Review: De verloren familie

De Duits joodse Peter Rashkin overleeft als enige van zijn gezin de Tweede Wereldoorlog en de concentratiekampen. Hij emigreert na de bevrijding naar Amerika, waar hij familie heeft wonen en probeert daar een leven op te bouwen, maar wordt voortdurend achtervolgd door de schimmen uit het verleden.

Hoewel hij op zo het eerste oog heel succesvol is, hij heeft een goed lopend restaurant, is hij niet in staat echt te leven en contact te maken met anderen. Desondanks trouwt hij met June, samen krijgen ze een dochter. Zijn verleden hangt als een donkere wolk boven het huwelijk want wie kan concurreren met een dode vrouw en twee schattige dode dochtertjes? June niet.

Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel is geschreven vanuit het perspectief van Peter, in de andere delen voeren June en de dochter het woord en zien we hoe de oorlog doorwerkt in het huwelijk van Peter en June en het leven van hun dochter beïnvloedt. Die opzet vind ik een beetje jammer want ik vind Peter véél boeiender en de delen van zijn Amerikaanse vrouw en dochter grijpen me een stuk minder aan.

Desalniettemin vind ik ‘De verloren familie’ een mooi boek over liefde, oorlog en loslaten. Het biedt ook een interessante kijk op het naoorlogse Amerika, waar de maatschappij razendsnel verandert. Ondanks het zware onderwerp, voelt het niet zwaar. Aanrader.

Jenna Blum
De verloren familie
368 pagina’s

Advertenties

Review: Wat het hart verwoest

Al jaren ben ik een groot fan van John Boyne. Zijn boek ‘De jongen in de gestreepte pyjama’ (ook verfilmd) is wereldberoemd, mooi en hartverscheurend. Ik vond zijn boeken ‘De scheepsjongen’, ‘Het winterpaleis’ en ‘De grote stilte’ minstens zo mooi. Tegenvallers waren er ook, ‘De jongen op de berg’ vond ik saai en langdradig ook al was het een heel dun boekje.

‘Wat het hart verwoest’ is zijn nieuwste roman. Een heftig verhaal over Cyril Avery die in de jaren 50 in Ierland wordt geboren als de bastaard van een ongetrouwd meisje. Dát is al een vloek want bijna een doodzonde in het Ierland van die tijd maar dat hij homoseksueel is, iets wat hij gaandeweg ontdekt nadat hij de charismatische Julian leert kennen, is zo mogelijk een nóg ergere doodzonde en bovendien strafbaar dus iets wat niet onderzocht en in het openbaar beleefd kan worden.

Cyril groeit op bij nogal kille adoptieouders die elke gelegenheid gebruiken om duidelijk te maken dat hij geen bloedverwant is. Bij zijn vriend Julian vindt hij wel warmte en vriendschap maar geen liefde dus zoekt hij dat elders. In het naoorlogse Ierland is geen ruimte voor ‘afwijkingen’. Hij zoekt liefde maar vindt alleen sex, veel ranzige sex in steegjes, bosjes en bioscopen. Homoseksuele liefde kan niet worden geuit anders dan in het geniep. Als hij 25 is heeft hij honderden sexpartners gehad maar hij kent niemands naam, laat staan dat iemand hem vol liefde heeft aangekeken tijdens de sex.

Het boek biedt een inkijk in bepaalde perioden van zijn leven en de keuzes die hij maakt. Zijn geaardheid en het feit dat daar een straf op staat, dwingt hem tot het bedriegen van mensen van wie hij houdt, iets wat hem op latere leeftijd steeds meer opbreekt. Hij wendt zich zelfs in wanhoop tot artsen en priesters maar dat helpt natuurlijk geen mallemoer. Homoseksualiteit bestaat officieel niet in het Ierland van de jaren 60.

“Er zijn in de hele wereld homoseksuelen. Engeland heeft er veel. Frankrijk zit er vol van. En ik ben nog nooit in Amerika geweest maar ik neem aan dat er ook daar meer dan genoeg zijn. Ik zou niet denken dat het veel voorkomt in Rusland of Australië, maar ze hebben waarschijnlijk als compensatie wel iets ander weerzinwekkends. Hoe dan ook onthoud: er zijn geen homoseksuelen in Ierland. Misschien heb je in je hoofd gezet dat je er een bent, maar je hebt gewoon ongelijk, zo simpel is dat. Je hebt ongelijk.”

Zijn zoektocht naar een eigen leven brengt hem naar Amsterdam en New York waar hij probeert een waarachtig leven te leiden zonder leugens.

Een prachtig vaak beklemmend boek met soms hilarische fragmenten over iemand die ondanks de minachting voor ‘zijn soort’ toch zoekt naar zijn eigen weg in het leven. Soms kon ik Cyril wel door elkaar rammelen, zo passief en lamgeslagen is hij, met al zijn zelfhaat. Maar zo is hij wel gemaakt door de omstandigheden. Absolute aanrader.

John Boyne
Wat het hart verwoest
608 pagina’s

Review: Moeder van glas

Een tijdje geleden kreeg ik ‘Moeder van glas’ cadeau, het boek dat journalist Roos Schlikker over haar bipolaire moeder Emma schreef. Zelden zo’n mooie liefdesverklaring van een dochter aan haar overleden moeder gelezen. Niet dat al die liefde die ook zo overduidelijk tijdens het leven van haar moeder aanwezig was, iets van het lijden van Emma wist te verzachten. Laat staan dat professionals ook maar iets wisten te doen.

De moeder van Roos kwam op een hele lullige manier aan haar einde, een val van de trap maakte een eind aan een leven vol helse momenten. Emma werd pas laat gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en het afstemmen met de juiste medicatie lukte niet of nauwelijks. Voor die diagnose leidde Emma jarenlang een leven van perfectionisme om de barsten die ze in zichzelf voelde, niet te laten zien aan de buitenwereld.

Een dappere ridder maar breekbaar als glas

Na het overlijden van haar moeder duikt Roos in haar herinneringen en in de dagboekfragmenten van haar moeder in een poging de vrouw die zo lang de schijn wist op te houden, beter te leren kennen.  Bijzonder pijnlijk om te lezen want wat een eenzaamheid, kracht en liefde tegelijk.

Ik kan niet goed duidelijk maken wat dit boek bij mij teweeg bracht, het raakte me enorm. Het is prachtig geschreven, héél indringend, zeker ook door de handgeschreven briefjes van de moeder die door het hele boek heen staan die eens te meer duidelijk maken hoe verschrikkelijk het lijden kan zijn als je moet leven met een bipolaire stoornis.

Ergens in het boek omschrijft Roos haar moeder als ‘een dappere ridder maar breekbaar als glas’. En zo is het, prachtig verwoord. ‘Moeder van glas’ is een mooi portret van een dochter over haar moeder, een schrijnend verhaal over bipolariteit en een indringende schets van hoe het is voor een dochter te leven met een chronisch ziek familielid.

