Koken met restjes: kerriewortelsoep met bleekselderij en prei

Een blik in de groentela levert een buit op die op het eerste gezicht wat deprimerend is. Een paar vergeten winterwortelen en prei, wat bijna verlepte stengels bleekselderij. Tijd voor soep!

Pas de hoeveelheden aan naar wat jij aantreft in de koelkast. Ik gebruikte:

  • 5 grote wortelen
  • 2 zoete aardappelen
  • 1 ui
  • 1 rode peper
  • 2 thl. kerriepoeder
  • 1 thl kurkuma
  • 1 thl. gemberpoeder
  • 1 thl gemalen koriander
  • 4 tenen knoflook
  • 1 stronk prei
  • 5 stengels bleekselderij
  • 1 liter kippenbouillon
  • wat olie

Maak alle groenten schoon & klein. De bleekselderij en de prei gaan later in de soep, dus leg die apart. Verwarm de olie in een pan. Doe de gesneden ui/ knoflook in de pan en bak even. Voeg dan de kruiden en de gesneden peper toe en bak nog even om en om. Gooi dan de wortel- en bataatblokjes erbij, giet de bouillon erbij en breng aan de kook. Laat koken tot de groenten zacht zijn en zet dan de staafmixer erop. Voeg evt nog wat bouillon toe als de soep te dik is.

Voeg dan de gesneden bleekselderij en prei toe en laat nog een minuut of tien koken. Maak af op smaak met peper, zout en verse koriander. Lekker en zo klaar!

Voor de broodnodige variatie kun je een deel van de bouillon vervangen voor kokosmelk. Als je heel dol wilt doen, doe je er ook nog wat restjes kippenvlees bij.

Advertenties

Glutenvrij/lactosevrij bakken: 1) bananenmuffins

Het hoe en waarom van glutenvrij en lactosevrij eten legde ik in de vorige blogpost uit. Zoals eerder beloofd, zal ik wat recepten plaatsen die glutenvrij en lactosevrij zijn. Wat kunnen jullie verwachten? Muffins en taarten op basis van kokosmeel of amandelmeel, pannenkoekjes van amandelmeel, pannenkoeken/wraps op basis van kokosmeel en tapioca, notenbrood, brood van teffmeel. En verder waar ik zin in heb. Ik zal in de titel telkens duidelijk zetten dat het een kookitem is, dus boeit het je totaal niet, kan je die post lekker overslaan. Nou, daar gaan we!

Zoete lekkernijen bakken met amandelmeel is hele makkelijk want van nature smaakt dit meel al heerlijk zoet. Amandelmeel an sich is glutenvrij maar ben je heel gevoelig dan raad ik je aan amandelmeel met het officiële glutenvrij logo te kopen. Dat is te koop bij reformwinkels en ook via internet. Ben je dat niet, dan kun je het in grotere hoeveelheden inslaan bij webshops als pit en pit of the body en fitshop. Probeer vooral eerst eens uit of het wat voor je is door eerst een kleiner zakje te kopen, met glutenvrij logo bij een biologische winkel of zonder bij een toko of Turkse winkel. Het is wel prijzig. Met glutenvrij logo betaal je bijvoorbeeld bij een glutenvrije webshop voor 500 gram 12 euro. Daar bak je misschien 3 keer van. Zonder logo is het ook best prijzig, ik betaal bij de Turkse winkel hier in Hoorn voor 200 gram € 4,29. Het loont dus echt de moeite om als je het verdraagt zonder logo in het groot in te kopen. Als ik het per 2,5 kilo inkoop, betaal ik € 19 per kilo. Het blijft dus een prijzige hobby om met amandelmeel te bakken. Voordeel is wel dat het vult als een tierelier, dus je eet er minder van.

Ik bak al jaren met amandelmeel, ook toen ik nog niet glutenvrij moest eten, gewoon omdat we het heel lekker vinden! Ik heb het dan ook al jaren voorgezet en iedereen schuift het naar binnen zonder dat ze het idee hebben dat ze ‘heel erg aangepast’ eten.

Met amandelmeel bakken is niet moeilijk. Je moet er wél rekening mee houden dat het sneller vochtig of wat zompig wordt. Gewoon meel zuigt beter vocht op. Als het resultaat te vochtig is naar je smaak, moet je óf de hoeveelheid vocht wat verminderen óf wat minder ei er door doen.
 
Als jij wel lactose verdraagt dan kun je de kokosolie in de recepten vervangen door een zelfde hoeveelheid roomboter.

