De beste plek

Het is zondagochtend, nog héél vroeg.
Ik voel een pootje tegen mijn wang tikken.
Als ik niet meteen reageer,
voel ik een likje op mijn neus.
Dibbes is wakker.
Dus ik ook.
Tijd om te kroelen.
Zo doen we dat elke ochtend,
Dibbes en ik.

Hij installeert zich naast mij.
Ronkend en knorrend.
Ik word vol aanbidding aangekeken
en ik kijk net zo verliefd terug.
Voor Dibbes is het leven perfect.
Van zielige zwerfkat schuilend onder de struiken
nu liggend in de arm van een kattenmens.
Dibbes heeft de beste plek
op deze zondagmorgen.
Wat wil je nog meer?

Ineens horen we een geluid.
Smoes springt op de plank naast het bed.
Loopt naar mijn glas water dat daar altijd staat.
Water! Lekker!
Steekt zijn kop in het glas en drinkt.
Even ben ik bang dat hij klem komt te zitten.
Hij ook, dus gaat hij verder met zijn poot.
Lekker water hengelen.
Ondertussen kijkend naar Dibbes.
Zie jij wel wat ik doe?

Nou dat ziet Dibbes zeker!
Weg geluk. Weg rust.
Smoes heeft water!
Dat wil ik ook!
Dat er in huis overal bakken water staan,
wordt voor het gemak even vergeten.
Het gaat om dit water in dit glas!

Smoes is klaar met drinken.
Maar denk niet dat hij wegloopt.
Ben je gek, nee, hij gaat liggen naast het glas.
Zodat Dibbes hem goed kan zien.
Die wordt nu overmand door jaloezie.
Ik wil dit ook! Hoe kom ik daar?
Ja, dát is de vraag.
Smoes gaat niet opzij.

Dibbes staat op, loopt heen en weer.
Kijkt zeer dwingend naar Smoes.
Die doet of zijn neus bloedt.
Dibbes kan het niet meer aan.
Weg fijn gevoel,
weg genieten van de beste plek.
De beste plek is nu die plek
die net buiten bereik is.
Stomme Smoes!

Dibbes verlaat de plek
die een minuut geleden
nog zó aantrekkelijk was.
Loopt gedesillusioneerd weg.
Installeert zich op de hoek van het bed.
Met zijn rug naar alles toe.

Smoes knalt zowat uit elkaar.
Plan geslaagd, doel bereikt!
En gaat weer verder met de dag.
Want dat water,
daar was hij toch al klaar mee.
Nu kan hij weer op zoek
naar een nieuwe beste plek.

Smoes en zijn schaduw

Als ik uit het raam kijk,
loopt Smoes net voorbij
En twee meter achter Smoes,
hobbelt Dibbes.
Dibbes achtervolgt Smoes,
al 2 jaar,
altijd.
Smoes kijkt achterom.
Zal ik hem afschudden‘?
Ik zie het hem denken ;-).
Smoes schiet ineens
links de steeg in,
net op het moment
dat Dibbes even niet oplet.
Dibbes komt tot stilstand?
Hè?
Waar is Smoes?
Net was hij nog hier!
Kijkt naar links en naar rechts.
Loopt dan maar rechtdoor.
Smoes rent de steeg weer uit.
Hup, zo de straat op.
En natuurlijk nét op dat moment,
kijkt Dibbes achterom.
Dáár is Smoes!
Ik was je kwijt!
Ik kom eraan hoor!
Ik zie Smoes weer voorbij lopen.
En Dibbes er weer achteraan,
Smoes gaat rennen,
Dibbes ook.
Smoes zit stil,
Dibbes ook.
Smoes komt weer in beweging
en Dibbes doet met hem mee
Smoes heeft een schaduw,
die iets dikker is dan het origineel.
Vrienden voor het leven,
tegen wil en dank. 

Smoes

Twee weken geleden had kat Smoes ineens een dikke wang. Op naar de dierarts dan maar. Daar was het zo’n gruwelverhaal van als je in de wang drukt, dan spuit het er via de bovenkant van de kop uit. Echt. Getver. Afijn, met een uitgeknepen kat voorzien van antibioticaspuit en pillen togen we weer huiswaarts en kreeg het normale leven weer doorgang.

De nacontrole sloegen we over want we kregen hem niet in zijn reismand. Dat we Dibbes 5 minuten daar voor in een mand hadden gestopt en dat die zo hard blerde dat de buren kwamen vragen wie we aan het martelen waren droeg bepaald niet mee aan het in de mand stoppen van Smoes. Die zat onder ons bed en bleef daar zitten. Maar ach, hij gedroeg zich normaal, de wang was weer dun en ik had alle dagen gevoeld en voelde niets.

Tot afgelopen zaterdagavond. Hij lag bij mij op schoot en zijn wang voelde wat warm. Dacht ik. Maar ik zag niets. Dacht ik. Of toch wel? M. dacht ook wel of niet iets te zien en te voelen. En Smoes liet alles toe en was vooral hard aan het knorren. Zondagochtend was het echter duidelijker te zien. De wang was dik en werd met de minuut weer dikker. Omdat ik niet wilde wachten tot het spreekuur van maandag (vind ik eng, want vorige keer had hij ook hoge koorts) zocht ik op welke dierenarts weekenddienst had. Dat was onze eigen dierenarts. Dat vind ik dan altijd een stuk prettiger, ik ben fan van onze eigen dierenkliniek.