Leesvoer

De afgelopen tijd las ik een aantal boeken die ik jullie niet wil ontzeggen, zó mooi en sprookjesachtig. Allemaal in het fantasygenre dus als je daar een hekel aan hebt, kun je nu stoppen met lezen. En dat scheelt vast weer in de overvolle dag die je voor je hebt liggen. Óf je laat je verrassen en rent na het lezen van dit blog naar de bieb. Dát kan natuurlijk ook.

Ik kreeg van een bloglezeres bijna alle delen van een serie opgestuurd, er zijn 15 delen en ik heb er nu geloof ik 10. Eerst had ze er 6 gevonden en naar mij opgestuurd en een paar maanden later meldde zij dat ze er weer een aantal heeft gevonden. Bij haar in de flat is het blijkbaar de gewoonte dat bewoners boeken voor elkaar achterlaten op een tafel en dat die meegenomen kunnen worden.

Super tof dus. Deze serie kende ik alleen van naam maar was wel benieuwd. Het Rad des Tijds  van Robert Jordan schijnt één van de best verkochte fantasyreeksen ooit te zijn. Er valt niet fatsoenlijk in een artikel uit te leggen waar de serie over gaat dus doe ik dat maar niet en stip alleen wat dingen aan. Het is een verhaal over de strijd tussen goed en kwaad en het wachten op ‘de herrezen draak’ die de wereld moet redden. Uitgangspunt is een groep vrienden uit een klein dorpje met boerenjongen Rand Althor als middelpunt. Magie, vreemde wezens, een ingewikkelde verhaallijn, veel personages en een mengeling van mythologie, fantasy, elementen van bekende middeleeuwse sagen  maar ook thema’s als vriendschap en trouw. Heerlijk om te lezen! Ik ben inmiddels in deel 4 dus heb nog heel veel te gaan.

Hier een overzicht van alle boeken in deze reeks:  Het rad des tijds

Van vriendin D. (die van driepotige kat Droppie) leende ik Lycidas en Lilith van Christoph Marzi. Volgens mij is dit een jeugdboek of in ieder geval een young adult boek. Gezien de best ingewikkelde verhaallijn en vele personages en gruwelijkheden die er gebeuren, lijkt het me alleen meer geschikt voor volwassenen.
Ook deze serie valt niet makkelijk uit te leggen. Deze boeken lezen betekent dat je een wereld in stapt vol pratende ratten, engelen die zingen, dwaallichten, alchemisten, weerwolven en bestaande historische personages als Jack the Ripper. En een stad onder de stad, met poorten naar de hel en dood. Lekker opwekkend. Werkelijk de complete mythologie, literatuur, muziek worden hier verweven tot een sprookjesachtig verhaal over twee kleine weesmeisjes Emily en Aurora die op zoek zijn naar hun roots en die dat doen met de hulp van alchemist Wittgenstein en de elf Mauritus Melkwit.

Ook dit is weer een strijd tussen goed en kwaad, waarbij wie goed en wie kwaad vertegenwoordigt soms onduidelijk is. Niet eenvoudig te lezen door de vele personages en wendingen, wel adembenemend mooi en fijn. Het deed mij denken aan de Noorderlichttrilogie van Philip Pullman.

Meer weten: Christoph Marzi

Om maar in één adem door te gaan met Philip Pulmann: zijn Noorderlichttrilogie las ik een aantal jaar geleden en was diep geraakt. Ook dit is een kinderboek maar heel geschikt voor volwassenen met een grote fantasie. Het gaat over het meisje Lyra dat haar ouders niet kent. Opgegroeid op de universiteitscampus van Oxford, gaat zij op onderzoek uit als haar vriend Roger vermist wordt. Ze ontdekt dat er nog meer kinderen worden vermist en dat er waarschijnlijk vreemde experimenten met die kinderen worden uitgevoerd. Met behulp van een vreemd instrument, een alethiomether, moet ze de waarheid zien te achterhalen en de kinderen opsporen.

Afgelopen jaar kwam er een lang verwacht nieuw (afzonderlijk te lezen) deel uit, Het boek van Stof  dat zich afspeelt vlak na de geboorte van Lyra en met Malcolm Polstead als hoofdpersoon. Deze 11-jarige jongen ontdekt dat er een kleine baby’tje, Lyra,  wordt verborgen in het nonnenklooster vlak bij zijn huis en dat wel heel veel mensen in dit meisje zijn geïnteresseerd. Malcolm die een zeer levendige fantasie heeft en erg nieuwsgierig is, probeert uit te zoeken wat er aan de hand is en voor hij het weet wordt hij achtervolgd door allemaal lieden die zijn leven compleet op zijn kop zetten.

De verhaallijn lijkt wat kinderlijk zoals ik het opschrijf maar niets is minder waar. Ook dit is sprookjesachtig en meeslepend. Wat mij bijzonder raakt in deze reeks is dat alle mensen in deze wereld een daemon hebben. Mens en daemon zijn één. De daemon is een soort ziel die buiten de mens leeft maar wel onderdeel van de mens is en elk mens heeft zijn eigen daemon, die  altijd de vorm van een dier aan neemt. In de kindertijd wisselt de daemon voortdurend van gedaante al naar gelang de stemming of situatie. Pas bij het volwassen worden wordt een keuze gemaakt voor een definitieve diergedaante, eentje die past bij het karakter van de mens.

Mens en daemon kunnen niet zonder elkaar en kunnen ook niet fysiek van elkaar worden gescheiden omdat er een onzichtbaar draadje is wat hun verbindt. Natuurlijk heel symbolisch allemaal, maar ik vind het prachtig.

Van de Noorderlichttrilogie en het Boek van Stof weet ik dat mensen het óf geweldig vinden óf helemaal niets. De Noorderlichttrilogie is verkrijgbaar in één uitgave. Maar de drie delen zijn ook afzonderlijk verschenen: Het Gouden Kompas, Het Listige Mes en Amberkleurige Kijker.

Last but not least: al heel lang stond er op mijn te lezen lijst de Tearlingtrilogie van Erika Johansen. Een reeks die ik voorbij zag komen in de lijst met nieuwe boeken van mijn bieb, maar waarvan ik eigenlijk geen flauw idee had waarover het ging, laat staan of het de moeite waard was. Maar waarvan wel iemand ooit – ik weet niet meer wie- had gezegd dat het mooi was. Toen ik een recensie las bij Ogma waar de woorden bingereading in voorkwamen, niet kunnen slapen en niet kunnen stoppen met lezen was dat natuurlijk een teken dat niet genegeerd kon worden.

