Stilte (voor de storm)

Tevreden kat en nog onwetend over de ellende die we morgen over hem uit gaan storten….

Dit weekend geniet ik van stilte. De mannen zijn sinds vrijdagmiddag op stap, naar Nort Sea Jazz, en komen pas vannacht weer thuis. Toen ze vertrokken deed ik iets waar ik me al weken op heb lopen verheugen: ik plugde mezelf uit en houd dat lekker het hele weekend vol.

Wat een zaligheid! Ik heb nu precies één jaar mijn gehoorapparaten, zou niet meer zonder kunnen en willen maar tering, wat is het fijn om even in een stille wereld te leven (als ik de tinnitus in mijn rechteroor niet meereken). De buurvrouw kwam even een praatje maken maar er is met mij niet meer echt een gesprek te voeren zonder apparaatjes en ik was niet van plan ze in te doen – sorry buuf, ze liggen boven en ik heb geen goede dag dus ga niet heen en weer lopen naar boven, wat zeg je, ik versta je niet, ja doei. Zo ging dat.

Ik had vooraf wel plannen dit weekend. Vriendin D. zou zaterdag komen eten (en dan zou ik vanzelfsprekend wel even inpluggen) maar aangezien ik donderdag en een deel van de vrijdag in bed lag wegens een terugslag, heb ik haar afgezegd.

Die terugslag was helaas wat heftig en het gevolg van een uitje, maar was het wel meer dan waard. Ik ben even gaan knuffelen met een heleboel kittens die worden opgevangen door mijn vriendin M. Wie mij een beetje kent weet dat dit voor mij ongeveer het equivalent van het paradijs is. Er zat van alles tussen: een cypertje, een schildpadpoes, een zwart katje, drie rode en een maine coon. Zo lief! Sommigen waren nog niet heel erg gesteld op menselijk gezelschap (aantal is in het wild geboren) maar er waren een paar die me wel goed genoeg vonden om overheen te rennen of me aan te tikken met hun pootjes.

Zwaar verliefd weer naar huis dus. Omdat de terugslag zo heftig was besloot ik dus dit weekend zo goed als niets te doen en ook zo veel mogelijk los te laten van wat ik van mezelf verwacht. Ik liet mijn eigen ritme los wat eten en rusten betreft en deed het gewoon wanneer het uitkwam of ik behoefte voelde. Wat een stuk makkelijker is als je eens even geen rekening met een gezin hoeft te houden.

Dit weekend is ook de stilte voor de storm. Morgen gaan we met Smoes naar de dierenarts en worden zijn schildklier- en leverwaarden weer getest. Zijn die goed genoeg dan gaat hij morgenmiddag onder het mes. Ik heb er een goed gevoel over. Zijn eetgedrag is een stuk verbeterd, hij is veel minder vraatzuchtig en sneller verzadigd, zijn hart bonkt niet meer zo achterlijk hard, zijn ademhaling is heel rustig nu en zijn ontlasting zo goed als normaal. Allemaal tekenen dat de medicatie nu goed zijn werk doet.

De dagen na de operatie is het wel afzien want hij moet vanwege de hechtingen iets van 10 dagen binnen blijven en dat is bij Smoes echt wel een dingetje. De deur moet dus dicht en op slot want hij is echt mega goed in uitbreken en heel snel. Ook mag hij natuurlijk niet aan die hechtingen komen en een kap zal denk ik niet kunnen, gezien de plek van de hechtingen (op zijn keel). Dus maar even kijken hoe het loopt maar echt veel rust ga ik niet krijgen denk ik. Wat niet uitmaakt want ik hoop dat hij goed opknapt en na de operatie door het leven kan gaan zonder 2 x per dag pillen in zijn strot te duwen. Want zowel Smoes als ik zijn dat nu wel zat.

Zojuist maakte ik al de logeerkamer in orde waar hij rustig bij kan komen zonder dat hij van de trap af klettert of wordt belaagd door de andere katten. Soms zijn ze na een narcose natuurlijk wat misselijk, of nog erg draaierig en een aparte rustige ruimte om bij te komen is dan echt prettig weet ik inmiddels uit ervaring.

Ga ik nu even buiten lezen en proberen de stoel terug te claimen waar de hoofdpersoon van morgen nu in zalige ontwetendheid een tukje ligt te doen.

Fijne dag allemaal!

Advertenties

Over een hysterisch brein en een kat

Een verhaal over een zieke kat, in de avond iets doen en wat dat met mijn brein doet. Hou jij niet van katten en heb je niets met ME/CVS of persoonlijke verhalen, dan raad ik je aan op het kruisje in de rechterbovenhoek te klikken. Poef, weg ben ik dan! Zo simpel kan het zijn.

Gisteren was het zo ver: we moesten de schildklier- en leverwaarden van kat Smoes laten controleren. Na drie weken medicatie was er de hoop dat hij stabiel is en dat hij zo snel mogelijk geopereerd kan worden.