Veel van wat ik bak is variatie op hetzelfde thema, zoals jullie zullen zien. Denk vooral in vervangingen, dat doe ik ook altijd. Dus geen dadels in huis maar wel vijgen? Gooi er vijgen door. Of rozijnen, of een scheutje honing. Ik bak zelf vrijwel nooit met suiker omdat ik al jaren suikervrij eet (ook nog, ben wel een zeikerd hè) en omdat ik inmiddels – op chocola na – helemaal ben afgekickt, is iets al snel heel zoet voor mij. Maar pas ook hierin de hoeveelheden aan naar je eigen smaak of voorkeur.

Succesnummer 1 in dit huis:
banananmuffins

Wat heb je nodig voor 12 muffins?

  • 3 rijpe bananen in stukken gesneden
  • 150 gram amandelmeel
  • 6 (gedroogde) dadels (zonder pit!)
  • 2 eieren
  • 2 el gesmolten kokosolie
  • snuf zout
  • 1 thl wijnsteenzuur bakpoeder
  • rasp van een halve biologische citroen (*)
  • optioneel: 1 theelepel vanillepoeder en/of 1 theelepel kaneelpoeder

(*) op niet biologische citroenen zit een waslaagje dat je niet naar binnen wil krijgen, dus kun je geen bio citroen vinden, dan sla je dat gewoon over. Maar ze zijn tegenwoordig zelfs al verkrijgbaar bij de Lidl.

Bereiding:
Verwarm de oven op 180 graden.
Week de dadels even in heet water als ze heel hard aanvoelen. Als je verse dadels gebruikt hoeft dat niet. Vergeet de pit er niet uit te halen!
Meng de droge ingrediënten: het amandelmeel, zout en het bakpoeder.
Smelt de kokosolie in een pannetje. Doe de eieren in een hoge kom, samen met de stukken banaan en de zacht geworden dadels. Zet de staafmixer erop. Giet de olie erbij, nog even mengen.
Voeg de droge ingrediënten toe en roer goed door. Meng als laatste het citroenrasp erdoor en evt. vanille/kaneelpoeder.

Verdeel het beslag over (ingevette) muffinvormpjes (*) en bak in het midden van de oven af. 30 minuten voor een heerlijk goudgeel resultaat.

(*) ik gebruik siliconen bakvormen, dat hoeft niet te worden ingevet.

Ik snij de afgekoelde muffins doormidden en besmeer ze met suikervrije jam van Dalfour. Dan gaan ze zo de vriezer in, tenminste wat er na het in mijn mond stoppen overblijft….

(dit recept werd eerder gepubliceerd op mijn kookblog Echt Eten, Puur Koken)

De maandagse bespaartip

Zoon is dol op yoghurtdranken. Hij drinkt geen melk, daar reageert hij niet goed op dus een glas yoghurtdrank, een bakje yoghurt of de plak kaas op brood is zo’n beetje het enige zuivel dat hij naar binnen krijgt. Nu vind ik de yoghurtdranken die te koop zijn niet echt geschikt. De goedkopere merken zitten vol troep en de duurdere merken zitten misschien wat minder vol met troep maar altijd nog vol met suikers of (nog erger in mijn ogen) lightstoffen. Er is een acceptabel biologisch merk beschikbaar, maar dat is ook erg zoet en nog altijd duurder dan zelf maken.

Want dat is heel simpel. Teunie heeft in haar boek een recept voor yohurtdrank geplaatst dat heel eenvoudig te maken is (en dat vast ook wel ergens op haar blog te vinden is). Mijn yoghurtdrank is daar een variant op, want ik maak een suikervrije drank.

Wat heb je nodig:
100 ml diksap in een smaak die je kind lekker vindt (diksap is ongezoet)
400 ml magere yoghurt
500 ml water
6 druppels stevia (*)

Doe alles in een maatbeker en roer door met een garde. Proef even of het zoet genoeg is voor de smaak van je kind en giet over in een literfles. Bewaar in de koelkast. Even schudden voor gebruik.
Heb je geen bezwaren tegen suiker, gebruik dan gewone limonade. Dat doe ik ook wel eens hoor, het is niet zo dat Zoon nooit iets met suiker krijgt.

Ik kan me zomaar voorstellen dat je met meerdere kinderen in huis en vriendjes/vriendinnetjes over de vloer, flink wat kunt besparen door dit zelf te maken. Ik doe het vooral om gezondheidsredenen. Nu weet ik precies wat er in zit!