Dus op naar de bieb, boeken van de plank geplukt en inderdaad verslavend. Het gaat over Kelsea die opgroeit bij een ouder echtpaar en op haar 19e verjaardag wordt weg gehaald door gardisten om haar naar het paleis te brengen. Ze blijkt troonopvolger te zijn en haar troon te moeten opeisen. Natuurlijk willen een heleboel mensen dat zij dat niet doet, haar vijanden zijn talrijk, de gevaren eveneens.

Het verhaal kent meerdere lagen. Grappig genoeg denk je fantasy te lezen en doet de wereld in het boek middeleeuws aan maar gaandeweg stap je toch in andere tijden en werelden.

Meer zeg ik niet, het lijkt me meer dan voldoende om nu allemaal naar de bieb te rennen en je tas vol te laden met deze tips waarmee je zeker de zomer doorkomt.

Hebben jullie nog fantasytips?

Lezen: Judas

judas

Hoewel ik dol ben op thrillerboeken  en misdaadseries  sla ik misdaadartikelen in de krant meestal over. En tv-programma’s zoals van Peter R. de Vries kijk ik ook niet. Het interesseert me matig. In de wereld van de misdaad lichten mensen andere mensen op en krijgen misdadigers onderling vaak ruzie. Wat kan leiden tot een schietpartij waarbij A. iemand inhuurt om C. neer te laten knallen en dan B. de schuld geeft. Dat heeft veel impact als je het van vlakbij meemaakt maar is voor mij een ver-van-mijn-bed-show.

Eén aspect  hiervan vind ik wel heel interessant en dat is de psyche van een crimineel. Dus toen ik het boek Judas in handen kreeg  dat vanuit het perspectief van de zus van Willem Holleeder is geschreven, zette ik me over mijn desinteresse heen en las het.

In Judas laat Astrid Holleeder zien hoe haar broer Willem zijn misdaden plant en uitvoert en wat voor impact dit heeft op de wereld om hem heen. Het boek begint met zijn vrijlating in 2012 en de verbijstering die Astrid voelt als ze ontdekt dat het publiek hem omarmt alsof hij een beroemdheid is. Zijn optredens in de media maken van hem een ‘knuffelcrimineel’ en dat imago staat in scherp contract met de tiran die de man voor zijn omgeving is.

Vandaar uit gaat het boek verder, we lezen hoe zij zich stap voor stap los maakt van Willem omdat ze geen moment rust kent, zich altijd bedreigd voelt en haar leven – en dat van zus Sonja – 24 uur per dag gedicteerd wordt door wat Willem eist. Ze fungeert als klankbord, vertrouwenspersoon, raadgever en bemiddelaar en nee zeggen is er niet bij vanwege de dreigende gevolgen. Uiteindelijk leggen Astrid, Sonja en Sandra Klepper, de ex-vriendin van Willem, in het geheim verklaringen af bij de politie over de betrokkenheid van Willem bij  5 onderwereldmoorden, omdat ze niet langer hun leven willen leven op de manier zoals dat gaat in de buurt van Willem.

Die stap is enorm en met mogelijk grote gevolgen. In het diepste geheim voert Astrid gesprekken met mensen bij de politie, voortdurend bang dat Willem erachter komt omdat hij mollen bij de politie zegt te hebben.  Dit alles wordt afgewisseld met veel herinneringen aan hun gezamenlijke jeugd in de Jordaan, waarbij al snel duidelijk wordt dat de vader van het gezin een alcoholist was en ook een tiran.

De aanvankelijke verbondenheid en kameraadschap tussen de kinderen van het gezin, wordt langzaam in de kiem gesmoord door het steeds meer criminele en agressieve gedrag van broer Willem. Als Willem en zijn vriend Cor van Hout – later door hem vermoord- , biermagnaat Heineken en zijn chauffeur Doderer ontvoeren is de wereld daarna definitief anders.  Niet alleen voor de ontvoerders Willem en Cor of natuurlijk de slachtoffers maar vooral ook voor hun omgeving. Zoals Astrid schrijft, zij heeft niemand ontvoerd, maar door de naam Holleeder kleeft er een smet aan haar die nooit meer weg gaat en alles heeft beïnvloed, van relaties en keuzes tot mogelijkheden op het gebied van werk. Het voelt als een gijzeling en dat gevoel en de bijbehorende angst escaleert na de moord op Cor van Hout. De twee zussen zijn bang de volgende te zijn op de zwarte lijst van Willem.

Ik vond het een indrukwekkend boek. Geen makkelijk leesbaar boek. Het is bij vlagen erg rommelig en nogal van de hak op de tak. Ik vind het niet goed geschreven, Astrid heeft weliswaar een heftig verhaal te vertellen maar schrijven is duidelijk niet haar vak. Het is onbegrijpelijk dat de uitgeverij hier niet een ervaren redacteur of coauteur op heeft gezet die had kunnen helpen de tekst leesbaarder te maken. Want ik stel me voor dat best veel mensen zijn afgehaakt tijdens het lezen en dat is zonde, ze heeft echt wel iets te vertellen.

Ik denk wel dat het leven in zijn omgeving ook zo was, rommelig en van de hak op de tak en dat illustreert het wel goed. Er komt een enorme hoeveelheid namen voorbij en fragmenten uit stiekem opgenomen gesprekken tussen Willem en Astrid ‘wie wie heeft gedaan en waarom’ en omdat ik meestal de nieuwsberichten in de krant daarover heb genegeerd vond ik het soms bij vlagen niet te volgen.

Het boek is wel een geweldige illustratie hoe een chronische manipulator het leven van zijn omgeving verziekt door het uitoefenen van een constante terreur. Elk probleem weet hij zo te verdraaien dat het vooral het probleem van de ander wordt. Zo heeft Willem geld nodig en denkt hij dat zus Sonja over veel geld beschikt. Haar geld is in zijn beleving geld waar hij recht op heeft. Dat zij hem dat geld niet zomaar uit vrije wil geeft, is een belediging van Sonja aan hem en met gevolgen. Zij ontzegt hem dat geld! Zus Astrid wordt door hem telkens weer op pad gestuurd om dreigementen aan Sonja over te brengen, die steeds banger wordt omdat ze voor haar leven vreest.

Astrid Holleeder vind ik een dappere vrouw en ik vind het onvoorstelbaar wat zij heeft bereikt ondanks haar broer. Ze heeft jaren gewerkt als strafrechtadvocaat maar kan haar beroep niet meer uitoefenen nu bekend is geworden dat zij met de politie heeft gepraat.  Deze vrouw vreest voor haar leven maar komt daar toch mee naar buiten. Om met hem af te rekenen wellicht, om de wereld duidelijk te maken wat voor psychopaat hij is en als testament zoals zij zelf zegt, omdat zij ervan uit gaat niet lang meer te leven.

Ik hoop voor haar dat ze 100 jaar wordt en met de opbrengst van dit boek (al meer dan 385.000 exemplaren verkocht) ergens riant en veilig mag gaan leven zonder tiran die dicteert wat mag en niet mag.