Inderdaad weer een abces, waarschijnlijk hetzelfde abces. Het was nog niet rijp en dus kon het niet worden opgemaakt. Dus weer een spuit erin en pillen mee. Als het groter wordt moeten we terugkomen om het te laten opensnijden. Maar het is niet groter geworden, dus waarschijnlijk slaat de medicatie aan. In dat geval moeten we vrijdag terugkomen voor controle. Die ik nu zeker wel ga doen. We denken dat een andere kat met Smoes gevochten heeft. Smoes vecht zelf niet, niet uit zichzelf, heb ik hem nooit zien doen. Maar hij staat wel zijn mannetje als het moet. Waarschijnlijk is er iets – een nagel? – achtergebleven in zijn wang. Zo lang dat er zit, blijft dat abces natuurlijk terugkomen, Maar dat bespreek ik vrijdag wel met de dierenarts.

schattige Smoes zonder abces en met knuffel

Zo wordt het al met al een dure maand. We hadden al wat extra kosten. Nu twee keer met Smoes naar de dierenarts. Volgende maand moeten we met Dibbes terugkomen om een rotte kies te laten verwijderen. De kraan in de keuken is kapot. Mijn mobiel is in staat van ‘bijna gaan hemelen’. De latop ging kapot en hebben we vervangen….

Tegenover deze financiële pech staat ook een meevaller. We kregen wat geld uit de erfenis van opa. Dat geld hadden we bestemd als start om te sparen voor een dakkapel op zolder. Maar nu hebben we toch een deel gebruikt om bovenstaande pech op te vangen. Om de buffer niet nóg verder te laten zakken. Want die is al behoorlijk geslonken dit jaar.

Zo naderen we het moment dat we straks de laatste aflossing van dit jaar gaan doen en dat we volgende jaar met kleinere bedragen gaan aflossen. Een heel hoog gegrepen aflosdoel is natuurlijk heel leuk, vooral als het er naar uitziet dat we het gaan halen en ik wil het nu ook heel graag halen. Maar stiekem ben ik wel blij dat we volgend jaar weer overgaan op kleinere bedragen aflossen. Want door het jaar heen gebeuren er nu eenmaal pechdingen die geld kosten of doen we gepland onderhoud aan het huis en dat geld zal weer moeten worden bij gespaard. Dat is ons dit jaar niet voldoende gelukt. Dat maakt niet uit, dat gaan we dan volgend jaar gewoon weer doen.

ps: voor het geval je afvraagt waarom Smoes Smoes heet, die naam heeft S. bedacht. Het is natuurlijk een beetje een rare naam maar zeg dat maar eens tegen een (toen) 3 jarige kleuter. 

Smoes

Toen Moos bij ons kwam aanlopen, was hij naar schatting 4 maanden. Een klein lief katertje met een grote speelbehoefte. Onze oude poes Dorrit tolereerde dat het prul tegen haar aan kwam liggen en hoewel zij nog wel heel speels was wilde ze met hem niet spelen, maar alleen met ons. Dus leek het handig om een kitten erbij te nemen. Alleen hoe doe je dat, als je normaal altijd de kattentoevoer laat afhangen van toevalligheden en aanlopers?

Iedereen moet voor zich weten waar hij zich prettig bij voelt maar ik haal mijn dieren liever uit het asiel of van straat in plaats van dat ik ze uit een nestje haal. Dus het asiel gebeld met de vraag of ze katten jonger dan een jaar hadden. Die hadden ze niet maar ze werkten wel samen met een mevrouw van de Dierenbescherming die zielige gevallen opving en die had toevallig net op dat moment een klein cypertje in huis.

Met het asiel als bemiddelaar mochten we een paar dagen later op bezoek bij het cypertje. Die woonde met zeker 30 andere katten op een grote woonboerderij. Het katje was toen ongeveer 3 maanden oud en was daar samen met zijn zusje dat al vergeven was. Met alle katten op die boerderij was iets (ziek, mishandeld, oud) en ook met dit katje. Hij was samen met zijn zusje in een kartonnen doos in de sloot gevonden. De andere kittens uit het nest waren al verdronken, alleen Smoes en zijn zusje nog niet. Op het nippertje gered dus.

Onze eerste blik op Smoes zal ik nooit vergeten. Een heel klein angstig katje in een bench. Afijn, wij waren meteen verkocht en we spraken af dat als zijn zusje daar weg zou gaan (haar nieuwe eigenaars waren eerst nog even op vakantie) wij Smoes in huis zouden nemen. Dat strookte niet met het plan van de enorme kater die zich in onze auto had verstopt, wat we gelukkig net op tijd ontdekten voordat we daar weg reden. Met spijt in het het hart hebben we die de auto uitgezet.

