verschijnselen intrigeren me. Hypes bijvoorbeeld. Waar komen die vandaan? Wie begint? Hangt er iets in de lucht, wat is dat ‘iets’ en hoe komt het dat er ineens een voedingsbodem voor is? Neem nou het minimalisme. Mensen werken allerlei zaken de deur uit, zaken die ze ooit leuk of nuttig vonden, anders waren ze die deur natuurlijk nooit in gekomen. Maar goed, kan gebeuren, op zich niks mis mee. Ware het niet dat er allerlei vreemde nevenverschijnselen bij komen kijken, waarvan ik denk: huh? Of eigenlijk zelfs: HUH???

Maar ja, wie ben ik? (Bescheidenheid is ook een eigenschap van me…) Theoretisch zou het mogelijk zijn dat de heilzame werking van het minimalisme aan mij voorbij gaat, omdat ik te dom/lui/star ben om de essentie ervan te vatten. En dat zou zonde zijn. Onderzoek alle dingen en behoud het goede! Bovendien wil ik ook wel eens ruimte in mijn hoofd, een opgeruimde geest, het gevoel dat ik weer kan ademhalen en al die andere exquise ervaringen en gemoedstoestanden waar die minimalisten over trompetteren.

Dus ik ging nadenken. Als ik nou eens een heel klein proefprojectje deed? De zolder is een gebied waar je flink kan scoren zo lees ik overal. Vooruit met de geit! Ik beklom de trappen en probeerde met een minimalistische bril mijn vertrouwde zolder te bekijken. Onder het schuine dak staat een rij verhuisdozen (8 stuks). Vóór die rij, daar waar het dak wat hoger wegloopt en dus meer ruimte is, kunnen er twee op elkaar staan. Een rijtje van 16 dus. Maakt samen 24 stuks. Nota bene, we hebben het hier niet over dozen met kerstspullen of hobbydingen (die staan ergens anders), maar over dozen met spullen die na de verhuizing (negen jaar geleden) niet uitgepakt zijn. Ja, bij een echte minimalist lopen nu reeds de rillingen over de rug, ik weet het…

Want waarom zijn die spullen niet uitgepakt? Simpel: er was geen kastruimte voor. Wij bewoonden een Pippi Langkousachtig pand, met diepe, hoge kasten op de meest onwaarschijnlijke plekken en die had ik allemaal volgestampt met mooie, fijne, nuttige en/of dierbare spullen. Heerlijk! Maar toen gingen we naar een nieuwbouwhuis, waar veel dingen fijn zijn (zoals: muisloos, tochtloos, vochtloos, kierloos, spinnewebloos en een energierekening zo laag dat je je iedere maand weer van dolle pret op de knieën slaat) maar een paar dingen toch minder fijn, waaronder: kastloos. Wie dat heeft verzonnen, ik weet het niet, maar het moet wel een man zijn.

Afijn, je kunt niet alles hebben in het leven, dus we stapten over mijn bezwaren heen en kochten voor het eerst van ons leven zo’n ellenlange kastwand die je wel meer in slaapkamers ziet en ik geef toe, het is héél erg oerlelijk, onromantisch en weet ik wat, maar meestal heb ik daar toch mijn ogen dicht en in het geval van ogen open zie ik ook niks, want geen bril op. In die Chinese muur paste mooi onze kleding en het beddengoed en toen was ie vol.

Een normaal mens heeft echter veel meer spullen. Slaapzakken om mee te kamperen of logees in te wikkelen, zwemvesten (ooit gedragen tijdens kanotochten, nu bewaard voor verwachte stijging zeespiegel), het kampeerkookstel met bijbehorend rekje, luchtbedden met pompje, vorige dekbedden (niet meer fijn genoeg om onder te slapen, wel handig voor nood in geval van zo snel stijgende zeespiegel dat we naar zolder moeten vluchten zonder tijd om dekbedden uit slaapkamer mee te nemen) rollen behang (met plakmiddelen en behangtafel) en ach, ga zo maar door, ik ga hier niet van die duffe lijstjes tikken die je overal al lezen kunt.

Dus makkelijk zat: dat kon allemaal niet weg. Maar. Er waren ook dozen met boeken. Boeken die niet dagelijks geraadpleegd worden en die in dit huis niet meer achter in diepe kasten weggestouwd konden worden. Zou daar iets mee te doen zijn? Een beetje zenuwachtig schuifelde ik richting boekendozen. Hoe was het ook alweer? Er zijn trucjes waarmee de minimalisten te werk gaan. Eerst tellen geloof ik. Je mag van iets 34 hebben. Of juist 68. Waarom onthoud ik dat soort getallen nooit? Niet gaan piekeren nu. Doorpakken.

