Lezen: Judas

judas

Hoewel ik dol ben op thrillerboeken  en misdaadseries  sla ik misdaadartikelen in de krant meestal over. En tv-programma’s zoals van Peter R. de Vries kijk ik ook niet. Het interesseert me matig. In de wereld van de misdaad lichten mensen andere mensen op en krijgen misdadigers onderling vaak ruzie. Wat kan leiden tot een schietpartij waarbij A. iemand inhuurt om C. neer te laten knallen en dan B. de schuld geeft. Dat heeft veel impact als je het van vlakbij meemaakt maar is voor mij een ver-van-mijn-bed-show.

Eén aspect  hiervan vind ik wel heel interessant en dat is de psyche van een crimineel. Dus toen ik het boek Judas in handen kreeg  dat vanuit het perspectief van de zus van Willem Holleeder is geschreven, zette ik me over mijn desinteresse heen en las het.

In Judas laat Astrid Holleeder zien hoe haar broer Willem zijn misdaden plant en uitvoert en wat voor impact dit heeft op de wereld om hem heen. Het boek begint met zijn vrijlating in 2012 en de verbijstering die Astrid voelt als ze ontdekt dat het publiek hem omarmt alsof hij een beroemdheid is. Zijn optredens in de media maken van hem een ‘knuffelcrimineel’ en dat imago staat in scherp contract met de tiran die de man voor zijn omgeving is.

Vandaar uit gaat het boek verder, we lezen hoe zij zich stap voor stap los maakt van Willem omdat ze geen moment rust kent, zich altijd bedreigd voelt en haar leven – en dat van zus Sonja – 24 uur per dag gedicteerd wordt door wat Willem eist. Ze fungeert als klankbord, vertrouwenspersoon, raadgever en bemiddelaar en nee zeggen is er niet bij vanwege de dreigende gevolgen. Uiteindelijk leggen Astrid, Sonja en Sandra Klepper, de ex-vriendin van Willem, in het geheim verklaringen af bij de politie over de betrokkenheid van Willem bij  5 onderwereldmoorden, omdat ze niet langer hun leven willen leven op de manier zoals dat gaat in de buurt van Willem.

Die stap is enorm en met mogelijk grote gevolgen. In het diepste geheim voert Astrid gesprekken met mensen bij de politie, voortdurend bang dat Willem erachter komt omdat hij mollen bij de politie zegt te hebben.  Dit alles wordt afgewisseld met veel herinneringen aan hun gezamenlijke jeugd in de Jordaan, waarbij al snel duidelijk wordt dat de vader van het gezin een alcoholist was en ook een tiran.

De aanvankelijke verbondenheid en kameraadschap tussen de kinderen van het gezin, wordt langzaam in de kiem gesmoord door het steeds meer criminele en agressieve gedrag van broer Willem. Als Willem en zijn vriend Cor van Hout – later door hem vermoord- , biermagnaat Heineken en zijn chauffeur Doderer ontvoeren is de wereld daarna definitief anders.  Niet alleen voor de ontvoerders Willem en Cor of natuurlijk de slachtoffers maar vooral ook voor hun omgeving. Zoals Astrid schrijft, zij heeft niemand ontvoerd, maar door de naam Holleeder kleeft er een smet aan haar die nooit meer weg gaat en alles heeft beïnvloed, van relaties en keuzes tot mogelijkheden op het gebied van werk. Het voelt als een gijzeling en dat gevoel en de bijbehorende angst escaleert na de moord op Cor van Hout. De twee zussen zijn bang de volgende te zijn op de zwarte lijst van Willem.

Ik vond het een indrukwekkend boek. Geen makkelijk leesbaar boek. Het is bij vlagen erg rommelig en nogal van de hak op de tak. Ik vind het niet goed geschreven, Astrid heeft weliswaar een heftig verhaal te vertellen maar schrijven is duidelijk niet haar vak. Het is onbegrijpelijk dat de uitgeverij hier niet een ervaren redacteur of coauteur op heeft gezet die had kunnen helpen de tekst leesbaarder te maken. Want ik stel me voor dat best veel mensen zijn afgehaakt tijdens het lezen en dat is zonde, ze heeft echt wel iets te vertellen.

Ik denk wel dat het leven in zijn omgeving ook zo was, rommelig en van de hak op de tak en dat illustreert het wel goed. Er komt een enorme hoeveelheid namen voorbij en fragmenten uit stiekem opgenomen gesprekken tussen Willem en Astrid ‘wie wie heeft gedaan en waarom’ en omdat ik meestal de nieuwsberichten in de krant daarover heb genegeerd vond ik het soms bij vlagen niet te volgen.

Het boek is wel een geweldige illustratie hoe een chronische manipulator het leven van zijn omgeving verziekt door het uitoefenen van een constante terreur. Elk probleem weet hij zo te verdraaien dat het vooral het probleem van de ander wordt. Zo heeft Willem geld nodig en denkt hij dat zus Sonja over veel geld beschikt. Haar geld is in zijn beleving geld waar hij recht op heeft. Dat zij hem dat geld niet zomaar uit vrije wil geeft, is een belediging van Sonja aan hem en met gevolgen. Zij ontzegt hem dat geld! Zus Astrid wordt door hem telkens weer op pad gestuurd om dreigementen aan Sonja over te brengen, die steeds banger wordt omdat ze voor haar leven vreest.

Astrid Holleeder vind ik een dappere vrouw en ik vind het onvoorstelbaar wat zij heeft bereikt ondanks haar broer. Ze heeft jaren gewerkt als strafrechtadvocaat maar kan haar beroep niet meer uitoefenen nu bekend is geworden dat zij met de politie heeft gepraat.  Deze vrouw vreest voor haar leven maar komt daar toch mee naar buiten. Om met hem af te rekenen wellicht, om de wereld duidelijk te maken wat voor psychopaat hij is en als testament zoals zij zelf zegt, omdat zij ervan uit gaat niet lang meer te leven.

Ik hoop voor haar dat ze 100 jaar wordt en met de opbrengst van dit boek (al meer dan 385.000 exemplaren verkocht) ergens riant en veilig mag gaan leven zonder tiran die dicteert wat mag en niet mag.

Judas. Een familiekroniek

  • auteur: Astrid Holleeder
  • Uitgeverij Lebowski
  • 576 pagina’s
  • ISBN  9789048825028
  • ook verkrijgbaar als e-boek

 

 

Advertenties

Lezen: IJstweeling

ijstweelingNa een paar slechte leeservaringen achter elkaar, dacht ik even dat het niet meer ging lukken, lezen. Nou ja, overdrijven is ook een vak maar ik had serieus in een paar weken tijd  regelmatig dat ik in een boek begon en dat het echt niets bleek te zijn. Niets voor mij, wegens te ingewikkeld, langdradig, overdaad aan details, slechte dialogen, harkerige hoofdpersonen, ongeloofwaardige plots, bla bla.

Tot ik IJstweeling in handen kreeg. Een fascinerend boek over het stel Angus en Sarah Moorcroft dat worstelt met de dood van hun dochter, die deel was van een identieke tweeling.  Vanwege een grote behoefte aan een frisse start wordt de overgebleven dochter Kirstie onder de arm genomen en ze verhuizen vanuit Londen naar een bijna onbewoonbaar huis op een slecht te bereiken eilandje voor de Schotse kust.

Het ongeluk blijft ze achtervolgen want Kirstie gedraagt zich steeds eigenaardiger en beweert dat zij Lydia is, de overleden dochter. Is dit omdat de tweeling zo’n hechte band had of is er een beoordelingsfout gemaakt op de dag dat Lydia overleed?

Meer vertel ik niet, want de clou verklappen doe ik natuurlijk niet. Maar het is wel echt een aanrader, een heerlijke psychologische thriller die je voortdurend op hrt verkeerde been zet. Eenmaal begonnen kon ik niet meer stoppen met lezen. Goed geschreven, spannend, lekker duister, een geïsoleerd eiland met woest landschap, wat wil je als lezer nog meer.

Van de auteur S.K. Tremayne had ik nog nooit gehoord. Het schijnt volgens Wikipedia een pseudoniem te zijn van auteur en journalist Sean Thomas die eerder onder de naam Tom Knox ook thrillers publiceerde maar zelf niet duidelijkheid verstrekt of hij het boek heeft geschreven of niet.  Ach, wat maakt het uit. Onder de naam S.K. Tremayne verscheen ook een ander boek, Vuurkind, en dat heb ik natuurlijk meteen bij de bieb gereserveerd. Echt een aanrader als je net als ik van psychologische thrillers houd.

IJstweeling:

  • auteur: S.K. Tremayne
  • Uitgeverij Prometheus  
  • 349 pagina’s
  • ISBN 9789044631869
  • ook verkrijgbaar als e-boek

 

 

Boeken die je niet moet lezen. En welke juist wel. Zonder enige nuance en vrij dwingend gebracht.