Vooraf zag ik het wat somber in. Hoewel ik best vaak gebeurtenissen optimistisch benader, kan ik bij vlagen echt een enorme zwartkijker zijn. Een van mijn grootste talenten is toch wel het bedenken van allerlei doemscenario’s in de categorie ‘als dit, dan dat’. Dat heeft voordelen en nadelen. De nadelen zullen duidelijk zijn. Het voordeel is er toch ook. Krijg ik dan tegenvallend nieuws dan is het in de meeste gevallen véél minder erg dan ik had bedacht en heb ik er bovendien ook al een planning op losgelaten en schakel ik vrij makkelijk over op de nieuwe realiteit.

Dus schakelde ik gisteravond na de uitslag moeiteloos over op plan B: niet nu opereren maar over drie weken, als de uitslag dan gunstiger is.

Wat daaraan vooraf ging was dat ik gedurende de dag steeds meer hyper werd. Dat kwam door een combinatie van me zorgen maken om mijn kat én het vooruitzicht van een activiteit in de avond. Na 6 uur de deur uitgaan doet mijn brein veranderen in een discotheek vol herrie, discobollen en lichtflitsen. De wetenschap dat een avondactiviteit vrijwel altijd voor een terugslag zorgt én dat die terugslag soms weken duurt, maakt me dan niet heel relaxt. Natuurlijk hadden we beter overdag een afspraak kunnen maken maar het kwam nu zo uit vanwege allerlei redenen – die ik niet ga uitleggen anders wordt dit stuk nog onleesbaar langer-  om naar het inloopspreekuur in de avond te gaan.

Vanzelfsprekend weet ik dat het slimmer is om me geen zorgen te maken over een activiteit in de avond. Je zorgen maken voegt niets toe. Ik weet tóch wel dat die terugslag komt, dus mens maak je niet druk ! Zeg ik wel 100 x tegen mijzelf. Maar ik ben niet voor niets doof hè. En hardleers.

Dus veranderde ik in de loop van de dag in een stuiterbal. Dan ga ik volslagen ongecontroleerd dingen doen. Maar bedenk me ook ‘ineens’ dat we moeten eten voor we naar de dierenarts gaan en dat ik niets heb bedacht dus soep uit de vriezer haal. En die vergeet te ontdooien.

De drie rustmomenten die ik toch had, zorgden niet voor een kalmer brein. Rusten of mediteren als ik zo hyper ben heeft dan soms juist een averechts effect. Dus zorgde ik voor afleiding en keek een hele zielige film op Netflix. Ik had vooraf niet verwacht dat het zo’n tearjerker zou zijn en ik had voor een goed gevoel beter naar oude afleveringen van de Gilmore Girls kunnen gaan kijken. Want nu was ik én hyper én down. En óók nog ongesteld, over leed gesproken.

Op naar de dierenarts. Omdat ik al zo doorgedraaid was, was ik totaal niet alert op mijn eigen gedrag. Dus was jij gisteravond bij de dierenarts? Ik was die praatzieke vrouw die met iedereen stond te ouwehoeren alsof ik energie had voor tien. Ik deelde mijn energie en aandacht uit alsof het niets was. Hier, pak aan! Jij ook wat? Komt het!

Ergens registreer ik mijn eigen gedrag nog wel maar toch ook weer niet. Of zo.

Dus tegen de tijd dat we de behandelkamer binnen kwamen was ik al helemaal doorgedraaid en toen moest het feest nog beginnen. Als in alert kunnen zijn, de vragen kunnen stellen die we nog hadden over de operatie.

En je vriend dan? hoor ik jullie roepen. Ja, die was mee. Stelde ook vragen. M. is bepaald geen watje maar heeft wel in de loop der tijd geleerd dat er met mij op dit soort momenten niets valt te beginnen, laat staan dat ik me laat corrigeren. Wat zeg ik, de kans is groot dat als hij dan zou vragen of ik niet wat rustiger aan zou moeten gaan doen – als in hou jij je klep eens –  ik besluit om in de lampen te hangen. Uit pure recalcitrantie. Dat is mijn hysterische brein hè. Op andere momenten ben ik zo mak als een lammetje (kuch).

Goed, de behandelkamer en de dierenarts. We hadden een goed gesprek, we konden al onze vragen stellen, het bloed werd afgenomen, de schildklier gepalpeerd (voelde beduidend minder dik), hij werd gewogen (150 gram aangekomen, jeej!) en toen gingen we weer op huis aan.

Later die avond belde de dierenarts op met de uitslag. Wat ze zag was een aanzienlijke verbetering maar niet voldoende om nu te opereren. Eerst nog 3 weken medicatie, nu 3 pillen in plaats van 2. Zijn ontlasting in de gaten houden. Slappe brij duidt op slechte vertering en komt door de vraatzucht en op hol geslagen stofwisseling. De verwachting is dat als deze lijn zich doorzet, hij half juli kan worden geopereerd en hij voldoende tijd heeft om te herstellen voor onze vakantie. Duimen maar.