Ik trok een doos open. Ja doei, heel veel boeken, die ging ik mooi niet tellen. Ik pakte er eentje op, sloot mijn ogen, concentreerde me en probeerde te voelen of ik er blij van werd. Of dat ik er energie van kreeg. Want dat gebeúrt! Bij minimalisten dan. Ik voelde of kreeg er niets van. Maar misschien kwam dat omdat ik met mijn ogen dicht zat. Voor de zekerheid besnuffelde ik het boekwerkje ook nog even. Helaas, niet die heerlijke, onmiskenbare oude boekengeur, het rook eigenlijk best neutraal. Waren dit dan de officiële signalen dat iets weg kan? Mijn hart begon te bonzen van opwinding. Zou het bij mij óók werken? Voorzichtig loerde ik tussen mijn oogharen. Wat had ik hier te pakken? Ach! Jéé! Kijk nou! Leerboek havo3. Een golf van herinneringen knetterde door mijn brein. Niet omdat ik ooit in havo3 zat, maar omdat ik er vóór stond.

En ineens waren ze er weer allemaal, de lieve schatten. En de donderstralen. Patricia met haar geblondeerde haar en nepwimpers. Natasja die alsmaar knalroze lippenstift zat te smeren. Wim, die ik in de voorste bank zette, omdat hij anders boterhammen met pindakaas achter de verwarming propte. Rick, die altijd verontwaardigd reageerde als ik hem betrapte op voorzeggen: ‘Dit kúnt u niet gehoord hebben, mevrouw!’ Marjolein die als het moment van huiswerk noteren was aangebroken steevast verbaasd uitriep: ‘Maar moest je een pén meenemen dan?’

En al die anderen. En het klaslokaal met de rammelende luxaflex. De muffe stank van ongewassen puberlijven in de vroege morgen. De docentenkamer. De idealistische collega’s. De zure zeurpieten. Het schoolplein. Het fietsenhok. De route die ik dagelijks fietste. Hoe ik mijn man leerde proefwerken na te kijken omdat ik het zo godsgruwelijk saai werk vond. Klasseavonden waarop eindeloos een lammenadige versie van La Bamba gedanst werd. Ooh. Those were the days.

Jamaar, jamaar, roepen de minimalisten nu, die herinneringen zitten toch in je hart en niet in die doos? Dat boek kan toch gerust weg? Nou, het klinkt misschien heel onattent, maar er zijn járen voorbijgegaan dat ik niet aan de lippenstift van Natasja en de pindakaasboterhammen van Wim dacht. Al die herinneringen floepten tevoorschijn uit dat boek. Zonder het boek waren Natasja en Wim misschien wel spoorloos uit mijn geheugen geglipt. Ik zat er een uur mee onder de strijkplank voor ik het terug legde. Toen had ik een heel vol en moe hoofd. Genoeg geruimd. Volgende keer weer verder. Nog 24 dozen te gaan. Min één boek.

Wijs op woensdag: Minimalisme – het laatste stadium

Het kan jullie niet ontgaan zijn, er waart een minimalismevirus door het land. Gelukkig hebben we gastblogger Pennie Wijs die ons wijst op de gevaren van deze schijnbaar onschuldige aandoening….

Wat zijn mensen toch razend interessante wezens. Ooit woonden we in rotsige holen en trokken in nomadenverband over woeste steppen. En kijk eens wat we nu allemaal doen, wat we kunnen en kennen. Ik zit me er dagelijks over te verbazen. Tot die diersoort behoor ik ook! En vooral die laatste gedachte is bevreemdend als je naar verschijnselen kijkt die je niet kunt vatten.

Een voorbeeld. Gewelddadig gedrag. Ik moet er niets van hebben. Verschrikkelijk wat je op de buis en om je heen allemaal ziet. Maar begrijpen kan ik het wél. Het is maar goed dat ik niet in het bezit ben van een mitrailleur, want ik zou er op sommige momenten gerust mee om me heen kunnen gaan schieten. Ik wil maar zeggen: het is me niet vreemd, agressie.

Maar neem nou minimalisme. Dat vind ik toch zo’n gek verschijnsel. Ik snap er niks van. Ja, oude kranten weggooien, uitgebloeide bloemen uit vazen verwijderen of een kapot strijkijzer naar de milieustraat brengen, dat doe ik heus ook wel. Dat valt gewoon onder doodnormaal dagelijks gedrag. Vind ik dan toch. Er zijn echter ook mensen die met alle kracht en alle energie die ze in zich hebben (sommigen zelfs met energie die ze niét in zich hebben) dingen de deur uit willen werken. Een wonderlijk verschijnsel. Hoe is dat zo gekomen?