Afgelopen week was het hier stil. De viering van de verjaardag van S. vorige weekend hakte er behoorlijk in, ondanks alles héél gedoseerd voorbereiden. Dat en een situatie in onze omgeving die wel wat van mijn aandacht en energie vraagt, maakte dat ik me heel rustig hield. Rustig als in bijna alle dagen tot een uur of 12 in bed liggen, héél rustig opstarten, geen energie verbruiken aan plannen zoals ‘ik ga nu even wandelen of de stad in’. Wel zat ik heel veel in de tuin, zowel voor als achter, in de behoorlijk knallende zon. Helemaal omwikkeld met dekens en een boek op schoot, heb ik al redelijk vaak de opmerking van voorbijgangers gekregen dat ik stoer ben en een bikkel. Niets is minder waar. Als je je goed inpakt en een beetje uit de wind gaat zitten, is het gewoon heerlijk in de zon in deze tijd van het jaar.

Dat boek op schoot, dat wisselde nogal de laatste tijd. Ik heb een aantal missers achter de rug. Zoals ‘De Kronieken van Belgarion’ van David Eddings. Het is natuurlijk vloeken in de kerk gezien de vele fans (doorgewinterde lezers zoals mijn schoonvader of Ogma’s Tineke die deze schrijver van harte aan wisten te bevelen). Pas na het derde uitgelezen boek gaf ik aan mezelf toe dat ik het niet boeiend vond en niet verder wilde lezen (ik had er nog twee te gaan uit die serie). De karakters zijn erg statisch, het verhaal gaat tergend traag en ik vind de hoofdpersoon, de jongen Belgarion, een flapdrol. Zo.

Nu kende ik hele David Eddings niet, dus waren er ook geen hoog gespannen verwachtingen. Die had ik wel van de nieuwste van John Irving,  Avenue van de mysteriën. Halverwege het boek, toen het me opviel dat ik echt steeds minder lang ging lezen en ik behoorlijk in gromstand ging staan, moest ik erkennen dat ik er gewoon geen zak aan vind. Jammer! Ik vind een aantal boeken van Irving helemaal geweldig, zoals ‘Hotel New Hampshire’, ‘Garp’, ‘The Cider House Rules’ en ‘Twisted River’. Maar er zijn wat mij betreft even zoveel miskleunen, zoals ‘Weduwe voor een jaar’, ‘A prayer for Owen Meany’ en ‘The Fourth Hand’. Nu had ik natuurlijk deze titels óf alleen in het Nederlands moeten opnoemen óf alleen in het Engels, bedenk ik me maar dat deed ik dus niet en ik ga het ook niet veranderen. Ik ben tegenwoordig een beetje obstinaat en opstandig.

Snel verder met andere boeken. Bij de kringloop kocht ik drie titels. ‘Dood aan de Arno’, een makkelijk te lezen thriller van  Christobel Kent, waarvan ik volgens mij ooit een verfilming heb gezien. Ik kon me niet meer het boek herinneren maar de verhaallijn wel inclusief allerlei beelden in mijn hoofd. Een fijn boek, dat zich afspeelt in Florence en waarbij een vermeende zelfmoord en een verdwenen studente aanleiding zijn voor een uitgebreide zoektocht. Na dat tussendoortje stortte ik me op Marianne Frederikssons ‘Het raadsel van de liefde’. Nou, als je van boeken houdt met alleen maar dialoog, dan moet je dát vooral gaan lezen. Het gaat over een man en vrouw die lijnrecht tegenover elkaar staan wat levensopvattingen betreft maar wel een liefdesrelatie krijgen. De vrouw benadert alles vanuit de intuïtie en de man vanuit de wetenschap.  En dat leidt tot een hoop verbale ellende.

Afijn, een boek dat me weinig aansprak. Ik las door tot ik aankwam bij pagina 182:
Uiteindelijk zei Angelika: ‘We weten van elkaar hoe onze jeugd was. De liefde heeft ons getroffen als een bevrijding.’
‘Daar geloof ik niet in’ zei Jan. ‘Wel dat ze ons getroffen heeft, maar dan als een wonder. Ze heeft geen oorzaak, geen aanleiding, geen doel. De liefde is veel groter, zoals de dominee zei…’

Klaar! Boek dicht. Hier kan ik niets mee. Wel heel jammer want deze auteur schreef een aantal boeken die ik heb verslonden, zoals ‘De Nachtwandelaar’ of ‘Simon’ of het wereldberoemde ‘Anna, Hanna en Johanna’.

Maar zonder dralen dan nu naar het derde bij de kringloop gekochte boek, ‘Het kasteel der fluisteringen’ van Carole Martinez. Een weinig opwekkend verhaal over een meisje van hoge komaf dat zich in het 12-eeuwse Frankrijk laat inmetselen. Een blijkbaar bekend fenomeen uit die tijd en voor vrouwen een middel om aan het huwelijk te ontsnappen. Vrouwen hadden natuurlijk weinig te vertellen in die tijd maar naar een goddelijke roeping werd wél geluisterd. Dat inmetselen kwam er op neer dat je levend werd begraven in een cel, een kleine leefruimte. Na je eigen ‘begrafenis’ werd je naar die ruimte begeleid die vervolgens werd dicht gemetseld met openlating van een heel kleine ruimte waar wat voedsel en drinken doorheen werd geschoven. Sommige van deze vrouwen hadden ook een gelofte om niet te spreken, anderen hielden ‘ontvangst’, zo ook de ingemetselde dame uit dit boek die al snel doelwit van pelgrims wordt die menen dat zij wonderen kan verrichten

Een prachtig verhaal vol hallucinaties, middeleeuwse ellende, kruistochten, gevaar, hoofse liefde en liederen en dat alles op die halve vierkante meter leefruimte waar de dame in kwestie over beschikt. Niet heel eenvoudig te lezen maar wel heel interessant en ook wel vermakelijk. En mooi vanwege de tegendraadsheid, door haar leefruimte tot een minimum te beperken krijgt zij uiteindelijk heel veel invloed op de mensen in haar wijde omgeving. Nou ja, lezen dus als het onderwerp je triggert en je van historische romans houdt.

Nog een paar bladzijden en dan is dat uit en kan ik me op het volgende boek storten dat al bijna 2 weken op me ligt te wachten: ‘De boekendief’! Hoe dat bevalt, horen jullie binnenkort. Ga ik nu snel weer verder lezen.

Altijd een boek bij de hand

Zodra ik doorhad dat letters woorden vormen en woorden zinnen worden en die zinnen een verhaal vertellen, was ik verslaafd aan lezen. Als ik vroeger met mijn ouders en zus op vakantie ging met onze eend waarmee we tot ver in Zuid-Frankrijk reden, dan werd die niet alleen volgestouwd met kleding, zwemspullen en een gigantische bungalowtent, maar ook met boeken, véél boeken. En dan was het een drama als ik op de heenreis alle boeken al had gelezen en de vakantie nog moest beginnen. Want wat anders te doen? Soms begon ik van pure ellende maar overnieuw met de zojuist gelezen boeken en als dat klaar was ging ik dan maar boeken herschrijven, met name die boeken waarvan het einde me niet zinde.

Die liefde voor lezen is altijd gebleven. Ons huis stond voor het e-booktijdperk vol met boeken. Wanden vol, in bijna alle kamers. Gaandeweg begon me dat aan te vliegen en ruimde ik op, maar het lezen bleef.

Toen ik ziek werd, was het even schrikken. Niet alleen lukte lezen niet meer goed – ik kon me een tijd lang niet meer concentreren op een verhaal langer dan een alinea (en nog steeds moet een boek niet te veel visuele beschrijvingen hebben want dan raak ik de draad kwijt) maar ik had ook niet meer het geld om boeken te blijven kopen in het tempo waarmee ik dat altijd had gedaan. De oplossing was natuurlijk een bibliotheeklidmaatschap. Alleen had ik in de jaren dat ik voornamelijk plat lag niet altijd de energie om naar de bieb toe te gaan. Dus haalde mijn moeder twee keer per maand een stapeltje boeken voor me. En daar zat dan jammer genoeg regelmatig iets tussen wat ik al had gelezen. Wat had ik het toen fijn gevonden om een e-reader te hebben. Maar die kwam pas veel later in mijn leven.

Vorig jaar rond deze tijd besloot ik een e-reader te kopen, een voor M. en een voor mij. Ik was wel klaar met de volle boodschappentassen volgepropt met boeken die mee moesten op vakantie (ik weet het, sorry, een luxe probleem) en genoot van die 2 kleine e-readers die helemaal geen ruimte innamen.

Via de bibliotheek kun je makkelijk e-boeken lenen, alleen ik vind het zoeksysteem wat onoverzichtelijk. Illegaal downloaden vind ik niet fijn en e-boeken kopen tikt al snel aan. Waar bleven nou toch die aanbieders die hier wat aan gingen doen, vroeg ik me af. Toen ik in augustus vorig jaar in De Volkskrant over de e-bookclub Elly’s Choice las, meldde ik me dus meteen aan.