Natuurlijk zou ik na dat gesprek moet inzakken als en plumpudding. Taak volbracht, koppen dicht en instorten maar. Maar zo werkt dat niet. Mijn brein geeft naar verwachting pas overmorgen ‘sein veilig’. Wat dat betreft geldt ‘ervaringen uit het verleden zijn helaas zeker een garantie voor het heden’. Dus de komende tijd blijf ik nog hyperalert. Tot ik overmorgen waarschijnlijk doodmoe en inmiddels minder alert tegen een deurpost oploop en dan in één klap instort.

Niet vreemd dat ik nauwelijks sliep vannacht. Mijn lijf lag letterlijk na te schokken. En vandaag weet ik dat ik moe ben maar ik voel het niet. Omdat de impulsen dat ik iets moet doen groter zijn. Moet wat doen! Ramen lappen, keuken reorganiseren. Liefst iets groots.

Gelukkig weet ik wat er gebeurt als ik dat doe. Ik til namelijk nog geen wasmand op. Dat heeft een reden dus ik moet zeker niet zomaar het huis gaan reorganiseren. In plaats daarvan deed ik wat regeldingen, schreef dit stukje en rekende uit waar dat geld voor de operatie nu weer vandaan moet komen. Deed ik toch iets 😉 .

En Smoes? Die leeft nog steeds in de zevende hemel met zijn vele eetmomenten en de extra aandacht die hij krijgt. Ieder geval iemand helemaal blij in dit huis.

Onrust

Met drie katten die op dieet zijn wegens overgewicht en één kat die 6 keer per dag eten krijgt omdat zijn stofwisseling te snel werkt, is de sfeer hier in huis wat verstoord. En hebben we een paar keer per dag dit:

Smoes eet daarom inmiddels op een verhoging terwijl 3 katten boos en verontwaardigd toekijken. Soms blijft het niet bij kijken. Vooral Gerrie heeft er een handje van naast Smoes te springen, een felle mep uit te delen en het eten over te nemen.

Meestal gebeurt dat als ik even met mijn ogen knipper, me omdraai of naar het toilet ga of op de één of andere manier niet alert ben (wat bij mij helaas nogal eens voorkomt). Ik ben dus een groot deel van mijn tijd bezig met corrigeren, verontwaardigde katers bestraffend toe te spreken en Smoes gerust te stellen dat het eten toch echt voor hem bedoeld is. Het is hier net een kleuterklas.

Het doel van alles is dat Smoes aankomt en dat de rest afvalt of op zijn minst niet aankomt. Dat is een dagelijks gevecht. Want ik vul bakjes met brokjes en dan eten ze allemaal één hap en lopen weg – behalve Smoes die gestaag door eet- en gaan dan boos naar Smoes kijken. Als ik dan niet alert genoeg ben dan mis het ik het moment dat een van de drie zieligerds die door mij uitgehongerd worden maar hun droge brokken niet blieven, terugkeert naar de etensbakken en die allemaal in één seconde leeg vreet.

Dat doen ze allemaal op hun tijd. Dus vreten ze continu uit de verkeerde bak en is het niet goed mogelijk om in te schatten hoeveel ze binnenkrijgen. Tot het moment van de waarheid als ik ze wekelijks weeg en ontdek dat ze allemaal weer zijn aangekomen. Wat niet de bedoeling is. Moos is inmiddels zo zwaar dat je een hernia krijgt als je hem probeert op te tillen. Gevalletje zwaar obese noemen we dat. En Dibbes en Gerrie hebben ook overgewicht maar lopen nog eens extra risico door hun hartruis en moeten echt afvallen.

Ik ben zelf schuldig aan deze toestand want een watje en voel me schuldig als ik Smoes extra eten geef, terwijl de rest toekijkt. Er hangen overduidelijk wolken boven hun hoofd met teksten als ‘sterf mens, hier ga je voor boeten‘. Dus geef ik ze soms een snoepje als Smoes zijn volle bak met lekkers naar binnen werkt. Dát maakt de bui alleen nog maar erger. Je ziet ze denken ‘Echt? Een snoepje? Terwijl hij daar een copieuze maaltijd naar binnen werkt? Voor de 6e keer vandaag? Wat vind je zelf van je gedrag?

Een en ander wordt nog gecompliceerd door buurkatten Eddie, Tommie en Caspar die regelmatig naar binnen lopen om eten te stelen.

Een paar dagen geleden herpakte ik mezelf en ging ik weer over op de tactiek van de afgedekte bakjes. Elke kat heeft zijn eigen bak. Weglopen en niet eten betekent dat de bak afgedekt wordt. Weer willen eten betekent dat ze mij eerst – liefst vriendelijk – vragen of ze weer verder mogen eten.

Dus is dat mijn nieuwe hobby. Eten geven, afdekken, weglopen, achtervolgt worden door een boze kat die zich bedacht heeft, weer teruglopen, deksel van het bakje halen, me even omdraaien, erachter komen dat toch weer de verkeerde kat de bak staat leeg te vreten.

