In je kracht staan

Ooit was ik een ‘hemelfietser’ zoals sommigen dat noemen.  Zo lang als ik me kan herinneren werd ik aangetrokken tot het alternatieve ‘geitenwollen sokken’ leven. Dat begon tijdens mijn puberteit met een hevige fascinatie voor Hare Krishna volgelingen, als ik die wel eens zag tijdens een dagje Amsterdam. Zó blij, allemaal hetzelfde oranje gewaad aan, totaal wereldvreemd zijn, héérlijk leek me dat. Wat volgde waren jaren van meditatieclubjes, verbeter- jezelf-boeken lezen en veel wierook branden.

Inmiddels ben ik daar van teruggekomen. Mijn ervaring tijdens mijn opleiding tot massagetherapeut – vlak voor ik ziek werd – betekende een omslag. Ieder zijn meug maar ik merkte dat ik veel te nuchter ben om me onder te dompelen in de spirituele golven van het universele bewustzijn. Ik bén geen boom met wortels in de grond en wil me dat ook helemaal niet voorstellen.

Massagetherapie is therapie via het lichaam. Door het ontvangen van een massage kunnen er emoties omhoog komen en blokkades doorbroken worden. En dát sprak me toen aan. Gemasseerd worden is geraakt worden en het leek me een mooie subtiele manier om met mensen te werken. Dus deed ik een introductiecursus, raakte enthousiast en ging een 4-jarige opleiding tot massagetherapeut volgen.

Dát was een grote ontdekkingstocht. Want als masseur moest je ‘in je kracht staan’. We leerden niet alleen alles over het menselijk lichaam en hoe dat aan te raken maar ook over hoe aandacht te geven zonder dat je je in de ander verliest, hoe je grenzen te bewaken en hoe om te gaan met emoties die los kunnen komen tijdens de massage.

Tijdens de opleiding waren we telkens een heel weekend van vrijdagochtend tot zondagavond van huis. We zaten totaal afgesloten van de normale wereld in een eigen universum in de bossen, waarbij we eerst onszelf moesten vinden voordat we op professionele wijze therapeutische massages konden gaan geven. Nou wás dat nogal een zoektocht daar in die bossen, want nogal wat klasgenoten waren behoorlijk de weg kwijt.

Het eerste schooljaar was geweldig, veel geleerd en veel gelachen. Het tweede schooljaar daarentegen…De helft van de lessen bestond uit emotioneel-lichaamswerk, een therapeutische methode waarbij je met lichaamsoefeningen, stem- en ademhalingsoefeningen, ontspannings- en ontladingsoefeningen wat over jezelf leert, weet welke hindernissen er zijn die voorkomen dat je tot je kern doordringt en hoe je die hindernissen te boven kan komen.

Tot zover de theorie. De praktijk was dat ik geblinddoekt mijn emoties in een stuk klei moest proppen terwijl links en rechts van mij klasgenoten zó hard stonden te huilen dat ik hun emoties in die klei duwde in plaats van de mijne. Dat ik zo hard tegen een matras moest trappen dat ik de rest van het weekend niet meer normaal kon lopen. En dat mijn gegil voor de groep – ‘vind je oerstem Martine, kom op, je kunt het!’ – weliswaar applaus opleverde maar een beetje normaal praten kon ik daarna niet meer.

Als ik al iets leerde over mijn kern en wat me hinderde, dan was het toch wel dat ik me niet vrij voel ook maar iets te uiten in een groep mensen als bijna iedereen staat te huilen en in zijn eigen trip zit.  Zeker niet als dat huilen ook nog eens de ongeschreven norm is.

Voor mij was het één grote ver-van-mijn-bedshow. Eentje die ik bovendien als behoorlijk gewelddadig heb ervaren. Het voelde onveilig. Er werden daar heel wat grenzen – fysiek en mentaal – geforceerd en genegeerd. Al dat getrap, gekrijs en gemep maakte helemaal niet dat ik in mijn kracht leerde staan, want ik klap dicht in dat soort situaties. En dat wist ik bovendien al.