Deze e-book club biedt een abonnement aan waarbij je elke maand 10 boeken kunt downloaden, die in jouw bezit komen. De keuze wordt door de club gemaakt. Het aanbod varieert van literatuur tot misdaadthrillers en chicklit. Elke maand zijn de 10 aangeboden boeken een combinatie van oud en nieuw. Dus naast bekende namen en romans, komt er ook veel nieuw talent aan bod.

Ik ben nu sinds september lid, lang genoeg om me een mening te vormen. Mijn grootste angst was dat ik het vervelend zou vinden dat een ander bepaalt wat ik ga lezen. Die angst bleek ongegrond. Ik lees nu regelmatig boeken van auteurs die ik zelf nooit zou kopen of in de bieb zou lenen. Ik las altijd weinig Nederlandse literatuur, was meer op het buitenland gericht en merk nu dat ik me graag laat verrassen door namen die ik niet kende. Ik heb auteurs leren kennen van wie ik het werk met heel veel plezier lees, zoals het prachtig ‘De viool van mijn moeder’ van Yvonne van de Berg of ‘Elke dag een druppel gif’ van Wilma Geldof, beide auteurs zaten in het aprilaanbod en gaan allebei over de tweede Wereldoorlog, bezien vanuit kinderen en kleinkinderen die in een NSB-gezin opgroeiden. Heel aangrijpend.

Omdat ik veel lees, zitten er natuurlijk soms wel boeken tussen het maandaanbod die ik al lang heb gelezen. Elke maand zijn dat er misschien 2 of 3, maar soms heb ik geluk en is alles nieuw voor mij, zoals het aanbod van deze maand.

Wat voor mij echt niet hoeft is de chicklit. Trekt me niet, vind ik niets en mag van mij worden overgeslagen. Zo zaten er in de beginmaanden wel eens boeken van Sophie Kinsella, echt prut vind ik dat. En met een boek over Mindfull afvallen wat één keer tussen het aanbod zat, maak je me ook niet blij. De mensen die de selectie maken hebben rekening te houden met veel smaken, dus proberen ze van alles wat aan te bieden, dat begrijp ik wel. Ik kan me zo voorstellen dat ze gaandeweg thema’s gaan aanbieden. Net als dat je bij een tv zender kunt kiezen uit een misdaadzender, kookprogramma’s of een geschiedeniskanaal, zou ik als ik Elly was verschillende abonnementen aan gaan bieden. Dan meld ik me bij deze meteen aan voor het abonnement misdaad & thrillers en literatuur en daar betaal ik dan graag het dubbele voor (als Elly mee leest….).

Een nadeel vind ik dat je niet al te lang moet wachten de boeken te downloaden die je wil gaan lezen, het aanbod blijft niet eeuwig staan. Toen ik een tijdje geleden iets wilde downloaden uit het aanbod van de beginmaanden, zag ik dat ik daar niet meer bij kan. Je mag elk boek 3 keer downloaden maar het is dus wel zaak dat niet uit te stellen. Ik zet tegenwoordig de boeken die ik wil gaan lezen meteen nadat ze beschikbaar komen op een USB-stick. Dat is altijd de 1e van de maand en daar word je per mail over geïnformeerd.

Buiten het normale aanbod, komen er ook regelmatig aanbiedingen langs van e-boeken die tijdelijk met 50 % korting verkrijgbaar zijn en niet in het reguliere aanbod zitten. Bijvoorbeeld de nieuwste roman van Charles Lewinsky, dat deze maand met 50% korting kan worden aangeschaft, iets wat ik absoluut ga doen als Lewinskyfan

Al met al ben ik heel tevreden. Ik lees de ene week meer dan de andere week maar meestal kom ik goed uit met het aanbod. Ik grijp eigenlijk nooit meer mis, er zijn altijd boeken op voorraad zonder dat ik daarvoor de deur uit hoef. Dat geeft mij als lettervreter een heerlijk rustig gevoel. En voor de prijs hoef ik het niet te laten. Voor 10 boeken per maand betaal je € 2,99. Dit betaal je 1 keer per jaar vooruit. 

Meer weten? Elly’s Choice

De omgekeerde werkweek

Het nieuwe boek van Gerhard Hormann viel op de deurmat en ik haalde het uit de envelop. ‘De omgekeerde werkweek, 2 dagen werken, 5 dagen weekend, kan dat dan?’ vroeg kind aan mij toen hij het omslag las. ‘Dat kan toch niet in alle beroepen?’ Kind heeft sinds een paar weken zijn persoonlijke levensmissie ontdekt, hij wil ijsmaker worden met een eigen ijssalon. Hij voorziet dat hij met 2 dagen werken niet voldoende gaat verdienen.

Zelf heb ik in de jaren voordat ik ziek werd parttime gewerkt, om daarnaast voor kind te zorgen en een opleiding te volgen. Dat ging me niet goed af omdat er weliswaar parttimer op mijn arbeidscontract stond, de praktijk leerde dat ook van een parttimer werd verwacht dat er op vrije dagen de mail werd gelezen en beantwoord. Mijn omgekeerde werkweek bleek vooral een propvolle week te zijn waarin ik me voor minder geld dan voorheen een slag in de rondte werkte en alle ballen tegelijk in de lucht probeerde te houden. Dat lukte niet en daar betaal ik nog steeds een prijs voor.

Zie hier, meteen al praktische bezwaren bij het idee van 2 dagen werken en 5 dagen weekend. Toch meende Gerhard Hormann er een boek over te moeten schrijven en dat is maar goed ook. In De omgekeerde werkweek. Werken wordt nooit meer zoals het was onderzoekt Hormann het concept werken. Want werk en hoe we dat invullen, is nogal veranderd. Hadden we vroeger een baan voor het leven, nu hoppen we van project naar project maar al te vaak bij wisselende bedrijven. Steeds meer mensen verhuren zichzelf noodgedwongen in plaats van dat ze een vast contract krijgen aangeboden. Een opleiding is niet meer iets dat garant staat voor keuzevrijheid in de beroepswereld want ontwikkelingen gaan snel en banen verdwijnen. Werknemers moeten zich steeds vaker laten omscholen en vooral: kunnen meeveren.

De samenleving verandert zo drastisch en de zorg wordt zo uitgehold dat er ook hier een steeds veranderend beroep op ons wordt gedaan. Ook al ben je misschien niet behept met enige vaardigheid op het gebied van zorg, toch verwacht de overheid dat je die zorg verleent aan je buurman, je moeder, je tante. Diezelfde overheid die ook van iedereen die kán werken fulltime inzetbaarheid verwacht om daarna ‘lekker te gaan consumeren’. Want dat is goed voor de economie.

Het is te veel van alles, we moeten te veel werken, we kopen te veel spullen, we hebben te veel lasten, we hebben te veel verplichtingen en we moeten onszelf dus veranderen in inktvissen met tentakels die alle kanten opgaan. Dat moeten we lang volhouden want we moeten langer doorwerken en het liefst wel gezond blijven. Want ziek zijn kost de overheid geld, dat willen we niet. O, ja, we moeten ook gelukkig zijn, want we moeten er het beste uit slepen. Hoe en wanneer we dat dan moeten doen in de spaarzame vrije tijd, dat weten we alleen niet.

Hormann schreef al vaker dat wat goed voor de economie is, helemaal niet goed voor jou hoeft te zijn en dat het goed is dat voor ogen te houden. Meer en langer werken is wat de overheid wil, maar wil jij dat ook? Waarom werken we? Zouden we ook blijven werken als we voldoende geld op de bank hadden staan? Veel mensen vinden werk leuk, héél leuk, omdat ze van ‘uitdagingen houden’. Alleen is voor sommige fulltimers de uitdaging van op vakantie gaan met hun partner een uitdaging die te groot is, de partner is een vreemde geworden. Sommige fulltimers willen bovendien eigenlijk wel dolgraag parttime werken maar zien niet in hoe, of het mag niet van de baas, of het kan niet vanwege de hypotheeklasten. Anderen kijken werkloos toe vanaf de zijlijn en maken zich ook zorgen, vanwege de hypotheeklasten. En sommigen eindigen schuddend met een burn out op de bank of worden chronisch ziek, maken zich ook zorgen over de hypotheeklasten en komen nooit meer aan het werk. Die lasten zijn dus voor iedereen een ding, dat staat.

Zo bezien is dit boek geen makkelijk boek want het staat vol met ongemakkelijke anekdotes en feiten. Het concept werken en de balans tussen werk en privé is iets waar Hormann al eerder over schreef. Motiveerde hij ons met zijn boek Hypotheekvrij om onze hypotheek versneld af te lossen, in zijn boek Helemaal Vrij ging hij uitgebreid in op de ratrace en hoe je door te downsizen daaraan kunt ontsnappen. Zijn voorlaatste boek Het Nieuwe Nietsdoen was een pleidooi voor een versimpeling van het leven. Door af te lossen en te downsizen ontdekte Hormann wat er voor hem echt toedeed in het leven en ontdeed hij zich van steeds meer ballast.