En Smoes? Maandag is het uur van de waarheid. Dan wordt zijn bloed weer onderzocht. De hoop is dat de schildklierwaarden na 3 weken medicatie stabiel zijn en dat hij geopereerd kan worden. Wat ik betwijfel want hij heeft nog steeds heel veel honger. Hij lijkt wel iets sneller verzadigd, is ook wat aangekomen maar ik merk dat hij nog niet goed in zijn vel zit.

We hopen maandag ook nog wat meer informatie te krijgen over de operatie want er zijn wat vragen en twijfels. Inmiddels weet ik wel dat een schildklieroperatie bij katten niet te vergelijken is met die bij mensen, die moeten de rest van hun leven pillen slikken omdat de hele schildklier wordt verwijderd. Onze motivatie om het te doen is vooral omdat het prettig is als de kat erna gewoon verder gaat met zijn leven en niet meer alle dagen pillen hoeft.

afbeelding gevonden op catcyclopedie

Bij katten wordt – in tegenstelling tot een schildklieroperatie bij mensen – maar één kant van de schildklier verwijderd, het verdikte deel. De bedoeling is dat de andere kant van de schildklier de hormoonproductie overneemt. Iets wat een maand na de operatie wordt gecontroleerd. Soms komt het voor dat dit niet gebeurt, dan moet de kat alsnog aan de medicatie. En soms gebeurt het dat ver na de operatie het andere deel van de schildklier ook voor problemen zorgt. Waarna de kat toch weer aan de pillen moet.  Van wat ik heb begrepen.

Liever geen pillen dan wel pillen. Voor de kat en voor ons. Want het geeft gewoon meer vrijheid als het niet hoeft. Bijvoorbeeld als we op vakantie zijn. Voor een kattenoppas is het niet fijn om een kat die niet eigen is pillen toe te dienen. Je moet maar afwachten of dat lukt.

Voor ons zijn er nu nog veel onzekerheden. Of de waarden stabiel zijn. Of hij nog voor onze vakantie geopereerd kan worden. Zo niet, of de oppas de pillen kan toedienen. Ik heb wel een vriendin bereid gevonden het te doen. Haar laten zien hoe ik het doe bij Smoes. En haar verzekerd dat we onmiddellijk terugkomen als het niet lukt. Maar even afwachten of ik überhaupt wel wil gaan. Zoals hij nu is wil ik dat niet. Omdat de vakantie al betaald is, gaan de mannen dan zonder mij. Niet leuk. Want ik heb dit jaar een vakantiehuis met privézwembad gehuurd en verheug me al een jaar op daarin dobberen in de zon. Maar Smoes gaat voor.

Duimen maar!

Vetmesten

hand in poot liggen met het voedseluitgiftepunt

Hoi,
Smoes hier.
Ik maak zó veel mee,
ik dacht dat moet ik effe vertellen..

Ik heb altijd honger.
Altijd.
Last van vraatzucht.
Zo lang ik me kan herinneren.
En ondanks dat ik
elk jaar naar tante dokter ga
voor controle en bewonderende uitroepen,
hebben ze nu ontdekt
dat mijn schildklier te hard werkt.

Echt gaaf is dat.
Want nu krijg ik 6 keer per dag eten.
6 keer per dag!
Ik bedoel maar.
Is dat geweldig
of is dat geweldig.

Nog fijner is
dat de rest stikt van jaloezie.
Dus eet ik op een verhoging
en word vetgemest.
Terwijl de anderen toekijken.
😉

Iets minder vind ik dat pilletje.
Twee keer per dag.
Maar omdat ik alles doorslik
wat in mijn mond komt,
slik ik dat pilletje ook door.
Ik ben niet zo moeilijk.
Ook al dacht het mens altijd van wel.

Om de dag pakt ze me vast.
En dan weegt ze mij.
Eerst zei ze dingen als
‘Oh nee, weer afgevallen!’
Maar sinds een paar dagen
roept ze hard
‘Goed zo’
en
‘Ga zo door!’

Ik doe iets heel erg goed.
Dat verbaast me niet.
Want eten is mijn hobby.
Ik ben een zeer getalenteerde eter.

Alleen de laatste tijd
ben ik halverwege de bak met eten klaar.
Ik snap er niets van!
Ik prop er dan toch nog wat in.
Maar nee, er kan echt niets meer bij.
Ik zit gewoon vol. Bom vol!
Dat is nieuw voor mij.

Ik weet het zeker.
Een volle buik.
Veel aandacht.
6 keer per dag eten.
Dit is de hemel.

Altijd honger

Waarschuwing vooraf: kattenspam. Al weer? Ja!

Smoes heeft altijd honger. Dat zit zo. Als kitten heeft hij een tijd te weinig eten gekregen. Dat was voor hem heftig genoeg om  daar een levenslange honger aan over te houden. Hij wil altijd eten, altijd. Het is een hyper kat, vol levenslust ondanks zijn inmiddels senior leeftijd van 12 jaar en prachtig op gewicht. Waar de drie andere katten worstelen met overgewicht, is Smoes altijd de slankste van de klas.