Wat is Stevia?
Stevia is een plantaardige zoetstof gemaakt van Honingkruid en vele malen zoeter dan ‘gewone’ suiker zonder de bekende nadelen van suiker. Het bevat geen caloriën, is niet slecht voor je tanden en het zou zelfs geneeskrachtige eigenschappen bevatten. Of dat zo is weet ik niet maar het smaakt prima en bevalt goed.
Stevia mocht lange tijd niet worden verkocht als zoetstof maar sinds april 2010 is het toegestaan in alle landen van de Europese Unie. Het is verkrijgbaar in reform- en natuurwinkels en te koop in poedervorm, tabletjes en druppelextract. Ik gebruik altijd het extract. Als je wilt weten wat je er allemaal mee kunt doen, kijk dan eens voor meer steviarecepten op Spaarcentje kookt

Pestoperikelen

Toen wij vorig jaar onderweg naar ons vakantieadres waren in Frankrijk, hadden wij een rust-stop van 2 dagen bij een Nederlands echtpaar dat een paar jaar geleden een Chambre d’Hote in Frankrijk is begonnen. Zij was een echte regelaar en ‘had de broek aan’ in huis, hij was een gevoelsmens, kunstenaar en levensgenieter. Vooral de man maakte een grote indruk op mij. Op de 2e dag van ons verblijf zat hij in de tuin, met een lekker biertje, een vijzel, een heleboel basilicum en een kannetje olijfolie. Op zijn dooie gemakkie maakte hij pesto, alsof hij de benaming slow food zelf had uitgevonden. Niet één maar 2 pesto’s maakte hij, beide afkomstig van basilicum die in de moestuin stond. De ene basilicum was Genuees, de andere weet ik even niet meer. Zijn doel van de dag was pesto van beide soorten basilicum maken en dat aan de gasten voorzetten en kijken of ze een verschil konden proeven. Van zo’n man kan ik veel leren. Wat een rust en wat een concentratie.
Pesto stond al lang op mijn verlanglijst om te maken. Op de één of andere manier kwam het er niet van. Maar ik ben er wel dol op. Een lik pesto door het eten doet wonderen maar ook brood besmeerd met pesto en tomaat is natuurlijk heerlijk. Pesto kun je overal kopen, het goedkoopste potje in de supermarkt kost € 0,89, daar kun je het eigenlijk niet zelf voor maken. De duurdere pesto’s zoals bijvoorbeeld die van Jamie Oliver kosten rond de € 2,80 en biologische Pesto kost rond de € 4 a € 5, en dat laatste vind ik behoorlijk prijzig.
Foodwatch richtte vorig jaar zijn pijlen op de pesto van Bertolli, en ook de Keuringsdienst van Waarde (Tv-programma) besteedde er een aflevering aan. Sindsdien koop ik niet meer gewone pesto in de supermarkt. Wat wordt verkocht als authentiek is één grote misleiding, een potje met andere ingrediënten dan beloofd. Het is niet netjes als je een minimum aan olijfolie toevoegt en voor de rest er een niet nader genoemde plantaardige olie in stopt en het toch authentiek noemt. In de pesto van Bertolli troffen de onderzoekers ook zetmeel, aardappelen, cashewnoten, melkeiwit, melkzuur en smaakstoffen aan.
De crux is precies wat Unilever in reactie op het aan de kaak stellen aan Foodwatch beschrijft:
De term ‘alla Genovese’ betekent echter dat de pesto is gebaseerd op het originele recept, maar is aangepast zodat het product langer houdbaar is in een keukenkastje, lang lekker blijft en ook na openen nog tot 14 dagen houdbaar is in de koelkast.
We willen iets lekker en authentieks over onze pasta maar het moet wel lang houdbaar blijven want dat is onze verwachting geworden. En daarom is het percentage ingrediënten dat niet in een authentieke pesto thuishoort meer dan 50 %, zo stelde Foodwatch. Maar het is niet realistisch meer te verwachten dat we geld neertellen voor pesto die authentiek is en lang houdbaar blijft. Dus stopt zelfs Jamie Oliver zonnebloemolie en aardappelzetmeel in zijn pesto.
Er zit niets anders op, zelf maken dus, wat een verschrikking ;-). Basilicum heb ik altijd in huis, olijfolie, knoflook en goede kaas ook. Alleen pijnboompitten niet. Ik vervang al jaren pijnboompitten voor zonnebloempitten, omdat zonnebloempitten eigenlijk net zo lekker zijn en véél goedkoper. En ook had ik geen Parmezaanse kaas in huis en gebruikte ik Pardanokaas (qua smaak te vergelijken met Parmezaan, maar officieel geen Parmezaan). Dus ik maakte  Spaarcentjes niet authentieke consuminderpesto, maar wél erg lekker! En vers! En met de vijzel handmatig gestampt. Maar dan zonder dat biertje erbij. 😉

Kikkererwtenburgers

Zoon is uit logeren bij Schoonouders en wij eten de koelkast en vriezer leeg. Vooral zaken die Zoon niet blieft kunnen door ons nu makkelijk naar binnen worden geschoven. Zo kwam ik gisteren in de vriezer kikkererwtenburgers tegen die ik een paar weken geleden maakte.