In De omgekeerde werkweek verbindt hij werken en de balans tussen werk en privé met elkaar door het concept van een kortere werkweek te onderzoeken. Als we dan met zijn allen langer moeten doorwerken, dan moeten we dat wel doen op een manier die we kunnen volhouden. Maar hoe doe je dat dan, je werkweek omgooien? Wellicht als je een simpeler leven omarmt dat de omgekeerde werkweek dichterbij komt als mogelijkheid. Maar niet vanzelf want de samenleving is daar nog niet op ingericht, de overheid moedigt juist meer werken aan.

Veel zaken die nu door de overheid worden aangemoedigd als zaligmakend (fulltime werken, meer participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt) kun je wellicht ook anders bekijken. Fulltime werken leidt ook tot meer stress en ziekte (kost geld) en wellicht spanningen thuis. Zou je het ook kunnen omdraaien? Is tomeloze ambitie in sommige gevallen eigenlijk angst voor nietsdoen? Is een pensioengat echt wel een pensioengat of vermaken die bejaarden zich prima? (Wel hoor als ik zo kijk naar mijn schoonouders die lekker reizen en volop leuke dingen doen.)

Zou minder werken ook niet veel voordelen kunnen hebben? Mensen reizen minder, dat is beter voor het milieu. Minder werken betekent minder stress, meer vrije tijd, meer tijd om leuke dingen te doen. Ook meer tijd om te zorgen voor je omgeving, of dat nu je kind is of je moeder. Als iedereen minder werkt, kunnen de banen beter worden verdeeld in plaats van dat nu – even gechargeerd gezegd – de ene helft van Nederland werkt en bijna overspannen is en de andere helft werkloos is en opgejaagd wordt om te solliciteren naar banen die er niet zijn. Bovendien kan het ook zo zijn dat de behoefte aan veel kopen en te dure vakanties minder wordt als je het leven zo inricht, dat werken iets wordt waar je naar uitkijkt omdat je de rest van de tijd al vakantie hebt.

Omdat een omgekeerde werkweek nog een utopie is, zal de lezer vooral zelf aan de slag moeten. Dat is soms best moeilijk. Hormann biedt geen kant en klare oplossingen want de vragen moet je vooral zelf stellen: wat vind jij belangrijk? Hij helpt je daarbij wel een handje door te vertellen hoe dat proces bij hem verliep. Hij gaat hierbij regelmatig met de billen bloot en laat zien dat een leven (samen met je partner) anders inrichten niet zonder slag of stoot gaat. Want het leven versimpelen betekent ook minder inkomen. Daar moet een partner het maar net mee eens zijn. Of zoals Hormann schrijft: ‘Ik ben de mijnwerker die op tijd aan een ramp is ontsnapt, die geniet van elke teug zuurstof en die dankbaar naar de hemel boven zijn hoofd kijkt. Zij is de vrouw van de mijnwerker die voortaan boodschappen moet doen met een halfleeg loonzakje.’

Als het idee van een omgekeerde werkweek aanspreekt is het handig om alles om te keren, je ideeën over dat wat je nodig denkt te hebben. De meeste mensen zullen beamen dat ze wel minder willen gaan werken maar dat ze dat niet kunnen, meestal omdat ze financieel klem zitten. Dat is een gevolg van hoe ze hun leven hebben ingericht. Wat nu als dat ook eens wordt omgedraaid? Als niet het bedrag op de loonstrook bepaalt wat je doet met je geld maar je behoeften. Wat heb je echt nodig? En hoe hard ben jij bereid daarvoor te werken of, zoals Gerhard het noemt, je kostbare vrije tijd te ruilen voor geld?

Hormann ontdekte door het aflossen van zijn hypotheek dat downsizen helemaal geen drama is. Integendeel, door veel geld niet meer uit te geven en het wel uit te geven aan dat wat echt nodig is en plezier oplevert, kwam er ruimte. Die ruimte werd bovendien steeds groter omdat lasten minder werden door aflossingen. Zo leeft hij dan nu een leven dat hij een paar jaar geleden voor niet mogelijk had gehouden. Hij schrijft elke winter een boek, brengt de zomer lezend door en werkt net voldoende om de lasten te betalen, een inkomen voor lief nemend dat stukken minder is voorheen. Net als de stress en de verplichtingen, die zijn ook een stuk minder dan voorheen.

Ik vind het een inspirerend boek dat aanleiding geeft tot opnieuw kijken naar je leven, lange keukentafelgesprekken met je partner en vooral dromen waarmaken voordat het te laat is. Natuurlijk zijn er voor veel mensen (financiële) bezwaren. Maar, zoals Hormann ons voorhoudt, vergeet niet dat de huidige manier van werken ook maar het gevolg van afspraken is. Die afspraken zijn niet in beton gegoten en bovendien nog niet eens zo oud.  Houd daarbij vooral in het achterhoofd dat lekker lang doorwerken – zoals de overheid wil dat we doen – voor veel mensen niet mogelijk is omdat ze voor die tijd al een chronische aandoening hebben opgelopen. Willen we echt gezond 100 jaar worden, dan moeten we ons leven daarop inrichten.

Hoe je die werkweek uiteindelijk inricht is aan jou. Je kunt het langzaam afbouwen zodat je bijvoorbeeld van je veertigste/vijftigste 2 dagen werkt en 5 dagen weekend hebt. Of je werkt elk jaar 9 maanden en gaat de resterende 3 maanden reizen of je (moes)tuin harken. Óf je begint een ijssalon en gaat in de winter naar de zon toe. Ook mijn kind kan zo beschouwd straks een omgekeerde werkweek hebben met zijn ijssalon.

Voor iedereen die de krant leest en probeert te begrijpen wat daar staat over economie, werk en samenleving. Voor iedereen die zich opwindt over de prestatiemaatschappij die wel erg gierend uit de bocht vliegt. En natuurlijk voor iedereen die zijn voorgaande boeken ook inspirerend vond.

Gerhard wens ik weer een goede zomer toe met veel korte broekenweer en fijne boeken die hem weer inspiratie voor een volgend boek opleveren, ik kijk er nu al naar uit.

De omgekeerde werkweek. Werken wordt nooit meer zoals het was
Gerhard Hormann
ISBN 9789089755407 / € 14,95

Recensie: Herziene editie ‘Consuminderen met kinderen’

Toen ik zwanger was van S. werd ik wat overweldigd door alle vragen die mensen voortdurend aan me stelden. Verwacht werd dat ik als aanstaande moeder overal een mening over had en overal over had nagedacht. Ga je borstvoeding geven, gaan jullie nu snel verhuizen, blijf je werken, hoe denk je over potjes-eten? Bladibla. Ik vond het nogal heftig, weinig gebeurtenissen wekken zoveel bemoeizucht en aandacht van de omgeving op als het krijgen van een kind.

Wij woonden in een piepklein huisje, een huiskamer, een slaapkamer en een keuken. Drang om te verhuizen hadden we niet meteen, eerst maar eens het kind eruit persen en dan zagen we wel verder. Dat heeft ons veel geld bespaard. Wij hoefden geen kinderkamer in te richten want die hadden we niet. En marketing en reclame was niet aan ons besteed. Voor mij geen ‘Blije doos’, alleen de naam al zeg.

Ik was op dat moment zo’n beetje de laatste in mijn omgeving, die een kind kreeg – dát ik überhaupt een kind kreeg was denk ik voor iedereen en voor mij nog het meest, een enorme verrassing. Zo kon ik meteen dankbaar alle oude meuk van anderen in ontvangst nemen. Zonder enige moeite te doen – behalve aan te kondigen dat we een kind kregen – stroomden de wiegen, stoeltjes, draagdoeken, zwangerschapskleding, babykleding, speelgoed, lapjes/doekjes/frustsels als vanzelf naar ons toe. Ons piekpleine huisje stond in no time vol met onmisbare gekregen spullen.

Dat het ook anders kon zag ik bij sommige andere ouders. Die gaven een vermogen uit om alles in te richten/op te leuken/aan te kleden. Misschien scheelt het dat ik nooit een kinderwens heb gehad en dus ook nooit een fantasie over hoe het zou moeten zijn. Voor mij geen ideaal plaatje dat een godsvermogen kostte.

Evengoed kocht ik toen S. een paar jaar oud was Consuminderen met kinderen van Marieke Henselmans in de toen derde herziene druk, dit boek was haar debuut. Ik kon wel wat advies gebruiken over hoe je een kind opvoedt en grootbrengt zonder dat je portemonnee leegloopt, want die kans is toch groot merkte ik al snel. Een geweldig boek, niet alleen vanwege de vele bespaartips maar vooral ook door de nuchtere toon. Een heerlijke tegenhanger van al dat hysterische gedoe dat kinderen maar continu van event naar event moeten worden gesleept en op hun 8e dus al overal geweest zijn en nergens meer mee zijn blij te maken.