Omdat die andere drie op dieet zijn, worden ze regelmatig gewogen. En dan weeg ik Smoes ook meteen mee. Hij is in vrij korte tijd 500 gram afgevallen en er zat al niet veel vet aan die botten. Ondanks dat hij veel eten krijgt en vaak nog tussendoortjes of zelfs een complete maaltijd van mij krijgt, valt hij af.

Afgelopen week viel me op dat hij minder spierkracht heeft dan voorheen. Hij wilde op bed springen en dat lukte niet goed. Hij trok zich uiteindelijk heel moeizaam aan zijn voorpoten op. Toevalstreffer dacht ik eerst, maar een dag later zag ik dit weer. Ook bleek hij aan de diarree te zijn.

Ik telde één en één bij elkaar op en bedacht dat hij hoogstwaarschijnlijk last van zijn schildklier heeft. Ik heb eerder een kat gehad met deze aandoening en herken de symptomen. Veel oudere katten vanaf een jaar of 12 krijgen dit.

Op naar tante dokter dus. Zij voelde de schildklier meteen al zitten met een flinke verdikking. Ook bleek zijn spiermassa in voor- en achterpoten inderdaad aangetast en zijn hartslag te snel en te heftig. Samen met de uitslag van een bloedonderzoek en mijn verhaal over diarree en eetgedrag was het snel duidelijk. Hij heeft een te snel werkende schildklier en dus een stofwisseling die veel te snel gaat. Met razende honger tot gevolg. Het arme beest.

Er zijn wat opties:

  • Radiotherapie: een injectie met radioactief jodium dat de te actieve schildklierhormonen doodt. Dit is duur ( €1250) en er kleven buiten de prijs ook wel nadelen aan. Namelijk dat het niet altijd aanslaat en dan moet de kat nóg een keer à €1250.  Je kat is wel ook radioactief na de behandeling en moet een tijd opgenomen blijven bij de kliniek. En na thuiskomst moet hij weken binnen blijven, zo min mogelijk worden aangehaald. Ook heeft het gevolgen voor de kattenbak, die moet meteen worden verschoond nadat hij erop is geweest en de korrels moeten 4 weken in een aparte ruimte worden bewaard voordat ze mogen worden meegegeven met huisvuil. Een No Go wat mij betreft. Ik zie me al met 30 vuilniszakken met allemaal data erop genoteerd, een complete administratie bijhouden van wanneer welke poep veilig mag worden weggedaan. En het arme beest al die tijd niet knuffelen! De dierenarts raadde dit niet aan.
  • Pillen. 2 keer daags pillen geven de rest van zijn leven. Ook dit heeft een nadeel, namelijk twee keer per dag een grote worstelpartij.  Ook kunnen de pillen flinke bijwerkingen geven en op den duur heel belastend voor het lichaam worden. Als hij al veel ouder was, zouden pillen wel een goede optie zijn. Maar zoals de dierenarts aangaf, Smoes is nu net 12, kan met gemak misschien nog wel 6 jaar mee. Dat is erg lang pillen slikken.
  • Jodiumvrije voeding: geen optie voor ons. Met vier katten in huis gaat dat niet.
  • De vierde optie is een operatie. De schildklier wordt dan verwijderd. Indien nodig links en rechts. Ook hier kleven nadelen aan: de bijschildklieren kunnen worden aangetast tijdens de operatie en dat leidt tot ‘levensbedreigend calciumtekort’ (bron: mcvoordieren). Het weg gesneden schildklierweefsel kan bovendien terugkomen. Het voordeel hiervan is wel dat indien succesvol er geen medicatie meer nodig is.

Veel om te overdenken dus. We hebben nu afgesproken dat Smoes eerst een maand op medicatie wordt gezet om hem te stabiliseren. Dan wordt er weer een test gedaan om te kijken of de pillen zijn aangeslagen en zijn waarden normaliseren. Daarna zou hij dan een operatie ondergaan. De operatie is ook pittig aan de prijs maar dat is levenslang pillen slikken ook. Dan ben je uiteindelijk nóg duurder uit leerde een snelle rekensom (uitgaand van nog 6 jaren). Het voordeel van pillen zou wel zijn dat de kosten worden gespreid.

Wat me wel verbaast is dat we bij ons vorige kat al deze opties niet kregen. Nu is dit ook al jaren geleden dus wellicht waren er toen minder opties. Poes Dorrit kreeg toen gewoon pillen en klaar. Nooit meer iets getest. Ze werd wel tonnetje rond maar ook heel oud. Ze was al een jaar of 18 toen ze aan de medicatie ging en overleed op haar 20e.

Ik zal Smoes in ieder geval niet meer uitschelden voor vreetzak. En tot die pillen aanslaan krijgt hij zo veel en zo vaak eten als hij wil.

De beste plek

Het is zondagochtend, nog héél vroeg.
Ik voel een pootje tegen mijn wang tikken.
Als ik niet meteen reageer,
voel ik een likje op mijn neus.
Dibbes is wakker.
Dus ik ook.
Tijd om te kroelen.
Zo doen we dat elke ochtend,
Dibbes en ik.