Kikkererwtenburgers dus, op een broodje met een plak kaas, sla en tomaat en wat saus er overheen (4 el yoghurt en 1 el pesto, de pesto moest op). Hartstikke lekker en een supergezond alternatief voor een broodje hamburger.
De kikkererwtenburger is wat droog, net als falafel. Het is dus echt het lekkerst tussen een broodje met saus erbij zodat het lekker zompig wordt.
Binnenkort ga ik experimenteren met groenteburgers. Ook op basis van kikkererwten maar dan verhoudingsgewijs meer groenten, zodat het smeuïger wordt en ook kan worden gegeten met bijvoorbeeld aardappelen of rijst en zonder een lading saus erover heen. Wordt vervolgd!
Het is best een werkje maar dan heb je ook wat:

Kikkererwtenburgers

Wat heb je nodig voor 10 burgers

350 gram kikkererwten
50 gram gare pompoenblokjes (te vervangen voor elke andere groente die je toevallig over hebt)
1 kleine ui
100 gram geraspte kaas
handje verse koriander
handje verse peterselie
3 thl korianderpoeder
3 thl komijn
1,5 thl bakpoeder
1 thl chilipoeder
1 thl kaneel
1 thl gedroogde munt (of klein handje verse munt indien voorradig)
2 tenen knoflook
1 el Olijfolie
2 el kikkererwtenmeel (of bloem)

Ook nodig: een keukenmachine

Voorbereiding:

·         Spoel de gedroogde kikkererwten af met water en week ze een nacht in een bak, royaal gevuld met water.
·         Na het weken spoel je de kikkererwten weer goed af met water en maak je ze droog. Dat gaat het makkelijkst als je daarvoor een schone theedoek gebruikt.
·         Zet alle kruiden klaar en zorg voor een grote schaal waar je de erwtensmurrie in kan doen en kan mengen met de kruiden.

Bereiding:

·         Doe de kikkererwten in de keukenmachine en pureer ze zo fijn mogelijk. Doe ze over in de schaal en meng alle gedroogde kruiden erdoor.
·         Pureer dan de ui, de groenten, kaas en de verse kruiden in de keukenmachine en voeg toe aan de gepureerde kikkererwten.
·         Meng alles goed door en voeg  als laatste een eetlepel olijfolie en 2 eetlepels kikkererwtenmeel toe.
·         Zet het deeg minimaal een half uur te rusten weg op een koele plek en vorm er daarna burgers van. Ik weeg ze af op de weegschaal en vorm burgers van ca. 100 gram. Druk het deeg goed aan tussen je handen, het voelt een beetje klef en plakkerig. Als het niet lukt om een burger te vormen, is je deeg misschien te droog en helpt het om wat olijfolie toe te voegen.
·         De genoemde hoeveelheid is voldoende voor 10 burgers. Is dat je teveel, dan kun je natuurlijk de hoeveelheden aanpassen. De burger kan ingevroren worden.

Bakken:

Verwarm wat olijfolie in een koekenpan en bak de burgers  in ongeveer 10 minuten goudbruin op niet te hoog vuur. Ik bak ze even om en om aan en dan doe ik het deksel op de pan om ze te laten garen.

Serveren met:

Een pitabroodje of gewoon op een bruin bolletje of boterham met wat sla en tomaat en een frisse saus. Tsatsiki smaakt er heerlijk bij maar je kunt ook natuurlijk een yoghurtknoflooksaus erbij geven of yoghurt met wat pesto erdoor gemengd.

Alternatieven:

Als je niet zo van pittig houdt, is de hoeveelheid gebruikte kruiden misschien wat te heftig voor je. Je kunt het natuurlijk kruiden naar eigen smaak. Wel is het zo dat kikkererwten zelf natuurlijk niet echt voor een smaakexplosie in je mond zorgen, dus er moet wel iets door heen.

Je hebt van die dagen…..