Judas. Een familiekroniek

  • auteur: Astrid Holleeder
  • Uitgeverij Lebowski
  • 576 pagina’s
  • ISBN  9789048825028
  • ook verkrijgbaar als e-boek

 

 

Lezen: IJstweeling

ijstweelingNa een paar slechte leeservaringen achter elkaar, dacht ik even dat het niet meer ging lukken, lezen. Nou ja, overdrijven is ook een vak maar ik had serieus in een paar weken tijd  regelmatig dat ik in een boek begon en dat het echt niets bleek te zijn. Niets voor mij, wegens te ingewikkeld, langdradig, overdaad aan details, slechte dialogen, harkerige hoofdpersonen, ongeloofwaardige plots, bla bla.

Tot ik IJstweeling in handen kreeg. Een fascinerend boek over het stel Angus en Sarah Moorcroft dat worstelt met de dood van hun dochter, die deel was van een identieke tweeling.  Vanwege een grote behoefte aan een frisse start wordt de overgebleven dochter Kirstie onder de arm genomen en ze verhuizen vanuit Londen naar een bijna onbewoonbaar huis op een slecht te bereiken eilandje voor de Schotse kust.

Het ongeluk blijft ze achtervolgen want Kirstie gedraagt zich steeds eigenaardiger en beweert dat zij Lydia is, de overleden dochter. Is dit omdat de tweeling zo’n hechte band had of is er een beoordelingsfout gemaakt op de dag dat Lydia overleed?

Meer vertel ik niet, want de clou verklappen doe ik natuurlijk niet. Maar het is wel echt een aanrader, een heerlijke psychologische thriller die je voortdurend op hrt verkeerde been zet. Eenmaal begonnen kon ik niet meer stoppen met lezen. Goed geschreven, spannend, lekker duister, een geïsoleerd eiland met woest landschap, wat wil je als lezer nog meer.

Van de auteur S.K. Tremayne had ik nog nooit gehoord. Het schijnt volgens Wikipedia een pseudoniem te zijn van auteur en journalist Sean Thomas die eerder onder de naam Tom Knox ook thrillers publiceerde maar zelf niet duidelijkheid verstrekt of hij het boek heeft geschreven of niet.  Ach, wat maakt het uit. Onder de naam S.K. Tremayne verscheen ook een ander boek, Vuurkind, en dat heb ik natuurlijk meteen bij de bieb gereserveerd. Echt een aanrader als je net als ik van psychologische thrillers houd.

IJstweeling:

  • auteur: S.K. Tremayne
  • Uitgeverij Prometheus  
  • 349 pagina’s
  • ISBN 9789044631869
  • ook verkrijgbaar als e-boek

 

 

Boeken die je niet moet lezen. En welke juist wel. Zonder enige nuance en vrij dwingend gebracht.

Afgelopen week was het hier stil. De viering van de verjaardag van S. vorige weekend hakte er behoorlijk in, ondanks alles héél gedoseerd voorbereiden. Dat en een situatie in onze omgeving die wel wat van mijn aandacht en energie vraagt, maakte dat ik me heel rustig hield. Rustig als in bijna alle dagen tot een uur of 12 in bed liggen, héél rustig opstarten, geen energie verbruiken aan plannen zoals ‘ik ga nu even wandelen of de stad in’. Wel zat ik heel veel in de tuin, zowel voor als achter, in de behoorlijk knallende zon. Helemaal omwikkeld met dekens en een boek op schoot, heb ik al redelijk vaak de opmerking van voorbijgangers gekregen dat ik stoer ben en een bikkel. Niets is minder waar. Als je je goed inpakt en een beetje uit de wind gaat zitten, is het gewoon heerlijk in de zon in deze tijd van het jaar.

Dat boek op schoot, dat wisselde nogal de laatste tijd. Ik heb een aantal missers achter de rug. Zoals ‘De Kronieken van Belgarion’ van David Eddings. Het is natuurlijk vloeken in de kerk gezien de vele fans (doorgewinterde lezers zoals mijn schoonvader of Ogma’s Tineke die deze schrijver van harte aan wisten te bevelen). Pas na het derde uitgelezen boek gaf ik aan mezelf toe dat ik het niet boeiend vond en niet verder wilde lezen (ik had er nog twee te gaan uit die serie). De karakters zijn erg statisch, het verhaal gaat tergend traag en ik vind de hoofdpersoon, de jongen Belgarion, een flapdrol. Zo.

Nu kende ik hele David Eddings niet, dus waren er ook geen hoog gespannen verwachtingen. Die had ik wel van de nieuwste van John Irving,  Avenue van de mysteriën. Halverwege het boek, toen het me opviel dat ik echt steeds minder lang ging lezen en ik behoorlijk in gromstand ging staan, moest ik erkennen dat ik er gewoon geen zak aan vind. Jammer! Ik vind een aantal boeken van Irving helemaal geweldig, zoals ‘Hotel New Hampshire’, ‘Garp’, ‘The Cider House Rules’ en ‘Twisted River’. Maar er zijn wat mij betreft even zoveel miskleunen, zoals ‘Weduwe voor een jaar’, ‘A prayer for Owen Meany’ en ‘The Fourth Hand’. Nu had ik natuurlijk deze titels óf alleen in het Nederlands moeten opnoemen óf alleen in het Engels, bedenk ik me maar dat deed ik dus niet en ik ga het ook niet veranderen. Ik ben tegenwoordig een beetje obstinaat en opstandig.

Snel verder met andere boeken. Bij de kringloop kocht ik drie titels. ‘Dood aan de Arno’, een makkelijk te lezen thriller van  Christobel Kent, waarvan ik volgens mij ooit een verfilming heb gezien. Ik kon me niet meer het boek herinneren maar de verhaallijn wel inclusief allerlei beelden in mijn hoofd. Een fijn boek, dat zich afspeelt in Florence en waarbij een vermeende zelfmoord en een verdwenen studente aanleiding zijn voor een uitgebreide zoektocht. Na dat tussendoortje stortte ik me op Marianne Frederikssons ‘Het raadsel van de liefde’. Nou, als je van boeken houdt met alleen maar dialoog, dan moet je dát vooral gaan lezen. Het gaat over een man en vrouw die lijnrecht tegenover elkaar staan wat levensopvattingen betreft maar wel een liefdesrelatie krijgen. De vrouw benadert alles vanuit de intuïtie en de man vanuit de wetenschap.  En dat leidt tot een hoop verbale ellende.

Afijn, een boek dat me weinig aansprak. Ik las door tot ik aankwam bij pagina 182:
Uiteindelijk zei Angelika: ‘We weten van elkaar hoe onze jeugd was. De liefde heeft ons getroffen als een bevrijding.’
‘Daar geloof ik niet in’ zei Jan. ‘Wel dat ze ons getroffen heeft, maar dan als een wonder. Ze heeft geen oorzaak, geen aanleiding, geen doel. De liefde is veel groter, zoals de dominee zei…’

Klaar! Boek dicht. Hier kan ik niets mee. Wel heel jammer want deze auteur schreef een aantal boeken die ik heb verslonden, zoals ‘De Nachtwandelaar’ of ‘Simon’ of het wereldberoemde ‘Anna, Hanna en Johanna’.