Bovendien bleken er allerlei ongeschreven regels te zijn waar ik niet aan kon of wilde voldoen. Hoe harder het gekrijs en gejank, hoe dieper blijkbaar de emotie. Als je als een lege zak botten totaal vertwijfeld achterbleef op je meditatiematje, kreeg je te horen dat het fantastisch was dat je ‘zo tot de bodem was gegaan’. ‘En hoe voel je je nu?’ ‘Als nieuw, bevrijd, heel licht!’ Waarna we weer overgingen naar de volgende oefening. Elke niet doorleefde emotie uit je hele voorgaande leven werd er daar in een weekend als het ware uitgeperst. Maar geforceerd moeten uiten is niet hetzelfde als verwerken. Voor mij dan.

Dat het onveilig voelde kan aan de docent hebben gelegen. Maar wellicht ook aan de aard van de opleiding en de mensen die daar op afkwamen. Veel studenten waren zoekende – ik natuurlijk ook – en hadden een goede therapeut nodig in plaats van dat ze een opleiding volgden. Achteraf gezien was het best curieus dat ik een massageopleiding deed terwijl degene die het hardst een massage nodig had, ikzelf was.

In het derde jaar ben ik na het tweede lesweekend gestopt. Aan het einde van een lang lesweekend eerst een half uur al je klasgenoten moeten knuffelen en ‘Namasté’ zeggen voor je weg mocht gaan, terwijl ik gewoon zo snel mogelijk terug wilde naar mijn peutertje omdat ik heimwee had. Ik was er helemaal klaar mee. Bovendien was ik ook helemaal op, voortdurend moe – een voorbode van de ME/CVS die een half jaar later de kop opstak – maar dát mocht niet gezegd worden want dat was te negatief. Het om het weekend weg zijn van huis, brak me op.

Dus ben ik lekker ‘in mijn kracht gaan staan’ door er het mijne van te denken. En al die ‘contacten voor het leven’ die ik daar opdeed? Al die mensen met wie ik al die heftige momenten heb gedeeld? Nooit meer gezien. Misschien hebben ze niet eens gemerkt dat ik gestopt was. Te druk met zichzelf ontdekken denk ik.

Advertenties

Beveiligd: De week

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Over ezeltjes en stenen

Wát hoort Ome Dibbes? Ben je nu al weer over je grenzen gegaan. Dom mens! Toch wel om iets leuks te doen hoop ik? Nee, niet eens! Tsssss.

Deze week maakte ik een vliegende start nadat ik voor mijn doen volledig opgeladen terugkwam van vakantie. Omdat het moeilijk is het gevoel van energie te negeren (energie! ENERGIE!!!!!) maakte ik de fout die ik al jaar in jaar uit maak (en niet alleen ik denk ik). Ik gaf de energie uit alsof ik rijk was. En kwam weer in het rood te staan.

Dom. Heel dom. Ik hielp kind met zijn kamer. Daar moest flink worden opgeruimd en gereorganiseerd. En omdat het me allemaal te traag ging, bemoeide ik me er mee, kwam in een adrenalinekick terecht en tegen de tijd dát ik de grens voelde was ik hem al kilometers gepasseerd.

Gelukkig kreeg ik gisteren een heerlijke massage van de fysio, waardoor de spieren wat kalmeerden. En voor nu moet ik even de pijn uitliggen.

Het goede nieuws is dat ik wel weer goed slaap. En dat ik het gevoel heb dat ik er met een paar dagen wel weer ben. Hopelijk kan ik daarna wat rustiger de draad oppakken.

Een van de redenen dat ik me op vakantie zoveel beter voelde is denk ik dat ik naast het goede slapen ook veel minder stappen op een dag zette (gemiddeld 1500 minder op een dag zie ik op mijn fitbit). En dus nooit mijn fysieke grenzen over ging. Dat is echt wel iets om in het achterhoofd te houden (zei de vrouw die zich als een ezel gedroeg deze week).

Voor nu heb ik in ieder geval een nieuwe kruk op wielen voor in de keuken besteld. De oude zadelkruk bleek niet meer te reanimeren en viel ook niet meer onder de garantie. Dan maar een ander gekocht, ik hoop dat deze morgen wordt geleverd. Die kruk gaat in ieder geval al weer wat stappen uitsparen.

Nou ja. Dat was het vallen. Nu weer overeind komen. Vooruitgang is niet dat je nooit valt. Het is telkens weer opstaan en niet het koppie laten hangen. Dus: voorwaarts kruip!