Kennen jullie dat, die dagen dat je aandacht heen en weer zwalkt als een dronken kanariepiet? Ik zeker. Of misschien herkennen jullie dat niet en heb ik het iets meer dan anderen. Schatje en Zoon hebben in ieder geval de grootste lol, om mij en met mij. Maakt niet uit.
Zo trok ik gisteren de koelkast open en zag dat de sla behoefte had aan kordaat optreden van mijn kant. De krop schreeuwde om in de mond te worden geschoven. Ik ben redelijk aanspreekbaar dus bedacht ik een maaltijd van rösti (op voorraad in de vriezer), gehaktballen (gehakt ook in de vriezer, ontdooien en ballen draaien) en sla.
Halverwege de middag ontdekte ik dat ik was vergeten het gehakt uit de vriezer te halen. Mmmm. Dan maar de door mij verfoeide magnetron gebruiken. Ingesteld en ontdooien maar. Alleen ontdooide het niet genoeg. Dus opnieuw ingesteld. En toen was het te ver ontdooid. Grrrr. Zit je daar met een klomp gehakt, half ontdooid, half gaar. Niet de materie voor de perfecte gehaktbal zeg maar.
Rul bakken en niemand die het ziet of weet. Maar hoe moet het dan met de rösti? Ik heb nog een witte kool, dus daar hakken we een stuk af en snijden het fijn. Hup in de pan bij het gehakt. Sodeju, ik heb een creatieve aanval. 3 kwartier later komt er een heerlijke ovenschotel uit de oven, bedekt met een laagje krokante rösti. Het gevoel van triomf duurt voort totdat ik de sla zie liggen, zielig en vergeten, beetje verlept.
Ach, de koelkast is als een intensive care voor bijna opgegeven patiënten. 24 uur in de koeling en deze sla kan morgen gegeten worden, alweer, als ik het niet vergeet.
Witte kool uit de oven
3 personen
300 gr rundergehakt
300 gr witte kool, heel fijn gesneden
100 gram champignons, gesneden
1 grote ui, fijngesnipperd
1 teen knoflook, fijngesnipperd
1 grote zure appel, in stukjes gesneden
2 el olijfolie
3 thl kerriepoeder
1 thl gemberpoeder
kwart thl korianderpoeder
scheutje room (ca 100 ml)
peper, zout
100 gram geraspte kaas
300 gram rösti (uit de diepvries)
Ook:
Een grote ovenschaal
Oven voorverwarmen op 200 graden.
Verwarm een el olijfolie in een koekenpan en doe hier de kerriepoeder bij. Laat even bruisen en doe er dan de ui en de knoflook bij. Bak op niet te hoog vuur een paar minuten en voeg dan het gehakt toe. Bak het rul en voeg de rest van de kruiden toe en de groenten en de appel toe. Bak ongeveer 5 minuten en doe er een scheutje room bij. Nog even pruttelen en in een ovenschotel overscheppen. Doe er de geraspte kaas overheen en als laatste de rösti. Sprenkel een eetlepel olie over de rösti en laat in het midden van de oven 3 kwartier afbakken, totdat de rösti goudgeel en knapperig is.

Visburgers

Wat te doen als je vis wilt eten met 3 personen maar je hebt maar voor 2 personen vis in huis? Dan maak je visburgers! In de diepvries had ik nog een ons kabeljauwfilet en een ons koolvisfilet, ontdekte ik toen ik aan de slag wou gaan (de koolvis was eigenlijk voor de katten bedoeld, maar vooruit…). Het resultaat was evengoed prima. Het recept dat ik bedacht was eigenlijk bedoeld voor kabeljauwfilet, maar je kunt dus experimenteren met de gebruikte vis, je zou ook een mengsel van zalmfilet en kabeljauwfilet kunnen gebruiken of zalmfilet met een restje gerookte zalm.
Wat heb je nodig voor 3 visburgers:
2 ons visfilet
1 eidooier
2 el bloem (en wat bloem om de burger door te wentelen)
peper, zout
1 thl gedroogde kruiden (ik gebruikte dille)
2 el geraspte (niet te flauwe) kaas
1 el olijfolie (om in te bakken)
Ook:
Een hakker (magimix, blender of staafmixer)
Als de vis uit de diepvries komt, ontdooi je hem eerst. Dep de vis goed droog met keukenpapier. Pureer de vis in de hakker en doe over in een kom. Meng er de eidooier, de kruiden en de bloem door en vorm er heel voorzichtig drie burgers van. Deze wentel je door wat bloem.
Verwarm de olie in een koekenpan en bak de burgers in 3 tot 4 minuten per kant, op niet te hoog vuur.
Maak de visburgers niet te lang voordat je gaat bakken, want er komt nog wat vocht vrij.
Je kunt natuurlijk meer visfilet per persoon gebruiken maar dit was een echt consuminderrecept: het doen met wat je in huis hebt.
Wij aten er gegrilde pastinaak, aardappelpuree en tsatsiki bij maar er zijn natuurlijk legio combinaties te bedenken. Ook kun je de visburger opleuken met alles wat je maar lekker vindt en in huis hebt: bijvoorbeeld koriander en pepertjes. Of met wat vissaus en sesamzaadjes. Of met een theelepeltje pesto en wat gehakte pijnboompitjes……