Het boek is hier door de jaren heen regelmatig opgepakt. Het blijft boeien en het blijft leerzaam, al zou het alleen maar zijn om mezelf af en toe bij de les te houden. Ik ben blijkbaar niet de enige die dat vindt, want onlangs verscheen er een nieuwe weer compleet herziene en feestelijke uitgave van het boek, nu als onderdeel van de Genoeg-reeks, een serie boeken die en nu citeer ik even van de flap:  ‘net als het tijdschrift Genoeg gaat over rijk leven met weinig, eerlijk delen, kritisch kiezen, vrolijk besparen en zelf maken.

Een aankondiging van het boek met een uitnodiging voor een feestelijke presentatie zat in mijn mail. Omdat ik andere prioriteiten had (lees: geen energie had), vroeg ik aan Marieke of ze de nieuwe editie naar mij wilde sturen en deze viel een paar dagen later al op de deurmat.

Allereerst valt op dat ik de vormgeving mooier vind. Het boek ziet er prachtig uit, zowel van binnen als van buiten en dat de bladzijden bovenin zijn afgerond en geen scherpe hoekjes hebben vind ik heel erg mooi. Leg je de twee boeken naast elkaar dan valt het bovendien op dat Marieke geen dag ouder lijkt geworden. Buiten het kapsel ziet ze er nog hetzelfde uit. Zuinig leven scheelt rimpels blijkbaar ;-).

Over naar de inhoud. Hoewel de oorspronkelijke ondertitel van het boek – in tijden van overvloed – is vervangen voor Wat geef je ze mee? is de essentie hetzelfde gebleven: het beste voor je kind hoeft niet het duurste te zijn en dat wordt verteld aan de hand van veel voorbeelden, tips, verhalen, humoristische anekdotes. Van zwangerschap, tot verjaardagen, uitjes, vakanties, voeding, het wordt allemaal behandeld.

Deze herziene feestuitgave is grondig aangepakt. Zo is er één en ander uitgebreid en toegevoegd, bijvoorbeeld mini-interviews met gezinnen, foto’s uit het familie-album van Marieke zelf en stukjes tekst geschreven door haar drie zoons van inmiddels 22, 25 en 28 over hoe zij terugkijken op hun consuminderjeugd en dat zijn, zoals zij zelf schrijft,  ‘zeker geen Noord-Koreaanse steunbetuigingen geworden’. Ook Marieke kijkt soms tussen de gewone tekst door terug op wat zij toen in 1999 schreef. Waar nodig is de oorspronkelijke tekst aangepast en gemoderniseerd. Zo zijn veel voorbeelden en verwijzingen geactualiseerd (Konininnedag is nu Koningsdag, namen van websites zijn toegevoegd, ik kwam zelfs een verwijzing naar mijn vorige blog Spaarcentje tegen) of aangepast, zoals bijvoorbeeld de tips voor uitjes die in de 3e druk één beperkte alinea krijgen en in deze herziening worden uitgesplitst in uitjes voor elk jaargetijde, wat heel handig is.

Wat vond ik van het boek, zo na lezing van deels bekende tekst en deels nieuwe of aangepaste tekst? Nog steeds heel inspirerend, ook al zit ik niet meer in de kleine kinderen en zijn veel zaken niet meer voor mij  van toepassing. Ik ben het niet altijd eens met Marieke.  Je kind van jongs af aan zelf gekookt eten voorzetten in plaats van potjes-voeding leidt echt niet altijd tot makkelijke eters, zo weet ik uit eigen ervaring. Die van mij kreeg/krijgt alleen maar vers/zelf gekookt en lust nog steeds weinig, vooral niet als het groente is en dus verdacht. Maar dat terzijde want verder vind ik het nog steeds een aanrader voor elke aanstaande ouder of ouder van jonge kinderen. De boodschap van Henselmans dat je duizenden euro’s kunt besparen klopt, is mijn ervaring. Daar moet je wel tijd en energie in investeren en als je niet weet hoe, dan is dit boek een geweldige houvast door de nuchtere toon gecombineerd met humor. Ik heb altijd na lezing van een boek van Marieke zin om ergens mijn tanden in te zetten, iets aan te pakken, zo aanstekelijk schrijft ze. Lezen dus deze feestuitgave als je het nog niet kende en die met zijn 192 pagina’s bijna 30 pagina’s dikker is geworden dan de laatste herziene versie!

alttekst nog niet aanwezig

Consuminderen met kinderen. Wat geef je ze mee?
ISBN 9789462500334 / €18,95

Recensie: Het Nieuwe Werken aan je pensioen

Het Nieuwe werken is een term die we de laatste jaren steeds vaker tegenkwamen. We gaan niet meer elke dag op dezelfde tijd naar ons werk maar werken op tijden dat het ons (en de baas) uitkomt. De grenzen tussen onze werktijd en privétijd vervagen. We werken vanuit huis, soms de hele dag, soms alleen tot de files voorbij zijn om daarna naar kantoor te rijden. Soms werken we de hele dag vanuit kantoor. Maar in de avond thuis klappen we na het eten de laptop weer open. En o ja, in het weekend en op vakantie ook. Er zijn voordelen en nadelen, maar zeker is het wel dat het Nieuwe Werken al redelijk ingeburgerd is.

Het werken aan je nieuwe pensioen, wat is dat dan? Ik ben – en daarin ben ik niet de enige – helemaal niet huis in de wereld van de pensioenen. Sterker nog, ik schreef Sjaak Zonneveld eerlijk dat ik ‘geen ene donder weet van pensioenen en dat los ik tot nu toe op door mijn huis versneld af te lossen‘ in antwoord op zijn vraag of ik zijn boek ‘Het Nieuwe Werken aan je pensioen‘ wilde lezen om een review te schrijven. Dat ontmoedigde hem niet en hij stuurde me het boek. Dat het vervolgens zo lang duurde voordat deze review verscheen, is te wijten aan te veel dingen tegelijk doen van mijn kant, en heeft niets met zijn boek te maken dat ik met heel veel plezier heb gelezen.

In het boek beschrijft Sjaak een periode van ongeveer 10 jaar uit zijn leven waarin hij werken afwisselt met reizen. De werkonderbrekingen zorgen voor een breuk in zijn pensioenopbouw en dat leidt tot bezinning op het begrip pensioen en de vraag hoe mensen hun leven inrichten. 40 jaar werken om aan het eind van de rit van je pensioen te gaan genieten, is niet meer van deze tijd. Naast het feit dat het financieel niet meer haalbaar is, te weinig jongeren geld moet gaan ophoesten voor teveel ouderen, is het maar de vraag of het niet veel zinniger is leven en werken anders in te richten, bijvoorbeeld langer doorwerken en tussendoor met tussenpensioen. Want waarom wachten met leuke dingen doen, als je het nu al kunt doen?

Sjaak is reislustig en dat zullen we weten ook. Ik heb niet geteld maar hij noemt zelf ergens het duizelingwekkende aantal van 61 landen dat hij in zijn leven tot nu toe bezocht. Zonneveld schrijft verschrikkelijk leuk en ik zat regelmatig hardop te lachen. De reisverslagen van de landen, de beschrijvingen van de mensen die hij ontmoet, de tips hoe je reisgidsen moet lezen – ‘Als een gids over een plaatsje in Australië zegt dat het een ‘bustling nightlife’ heeft, betekent dit meestal niet meer dan dat er tenminste één kroeg is die ook nog eens op doordeweekse dagen open is’– maakten dat ik vaak vergat dat ik een boek over pensioenen las, toch niet het meest opwindende onderwerp wat ik me kan voorstellen. Het is vooral een reis- en ontdekkingsboek waarin de reis van de schrijver ook symbool kan staan voor een ontwikkeling die hij doormaakt.

Landen verzamelen is niet de motivatie van de auteur. Die is gewoon verzot op reizen en ziet reizen ook als een mogelijkheid meer over zichzelf te leren. Hij worstelde voor zijn eerste grote reis – naar Australië en Indonesië – met de grote en minder grote vragen in het leven (wat is belangrijk in het leven, waar word ik gelukkig van) en vond veel antwoorden. Niet direct antwoorden op zijn vragen maar wel antwoorden die zijn leven veranderden. Hij komt erachter dat hij minder nodig heeft dan hij dacht, dat mensen helpen leuk is (hij gaat regelmatig mee als vrijwilliger met een gehandicaptenkamp) en dat kitesurfen veel vraagt van je partner die ‘op het strand wordt gezandstraald en daar is weinig romantisch aan‘. Maar met name het besef dat onze voorstelling van pensioen verouderd is en niet meer van toepassing is in deze tijd, vormt het thema van het boek.