Maar zonder dralen dan nu naar het derde bij de kringloop gekochte boek, ‘Het kasteel der fluisteringen’ van Carole Martinez. Een weinig opwekkend verhaal over een meisje van hoge komaf dat zich in het 12-eeuwse Frankrijk laat inmetselen. Een blijkbaar bekend fenomeen uit die tijd en voor vrouwen een middel om aan het huwelijk te ontsnappen. Vrouwen hadden natuurlijk weinig te vertellen in die tijd maar naar een goddelijke roeping werd wél geluisterd. Dat inmetselen kwam er op neer dat je levend werd begraven in een cel, een kleine leefruimte. Na je eigen ‘begrafenis’ werd je naar die ruimte begeleid die vervolgens werd dicht gemetseld met openlating van een heel kleine ruimte waar wat voedsel en drinken doorheen werd geschoven. Sommige van deze vrouwen hadden ook een gelofte om niet te spreken, anderen hielden ‘ontvangst’, zo ook de ingemetselde dame uit dit boek die al snel doelwit van pelgrims wordt die menen dat zij wonderen kan verrichten

Een prachtig verhaal vol hallucinaties, middeleeuwse ellende, kruistochten, gevaar, hoofse liefde en liederen en dat alles op die halve vierkante meter leefruimte waar de dame in kwestie over beschikt. Niet heel eenvoudig te lezen maar wel heel interessant en ook wel vermakelijk. En mooi vanwege de tegendraadsheid, door haar leefruimte tot een minimum te beperken krijgt zij uiteindelijk heel veel invloed op de mensen in haar wijde omgeving. Nou ja, lezen dus als het onderwerp je triggert en je van historische romans houdt.

Nog een paar bladzijden en dan is dat uit en kan ik me op het volgende boek storten dat al bijna 2 weken op me ligt te wachten: ‘De boekendief’! Hoe dat bevalt, horen jullie binnenkort. Ga ik nu snel weer verder lezen.

Altijd een boek bij de hand

Zodra ik doorhad dat letters woorden vormen en woorden zinnen worden en die zinnen een verhaal vertellen, was ik verslaafd aan lezen. Als ik vroeger met mijn ouders en zus op vakantie ging met onze eend waarmee we tot ver in Zuid-Frankrijk reden, dan werd die niet alleen volgestouwd met kleding, zwemspullen en een gigantische bungalowtent, maar ook met boeken, véél boeken. En dan was het een drama als ik op de heenreis alle boeken al had gelezen en de vakantie nog moest beginnen. Want wat anders te doen? Soms begon ik van pure ellende maar overnieuw met de zojuist gelezen boeken en als dat klaar was ging ik dan maar boeken herschrijven, met name die boeken waarvan het einde me niet zinde.

Die liefde voor lezen is altijd gebleven. Ons huis stond voor het e-booktijdperk vol met boeken. Wanden vol, in bijna alle kamers. Gaandeweg begon me dat aan te vliegen en ruimde ik op, maar het lezen bleef.

Toen ik ziek werd, was het even schrikken. Niet alleen lukte lezen niet meer goed – ik kon me een tijd lang niet meer concentreren op een verhaal langer dan een alinea (en nog steeds moet een boek niet te veel visuele beschrijvingen hebben want dan raak ik de draad kwijt) maar ik had ook niet meer het geld om boeken te blijven kopen in het tempo waarmee ik dat altijd had gedaan. De oplossing was natuurlijk een bibliotheeklidmaatschap. Alleen had ik in de jaren dat ik voornamelijk plat lag niet altijd de energie om naar de bieb toe te gaan. Dus haalde mijn moeder twee keer per maand een stapeltje boeken voor me. En daar zat dan jammer genoeg regelmatig iets tussen wat ik al had gelezen. Wat had ik het toen fijn gevonden om een e-reader te hebben. Maar die kwam pas veel later in mijn leven.

Vorig jaar rond deze tijd besloot ik een e-reader te kopen, een voor M. en een voor mij. Ik was wel klaar met de volle boodschappentassen volgepropt met boeken die mee moesten op vakantie (ik weet het, sorry, een luxe probleem) en genoot van die 2 kleine e-readers die helemaal geen ruimte innamen.

Via de bibliotheek kun je makkelijk e-boeken lenen, alleen ik vind het zoeksysteem wat onoverzichtelijk. Illegaal downloaden vind ik niet fijn en e-boeken kopen tikt al snel aan. Waar bleven nou toch die aanbieders die hier wat aan gingen doen, vroeg ik me af. Toen ik in augustus vorig jaar in De Volkskrant over de e-bookclub Elly’s Choice las, meldde ik me dus meteen aan.

Deze e-book club biedt een abonnement aan waarbij je elke maand 10 boeken kunt downloaden, die in jouw bezit komen. De keuze wordt door de club gemaakt. Het aanbod varieert van literatuur tot misdaadthrillers en chicklit. Elke maand zijn de 10 aangeboden boeken een combinatie van oud en nieuw. Dus naast bekende namen en romans, komt er ook veel nieuw talent aan bod.

Ik ben nu sinds september lid, lang genoeg om me een mening te vormen. Mijn grootste angst was dat ik het vervelend zou vinden dat een ander bepaalt wat ik ga lezen. Die angst bleek ongegrond. Ik lees nu regelmatig boeken van auteurs die ik zelf nooit zou kopen of in de bieb zou lenen. Ik las altijd weinig Nederlandse literatuur, was meer op het buitenland gericht en merk nu dat ik me graag laat verrassen door namen die ik niet kende. Ik heb auteurs leren kennen van wie ik het werk met heel veel plezier lees, zoals het prachtig ‘De viool van mijn moeder’ van Yvonne van de Berg of ‘Elke dag een druppel gif’ van Wilma Geldof, beide auteurs zaten in het aprilaanbod en gaan allebei over de tweede Wereldoorlog, bezien vanuit kinderen en kleinkinderen die in een NSB-gezin opgroeiden. Heel aangrijpend.

Omdat ik veel lees, zitten er natuurlijk soms wel boeken tussen het maandaanbod die ik al lang heb gelezen. Elke maand zijn dat er misschien 2 of 3, maar soms heb ik geluk en is alles nieuw voor mij, zoals het aanbod van deze maand.