Gratis maaltijd

Ben je dol op stamppot, morgen toevallig in Amsterdam en heb je behoefte aan een gratis maaltijd? Morgenmiddag bereiden Greenpeace en Biologica een gratis stamppotje voor iedereen die trek heeft.
Biologica is de organisatie voor biologische landbouw en eerlijke voeding en Greenpeace kennen we natuurlijk allemaal al. 2 jaar geleden namen deze 2 organisaties het initiatief tot het Pieperpad in de hoop zo meer aandacht te geven aan landbouw zonder bestrijdingsmiddelen en met aandacht voor de gezondheid van de bodem. Het Pieperpad is een fietsroute van Friesland tot Zeeland langs biologische boerderijen en mooie natuurgebieden. Al fietsend en proevend leer je allerlei feiten over aardappelen, die pieperweetjes worden genoemd. De gids met fietsroutes is via de ANWB te krijgen.
Heb je meer zin om je zelf op biologische aardappelen te storten en een stamppotje te maken? Misschien kan dit vegetarische recept je inspireren:
Pompoenpreistamppot met haloumikaas
1 kilo aardappelen
1 flespompoen
500 gram prei
1 el olijfolie
300 gram haloumikaas
½ theelepel chilipoeder
1 theelepel kaneelpoeder
1 teen knoflook, gesnipperd
1 ui, gesnipperd
Peper en zout
Handje pitten (pompoen-, pijnboom-, zonnebloempitten of wat je maar in huis hebt).
Maak aardappelpuree zoals je het gewend bent. Maak de pompoen en de prei schoon. Snij de pompoen in kleine blokjes en de prei in stukjes. Verhit de olijfolie in een pan en bak de ui en de knoflook een paar minuten. Doe dan de pompoen en de prei erbij met de kruiden. Bak totdat de pompoen gaar is en de prei zacht. Voeg wat peper en zout toe.
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Meng de groenten voorzichtig door de puree en doe het in een ovenschaal. Snij de haloumikaas in plakken, leg deze op de stamppot en bestrooi met de pitjes. Laat de stamppot ongeveer 20 minuten gratineren.
Deze stamppot doet feestelijk aan door de pompoen en de kaas en kan makkelijk van te voren worden klaargemaakt. Het is een goed gerecht om op een verjaardag te serveren. Niet te duur, lekker, in de oven op te warmen en kan worden opgeleukt met wat groen zoals koriander of peterselie.
Haloumikaas is een kaas die veel in de Griekse keuken wordt gebruikt. De bekende Griekse (en voor de lijn dodelijke) gebakken kaasplak wordt er van gemaakt. Het leent zich goed voor grillen of bakken, omdat de kaas niet heel erg uitloopt. De kaas ziet er uit als een groot wit blok, lijkt wat op feta maar is wat steviger (en ook veel goedkoper). Het is heel lekker om de kaas te grillen en over een salade te doen in de zomer. De kaas smaakt ook prima als hij wordt verwarmd in de oven, merkte ik een keer per ongeluk toen ik feta als bedekking voor een quiche wou gebruiken en alleen maar haloumi in huis bleek te hebben.
Haloumikaas wordt meestal gemaakt van schapen- en geitenmelk, maar soms wordt er ook koemelk aan toegevoegd. Ik koop het in de Turkse winkel bij mij in de buurt. De eigenaar vertelde mij dat Grieken deze kaas vooral bakken en grillen maar dat hij en zijn Turkse familie het gewoon rauw eet op brood. Lijkt mij minder lekker maar wie weet heb ik het wel mis.
Toch de gratis stamppot?
Woensdag 26 januari bij het Van Goghmuseum in Amsterdam, van 16 tot 19 uur.
Meer informatie?

De vriezer mag blijven!