Tussen de reisverhalen door lezen we hoe het zit met het pensioenstelsel in Nederland. Ons pensioenstelsel bestaat bijvoorbeeld uit verschillende delen. Naast de AOW zijn er mogelijkheden je pensioen aan te vullen. Dat kan via je werkgever maar kan ook – als die deze mogelijkheid niet biedt – door zelf polissen af te sluiten met (beleggings)producten. Eén en ander wordt afgezet en vergeleken met pensioenstelsels van de landen die hij bezoekt.

Hij stelt zichzelf daarbij de vraag wat een pensioen zou moeten zijn? Het idee van een zak geld waarmee je het doet tot je dood neervalt, is verouderd. Zoals hij zelf treffend uitlegt in de inleiding: als je snel na je 65e dood gaat, profiteert de pensioenverzekeraar daarvan. Maar toen hij als roker vroeg of hij dan een korting kreeg op de te betalen premie – hij zou statistisch gezien immers korter leven – werd hij bijna uitgelachen. Best curieus aangezien hij voor zijn spaarhypotheek als roker wél meer moest betalen.

Het grote nadeel van het pensioenstelsel is dus dat je veel geld inlegt voor later maar dat er geen garantie is op later. Haal jij later wel? En als je later niet haalt, dan harkt de verzekeraar het ingelegde geld weg, en hebben je kinderen er helemaal niets aan.

Een tweede grote nadeel van sparen voor later, is dat je niet weet hoe jij er later aan toe bent. Zonneveld komt overal – tot op Antartica aan toe – bejaarden tegen.‘Wij gingen ook zo’n expeditie doen en voordat we vertrokken dienden we ons eerst in een hotel in Ushuaia te melden voor de briefing. Daar aangekomen dachten we in eerste instantie dat we verkeerd zaten. Waren we per abuis beland bij het jaarlijkse uitje van Huize Avondrust? We zagen rollators en wandelstokken, zeker de helft van de aanwezigen had een gehoorapparaat en de haarkleur was overwegend grijs. Om het in één zin samen te vatten: een groep gepensioneerden van gemiddeld zeventig jaar oud, met uitschieters van boven de tachtig! Dat was niet wat we ons hadden voorgesteld bij een Antartica-expeditie.’ Hij komt tot de conclusie dat reizen voor veel mensen echt veel leuker is in de bloei van hun leven. Waarom wachten tot je pensioen om al die dingen te doen die je graag wilt doen, als je tegen die tijd misschien allerlei lichamelijke klachten hebt?

Dat is het betoog van het boek: pluk de dag. Ga nu doen wat je wilt doen in het leven en accepteer dat je wat langer doorwerkt (dat wordt toch al van ons verwacht). Voor hem is reizen belangrijk maar voor een ander is dat misschien minder werken of een studie oppakken. Natuurlijk kan niet iedereen dat zomaar doen. Reizen of minder werken kost geld. Dat kun je oplossen door te gaan downsizen: consuminderen zoals de lezers van dit blog heel goed kennen. Daarmee kun je veel mogelijk maken.

Is het tussenpensioen haalbaar voor iedereen? Nee, dat erkent Zonneveld zelf ook. Heb je pech dan kocht je net op het verkeerde moment je te dure huis en raakte je je werk kwijt (goh, ik dus). En niet iedereen voelt zich prettig bij wisselende werkgevers, zeker niet in deze onzekere tijd. Maar ook dan kun je nadenken over hoe je je leven wilt inrichten en hoe je dat mogelijk maakt. Hij benadrukt keer op keer dat je niet moet uitgaan van wat je te besteden hebt maar van wat je aan zaken uit wenst te geven. De keuzes in je leven (duur wonen, wat je uitgeeft aan boodschappen/vakantie/auto/i-pad) bepalen veel, zo niet alles. Zo kun je door andere keuzes meer financiële ruimte scheppen. Dat is ook mijn ervaring.

Daarmee raakt Zonneveld me recht in mijn hart, want dit is precies zoals ik wil leven: uitzoeken wat belangrijk is, en dit mogelijk maken door je goed te beseffen van wat je daarvoor moet laten. Je niet gek laten maken door de buren die 3 keer per jaar op vakantie gaan (sorry Sjaak) maar gewoon zelf doen wat je wilt doen en daar veel voldoening uit halen. Grote kans trouwens dat die manier van leven (dicht bij je grondwaarden en wensen) ook positieve gevolgen heeft voor je gezondheid.

Af en toe met tussenpensioen gaan heeft natuurlijk wel gevolgen, het leidt tot een pensioenbreuk. Ons pensioenstelsel is er nog niet op ingericht. Ook is er weinig vrijheid om bijvoorbeeld het sparen voor pensioen zelf in de hand te nemen, veel mensen sparen verplicht voor het aanvullende pensioen via een werkgever. Het pensioenstelsel is onder meer gebaseerd op de gedwongen solidariteit tussen de generaties, en die staat steeds meer onder druk.  Hij pleit daarom voor een pensioen op maat, waarbij hij voorbeelden aanhaalt van de pensioenstelsels van bijvoorbeeld Chili, Australië en Nieuw-Zeeland. Zo oppert hij het idee dat rijke ouderen met een aanvullend pensioen een soort van AOW premie gaan betalen zodat mensen zonder aanvullend pensioen ook nog iets te besteden hebben.Een andere mogelijkheid zou zijn de AOW inkomensafhankelijk te maken of de AOW wel onderdeel te laten zijn van een spaarfonds.

Het zijn aanzetten die Zonneveld hier doet. Ik vind dat ik -ook na lezing van het boek – nog steeds te weinig van pensioenen weet om te beoordelen of zijn suggesties echt mogelijk zijn. Inspirerend vind ik het wel en hij geeft stof tot nadenken. Voor iedereen die op zoek is naar inspiratie, voor lezers die Gerhard Hormanns boek ‘Het Nieuwe Nietsdoen’ ook graag lazen, voor mensen die zoeken naar een andere invulling van hun leven: dit boek vermaakt en kan je wakker doen schudden. Bij het boek hoort een website www.nieuwpensioen.nu waarin zaken uit het boek worden toegelicht en er ook prachtige reisfoto’s te zien zijn. Kortom een leuk en inspirerend boek dat bovendien zin aanwakkert om te reizen (terwijl ik toch helemaal niet reislustig ben).

Lezers van Min of Meer kunnen het boek met korting bestellen via  www.nieuwpensioen.nu. Voer bij het afrekenen de kortingscode MINOFMEER in en je krijgt 10% korting.

Het Nieuwe Werken aan je pensioen
Sjaak Zonneveld
isbn 9789082086409 / € 15,-

Recensie: Je bent wat je doet

Als iemand in de zaal kampioen veranderen is, dan ben ik het wel! Gedrag waar ik last van heb, kan ik enorm goed aanpakken. Voor het gemak maak ik dan meteen even een schemaatje waarin ik op papier toe werk naar de verbeterde versie van mezelf, die niet meer snoept, uitstelt, te veel internet en verzin het maar. Einddatumpje prikken en gááááán.

Ja, en dan? Ik heb een deel van het veranderen van ongewenst gedrag inmiddels na veel vallen en opstaan redelijk goed door. Kleine stappen werken beter dan grote stappen. En je moet zo concreet mogelijk zijn in wát je wilt veranderen en hoe je het gaat veranderen. Maar verder? Gezondheidsgoeroe Jesse van der Velde zegt altijd: ‘als je altijd eet wat je at, krijg je het lichaam dat je altijd al had’.

Deze spreuk kun je doortrekken naar alle gebieden van het leven. Weten is één ding, doen is een ander ding en blijven doen lijkt soms helemaal onmogelijk. Altijd doen wat je deed, dat is paardrijden over een pad zonder dat jij de teugels in handen hebt, schrijft hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk in haar boek ‘Je bent wat je doet. Van zelfkennis naar gedragsverandering‘. In haar boek legt ze uit hoe dit komt en belangrijker nog, wat je eraan kunt doen. Het geeft inzicht in onze plannen, ons gesjoemel en ons falen en biedt met behulp van praktische oefeningen aan het eind van elk hoofdstuk de middelen om nu eindelijk eens uit je valkuilen te ontsnappen.

Echt veranderen is heel moeilijk want om dat te doen moet je iets doen wat je vaak heel moeilijk vindt: stoppen met iets wat je prettig vindt of wat je denkt nodig te hebben (eten, alcohol, een partner die niet goed voor je is), dus stellen we het uit of haken halverwege onze veranderpoging af. Om het een tijd later weer te proberen: nu gaat het echt lukken. Denkend dat het aan onze motivatie ligt. Er is echter meer voor nodig om te veranderen, de omstandigheden spelen zo mogelijk een nog grotere rol.