Wat voor mij echt niet hoeft is de chicklit. Trekt me niet, vind ik niets en mag van mij worden overgeslagen. Zo zaten er in de beginmaanden wel eens boeken van Sophie Kinsella, echt prut vind ik dat. En met een boek over Mindfull afvallen wat één keer tussen het aanbod zat, maak je me ook niet blij. De mensen die de selectie maken hebben rekening te houden met veel smaken, dus proberen ze van alles wat aan te bieden, dat begrijp ik wel. Ik kan me zo voorstellen dat ze gaandeweg thema’s gaan aanbieden. Net als dat je bij een tv zender kunt kiezen uit een misdaadzender, kookprogramma’s of een geschiedeniskanaal, zou ik als ik Elly was verschillende abonnementen aan gaan bieden. Dan meld ik me bij deze meteen aan voor het abonnement misdaad & thrillers en literatuur en daar betaal ik dan graag het dubbele voor (als Elly mee leest….).

Een nadeel vind ik dat je niet al te lang moet wachten de boeken te downloaden die je wil gaan lezen, het aanbod blijft niet eeuwig staan. Toen ik een tijdje geleden iets wilde downloaden uit het aanbod van de beginmaanden, zag ik dat ik daar niet meer bij kan. Je mag elk boek 3 keer downloaden maar het is dus wel zaak dat niet uit te stellen. Ik zet tegenwoordig de boeken die ik wil gaan lezen meteen nadat ze beschikbaar komen op een USB-stick. Dat is altijd de 1e van de maand en daar word je per mail over geïnformeerd.

Buiten het normale aanbod, komen er ook regelmatig aanbiedingen langs van e-boeken die tijdelijk met 50 % korting verkrijgbaar zijn en niet in het reguliere aanbod zitten. Bijvoorbeeld de nieuwste roman van Charles Lewinsky, dat deze maand met 50% korting kan worden aangeschaft, iets wat ik absoluut ga doen als Lewinskyfan

Al met al ben ik heel tevreden. Ik lees de ene week meer dan de andere week maar meestal kom ik goed uit met het aanbod. Ik grijp eigenlijk nooit meer mis, er zijn altijd boeken op voorraad zonder dat ik daarvoor de deur uit hoef. Dat geeft mij als lettervreter een heerlijk rustig gevoel. En voor de prijs hoef ik het niet te laten. Voor 10 boeken per maand betaal je € 2,99. Dit betaal je 1 keer per jaar vooruit. 

Meer weten? Elly’s Choice

De omgekeerde werkweek

Het nieuwe boek van Gerhard Hormann viel op de deurmat en ik haalde het uit de envelop. ‘De omgekeerde werkweek, 2 dagen werken, 5 dagen weekend, kan dat dan?’ vroeg kind aan mij toen hij het omslag las. ‘Dat kan toch niet in alle beroepen?’ Kind heeft sinds een paar weken zijn persoonlijke levensmissie ontdekt, hij wil ijsmaker worden met een eigen ijssalon. Hij voorziet dat hij met 2 dagen werken niet voldoende gaat verdienen.

Zelf heb ik in de jaren voordat ik ziek werd parttime gewerkt, om daarnaast voor kind te zorgen en een opleiding te volgen. Dat ging me niet goed af omdat er weliswaar parttimer op mijn arbeidscontract stond, de praktijk leerde dat ook van een parttimer werd verwacht dat er op vrije dagen de mail werd gelezen en beantwoord. Mijn omgekeerde werkweek bleek vooral een propvolle week te zijn waarin ik me voor minder geld dan voorheen een slag in de rondte werkte en alle ballen tegelijk in de lucht probeerde te houden. Dat lukte niet en daar betaal ik nog steeds een prijs voor.

Zie hier, meteen al praktische bezwaren bij het idee van 2 dagen werken en 5 dagen weekend. Toch meende Gerhard Hormann er een boek over te moeten schrijven en dat is maar goed ook. In De omgekeerde werkweek. Werken wordt nooit meer zoals het was onderzoekt Hormann het concept werken. Want werk en hoe we dat invullen, is nogal veranderd. Hadden we vroeger een baan voor het leven, nu hoppen we van project naar project maar al te vaak bij wisselende bedrijven. Steeds meer mensen verhuren zichzelf noodgedwongen in plaats van dat ze een vast contract krijgen aangeboden. Een opleiding is niet meer iets dat garant staat voor keuzevrijheid in de beroepswereld want ontwikkelingen gaan snel en banen verdwijnen. Werknemers moeten zich steeds vaker laten omscholen en vooral: kunnen meeveren.

De samenleving verandert zo drastisch en de zorg wordt zo uitgehold dat er ook hier een steeds veranderend beroep op ons wordt gedaan. Ook al ben je misschien niet behept met enige vaardigheid op het gebied van zorg, toch verwacht de overheid dat je die zorg verleent aan je buurman, je moeder, je tante. Diezelfde overheid die ook van iedereen die kán werken fulltime inzetbaarheid verwacht om daarna ‘lekker te gaan consumeren’. Want dat is goed voor de economie.

Het is te veel van alles, we moeten te veel werken, we kopen te veel spullen, we hebben te veel lasten, we hebben te veel verplichtingen en we moeten onszelf dus veranderen in inktvissen met tentakels die alle kanten opgaan. Dat moeten we lang volhouden want we moeten langer doorwerken en het liefst wel gezond blijven. Want ziek zijn kost de overheid geld, dat willen we niet. O, ja, we moeten ook gelukkig zijn, want we moeten er het beste uit slepen. Hoe en wanneer we dat dan moeten doen in de spaarzame vrije tijd, dat weten we alleen niet.

Hormann schreef al vaker dat wat goed voor de economie is, helemaal niet goed voor jou hoeft te zijn en dat het goed is dat voor ogen te houden. Meer en langer werken is wat de overheid wil, maar wil jij dat ook? Waarom werken we? Zouden we ook blijven werken als we voldoende geld op de bank hadden staan? Veel mensen vinden werk leuk, héél leuk, omdat ze van ‘uitdagingen houden’. Alleen is voor sommige fulltimers de uitdaging van op vakantie gaan met hun partner een uitdaging die te groot is, de partner is een vreemde geworden. Sommige fulltimers willen bovendien eigenlijk wel dolgraag parttime werken maar zien niet in hoe, of het mag niet van de baas, of het kan niet vanwege de hypotheeklasten. Anderen kijken werkloos toe vanaf de zijlijn en maken zich ook zorgen, vanwege de hypotheeklasten. En sommigen eindigen schuddend met een burn out op de bank of worden chronisch ziek, maken zich ook zorgen over de hypotheeklasten en komen nooit meer aan het werk. Die lasten zijn dus voor iedereen een ding, dat staat.

Zo bezien is dit boek geen makkelijk boek want het staat vol met ongemakkelijke anekdotes en feiten. Het concept werken en de balans tussen werk en privé is iets waar Hormann al eerder over schreef. Motiveerde hij ons met zijn boek Hypotheekvrij om onze hypotheek versneld af te lossen, in zijn boek Helemaal Vrij ging hij uitgebreid in op de ratrace en hoe je door te downsizen daaraan kunt ontsnappen. Zijn voorlaatste boek Het Nieuwe Nietsdoen was een pleidooi voor een versimpeling van het leven. Door af te lossen en te downsizen ontdekte Hormann wat er voor hem echt toedeed in het leven en ontdeed hij zich van steeds meer ballast.