Van nature is de mens een verzamelaar. De allereerste mensen hadden alleen een vijgenblad om zich warm te houden. Dat schoot niet op. Het was behoorlijk frisjes en voldeed niet. Dus gingen ze als de wiedeweerga op zoek naar een dierenvel. En van het een kwam het ander. Een schaap domesticeren. Het beest scheren en van de wol een warme trui breien. En een deken. Het vuur uitvinden. Er een potje boven hangen. Lepels gaan kopen om erin te roeren. Enzovoort enzoverder, eeuwenlang.

En nu, in de eenentwintigste eeuw, komt er bij sommigen een tegengestelde beweging op gang. Die mensen hebben zoveel potjes en pannetjes dat ze er zenuwachtig van worden. Ze willen er weer van af. En ik snáp dat. Als je vier potjes nodig hebt en je bezit er door omstandigheden vijf, dan is het logisch dat je er eentje weg doet. Maar dan gebeurt er bij sommigen iets geks. Ze kunnen niet stoppen. Onrustig kijken ze rond. Wellicht kunnen er toch nog méér potjes weg. Zou een mens kunnen leven met één potje? Vast wel. Hup, weg met de rest. En wie heeft er eigenlijk ooit bedacht dat je ergens lepels voor nodig zou hebben? Je kunt net zo makkelijk met de achterkant van je brillenpoot in de kookpot roeren. Exit alle lepels. Enzovoort enzoverder.

Afzien van luxe en comfort. Ik las pas over iemand die er een dagtaak aan had. Leven zonder centrale verwarming, koelkast, vriezer, stofzuiger, strijkijzer, wasmachine, douche en doorspoeltoilet. Toevallig ken ik die levensstijl. Zo leefden mijn ouders in de jaren vijftig. En alle andere mensen in al die eeuwen ervoor. Wat was iedereen blij dat dát voorbij was! En toch leven er in onze tijd mensen die terug zouden willen naar die slechte, oude tijd. Onbegrijpelijk.

Maar goed, op een dag hebben ze alle overbodige potten en pannen de deur uitgewerkt en dan? Ze kijken eens om zich heen en voelen zich nog steeds onrustig. Er is iets mis met hun interieur. Natuurlijk! De kleuren moeten eruit. Een zekere Jan bedacht dit trucje ergens in de jaren negentig en is er schatrijk van geworden. Alles werd wit. Plafonds, muren, vloeren, meubilair: wit, wit en nog eens wit. En dan is het hek van de dam. Want wat hebben de overgebleven accessoires dan ineens veel kleur zeg. Wat zijn de planten groen! Weg ermee. En de schilderijen? Die kunnen ook best wat minimalistischer. Een wit vlak met een vaag veegje bijvoorbeeld. Of liever nog zonder veegje. Of gewoon een zwart vierkant, daar zit je ook niet mee voor gek.

En dan kom je in het laatste stadium. De boekenkast. De boekenkast is een uitdaging op zich voor de minimalisten. Er kan veel uit. Lekker verkopen, weggeven, naar de kringloop (dat is een soort kerkje dat minimalisten wekelijks bezoeken om donaties te doen). Aah, goed bezig! Maar dan. Kan het toch gebeuren dat je zomaar een paar boeken overhoudt. Een boek over tuinieren. Of een fijn kookboek. Hoewel? Alles staat toch op het internet? Wég ermee dus. Blijft over het allerlaatste restant. Boeken die nog niet gelezen zijn en waarvan men zegt dat ze best boeiend zijn. Of series die zelfs de minimaalste minimalist compleet wil houden. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, nog geërfd van opa. Dat soort dingen.

En daar zit je dan als minimalist mooi mee in je maag. Want onrústig man, al die kleuren in je kast! Ik heb van dichtbij gezien hoe dit probleem in de praktijk opgelost wordt. De boekenwurmsters in kwestie waren stevige dwangneuroten, maar functioneerden toch nog redelijk in het dagelijks leven. De ene sorteerde haar boeken op kleur. Zo kwam Lou de Jongs Koninkrijk ijskoud terecht naast Fifty Shades of Grey. Daar zat ze niet mee. (Dat ik dat wél gek vind, is vast een symptoom van een andere dwangneurose, dat besef ik.) De andere kocht een aantal rollen UW-kaftpapier (UW = Uiteraard Wit) en kaftte daarmee al haar boeken.

Het eindpunt van dit merkwaardige proces is hiermee wel bereikt, zou je denken. Maar nee. Gisteren las ik me daar toch iets… Er zijn mensen – ik weet niet of die nog onbegeleid op straat komen – die overgaan tot een andere maatregel. En het is heus écht waar, ik heb er zelf foto’s van gezien op het internet. Die mensen zetten hun boeken achterstevoren op de plank. Ja, met de banden naar de muur dus. En inderdaad, dan kun je de rugtitels niet meer lezen. Maar dat zien ze als een detail. Want kijk nou zelf eens hoe heerlijk opgeruimd dat staat. Vooral als je de vergeelde boeken een beetje bij elkaar zet en gescheiden houdt van de sneeuwwitte exemplaren.