We zoeken voortdurend naar middelen om onszelf te kunnen sturen – de teugels zelf in handen te nemen – maar bijna altijd zijn impulsen sterker dan intenties. Want intenties werken toe naar een resultaat in de toekomst en impulsen zorgen voor een snellere bevrediging, iets wat de kleuter in ons veel prettiger vindt. Bovendien hoeven we niet van de gebaande paden af te wijken als we onze impulsen blijven volgen. Je denkt dat je een keus maakt – ik wil nu echt even tv kijken want ik ben moe en heb recht op ontspanning – maar eigenlijk is het een smoes die je verder weg brengt van de waarden die jij belangrijk vindt in het leven.

Die waarden, wat zijn deze? Vonk moedigt je aan daarover na te denken en ze op te schrijven. We vergeten vaak deze waarden en praten dat continu goed en zijn geweldig in zelfbedrog. Later in het boek komt terug wat de kracht ervan kan zijn. Op moeilijke momenten jezelf aan deze waarden te herinneren kan helpen om impulsen te onderdrukken. Door doelen te koppelen aan waarden.  In balans zijn is belangrijk voor mij. Daar hoort ook een gezonde financiële huishouding bij. Bijvoorbeeld een elastiek om mijn portemonnee doen, kan helpen mijn doel ‘beter met geld omgaan’ op mijn netvlies te zetten, nét als ik in de winkel die portemonnee wil trekken om toch iets te kopen omdat ik dat op dat moment wil. Dat elastiek herinnert me ook aan de balans die belangrijk is voor mij. Dit is trouwens maar even zomaar een voorbeeld want ik héb helemaal geen elastiek om mijn portemonnee, ik ben Annemiek van Deursen niet ;-).

Het zelfbedrog heeft veel te maken met hoe we naar onszelf kijken. Een ander ziet onze platte buitenkant en beoordeelt ons op wat we doen. Zelf zien wij ook wat onze intenties en plannen zijn en we beoordelen onszelf niet alleen op wat we doen maar ook op wat we van plan zijn. Dat geeft een vertekend beeld. Om echt inzicht te krijgen moet je eigenlijk leren kijken naar jezelf zoals anderen je zien. ‘Waar het om gaat is dat je leert kijken naar je gedrag, naar wat je doet, precies zoals je dat ook doet wanneer je naar anderen kijkt ‘(p.50).

Dat vertekende beeld maakt dat we niet realistisch genoeg zijn als we willen veranderen. ‘ik wil voor de zomer € 500 bespaard hebben op mijn boodschappenuitgaven’ is een prachtig doel maar heeft meer kans van slagen als ik vooraf onderzoek of het haalbaar is en welke tegenslagen ik kan verwachten. Dit wordt ‘mental contrasting’ genoemd. Je benoemt een doel en omschrijft wat het halen van het doel je zal opleveren (in dit geval bijvoorbeeld geld, wat ik nodig heb om iets te kunnen betalen) maar ook hoe het zal voelen als je het doel hebt gehaald. Vervolgens stap je van je roze wolk af en zoom je in op welke hindernissen je kunt tegenkomen. Bijvoorbeeld eigenschappen en gewoontes van jezelf maar ook hindernissen van buitenaf. Maakt dat in gedachten zo concreet mogelijk en stel je voor hoe dat voelt.

Wat Vonk ons hier leert is je voornemens op haalbaarheid te onderzoeken. Later voegt ze daar ook instrumenten aan toe om te zorgen dat je de haalbaarheid vergroot, namelijk wat je kunt doen om te zorgen dat een hindernis niet het plan verstoort. Vooraf over mogelijke bezwaren of hindernissen nadenken en hoe je deze kunt ontkrachten, zorgt er voor dat je niet overvallen wordt op het moment zelf.

Dat is leuk en aardig, maar uiteindelijk moet je dus gaan doen. Gewoon doen, zoals ze zelf meerdere keren schrijft. Die eerste stap kan niemand voor je zetten. Maar hoe vaker je zelf die stap zet, hoe breder het nog ongebaande pad wordt. Inzicht in waarom je vaak terugvalt in gedrag, kan misschien ook voorkomen dát je terugvalt, ook hier gaat ze uitvoerig op in. De tweede helft van het boek gaat vooral in op het ‘doen’ en hoe je je intenties kunt versterken en volhouden, bijvoorbeeld door je omgeving zo aan te passen dat volhouden makkelijker wordt. Door te beseffen dat wilskracht alleen niet voldoende is. Dat je beseft dat anderen (marketeers uit de voedingsindustrie bijvoorbeeld) er jarenlang voor hebben gestudeerd om jou van je doel af te houden. Anticiperen op toekomstige situaties en plannen maken om hoe je die problemen kunt aanpakken vergroot de kans op veranderen.

Het boek is makkelijk leesbaar en verbindt op prettige wijze wetenschappelijk inzicht in het menselijk brein en gedrag met herkenbare voorbeelden uit het dagelijks leven. Vonk spaart zichzelf daarbij niet en gebruikt ook aspecten van haar eigen gedrag of haar oude valkuilen in het liefdesleven. Ik vond het leuk en boeiend om te lezen en vind dat het boek bijzonder bruikbaar is om naar je eigen gedrag te kijken en belangrijker nog, dit te veranderen.

Met één aspect heb ik moeite in dit boek en dat is hoe Vonk schrijft over ‘doen’ als middel om je uit depressiviteit te trekken. Geloof me, ‘gewoon doen’ werkt niet zomaar. Natuurlijk hebben depressieve mensen vaak baat bij beweging en er toch op uitgaan, maar dat kan niet altijd. ‘Wees actief, plan activiteiten in en voer ze uit‘ schrijft ze onder het kopje Doen en gelukkiger worden. ‘Dit is vooral belangrijke voor depressieve, sombere mensen, die te veel geneigd zijn thuis te blijven. Daardoor blijven ze passief en ontmoeten ze minder andere mensen, wat de depressie versterkt‘ (p 181). Volgens mij is er een wereld van verschil tussen ‘somber’ en ‘depressief’! Inderdaad kun je uit een sombere bui worden getrokken door mensen op te zoeken en leuke dingen te doen. Een depressie verdwijnt daar niet mee! Sterker nog, die kan erger worden als je in een kamer vol met feestende gezellig met elkaar pratende mensen zit en jij niet in staat bent tot enig contact, omdat je last hebt van dat verlammende verstikkende gevoel dat depressie heet. En ook één op één contact kan een brug te ver zijn- of je gevoel versterken –  als je depressief bent. Ik heb ooit een depressie gehad en ben dus helaas een ervaringsdeskundige.

Ik denk dat het voorbeeld van depressie in dit verband gewoon iets minder goed gekozen is. Mensen met een depressie – of een andere op het gedrag ingrijpende gediagnosticeerde aandoening – hebben in mijn beleving baat bij een therapie op maat. Maar ben jij iemand die wil stoppen met roken en snoepen, die gezonder wil eten, je huis schoon wil houden, afspraken nu eens echt wil nakomen, meer wil slapen, liever wil zijn tegen je kinderen, afijn noem maar op….dan is dit een leuk, interessant en vooral bruikbaar boek. Het is bovendien zeer geschikt voor die mensen die alle smoesjes van zichzelf echt zat zijn en nu wel eens spijkers met koppen willen slaan. Zo ben ik ook weer begonnen met gezonder eten. Maar nu heb ik tactieken bedacht om mijn valkuilen voor te zijn! Veranderen kan echt! Niet alleen met wilskracht en goede voornemens maar vooral met realiteitsbesef, zelfonderzoek en een stukje Roos Vonk.

In het boek wordt regelmatig verwezen naar de tegelijkertijd verschenen website jebentwatjedoet, die ook een schat aan informatie biedt.

Roos Vonk 
Je bent wat je doet. Van zelfkennis naar gedragsverandering
isbn  9789491845017 /  € 18,50
Maven Publishing

Tem je geest

De hele dag worden we gebombardeerd met prikkels. Door de reclame, je smartphone, je facebookaccount, je mail, je partner, je kinderen, je baas. En ook door je brein. Dat brein kakelt de hele tijd door: check je mail, pak wat lekkers, ga zitten, nee niet gaan zitten hang de was op, ik ben niet goed genoeg, mijn buik zit in de weg, wat kijkt die vrouw naar me, iedereen ziet wat een mislukking ik ben, ga eerder naar bed, nee naar de sportschool, ik heb trek in chocolade, check je mail zeg ik!…..

Herkenbaar? Vast? Iedereen heeft te maken met stemmetjes in het hoofd, al zullen ze bij de één luider klinken dan bij de ander. Sommige mensen weten van nature dat ‘zij niet de stemmetjes zijn’ en kunnen het gekakel negeren. Anderen beseffen dat niet en nemen voor waar aan wat ze horen en vallen zo ten prooi aan allerlei impulsen die ze wel willen veranderen maar hoe.

afbeelding gemaakt door Serge Seidlitz,
afkomstig uit ‘Tem je geest’,
hier geplaatst met toestemming van Ruby Wax,

waarvoor dank

Toen ik Ruby Wax een tijdje geleden bij ‘College Tour’ zag, ging ik rechtop zitten. Ik kende haar van haar tv-programma’s en vind haar heel leuk en grappig. Dat is ze nog steeds, maar ze is ook heel erg depressief. Ze stopte met TV-maken, zat een paar keer in een inrichting, leed aan ernstige depressies en wist dit ‘behapbaar’ te maken door mindfulness te gaan beoefenen. Bij ‘College tour’ vertelde ze over haar depressies, haar boek en ons fenomenale brein dat plastisch is.