 

Wat deel je, wat niet en waarom

afbeelding Pixabay/John Hain

Deze week ontdekte ik twee dagen na het plaatsen van een blogtekst op mijn Facebookaccount, dat ik dit per ongeluk heb gepubliceerd op mijn privé-account en niet op de Min of Meer FB-pagina. Oeps. Dat is niet echt de bedoeling dus haalde ik het weer weg.

Maar is dat heel erg? Nee, op zich niet zo. Ik haalde het weg omdat ik denk dat niet al mijn FB vrienden zitten te wachten op mijn teksten. Van de volgers op mijn Min of Meer FB account weet ik wel dat ze in ieder geval interesse hebben.

Omdat ik die fout niet voor het eerst maakte en een enkele keer bewust iets heb gedeeld, weet ik dat sommige van mijn FB vrienden mijn blog lezen, terwijl ik eigenlijk zelden contact met ze heb. Mijn nichtje dat ik al minstens 30 jaar niet heb gezien. De vrouw van mijn eerste vriendje. De oom van M. En zo nog wat lezers die denk ik per ongeluk op mijn blog zijn gestuit en weten dat het mijn schrijfsels zijn.

In het begin voelde ik mij daar licht ongemakkelijk onder. Omdat het mijn woorden zijn die door bekenden worden gelezen. Dat voelt naakt en kwetsbaar. Net als dat het spannend is als je iets heel lekkers hebt gekookt (vind jij dan) en laat proeven aan een ander. Of iets heb geknutseld, geschilderd, gebreid. Iets maken, schrijven is een creatief proces en dat delen met de buitenwereld is spannend. Het wordt blijkbaar spannender als je het deelt met anderen.

Als bekenden meelezen kan dat onprettig aanvoelen. Ikzelf heb dat gelukkig niet echt meer. Misschien omdat schrijven weliswaar voor mij een uitlaatklep is, maar ik mijn blog niet echt gebruik om hele persoonlijke ontboezemingen te delen. Ik zal bijvoorbeeld niet snel over vrienden schrijven en de hobbels die de vriendschap doormaakt. Ik heb toch eigenlijk altijd wel geschreven om het schrijven zelf en het om die reden bewust niet heel erg persoonlijk gemaakt.

Op zich is dat natuurlijk wel een vreemde opmerking voor iemand die jaar in jaar uit heeft gedeeld met de buitenwereld waar ze haar geld aan uitgeeft en hoeveel ze heeft afgelost en wat haar ziek zijn inhoudt, niet alleen fysiek maar ook wat het mentaal doet. Dat lijkt een spagaat maar zo voelt het niet. Ik ben heel open en direct maar laat tegelijkertijd niet snel het achterste van mijn tong zien. Als ik echt ergens mee zit, hoor je me niet snel en zal ik er ook niet snel over schrijven. Het moment dat iets geschreven wordt is vaak ook het moment dat ik het al heb losgelaten.

Dat geldt niet voor alles. Het schrijven over mijn ziekte is vaak best persoonlijk en ook een verslaglegging van een (vaak wanhopige) zoektocht. Toch deel ik dat graag, omdat ik wil laten zien hoe het is voor mij, leven met een chronische aandoening die niet zomaar weg gaat, waar nauwelijks onderzoek naar is gedaan, waar artsen nog geen behandeling voor hebben en die vaak gebagatelliseerd wordt maar wel een enorme impact heeft op mijn leven en dat van mijn gezin.

Toen ik onlangs bezoek kreeg uit Frankrijk, kwam ter sprake wat mijn levensvervulling is, mijn levensdoel. Voorheen lag dit doel eigenlijk altijd ver buiten mijn bereik en was het in de orde van ‘later als ik groot ben dan word ik….of liever: ‘later als ik beter ben dan ga ik ……’

Ik kan wel 10 levensdoelen verzinnen die ik ga doen als ik beter ben. Echt. Maar daar denk ik nu niet meer over na. Ik richt me tegenwoordig op stappen die ik nu kan zetten. Om de dag door te komen en meer dan dat. Om die dag zo plezierig mogelijk door te komen door dingen te doen die mij een goed gevoel geven, die me voeden of inspireren. Maar ook: die wellicht anderen inspireren.

Als ik zo vanaf de bank andere mensen kan beïnvloeden hoe zij denken over een aandoening als ME/CVS dan komt dat voor mij heel dicht in de buurt van een levensdoel. Meer begrip kweken. Mensen weten te raken. Dat is wat ik wil, nu. Dat is ook wat ik kan doen zo vanaf de bank. Geluk zit hem vaak ook in haalbaarheid heb ik geleerd. En dit is voor mij haalbaar. Ik vind het bovendien leuk om te doen. Bijna het leukste wat ik kan bedenken.