In De omgekeerde werkweek verbindt hij werken en de balans tussen werk en privé met elkaar door het concept van een kortere werkweek te onderzoeken. Als we dan met zijn allen langer moeten doorwerken, dan moeten we dat wel doen op een manier die we kunnen volhouden. Maar hoe doe je dat dan, je werkweek omgooien? Wellicht als je een simpeler leven omarmt dat de omgekeerde werkweek dichterbij komt als mogelijkheid. Maar niet vanzelf want de samenleving is daar nog niet op ingericht, de overheid moedigt juist meer werken aan.

Veel zaken die nu door de overheid worden aangemoedigd als zaligmakend (fulltime werken, meer participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt) kun je wellicht ook anders bekijken. Fulltime werken leidt ook tot meer stress en ziekte (kost geld) en wellicht spanningen thuis. Zou je het ook kunnen omdraaien? Is tomeloze ambitie in sommige gevallen eigenlijk angst voor nietsdoen? Is een pensioengat echt wel een pensioengat of vermaken die bejaarden zich prima? (Wel hoor als ik zo kijk naar mijn schoonouders die lekker reizen en volop leuke dingen doen.)

Zou minder werken ook niet veel voordelen kunnen hebben? Mensen reizen minder, dat is beter voor het milieu. Minder werken betekent minder stress, meer vrije tijd, meer tijd om leuke dingen te doen. Ook meer tijd om te zorgen voor je omgeving, of dat nu je kind is of je moeder. Als iedereen minder werkt, kunnen de banen beter worden verdeeld in plaats van dat nu – even gechargeerd gezegd – de ene helft van Nederland werkt en bijna overspannen is en de andere helft werkloos is en opgejaagd wordt om te solliciteren naar banen die er niet zijn. Bovendien kan het ook zo zijn dat de behoefte aan veel kopen en te dure vakanties minder wordt als je het leven zo inricht, dat werken iets wordt waar je naar uitkijkt omdat je de rest van de tijd al vakantie hebt.

Omdat een omgekeerde werkweek nog een utopie is, zal de lezer vooral zelf aan de slag moeten. Dat is soms best moeilijk. Hormann biedt geen kant en klare oplossingen want de vragen moet je vooral zelf stellen: wat vind jij belangrijk? Hij helpt je daarbij wel een handje door te vertellen hoe dat proces bij hem verliep. Hij gaat hierbij regelmatig met de billen bloot en laat zien dat een leven (samen met je partner) anders inrichten niet zonder slag of stoot gaat. Want het leven versimpelen betekent ook minder inkomen. Daar moet een partner het maar net mee eens zijn. Of zoals Hormann schrijft: ‘Ik ben de mijnwerker die op tijd aan een ramp is ontsnapt, die geniet van elke teug zuurstof en die dankbaar naar de hemel boven zijn hoofd kijkt. Zij is de vrouw van de mijnwerker die voortaan boodschappen moet doen met een halfleeg loonzakje.’

Als het idee van een omgekeerde werkweek aanspreekt is het handig om alles om te keren, je ideeën over dat wat je nodig denkt te hebben. De meeste mensen zullen beamen dat ze wel minder willen gaan werken maar dat ze dat niet kunnen, meestal omdat ze financieel klem zitten. Dat is een gevolg van hoe ze hun leven hebben ingericht. Wat nu als dat ook eens wordt omgedraaid? Als niet het bedrag op de loonstrook bepaalt wat je doet met je geld maar je behoeften. Wat heb je echt nodig? En hoe hard ben jij bereid daarvoor te werken of, zoals Gerhard het noemt, je kostbare vrije tijd te ruilen voor geld?

Hormann ontdekte door het aflossen van zijn hypotheek dat downsizen helemaal geen drama is. Integendeel, door veel geld niet meer uit te geven en het wel uit te geven aan dat wat echt nodig is en plezier oplevert, kwam er ruimte. Die ruimte werd bovendien steeds groter omdat lasten minder werden door aflossingen. Zo leeft hij dan nu een leven dat hij een paar jaar geleden voor niet mogelijk had gehouden. Hij schrijft elke winter een boek, brengt de zomer lezend door en werkt net voldoende om de lasten te betalen, een inkomen voor lief nemend dat stukken minder is voorheen. Net als de stress en de verplichtingen, die zijn ook een stuk minder dan voorheen.

Ik vind het een inspirerend boek dat aanleiding geeft tot opnieuw kijken naar je leven, lange keukentafelgesprekken met je partner en vooral dromen waarmaken voordat het te laat is. Natuurlijk zijn er voor veel mensen (financiële) bezwaren. Maar, zoals Hormann ons voorhoudt, vergeet niet dat de huidige manier van werken ook maar het gevolg van afspraken is. Die afspraken zijn niet in beton gegoten en bovendien nog niet eens zo oud.  Houd daarbij vooral in het achterhoofd dat lekker lang doorwerken – zoals de overheid wil dat we doen – voor veel mensen niet mogelijk is omdat ze voor die tijd al een chronische aandoening hebben opgelopen. Willen we echt gezond 100 jaar worden, dan moeten we ons leven daarop inrichten.

Hoe je die werkweek uiteindelijk inricht is aan jou. Je kunt het langzaam afbouwen zodat je bijvoorbeeld van je veertigste/vijftigste 2 dagen werkt en 5 dagen weekend hebt. Of je werkt elk jaar 9 maanden en gaat de resterende 3 maanden reizen of je (moes)tuin harken. Óf je begint een ijssalon en gaat in de winter naar de zon toe. Ook mijn kind kan zo beschouwd straks een omgekeerde werkweek hebben met zijn ijssalon.

Voor iedereen die de krant leest en probeert te begrijpen wat daar staat over economie, werk en samenleving. Voor iedereen die zich opwindt over de prestatiemaatschappij die wel erg gierend uit de bocht vliegt. En natuurlijk voor iedereen die zijn voorgaande boeken ook inspirerend vond.

Gerhard wens ik weer een goede zomer toe met veel korte broekenweer en fijne boeken die hem weer inspiratie voor een volgend boek opleveren, ik kijk er nu al naar uit.

De omgekeerde werkweek. Werken wordt nooit meer zoals het was
Gerhard Hormann
ISBN 9789089755407 / € 14,95

Recensie: Herziene editie ‘Consuminderen met kinderen’

Toen ik zwanger was van S. werd ik wat overweldigd door alle vragen die mensen voortdurend aan me stelden. Verwacht werd dat ik als aanstaande moeder overal een mening over had en overal over had nagedacht. Ga je borstvoeding geven, gaan jullie nu snel verhuizen, blijf je werken, hoe denk je over potjes-eten? Bladibla. Ik vond het nogal heftig, weinig gebeurtenissen wekken zoveel bemoeizucht en aandacht van de omgeving op als het krijgen van een kind.