Hij installeert zich naast mij.
Ronkend en knorrend.
Ik word vol aanbidding aangekeken
en ik kijk net zo verliefd terug.
Voor Dibbes is het leven perfect.
Van zielige zwerfkat schuilend onder de struiken
nu liggend in de arm van een kattenmens.
Dibbes heeft de beste plek
op deze zondagmorgen.
Wat wil je nog meer?

Ineens horen we een geluid.
Smoes springt op de plank naast het bed.
Loopt naar mijn glas water dat daar altijd staat.
Water! Lekker!
Steekt zijn kop in het glas en drinkt.
Even ben ik bang dat hij klem komt te zitten.
Hij ook, dus gaat hij verder met zijn poot.
Lekker water hengelen.
Ondertussen kijkend naar Dibbes.
Zie jij wel wat ik doe?

Nou dat ziet Dibbes zeker!
Weg geluk. Weg rust.
Smoes heeft water!
Dat wil ik ook!
Dat er in huis overal bakken water staan,
wordt voor het gemak even vergeten.
Het gaat om dit water in dit glas!

Smoes is klaar met drinken.
Maar denk niet dat hij wegloopt.
Ben je gek, nee, hij gaat liggen naast het glas.
Zodat Dibbes hem goed kan zien.
Die wordt nu overmand door jaloezie.
Ik wil dit ook! Hoe kom ik daar?
Ja, dát is de vraag.
Smoes gaat niet opzij.

Dibbes staat op, loopt heen en weer.
Kijkt zeer dwingend naar Smoes.
Die doet of zijn neus bloedt.
Dibbes kan het niet meer aan.
Weg fijn gevoel,
weg genieten van de beste plek.
De beste plek is nu die plek
die net buiten bereik is.
Stomme Smoes!

Dibbes verlaat de plek
die een minuut geleden
nog zó aantrekkelijk was.
Loopt gedesillusioneerd weg.
Installeert zich op de hoek van het bed.
Met zijn rug naar alles toe.

Smoes knalt zowat uit elkaar.
Plan geslaagd, doel bereikt!
En gaat weer verder met de dag.
Want dat water,
daar was hij toch al klaar mee.
Nu kan hij weer op zoek
naar een nieuwe beste plek.

Smoes en zijn schaduw

Als ik uit het raam kijk,
loopt Smoes net voorbij
En twee meter achter Smoes,
hobbelt Dibbes.
Dibbes achtervolgt Smoes,
al 2 jaar,
altijd.
Smoes kijkt achterom.
Zal ik hem afschudden‘?
Ik zie het hem denken ;-).
Smoes schiet ineens
links de steeg in,
net op het moment
dat Dibbes even niet oplet.
Dibbes komt tot stilstand?
Hè?
Waar is Smoes?
Net was hij nog hier!
Kijkt naar links en naar rechts.
Loopt dan maar rechtdoor.
Smoes rent de steeg weer uit.
Hup, zo de straat op.
En natuurlijk nét op dat moment,
kijkt Dibbes achterom.
Dáár is Smoes!
Ik was je kwijt!
Ik kom eraan hoor!
Ik zie Smoes weer voorbij lopen.
En Dibbes er weer achteraan,
Smoes gaat rennen,
Dibbes ook.
Smoes zit stil,
Dibbes ook.
Smoes komt weer in beweging
en Dibbes doet met hem mee
Smoes heeft een schaduw,
die iets dikker is dan het origineel.
Vrienden voor het leven,
tegen wil en dank. 

Smoes

Twee weken geleden had kat Smoes ineens een dikke wang. Op naar de dierarts dan maar. Daar was het zo’n gruwelverhaal van als je in de wang drukt, dan spuit het er via de bovenkant van de kop uit. Echt. Getver. Afijn, met een uitgeknepen kat voorzien van antibioticaspuit en pillen togen we weer huiswaarts en kreeg het normale leven weer doorgang.

De nacontrole sloegen we over want we kregen hem niet in zijn reismand. Dat we Dibbes 5 minuten daar voor in een mand hadden gestopt en dat die zo hard blerde dat de buren kwamen vragen wie we aan het martelen waren droeg bepaald niet mee aan het in de mand stoppen van Smoes. Die zat onder ons bed en bleef daar zitten. Maar ach, hij gedroeg zich normaal, de wang was weer dun en ik had alle dagen gevoeld en voelde niets.

Tot afgelopen zaterdagavond. Hij lag bij mij op schoot en zijn wang voelde wat warm. Dacht ik. Maar ik zag niets. Dacht ik. Of toch wel? M. dacht ook wel of niet iets te zien en te voelen. En Smoes liet alles toe en was vooral hard aan het knorren. Zondagochtend was het echter duidelijker te zien. De wang was dik en werd met de minuut weer dikker. Omdat ik niet wilde wachten tot het spreekuur van maandag (vind ik eng, want vorige keer had hij ook hoge koorts) zocht ik op welke dierenarts weekenddienst had. Dat was onze eigen dierenarts. Dat vind ik dan altijd een stuk prettiger, ik ben fan van onze eigen dierenkliniek.