Dat is ook de reden waarom iedereen mag lezen wat ik schrijf, of het nu een bekende is of niet. Natuurlijk vind ik dat soms eng. Een bekende leest iets over mij wat tijdens een echte ontmoeting wellicht helemaal niet ter sprake zou komen. Maar omgekeerd kan het ook ongemakkelijk zijn. Voor mensen die ik niet ken kan ik heel vertrouwd aanvoelen omdat ze soms al vanaf het begin in 2010 meelezen. Dit schept soms verwachtingen die uitgesproken worden per mail, zoals onlangs gebeurde. En aan die verwachtingen kan ik helemaal niet voldoen. Dat houdt je toch en je hebt niet alles in de hand dus maak ik me er niet meer druk om.

Aan de andere kant heb ik soms juist wel hele mooie gesprekken met mensen juist omdat ik zo eerlijk iets heb gedeeld op mijn blog. Openheid opent deuren, letterlijk. Ik geloof dan ook echt wel in de kracht van kwetsbaarheid. Maar het zal wel elke keer een afweging zijn, wat deel ik wel en wat deel ik niet. Eerlijkheid zonder complete naaktheid, zoiets.

Zo hoop ik die ene meelezende arts te bereiken en te raken, die ene arbeidsdeskundige, die ene integratiemedewerker, beleidsmedewerker, personeelsconsulent of medische onderzoeker. Elk stukje vooroordeel dat ik weg kan halen leidt misschien tot begrip. In de hoop dat er een kentering komt, er meer onderzoeksgeld beschikbaar komt en ME patiënten GEZIEN en GEHOORD worden.

Maar bovenal geniet ik van het schrijven. En blijf ik dat doen. Blijven jullie vooral lekker meelezen? (Of ik jullie nu ken of niet ken.)

7 jaar al weer

Toen mijn oog gisteren op de datum viel, die ik op de voorpagina van de krant zag staan, besefte ik iets. Ik blog al weer 7 jaar! Begin december 2010 plaatste ik mijn eerste blogbericht. Ik zou de wereld als ‘Spaarcentje’ wel eens vertellen hoe je moet consuminderen. Dat deed ik vol overgave.

Ik schrijf nog steeds vol overgave maar minder over omgaan met geld. Ik ben denk ik ook wel wat bescheidener geworden. Ik heb niet langer de illusie dat ik jullie kan vertellen hoe met geld om te gaan. Wel probeer ik nog steeds te delen hoe ik dingen aanpak. Vaak leer ik daar zelf nog  het meeste van denk ik. Het schrijven gaat steeds meer over dat wat er toevallig omhoog komt drijven, variërend van de zin van mijn leven tot slap ouwehoeren. Omdat ik dat leuk vind.

Sommige bloglezers lezen en reageren al bij mij sinds mijn Spaarcentje-tijd. Hartstikke leuk vind ik dat.

Cijfers van bezoekers aantallen ga ik niet noemen. Dat is alleen een beetje boeiend voor mij, voor jullie niet. Maar ik waardeer het zeer dat ik best goed gelezen word. Ik voel me daardoor gezien, zo vanaf de bank en dat doet veel met mij.

Zo terugkijkend naar mijn oudere berichten zie ik hoe ik ben veranderd. In mijn omgang met geld. Met het ziekzijn. Met de katten. Mijn schrijfstijl. Ik voel me een stuk beter en ook veel relaxter dan 7 jaar geleden. Toen greep het perspectiefloze van mijn bestaan me regelmatig naar de strot. Tegenwoordig vind ik dat perspectiefloze minder boeiend. Ik richt me meer op het nu en minder op straks, dat bevalt goed.

Jullie hebben dat allemaal meegemaakt, zo lezend bij mij. Mij aangemoedigd op heel veel gebieden. Mij van heel veel tips en reacties voorzien. Meegeleefd met alle heftige spanningen rond de socialisatie van Dibbes en Gerrie. Jullie zagen vanaf de zijlijn hoe S. van een jochie van 8 veranderde in een puber van 15. (Waar ik niet veel meer over schrijf, want dat vinden pubers niet fijn.😊)

Ik ging van links naar rechts en van voor naar achter, qua onderwerpen, en tóch bleven jullie mee lezen😉. Dus dikke dank je wel daarvoor. Of ik je nu ken of niet, of je reageert of niet. Dank!