Na 3 zenuwslopende weken voor onze ‘freezone-low-energy-diepvrieskast’ kwam woensdag het verlossende bericht van de klantenservice van Zanussi. Ons oude vriezertje blijkt een toppertje (en mag dus blijven)!
De Freezone zit qua energieverbruik in de A-klasse (de meest zuinige) en verbruikt 204 kWh per jaar bij een 24-uurs verbruik. Volgens Milieucentraal verbruiken oudere vriezers 250 tot 700 kWh per jaar, goed voor €50 tot € 150 aan energiekosten. Met 204 kWh zitten wij dus onder de € 50. Wat we besparen door slim in te kopen, verlaat niet het huis via het stopcontact!
Nu we weten dat deze vriezer mag blijven, stoppen we hem onmiddellijk weer vol! Spruiten en knolselderij zijn momenteel volop te krijgen en goedkoop. Deze week zijn de spruiten ook nog eens in de aanbieding bij de Deen (1 kilo voor € 0,89). Ik was nooit zo’n aanhanger van spruiten totdat ik doorkreeg dat je er echt van alles mee kunt doen. Koop als de spruiten zo goedkoop zijn eens flink wat in, blancheer de spruiten 4 minuutjes en vries ze dan in porties van verschillende grootte in. Zo heb je altijd voorraad voor wat voor gerecht dan ook.
Gisteren gebruikte ik de nog onbewerkte spuiten in een stoofpotje en wij (Schatje en ik dan, Zoon denkt dat spruiten gif bevatten) aten er kleine gehaktballetjes en rijst bij. Dit is een combinatiegerecht waarin je eenvoudig restjes kunt verwerken. Een knolselderij gebruik je bijna nooit in één keer helemaal. Dus op het moment dat je een halve of een kwart knolselderij in je groentelade aantreft, kun je hem in deze groentestoof verwerken. Eigenlijk kun je er alles doorgooien: koolraap of aardappelen passen hier ook prima bij.
Groentestoof van spruitjes, wortel en knolselderij
4 personen
Laat je niet afschrikken door de hoeveelheid kruiden, het is ook heel smakelijk met minder kruiden, zie hieronder bij varianten.
Nodig:
1 el olijfolie
1 ui, fijngehakt
1 teen knoflook, fijngehakt
½ tl kaneel/ 1 tl gember/ 1tl basilicum/ ½ tl chilipoeder/ ½ tl kurkuma/ ½ tl gemalen koriander (of een paar flinke draaien met de koriandermolen)/ 1 laurierblaadje/ 1 el arengasuiker (of basterdsuiker of gewone suiker al ben ik daar niet zo fan van)
1 bouillontablet (vegetarisch)
500 gr spruitjes, schoongemaakt en gehalveerd
½  knolselderij (bij mij was dat ca 300 gr), schoongemaakt en in blokjes gesneden
100 gr wortel (of gewoon 1 grote winterwortel), schoongemaakt en in kleine stukjes gesneden
100 ml sojaroom of cremefraîche of kokosmelk
2 el geraspte kokos
Bereiding
Verhit de olijfolie in een pan met een dikke bodem. Fruit op niet te hoge temperatuur de ui en de knoflook met de kruiden en voeg dan de groenten toe. Laat even bakken. Voeg een kopje water toe (of zoveel dat de groenten net niet onder staan), breng aan de kook en voeg een bouillontablet toe. Laat pruttelen (5 tot 6 minuten, misschien iets langer afhankelijk van de grootte van de spruiten) totdat de groenten beetgaar zijn en voeg dan de (soja)room of kokosmelk toe en strooi de kokos erdoor.
Lekker met stukjes gebakken kipfilet of kleine gehaktballetjes.
Voor een vegetarische variant:
Bestrooi met gehakte ongebrande noten en eventueel wat bladgroen van de knolselderij. Als je dat niet in huis hebt: elk ander groen voldoet (koriander, jammie!) maar het is niet noodzakelijk.
Voor een minder kruidige variant:
Met alleen wat kerrie en gember is dit ook heerlijk.
Voor een goedkopere variant:
In plaats van room of kokosmelk kun je de stoof ook binden met wat bloem. Binders als allesbinder of maïzena zijn niet nodig als je bloem in huis hebt. Voeg aan 1 el bloem een beetje water toe en klop dit los tot een dik papje zonder klonten (dit noemen koks Dikke Willem). Giet dit bij de groentestoof en brengt het aan de kook, ondertussen goed roeren. Laat dan op laag vuur minstens 5 minuten pruttelen totdat de bloem gaar is.
Serveren met:
Rijst of aardappelpuree