Inderdaad weer een abces, waarschijnlijk hetzelfde abces. Het was nog niet rijp en dus kon het niet worden opgemaakt. Dus weer een spuit erin en pillen mee. Als het groter wordt moeten we terugkomen om het te laten opensnijden. Maar het is niet groter geworden, dus waarschijnlijk slaat de medicatie aan. In dat geval moeten we vrijdag terugkomen voor controle. Die ik nu zeker wel ga doen. We denken dat een andere kat met Smoes gevochten heeft. Smoes vecht zelf niet, niet uit zichzelf, heb ik hem nooit zien doen. Maar hij staat wel zijn mannetje als het moet. Waarschijnlijk is er iets – een nagel? – achtergebleven in zijn wang. Zo lang dat er zit, blijft dat abces natuurlijk terugkomen, Maar dat bespreek ik vrijdag wel met de dierenarts.

schattige Smoes zonder abces en met knuffel

Zo wordt het al met al een dure maand. We hadden al wat extra kosten. Nu twee keer met Smoes naar de dierenarts. Volgende maand moeten we met Dibbes terugkomen om een rotte kies te laten verwijderen. De kraan in de keuken is kapot. Mijn mobiel is in staat van ‘bijna gaan hemelen’. De latop ging kapot en hebben we vervangen….

Tegenover deze financiële pech staat ook een meevaller. We kregen wat geld uit de erfenis van opa. Dat geld hadden we bestemd als start om te sparen voor een dakkapel op zolder. Maar nu hebben we toch een deel gebruikt om bovenstaande pech op te vangen. Om de buffer niet nóg verder te laten zakken. Want die is al behoorlijk geslonken dit jaar.

Zo naderen we het moment dat we straks de laatste aflossing van dit jaar gaan doen en dat we volgende jaar met kleinere bedragen gaan aflossen. Een heel hoog gegrepen aflosdoel is natuurlijk heel leuk, vooral als het er naar uitziet dat we het gaan halen en ik wil het nu ook heel graag halen. Maar stiekem ben ik wel blij dat we volgend jaar weer overgaan op kleinere bedragen aflossen. Want door het jaar heen gebeuren er nu eenmaal pechdingen die geld kosten of doen we gepland onderhoud aan het huis en dat geld zal weer moeten worden bij gespaard. Dat is ons dit jaar niet voldoende gelukt. Dat maakt niet uit, dat gaan we dan volgend jaar gewoon weer doen.

ps: voor het geval je afvraagt waarom Smoes Smoes heet, die naam heeft S. bedacht. Het is natuurlijk een beetje een rare naam maar zeg dat maar eens tegen een (toen) 3 jarige kleuter. 

Smoes

Toen Moos bij ons kwam aanlopen, was hij naar schatting 4 maanden. Een klein lief katertje met een grote speelbehoefte. Onze oude poes Dorrit tolereerde dat het prul tegen haar aan kwam liggen en hoewel zij nog wel heel speels was wilde ze met hem niet spelen, maar alleen met ons. Dus leek het handig om een kitten erbij te nemen. Alleen hoe doe je dat, als je normaal altijd de kattentoevoer laat afhangen van toevalligheden en aanlopers?

Iedereen moet voor zich weten waar hij zich prettig bij voelt maar ik haal mijn dieren liever uit het asiel of van straat in plaats van dat ik ze uit een nestje haal. Dus het asiel gebeld met de vraag of ze katten jonger dan een jaar hadden. Die hadden ze niet maar ze werkten wel samen met een mevrouw van de Dierenbescherming die zielige gevallen opving en die had toevallig net op dat moment een klein cypertje in huis.

Met het asiel als bemiddelaar mochten we een paar dagen later op bezoek bij het cypertje. Die woonde met zeker 30 andere katten op een grote woonboerderij. Het katje was toen ongeveer 3 maanden oud en was daar samen met zijn zusje dat al vergeven was. Met alle katten op die boerderij was iets (ziek, mishandeld, oud) en ook met dit katje. Hij was samen met zijn zusje in een kartonnen doos in de sloot gevonden. De andere kittens uit het nest waren al verdronken, alleen Smoes en zijn zusje nog niet. Op het nippertje gered dus.

Onze eerste blik op Smoes zal ik nooit vergeten. Een heel klein angstig katje in een bench. Afijn, wij waren meteen verkocht en we spraken af dat als zijn zusje daar weg zou gaan (haar nieuwe eigenaars waren eerst nog even op vakantie) wij Smoes in huis zouden nemen. Dat strookte niet met het plan van de enorme kater die zich in onze auto had verstopt, wat we gelukkig net op tijd ontdekten voordat we daar weg reden. Met spijt in het het hart hebben we die de auto uitgezet.