Ik heb lang naar die beelden zitten staren. Eigenlijk moest ik dringend iets anders doen, maar ik kon me hier niet van losweken. Ik probeer me in te leven in de emotionele wereld van de minimalist. En ik durf te zeggen dat ik er een beetje kijk op heb gekregen. Wellicht kan ik een kleine bijdrage leveren aan het welzijn van deze menssoort. Ben je zo’n megaminimaal iemand die vol overtuiging alle spullen, elke kleur, ieder sprankje leven de deur uit heeft gebonjourd, zit je nu voor die plank met achterstevoren boeken en voel je de oude onrust weer in je opkomen? Dan zijn er twee oplossingen.

Nummer één. Je roept zo snel mogelijk deskundig advies in van een professionele hulpverlener.
Nummer twee. Je volgt mijn tip op (gratis, daar zijn minimalisten dol op):

De onrust die je nu nog voelt wordt veroorzaakt door levende wezens die zich in je nabije omgeving ophouden. Het is belangrijk voor je dat je zo min mogelijk signalen van ze opvangt. Dat is veel te druk voor jouw minimalistische brein, er dreigt dan gevaar voor kortsluiting. Dus. Als zo meteen je kinderen uit school thuis komen, aarzel dan niet, maar plak ze meteen achter het behang. Het is even wat werk, maar je zult zien dat je hier veel profijt van zult hebben.

Sommigen van jullie hebben dan ook nog een partner. Je hebt kans dat die zich aan het eind van de middag weer meldt. Zorg dat je klaarstaat, zodat je meteen kunt toeslaan. Pak een spuitbus met witte verf en doe je ding. Let op: hij/zij moet hélemaal wit, geen plekjes overslaan. Leef vervolgens nog lang en gelukkig verder in een heerlijk leeg en kleurloos bestaan.

Wijs op Woensdag: Je energiebudget op je oude dag

Een bijdrage van gastblogger Pennie Wijs:

Onlangs belde er iemand aan de deur bij mijn oude vader. Een vertegenwoordiger van energieleverancier BudgetEnergie. Of mijn vader wel wist dat hij flink zou kunnen bezuinigen op zijn energiekosten? De meeste mensen in de straat deden dat trouwens al. Door klant te worden bij BudgetEnergie. Als hij even de afrekeningen en meterstanden mocht zien, dan konden ze het hele plaatje samen doorrekenen.

Nou kan ik nog zo vaak tegen mijn vader zeggen dat hij niets aan de deur moet kopen en al helemaal nooit iemand binnen moet laten, maar daar heeft hij lak aan. Altijd dat achterdochtige en wantrouwige gedoe van mij, daar houdt hij niet van. Bovendien heeft hij als alleenstaande oudere al niet zoveel aanloop meer en zo’n mijnheer die samen met hem sommen wil komen maken is best gezellig.

Dus mijn vader – moeilijk ter been – schuifelde heen en weer om het benodigde cijfermateriaal bij elkaar te scharrelen. En toen werd er even flink gerekend. Maar ik ben al zo zuinig, opperde mijn pa, daar valt toch zeker weinig voordeel meer op te behalen? Nou, daar zou hij nog van opkijken, meende de budgetman en hij frummelde nog wat voort met zijn formulieren. Goed. Toen waren alle punten en komma’s gezet.

– Mag ik u nog één vraagje stellen?
– Welja, vond mijn vader, ze waren nu immers tóch bezig.
– Hoe oud bent u eigenlijk?
– Volgende week word ik zesentachtig, antwoordde mijn pa trots.

Daar keek hij zeker wel van op? vroeg ik, toen hij op dit punt van zijn verslag was aangekomen. Want meestal is dat de reactie en mijn vader kan er – net als ik – intens van genieten te jong ingeschat te worden. Ja nou, daar keek de budgetmijnheer zeker van op. Hij werd er zelfs helemaal stil van! En begon wat moeilijk te kijken. Want uhmmm, hè wat vervelend nu mijnheer, hè wat jammer nou, maar dan mag ik u helaas geen aanbieding meer doen.

Wel allemachtig, riep ik spinnijdig. Komt zo’n druiloor onuitgenodigd aan de deur, je steekt er tijd en moeite in, en dan is alles voor niks. Heb je nog gevraagd of ouderen dan geen behoefte hebben aan voordelige energie? Heb je nog gezegd dat dit gewoon leeftijdsdiscriminatie is? En heb je nog gevraagd wat eigenlijk de reden is voor deze uitsluiting?

Ach welnee, dat alles had mijn vader niet gedaan. Wél had hij voorgesteld om die leeftijdsvraag dan voortaan aan het begin van het gesprek te stellen. Want dat was toch handiger? Ja, dat vond de BudgetEnergiemijnheer uiteindelijk ook wel.