De week

Afgelopen week gebeurde er weinig en veel tegelijk. Ik was vooral huis- en bankgebonden en probeerde te lezen én iets meer te ontspannen, ik ben momenteel net een te strak gespannen veer. Ik heb maar liefst drie weken over een roman gedaan. Het was een goed boek (‘Niemands gek’ van Richard Russo) maar mijn concentratie is beperkt.
Nou ja niet zozeer beperkt, ik leid aan tunnelvisie – ik lees veel over andere dingen, zoals hoe je je darmflora sterker kunt maken – en daardoor blijft er niet veel over voor andere activiteiten, qua concentratie.

Dus dan maar wat foto’s, de week in beeld:

Na mijn zeewiergemopper van vorige week, vroeg iemand of ik van sushi hield. Dat is natuurlijk ook een manier om zeewier naar binnen te werken! Ook niet echt een favoriet. Maar dat komt vooral door ’t feit dat mijn sushi-ervaring tot nu toe beperkt bleef tot rauwe vis en vlees. En dat vond ik ook toen ik nog wél een vleeseter was, een licht traumatische ervaring. Maar daar viel vast iets op te verzinnen! En inderdaad, ik maakte vegetarische sushi met bloemkoolrijst en groenten en vond het zalig. Dit is een goeie om zeker een keer per week te eten!

Het optuigen van de boom schoot niet op. Hier op de foto staat hij al drie dagen, met welgeteld één bal. Jullie weten inmiddels wel dat ik niet van Kerstmis houd – als je hier al wat langer mee leest – dus ik voelde me niet de eigenaar van dit ‘probleem’. Inmiddels hangt het ding vol.

Verder at ik groente:

En groente..

En groente…

Ik volgde een gratis webinar van Henderina Mantel, vertaalster van het GAPS boek, waarin zij veel voorkomende oorzaken van maag-en darmklachten behandelde en mogelijke oplossingen. Ik heb daar een paar goede tips uit kunnen halen.  Ik las ook het boek ‘de poepdokter’, van blogster De groene Vrouw. Heel informatief en een aanrader.

Zaterdag ging ik naar Yoga Nidra (liggende yoga, voor luie mensen 😂) en voelde me er na een beetje zoals Moos hier boven. Eindelijk begin ik weer wat te ontspannen.

Er waren toch weer wat zorgen om Dibbes. Hij heeft af en toe een vochtig oog. Niet heel heftig en soms een paar dagen niet, maar toch. Ik heb telefonisch overlegd met de dierenarts en op haar verzoek foto’s van het oog gemaakt en opgestuurd. Zij vindt ook dat t zonde is om Dibbes nu in de mand te forceren, nu ik nog niet klaar ben met de in-de-mandtraining. Ik heb eind van de ochtend weer contact met de praktijk, waarschijnlijk proberen we met een oogzalf of er verbetering optreedt. Dat kan mijn moeder dan halen bij de dierenarts en meenemen als ze dinsdag komt, want zij woont boven de praktijk (mam als je mee leest, dan weet je dat alvast 😂)

Zo niet, kijken we verder. Er zijn inmiddels wel kalmeringspillen in huis -alprazolam- dus mocht t nodig zijn gaan we natuurlijk wel naar de dierenarts. Reden dat dit goed in de gaten moet worden gehouden, is dat Dibbes toen hij in ons leven kwam, een zeer ernstige vorm van entropion had, een oogziekte waarbij de wimpers naar binnen groeien. Daar is hij aan geopereerd, maar t kán terugkomen. 

Hier valt niets over te vertellen, anders dan dat ze schattig zijn, de heren boven en onder:

Dit is mijn uitzicht vandaag. Gisteravond maakten M. en ik na het eten een kleine wandeling door het park grenzend aan onze tuin. Prachtig, die stille witte wereld. Vandaag ga ik daar van bijkomen en me voorbereiden op de komende drukke week: twee keer huisarts, een tandartsbezoek, een darmspoeling, en op zondag een lunch hier thuis met schoonouders. Veel drukte voor mijn doen!

Wat zijn jullie plannen?