Twee weken later arriveerde Smoes. Hij werd gebracht door de vrouw die hem had opgevangen, zodat ze ook even kon zien waar hij terecht kwam. Officieel ging de adoptie via het asiel. Hij werd dus gechipt en ge-ent en met dierenpaspoort afgeleverd. Toen ik in dat dierenpaspoort keek, zag ik dat de geschatte geboortedatum van Smoes 7 juni 2006 is. Die datum is de sterfdag van mijn eerste kat Joris. Als dat geen mooi teken was!

Smoes is ook een kat met een trauma, net als de rest van zijn huisgenoten. Het trauma van Smoes is natuurlijk te herleiden tot een bijna verdrinkingsdood. Met Moos klikte het gelukkig vrijwel meteen en de heren waren vanaf het moment dat Smoes zover was, grote speelkameraden. Dat duurde wel even want Smoes moest eerst moed verzamelen en zat dagen bibberend onder de bank.

met Moos in de mand

Voetbal werd nauwgezet gevolgd, soms keek hij achter de TV op zoek naar de bal

Hoewel Smoes naar Moos en Dorrit toe niet bang was (ook niet bang voor de andere katten in de buurt toe) was hij voor de rest wel overal bang voor. Ritselende geluiden en tasjes, de stofzuiger, hem optillen. En mensen. De meeste mensen vond hij eng. Was er bezoek dan verdween Smoes al snel naar boven of buiten. Een extreem nerveuze kat die bijna continu liep te hyperventileren en heel veel last van zijn darmen had. We hebben hem van onder tot boven laten onderzoeken, zijn ontlasting meerdere malen laten testen maar er was geen medische oorzaak voor de darmproblemen. Pure stress dus.

Dat bleef zo tot ik in februari 2008 ziek werd. En toen veranderde er iets. Ineens was ik hele dagen thuis. Ik lag meestal op de bank in een slaapzak en al snel kreeg ik gezelschap van Smoes. Dag in, dag uit, jaar in, jaar uit, lag ik op de bank met Smoes die heel langzaam zo steeds een beetje rustiger en relaxter werd. Het was trouwens een verbond van wederzijds genoegen want ik heb denk ik net zo veel aan hem gehad, als hij aan mij.


Smoes staat inmiddels zijn mannetje. Is in staat zich ook aan andere mensen dan zijn baasjes te hechten en komt tegenwoordig als er bezoek is vaak nieuwsgierig even buurten. Hij is nog steeds wel wat nerveus van aard maar maakt ook een gezonde en vooral blije indruk. Optillen mogen we hem nog steeds niet maar contact is wel mogelijk. Liefst zo vaak mogelijk. Het is een kat die keurig wacht tot de wekker gaat in de ochtend maar dan staat hij ook meteen ‘aan’ en bovenop me te knorren en te prakken. Smoes is ook een duidelijke kat. Hij heeft 2 standjes: aan en uit. Staat hij aan dan komt hij altijd aan galopperen om te groeten, dat doet hij met iedereen die hij kent. Dus als Oma de straat in rijdt met haar auto, kunnen we dat zien aan Smoes nog voordat we haar auto hebben gezien.

Miauwen doet hij niet. Een heel enkele keer als ik wat treuzel met het eten geven dan hoor ik een heel zacht geluidje dat is te herleiden tot hem. Maar verder heeft hij geen kik. Dat is best onhandig want hij laat zich ook vaak opsluiten in de badkamer of de gang. Dan zitten we in de huiskamer en horen we heel zachtjes gekrabbel. Het duurt dan meestal even tot we door hebben dat het weer zover is. Andere vreemde eigenschappen van Smoes zijn dat hij geen kopjes maar kontjes geeft. En dat hij vanaf een uur of 4 in de middag ergens in mijn gezichtsveld gaat zitten en dan een cursus ‘staren zonder te knipperen met de ogen‘ geeft. Want eten dat is toch wel het belangrijkste in het leven van Smoes.

Door dat eten is hij ook flink in de problemen gekomen. In 2011 liet hij ons flink schrikken, hij vrat hij zich door een 10 kilo zak kattenbrokken heen, het plastic maar even voor lief nemend. Een zware darmoperatie was het gevolg (en sindsdien bewaren we het kattenvoer in de schuur).

1 dag na de operatie

Voor de zwervers is Smoes een kameraad die hun leert hoe te spelen. Hij speelt verstoppertje met ze en neemt ze mee op stap. Doe ik de voordeur open voor Smoes, dan volgen Dibbes en Gerrie meestal binnen 10 seconden. Soms is dat wel even een dingetje voor Smoes en probeert hij zijn fans af te schudden, maar over het algemeen laat hij het wel toe. Het verbaasde ons dus niet dat Gerrie en Dibbes wel al tegen hem durven aan te liggen.

Zoals jullie wel zien, is Smoes héél mooi om te zien en heeft hij een hoog schattigheidsgehalte. Dus vooruit, nog een foto dan, als afsluiter, hier ligt hij op mijn been en met die verliefde blik kijkt hij op dat moment naar mij. Ik keek natuurlijk net zo verliefd terug..