Want dat is het goede nieuws: wij zijn helemaal niet de gevangene van ons brein, we kunnen het veranderen. Je kunt je gedrag aanpassen en zo nieuwe verbindingen aanleggen in je brein. Dat dit zo is, heb ik zelf ervaren doordat ik de behandeling van Ashok Gupta tegen ME volg. Zijn theorie kent dezelfde basis: ME is het gevolg van een overprikkeld zenuwstelsel met allerlei fysieke en neurologische problemen tot gevolg. Dit kan worden teruggedraaid door het doen van oefeningen uit de NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren), meditaties en het beoefenen van mindfulness. Zo verander je delen van je brein.

Dit helpt echt. Ik knapte enorm op. En toen ik dacht dat ik het niet meer nodig had en stopte met de dagelijkse discipline van het aanleggen van nieuwe verkeerswegen in mijn brein, stortte ik weer in. Een ander neemt een pilletje om zijn aandoening onder de duim te houden, ik mediteer en doe aan mindfulness om mijn brein een beetje afgekoeld te houden. En ik weet nu dat ik dit moet blijven doen.

Ruby Wax ervaart zelf ook de voordelen van mindfulness maar – om zichzelf en de kritische lezer te overtuigen – somt ook een hele waslijst op van wetenschappelijk bewezen voordelen van mindfulness: mensen worden minder gevoelig voor pijn, het heeft een bewezen positief effect op het immuunsysteem en het concentratievermogen, het vertraagt de achteruitgang van HIV-patiënten, het gaat letterlijk veroudering tegen (omdat je meer van een bepaald enzym krijgt dat bevorderlijk is voor celdeling en helpt bij gezond ouder worden) en het helpt tegen stemmingswisselingen en depressies. En dan is dit nog maar een kleine opsomming, lees vooral het boek voor de rest.

Na mijn recente instortmoment (dat klinkt alsof het eventjes duurde maar we hebben het uiteindelijk over een periode van een paar maanden) greep ik mezelf bij de lurven en begon weer: mediteren, mindfulness, ademhalingsoefeningen, alle dagen meerdere keren per dag. En zie, ik knapte weer op.

Wat goed is voor mijn overprikkelde ME brein, is goed voor iedereen. Bijna iedereen heeft last van een opgejaagd gevoel in deze maatschappij. Natuurlijk zijn er mensen die een hekel hebben aan ‘luchtfietsen’ en vaag gedoe. Maar ten eerste is mindfulness dat dus niet, er staat een enorme wetenschappelijke bewijslast klaar om je te overtuigen dat het dat juist niet is, en ten tweede: wat is het alternatief? Natuurlijk kun je lekker gewoon wat gaan lummelen en luieren. Maar weet jij nog hoe dat moet? Lig je lekker in het gras wolkjes te tellen, schiet je ineens te binnen dat je nog een boek op de bus moet doen/een mail moet beantwoorden/bent vergeten je aan te melden voor ‘zeg t maar wat natuurlijk wel heel belangrijk is’. De meesten van ons voelen voortdurend impulsen en het is moeilijk daar weerstand aan te bieden en om de impulsen niet voor waar aan te nemen. Mindfulness leert je hoe je dat doet. Kun je daarna lekker gaan luieren.

ps: naar aanleiding van de reactie van Immie: ik bedoel niet te zeggen dat iedereen die antidepressiva slikt de pillen zomaar overboord moet gooien. Mindulness kan een mooie aanvulling zijn.


Ruby Wax, Tem je geest. Gids voor geestelijk welzijn
ISBN 9789000334629 / € 19,99 (ook verkrijgbaar als E-book, dan € 15,99)

Recensie Gids voor financieel opvoeden

‘Het is niet eerlijk’ zei de 6-jarige zoon van mijn vriendin ‘ik kan nooit rijk worden, want ik heb geen eigen geld.’ Kijk als dat geen duidelijk signaal is dat een kind toe is aan zakgeld! Dus krijgt hij sinds kort € 0,50 per week. Dat is een uitstekend bedrag om mee te beginnen. Dat vinden zijn ouders niet alleen, dat vind het Nibud ook.

In de nieuwste Nibuduitgave met de weinig inspirerende titel ‘Gids voor financieel opvoeden’ komt alles aan de orde waarmee je als ouder te maken krijgt op het gebied van geld en je kind daarmee om leren gaan. Je kind gaat straks (of pas over heel veel jaar) het huis uit en natuurlijk wensen we allemaal dat het schuldeloos door het leven zal gaan, alert op verleidingen en verlokkingen en elke maand zoveel overhoudt dat een bezoekje aan het ouderlijk huis nog mogelijk is.

Het boek is verdeeld in vijf hoofdstukken met als onderwerpen het belang van een financiële opvoeding, zakgeld, plannen & sparen, veilig geld uitgeven en zelf geld verdienen. Elk hoofdstuk heeft een herkenbare opbouw en volgorde met columns van mensen als Marieke Henselmans en Erica Verdegaal, praktijkvragen en verhalen, duidelijk geschreven informatie, testen en checklisten. Tussendoor tref je overal in de tekst leuke weetjes en handige tips aan.

Ondanks de duidelijke opbouw en de herhaling in de volgorde van aangeboden informatie, doet het wel wat onoverzichtelijk aan. Dat komt vooral doordat de teksten nooit eens lekker doorlopen. De tekst is opgedeeld in hele kleine blokjes met titels. Dat heeft als voordeel dat je snel informatie vindt die je zoekt (het is niet voor niets een gids) maar als nadeel dat het niet echt lekker doorleest. Zeker omdat de gewone lopende tekst continu onderbroken wordt.

Bijvoorbeeld op de foto hierboven: de tekstblokjes helemaal linksboven en rechtsonder zijn onderdeel van de normale lopende tekst. De rest is ‘tussendoortekst’ met weetjes. Handige weetjes, maar toch. Dat is niet het enige nadeel van het boek. Ik vind het slordig geredigeerd, meer dan eens viel mijn oog op taal- en stijlfouten. De columns waren leuk om te lezen maar soms wel uit ‘de oude doos’ zoals het verhaal van Marieke Henselmans over de zwemles van haar zoon. Jammer. Heel vreemd vond ik de volgende tip in het hoofdstuk over sparen: ‘u kunt uw kind al heel vroeg in een ‘spaarmodus’ zetten. Supermarktketens bijvoorbeeld, hebben regelmatig spaaracties gericht op kinderen zoals voetbalplaatjes, geinige poppetjes, munten en knikkers’. Met leren sparen heeft dit naar mijn mening niets te maken. Veel ouders worden juist helemaal gestoord van die marketingtrucs van supermarkten, die alleen maar bedoeld zijn om per keer vooral een bepaald bedrag uit je zak te kloppen, want pas dan krijg je het plaatje/knikker/prulletje. Voor mij zijn deze acties juist een aanleiding om mijn kind te leren dat ook dit reclame is.

Het boek heeft echter ook veel voordelen: de geboden informatie is zeer uitgebreid, werkelijk alles wat je kunt bedenken komt aan de orde. Je kunt makkelijk iets opzoeken en eruit halen wat voor jou van toepassing is. Na lezing besefte ik dat ik best een heel eind op weg ben met de financiële opvoeding, maar dat mijn kind nog niet weet wat geldezels zijn, wat skimmen is en hoe hij kan zien of een site beveiligd is of niet. Ik vond er dus zeker inspiratie in. Vooral de checklisten aan het eind van elk hoofdstuk zijn ook heel handig. Per leeftijdscategorie kun je afvinken wat je kind al weet van geldzaken, uitgeven, veiligheid, reclame, et cetera. Zo zie je waar voor jullie als ouders nog aandachtspunten liggen.

Is het boek een aanrader? Voor ouders die al heel bewust met geld en financiële opvoeding omgaan of uit zichzelf regelmatig de site van het Nibud bezoeken is het boek niet echt een aanvulling. Leuk om te lezen maar zeker geen noodzaak. Dat is het wel als je net begint met nadenken over zakgeld geven of als je zelf problemen hebt met geld, dan kan dit boek een mooi uitgangspunt zijn om je kind (en jezelf) wegwijs te maken.  En het is zeker handig als je regelmatig tegen geldvragen van je kind aanloopt en je geen antwoord hebt. Of als jij zelf niet weet wat een geldezel is. Dan zou ik het ook bestellen….

Gids voor financieel opvoeden. 
Van zakgeld tot zelf verdienen
Nibud / € 15,95