Zelf zuurdesembrood bakken

Zelf brood bakken is -als je het eenmaal door hebt- heel leuk en goedkoper dan het in de winkel kopen. En van de vele misbaksels heb ik veel geleerd. Broden die als een baksteen in de maag vielen of waarvan de korst zo hard was dat tandvlees spontaan ging bloeden,  maakten mij alleen maar vastberadener om het bakken onder de knie te krijgen. Het probleem is dat er veel op internet te vinden is, maar dat ik op problemen stuitte waar ik toch niet zo snel een antwoord op vond. Met uitproberen kom je gelukkig een heel eind. Niet iedereen heeft daar zin in, vandaar dat ik mijn ervaringen deel.
Sinds een paar maanden bak ik gemiddeld één keer in de week een zuurdesembrood. Schatje en Zoon blieven geen zuurdesem dus de weekvoorraad is voor mij alleen, al wil Oma ook wel eens een paar sneetjes van me lospeuteren. In de biologische winkel betaal ik 2,69 voor een kilo speltmeel en hier bak ik 2 broden van. Daar kan ik het in de winkel niet voor kopen, daar betaal ik voor een speltzuurdesembrood mét pitjes al snel € 2,50 tot € 3. Ook als je de energiekosten van de oven meerekent, is zelf bakken toch goedkoper. Je kunt het bakken van het brood combineren met het maken van een ovenschotel. De oven staat dan toch al aan. Zo kun je de energiekosten wat drukken. Maar bovenal is het leuk, je huis ruikt lekker en een snee net gebakken brood met een lik roomboter smaakt geweldig.
Vandaag bak ik 2 broden tegelijk. Een zuurdesem voor mezelf en voor Schatje een ‘gewoon’ speltbrood (met gist). De basis van een zuurdesembrood is een starter, zeg maar dat wat het brood doet rijzen in plaats van gist. Hoe je een starter maakt schreef ik een paar dagen geleden.
Wat heb je nodig voor een zuurdesembrood:
  • 500 gram spelt- of tarwemeel (tarwemeel is goedkoper)
  • 300 ml koud water (als je brood met gist bakt gebruik je lauwwarm water maar in brood zonder gist met een starter gebruik je koud water)
  • 100 gram starter
  • 1 eetlepel olie
  • 1 (afgestreken) eetlepel zout
  • Een mengmachine of flinke spierballen
  • Een theedoek
  • Een bakblik
  • Bakpapier
  • Geduld, aangezien je het beste resultaat krijgt door het deeg 24 uur te laten rijzen
Weeg 500 gram meel af en doe dit in een kom, gooi hier het zout bij en klop door met een garde zodat het meel wat fijner wordt.
Doe 100 gram starter in een bakje en voeg hier voorzichtig 200 ml koud water aan toe.
Meng dit met een vork tot een heel dun papje.
Doe de starter in de bak met meel en meng dit. Daarna voeg je langzaam het restant van het water en een eetlepel olie toe. Dit doe je met de mengmachine op de laagste stand – of als je niet zo fortuinlijk bent – op eigen kracht.
Het deeg verandert vanzelf in een mooi bal. Als je zonder machine kneedt dan is dit wellicht iets te optimistisch omschreven en sta je minstens 10 minuten te zwoegen.
Maak de theedoek nat en leg deze over de kom met het deeg.
Laat 2 tot 3 uur rijzen.
Kneed vervolgens het deeg nogmaals flink 2 tot 3 minuten op de laagste stand van de mengmachine. Op de hand kneed je zeker weer 10 minuten.
Bekleed het bakblik met bakpapier. Ik knip het altijd op maat zodat het goed past. Kijk uit voor kreukels in het papier, die zorgen voor scheuren in het brood. Je kunt ook het bakblik invetten, in plaats van papier gebruiken. Het is alleen dan iets meer gedoe om je brood uit het blik te krijgen.
Laat het deeg minstens 24 rijzen op een warme plaats (huiskamer).
Na een dag is je deeg als het goed is twee keer zo hoog geworden. De starter wordt sterker naarmate je er langer mee werkt en hierdoor rijst het deeg steeds beter.
Het bakken:
  • Verwarm de oven op 250 graden (ik heb een elektrische oven, kijk voor de juiste temperatuur in de gebruiksaanwijzing van je eigen oven).
  • Zet een bak met kokend water onder in de oven (dit is goed voor de korst van het brood)
  • Bestrijk het brood heel voorzichtig met een kwastje met water. Niet hard drukken want anders zakt je gerezen deeg in!
  • Plaats het bakblik in het midden van de oven
  • Bak 15 minuten op 250 graden. Hierna verlaag je de temperatuur naar 200 graden
  • Bedek het brood met aluminiumfolie en bak het nog 45 minuten
  • Na 45 minuten zet je de oven uit, doe je de ovendeur open, bestrijk je het brood nogmaals met water en laat je het in de oven met de deur open afkoelen
                                                                                
Ik snijd het brood als het goed is afgekoeld, portioneer het in diepvrieszakjes en bewaar het in de vriezer. Je kunt naar eigen smaak ook zonnebloempitten, pompoenpitten of lijnzaad toevoegen aan het deeg terwijl je het mengt of bestrooien met pitten en bijvoorbeeld havermoutvlokken.
Eet smakelijk!