Wij woonden in een piepklein huisje, een huiskamer, een slaapkamer en een keuken. Drang om te verhuizen hadden we niet meteen, eerst maar eens het kind eruit persen en dan zagen we wel verder. Dat heeft ons veel geld bespaard. Wij hoefden geen kinderkamer in te richten want die hadden we niet. En marketing en reclame was niet aan ons besteed. Voor mij geen ‘Blije doos’, alleen de naam al zeg.

Ik was op dat moment zo’n beetje de laatste in mijn omgeving, die een kind kreeg – dát ik überhaupt een kind kreeg was denk ik voor iedereen en voor mij nog het meest, een enorme verrassing. Zo kon ik meteen dankbaar alle oude meuk van anderen in ontvangst nemen. Zonder enige moeite te doen – behalve aan te kondigen dat we een kind kregen – stroomden de wiegen, stoeltjes, draagdoeken, zwangerschapskleding, babykleding, speelgoed, lapjes/doekjes/frustsels als vanzelf naar ons toe. Ons piekpleine huisje stond in no time vol met onmisbare gekregen spullen.

Dat het ook anders kon zag ik bij sommige andere ouders. Die gaven een vermogen uit om alles in te richten/op te leuken/aan te kleden. Misschien scheelt het dat ik nooit een kinderwens heb gehad en dus ook nooit een fantasie over hoe het zou moeten zijn. Voor mij geen ideaal plaatje dat een godsvermogen kostte.

Evengoed kocht ik toen S. een paar jaar oud was Consuminderen met kinderen van Marieke Henselmans in de toen derde herziene druk, dit boek was haar debuut. Ik kon wel wat advies gebruiken over hoe je een kind opvoedt en grootbrengt zonder dat je portemonnee leegloopt, want die kans is toch groot merkte ik al snel. Een geweldig boek, niet alleen vanwege de vele bespaartips maar vooral ook door de nuchtere toon. Een heerlijke tegenhanger van al dat hysterische gedoe dat kinderen maar continu van event naar event moeten worden gesleept en op hun 8e dus al overal geweest zijn en nergens meer mee zijn blij te maken.

Het boek is hier door de jaren heen regelmatig opgepakt. Het blijft boeien en het blijft leerzaam, al zou het alleen maar zijn om mezelf af en toe bij de les te houden. Ik ben blijkbaar niet de enige die dat vindt, want onlangs verscheen er een nieuwe weer compleet herziene en feestelijke uitgave van het boek, nu als onderdeel van de Genoeg-reeks, een serie boeken die en nu citeer ik even van de flap:  ‘net als het tijdschrift Genoeg gaat over rijk leven met weinig, eerlijk delen, kritisch kiezen, vrolijk besparen en zelf maken.

Een aankondiging van het boek met een uitnodiging voor een feestelijke presentatie zat in mijn mail. Omdat ik andere prioriteiten had (lees: geen energie had), vroeg ik aan Marieke of ze de nieuwe editie naar mij wilde sturen en deze viel een paar dagen later al op de deurmat.

Allereerst valt op dat ik de vormgeving mooier vind. Het boek ziet er prachtig uit, zowel van binnen als van buiten en dat de bladzijden bovenin zijn afgerond en geen scherpe hoekjes hebben vind ik heel erg mooi. Leg je de twee boeken naast elkaar dan valt het bovendien op dat Marieke geen dag ouder lijkt geworden. Buiten het kapsel ziet ze er nog hetzelfde uit. Zuinig leven scheelt rimpels blijkbaar ;-).

Over naar de inhoud. Hoewel de oorspronkelijke ondertitel van het boek – in tijden van overvloed – is vervangen voor Wat geef je ze mee? is de essentie hetzelfde gebleven: het beste voor je kind hoeft niet het duurste te zijn en dat wordt verteld aan de hand van veel voorbeelden, tips, verhalen, humoristische anekdotes. Van zwangerschap, tot verjaardagen, uitjes, vakanties, voeding, het wordt allemaal behandeld.

Deze herziene feestuitgave is grondig aangepakt. Zo is er één en ander uitgebreid en toegevoegd, bijvoorbeeld mini-interviews met gezinnen, foto’s uit het familie-album van Marieke zelf en stukjes tekst geschreven door haar drie zoons van inmiddels 22, 25 en 28 over hoe zij terugkijken op hun consuminderjeugd en dat zijn, zoals zij zelf schrijft,  ‘zeker geen Noord-Koreaanse steunbetuigingen geworden’. Ook Marieke kijkt soms tussen de gewone tekst door terug op wat zij toen in 1999 schreef. Waar nodig is de oorspronkelijke tekst aangepast en gemoderniseerd. Zo zijn veel voorbeelden en verwijzingen geactualiseerd (Konininnedag is nu Koningsdag, namen van websites zijn toegevoegd, ik kwam zelfs een verwijzing naar mijn vorige blog Spaarcentje tegen) of aangepast, zoals bijvoorbeeld de tips voor uitjes die in de 3e druk één beperkte alinea krijgen en in deze herziening worden uitgesplitst in uitjes voor elk jaargetijde, wat heel handig is.

Wat vond ik van het boek, zo na lezing van deels bekende tekst en deels nieuwe of aangepaste tekst? Nog steeds heel inspirerend, ook al zit ik niet meer in de kleine kinderen en zijn veel zaken niet meer voor mij  van toepassing. Ik ben het niet altijd eens met Marieke.  Je kind van jongs af aan zelf gekookt eten voorzetten in plaats van potjes-voeding leidt echt niet altijd tot makkelijke eters, zo weet ik uit eigen ervaring. Die van mij kreeg/krijgt alleen maar vers/zelf gekookt en lust nog steeds weinig, vooral niet als het groente is en dus verdacht. Maar dat terzijde want verder vind ik het nog steeds een aanrader voor elke aanstaande ouder of ouder van jonge kinderen. De boodschap van Henselmans dat je duizenden euro’s kunt besparen klopt, is mijn ervaring. Daar moet je wel tijd en energie in investeren en als je niet weet hoe, dan is dit boek een geweldige houvast door de nuchtere toon gecombineerd met humor. Ik heb altijd na lezing van een boek van Marieke zin om ergens mijn tanden in te zetten, iets aan te pakken, zo aanstekelijk schrijft ze. Lezen dus deze feestuitgave als je het nog niet kende en die met zijn 192 pagina’s bijna 30 pagina’s dikker is geworden dan de laatste herziene versie!

alttekst nog niet aanwezig

Consuminderen met kinderen. Wat geef je ze mee?
ISBN 9789462500334 / €18,95