Twee weken later arriveerde Smoes. Hij werd gebracht door de vrouw die hem had opgevangen, zodat ze ook even kon zien waar hij terecht kwam. Officieel ging de adoptie via het asiel. Hij werd dus gechipt en ge-ent en met dierenpaspoort afgeleverd. Toen ik in dat dierenpaspoort keek, zag ik dat de geschatte geboortedatum van Smoes 7 juni 2006 is. Die datum is de sterfdag van mijn eerste kat Joris. Als dat geen mooi teken was!

Smoes is ook een kat met een trauma, net als de rest van zijn huisgenoten. Het trauma van Smoes is natuurlijk te herleiden tot een bijna verdrinkingsdood. Met Moos klikte het gelukkig vrijwel meteen en de heren waren vanaf het moment dat Smoes zover was, grote speelkameraden. Dat duurde wel even want Smoes moest eerst moed verzamelen en zat dagen bibberend onder de bank.

met Moos in de mand

Voetbal werd nauwgezet gevolgd, soms keek hij achter de TV op zoek naar de bal

Hoewel Smoes naar Moos en Dorrit toe niet bang was (ook niet bang voor de andere katten in de buurt toe) was hij voor de rest wel overal bang voor. Ritselende geluiden en tasjes, de stofzuiger, hem optillen. En mensen. De meeste mensen vond hij eng. Was er bezoek dan verdween Smoes al snel naar boven of buiten. Een extreem nerveuze kat die bijna continu liep te hyperventileren en heel veel last van zijn darmen had. We hebben hem van onder tot boven laten onderzoeken, zijn ontlasting meerdere malen laten testen maar er was geen medische oorzaak voor de darmproblemen. Pure stress dus.

Dat bleef zo tot ik in februari 2008 ziek werd. En toen veranderde er iets. Ineens was ik hele dagen thuis. Ik lag meestal op de bank in een slaapzak en al snel kreeg ik gezelschap van Smoes. Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit, lag ik op de bank met Smoes die heel langzaam zo steeds een beetje rustiger en relaxter werd. Het was trouwens een verbond van wederzijds genoegen want ik heb denk ik net zo veel aan hem gehad, als hij aan mij.


Smoes staat inmiddels zijn mannetje. Is in staat zich ook aan andere mensen dan zijn baasjes te hechten en komt tegenwoordig als er bezoek is vaak nieuwsgierig even buurten. Hij is nog steeds wel wat nerveus van aard maar maakt ook een gezonde en vooral blije indruk. Optillen mogen we hem nog steeds niet maar contact is wel mogelijk. Liefst zo vaak mogelijk. Het is een kat die keurig wacht tot de wekker gaat in de ochtend maar dan staat hij ook meteen ‘aan’ en bovenop me te knorren en te prakken. Smoes is ook een duidelijke kat. Hij heeft 2 standjes: aan en uit. Staat hij aan dan komt hij altijd aan galopperen om te groeten, dat doet hij met iedereen die hij kent. Dus als Oma de straat in rijdt met haar auto, kunnen we dat zien aan Smoes nog voordat we haar auto hebben gezien.

Miauwen doet hij niet. Een heel enkele keer als ik wat treuzel met het eten geven dan hoor ik een heel zacht geluidje dat is te herleiden tot hem. Maar verder heeft hij geen kik. Dat is best onhandig want hij laat zich ook vaak opsluiten in de badkamer of de gang. Dan zitten we in de huiskamer en horen we heel zachtjes gekrabbel. Het duurt dan meestal even tot we door hebben dat het weer zover is. Andere vreemde eigenschappen van Smoes zijn dat hij geen kopjes maar kontjes geeft. En dat hij vanaf een uur of 4 in de middag ergens in mijn gezichtsveld gaat zitten en dan een cursus ‘staren zonder te knipperen met de ogen‘ geeft. Want eten dat is toch wel het belangrijkste in het leven van Smoes.

Door dat eten is hij ook flink in de problemen gekomen. In 2011 liet hij ons flink schrikken, hij vrat hij zich door een 10 kilo zak kattenbrokken heen, het plastic maar even voor lief nemend. Een zware darmoperatie was het gevolg (en sindsdien bewaren we het kattenvoer in de schuur).

1 dag na de operatie

Voor de zwervers is Smoes een kameraad die hun leert hoe te spelen. Hij speelt verstoppertje met ze en neemt ze mee op stap. Doe ik de voordeur open voor Smoes, dan volgen Dibbes en Gerrie meestal binnen 10 seconden. Soms is dat wel even een dingetje voor Smoes en probeert hij zijn fans af te schudden, maar over het algemeen laat hij het wel toe. Het verbaasde ons dus niet dat Gerrie en Dibbes wel al tegen hem durven aan te liggen.

Zoals jullie wel zien, is Smoes héél mooi om te zien en heeft hij een hoog schattigheidsgehalte. Dus vooruit, nog een foto dan, als afsluiter, hier ligt hij op mijn been en met die verliefde blik kijkt hij op dat moment naar mij. Ik keek natuurlijk net zo verliefd terug..